CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Vraag en antwoord commissie P&C - Begroting 2026

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Vraag en antwoord Begroting3.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie P&C – 16 oktober 2025 Begroting 2026 ID

Datum vraag

Fractie(s)

Vraag en antwoord

Programma 1 Bestuur - WKR 279

13-102025

CDA

De WKR regeling behoeft een extra dotatie vanwege te verwachte overschrijdingen: Vraag 1: Wat wordt er aan gedaan om in de toekomst binnen de kaders te blijven? Antwoord 1: Uitgangspunt bij de uitvoering van de werkkostenregeling (Wkr) bij de gemeente is om binnen de jaarlijks vrije bestedingsruimte Wkr te blijven. De hoogte van die vrije bestedingsruimte is afhankelijk van de fiscale loonsom van de gemeente en de jaarlijks door de Nederlandse regering en Belastingdienst opnieuw te bepalen opbouw van de vrije bestedingsruimte. De invulling van de vrije bestedingsruimte bij de gemeente wordt bepaald door verplicht aangewezen uitgaven (zoals de vaste kostenvergoeding politiek ambtsdragers (raad, burgemeester en wethouders) en de uitgaven die gekoppeld zijn aan lokaal gemaakte afspraken, en zoals die zijn vastgelegd in het Aanwijzingsbesluit Wkr voor de gemeente (zie bijlage). Onzekere factoren bij de uitwerking van het uitgangspunt om binnen de vrije bestedingsruimte te blijven zijn o.a. de omvang van de fiscale loonsom en hoe de bestedingen binnen het aanwijzingsbesluit in een fiscaal boekjaar uitpakken. Zo resulteert een groot deel vacante formatie in een lagere fiscale loonsom in een jaar. Een stijging van uitgaven van verplicht aangewezen bestedingen leidt tot een groter beslag op de vrije bestedingsruimte.

En daarnaast kunnen uitgaven gekoppeld aan afspraken met een variabel karakter door omstandigheden in een fiscaal jaar fluctueren. Met de komst van inmiddels beschikbaar gekomen instrumentarium en nog verder uit te werken processen wordt ingezet om in de toekomst binnen de afgesproken kaders rond de Wkr uit te komen en te blijven. Vraag 2: Wat is de invloed van de raad, waarover in de tekst gesproken word, op de WKR regeling? Antwoord 2: De gemeente is een onderneming in de zin van de werkkostenregeling (Wkr). Als lokale overheid kent de gemeente politiek

ambtsdragers (raad, burgemeester en wethouders). Binnen de rechtspositie van de politiek ambtsdragers zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de respectievelijke uitgaven voor vaste kostenvergoedingen verbonden aan het ambt. Die kostenvergoedingen (en dus ook die van de raadsleden) zijn verplicht aangewezen als besteding van de vrije ruimte Wkr en nemen jaarlijks een deel van de bestedingsruimte in beslag. In die verplichte aanwijzing verschilt de (lokale) overheid met ondernemingen die niet binnen de overheidssector actief zijn. Programma 1 - Bestuur - WKR - pagina 16 301

14-102025

ONS Belang

Vraag 1: Hoe is bepaald dat de naheffingsaanslag in 2026 en verder voldoende is nadat in de najaarsnota een negatieve bijstelling van ruim 200k wordt vermeld? Antwoord 1: Het betreft een bijstelling die over 4 boekjaren gaat. Bi de invulling van de vrije bestedingsruimte gaat het deels om vaste bedragen, zoals de vaste onkostenvergoedingen voor politieke ambtsdragers die jaarlijks op 1 januari worden vastgesteld. Andere uitgaven, die voortkomen uit het aanwijzingsbesluit WKR, zijn variabel en kunnen per jaar verschillen. Deze uitgaven volgen dus geen vast patroon. Sommige kosten worden bovendien pas later in het jaar geboekt, bijvoorbeeld vanwege facturering achteraf. Op basis van de huidige inzichten en de verwachte uitgaven lijkt er voor het fiscale jaar 2025 sprake te zijn van een overschrijding van de vrije bestedingsruimte WKR. Wij verwachten dat de jaarlijkse besteding in 2026 en verder binnen de daarvoor beschikbare middelen kunnen worden gedekt. Vraag 2: Welke acties onderneemt het college om dit onder controle te krijgen? Antwoord 2: Momenteel is een werkgroep bezig om in kaart te brengen hoe de vrije ruimte Wkr in de afgelopen jaren is ingezet en besteed. De verwachting is om hierna, en ook met gebruikmaking van inmiddels daarvoor beschikbaar gekomen instrumentarium, de benodigde maatregelen te kunnen voorbereiden.

Ingeschat wordt dat het resultaat van de werkgroep in 2026 zal leiden tot een uitwerkingsvoorstel aan het college.

Programma 1 Bestuur - Formatie

300

14-102025

ONS Belang

Vraag: Is het mogelijk om een overzicht te verstrekken voor de formatie tussen 2021 tot en met de verwachte formatie in 2029? Graag daar tegenover wat de werkelijke bezetting was en de aankomende jaren tot en met 2029 wordt verwacht? Antwoord: De formatie binnen de primitieve raming personele uitgaven en de werkelijke bezetting over de begrotingsjaren 2021-2024 heeft de volgende uitwerking gekregen, t.w.: 2021: begrote formatie: 307,6 fte bezetting per 31-12-2021: 295,4 fte 2022: begrote formatie: 308,0 fte bezetting per 31-12-2022: 284,1 fte 2023: begrote formatie: 317,7 fte bezetting per 31-12-2023: 296,3 fte 2024: begrote formatie: 355,0 fte bezetting per 31-12-2024: 322,7 fte Voor het begrotingsjaar 2025 is uitgegaan van een formatie van 372,7 fte. Per ultimo september 2025 was de bezetting binnen de gemeentelijke organisatie 342,9 fte. Voor het begrotingsjaar 2026 en meerjarenraming 2027-2029 staat (evenals het begrotingsjaar 2025) primitief een formatie geraamd van 372,7 fte. Afhankelijk van aanvullende besluitvorming binnen de p&c cyclus rond bedrijfsvoering en dienstverlening waar een personele inzet mee is gemoeid, kan de hiervoor vermelde informatie m.b.t. het begrotingsjaar 2026 en meerjarenperspectief worden beïnvloed door de uitkomst ervan.

Programma 1 Bestuur - Bedrijfsvoering 295

13-102025

VVD

Vraag 1: Wat waren/zijn de totale personeelslasten (excl. externe inhuur voor projecten die een aparte exploitatie hebben/hadden zoals de Broeckgouw) in 2021, 2022, 2023, 2024, 2025, 2026, 2027, 2028, 2029? Antwoord 1: De gerealiseerde totale personeelslasten x € 1.000,- (exclusief raad, college, postactieven en externe inhuur) over de begrotingsjaren 2021-2024 bedroegen:

2021: € 21.370,2022: € 21.936,2023: € 23.296,2024: € 26.231,Voor het begrotingsjaar 2025 is in die zin een primitief bedrag geraamd van € 33.511.493,-. In aansluiting op de vraagstelling wordt voor het begrotingsjaar 2026 en meerjarenperspectief uitgegaan van de volgende primitieve ramingen x € 1.000,-: 2026: € 34.956,2027: € 36.125,2028: € 37.382,2029: € 38.655,Vraag 2: Wat was/is het % inhuur in die jaren? Antwoord 2: Het bevraagde percentage inhuur, en afgezet tegen de primitieve raming personele uitgaven over de jaren 2021-2024 bedroeg: 2021: 5,3% 2022: 16,1% 2023: 24,9% 2024: 21,4% Wat het bevraagde percentage inhuur over het jaar 2025 zal bedragen is (en i.v.m. het lopende boekjaar) nog niet te bepalen. Uitgangspunt is dat de realisatie van de betreffende inhuur binnen de reikwijdte van de raming vacatureruimte 2025 blijft. Dit uitgangspunt is ook van toepassing op de realisatie inhuur voor de begrotingsjaren 2026-2029.

Vraag 3: Hoeveel fte’s waren/zijn er in deze jaren in dienst bij de gemeente Antwoord 3: Over de jaren 2021-2024 was per 31-12 sprake van de volgende bezetting (fte medewerkers in dienst): 2021: 295,4 fte 2022: 284,1 fte 2023: 296,3 fte 2024: 322,7 fte Per ultimo september 2025 was de bezetting binnen de gemeentelijke organisatie 342,9 fte. Wat de bezetting per 31-12 zal zijn voor de begrotingsjaren 2026-2029 is nog niet in te schatten. De uitkomst van die bezetting is m.n. afhankelijk van het resultaat van de inspanningen om de vacatureruimte binnen de gemeentelijke organisatie in te kunnen vullen. Hierbij wordt dan nog opgemerkt, dat voor de betreffende begrotingsjaren vooralsnog wordt uitgegaan van een formatieve raming van 372,7 fte. Programma 1 Bestuur - Openstaande vacatures 280

13-102025

CDA

Vraag: Het aantal vacatures is groot binnen de gemeente, is er zicht op de werkzaamheden die door het niet invullen van deze vacatures niet worden gedaan en kan dit gedeeld worden? Antwoord: Het aantal vacatures is een totaal over de gemeente en verschilt maandelijks per afdeling. Bij vacatures wordt de afweging gemaakt of de functie snel ingevuld kan worden of dat er ingehuurd moet worden om de werkzaamheden door te laten gaan.

Programma 3 Ruimtelijke Ontwikkeling - Omgevingsvergunningen 281

13-102025

CDA

De kosten nemen structureel toe echter zijn de baten niet evenredig gegroeid, deze zijn gelijk tot en met 2029 waardoor deze dienst ook verlieslatend word. Vraag: Waarom zijn de baten niet evenredig met de kostenstijgingen gestegen?

Antwoord: In 2025 zijn de leges voor kleine bouwwerken verhoogd om zodoende deze meer kostendekkend te maken. Of dit het beoogde effect zal hebben, zal blijken in de jaarrekening van 2025. De leges om omgevingsvergunningen worden daarnaast ieder jaar geïndexeerd. Programma 3 Ruimtelijke Ontwikkeling - Verbonden Partijen - ROM Inwest - pagina 38 306

15-102025

VVD

Aangegeven wordt dat dit goed is voor de versterking van het lokale bedrijfsleven: Vraag: Hoeveel lokale bedrijven zijn inmiddels door ROM InWest geholpen? Antwoord: In totaal heeft ROM InWest contact gehad met ruim 1000 bedrijven. Voor de gemeente Edam-Volendam zijn dat 4 bedrijven. Het contact heeft enerzijds toegezien op business development alsook op het investeren. Er zijn geen financieringen verstrekt aan deze bedrijven. Het betreft de volgende bedrijven: - Monobase Wind - Cog Enterprise B.V. - Echo Acoustic BV - Circular Plastics Holding B.V.

Programma 4 Ruimtelijke Beheer - Afvalstoffenheffingen 298

13-102025

VVD -

Vraag: Met hoeveel % per jaar is de afvalstoffenheffing gestegen tussen 2021 en 2026 en zal deze stijgen t/m 2029? Antwoord: 2021: 7,3% 2022: 4,0% 2023: 2,5% 2024: 15,0% 2025: 5%

2026: 2027: 2028: 2029:

5% 5% 5% 5%

Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Openbare inrichting / wegen 289

13-102025

VVD

Vraag: Waarom zijn de lasten voor o.a. wegen in 2026 niet in lijn met de overige jaren? Antwoord: De lasten voor wegen in 2026 wijken af van de trendmatige ontwikkeling in andere jaren. Dit verschil wordt veroorzaakt door de overdracht van wegen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) aan de gemeente. Deze overdracht brengt zowel structurele als incidentele financiële verschuivingen met zich mee. Het financiële voordeel hiervan is reeds verwerkt in de begroting 2025 en nader toegelicht in het raadsvoorstel Wegenoverdracht HHNK, dat op 20 juni 2024 door de raad is behandeld. Kortom, de afwijking in de lasten voor 2026 is het directe gevolg van de financiële en administratieve effecten die samenhangen met de wegenoverdracht van HHNK aan de gemeente.

Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Parkeren 282

13-102025

CDA

Vraag: Waarom nemen de baten niet evenredig toe aan de kosten? Antwoord: De verschillen hangen samen met de parkeeropbrengsten. Vanaf 2026 is er, ten opzichte van 2025, een tariefsverhoging doorgevoerd. Deze verhoging is echter niet geïndexeerd in de meerjarenraming, terwijl de bijbehorende lasten wél worden geïndexeerd. Wanneer gedurende het jaar blijkt dat de daadwerkelijke parkeeropbrengsten hoger uitvallen dan eerder geraamd, passen wij dit

bij in de tussentijdse rapportages. Op dit moment is het echter, mede door de recente tariefsverhoging, nog lastig om de structurele opbrengst goed in te schatten. Daarom hebben wij er bewust voor gekozen om de opbrengsten vooralsnog voorzichtigheidshalve niet te indexeren. Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Parkeren - pagina 45 303

14-102025

ONS Belang

Vraag: Waarom stijgen de parkeerkosten met 150k tussen 2024 en 2029? Antwoord: Het grootste deel van deze stijging is toe te schrijven aan de doorbelasting van de salarislasten aan dit deelproject. Deze lasten nemen toe van €200.000 in 2024 naar €370.000 in 2029. De stijging wordt veroorzaakt door de verdeling van salariskosten zoals voorgeschreven in de BBV-voorschriften: jaarlijks worden de salariskosten toegerekend aan de producten binnen de Programmabegroting. De toewijzing vindt plaats op basis van gegevens die bij de afdelingen en secties worden opgevraagd, zodat de kosten terechtkomen bij de producten waarop ze betrekking hebben. Door veranderingen in de toerekening van uren aan projecten en investeringen ontstaan aanzienlijke verschuivingen in 2025 en 2026. Vanaf 2027 worden de kosten geïndexeerd. Voor de organisatie als geheel heeft dit geen gevolgen; alleen de verdeling verandert. Kosten die eerder op projecten en investeringen werden geboekt, komen nu in de exploitatie terecht. Hierdoor dalen de kosten op de projecten en investeringen, terwijl ze voor dit deelproject of speerpunt juist hoger uitvallen.

Programma 4 Ruimtelijk Beheer - Overzicht onderhoudskosten businesscase HHNK 302

14-102025

ONS Belang

Vraag: Is het mogelijk om een overzicht te ontvangen hoe de werkelijke onderhoudskosten zich verhouden tegenover de aangenomen businesscase van de overgenomen zaken van HHNK? Antwoord: Op dit moment is het helaas nog niet mogelijk om een realistisch en volledig overzicht te geven van hoe de werkelijke onderhoudskosten zich verhouden tot de ramingen in de oorspronkelijke businesscase van de overname van het HHNK. De

overdracht is namelijk per 1 januari 2025 ingegaan. Dit betekent dat 2025 het eerste jaar is waarin de ramingen zijn doorgevoerd en waarin de daadwerkelijke kosten worden gerealiseerd. Omdat het boekjaar nog niet is afgerond, beschikken we nog niet over volledige en gevalideerde gegevens om een betrouwbare vergelijking te kunnen maken. Daarnaast zijn nog niet alle facturen verwerkt. Sommige kosten, zoals kwartaalfacturen of facturen van externe partijen, worden later in het jaar nog ontvangen. Een tussentijds overzicht zou daardoor een onvolledig en mogelijk vertekend beeld kunnen geven van de werkelijke onderhoudslasten. Pas na de jaarafsluiting van 2025 kunnen we de cijfers op een juiste manier tegen de ramingen uit de businesscase afzetten. Wij verwachten dat na de Voorjaarsnota van 2026 een duidelijker en betrouwbaarder overzicht kan worden opgeleverd over de cijfers van 2025, waarin de realisatie en de oorspronkelijke verwachtingen goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Op dit moment zou een dergelijke analyse te vroeg zijn en het risico met zich meebrengen dat conclusies worden getrokken op basis van onvolledige informatie. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Financiën - Eigen bijdrage jeugdzorg - Pagina 57 292

13-102025

VVD

Vraag: De eigen bijdrage van €260.000 wordt opgenomen. Saldo begroting wordt dan positief, echter de korting uit het gemeentefonds moet dan toch ook met datzelfde bedrag worden ingeboekt? (waardoor het saldo neutraal wordt). Antwoord: Uw redenering klopt. Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet 260 miljoen euro opleveren. Het rijk heeft daarom de algemene uitkering uit het Gemeentefonds vanaf 2028 hiervoor verlaagd. Wanneer we deze ontwikkeling vertalen naar de gemeente Edam-Volendam betekent dit dat we een opbrengsten raming van € 260.000 moeten opvoeren. Dit compenseert de verlaging van het rijk in het Gemeentefonds, maar heeft een positief effect op de begroting.

Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Eigen Bijdragen Jeugdzorg 283

13-102025

CDA

Vanaf 2028 worden de eigen bijdragen Jeugdzorg toegevoegd als baten voor EUR 260k per jaar. Vraag 1:

Worden er nog extra kosten verwacht bij de inning van deze kosten? Antwoord 1: Het rijk en de gemeenten maken nog aanvullende afspraken over een adequate en doelmatige uitvoering van de Jeugdwet en de uitwerking van de Hervormingsagenda, waaronder de inning van de eigen bijdrage. Wanneer meer over de beleidsmatige en administratieve processen bekend wordt, wordt ook inzichtelijk welke extra kosten kunnen worden verwacht bij de inning van de eigen bijdragen. Vraag 2: Dit is een lastige doelgroep qua inning, het is moeilijk om deze baten te incasseren, is hiermee ook rekening gehouden met de voorziening oninbare vorderingen? Antwoord 2: Er is nog niet bekend hoe het administratieve proces gaat lopen. Daarom is is nog geen rekening gehouden met oninbare vorderingen. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Financiën - Sleutelplan sportaccommodaties - pagina 57 294

13-102025

VVD

Investering van €160.000 wordt gevraagd voor toegangs- en registratiemethode. Vraag 1: Hoeveel geschat misbruik is gepleegd van de accommodaties? Antwoord 1: Als we uitgaan van misbruik in brede zin, zien we enerzijds een toename van overlast, vernielingen van vandalisme, graffiti, brandstichting tot schade aan installaties, hekken, doelen e.d. in of rondom de sportaccommodaties en anderzijds is er meer grensoverschrijdend gedrag/misbruik in de sport. Vraag 2: Hoeveel geschat misbruik is gepleegd bij facturatie door derden? Antwoord 2: De uitkomsten van de steekproeven zijn eenduidig en zorgwekkend: bij alle gecontroleerde situaties bleek misbruik aan de orde.

Vraag 3: Hoe rechtvaardigt dat de investering van zo'n fors bedrag? Antwoord 3: Door te investeren in de toegangs- en registratiemethode draagt de gemeente bij aan een veilig sportklimaat om misbruik in brede zin zoveel mogelijk te voorkomen. Veilige sportaccommodaties creëren we door een combinatie van fysieke en sociale maatregelen. De sociale veiligheid ondersteunen wij via het Vitaliteitsakkoord middels de 4 v’s; een vastgestelde gedragscode, een vertrouwenscontactpersoon, een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor vrijwilligers die met kwetsbare groepen werken en vakkundig opgeleide trainer-coaches. Voor de fysieke en operationele veiligheid is beter toezicht op de dagelijkse activiteiten met name in de avonduren en weekenden noodzakelijk. De toegangs- en registratiemethode is een kostenbesparende methode ten opzichte van de inzet van menskracht in dezen. Programma 6 Financiën & Algemene dekkingsmiddelen - Toeristenbelasting 297

13-102025

VVD

Vraag: Met hoeveel procent per jaar is de Toeristenbelasting gestegen vanaf 2021 tot en met de voorgestelde verhogingen voor 2027, 2028 en 2029? Antwoord: Toeristenbelasting Overige accommodaties (Hotels e.d.) 2021: 15,3% (van € 2,02 naar € 2,33) 2022: 14,6% (van € 2,33 naar € 2,67) 2023: 12,7% (van € 2,67 naar € 3,01) 2024: 13,0% (van € 3,01 naar € 3,40) 2025: 13,2% (van € 3,40 naar € 3,85) 2026: 19,5% (van € 3,85 naar € 4,60) 2027: 5,4% (van € 4,60 naar € 4,85) 2028: 5,2% (van € 4,85 naar € 5,10) 2029: 2,0% (van € 5,10 naar € 5,20) Toeristenbelasting Campings

2021: 1,5% (van € 1,29 naar € 1,31) 2022: 1,5% (van € 1,31 naar € 1,33) 2023: 1,5% (van € 1,33 naar € 1,36) 2024: 6,6% (van € 1,36 naar € 1,45) 2025: 20,7% (van € 1,45 naar € 1,75) 2026: 20,0% (van € 1,75 naar € 2,10) 2027: 19,0% (van € 2,10 naar € 2,50) 2028: 20,0% (van € 2,50 naar € 3,00) 2029: 20,0% (van € 3,00 naar € 3,60)

Programma 6 Financiën & Algemene Dekkingsmiddelen - belastingen / heffingen / OZB 299

13-102025

VVD

Vraag: Met hoeveel procent per jaar is de OZB voor woningen en niet woningen gestegen vanaf 2021 tot en met de voorgestelde verhoging voor 2026 van 8% en de voorgestelde verhogingen voor 2027, 2028 en 2029? Antwoord: 2021: 1,5% 2022: 1,5% 2023: 2,5% 2024: 5,0% 2025: 10% 2026: 8% 2027: 5% 2028: 5% 2029: 5%

Programma 6 Financiën & Algemene dekkingsmiddelen - OZB

285

13-102025

CDA

Vraag: Door de extra taakstelling aan de OZB moeten de cijfers niet weergegeven worden als: 8% in 2026, 9% (4+5) in 2027, 7% (2+5) in 2028 en 2029? Antwoord: Er wordt voorgesteld om de OZB met ingang van 2027 structureel te verhogen tot 5%. In 2027 dus 1% extra en in 2028 en 2029 3%.

Programma 6 Financiën & Algemene Dekkingsmiddelen - Beleggingen en Treasury 284

13-102025

CDA

Vraag 1: Er staan positieve lasten in 2024, moeten deze niet bij de baten gepositioneerd worden? Antwoord 1: De positieve lasten betreffen doorbelastingen van kosten naar andere producten in de begroting. Vraag 2: Waarom zijn de lasten volatiel over de jaren heen terwijl de baten stabiel zijn? Antwoord 2: Dit kan meerdere oorzaken hebben. De rentelasten, vooral van toekomstige leningen, zijn zeer volatiel door gewijzigde plannen. De lasten voor het product OZB zijn afhankelijk van het aantal bezwaarschriften dat er binnen komen. Hier heeft de gemeente geen invloed op. En als laatste kan ook worden gewezen naar de toevoegingen aan reserves die op dit programma worden geboekt. Deze zijn veelal incidenteel van aard en zorgen dus voor grote verschillen per jaar.

Paragrafen - Onderhoud kapitaal goederen - Wegen - pagina 83 304

14-102025

ONS Belang

In de begroting valt te lezen dat voorziening groot onderhoud in 2026 wordt omgezet naar krediet. Hiermee vermoeden wij dat dit cijfermatig is verwerkt in de begroting. Vraag: Is dit cijfermatig verwerkt in de begroting? Zo ja, is het mogelijk om het effect op de kengetallen te laten zien?

Antwoord: Ja, de omzetting van de voorziening groot onderhoud naar krediet is cijfermatig verwerkt in de begroting. In 2026 wordt binnen het beleidsplan Wegen een technische wijziging doorgevoerd waarbij de voorziening voor groot onderhoud (€ 3.000.000 per jaar) wordt opgeheven en omgezet naar de kredietsfeer. Tegelijkertijd wordt € 500.000 toegevoegd aan de exploitatiebudgetten voor klein onderhoud. Hierdoor vervalt de dotatie aan de voorziening volledig, en worden deze middelen structureel toegevoegd aan de jaarschijfkredieten voor wegen. Effecten op de begroting: • De investeringsuitgaven (kredieten) nemen vanaf 2026 toe met € 2.500.000 (van € 3.310.000 naar € 5.810.000). • De voorziening groot onderhoud wordt beëindigd (mutatie van € 3.000.000 naar € 0). • De exploitatie-uitgaven stijgen met € 500.000 door toevoeging aan klein onderhoud. • Het begrotingssaldo verbetert structureel met € 2.500.000 in 2026 en verder. • De kapitaallasten nemen vanaf 2027 jaarlijks met € 100.000 toe, oplopend tot € 2.500.000 in 2052, door de hogere investeringen. Effect op de kengetallen: • De schuldquote wijzigt niet, dit omdat de toekomstige onderhoudslasten al waren opgenomen in het meerjarig onderhoudsplan en daarmee ook al waren verdisconteerd in de schuldontwikkeling. De omzetting betreft vooral een administratieve verschuiving van voorziening naar krediet.

• De structurele exploitatieruimte verbetert tijdelijk door het vervallen van de dotatie aan de voorziening, maar verslechtert geleidelijk door oplopende kapitaallasten. Kadernota 291

13-102025

VVD

Vraag: Is er inzicht te geven in de keuzes die verschillende fracties al dan niet hebben gemaakt m.b.t. de ombuigingslijst/kadernota? Antwoord: Een beperkt aantal fracties hebben de lijst geretourneerd. Dit lijkt hiermee geen representatief beeld te geven voor de mening van

de raad en daarom is informatie niet gedeeld. Het staat u vrij om deze informatie op te vragen bij uw collega raadsleden. Milieustraat Oosthuizen 293

13-102025

VVD

We hebben nog helemaal geen toekomstvisie. En dan besluiten om gebouwen voor milieustraat Oosthuizen te huren? Vraag 1: Waarom wordt niet gewacht op een toekomstvisie? Antwoord 1: Op de milieustraat Oosthuizen staan een aantal opstallen die volledig afgeschreven zijn. De gemeenteraad heeft in januari 2025 uitgesproken de milieustraten de komende jaren nog open te willen houden. Hierdoor dienen deze opstallen vervangen te worden. Omdat er inderdaad nog geen duidelijkheid is wat er in de toekomst met de milieustraat Oosthuizen gaat gebeuren was het de bedoeling om de huidige opstallen te slopen en tijdelijk 2 portacabins te plaatsen die we in opslag hadden op een terrein in Den Helder. Deze portacabins waren van de gemeente en konden direct geplaatst worden. Met deze oplossing was het probleem van te oude en volledig afgeschreven opstallen opgelost en stond er geen druk op het besluit wat er in de toekomst met de milieustraat Oosthuizen gaat gebeuren. Dit plan is echter achterhaald omdat alle portacabins die in opslag stonden verkocht zijn. Er zal nu voor de milieustraat Oosthuizen een plan voor de korte en lange termijn opgesteld moeten worden, waarbij er keuzes gemaakt moeten worden. Vooralsnog worden de opstallen dus niet gesloopt en komen er ook geen tijdelijke portacabins. Vraag 2: Is dit voorsorteren op nog een paar jaar rommelen en dan Oosthuizen sluiten? Antwoord 2: Nee.

Dit plan was bedoeld om per direct de oude en afgeschreven opstallen te kunnen slopen en tijdelijk te vervangen met portacabins die van de gemeente waren. Voor de korte termijn was dit de beste en goedkoopste oplossing en stond er geen druk op het besluit wat er in de toekomst met de milieustraat Oosthuizen ging gebeuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=51e14e10-15b9-4f2b-89df-20e7bcb88100