CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Vraag en antwoord commissie P&C 4-12-2025-Belastingverordeningen 2026 exclusief parkeerbelastingen

Commissie Planning & Control 4 december 2025, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Belastingverordeningen 2026 excl parkeerbelastingen2.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag en antwoord commissie planning & controle 4 december 2025 Belastingverordeningen 2026 exclusief parkeerbelastingen Datum vraag

Fractie(s)

Vraag en antwoord

01-122025

LEV

Algemene vragen kosten dekkendheid en begroting Vraag 1. Kostendekkingspercentages Kunt u per heffing (afvalstoffenheffing, reinigingsrechten, rioolheffing, leges, marktgeld, precariobelasting, havengeld, toeristenbelasting) aangeven wat het kostendekkingspercentage is in 2025 en in 2026, en hoe deze percentages zich verhouden tot de maximale kostendekkendheid op grond van het BBV en de Gemeentewet? Antwoord 1: Op de heffingen precariobelasting en toeristenbelasting is artikel 229b, Gemeentewet, niet van toepassing. Artikel 229b Gemeentewet regelt dat in verordeningen op grond waarvan rechten als bedoeld in artikel 229, eerste lid, onder a en b, worden geheven, de tarieven zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. In de paragraaf Lokale heffingen van de begrotingen 2025 (pagina 66) en 2026 (pagina 72) staan de overzichten met de dekkingspercentages. Vraag 2. Begroting 2026 Waar zijn in de begroting 2026 de meeropbrengsten per heffing exact verwerkt (graag per programma en batenpost) en wat is per heffing het geraamde extra bedrag in euro’s ten opzichte van 2025? Antwoord 2: In de paragraaf Lokale heffingen van de begroting 2026. (pagina 70) staat een overzicht met de baten per heffing. In dit overzicht kunt u het verschil zien tussen de jaren 2025 en 2026. Vraag 3. Participatie

Waarom is bij dit brede pakket belastingmaatregelen geen enkele vorm van participatie of consultatie met inwoners, ondernemers, marktkooplieden, havengebruikers en toeristische ondernemers georganiseerd, terwijl het raadsvoorstel wel spreekt over het “breed verdelen” van de lasten? Antwoord 3: Door op het merendeel van de heffingen een inflatiecorrectie van 2% toe te passen worden de lasten voor zover mogelijk gelijk over de burgers en ondernemers verdeeld. Omdat de verhoging niet meer is dan correctie van de inflatie en anderszins geen andere effecten dan verhoging van de inkomsten wordt beoogd, is participatie of consultatie niet georganiseerd. Voor de afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en rioolheffingen wordt ter indexatie en toegroei naar 100% kostendekking een stijging toegepast van 5%. Afvalstoffenheffing & reinigingsrechten (inwoners vs bedrijfsafval) Vraag 4. Afvalstoffenheffing, kostendekking Klopt het dat het tarief voor een éénpersoonshuishouden stijgt van € 309,10 naar € 324,55 (+5%)? Zo ja, wat is de ontwikkeling van de totale kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval in 2025 en 2026, en leidt deze tariefstijging tot een kostendekking onder, op, of boven de 100%? Antwoord 4: In de paragraaf Lokale heffingen van de begroting 2026 (pagina 71) staat een overzicht van de tarieven afvalstoffenheffing 2025 en 2026.

In de paragraaf Lokale heffingen van de begrotingen 2025 (pagina 66) en 2026 (pagina 72) staan de overzichten met de dekkingspercentages. In deze overzichten staan eveneens de totale kosten per heffing. Vraag 5. Reinigingsrechten, bedrijfsafval Voor de reinigingsrechten wordt eveneens een tariefstijging van 5% voorgesteld. Kunt u aangeven hoe de kosten en opbrengsten van de bedrijfsafvalinzameling zich ontwikkelen en of hier sprake is van volledige kostendekking,

onderdekking of overdekking? Zo ja, hoeveel euro onder- of overdekking is geraamd? Antwoord 5: Antwoord 5: Zie antwoord vraag 4. In deze overzichten staan eveneens de saldo’s per heffing. Vraag 6. In samenhang bekijken In hoeverre zijn de effecten voor ondernemers van zowel de hogere reinigingsrechten als de andere lastenverzwaringen (precario, havengeld, toeristenbelasting) integraal beoordeeld, bijvoorbeeld voor kleine lokale ondernemers? Antwoord 6: Genoemde heffingen zijn niet in samenhang van toepassing op de ondernemers Rioolheffing Vraag 7. Meerjarige onderbouwing Kunt u de meerjarige rioolbegroting (investeringen, onderhoud, vervanging, rente en kapitaallasten) naast de geraamde opbrengsten van de rioolheffing leggen en toelichten waarom een tariefstijging van 5% in 2026 noodzakelijk is? Antwoord 7: Het tarief wordt jaarlijks door de Raad vastgesteld. In de uitgangspunten van de begroting 2026 (pagina 3) is onderstaande opgenomen: Voor de rioolheffing wordt in 2026 een stijging toegepast van 5%. Het tarief stijgt dan in 2026 met € 11 naar € 238. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Ook meerjarig wordt het tarief met 5% verhoogd (indexatie en toegroeien naar 100% kostendekking). Uiteraard voor zover de kostendekkendheid dit toelaat. Havengeld

Vraag 8. Forse tariefsprongen woonschepen Het raadsvoorstel spreekt over “over het algemeen een inflatiecorrectie van 2%” en “geen inhoudelijke wijzigingen”, maar in de tarieventabel stijgt het minimumtarief voor woonschepen per week van € 18,00 naar € 27,50 (ruim 50% verhoging). Kunt u toelichten waarom deze forse verhoging niet als inhoudelijke wijziging is benoemd en wat de reden is voor deze specifieke tariefsprong? Antwoord 8: Het betreft niet een minimumtarief per m2 maar een minimumaanslag voor het woonschip. Hierbij is uitgegaan van een oppervlakte van 50m2 (50 x € 0,55). Gebleken is dat dit minimum de afgelopen jaren niet correct was geïndexeerd. Dat is nu hersteld. Vraag 9. Impactanalyse havengebruikers Is er een impactanalyse gemaakt voor woonschepen, watersporters en andere havengebruikers van de voorgestelde havengeldtarieven, en zo ja, kunt u die met de raad delen? Antwoord 9: Voor de havengelden is een inflatiecorrectie toegepast van 2%. Hiervoor is geen impactanalyse gemaakt Marktgeld & precariobelasting Vraag 10. Marktgeld, afronding en inflatie De marktgelden worden volgens het voorstel met 2% geïndexeerd, maar diverse tarieven wijken door afronding iets af van precies 2%.

Kunt u per marktlocatie (Volendam, Edam, Oosthuizen) een overzicht geven van de oude en nieuwe tarieven, het exacte procentuele verschil en de totale geraamde meeropbrengst? Antwoord 10: Bij de verordening Marktgeld 2026 gaat ter informatie ook een exemplaar waarin de wijzigingen t.o.v. de verordening 2025 ‘in rood’ zijn aangegeven. De doorgehaalde tarieven betreffen de tarieven 2025. Op basis hiervan zijn de exacte

procentuele verschillen te berekenen. Afwijkingen van genoemde 2% zijn een gevolg van afrondingen. Op het product 3.12 Markten en Standplaatsen is in 2026 ten opzichte van 2025 een meeropbrengst geraamd van € 1.000 (zie begroting 2026 pagina 35). Vraag 11. Precariobelasting, doel en kostendekking Voor de precariobelasting wordt eveneens een inflatiecorrectie van 2% genoemd. Is precariobelasting in onze gemeente uitsluitend bedoeld voor kostendekking van beheer en handhaving, of wordt hiermee ook bewust extra algemene dekking gegenereerd? Kunt u dit kwantificeren? Antwoord 11: De opbrengst precariobelasting is niet ‘geoormerkt’ en komt ten goede van de algemene middelen. Leges Vraag 12. Gehandicaptenparkeerkaart Bij de leges wordt gesteld dat maximaal 50% van de kosten van het geneeskundig onderzoek voor de gehandicaptenparkeerkaart wordt doorberekend. Kunt u inzichtelijk maken hoe de totale kostprijs (inclusief ambtelijke uren, administratie, toezicht) is opgebouwd en hoe het voorgestelde tarief zich daartoe verhoudt? Antwoord 12: De kostprijs van de medische keuring bedraagt in 2025 € 129,61. Dit wordt ingekocht bij een medisch adviesbureau. De raad heeft het standpunt ingenomen dat er aan de inwoner een eigen bijdrage van niet meer dan 50% van de kosten in rekening mag worden gebracht. Dit is € 64,80. Vraag 13.

Duurzaamheidsmaatregelen, legesteruggaaf In artikel 2.43 over teruggaaf bij duurzaamheidsmaatregelen wordt de bewijslast bij de aanvrager gelegd. Welke ondersteuning biedt de gemeente aan inwoners en ondernemers om te voorkomen dat goedwillende initiatiefnemers

door ingewikkelde bewijsvoering geen (volledige) legesteruggaaf krijgen? Antwoord 13: Zoals in de verordening aangegeven toont de aanvrager (desgevraagd) aan welke bouwkosten betrekking hebben op bovengenoemde duurzaamheidsmaatregelen. De aanvrager volgt hierbij de door de gemeente gegeven instructies op. Het is aan de aanvrager aan te tonen welke bouwkosten betrekking hebben gehad op de duurzaamheidsmaatregelen. De gemeente kan dit niet doen. Dit kan simpel worden aangetoond met de factuur van de werkzaamheden. Men zal hierin worden begeleid door de gemeente. In geval van bv het isoleren van een bestaande woning worden uitsluitend de leges over de bouwkosten van de isolatievoorzieningen teruggegeven en niet eventuele nieuwe bakstenen en bij zonnepanelen uitsluitend de panelen en niet de leges over de bouwkosten van een nieuw dak. Doorgaans betreft het de leges van een aanvraag omgevingsvergunning voor uitsluitend het realiseren zonnepanelen. In dat geval hoeft men niets te overleggen en worden de leges na een controle van bouwtoezicht direct op verzoek teruggegeven. De reden dat is gekozen voor deze werkwijze is dat in de praktijk blijkt dat duurzaamheidsmaatregelen niet altijd worden uitgevoerd. Aangezien deze maatregel is bedoeld als stimuleringsmaatregel om te verduurzamen, zou er geen werking van uitgaan als ze gelijk de leges terugkrijgen.

Overigens werken wij nu een jaar met deze bepaling en heeft tot nu toe geen problemen opgeleverd. Vraag 14. Huisvestingsvergunning & onttrekkingsvergunning Welke afweging is gemaakt bij het vaststellen van de leges voor de nieuwe huisvestingsvergunning en onttrekkingsvergunning? Zijn deze tarieven puur kostendekkend of wordt hier ook gedragssturing (afremmen/ontmoedigen) beoogd? Antwoord 14: De leges voor een huisvestingsvergunning is bewust laag gehouden om het aanvragen van de vergunning laagdrempelig te houden. Bij het vaststellen van de leges voor een onttrekkingsvergunning is het basistarief van andere activiteiten dan wel een lozingsactiviteit, Natura 2000 activiteit en flora en fauna-activiteit aangehouden. Dit tarief is niet kostendekkend en niet gedrag sturend.

Toeristenbelasting Vraag 15. Extra opbrengst en besteding Hoe groot is de extra opbrengst van de toeristenbelasting door de verhoging van € 1,75 naar € 2,10 (campings) en van € 3,85 naar € 4,60 (overige accommodaties) in euro’s per jaar, en waaraan wordt deze extra opbrengst concreet besteed? Antwoord 15: De extra opbrengst 2026 van campings wordt geraamd op € 22.000. De extra opbrengst overige accommodaties wordt geraamd op € 360.000. De opbrengst toeristenbelasting is niet ‘geoormerkt’ en komt ten goede van de algemene middelen. Er is geen directe relatie met uitgaven. Vraag 16. Afstemming met sector Zijn toeristische ondernemers (campings, hotels, B&B’s) vooraf betrokken of gehoord over deze forse verhoging van bijna 20%, en zo ja, wat was hun reactie? Antwoord 16: Nee. Er is gekeken naar de tarieven in omliggende gemeenten. Door deze 20% is het tarief voor overnachtingen in accommodaties anders dan een kampeerterrein met € 0,75 verhoogd van €3,85 naar € 4,60. Tarieven van een kampeerterrein zijn verhoogd met € 0,35 van € 1,75 naar € 2,10. Deze verhoging wordt betaald door de bezoeker en komt daarmee niet ten laste van de ondernemer. In juli 2024 zijn deze verhogingen bij de behandeling van de Kadernota 2025 door de raad voorgesteld. Zie vanaf pagina 20 Kadernota 2025.

Vervolgens is dit opgenomen in de begroting 2025 en dit jaar is dit zo opgenomen en besloten bij de begroting 2026 en verder. Zie ook de paragraaf Lokale heffingen van de begroting 2026 (pagina 71) en de uitgangspunten van de begroting 2026 (pagina 3). OZB 2026 voorlopige tarieven Vraag 17. Niveau voorlopige tarieven

De tarieven voor de OZB 2026 worden “zodanig hoog vastgesteld” dat ze in januari 2026 met terugwerkende kracht kunnen worden verlaagd. Kunt u exact aangeven hoe de voorlopige tarieven zich verhouden tot de geldende tarieven 2025 (in percentages) en tot de in de begroting 2026 opgenomen OZB-opbrengst? Antwoord 17: De voorlopige tarieven 2026 staan niet in enige reële verhouding tot de tarieven 2025. De tarieven dienen slechts zodanig hoog te zijn dat ze in januari 2026 met terugwerkende kracht kunnen worden verlaagd. Middels de 1e verordening tot wijziging van de verordening OZB 2026 wordt hierin voorzien. In het bijbehorende voorstel aan de raad worden de procedure en de tarieven nader toegelicht. Vraag 18. Rechtszekerheid en kasstroom Hoe wordt gewaarborgd dat inwoners en ondernemers door de voorlopige hogere tarieven niet tijdelijk te veel betalen (kasstroom, rente), en hoe wordt dit richting belastingplichtigen gecommuniceerd? Worden er pas aanslagen verzonden na de definitieve vaststelling in januari, of ontvangen mensen eerst een aanslag die later wordt gecorrigeerd? Antwoord 18: De aanslagen 2026 worden pas verzonden na de definitieve vaststelling van de tarieven in januari. 02-122025

GroenLinks

Op pagina 3 van het raadsvoorstel worden nieuwe instructies voor teruggave leges bij duurzaamheidsinitiatieven gegeven. Vraag 1: Hoe wordt dit proces gecontroleerd en hoe wordt misbruik voorkomen? Antwoord 1: Op verzoek kan men aanspraak maken op teruggave van de leges ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen. Bouwtoezicht zal eerst de werkzaamheden afschouwen om te beoordelen of de werkzaamheden ook daadwerkelijk

zijn uitgevoerd. Daarna dient men aan te tonen welke bouwkosten betrekking hebben op de duurzaamheidsmaatregelen. De aanvrager volgt hierbij de door de gemeente gegeven instructies op. Dit kan simpel worden aangetoond met de factuur van de werkzaamheden. Men zal hierin worden begeleid door de gemeente. In geval van bv het isoleren van een bestaande woning worden uitsluitend de leges over de bouwkosten van de isolatievoorzieningen teruggegeven en niet eventuele nieuwe bakstenen en bij zonnepanelen uitsluitend de panelen en niet de leges over de bouwkosten van een nieuw dak. Doorgaans betreft het de leges van een aanvraag omgevingsvergunning voor uitsluitend het realiseren zonnepanelen. In dat geval hoeft men niets te overleggen en wordt na de controle van bouwtoezicht de leges direct op verzoek teruggegeven. Op pagina 2 en 3 van het raadsvoorstel wordt het legestarief verlaagd voor de initiatievenloods. Vraag 2: Heeft dit impact op de dienstverlening en zo ja, welke? Antwoord 2: Nee, dit heeft geen impact op de dienstverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=491d762c-4b94-470c-b5b9-37e477f7f9a0