CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Vraag en antwoord commissie P&C 25-6-2026 Zomernota 2026-Kaderbrief 2027

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Zomernota 20261.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag en antwoord commissie P&C 25-6-2026 Zomernota 2026-Kaderbrief 2027 ID

Datum vraag

Fractie(s)

Vraag en antwoord

Zomernota-Kaderbrief-Uitgangspunten-Relatie tussen woningbouwprognoses, begrotingsramingen, BBV-uitgangspunten en realisatiekracht 331

12-062026

LEV

Deze vragen worden gesteld naar aanleiding van de Zomernota 2026, de Kaderbrief 2027 met de bijlage Uitgangspunten Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030, alsmede de Rapportage Projecten 2026-1 en het woningbehoefteonderzoek van RIGO. Bij bestudering van deze stukken valt op dat de gemeente voor diverse begrotingsramingen uitgaat van een groei van het aantal woningen van 16.123 op 1 januari 2026 naar 16.600 op 1 januari 2030, terwijl in diverse projectrapportages en ruimtelijke plannen aanzienlijk grotere woningbouwontwikkelingen worden genoemd. Onze fractie constateert dat woningbouwprognoses rechtstreeks samenhangen met de financiële meerjarenraming, de verwachte opbrengsten uit belastingen, heffingen, leges en grondexploitaties. Daarnaast vereist het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dat begrotingsramingen realistisch, onderbouwd en prudent tot stand komen. Om inzicht te verkrijgen in de relatie tussen de publiek gecommuniceerde woningbouwambities, de financiële meerjarenraming en de gehanteerde BBV-uitgangspunten, heeft onze fractie de volgende vragen. Wij hebben daarom de volgende vragen. Woningbouwprognose en meerjarenraming Vraag 1. Kan het college bevestigen dat de uitgangspunten voor de begroting 2027-2030 uitgaan van een groei van 16.123 woningen op 1 januari 2026 naar 16.600 woningen op 1 januari 2030?

Antwoord 1: Ja, dit is inderdaad het uitgangspunt. Vraag 2. Kan het college aangeven welke concrete woningbouwprojecten en aantallen woningen zijn meegenomen in deze geraamde groei van 477 woningen? Antwoord 2: Maria Goretti 83, Noorderstraat 8, Bokkingstraat 28, Kwadijk 16 11, Raadhuisstraat 18, Waterrijk 121, Bufferwoningen Kwadijk 44, De Deimpt 24, Meermin 130 Vraag 3. Hoe verhoudt deze meerjarenraming zich tot de woningbouwprojecten die zijn opgenomen in de Rapportage Projecten 20261, waaronder De Lange Weeren, Julianaweg, Meermin, Maria Goretti, Rabobank, Tase en overige projecten? Antwoord 3: De projecten uit de rapportage projecten maken onderdeel uit van de meerjarenraming. Vraag 4. Kan het college toelichten welke planologische, juridische, financiële, infrastructurele of uitvoeringsrisico’s eraan ten grondslag liggen dat de meerjarenraming tot 2030 uitgaat van een aanzienlijk lagere groei dan de totale woningbouwcapaciteit waarover publiekelijk wordt gesproken? Antwoord 4: Hieraan zijn geen risico’s verbonden. Vraag 5. Worden beperkingen zoals netcongestie, stikstof, infrastructuur, grondpositie, kostenverhaal, beschikbare ambtelijke capaciteit en andere uitvoeringsrisico’s meegewogen bij het wel of niet opnemen van woningbouwprojecten in de meerjarenraming? Zo ja, op welke wijze? Antwoord 5: Nee Vraag 6.

Kan het college aangeven welke BBV-uitgangspunten, risicoafwegingen en realisatiecriteria zijn gehanteerd bij het bepalen van de woningprognose van 16.123 woningen per 1 januari 2026 naar 16.600 woningen per 1 januari 2030?

Antwoord 6: De prognose is gebaseerd op lopende en verwachte bouwprojecten. Vraag 7. Kan het college per woningbouwproject aangeven welke aantallen woningen daadwerkelijk zijn verwerkt in de meerjarenraming 2027-2030 en welke aantallen nog niet zijn verwerkt, inclusief een toelichting op de reden daarvan? Antwoord 7: Alle woningen uit de rapportage zijn verwerkt. BBV, grondbeleid en financiële verwerking Vraag 8. Op welke wijze zijn de woningaantallen die zijn opgenomen in de meerjarenraming afgestemd met de uitgangspunten die worden gehanteerd binnen de paragraaf Grondbeleid? Antwoord 8: De voorgestelde uitgangspunten zijn bedoeld om een start te maken met het opstellen van de begroting en meerjarenramingen. Alle paragrafen, en dus ook de paragraaf Grondbeleid, worden aan het einde van het begrotingsproces opgesteld. Dit kan namelijk pas als alle ramingen ingevuld zijn. De paragraaf Grondbeleid kan dus afwijken van de uitgangspunten. Vraag 9. Kan het college toelichten welke criteria worden gehanteerd om woningbouwprojecten wel of niet mee te nemen in de meerjarenraming voor belastingopbrengsten, legesopbrengsten en overige inkomstenramingen? Antwoord 9: Voor de raming van de meerjarige opbrengsten van de heffingen OZB, Rioolheffing en Afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van de bouwprognose. Vraag 10.

In welke fase bevinden de projecten De Lange Weeren en Julianaweg zich momenteel vanuit financieel, planologisch en uitvoeringsperspectief? Antwoord 10: : Het college verwijst u voor deze informatie naar de Rapportage Projecten 26-1.

Vraag 11. Kan het college aangeven welk deel van deze projecten momenteel als voldoende concreet en realiseerbaar wordt beschouwd voor opname in de financiële meerjarenraming? Antwoord 11: Het college verwijst u voor deze informatie naar de Rapportage Projecten 26-1. Realisatiekracht woningbouw Vraag 12. Wat was voor de jaren 2023, 2024 en 2025 het verschil tussen de geraamde en daadwerkelijk gerealiseerde nieuwbouwwoningen binnen de gemeente Edam-Volendam? Antwoord 12: Het college verwijst u hiervoor naar de presentatie die gegeven is tijdens de Themaraad Wonen op 4 juni jl. en de eerder jaarlijks gegeven presentaties tijdens de Themaraad Wonen. Vraag 13. Kan het college deze cijfers per jaar specificeren? Antwoord 13: Het college verwijst u hiervoor naar de presentatie die gegeven is tijdens de Themaraad Wonen op 4 juni jl. en de eerder jaarlijks gegeven presentaties tijdens de Themaraad Wonen. Vraag 14. Welke lessen zijn uit deze verschillen getrokken bij het opstellen van de woningbouwprognoses voor de begroting 20272030? Antwoord 14: : Geen. Woningbouwprognoses zijn mede afhankelijk van externe partijen. Financiële gevolgen voor inwoners Vraag 15. Kan het college inzichtelijk maken welk deel van de geraamde groei van gemeentelijke inkomsten in de periode 2027-2030

voortvloeit uit: woninggroei, tariefstijgingen, overige factoren? Antwoord 15: Stijging van het aantal gereed gemelde woningen zorgt voor een stijging van de Algemene uitkering. Voor de overige zaken is dit niet bekend. Vraag 16. In hoeverre beïnvloedt het tempo waarin woningbouw daadwerkelijk wordt gerealiseerd de ontwikkeling van: OZBopbrengsten, afvalstoffenheffing, rioolheffing, legesopbrengsten? Antwoord 16: Zie antwoord op vraag 9. Vraag 17. Kan het college toelichten welke financiële gevolgen voor de gemeentelijke begroting ontstaan indien woningbouwprojecten later worden gerealiseerd dan momenteel wordt verondersteld? Antwoord 17: Indien woningbouwprojecten later worden gerealiseerd dan loopt de gemeente inkomsten mis op het gebied van OZB-opbrengsten, afvalstofheffing, rioolheffing, legesopbrengsten en Algemene uitkering. Vraag 18. In hoeverre zijn de in de meerjarenraming opgenomen opbrengsten uit OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges afhankelijk van de geraamde woninggroei? Antwoord 18: Deze gegevens zijn niet beschikbaar. Relatie met woningbehoefteonderzoek RIGO Vraag 19.

Hoe verhoudt de meerjarenraming van de gemeente zich tot het woningbehoefteonderzoek van RIGO waarin voor EdamVolendam een additionele woningbehoefte van circa 850 woningen tot 2050 wordt geraamd? Antwoord 19: De additionele behoefte is nodig om de groei van het aantal huishoudens op te vangen. Maar door de grote druk op de woningmarkt is in recente jaren het woningtekort ook toegenomen waarop moet worden ingelopen. Er wordt in de additionele behoefte geen rekening gehouden met het inlopen van het actuele tekort in Edam-Volendam. De additionele

behoefte is een onderdeel van de totale woningbehoefte. Vraag 20. Op welke wijze zijn de uitkomsten van dit onderzoek betrokken bij de financiële en ruimtelijke langetermijnplanning van de gemeente? Antwoord 20: Het woningmarktonderzoek van RIGO heeft doorkijk van de toekomstige woningbehoefte. Binnen de gemeente Edam-Volendam hebben we als doel het realiseren van gemiddeld 175 woningen per jaar. Tegelijkertijd zijn we afhankelijk van de uitgiftesnelheid, zoals ook is toegelicht tijdens de Themaraad Wonen. Dit gewenste aantal woningen per jaar zien wij als nodig om vooral de achterstand in te kunnen inlopen. Vanuit de gemeente zullen we u als Raad de komende jaren jaarlijks blijven meenemen in de monitoring van de lokale woningmarkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=36510821-71c1-45c6-a54d-ddf599fd99f9