Vraag en antwoord commissie P&C 4-12-2025-Winternota
Tekst van het document
Vraag en antwoord commissie planning & controle 4 december 2025 Winternota - analyse rapportages P&C cyclus ID
Datum vraag
Fractie(s)
Vraag en antwoord
307
01-122025
ONS Belang
Vraag 1: Is het conform de BBV toegestaan om toelichtingen van afwijkingen onder de 10.000 euro weg te laten? Daarbij is het naar onze mening wel wenselijk om onttrekkingen uit de algemene middelen voor het creëren van reserves toe te lichten. Echter afwijkingen van 1000 euro, omdat kosten iets hoger of lager uitvallen zijn niet interessant. Antwoord 1: In de diverse P&C documenten worden alle journalen toegelicht, los van de omvang. Bij de jaarrekening worden afwijkingen > 50.000 per product toegelicht. Dit bedrag is in het verleden voorgesteld door de commissie P&C en past bij het sturen op hoofdlijnen door de raad. Het advies van de accountant was destijds om afwijkingen > 250.000 toe te lichten in verband met sturing op hoofdlijnen. Vraag 2: Komen er hierbij nog risico's om de hoek kijken voor de rechtmatigheid en verantwoordingsgrens? Antwoord 2: De verantwoordingsgrens gaat uit van de bruto onrechtmatigheden, vóór aftrek van de onrechtmatigheden die door de raad in de financiële verordening als acceptabele onrechtmatigheden zijn aangewezen.
Winternota - Vorming van een nieuwe reserve 315
02-122025
LEV
Vraag: Vorming van een nieuwe reserve van € 1,5 miljoen zonder onderbouwing In de Winternota wordt een nieuwe reserve ‘Vervanging natuurlijke uitstroom door pensionering’ gevormd van € 1.500.000. Kan het college laten zien welke berekening of kostenraming ten grondslag ligt
aan precies dit bedrag? Waarom wordt gekozen voor een eenmalige storting in plaats van een meerjarige dotatie die aansluit bij daadwerkelijke uitstroom? Antwoord: Met het vormen van deze reserve sorteren wij voor op een grote uitdaging, namelijk de pensionering van een groot aantal medewerkers. Vanaf medio 2025 tot en met ultimo 2030 zullen 56 medewerkers vanwege pensionering onze organisatie verlaten. En na 2030 nemen deze aantallen nog verder toe. Er is gekozen voor een eenmalige storting, omdat het meerjarig sluitend krijgen van de begroting reeds een uitdaging is waarin meerdere taakstellingen zijn verwerkt. Er is de komende jaren dus geen structurele ruimte om meerjarig te doteren. In 2025 verwachten wij door strakke sturing op personele budgetten een onderbesteding in de personele lasten. Het voorstel is om de ruimte die door deze bijstelling is ontstaan te benutten om de benodigde frictiekosten als gevolg van deze onoverkomelijke grote toekomstige uitstroom de komende jaren te dekken. Winternota - Onderhoud Waterdam 317
02-122025
LEV
Vraag: Onderhoud Waterdam, waarom was de voorziening onvoldoende? Antwoord: Voor het onderhoud van De Waterdam moeten de structurele toevoegingen aan de voorziening worden verhoogd met € 180.000. Is dit het gevolg van onderschat onderhoud, achterstallig onderhoud of gebrekkige meerjarenplanning? Zijn er meer gemeentelijke panden waar dezelfde risico’s zich voordoen? Antwoord: Het betreft hier een mix van factoren. In de 1e plaats zijn de prijzen gestegen. In de 2e plaats is het onderhoud aan Zwembad de Waterdam specialistisch werk waar niet veel bedrijven voor benaderd kunnen worden. De ondernemer kan daardoor hogere vergoedingen vragen voor geleverd werk. In de 3e plaats komen bij grondige renovaties altijd verborgen gebreken aan het licht die snel verholpen moeten worden. Wij denken dat deze situatie zich niet zo snel zal voordoen bij andere panden.
Winternota - Structureel tekort toiletvoorziening Parallelweg
316
02-122025
LEV
Vraag: Structureel tekort toiletvoorziening Parallelweg, ramingsfout? Bij de toiletvoorziening Parallelweg zien we een nadeel van € 128.000 in 2025 en structureel € 17.000 per jaar. Hoe kan het dat de oorspronkelijke inkomstenraming zo ver afwijkt van de realiteit? Is dit onderdeel van bredere structurele ramingsproblemen binnen beheer? Antwoord: Het nadeel op de toiletvoorziening aan de Parallelweg wordt verklaard door een combinatie van hogere beheerkosten en tegenvallende inkomsten, en is daarmee geen gevolg van een rekenfout in de oorspronkelijke begroting, maar van gewijzigde aannames in de praktijk. Sinds de opening worden de toiletten intensief gebruikt, wat heeft geleid tot vaker en intensiever schoonmaak- en beheerwerk dan vooraf voorzien. Dit heeft de kosten verhoogd. Tegelijkertijd zijn de inkomsten lager uitgevallen dan geraamd, omdat bij de oorspronkelijke ramingen is uitgegaan van een hogere opbrengst per gebruiker dan daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dit verklaart het structurele nadeel van € 17.000 per jaar. Het incidentele nadeel van € 128.000 in 2025 wordt met name veroorzaakt door de tijdelijke extra inzet van ingehuurde krachten (€ 111.000) in verband met de overgang van uitzendkrachten naar vaste medewerkers.
Deze personele transitie was wel al voorzien, maar is in de uitvoering later op gang gekomen dan geraamd, waardoor in 2025 nog extra inhuur noodzakelijk is om de roosterbezetting en continuïteit te waarborgen. Vanaf 2026 zijn deze personele lasten structureel verwerkt in de begroting. De omzetting van inhuur naar vaste formatie leidt op termijn juist tot efficiëntere en financieel gunstigere inzet, zonder kwaliteitsverlies. Conclusie: Er is geen sprake van bredere structurele ramingsproblemen binnen beheer. De afwijking wordt
veroorzaakt door intensiever gebruik, realistischer inkomsten, en een tijdelijk uitvoeringseffect bij de personele overgang, niet door tekortkomingen in het financieel beheer. Winternota - Pensioenvoorziening gewezen wethouders 314
02-122025
LEV
Vraag: Pensioenvoorziening gewezen wethouders, hoe kon een gat van € 1,065 miljoen ontstaan? De Winternota meldt een tekort van € 1,065 miljoen in de APPA-voorziening, mede als gevolg van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en de aanstaande waarderingswijze van ABP. Kan het college verklaren waarom deze afwijking niet eerder is voorzien, terwijl de verplichtingen al jarenlang bekend zijn en accountants deze voorziening jaarlijks toetsen? Is het college op de hoogte van de lopende landelijke procedure (waar in november uitspraak over werd verwacht) en welke risico’s brengt die uitspraak mee voor onze voorziening en toekomstige lasten? Antwoord: De verwachting is dat vanaf 1 januari 2028 de pensioenen van (actieve en gewezen) politiek ambtsdragers (zoals Tweede Kamerleden, ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden en wethouders) en hun nagelaten betrekkingen, worden ondergebracht in het nieuwe pensioenstelsel. Aanleiding hiervoor is de aangenomen Wet toekomst pensioenen (Wtp). Om ervoor te zorgen dat de huidige opgebouwde pensioenen kunnen worden overgebracht naar het nieuwe pensioenstelsel, is gekozen voor zgn. affinanciering van de bestaande pensioenen (zowel in de opbouw als in de exploitatie). Dit houdt in dat op papier al gereserveerde bedragen voor de pensioenuitkeringen en -aanspraken als het ware naar voren worden gehaald en t.z.t.
eenmalig via een collectieve waardeoverdracht worden overgedragen aan het betreffende pensioenfonds, t.w. het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Om de gevolgen van die operatie goed in te schatten is aan de hand van berichtgeving daarover van het Ministerie Bzk van eind december 2024, dit jaar een onderzoek gestart. Dit betreft een gezamenlijk onderzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Bzk), het Interprovinciaal
Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen. Het onderzoek richtte zich op de omvang van de al bestaande en opgebouwde Appa-aanspraken, de toekomstige (pensioen)premie en de al beschikbare middelen bij de onderscheidenlijke overheidsinstanties. Aan de hand van de aldus dit jaar verkregen informatie zijn door het onderzoeksbureau de financiële gevolgen ingeschat voor het Rijk, de afzonderlijke provincies, de waterschappen en de gemeenten. Onlangs zijn de ingeschatte financiële gevolgen teruggekoppeld aan de instanties die hebben deelgenomen aan het onderzoek, zodat deze instanties binnen hun financiële administratie zich goed kunnen voorbereiden op het transitieproces. In de winternota is de vanuit het onderzoek gedane aanbeveling overgenomen om de al bij de gemeente getroffen reservering aan te vullen. Naar verwachting komt de commissie BBV nog met een uitspraak hoe hiermee om te gaan bij de jaarstukken 2025. Voor het verschil tussen de onderzoeksuitkomsten en de jaarstukken 2024, en waar menig overheidsorgaan bij is betrokken, kan de volgende verklaring worden aangedragen: 1: In de onderzoeksuitkomsten wordt ook rekening gehouden met pensioenaanspraken van belanghebbenden Appa, die (momenteel nog) via de exploitatie worden gedekt en waarvoor in het verleden geen voorziening behoefde te worden getroffen. 2.
In de ontvangen uitkomsten wordt uitgegaan van een affinanciering aan de hand van een tegen die tijd (ingeschatte) benodigde dekkingsgraad. Ook hiervoor behoefde in het verleden geen lokale uitwerking getroffen te worden in de voorziening. 3. De nog op te bouwen pensioenaanspraken Appa (tot het moment van collectieve waardeoverdracht) zijn in het onderzoek meegenomen in de berekende affinanciering. Tot 1 januari 2025 vond een bijstelling van de voorziening per 31-12 nog op jaarbasis plaats en aan de hand van daarvoor ontvangen actuariële berekeningen. Voor het opstellen van de jaarstukken zal rond dit onderwerp en de daarover inmiddels bekend geworden informatie, de daarop afgestemde actuariële berekening worden herzien. Hierin zullen ook de belanghebbenden Appa worden meegenomen die momenteel voor wat betreft de financiële aanspraken
nog via de exploitatie worden gedekt. Daarnaast worden de richtlijnen vanuit de commissie BBV op korte termijn verwacht, waardoor de werkelijke last inzichtelijk zal worden. Winternota 2025 - Onverklaarde meevaller 309
01-122025
LEV
Vraag: Onverklaarde meevaller van € 1,15 miljoen op salarissen & inhuur In de Winternota wordt een meevaller van € 1.154.000 verantwoord onder ‘bijstelling salarissen en doorbelastingen’ (programma 1). Kan het college exact uitsplitsen, hoeveel hiervan komt door lagere inhuur, hoeveel door hogere UWV-baten, en hoeveel door interne doorbelasting naar projecten? En vooral welke onderdelen van deze meevaller zijn incidenteel en welke structureel? Antwoord: De onderuitputting op de salariskosten is een raming gebaseerd op de werkelijke uitgaven tot en met september. Omdat het een raming naar het jaareinde betreft is er een verklaring op hoofdlijnen opgenomen in de Winternota. De exacte onderuitputting wordt pas duidelijk bij het opmaken van de jaarrekening op het moment dat de kosten over december en januari (nabetalingen) geboekt zijn. De definitieve doorbelasting zal ook pas dan bepaald worden. In de jaarrekening worden de afwijkingen toegelicht. Voor nu zijn het dus slechts ramingen. Aanvullend op de opgenomen verklaring het volgende. De organisatie heeft op basis van daarover gemaakte afspraken in 2025 strakker gestuurd op personele budgetten en uitgaven. De thans naar voren gekomen meevaller is niet exact te splitsen.
Op hoofdlijnen kunnen voor de meevaller de volgende verklaringen gegeven worden, waarbij wordt benadrukt dat het hier om uitkomsten gaat met een niet-structureel karakter: • +/- 240k: incidentele inkomsten voor detachering, uitkeringen Wet arbeid en zorg (Wazo), ontvangen loonkostensubsidie e.a.. Bij zwangerschap-/bevalling of ziekte/arbeidsongeschiktheid wordt niet altijd of direct vervangen. In eerste instantie wordt gekeken of werkzaamheden tijdelijk kunnen worden opgevangen door de zittende bezetting met wat extra inzet. Als duidelijk wordt dat er sprake is van langdurige uitval als gevolg van zwangerschap, bevalling of ziekte/arbeidsongeschiktheid en de bedrijfsvoering daarom vraagt, wordt na een daarop afgestemde beoordeling alsnog een vervanging
ingezet, bijvoorbeeld met een externe inleningsconstructie. De hiervoor genoemde inkomsten hebben zoals gezegd een incidenteel karakter en zijn vooraf niet of lastig te voorspellen. In voorkomend geval van een vervanging van werkzaamheden is het uitgangspunt dat de dekking van uitgaven dan in een boekjaar uit de verwachte incidentele inkomst moet komen en voor zover die inkomst beschikbaar is/komt. • +/- 470k: met name bij wegen en civiele kunstwerken kan de inzet voor voorbereiding, administratie en toezicht door eigen personeel doorberekend worden aan kredieten en voorzieningen. • Restant: besparing op invulling vacatureruimte en op uitgaven externe inlening. Soms duurt het langer om vacante functies in te vullen dan vooraf was ingeschat. De reguliere wervings-instrumenten krijgen langer de kans op het bereiken van het gewenste resultaat. De stap naar externe inhuur wordt minder snel gemaakt en als de omstandigheden daarom vragen. Als dan toch wordt ingehuurd, wordt dit op basis van beschikbare dekking gedaan (bijvoorbeeld de in de begroting beschikbare vacatureruimte) in plaats van op kostprijs inhuur per omvang fte. Het budget van vacatureruimte staat gedurende een boekjaar ter beschikking aan een teamleider en de invulling c.q. het verloop van de vacature is in een boekjaar door het jaar moeilijk vooraf in te schatten.
Naarmate een vacature langer open heeft gestaan is dat een onderbesteding op de voor de betreffende formatie geraamde loonkosten. In de meerjarige begroting is een taakstelling opgenomen aangezien de verwachting is dat de besparing op loonkosten door vacatureruimte, rekening houdend met de krapte op de arbeidsmarkt, jaarlijks terug zal keren.
Winternota - Explosieve stijging ICT-kosten zonder specificatie 313
01-122025
LEV
Vraag: Explosieve stijging ICT-kosten zonder specificatie (€ 266.000) De automatiseringskosten stijgen volgens de Winternota met € 266.000 in 2025, zonder concrete specificatie van contracten of aanbestedingen. Kan het college voor donderdag een overzicht leveren
met per softwarepakket, oude prijs, nieuwe prijs, reden stijging, contractduur en aanbestedingsstatus? Antwoord: De stijgende automatiseringskosten hebben deels te maken met de keuzes van de gemeente EdamVolendam om op het gebied van netwerk- en werkplekbeheer over te stappen van het werken met thin clients en VMWare Horizon View naar het werken met Windows laptops en mobiele telefoons. Deze keuzes zijn gebaseerd op de ontwikkelingen rond het kunnen vergaderen, telefoneren en samenwerken in Microsoft Teams. De behoeften en de verwachtingen om gebruik te kunnen maken van alle functionaliteiten op het Microsoft M365 platform zijn daarmee ook toegenomen. Door hard- en softwarematige beperkingen van en de vele storingen aan de thin clients en VMWare Horizon View is de keuze gemaakt over te stappen naar een Windows laptop omgeving. Een van de consequenties van deze overstap was dat ieder medewerker de beschikking moet gaan krijgen over een Windows laptop met een mobiele telefoon, voorzien van extra beveiligingsmaatregelen zoals een beveiligde verbinding met het gemeentelijke netwerk op basis van multifactor authenticatie. Bij de ramingen voor 2025 was helaas geen rekening gehouden met het feit dat ook ingehuurde medewerkers moeten voldoen aan de gestelde eisen voor informatiebeveiliging bij het gebruik van gemeentelijke softwareapplicaties en data op eigen laptops.
De bepalingen van de nieuwe wet DBA spelen hier ook een rol. Gevolg is dat ieder ingehuurde medewerker voorzien moet worden van een Windows laptop met bijbehorende Microsoft M365 licentie. Anderzijds komen de stijgende automatiseringskosten voort uit zowel de aanschaf van nieuwe softwareapplicaties als verhoogde service- en onderhoudskosten van al in gebruik zijnde softwareapplicaties. Voor het verbeteren van de dienstverlening en ter ondersteuning van uitvoering van taken en werkzaamheden zijn nieuwe softwareapplicaties aangeschaft voor de taakgebieden Ruimtelijke ontwikkeling, Veiligheid, HR, Belastingen en Sociaal domein. Daarnaast is de indexatie op in gebruik zijnde softwareapplicaties hoger uitgevallen dan geraamd. Door de risico’s op het gebied van informatiebeveiliging worden de specifieke gegevens en informatie over deze softwareapplicaties hier niet gedeeld.
Daarvoor willen we het voorstel doen om in 2026, in gezamenlijkheid vanuit Informatiemanagement en Informatiebeveiliging, de verschillende ontwikkelingen en consequenties van de Cyberbeveiliging wet (Cbw) en de kritische softwareapplicaties te bespreken in de nieuwe commissie Planning & Control. Opmerkingen en vragen uit commissie P&C 4-12-2025 319
04-122025
Vraag 1 In de commissie P&C van 4-12-25 is gevraagd of onderstaande posten (zie de winternota op pagina 28 en 29) niet structureel bijgesteld moeten worden. Hieronder de antwoorden. Antwoord 1 Bijraming budget openbaar groen. € 90.000. Zoals in de tekst aangegeven, is de achterstand uit voorgaande jaren in het huidige jaar ingehaald. Als het goed is, loopt alles nu weer volgens planning en zijn er voor de komende jaren voldoende middelen beschikbaar Bijraming klein onderhoud openbare verlichting € 70.000. Het is op dit moment nog niet duidelijk of het budget structureel moet worden verhoogd. Het aantal meldingen en kabelstoringen is lastig vooraf in te schatten. Het lijkt daarom verstandig om dit begin volgend jaar te gaan monitoren. Wanneer de prognose in de eerste drie maanden van volgend jaar vergelijkbaar is met die van dit jaar, is het waarschijnlijk zinvol om een structurele budgetverhoging op te nemen in de begroting 2027 en verder. Bijstellen budgetten havens € 23.000. Het grootste deel van dit bedrag bestaat uit kosten voor ingehuurd personeel en havens. De uitgaven op dit vlak worden momenteel nauwlettend gemonitord door Openbare Werken. Begin 2026 volgt een evaluatie. Het bedrag dat hieruit voortkomt, zal worden opgenomen in de begroting 2027 en verder. Vraag 2
Klopt de tekst op het onderdeel Actualisatie krediet Val van Urk 7: verbouwing raadszaal zoals opgenomen op pagina 57 van de Winternota ? Antwoord 2 Hier staat “Per saldo leidt deze bijstelling daardoor tot een structurele verlaging van het begrotingssaldo 2027 en verder met € 13.000. Dit is niet juist. Moet zijn verhoging van het begrotingssaldo. Vraag 3 In het onderdeel Aankoop software contract-management-systeem zoals opgenomen op pagina 14 van de Winternota staat “Deze bijstelling leidt tot een eenmalige verlaging van het begrotingssaldo 2026 met € 26.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verlaging van het begrotingssaldo van € 7.000”. Klopt dit bedrag van € 7.000? In de tekst staat dat de structurele kosten €14.000 zijn. Antwoord vraag 3 Dit is niet juist. Het bedrag van € 7.000 moet € 14.000 zijn. Omdat dit een raming voor het jaar 2027 en verder betreft zullen wij dit corrigeren bij de Voorjaarsnota 2026.