Vraag en antwoord commissie P&C - Najaarsnota 2025
Tekst van het document
Commissie P&C - 16 oktober 2025 Najaarsnota 2025 ID
Datum vraag
Fractie(s)
Vraag en antwoord
Programma 1 Bestuur - Huisvestingsverordening 2025 - pagina 10 253
06-102025
BVNL
Vraag: Waarom is het noodzakelijk al in 2025 kosten te maken? Antwoord: In de raad van september is over dit voorstel een amendement ingediend en door de raad aangenomen. Besloten is om in 2025 € 100.000 beschikbaar te stellen ten laste van de algemene reserve. De gevolgen van dit voorstel zijn inmiddels aangepast in de Najaarsnota, het raadsvoorstel en het raadbesluit behorende bij de Najaarsnota.
Programma 1 Bestuur - Huisvestingsverordening - pagina 11 244
29-092025
ONS Belang
Huisvestingsverordening Vraag 1. Waarom dient er 10K budget in 2025 te worden opgenomen voor salariskosten die pas gepland zijn in 2026? Antwoord 1: In de raad van september is over dit voorstel een amendement ingediend en door de raad aangenomen. Besloten is om in 2025 € 100.000 beschikbaar te stellen ten laste van de algemene reserve. De gevolgen van dit voorstel zijn inmiddels aangepast in de Najaarsnota, het raadsvoorstel en het raadbesluit behorende bij de Najaarsnota.
Programma 1 Bestuur - Omzetten budget uitzendkrachten toiletpool naar structurele personele formatie - pagina 11 256
06-102025
BVNL
Uitzendpersoneel kost minimaal 2x zo veel als vast personeel. Vraag: Hoe kan dan omzetting van inhuur naar vast personeel geen positief effect hebben op het budget? Komt dat alleen door het beschikbaar houden van het overgebleven budget voor onvoorziene omstandigheden? Antwoord:
Het klopt dat uitzendpersoneel in de regel hogere kosten met zich meebrengt dan vaste formatie. De omzetting van inhuur naar structureel personeel leidt daarom tot een efficiëntere en financieel gunstigere organisatie van de werkzaamheden. Dit effect ziet u echter niet terug als een positief saldo in de begroting. De reden hiervoor is dat de hiervoor benodigde middelen reeds in het bestaande inhuurbudget waren opgenomen. Met andere woorden: het beschikbare budget voor inhuur wordt één-op-één omgezet naar een personeelsbudget. Hierdoor verandert de omvang van het totale budget niet en blijft het begrotingssaldo per saldo gelijk. Wat wél verandert, is de besteding: de structurele loonkosten voor de nieuwe formatie (1,86 fte) bedragen vanaf 2026 circa € 105.000 per jaar, terwijl de resterende middelen in het budget beschikbaar blijven voor incidentele inhuur bij onvoorziene omstandigheden. De begroting wordt dus niet “positief beïnvloed” in de zin van een financieel overschot, maar de keuze heeft wel degelijk positieve effecten: •structurele besparing op de hoge opslag- en toeslagkosten van uitzendpersoneel; •verbetering van de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening; •minder risico’s op het gebied van wet- en regelgeving door langdurige inhuur.
Kortom: de wijziging levert inhoudelijke en financiële efficiëntie op binnen het bestaande budget, maar geen wijziging van het totale begrotingssaldo. Programma 1 Bestuur - WKR - pagina 11 252
01-102025
ONS Belang
WKR Vraag 1. Hoe wordt het WKR budget van te voren bepaald? Antwoord 1: De werkkostenregeling (Wkr) kent een zgn. vrije bestedingsruimte. Die bestedingsruimte wordt over een fiscaal boekjaar bepaald aan de hand van een formule. Voor het jaar 2025 is die bestedingsruimte 2% over de eerste € 400.000,- van de fiscale loonsom, en over
het meerdere 1,18%. De bepaling van die vrije ruimte vindt plaats binnen de salarisadministratie van de gemeente en wordt maandelijks cumulatief voortschrijdend bepaald. Op basis van de door de gemeente gemaakte afspraken en de daarop afgestemde aangewezen besteding van de vrije ruimte Wkr, en middels een zgn. aanwijzingsbesluit, worden de respectievelijke in een fiscaal boekjaar gemaakte uitgaven verantwoord. Hierbij worden naast de al via de salarisadministratie gemaakte (Wkr) uitgaven ook de (Wkr) uitgaven betrokken die niet via die administratie kunnen worden verwerkt (in verband met o.a. facturering van uitgaven), maar wel meegenomen moeten worden in de loonaangifte Wkr. Vraag 2. Hoe wordt periodiek gescreend of kosten niet de WKR grens overschrijden? Antwoord 2: De uiteindelijke invulling van de vrije bestedingsruimte Wkr over een fiscaal boekjaar is op basis van de huidige werkwijze pas achteraf te bepalen. Hoewel de bepaling van de vrije bestedingsruimte Wkr en de feitelijke besteding binnen de salarisadministratie maandelijks en cumulatief voortschrijdend kan worden bepaald zijn het m.n. de bestedingen die buiten die administratie om worden gedaan die een eventuele overschrijding laten zien. Dit is dan ingegeven door m.n.
die bestedingen waarvan de omvang en facturering pas in een nieuw kalenderjaar bekend worden, maar nog wel (en achteraf) moeten worden verantwoord in het voorgaande (fiscale) bestedingsjaar. Pas op het moment, dat alle voor een fiscaal boekjaar gemaakte Wkr-bestedingen bekend zijn, kan een eindaangifte Wkr worden gedaan bij de Belastingdienst. Vraag 3. Kan er een samenvattende specificatie worden gedeeld waaraan de WKR kosten worden uitgegeven? Antwoord 3: Ten behoeve van de uitvoering van de werkkostenregeling (Wkr) is voor de gemeente een zgn. aanwijzingsbesluit gemaakt. In dit besluit zijn de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen opgenomen, zoals die worden vergoed, verstrekt dan wel ter beschikking worden gesteld aan werknemers (of daarmee gelijkgesteld) in tegenwoordige dienstbetrekking. Dit aanwijzingsbesluit wordt periodiek, en in geval van een vaststelling, wijziging of intrekking van een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling, aangepast aan de dan geldende actualiteit.
Het aanwijzingsbesluit Wkr per 1-1-2025 is als bijlage bij deze beantwoording opgenomen. De omvang/feitelijke bestedingen Wkr in een fiscaal boekjaar kunnen in een samenvattende specificatie worden gegoten, maar een dergelijk te verstrekken samenvattende specificatie is praktisch gezien niet binnen een korte tijdspanne aan te leveren. Vraag 4. Wat is de overschrijding van de WKR sinds invoer van de Werkkostenregeling? Antwoord 4: De werkkostenregeling (Wkr) is verplicht per 1 januari 2015 van kracht geworden, en daarmee ook voor de gemeente. In de afgelopen tijdspanne is het instrumentarium rond de financiële administratie en daarmee de bestedingsverantwoording Wkr op enige momenten aangepast. Om redelijkerwijs de vraag te kunnen beantwoorden is dan voor de beantwoording van de vraag een nadere analyse nodig van de achterliggende fiscale boekjaren. De bewaarplicht is 7 jaar. Dit gaat ook de nodige inspanning kosten om op te zoeken. Programma Bestuur - Implementatie cyberbeveiligingswet - pagina 11 254
06-102025
BVNL
Vraag: Waarom kan het WOO budget met 80K verlaagd worden?? Antwoord: De kosten voor WOO worden uit andere deelprojecten betaald. Bij het structureel verlagen van het Woo budget is er voor gekozen dit te gebruiken voor de implementatie van de cyberbeveiligingswet.
Programma Bestuur - Naheffingsaanslag WKR 2022-2024 - pagina 11 255
06-102025
BVNL
Het is zo opgeschreven dat het lijkt of de oorzaak van overschrijding bij uitgaven van de raad ligt. Wat is de opbouw van de WKR uitgaven over 2025 , wat is het maximaal toegestane bedrag voor uitgaven? Vraag 1: Waarom verwacht u een overschrijding? Antwoord 1: De opbouw van de Wkr uitgaven over een fiscaal jaar is bij de gemeente vastgelegd in een zgn. aanwijzingsbesluit werkkostenregeling. Het voor het jaar 2025 vastgestelde aanwijzingsbesluit is als bijlage bij deze beantwoording meegestuurd. De zgn. vrije bestedingsruimte Wkr wordt ieder jaar opnieuw (fiscaal) vastgesteld en geldt per jaar.
Voor het jaar 2025 is die vrije ruimte 2% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000,-, en 1,18% van de fiscale loonsom boven het bedrag van € 400.000,-. Bij de besteding van de vrije bestedingsruimte is sprake van een uitgavenpatroon waarbij deels sprake is van zgn. vooraf te bepalen vaste bedragen, waaronder de per 1 januari vastgestelde vaste onkosten-vergoedingen voor politiek ambtsdragers. Andere bestedingen zoals die uit het aanwijzingsbesluit Wkr voortvloeien hebben een zgn. variabel karakter. De daaraan gerelateerde uitgaven kunnen fluctueren en laten over een boekjaar geen gelijkmatig patroon zien. Bij een aantal bestedingen kunnen de uitgaven pas achteraf (i.v.m. facturering) op het betreffende fiscaal jaar worden geboekt. Op basis van voortschrijdend inzicht in de inmiddels bekend zijnde en geprognosticeerde uitgaven wordt voor het fiscaal boekjaar 2025 een overbesteding Wkr verwacht. Vraag 2: Wat wordt er gedaan om binnen budget te blijven? Antwoord 2: De jaarlijkse bestedingsvrijheid Wkr wordt bepaald door de ruimte die de fiscus op jaarbasis biedt, de (uiteindelijke) fiscale loonsom van de organisatie en de afspraken die de gemeente als werkgever voor haar personeel en de politiek ambtsdragers heeft gemaakt, c.q. moet naleven.
Uitgangspunt bij de invulling van de jaarlijkse vrije bestedingsruimte Wkr is om met die parameters binnen die beschikbare ruimte te blijven. Dit blijft (en met de gegeven toelichting) een jaarlijks terugkerende uitdaging die landelijk bij de Wkr betrokken organisaties wordt gevoeld. De Wkr-evaluatie, uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Financiën bevestigt dat, en met bevindingen en aanbevelingen waarover een volgend Kabinet zich nog zal buigen. Programma 1 Bestuur - Ontwikkeling communicatietool - pagina 12 246
29-092025
ONS Belang
Vraag 1. Waarom voldeed de tool niet volgens de verwachting? Antwoord 1: Een nieuwe tool moet een toevoeging zijn op de bestaande kanalenmix. Tijdens het onderzoek naar de haalbaarheid kwamen we in contact met verschillende gemeentes waarbij de ervaringen te wisselend waren. Daarnaast bleek het technisch niet mogelijk om gewenste functionaliteiten te integreren in deze app.
Vraag 2. Hoe heeft men van te voren bepaald dat deze tool een aanwinst zou kunnen zijn voor de communicatie met de burgers? Antwoord 2: Het informeren via 1 app downloadbaar op diverse devices met de mogelijkheid van de integratie van onder meer de participatietool, meldingenapp en de mogelijkheden tot het geven van gerichte pushberichten (op onderwerp en/of kern) kon een goede toevoeging zijn, indien veilig te implementeren, aan de communicatiemiddelenmix. Vraag 3. Hoeveel van het oorspronkelijke budget is gespendeerd? Antwoord 3: Er zijn geen kosten gemaakt. Het was onderdeel van een stage-opdracht. Programma Bestuur - Ontwikkelen beheer eigen accommodaties - pagina 12 245
29-092025
ONS Belang
Er wordt in 2024 voor 2025 100K begroot hiervoor. Echter vindt de uitvoer pas plaats in Q4-2025. Vraag 1. Wat was de oorspronkelijke planning voor de uitvoer? Antwoord 1: De 100k wordt omgezet in een vaste fte die als kwartiermaker de structuur gaat opzetten onder team vastgoed. Deze functie wordt op dit moment ingevuld. Waarna de functies organisatorisch na deze inventarisatie anders worden ingebed in Q4 zodat alle functies op logische plekken in de organisatie landen. Oorspronkelijke planning was Q1 of Q2.
Programma 1 Bestuur - Voorziening Appa (wachtgeld) gewezen politiek ambtsdragers - pagina 13 247
29-092025
ONS Belang
Vraag 1: Kunt u meer uitleg geven omtrent deze voorziening? Welke bijzonderheden zouden er plaats moeten vinden dat nu besloten moet worden om de voorziening met de 225K te doteren? Is dit niet op voorhand te bepalen? Antwoord 1: Zodra een politiek ambtsdrager (burgemeester of wethouder) in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdrager (Appa) dient op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
(BBV) een voorziening binnen de financiële administratie getroffen te worden. Die voorziening heeft dan betrekking op de volledige verplichting verbonden aan de uitkering, afgestemd op de omvang van de uitkeringsrechten, uitkeringsduur en andere rechtspositionele verplichtingen. Nadat de voorziening is getroffen wordt deze bij de jaarrekening, en per 31 december, afgestemd op de dan geldende actualiteit. Zodra duidelijk wordt dat geen uitkeringsverplichtingen meer bestaan wordt de voorziening binnen de financiële administratie afgevoerd. De bij de vraagstelling genoemde voorziening is op het moment dat de uitkeringsverplichting tot stand kwam met de hiervoor gegeven toelichting in de financiële administratie opgevoerd, waarbij de financiële verplichting is bepaald op 225K. Bij de jaarrekening 2025 zal de voorziening aan de hand van de dan geldende actualiteit per 31-12-2025 worden bijgesteld. Programma 1 Bestuur - Vergoeding raadscommissieleden - pagina 13 257
06-102025
BVNL
In de tekst staat: "De vergoeding ..... raadscommissieleden en niet-raadsleden..." Vraag 1: Wie worden hier anders onder verstaan dan raadscommissieleden? Antwoord 1: Raadscommissieleden en niet-raadsleden zijn één en dezelfde benaming. Zin is niet juist geformuleerd. De voorgestelde budgetverhoging is al in 2025 gevonden door raadsbesluiten e.d. niet langer te publiceren in de Nivo. Vraag 2: Waarom wordt dat hier nergens genoemd en waarom wordt er dan toch een budgetverhoging aangevraagd? Antwoord 2: In de loop van dit jaar is gebleken dat er geen budget beschikbaar is op het budget van Voorlichting. Omdat er nog geen dekking is, is budgetverhoging voor raadscommissieleden nodig.
Programma Bestuur - Voorziening Appa (wachtgeld) gewezen politiek ambtsdragers - pagina 13 258
06-102025
BVNL
Vraag 1: Wordt met "wisseling in college" de nieuwe burgemeester bedoeld? Antwoord 1.
De wisseling in het college van burgemeester en wethouders is het eervol verleende ontslag geweest van burgemeester mw. Lieke Sievers per 27 maart 2025. Vraag 2: Begrijpen wij goed dat er tot deze voorgestelde dotatie helemaal geen wachtgeldvoorziening meer aanwezig is? Indien die er wel is: Hoe is die opgebouwd, wat zijn de uitgaven geweest en wat is de verwachting qua uitgaven? Antwoord 2. Op 1-1-2025 waren er geen uitkeringsverplichtingen t.a.v. gewezen politiek ambtsdragers waarvoor per die datum op basis van de BBV een voorziening beschikbaar zou moeten zijn binnen de financiële administratie. In verband met de toekenning van de Appa uitkering aan gewezen burgemeester mw. L.J. Sievers moest per 27-3-2025 de voorziening in kwestie worden gevormd en voor de volledige verplichting (qua omvang en duur) van de rechtspositionele aanspraken. De dotatie aan de geactiveerde voorziening bestaat voor 217k aan berekende verplichting Appa uitkering (in totaliteit) en 8k aan budget voor loopbaanbegeleiding/outplacement. Per ultimo oktober 2025 bedragen de verwachte uitgaven t.l.v. de voorziening 81k. Per 31-12-2025 zal op basis van daarover gemaakte afspraken de voorziening worden bijgesteld aan de hand van de dan geldende actualiteit. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Aanpassing dotatie voorziening beschoeiing - pagina 26 262
06-102025
BVNL
Vraag: Uitgaven voor groot onderhoud kunnen alleen als investering worden gezien als er sprake is van levensduurverlengend onderhoud. Daar is bij beschoeiing volgens ons nooit sprake van. Een deel van de voorziening laten vrijvallen betekent volgens de logica van de gegeven verklaring dat er later kapitaallasten op het saldo begroting in mindering gebracht moeten worden. Dit is absurd als je het nu al in een voorziening hebt opgenomen. Wij zien dit graag nader verklaard. Antwoord: Bij beschoeiingen gaat het eigenlijk bijna nooit om onderhoud dat de levensduur verlengt. Meestal moet je ze gewoon helemaal vervangen. Dat betekent dat de kosten beter passen bij het idee van investeren en daarna afschrijven, in plaats van geld reserveren in een onderhoudspotje. Hoe zit het nu?
•Vroeger is er structureel te veel geld in dat potje (“voorziening beschoeiingen”) gestopt. Niet omdat er écht meer onderhoud nodig was, maar omdat we toen een ander systeem voor labelen en toerekenen gebruikten. •Inmiddels is het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) vernieuwd. Daarin staat dat beschoeiingen vrijwel altijd vervangen moeten worden. Daarom moet het systeem veranderen: niet meer vooraf sparen, maar investeren en achteraf de kosten afschrijven. Dat een deel van de voorziening nu vrijvalt, is dus géén meevaller of bezuiniging op onderhoud. Het gaat puur om een technische correctie. Hetzelfde onderhoud blijft gedaan worden, alleen de manier van boeken verandert: •Voorziening: je spaart vooraf, kosten drukken meteen op de begroting. •Investering: je boekt het als investering en schrijft het in de loop van de tijd af. Uiteindelijk maakt het voor de begroting over de hele afschrijvingstermijn niks uit: de kosten blijven hetzelfde, alleen de verdeling verandert. Het voordeel is dat de begroting zo duidelijker wordt en beter aansluit bij hoe we in de praktijk met beschoeiingen omgaan. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Actualisatie verkeersmodel - pagina 27 263
06-102025
BVNL
Wat hier als verklaring staat, komt er in feite op neer dat men er nu achter is gekomen dat het verkeersmodel moet worden geactualiseerd. Vraag 1: Dat is dan toch allang bekend? Wat gebeurt er om dit beter inzichtelijk te maken en dus ook begrotingstechnisch te plannen? Antwoord 1: Het klopt dat de actualisatie van het verkeersmodel al langere tijd bekend was. Daarom is dit oorspronkelijk ook opgenomen in de voorjaarsnota 2025. Omdat die nota echter bewust als een ‘lichte’ nota is opgesteld, zonder nieuwe voorstellen, is dit onderdeel toen komen te vervallen. Omwille van transparantie is het voorstel nu opnieuw en volledig onderbouwd in de najaarsnota. Hiermee is zowel inhoudelijk als begrotingstechnisch geborgd dat de actualisatie in 2025 uitgevoerd kan worden en dat de lasten van € 65.000 in
de planning zijn meegenomen. Vraag 2: En als men er wel nu pas achter is gekomen waarom moet dat dan persé in 2025? Antwoord 2: De actualisatie moet in 2025 plaatsvinden omdat de uitkomsten in 2026 direct nodig zijn om te voldoen aan de verplichte rapportage van geluidsemissies onder de Omgevingswet. Het verkeersmodel vormt daarbij een wettelijke basis: zonder een actueel model kan de gemeente niet voldoen aan de rapportageverplichting. Een latere actualisatie is daarom niet mogelijk, omdat dit zou leiden tot nietnaleving van wettelijke verplichtingen. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Aframen budget Baggerplan - pagina 27 264
06-102025
BVNL
In de verklaring staat dat de financiële besteding in 2025 langzamer loopt dan geraamd en dat het nadrukkelijk niet om schrappen of uitstellen van werkzaamheden gaat. Vraag: Waarom wordt er dan toch afgeraamd? Het is dan toch logischer om dat budget door te schuiven naar volgende jaren? Antwoord: De aframing in 2025 is het gevolg van een herfasering van werkzaamheden en bijbehorende uitgaven binnen het programma. De uitvoering van het baggerplan loopt inhoudelijk gewoon door en er worden geen werkzaamheden geschrapt of uitgesteld. In dit jaar is er, mede door de afrondende fase van het nieuwe baggerplan, minder behoefte aan tests die uit dit budget worden betaald. Daarom wordt het budget in 2025 eenmalig neerwaarts bijgesteld. Voor de komende jaren is er voldoende budget beschikbaar om de benodigde werkzaamheden en tests uit te voeren. Doorschuiven is dus niet nodig, omdat de beschikbare middelen in de meerjarenplanning al toereikend zijn.
Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Bijstelling opbrengsten Abri’s op basis van Consumentenprijsindex (CPI) - pagina 27 265
06-102025
BVNL
Vraag 1: Is die indexering dan wel doorgevoerd richting betalende klanten?
Antwoord 1: Ja, de indexering is wel degelijk doorgevoerd richting de klanten. De opbrengsten uit de exploitatie van de Abri’s zijn gekoppeld aan de CPI en die verhoging is bij de facturatie toegepast. Wat niet tijdig was aangepast, was de raming in de begroting. Daardoor liepen de gerealiseerde inkomsten en de begrotingscijfers uiteen. Dit is nu rechtgezet door de raming structureel te verhogen met € 5.000, zodat de begroting weer aansluit op de feitelijke inkomsten. Vraag 2: Hoe kun je anders een plus noteren? Antwoord 2: De plus ontstaat omdat de indexering al was doorberekend aan de klanten, maar nog niet in de begroting was verwerkt. Daardoor lagen de werkelijke opbrengsten hoger dan de geraamde opbrengsten. Door de najaarsnota is dit verschil gecorrigeerd en wordt de raming vanaf 2025 structureel met € 5.000 verhoogd. De plus is dus niet “nieuw geld”, maar het in lijn brengen van de begroting met de realiteit van de al gerealiseerde inkomsten. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Correcties op CAI kosten - pagina 28 249
29-092025
ONS Belang
Vraag 1. Waarom is de overgang van inwoners naar glasvezel trager op gang gekomen? Antwoord 1: De overgang naar de glasvezel is in 2024 later op gang gekomen door opstartproblemen bij de verschillende providers. Eind 2024 was een groot gedeelte van de woningen al aangesloten op de glasvezel. Vraag 2. Zet Ziggo haar klanten langzamer om dan verwacht? Antwoord 2: Na opstartproblemen in 2024 loopt het omzetten nu goed.
Vraag 3. Zijn de huisaansluitingen nog steeds niet afgerond? Antwoord 3: Er zijn nog een aantal huisaansluitingen niet afgerond. Over het algemeen betreft dit lastig toegankelijke woningen door bijvoorbeeld in beton gegoten voortuinen zonder een mogelijkheid voor een kabel doorvoer. Komende week ontvangen alle inwoners een brief over de voortgang en welke acties inwoners zelf nog kunnen nemen. Vraag 4. Zijn er inwoners die weigeren over te stappen? Antwoord 4: Er zijn inwoners die niet reageren op communicatie. Of deze weigeren over te stappen is niet bekend. Naar het eind van dit jaar wordt hier extra inzet op gepleegd. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Correcties op CIA-posten - pagina 28 267
06-102025
BVNL
Vraag 1: Hoe lang kunnen er nog extra kosten voor het CAI netwerk gemaakt worden? Antwoord 1: GEV BV streeft er nog steeds naar om eind 2025 alle woningen aangesloten te hebben en dat alle glasvezel aansluitingen operationeel zijn via een provider. Het valt echter niet uit te sluiten dat in het eerste kwartaal van 2026 nog enkele CAI aansluitingen in gebruik zijn waarvoor een maatwerkoplossing nodig is. Extra kosten voor het CAI-netwerk kunnen dus nog gemaakt worden tot en met het eerste kwartaal van 2026. Na deze periode worden geen aanvullende lasten meer verwacht, omdat de overgang naar glasvezel dan voltooid zijn. Vraag 2: Wanneer wordt het CAI netwerk definitief ontmanteld? Antwoord 2: Het CAI-netwerk wordt definitief ontmanteld nadat alle aangesloten adressen technisch de mogelijkheid hebben om over te gaan naar glasvezel én providers een data-aansluiting kunnen realiseren.
Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Budgettaire wijziging: inzet extra middelen brugbediening - pagina 28 248
29-092025
ONS Belang -
Vraag 1. Wat was het oorspronkelijke budget voor brugbediening? Antwoord 1: Het oorspronkelijke budget voor brugbediening bedroeg € 103.000. Dit bedrag was structureel beschikbaar vóór de overname van de bruggen van het Hoogheemraadschap (HHNK) en werd jarenlang gebruikt voor de inhuur van personeel voor de bediening van bruggen in de verschillende kernen van de gemeente. In de voorjaarsnota 2024 is vervolgens een belangrijke wijziging doorgevoerd: een groot deel van dit inhuurbudget is omgezet naar vaste formatie. Concreet betekent dit dat er ruimte is gemaakt voor de aanstelling van twee vaste medewerkers (elk 15 uur per week), wat neerkomt op lasten van circa € 45.000 per jaar. Daarnaast blijft € 33.000 beschikbaar voor onvoorziene lasten, zoals vervanging bij ziekte of vakanties. Het resterende bedrag van € 25.000 is als structurele besparing ingebracht. Het jaar 2025 geldt daarmee als een overgangsjaar: de brugbediening wordt deels nog ingevuld met inhuur (via UBV), maar tegelijkertijd is gestart met de overgang naar een structurele invulling via vaste formatie. Vraag 2. Kunt u ons meenemen naar het moment hoe de inschatting is bepaald? Antwoord 2: De inschatting is bepaald op basis van een prognose van de realisatie tot nu toe in 2025, gecombineerd met een doorrekening naar het jaareinde en het verloop van de reeds opgenomen verplichtingen in het financiële systeem.
Daarbij is rekening gehouden met de recente uitbreiding van taken door de overname van de bruggen vanuit het HHNK en de extra inzet die nodig is om een veilige en betrouwbare bediening te garanderen. Voor het eerste jaar (2025) is met de Provincie afgesproken dat we draaien op basis van onze eigen inschatting en praktijkervaring. In het winterseizoen 2025/2026 zal dit samen met de Provincie worden geëvalueerd.
Vraag 3. Hoe is bepaald dat er vanuit het budget klein onderhoud ruimte is om 119K te onttrekken? Antwoord 3: De ruimte om € 119.000 te onttrekken/administratief overhevelen komt voort uit het feit dat in 2025 een groot deel van het klein
onderhoud gelijktijdig met groot onderhoud wordt uitgevoerd. Hierdoor is het beschikbare budget voor klein onderhoud dit jaar niet volledig nodig. De vrijgevallen ruimte wordt incidenteel ingezet om de extra inzet voor brugbediening te bekostigen/dekken. Het gaat nadrukkelijk om een eenmalige meevaller; structureel blijft het budget voor klein onderhoud noodzakelijk om de bruggen op de lange termijn in goede staat te behouden. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Budgettaire wijziging: inzet extra middelen voor brugbediening - pagina 28 266
06-102025
BVNL
De businesscase was niet correct en nu moet er budget bij. Vraag 1: Wordt dit verhaald op het HHNK? Zo nee, waarom niet? Antwoord 1: Nee. Bij de overdracht van de bruggen door HHNK is een businesscase opgesteld, op basis waarvan middelen beschikbaar zijn gesteld. Deze bijdrage is destijds meegenomen in de afspraken rond de overdracht en door beide partijen geaccepteerd. Daarmee is het financiële kader definitief vastgesteld. Eventuele extra kosten die later ontstaan door gemeentelijke keuzes of externe ontwikkelingen – zoals stijgende loonkosten of de noodzaak om capaciteit uit te breiden voor het waarborgen van de continuïteit – vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Deze lasten worden dus niet verhaald op HHNK. Bij de overdracht heeft de gemeente zelf een businesscase opgesteld om vast te stellen welk jaarlijks budget nodig is voor het beheer en onderhoud van het totale areaal. Mocht daarbij voor een onderdeel een verkeerde aanname zijn gemaakt, dan ligt het risico daarvan eveneens bij de gemeente en niet bij HHNK. Vraag 2: Wat is het risico dat we op andere onderdelen van de overgenomen wegen ook te maken krijgen met forse negatieve bijstellingen? Bestaat dan de mogelijkheid om dit te verhalen op het HHNK? Zo nee, waarom niet:
Antwoord 2: Het risico dat op andere onderdelen aanvullende middelen nodig zijn, is beperkt. Bij de overdracht heeft HHNK een bijdrage geleverd op basis van de destijds opgestelde businesscase. Daarmee zijn de afspraken over overdracht, beheer en financiën definitief vastgelegd. Eventuele toekomstige bijstellingen vloeien dus niet voort uit onvolledige afspraken met HHNK, maar uit de verantwoordelijkheid die de gemeente na de overdracht draagt. Aanvullende kosten kunnen dan ook niet op HHNK worden verhaald, omdat eigendom en beheer nu volledig bij de gemeente liggen. Voor de overdracht zijn duidelijke uitgangspunten vastgesteld waaraan het areaal van HHNK moest voldoen. Hieraan is vrijwel volledig voldaan. Voor enkele resterende punten zijn aanvullende afspraken gemaakt met HHNK, die door hen zijn opgepakt. Alle toekomstige zaken vallen echter onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, omdat wij nu beheerder zijn. Voor de wegen zijn de risico’s grotendeels afgedekt; hierover is meer te vinden in het risicodossier dat hoort bij het raadsvoorstel over de wegenoverdracht. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Toevoeging restantbudget wegen buiten de bebouwde kom aan reserve budgetoverheveling - pagina 29 268
06-102025
BVNL -
In de verklaring staat dat er €683.000 aan andere wegen is besteed en €138.000 is besteed aan de bezuinigingsstelpost openbare werken. Dat betekent dat maar liefst €821.000 van dit budget oneigenlijk gebruikt is. Dat gaan we straks gegarandeerd tekort komen op wegenonderhoud buiten de bebouwde kom. Vraag 1. Waarom wordt z'n grote overschrijding van uitvoering toegestaan? Antwoord 1: Er is geen sprake van een overschrijding van het totale budget, maar van een administratieve herverdeling binnen het product “wegen”. Het structurele budget van € 1,1 miljoen dat beschikbaar is gesteld na de overname van de wegen van het Hoogheemraadschap, is dus niet overschreden. De herverdeling van € 683.000 is toegepast om knelpunten binnen andere onderhoudsposten op te lossen, waar de daadwerkelijke uitvoering de oorspronkelijke begroting oversteeg. Het betreft daarmee een bewuste en rechtmatige inzet van de beschikbare middelen binnen hetzelfde product, vooruitlopend op het nieuwe wegenonderhoudsplan.
Vraag 2. Waarom is de bezuinigingsstelpost openbare werken niet gehaald en moet deze dus gedekt worden via een onttrekking aan dit budget? Antwoord 2: De bezuinigingsstelpost openbare werken van € 138.000 is in totaliteit afgeraamd, omdat structurele besparingen in de uitvoering niet realiseerbaar bleken zonder dat dit ten koste zou gaan van de kwaliteit en veiligheid. Om het begrotingsbeeld zuiver en realistisch te houden, is ervoor gekozen dit bedrag te dekken via het budget dat voor wegen beschikbaar is. Dit is verantwoord, omdat het bedrag binnen hetzelfde programma is opgevangen en de continuïteit van de onderhoudsopgaven hiermee is geborgd. Vraag 3. Welke maatregelen zijn genomen om de punten 1 en 2 vanaf nu uit te voeren zoals ze moeten? Antwoord 3: De belangrijkste maatregel is de opstelling van een nieuw wegenonderhoudsplan voor het buitengebied, waarin het volledige areaal dat van het Hoogheemraadschap is overgenomen wordt opgenomen. Dit plan wordt in het eerste kwartaal van 2026 vastgesteld en vormt de basis voor een herverdeling van de budgetten. Tot die tijd wordt het resterende budget van € 326.338 toegevoegd aan de reserve budgetoverheveling, zodat het geoormerkt beschikbaar blijft. Daarmee is gewaarborgd dat middelen in de toekomst uitsluitend doelgericht en volgens plan worden ingezet. Vraag 4.
Wat zijn de gevolgen van deze onttrekkingen aan dit budget voor de uitvoering van het nieuwe wegenonderhoudsplan? Antwoord 4: Er zijn geen negatieve gevolgen voor het nieuwe wegenonderhoudsplan. Het resterende bedrag van € 326.338 is namelijk niet ingezet voor andere doeleinden, maar wordt toegevoegd aan de reserve budgetoverheveling. Hierdoor blijft het budget beschikbaar en kan het worden ingezet zodra het nieuwe wegenonderhoudsplan in 2026 wordt uitgevoerd. De nu toegepaste herverdelingen hebben
uitsluitend betrekking gehad op de periode voorafgaand aan de vaststelling van het plan en zijn dus tijdelijk en verantwoord binnen hetzelfde product “wegen”. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Aanvullende subsidie Bibliotheek Waterland - pagina 34 269
06-102025
BVNL
Vraag: Wat gebeurt met de opbrengst van de verkoop? Kan daaruit de huur gedekt worden? Antwoord: De opbrengst van de verkoop wordt gebruikt om de lening aan Purmerend terug te betalen en een gezonde financiële buffer op te bouwen. De huur is een verantwoordelijkheid van de gemeente omdat het zogenaamde frontoffice kosten betreft.
Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Aanvullingen budgetten Jeugdzorg en WMO - pagina 34 270
06-102025
BVNL
Vraag: Voor beide budgetten geldt dat er flink meer bij moet dan de 50% die niet was doorgevoerd. Hoe is dit veroorzaakt? Antwoord Bij de vaststelling van de begroting 2025 waren de budgetten voor jeugdhulp en Wmo nog niet realistisch geraamd en ook nog niet geïndexeerd. Tevens was de verwachting dat n.a.v. de analyses van onderzoeksbureau CEBEON de budgetten konden worden bijgesteld. Omdat het van belang is om een zo goed mogelijke inschatting van de uitgaven in de begroting op te nemen is voor de bijstelling in de najaarsnota 2025 de stand van de jaarrekening 2024 als uitgangspunt genomen. Daarom wordt in de najaarsnota voorgesteld de begroting voor 2025 hiermee gelijk te trekken, wat deze ophoging van budget tot gevolg heeft. Hierin is ook gelijk een indexatie verwerkt.
Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Zorginfrastructuur - pagina 35 286
13-102025
LEV
Begripsafbakening en bevoegdheid Vraag 1: Wat wordt in dit kader precies verstaan onder zorginfrastructuur binnen het programma Sociaal Domein? Antwoord 1: Het gaat hier specifiek over cofinanciering van een brandmeldinstallatie in De Friese Vlaak indien het nodig blijkt om die aan te brengen.
Vraag 2: Wie bepaalt welke projecten of initiatieven hieronder vallen, het college, de ambtelijke organisatie of het overlegorgaan Openbare Werken/Sociaal Domein? Antwoord 2: Deze reservering is gemaakt op basis van een bestuurlijke afspraak tussen de woningcorporaties, de Zorgcirkel en het college in de Stuurgroep Friese Vlaak. Vraag 3: Op basis van welke beleids- of raadsbesluiten is dit begrip vastgesteld? Antwoord 3: Zie het antwoord op vraag 2. Doelgroep en besteding Vraag 4: Voor welke doelgroep(en) was de bijdrage van € 27.000 oorspronkelijk bedoeld? Antwoord 4: Zie het antwoord op vraag 1. Vraag 5: Betrof dit een specifieke voorziening (bijvoorbeeld ouderen, Wmo-cliënten of jeugdzorg) of een generieke innovatie binnen het sociaal domein? Antwoord 5: Ja. Zie het antwoord op vraag 1. Vraag 6: Wat zijn de gevolgen voor deze doelgroep nu de bijdrage niet doorgaat? Antwoord 6:
De reservering maakt deel uit van de reserve sociaal domein en valt daarmee niet vrij. Financiële onderbouwing Vraag 7: Waarom vervalt de onttrekking aan de reserve Sociaal Domein terwijl het budget wel in eerdere jaren was gereserveerd? Antwoord 7: Er is nog steeds geen uitsluitsel over de vraag of en op welk moment de brandmeldinstallatie verplicht wordt. Omdat de reservering meerdere keren aan de reserve is onttrokken en daar weer aan toegevoegd is het voorstel om deze in de reserve te houden en pas te onttrekken als er uitsluitsel is. Vraag 8: Betekent dit dat het geld in de reserve blijft staan, of wordt het herbestemd? Antwoord 8: Het bedrag blijft in de reserve staan en kan voor een ander doel worden bestemd. Vraag 9: Kan de raad inzicht krijgen in alle mutaties binnen de reserve Sociaal Domein sinds 2022 (dotaties, onttrekkingen, saldo per 31-122024)? Antwoord 9: In de jaarrekeningen 2022 tot en met 2024 zijn de mutaties in de reserve sociaal domein en de begin- en eindstanden verantwoord en toegelicht. Reserve mutaties worden a;ltijd in P&C producten voorgelegd aan de raad. De reserve Sociaal Domein heeft als doel om de drie decentralisatie in het sociaal domein goed te laten verlopen en de financiële risico's te beperken. De reserve wordt aangewend om de uitvoering en tegenvallers in de uitvoering van de gedecentraliseerde taken op te vangen.
Daarnaast wordt de reserve aangewend voor het verder vormgeven en uitrollen van nieuw beleid. 2022: De toevoeging in het boekjaar is gebaseerd op de vanuit het Rijk beschikbaar gestelde gelden voor opvang asielzoekers (40.000 euro)
en huiselijk geweld (30.816 euro). De onttrekking is ter dekking van de kosten van de tijdelijke inhuur van een projectleider sociaal domein (78.000 euro). 2023: De toevoeging in het boekjaar betreft de budgetoverheveling pilot complexe scheidingen (100.000 euro) en de vanuit het Rijk beschikbaar gestelde gelden voor dak- en thuisloosheid (44.679 euro). De onttrekking is ter dekking van de kosten van de tijdelijke inhuur van een adviseur organisatie ontwikkeling en implementatiebudget (60.000 euro) en bijdrage voor de cultuurnota (31.500 euro). 2024: In 2024 is de reserve aangewend voor het verder vormgeven en uitrollen van nieuw beleid bij de Singelwijk (44.000 euro) en de implementaties van cliëntvolgsysteem Sociaal Domein (30.400 euro). Ultimo 2024 bedroeg de stand 1.787 000 euro. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Eerste begrotingswijziging 2025 GGD ZaWa - pagina 36 271
06-102025
BVNL
Vraag: Hoe vordert de gevraagde 5% bezuiniging begrotingstechnisch voor Edam-Volendam? Antwoord: In de begroting 2026 wordt 2.3% bezuinigd. In begrotingen voor de komende jaren dient nog eens 2,7% bezuinigd te worden. De GGD ziet hiervoor kansen in de samenwerking met de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (één controller voor beide organisaties samen in plaats van twee, bijvoorbeeld).
Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Indexatie Club- en Buurthuiswerk - pagina 36 272
06-102025
BVNL
Niet voor het eerst dat BVNL aankaart dat er geen of te weinig rekening wordt gehouden met indexaties. Vraag: Wat wordt er aan beheersmaatregelen ingezet om dit voor eens en voor altijd goed te regelen? Antwoord: Voor de begroting 2026 en de meerjarenramingen 2027-2029 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Ramingen 2026 Uitgangspunt voor het begrotingsjaar 2026 is dat alle ramingen zo reëel mogelijk geraamd worden. Hier is dus sprake van maatwerk. Ook bij ramingen met een autonoom (veelal niet beïnvloedbaar) karakter is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in 2026 een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2025 was dit percentage voor het jaar 2026 ook vastgesteld op 2%. Dit percentage is gebaseerd op de meest recente middellange termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van februari 2025. Hier wordt een inflatie verwacht (consumentenprijsindex, CPI) voor Nederland in de periode 2026 tot en met 2029 van 2,3%. Ramingen 2027 en verder Bij het samenstellen van de begroting 2026 is geïnventariseerd in hoeverre meerjarige ramingen moeten worden bijgesteld. Ook hierbij is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in de jaren 2027 en verder een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2025 was dit percentage voor de jaren 2026 en verder ook vastgesteld op 2%. Dit percentage is gebaseerd op de meest recente middellange termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van februari 2025.Hier wordt een inflatie verwacht (consumentenprijsindex, CPI) voor Nederland in de periode 2026 tot en met 2029 van 2,3%.
Daarnaast moet per los afgesloten contract gekeken worden naar de afgesproken wijze van indexeren, dus dat er alsnog gedurende het lopende jaar in de voorjaars- of zomernota een indexatie-wijziging kan worden voorgesteld. Omdat het definitieve indexcijfer vaak pas in het najaar bekend is, kan dit nog niet in de begroting meegenomen worden en is de eerste mogelijkheid om hierin een wijziging door te voeren de voorjaars- of zomernota. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Inrichting binnensport accommodaties - pagina 36 273
06-102025
BVNL
Vraag1: Waarom is er na deze overheveling naar de exploitatie geen reserve meer nodig? Antwoord 1: De reserve kent zijn oorsprong als “onderhoudsreserve”. Sportinrichting kent geen groot onderhoud maar slechts klein onderhoud,
dus er was geen grondslag voor het treffen van een onderhoudsvoorziening. De reserve is omgezet naar een risicoreserve, om de tekorten op te vangen die zouden optreden. De afspraak was toen dat deze gelden uiterlijk in 2025 zouden worden ingezet. Daarna wordt weer gewoon vanuit de reguliere budgetten gewerkt. Vraag 2: Waarom worden elementen als apparatuur en akoestiek niet geactiveerd? Antwoord 2: De activeringsgrens is vastgesteld op 20.000 euro. De meeste sportinrichting kent een waarde veel lager dan dit. Er is voor gekozen om de sportinrichting gelijk te behandelen als andere activa. Bijvoorbeeld scheidingswanden worden wel geactiveerd vanwege hun omvang. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Transparantie en beleidskeuze - pagina 37 288
13-102025
LEV-
Ter verduidelijking, de passage waar onze vragen naar verwijzen, staat in de Najaarsnota 2025 Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving, onder de kopjes, “Bijdrage zorginfrastructuur”, en deels de toelichting erboven bij “Actualisatie Wmosubsidiebudgetten” Vraag 1: Waarom is over de vervallen bijdrage geen afzonderlijke toelichting opgenomen in de raadsinformatiebrief of de begroting? Antwoord 1: In de voorbereiding op de Najaarsnota is uitgezocht welke budgetten dit jaar niet worden ingezet. Daar kwamen deze 2 punten bij naar voren. Er is er voor gekozen om deze 2 actualisaties op het jaar 2025 te verwerken in de Najaarsnota 2025. Beide hebben (vooralsnog) geen doorwerking naar de begroting 2026 en naar onze inschatting hebben deze actualisatie geen grote impact die om een raadsinformatiebrief vragen. De bijdrage uit de reserve Sociaal Domein in innovatieve zorginfrastructuur van € 27.000 vind niet plaats. Het gaat hier specifiek over cofinanciering van een brandmeldinstallatie in De Friese Vlaak, indien het nodig blijkt om die aan te brengen. Er is nog steeds geen uitsluitsel over de vraag of en op welk moment de brandmeldinstallatie verplicht wordt. Omdat de reservering meerdere keren aan de reserve is onttrokken en daar weer aan toegevoegd is het voorstel om deze in de reserve te houden en pas te onttrekken als er
uitsluitsel is. Er worden dit jaar geen subsidies meer verstrekt vanuit een tweetal Wmo budgetten (ouderenbeleid en Wmo en wonen). Deze budgetten worden af geraamd. Deze bijstelling leidt in 2025 tot een eenmalige verhoging van het saldo begroting van € 12.000. Vraag 2: Acht het college het wenselijk dat de raad inzicht heeft in welke zorg- of welzijnsprojecten niet doorgaan wegens financiële bijstelling? Antwoord 2: Het is andersom. De financiële bijstelling vindt plaats omdat de bijdrage / subsidie dit jaar niet plaatsvindt. Programma 4 Sociaal Domein/Samenleving - Talentonwikkeling - pagina 38 250
29-092025
ONS Belang
Vraag 1. Hoe verhoudt deze halvering van het budget zich tot de aangenomen motie van 7 november 2024, waarin de raad uitsprak dat de bezuiniging op talentontwikkeling moet worden voorkomen? Antwoord 1: Het aanbod van Talentontwikkeling bestaat enerzijds uit een binnenschools aanbod én het aanbod in de schoolvakanties. Deze opdracht is middels een aanbesteding gecontracteerd en dus zal het aanbod op de scholen en in vakantieperioden onveranderd blijven. Anderzijds is er een aanbod van georganiseerde vrijetijdsbesteding (buitenschools). Dit bestaat uit reeksen van talentontwikkelingsactiviteiten en activiteiten op de vrijdag- en zaterdagavond (Weekend Fun Nights – LEF). In 2024 voerde de gemeente zelf regie op de het buitenschoolse aanbod en de LEF activiteiten. Mede vanwege de op handen zijnde bezuinigingen (vanaf 2026) zijn we gaan onderzoeken in hoeverre wij dit aanbod ook in tijden van bezuinigingen zo goed mogelijk kunnen behouden. Daarom zijn we een pilot gestart waarin het volledig buitenschools aanbod van activiteiten (Talentontwikkeling en LEF) in
samenwerking met de alliantie Your Talent wordt gecoördineerd en georganiseerd. Hiermee hebben wij een efficiëntieslag gerealiseerd. Dit hebben wij gedaan door striktere voorwaarden te stellen aan de organisatoren van activiteiten en wordt bij duurdere activiteiten een kleine eigen bijdrage gevraagd. Daarmee hebben wij doelbewust €65.000 vrijgespeeld in 2025 om over te hevelen naar 2026, en daarmee het grote gat in de begroting in 2026 enigszins te dichten. Daarmee komen wij binnen de huidige mogelijkheden de motie zoveel mogelijk tegemoet. Daarnaast zijn we nog bezig om te kijken naar andere oplossingen om het aanbod in 2026 en verder, zoveel mogelijk te behouden. Vraag 2. Welke activiteiten kunnen in 2025 doorgaan met € 65.000 en welke vallen weg? Antwoord 2: In 2025 vallen er geen activiteiten weg (zie antwoord vraag 1). Wij behouden het aanbod zoals het nu is. Vraag 3. Welke alternatieven voor structurele dekking heeft het college onderzocht om de volledige € 130.000 te behouden? Antwoord 3: Op dit moment zit er onvoldoende geld in de begroting om de totale bezuiniging waar we in 2026 mee te maken hebben terug te draaien. In 2026 wordt er vooralsnog namelijk een bedrag van €253.000,- bezuinigd. Door in 2025 €65.000 vrij te maken en dit over te hevelen naar 2026 wordt het gat enigszins gedicht, maar voor het resterende bedrag moet nog een oplossing gevonden worden.
Dit is in z’n totaliteit namelijk niet door een efficiëntieslag op te lossen. Mede ook in het licht van de motie wordt er voor 2026 en verder gewerkt aan een visie op de totale sociale basis (waar we het aanbod van talentontwikkeling en alternatieve vrijetijdsbesteding als onderdeel van zien). In deze visie kijken we integraal naar al het groepsgerichte aanbod dat vanuit de gemeente (en door samenwerkingspartners) georganiseerd wordt (denk hierbij ook aan voorlichting, cursussen en trainingen) en hopen we een efficiëntieslag op het totaalaanbod te realiseren. Vanzelfsprekend zou er meer gedaan kunnen worden op het moment dat het totale budget beschikbaar blijft, maar binnen de mogelijkheden die het nog beschikbare budget heeft wordt hiermee getracht zoveel mogelijk de kwaliteit van het aanbod te behouden. Vraag 4. Kan het college toelichten waarom het verschil van € 65.000 niet structureel gedekt wordt, maar wordt doorgeschoven naar 2026?
Antwoord 4: Zie het antwoord op vraag 1. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - WMO Woningaanpassing (Kadernota 2025) - pagina 39 274
06-102025
BVNL
Vraag: Wat zijn de mogelijkheden om een maximaal budget voor woningaanpassingen vast te stellen. Enerzijds een maximumbudget per woning en anderzijds een maximumbudget in zijn geheel voor alle aanvragen? Antwoord: Bij maatwerkvoorzieningen blijft het lastig vooraf in te schatten welk bedrag exact benodigd is. Het is technisch mogelijk om een budgetplafond in te stellen per aanbieder, maar dat is in de praktijk meer een administratieve maatregel. Op het moment dat er namelijk een woningaanpassing nodig is zal je dit als gemeente moeten bekostigen, budgetplafond of niet. Daarom hebben wij er als gemeente voor gekozen dit niet te hanteren, omdat het niet houdbaar is. Dat hangt ook samen met het feit dat de Wmo een open einde-regeling is.
Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Relatie met OW / mandaatstructuur 287
13-102025
LEV
Relatie met OW / mandaatstructuur In de Najaarsnota staat vermeld dat het Sociaal Domein “bepaald bij OW wat er gebeurt”. Vraag 1: Wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord 1: Uw stelling is niet. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van de mensen met een afstand op de arbeidsmarkt naar passend werk. De Wet sociale werkvoorziening (WSW) is per 1 januari 2015 afgeschaft en vervangen door de Participatiewet. Hierdoor kunnen geen nieuwe WSW-indicaties meer kunnen worden aangevraagd. Er is nu sprake van instroom vanuit de Participatie wet van Nieuw beschut en vanuit het doelgroep register. Al vele jaren biedt de afdeling Openbare Werken een groot aantal Wsw medewerkers geschikte werkplekken binnen het groen en grijs. Zij hebben werk voor deze groep en hebben de kennis om deze mensen te begeleiden. Er is nu ruimte ontstaan voor nieuwe instroom door vertrek en pensionering van Wsw-medewerkers. De afdeling Openbare Werken ziet de groep graag weer aangevuld.
Omdat de instroom niet meer uit vanuit de Wsw plaats kan vinden, worden deze formatieplekken nu omgezet naar formatieplekken voor mensen uit Nieuw Beschut (Participatiewet). Vraag 2: Betekent dit dat Openbare Werken mede bepaalt over uitgaven binnen het sociaal domein? Antwoord 2: Nee, de afdeling Openbare Werken biedt de Wsw medewerkers, de doelgroepers en de Nieuw- Beschutters een veilige werkplek met de juiste begeleiding. Vanuit de Participatiewet worden de loonkosten deels gesubsidieerd (vanwege de lagere loonwaarde). Het maakt hierbij niet uit of de mensen bij ons in de organisatie of bij werkgevers elders aan het werk zijn. Vraag 3: Is dat bestuurlijk en financieel zuiver binnen de BBV-systematiek Antwoord 3: Wij ontvangen in het Gemeentefonds een rijksvergoeding voor de uitvoering van de Participatiewet (Wsw, Nieuw-Beschut en Participatie). Deze gelden kunnen ingezet worden voor de inzet van jobcoaches op deze doelgroepen en voor loonkostensubsidies personele kosten van medewerkers op formatieplekken in de eigen organisatie of bij werkgevers buiten de organisatie die deze medewerkers een passende werkplek met begeleiding bieden. Bijlage 1 status speerpunten - Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Speerpunt Schoon en verzorgd - Verduurzaming en efficiënter gebruik materiaal bij Openbare Werken - pagina 55 275
06-102025
BVNL
"Aanschafkosten zijn hoger dan fossiele brandstof. Maar de onderhoudskosten zijn nihil en geen brandstofkosten bij elektrisch voertuigen." Dit is echt onzin. Dat er geen brandstofkosten zouden zijn komt op meer plekken voor. Natuurlijk zijn er wel onderhoudskosten en brandstofkosten. Vraag: Kunnen deze teksten aangepast worden? Antwoord: Er zijn inderdaad onderhoudskosten voor elektrische auto’s, maar deze zijn lager dan bij auto’s die op fossiele brandstof rijden. Het
volgende zal gewijzigd worden: Aanschafkosten elektrische auto’s zijn hoger dan auto’s met fossiele brandstof, maar de kosten voor onderhoud en gebruik zijn weer lager. Elektriciteit is goedkoper dan fossiele brandstof en het onderhoud van een elektromotor is lager dan van een traditionele motor. We kunnen de tekst op dit moment helaas niet meer aanpassen. In de najaarsnota is daarom al opgenomen dat dit wordt rechtgezet en verduidelijkt. De definitieve correctie zal zichtbaar zijn in de jaarrekening 2025. Bijlage 2 Toelichting MIP - Actualisatie krediet Vervangen valbeveiliging ondergrondse afvalcontainers - pagina 83 276
06-102025
BVNL
Het is bepaald niet de eerste keer dat de organisatie wordt verrast door nagekomen facturen. Vraag: Hoe kan dit en vooral: Welke beheersmaatregelen worden genomen om dit voor eens en voor altijd uit te bannen? Antwoord: Na de invoering van het nieuwe systeem voor de financiële administratie, eind 2023, is ook gestart met het invoeren van verplichtingen voor uitgaven. Het aangaan van verplichtingen is decentraal belegd in de organisatie. Dit is een bewuste keuze om vertraging in de uitvoering te voorkomen en het inkoopteam klein te kunnen houden. Bij de onboarding van nieuwe medewerkers wordt hier in een training aandacht aan gegeven. Ook worden via de informele kanalen medewerkers er continu op gewezen om hun inkooporders vast te leggen en ontvangen leveranciers een autoreply op al hun facturatie, waarin staat dat zij een inkoopordernummer moeten regelen bij de bestellers. Voor kredieten, projecten en andere langlopende opdrachten kan het mogelijk zijn dat opdrachten al langer geleden zijn gegeven en er op dat moment geen inkoopverplichtingen zijn aangegaan. Voor nieuwe grotere, en langdurige, opdrachten worden in principe wel verplichtingen aangemaakt.
Bijlage 2 Toelichting MIP - Opvoering investering Aanschaf 7 camera's obs De Piramide - pagina 84 277
06-102025
BVNL
Vraag: Van wie moeten deze camera's worden overgenomen? Graag een specificatie van de totstandkoming van de €32.000
overnamekosten. Antwoord: De camera's worden overgenomen van de Stichting Opspoor. Het betreft camera’s op masten van 5 meter hoog, rondom het hele gebouw en schoolplein. Er is onderhandeld met Stichting Opspoor over de prijs. De betreffende camera’s zijn 3 jaar oud en het schoolbestuur schrijft deze in 15 jaar af. Het schoolbestuur stelde 12/15 (80%) van het aanschafbedrag voor. Na overleg met de afdeling financiën van de gemeente is een tegenbod gedaan van 7/10 (70%), omdat wij in 10 jaar afschrijven. Als ‘bewijs’ zijn de facturen van Smit elektra overlegd en geverifieerd. Diverse Programma's - Bijstelling afschrijvingslasten activa naar aanleiding van jaarrekening 2024 - pagina 20 260
06-102025
BVNL
Vraag 1: Waar gaat dit over? Antwoord 1: Dit gaat over kredieten waarvan de afschrijvingstermijn wijzigt of waarvan er facturen na afronding van het krediet binnen komen. Vraag 2: En hoezo worden afschrijvingstermijnen veranderd. Antwoord 2: Het kan zijn dat de accountant aangeeft om de afschrijvingstermijn te wijzigen of dat er per abuis een afschrijvingstermijn is gebruikt die niet conform onze eigen financiële voorschriften is. Vraag 3: Hoeveel later dan verwacht zijn de nagekomen facturen binnengekomen? Antwoord 3: Dit kan per activa verschillen. Vraag 4: Wat is er aan gedaan om dat te voorkomen? Antwoord 4:
Dit is niet in alle gevallen te voorkomen. Onttrekking algemene reserves 251
29-092025
ONS Belang LEV
Door meevallers, zoals het voordelig uitvallen van de verzekeringen is de begroting vooralsnog sluitend. Ook wordt er veel onttrokken uit de algemene reserves. Vraag: Is het mogelijk om een samenvattend overzicht te ontvangen wat precies onttrokken wordt uit de algemene reserves per programma en het totaal? Antwoord: Zie bijlage
Najaarsnota 290
13-102025
VVD
Vraag: Hoe wordt geborgd dat structurele lasten (zoals cyberveiligheid, wachtgeld, EV-belasting) niet telkens uit (algemene) reserves worden gedekt? Antwoord: Reserves zijn gevormd om lasten uit te dekken. Het vormen van reserves en de onttrekkingen daaraan is een bevoegdheid van de raad. De Algemene Reserve kan gebruikt worden om incidentele lasten uit de dekken. Ook een onttrekking aan de Algemene Reserve is een bevoegdheid van de raad. Voorstellen om lasten te dekken uit reserves worden altijd voorgelegd aan de raad. In de begroting en de tussentijdse rapportages is een tabel opgenomen waarin de gevolgen van alle voorgestelde mutaties aan de Algemene Reserve weergegeven worden.