Vraag en Antwoord-bijlage GL-Analyse afwijkingen begroting pagina 121Product 5.02 Maatwerkdienstverlening 18+.pdf
Tekst van het document
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders over de uitleg van de toekenning van de aanvullende maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Beleidsregels Huishoudelijke Ondersteuning Edam-Volendam) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam; gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op §3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 1, eerste lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2021; gezien het advies van de Koepel Sociaal Domein van 14 juni 2022; overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent de verstrekking van huishoudelijke ondersteuning zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde gemeentelijke regelgeving; B E S L U I T: vast te stellen de Beleidsregels Huishoudelijke Ondersteuning Edam-Volendam. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippenkader Artikel 1.1. Definities Aanvullende maatwerkvoorziening
Een maatwerkvoorziening zoals bedoeld in § 3 van de wet. De voorziening is aanvullend aan wat de inwoner zelf doet, samen met anderen doet of doet met gebruikmaking van andere voorzieningen
Algemeen gebruikelijke voorziening
Een voorziening welke in principe door u zelf aangeschaft moet worden
Anti-revaliderend
het versterken of creëren van beperkingen door een voorziening
Basisactiviteiten huishoudelijke ondersteuning
Basisactiviteiten zijn (voor zover nodig) afnemen nat en droog, stofzuigen en dweilen, gordijnen en binnenzijde ramen wassen, bed verschonen, keuken en sanitair schoonmaken, opruimen.
Besluit
Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Edam-Volendam 2022
Gebruikelijke hulp
Niet vrijblijvend te geven hulp door huisgenoten die tot dezelfde leefeenheid behoren mits zij: A: De hulp kunnen leveren of kunnen leren leveren B: Tijd hebben om hulp te leveren C: Niet overbelast raken Waarbij deze opsomming niet per definitie cumulatief is
Mantelzorg
Alle onbetaalde hulp aan een hulpbehoevende (vanwege een beperking in zelfredzaamheid of participatie) door iemand uit diens directe sociale
Pagina 1 van 15
omgeving, die verder gaat dan de zogenoemde “gebruikelijke hulp”. Gedurende 3 maanden of langer en meer dan 4 uur per week. Huishoudelijke ondersteuning
Ondersteuning van inwoners die 'niet in staat zijn zelfstandig of met behulp van een sociaal netwerk een gestructureerd huishouden te voeren'1 leidend tot een schone en leefbare woning. Er is onderscheid tussen ‘ondersteuning bij een schoon huis’ en ‘ondersteuning gericht op het huishouden’. Bij de tweede is er naast eenvoudige huishoudelijke (schoonmaak)werkzaamheden sprake van ondersteuning in de vorm van dagelijkse organisatie van het huishouden. Deze ondersteuning is nodig als de inwoner geen of onvoldoende regie over het eigen huishouden kan voeren en er geen sociaal netwerk aanwezig is die dit op adequate wijze kan doen.
Hulpvraag
Het verzoek om ondersteuning dat u doet
Indirecte tijd hulp bij het huishouden
Dit is de tijd die de hulp(en) per bezoek besteden aan aankomst en vertrek, administratie bij de inwoner, sociale interactie met de inwoner en het pakken en opruimen van schoonmaakspullen. Deze tijd maakt standaard onderdeel uit van de integrale normtijd bij het onderdeel schoon en leefbaar houden van het huis. Bij indirecte tijd gaat het om de tijd dat de hulp in de woning van de inwoner aanwezig is, het gaat bijvoorbeeld niet om reistijd.
Inwoner
De inwoner met een hulpvraag
Leefbaar huis
Een opgeruimd en voor de bewoner bij diens levensfase behorend functioneel ingericht huis. Functioneel kan zijn: ingericht om vallen te voorkomen.
Langdurig/ langdurig noodzakelijk
Door een langdurig gebrek in de zelfredzaamheid. Tenminste 6 maanden.
Leefeenheid
Alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren.
Noodzakelijke woonruimtes
Noodzakelijke woonruimtes zijn woonruimtes waar de inwoner met een ondersteuningsvraag toegang toe moet hebben in het kader van diens zelfredzaamheid: a. Verkeersruimtes; b. Woonkamer; c. Slaapkamer(s) voor eigen gebruik; d. Keuken; e. Sanitaire ruimten (toilet, badkamer); Daadwerkelijk gebruikte berging.
Schoon huis
Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoner(s) worden voorkomen.
Verordening
Verordening maatschappelijke ondersteuning Edam-Volendam 2022
Wet
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
1 artikel 1.1.1 Wmo 2015 en artikel 2.1.1 Wmo 2015
Pagina 2 van 15
Zelfredzaamheid
in staat zijn tot het in voldoende mate uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een voldoende gestructureerd huishouden
Artikel 1.2. Begrippen Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht, de Verordening en het Besluit. Hoofdstuk 2. Toegang Artikel 2.1. Toegang tot de aanvullende maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning Bij de afweging voor het al of niet verstrekken van de aanvullende maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt het onderzoek verricht zoals bedoeld in artikel 2.3.2. van de Wmo 2015. Artikel 2.2. Geen toegang als of voor zover gebruikelijke hulp van toepassing is Artikel 2.2.1. Criteria gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend te geven hulp door huisgenoten die tot dezelfde leefeenheid behoren mits zij:
- De hulp kunnen leveren of kunnen leren leveren - Niet overbelast raken - Tijd hebben om hulp te leveren Waarbij deze opsomming niet per definitie cumulatief is
Artikel 2.2.2. Dreigende overbelasting Er zijn situaties waarbij de leden binnen de leefeenheid bepalen hoe er wordt gekeken naar gebruikelijke hulp: a. Werk en huishouden Er zijn gezondheidsproblemen en beperkingen aanwezig door de combinatie van een (volledige) werkkring/opleiding en het voeren van het huishouden, waardoor overbelasting dreigt. Er moeten dan wel gegevens ter onderbouwing daarvan door de betrokkene worden aangeleverd. b. Werk, huishouden en andere activiteiten Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Wel kan er bij overbelasting of dreigende overbelasting een beroep gedaan worden op mantelzorgondersteuning en kan er in voorkomende gevallen alsnog een beroep gedaan worden op een aanvullende maatwerkvoorziening. c. Werk, huishouden en verzorging van partner/huisgenoot In geval de leden van een leefeenheid dreigen overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In principe zal die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. d.
Werk, huishouden, overlijden van partner/ouder Als een partner/ouder ten gevolge van het overlijden van de andere partner/ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen, kan een indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In principe zal die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.
Pagina 3 van 15
Gaat het om een terminale situatie, dan is het belangrijk om in overleg met de huisgenoten te bepalen wat draagbaar is. In deze situaties wordt onderzocht of voldoende tijd is voor ‘gebruikelijke hulp’ of dat dit tot overbelasting leidt/kan leiden. Er wordt altijd onderzocht of een leefeenheid door de (chronische) uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast wordt en overbelasting dreigt. Artikel 2.2.3. Geen tijd hebben om hulp te leveren: fysieke afwezigheid door werk Als uitgangspunt geldt dat indien een huisgenoot binnen de leefeenheid vanwege werk fysiek niet aanwezig is, hiermee rekening gehouden wordt wanneer het om aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen gaat. Er wordt geen rekening gehouden met drukke werkzaamheden, lange werkweken of veel reistijd. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; bijvoorbeeld offshore werk, internationaal vrachtverkeer, wisseldiensten en werk in het buitenland. Wanneer iemand aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen van huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een eenpersoonshuishouden en kan er geen gebruikelijke hulp worden geleverd. Artikel 2.2.4.
Bijdrage van kinderen In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan wordt ervan uitgegaan dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding. Kinderen tussen 5 en 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand doen. Bij een 5-jarige kan het er bijvoorbeeld om gaan zelf het kopje op het aanrecht te zetten. Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen. Kinderen vanaf 18 jaar Van een meerderjarige gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze in staat is de huishoudelijke taken (gedeeltelijk) over te nemen wanneer de primaire verzorger uitvalt. Ook wordt verwacht dat zij eventueel jongere gezinsleden opvangen, verzorgen en begeleiden als zij hiertoe in staat worden geacht. Uitzondering is als de ontwikkelkansen van de jongvolwassenen belemmerd wordt. Bijvoorbeeld waar door gebruikelijke hulp een studie of opleidingstraject niet (geheel) vervolgd kan worden.
Redenen als 'niet gewend zijn om' of 'geen huishoudelijke taken willen en/of kunnen verrichten' leiden niet tot het toekennen van huishoudelijke ondersteuning. In die situaties kan een tijdelijke indicatie afgegeven worden voor het aanleren hiervan. De taak wordt dan niet overgenomen maar via instructies gestuurd. Het gaat dan om een kortdurende indicatie, waarin de noodzakelijke huishoudelijke vaardigheden worden aangeleerd. Artikel 2.2.5. Zorgplicht voor kinderen Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Waarbij van hen wordt verwacht dat zij maximaal zoeken naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg en andere (voorliggende) voorzieningen. De zorgplicht vervalt niet bij echtscheiding of beëindigen van de relatie. Maar er dient wel rekening gehouden te worden met de eventueel door de rechtbank vastgelegde afspraken.
Pagina 4 van 15
Artikel 2.2.6. Uitzonderingen bij type leefsituaties Bij een aantal bijzondere typen leefsituaties wordt anders omgegaan met het toepassen van gebruikelijke hulp: Zelfstandig samen wonen op één adres en gemeenschappelijke ruimten delen2: Er is hier geen sprake van een leefeenheid. Het schoonmaken van de eigen woonruimte(n) en slechts een evenredig deel van de gemeenschappelijke ruimten worden meegerekend. Tenzij dit geregeld is binnen de service kosten van de huurovereenkomst. Leef- en woongemeenschappen: Er is wel sprake van een leefeenheid maar er is over het algemeen sprake van een taakverdeling. De inwoner kan hulp krijgen voor het schoonmaken van de eigen kamer en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten die vallen binnen het niveau van de sociale woningbouw. Hoofdstuk 3. Uitgangspunten voor huishoudelijke ondersteuning Artikel 3.1. De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden, met inbegrip van het bevorderen en in stand houden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Huishoudelijke ondersteuning is er als aanvulling op de eigen mogelijkheden. De eigen verantwoordelijkheid van de leefeenheid houdt ook in dat het huis zodanig is ingericht dat dit in redelijkheid schoongehouden kan worden. Artikel 3.2.
Zelfredzaamheid activeren Het principe ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’ staat centraal. Dit betekent dat daar waar mogelijk gestimuleerd wordt dat de inwoner zelf huishoudelijke taken uit blijft voeren, of weer uit gaat voeren. Dit behoort tot de verantwoordelijkheid van de inwoner ten aanzien van diens eigen zelfredzaamheid en is dan ook niet vrijblijvend. Deze taken worden in ieder geval uitgevoerd op het moment dat de hulp aanwezig is3. Samen schoonmaken is daarmee ook een sociale bezigheid. Wanneer naar medische normen voor de aanwezige beperking(en) nog (deels) behandelmogelijkheden zijn die de zelfredzaamheid kunnen herstellen, wordt er alleen huishoudelijke ondersteuning toegekend - Voor dat deel dat de beperking in de zelfredzaamheid blijvend is - En voor dat deel wat de huishoudelijke ondersteuning niet anti-revaliderend werkt. Artikel 3.3. Criteria om in aanmerking te komen voor huishoudelijke ondersteuning Een inwoner kan in aanmerking komen voor huishoudelijke ondersteuning als: - Uit het onderzoek conform artikel 2.3.2 Wmo 2015 en conform de afweging bedoeld in artikel 2 van de wet is gebleken dat de inwoner aangewezen is op een aanvullende maatwerkvoorziening in de vorm van ondersteuning bij het huishouden; - De voorziening langdurig noodzakelijk is4.
2 Denk aan woongroepen en kamerverhuur 3 En sluit aan op de functieomschrijving van de hulp bij het huishouden in de cao-VVT (3.2. A 4 b): Op dit niveau werk je meer samen met de
cliënt, die vanuit zelfredzaamheid zoveel mogelijk zelf doet. Je overlegt met de cliënt over zijn/haar eigen mogelijkheden en stemt de werkzaamheden en de volgorde van het werk met de cliënt af. Je signaleert en rapporteert bijzonderheden in de huishouding van de cliënt. Deze functie kan je ook, al dan niet in samenwerking met andere zorg- of hulpverleners en/of mantelzorgers/ gezinsleden, uitvoeren in gezinnen, waarbij de andere gezinsleden zelfstandig zijn. 4 Art 7 b 1 e Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2021
Pagina 5 van 15
Artikel 3.4. Normen bij toekenning De volgende normen gelden bij de toekenning van huishoudelijke ondersteuning: • Huishoudelijke ondersteuning wordt alleen toegekend voor de noodzakelijke huishoudelijke activiteiten; • Er wordt niet meer toegekend dan nodig is voor om voldoende zelfredzaamheid te bewerkstelligen van de inwoner en de andere huisgenoten (zoals partner/kinderen). Hoofdstuk 4. Normenkader huishoudelijke ondersteuning Artikel 4.1. Normenkader als richtlijn Het doel van het gebruik van het normenkader huishoudelijke ondersteuning is om uniformiteit in de toekenning van huishoudelijke ondersteuning na te streven. Het gaat hierbij om een richtlijn, welke is gebaseerd op volledige overname van het huishouden in een gemiddelde cliëntsituatie. Iedere individuele situatie wordt separaat onderzocht en er wordt met behulp van de richtlijn ondersteuning op maat toegekend. Het college kan afwijken met zowel op- als neerwaartse bijstelling(en) . Hierbij wordt gemotiveerd aangegeven waarom wordt verhoogd of verlaagd. Artikel 4.2. Gemiddelde cliëntsituatie Door uit te gaan van een gemiddelde cliëntsituatie krijgen de normtijden een algemeen karakter. Hiermee wordt voorkomen dat op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld.
Onder een gemiddelde situatie wordt verstaan: - Een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen; - Wonend in een zelfstandige woning, gelijkvloers of met een trap; - Er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen; - De inwoner kan de woning dagelijks op orde houden zodat deze gereed is voor de schoonmaak; - De inwoner heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; - Er is geen ondersteuning van mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd; - Er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de inwoner die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; - De woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. Artikel 4.3. Individuele situaties Een aantal factoren kan er voor zorgen dat een situatie niet-gemiddeld is. Hier is dan een andere inzet en/of frequentie van activiteiten en/of een andere tijdbesteding nodig. Kenmerken inwoner Mogelijkheden van de inwoner die extra ondersteuning vereisen Is er een beperking in de fysieke mogelijkheden van de inwoner om bij te dragen aan de uit te voeren huishoudelijke taken. Al of niet gebruikmakend van vrij beschikbare hulpmiddelen.
Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Hier speelt ook de trainbaarheid en leerbaarheid van de inwoner mee. Beperkingen en belemmeringen van de inwoner die extra ondersteuning vereisen Beperkingen en belemmeringen van de inwoner kunnen extra inzet vereisen. Leidend is de hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden van problematiek die mogelijk kunnen leiden tot extra ondersteuning zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele
Pagina 6 van 15
beperking, revalidatie, bedlegerigheid, psychische en psychiatrische aandoeningen, verslavingsproblematiek. Dit kan op twee manieren uitwerken: - Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus). - Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de inwoner voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD. Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: De hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de inwoner en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan. Kenmerken huishouden Samenstelling van het huishouden Dit wordt grotendeels bepaald door de regels voor gebruikelijke hulp op basis van de samenstelling van het huishouden. Bij een kind kan er sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) waardoor er extra inzet van ondersteuning nodig is. Huisdieren Het uitgangspunt is dat de gevolgen van huisdieren op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner behoort.
Kenmerken woning Inrichting van de woning Een extreem bewerkelijke inrichting van de woning zorgt niet voor toekenning van extra ondersteuning. Het gaat in dit geval om de uitzonderlijke situaties waarin deze inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. De inwoner wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de huishoudelijke ondersteuning. De inrichting van de woning is namelijk een keuze waar de inwoner invloed op kan uitoefenen. Bewerkelijkheid van de woning Extra inzet is nodig door bouwkundige en externe factoren van de woning. Bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes. Buitenzijde woning Huishoudelijke ondersteuning beperkt zich tot de binnenzijde van de woning. Tuinonderhoud wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is inzake huishoudelijke ondersteuning (CRvB 22-02-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:885). Datzelfde geldt voor ramen lappen aan de buitenzijde (CRvB, 29-03-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1302). Voor het aan de buitenkant wassen van de ramen is een adequaat alternatief beschikbaar in de vorm van een glazenwasser.
Gezien de lage frequentie van het ramenwassen aan de buitenkant, in combinatie met de beperkte kosten voor het inzetten van een glazenwasser, geeft de Centrale Raad van Beroep aan dat deze kosten ook door inwoners met een minimuminkomen gedragen kunnen worden. Omvang van de woning Een grote woning kan, maar hoeft niet per se meer inzet te vragen. De extra ruimtes of oppervlakte kunnen eenvoudig schoon te houden zijn en maar weinig extra ondersteuning vragen, of zijn niet altijd in
Pagina 7 van 15
(dagelijks) gebruik. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd. Artikel 4.4. Normenkader: activiteiten en frequenties In het normenkader wordt per onderdeel de frequentie en/of de benodigde tijd genoemd dat toegekend kan worden. In dit hoofdstuk wordt dit weergegeven voor de basisactiviteiten en in hoofdstuk 7 voor de aanvullende activiteiten.
Toelichting op ‘enige’ of ‘veel’ extra ondersteuning: Enige extra inzet is nodig als duidelijk iedere week extra goed moet worden schoongemaakt of door de aandoening/beperking van de inwoner duidelijk vaker bepaalde schoonmaakwerkzaamheden moeten worden gedaan. Dit gebeurt dan in de praktijk tijdens het 1x per week schoonmaken. Als veel extra inzet nodig is, is vaak sprake van de noodzaak van 2 schoonmaakmomenten per week. Deze extra inzet gebeurt op basis van de specifieke situatie van de inwoner en vaak ook in afstemming met de schoonmakende partij. Toelichting op slaapkamer (ruimte) wel/niet in gebruik: Extra kamers in de woning, naast de hoofdslaapkamer van de cliënt, worden schoongemaakt: Als de extra kamer daadwerkelijk als slaapkamer in gebruik is, wordt deze schoongemaakt en is hier 18 minuten per week voor beschikbaar. De slaapkamer van een kind wordt door het kind zelf schoongemaakt (zie hiervoor artikel 3: Gebruikelijke hulp). Voor de andere extra kamers is er 5 minuten per week inzet van huishoudelijke ondersteuning mogelijk. Dat is onafhankelijk waar deze andere kamer voor wordt gebruikt. Met 20 minuten per maand heeft de hulp genoeg tijd om deze acceptabel schoon te houden. Pagina 8 van 15
Artikel 4.5. Activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis Woonruimten Schoon en leefbaar huis Afnemen nat en droog
Woonkamer
Slaapkamer(s)
Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Zitmeubels afnemen (droog/nat) Radiatoren reinigen
Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen
Stofzuigen Dweilen
Stofzuigen Dweilen
Gordijnen wassen Lamellen/luxaflex reiniging Ramen binnenzijde wassen
Gordijnen wassen Lamellen/luxaflex reiniging Ramen binnenzijde wassen
Stofzuigen en dweilen Stofzuigen Dweilen Ramen en gordijnen
Bed verschonen
Categorie schoonmaakactiviteiten
Keuken schoonmaken
Gordijnen wassen Lamellen/luxaflex reiniging Ramen binnenzijde wassen
Keuken
Badkamer en toilet
Hal
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen
Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen Stofzuigen Dweilen Trap stofzuigen (binnenshuis)
Gordijnen wassen Lamellen/luxaflex reiniging Ramen binnenzijde wassen
Bed verschonen Matras draaien Keukenblok en – apparatuur (buitenzijde) Afval opruimen Keukenkastjes (binnenzijde) Koelkast (binnenzijde) Oven/magnetron Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) Afzuigkap reinigen (binnenzijde) Bovenkant keukenkastjes Tegelwand (los van keukenblok)
Pagina 9 van 15
Woonruimten Badkamer schoonmaken (incl. stofzuigen en dweilen) Toilet schoonmaken Tegelwand badkamer afnemen Opruimen
Opruimen
Opruimen
Artikel 4.6. Frequenties benodigd voor een schoon en leefbaar huis (basisactiviteiten) Ruimte
Basisactiviteit
Frequenties
Woonkamer (en andere kamers)
Stof afnemen hoog incl. luchtfilters
1 x per 2 weken
Stof afnemen midden
1 x per week
Stof afnemen laag
1 x per week
Opruimen
1 x per week
Stofzuigen
1 x per week
Dweilen
1 x per week
Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters
1 x per 6 weken
Stof afnemen midden
1 x per week
Stof afnemen laag
1 x per week
Opruimen
1 x per week
Stofzuigen
1 x per week
Dweilen
1 x per 2 weken
Bed verschonen of opmaken
1 x per 2 weken
Stofzuigen
1 x per week
Dweilen
1 x per week
Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel
1 x per week
Keukenapparatuur (buitenzijde)
1 x per week
Afval opruimen
1 x per week
Afwassen*
1x per week
Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen)
1 x per week
Toilet schoonmaken
1 x per week
Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters
1 x per week
Stof afnemen midden
1 x per week
Slaapkamer(s)
Keuken
Sanitair
Hal
Pagina 10 van 15
Ruimte
Basisactiviteit
Frequenties
Stof afnemen laag
1 x per week
Stofzuigen
1 x per week
Trap stofzuigen (binnenshuis)
1 x per week
Dweilen
1 x per week
* Is maaltijdvoorziening als aanvullende activiteit toegekend, waarbij afwassen een onderdeel is, dan wordt dit in mindering gebracht op de toekenning van de basisactiviteiten. Frequentie benodigd voor een schoon en leefbaar huis (incidentele activiteiten) Ruimte
Incidentele activiteit
Frequenties
Woonkamer (en andere kamers)
Gordijnen wassen
1 x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
2 x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4 x per jaar
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2 x per jaar
Zitmeubels afnemen (droog/nat)
1 x per 8 weken
Radiatoren reinigen
2 x per jaar
Gordijnen wassen
1 x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
2 x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4 x per jaar
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2 x per jaar
Radiatoren reinigen
2 x per jaar
Matras draaien
2 x per jaar
Gordijnen wassen
2 x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
3 x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4 x per jaar
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2 x per jaar
Radiatoren reinigen
3 x per jaar
Keukenkastjes (binnenzijde)
2 x per jaar
Koelkast (binnenzijde)
3 x per jaar
Oven/magnetron (grondig schoonmaken)
4 x per jaar
Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)
1 x per jaar
Afzuigkap reinigen (binnenzijde) – vaatwasserbestendig
2 x per jaar
Afzuigkap reinigen (binnenzijde) niet vaatwasserbestendig
2 x per jaar
Bovenkant keukenkastjes
1 x per 6 weken
Tegelwand (los van keukenblok)
2 x per jaar
Slaapkamer(s)
Keuken
Pagina 11 van 15
Ruimte
Incidentele activiteit
Frequenties
Sanitair
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2 x per jaar
Radiatoren reinigen
2 x per jaar
Tegelwand badkamer afnemen
4 x per jaar
Gordijnen wassen
1 x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4 x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
3 x per jaar
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2 x per jaar
Radiatoren reinigen
2 x per jaar
Hal
Artikel 4.7. Normenkader: aanvullende activiteiten Artikel 4.7.1. Activiteiten en frequenties benodigd voor de wasverzorging Iedere inwoner dient te kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en over schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Ondersteuning bestaat uit wassen en strijken. Het strijken van kleding wordt alleen gedaan a) bij een medische noodzaak en b) betreft alleen bovenkleding c) alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is en d) voor zover betreffende kleding niet kreukvrij beschikbaar is (= algemeen gebruikelijke voorziening). Activiteit Was
Frequenties* Wasgoed sorteren
1x per week
Behandelen van vlekken
5x per 2 weken (indien nodig)
Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten)
5x per 2 weken
Wasmachine leeghalen
5x per 2 weken
Sorteren naar droger of waslijn
5x per 2 weken
Was in de droger stoppen
5x per 2 weken
Droger leeghalen
5x per 2 weken
Was ophangen
5x per 2 weken
Was afhalen
5x per 2 weken
Was opvouwen
5x per 2 weken
Was strijken
1x per week
Was opbergen/opruimen
5x per 2 weken
* In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van 5x per 2 weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat 2x per week.
Pagina 12 van 15
Artikel 4.7.2. Activiteiten en frequenties benodigd voor de boodschappen In eerste instantie wordt deze activiteit niet toegekend, omdat hiervoor gebruik kan worden gemaakt van het sociale netwerk, een boodschappendienst of vrijwilligersorganisatie. Aan een boodschappendienst kunnen kosten verbonden zijn. Wanneer dit wel wordt toegekend, heeft dit betrekking op boodschappen die nodig zijn voor de dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. Er wordt geen rekening gehouden met eigen voorkeuren van de inwoner (bv. voor speciaal voedsel dat beperkt verkrijgbaar is zodat extra gereisd moet worden). Er wordt alleen rekening gehouden met extra inspanningen die geleverd moeten worden vanwege aantoonbare medische redenen. Onderdeel
Activiteit
Frequentie
Boodschappen
Het opstellen van boodschappenlijst
1x per week
Het doen van de boodschappen
1x per week
Het opruimen van de boodschappen
1x per week
Artikel 4.7.3. Activiteiten en frequenties benodigd voor de maaltijden Het gaat om het klaarzetten van de broodmaaltijd(en) en het opwarmen van de warme maaltijd. Bij hoge uitzondering kan sprake zijn van het bereiden van de warme maaltijd. Voor het toekennen van hulp bij de maaltijden wordt onderstaande figuur van Schulinck gebruikt, waarin schematisch is weergegeven wanneer hulp bij de maaltijden onder welke wet valt.
Figuur 1: Schulinck, Wolters Kluwer
Komt een algemeen gebruikelijke voorziening niet tegemoet aan de eisen die aan de maaltijd worden gesteld (bv. bij een dieet dat voorgeschreven is door een arts) dan kan de warme maaltijd wel toegekend worden. Als er jonge kinderen woonachtig zijn in het huishouden, kan het bereiden van de warme maaltijd toegekend worden. Uit jurisprudentie (Rechtbank ’s Hertogenbosch 25-10-2012, nr. AWB 12/1795) blijkt dat twee broodmaaltijden en één warme maaltijd per dag adequaat kan worden geacht. Als het niet-eten leidt tot ‘een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop (voetnoot 5)’ en de hulp denkt dat dat het geval is, mag de hulp bij het huishouden niet ondersteunen. Dan gaat deze 5 V&VN (Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland) zegt hierover op haar website ‘Onze gezondheid versterken, behouden en herstellen is
onlosmakelijk verbonden met eten en drinken. Als iemand door wat voor psychische of lichamelijke oorzaak dan ook beperkt wordt in het zelfstandig voor eten of drinken zorgen, is er snel sprake van een gezondheidsrisico of gezondheidsbedreiging.’
Pagina 13 van 15
ondersteuning over naar de wijkverpleger. Als deze alsnog schriftelijk verklaart dat er géén behoefte is aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop zal de hulp bij het huishouden de ondersteuning hervatten. In de praktijk zal dit vóór de inzet van de hulp bij het huishouden gebeuren. Onderdeel
Activiteit
Frequentie
Maaltijden
Broodmaaltijden: tafeldekken, eten en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen
1x per dag*
Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafeldekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser in/uitruimen
1x per dag*
* Of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien. Artikel 4.7.4. Activiteiten voor kindzorg Het gaat om verzorging van gezonde minderjarige kinderen die tot het gezin behoren. Ouders6 zijn zelf verantwoordelijk voor de zorg voor kinderen. Zijn ouders hier langdurig niet volledig toe in staat, dan kan de gemeente tijdelijke ondersteuning (niet: volledige overname) bieden totdat een andere oplossing gevonden is. Het gaat om dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen in geval van ontwrichting of calamiteiten. Hierbij wordt altijd uitgegaan van het waar mogelijk combineren van activiteiten. Dit betekent dat als een activiteit plaatsvindt voor meerdere personen en dit te combineren valt (bv. maaltijd bereiden, kinderen naar bed of school brengen), het aantal minuten eenmaal telt en niet per persoon.
Onderdeel
Activiteit
Verzorgen van minderjarige kinderen
Was verzorgen Kamers opruimen Eten maken Tasjes school Aankleden Wassen Eten geven Structuur bieden Meer tijd huishoudelijke taken Brengen naar school/crèche Naar bed brengen Afstemming met andere hulp/informele zorg Afstemming/sociaal contact (aankomst, vertrek, administratie, contact met cliënt)
6 Art. 1.247 Burgerlijk Wetboek. Met ouders worden ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Pagina 14 van 15
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget (pgb) Artikel 5. Zorg in natura versus pgb Levering van aanvullende maatwerkvoorzieningen, hier de aanvullende maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden, vindt over het algemeen plaats als ‘zorg in natura’ (ZIN). De gemeente contracteert en betaalt rechtstreeks aan de leverancier. Deze levert aan inwoner. Onder voorwaarden kan inwoner kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). De wetgever heeft het pgb bedoeld als een gelijkwaardig alternatief voor ZIN. Deze voorwaarden zijn opgenomen in landelijke wet- en regelgeving. Hoofdstuk 6. Weigering, herzien en terugvordering Artikel 6.1. Weigeren, opschorten of intrekken Maatwerkvoorzieningen worden alleen verstrekt als aanvulling op datgene wat inwoner zelf kan doen, wat in samenkracht gedaan kan worden, wat gedaan kan worden met voorliggend veld/ voorliggende voorzieningen. Als inwoner niet doet wat deze zelf kan doen zal een aanvullende maatwerkvoorziening geweigerd worden, opgeschort of ingetrokken. Artikel 6.2. Voorzienbaarheid Wanneer de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning geheel of gedeeltelijk voorkomen had kunnen worden door de inwoner, is er sprake van voorzienbaarheid. Het college oordeelt in dit geval dat wanneer de inwoner andere besluiten had genomen de behoefte er niet of slechts deels zou zijn geweest.
Als dit het geval is, wordt uitsluitend een aanvullende maatwerkvoorziening verstrekt voor het deel dat de inwoner redelijkerwijs niet had kunnen voorzien. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 7.1. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na haar bekendmaking. Artikel 7.2. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels Huishoudelijke Ondersteuning Edam-Volendam. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van <DATUM>, het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam, de secretaris, de burgemeester, H. van der Woude L.J. Sievers
Pagina 15 van 15