Vraag en Antwoord Begroting 2026
Tekst van het document
BEGROTING 2026 ID
Datum vraag
Fractie(s)
Vraag en antwoord
Programma 1 Bestuur - Financiën - Pagina 16 1597
27-102025
GroenLinks PvdA
Onder ‘nieuw beleid en nieuwe investeringen Kadernota’ missen wij het onderzoek naar de bestuurskracht van onze gemeente. In de ingetrokken Kadernota 2026 werd het uitvoeren van dit onderzoek nog wel genoemd, maar in de voorliggende begroting ontbreekt dit. Vraag 1. Is er budget voor een bestuurskrachtonderzoek opgenomen in de begroting 2026? Zo ja, onder welke noemer staat dit in de begroting? Antwoord 1: Zoals in de tekst is aangegeven zullen de kosten, na akkoord van de raad, grotendeels in 2025 uitgegeven worden en komen vanwege het incidentele karakter ten laste van de Algemene Reserve In de begroting wordt fors extra budget uitgetrokken voor het uitbreiden van de afdeling Informatievoorziening. Tot 2029 stijgen de personeelslasten stapsgewijs met €405.000. Wij begrijpen dat het werk door technologische ontwikkelingen al complexer wordt, maar de vraag dient zich op of deze uitbreiding wel proportioneel is en welke keuzes hier nog in te maken zijn zodat we met minder (extra) capaciteit toe kunnen. Vraag 2. Welke alternatieven zijn er voor de uitbreiding van capaciteit zoals voorgesteld in de voorliggende begroting? Antwoord 2: Alternatieven zijn om werkzaamheden in te kopen of niet te doen. Een risico hierbij is wel dat de implementatie van nieuwe Europese wetgeving wordt vertraagd of niet kan worden uitgevoerd. Vraag 3.
Welke keuzes moeten er hiervoor gemaakt worden? Wat zijn de voor- en nadelen van deze keuzes voor de interne organisatie en de dienstverlening? Antwoord 3: Als de extra werkzaamheden door bestaande medewerkers gedaan moeten worden zal dit ten koste gaan van de (interne) dienstverlening. Storingen, of gevolgen van cyberaanvallen, zullen niet alleen in aantallen maar ook in duur toenemen. Dit gaat uiteindelijk te koste van de dienstverlening. Uitbesteding kan wellicht ook maar dan zullen de kosten toch voor rekening van de gemeente komen. Tegelijk ontbreekt het aan kennis en tijd om meer gebruik te maken van technologische ontwikkelingen ter verbetering van werkprocessen. Daarmee ontwikkelt de organisatie zich niet mee met opgaven die de omgeving van ons vraagt. Programma 2 Publiek, Veiligheid en Juridische Zaken - Financiën - Pagina 25 1598
27-102025
GroenLinks PvdA
In het tabelletje ‘Lasten per speerpunt en product’ valt het ons op dat de lasten voor 2026 bij drie producten (Bezwaar- en beroepsschriften, APV en bijzondere wetten en Integrale veiligheid) flink zijn gestegen ten opzichte van 2025. In de begroting is hier geen verklaring voor te vinden. Vraag: Kunt u voor elk van deze producten aangeven waarom de lasten in het jaar 2026 zo fors stijgen ten opzichte van het jaar 2025? Antwoord: Product Bezwaar en Beroepsschriften: Met ingang van 2026 zijn de personele kosten van 2 medewerkers beroeps en bezwaarschriften sociaal domein ook op dit product verantwoord. In 2025 waren de kosten in het sociaal domein verantwoord. Product APV en bijzondere wetten: Met ingang van 2026 zijn de personele kosten van 2 medewerkers vergunningen van de sectie Bouwen en Milieu ook op dit product verantwoord. In 2025 waren deze kosten onder Omgevingswet verantwoord.
Product Integrale Veiligheid: In de begroting wordt voorgesteld de formatie met 1 fte uit te breiden vanwege de extra handhavingstaken taken in het buitengebied en nautisch toezicht. Daarnaast wordt het voorstel uit de Kadernota 2025 Betaald parkeren in de centra van Edam en Volendam met een scan auto terug gecorrigeerd. In dit voorstel stond een af raming van 3 fte handhaving opgenomen. Programma 2 - Publiek, Veiligheid en Juridische Zaken - Verwijderde fietsen - pagina 21-28 1596
27-102025
GroenLinks PvdA
Vraag: Wat gebeurt er met de fietsen die door handhaving en/of politie worden weggehaald, bijvoorbeeld als deze te lang op een plek staan? Antwoord: Wij kennen geen weesfietsen beleid (denk aan fietsen die overal staan en waarvan geen eigenaar meer te bekennen is). De politie haalt geen fietsen weg en handhaving in principe ook niet. Maar als het één keer voorkomt gaat deze fiets naar Rataplan. Daar wordt de fiets geregistreerd en wordt nagekeken of deze niet is gestolen. Gestolen fietsen gaan naar de politie. De fiets blijft ongeveer 90 dagen in bewaring bij Rataplan. Na 90 dagen (en wanneer er geen eigenaar zich heeft gemeld) wordt de fiets in de verkoopvoorraad opgenomen. Dit is het AFAK-systeem.
Programma 3 - Ruimtelijke Ontwikkeling 1589
20-102025
ONS Belang
Vraag: Waaruit bestaat het budget voor het omgevingsprogramma? Graag een verdeling van de kosten. Antwoord: Omgevingsprogramma2026 Bedrijfslidmaatschappen en -contributies Belastingen en heffingen Doorbelasting salarislasten
270 600 186.737
ICT software licenties en onderhoud 109.478 Inkomensoverdrachten GR's 500.004 Klein onderhoud en storingen exploitatie (jaarlijks) 1.125 Kosten verzekeringen 832 Overige kosten goederen en diensten 28.925 Uitbestede werkzaamheden en consultancy 120.417 Totaal 948.388 Programma 3 Ruimtelijke Ontwikkeling - Speerpunten - Kwalitatief hoogwaardige en duurzame leefomgeving - Pagina 32 1599
27-102025
GroenLinks PvdA
Bij ‘Wat willen we bereiken?’ is een van de acties waar in 2026 aan wordt gewerkt een ‘eerste aanzet uitvoeringsagenda wonen’. Van de Uitvoeringsagenda Wonen wordt al de hele raadsperiode gezegd dat hieraan gewerkt wordt. Tot op heden heeft de gemeenteraad nog geen Uitvoeringsagenda ontvangen. Bovendien wordt in deze begroting ineens gesproken over een ‘eerste aanzet’ in plaats van het opleveren van een complete Uitvoeringsagenda. Vraag 1: Waarom wordt de Uitvoeringsagenda Wonen nu weer uitgesteld? Antwoord 1: Jaarlijks is de gemeenteraad bijgepraat in de themaraad wonen over beleidsontwikkelingen, wat we hebben gedaan tav de opgave wonen en wat we gaan doen op dit onderwerp. Een afzonderlijke Uitvoeringsagenda was/is in dat opzicht geen dringende noodzaak. Als er tijdens de Begrotingsraad wordt besloten te starten met het opbouwen van het programma volkshuisvesting/wonen gaan we aan de slag met de opbouw en daarbij behorende uitvoeringsagenda. De themaraad wonen is hier de voorloper op. Vraag 2: Waarom is ervoor gekozen om in 2026 slechts met een ‘eerste aanzet’ te komen? Antwoord 2:
Zie antwoord 1. Vraag 3: Wat wordt verstaan onder een ‘eerste aanzet’? Hoe ziet het eindproduct van deze actie eruit? Antwoord 3: Zie antwoord 1. Programma 3 Ruimtelijke Ontwikkeling - Financiën - Etersheim - Pagina 35 1600
27-102025
GroenLinks PvdA
Bij ‘Nieuw beleid en investeringen’ lezen we dat het project steiger Etersheim is stopgezet. Er is nog € 304.177 aan krediet beschikbaar. In een RIB van 17 juli 2025 staat: ‘’De wens is om het resterende budget of een deel daarvan in te zetten in de gebiedsontwikkeling rondom Etersheim. Het is ter besluitvorming aan uw raad hoe nu omgegaan wordt met dit resterende budget. In dit najaar ontvangt u hierover een separaat raadsvoorstel’’. Dit raadsvoorstel staat echter niet op de termijnagenda van de gemeenteraad. Vraag 1: Blijft het krediet voor de aanlegsteiger in de voorliggende begroting beschikbaar om te investeren in een ontwikkeling van de Etersheimerbraak? Antwoord1: Op dit moment is de gemeente in overleg met de stichting Etersheimerbraak en de beheerders. In hoeverre er een haalbaar plan voor de gebiedsontwikkeling is gemaakt wordt komende tijd beoordeeld. Vraag 2: Wanneer ontvangen we het raadsvoorstel voor de alternatieve besteding van dit krediet? Antwoord 2: Zie antwoord 1.
Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving - Financiën - Kunst en Cultuur - Pagina 57 1601
27-102025
GroenLinks PvdA
De gemeente wil een jaarlijkse bijdrage van € 12.500 beschikbaar stellen aan een stichting die de Spaandercollectie gaat beheren en exploiteren. Deze bijdrage wordt gerechtvaardigd door het grote cultuurhistorische belang van de collectie
schilderwerken. GroenLinks en PvdA zijn het hier helemaal mee eens, maar vinden wel dat er nadere afspraken nodig zijn voordat de bijdrage wordt verstrekt. Denk hierbij aan afspraken over de toegankelijkheid van de schilderwerken voor het grote publiek. De schilderwerken zouden wat ons betreft een vast aantal dagen per jaar toegankelijk moeten zijn en niet getoond moeten worden op locaties waar een onevenredig hoge entreeprijs wordt gevraagd. De bijdrage van de gemeente is publiek geld. In ruil daarvoor mag de gemeente best eisen stellen. Vraag 1: In hoeverre worden er nadere afspraken gemaakt over de toegankelijkheid van de Spaandercollectie, in de geest van wat hierboven is beschreven? Antwoord 1: Op dit moment is dat nog te prematuur, maar wij hebben uw intenties en wensen gehoord en zullen dat meenemen in de verdere uitwerking. In de verdiepende themabijeenkomst over het thema Vitaliteit (o.a. kunst en cultuur) werd gezegd dat het budget voor de inzet van de cultuurcoördinator nu structureel in de begroting is opgenomen. Voor het uitvoeringsbudget van de cultuurcoördinator was alleen in 2026 dekking. In de RIB bij deze begroting lijkt te worden gezegd dat het college het uitvoeringsbudget nu ook structureel heeft gemaakt, alleen is daar in de voorliggende begroting niks over terug te vinden.
Vraag 2: Kunt u aangeven voor welke jaren het uitvoeringsbudget van de cultuurcoördinator in de voorliggende begroting beschikbaar is? Is dat alleen voor 2026 – zoals eerder gemeld – of is het uitvoeringsbudget nu structureel in de begroting opgenomen? Antwoord 2: Het budget is nu structureel in de begroting opgenomen, bij positieve besluitvorming is het budget dus structureel beschikbaar. Programma sociaal domein/samenleving - participatiewet - pagina 58
1595
27-102025
GroenLinks PvdA
Samenwonen met bijstand In de praktijk komt het voor dat inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen, terughoudend zijn om te gaan samenwonen uit angst hun uitkering deels te verliezen. Dit kan ongewenste gevolgen hebben. GroenLinks en PvdA willen inzicht krijgen in hoe vaak deze situatie zich voordoet in onze gemeente, en hoe hiermee wordt omgegaan door de uitvoering. Vraag 1. Hoeveel huishoudens binnen Edam-Volendam hebben in de afgelopen drie kalenderjaren (2022, 2023 en 2024) te maken gehad met: a. een aanpassing (verlaging of beëindiging) van de bijstandsuitkering wegens samenwoning of het vormen van een gezamenlijke huishouding; b. een terugvordering of boete vanwege het niet melden van samenwoning? Antwoord 1a: In de jaren 2022, 2023 en 2024 zijn er opgeteld 11 uitkeringen beëindigd met als uitstroomreden het aangaan van een relatie. In sommige gevallen wordt een uitkering formeel beëindigd, maar tegelijkertijd ‘omgezet’ naar de nieuwe toepasselijke bijstandsnorm. Dit betekent veelal dat een eerdere uitkering op basis van de norm voor een alleenstaande in dat soort gevallen wordt ‘omgezet’ naar de norm voor gehuwden (partners). Antwoord 1b: Uit navraag bij de uitvoering is gebleken dat in de afgelopen drie jaren er één keer sprake is geweest van terugvordering uitkering en opleggen boete vanwege het niet melden van samenwoning. Vraag 2.
Hoeveel nieuwe bijstandsaanvragen zijn in dezelfde periode afgewezen omdat er sprake was van een gezamenlijke huishouding of (vermoedelijke) samenwoning? Antwoord 2:
Binnen de Participatiewet is er sprake van verschillende leefsituaties met een aan de leefsituatie - en leeftijd - gekoppelde bijstandsnorm. Ook kunnen volwassen medebewoners van invloed zijn op de van hoogte van de bijstandsnorm. Iemand heeft geen recht op bijstand wanneer het in aanmerking te nemen inkomen hoger is dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Eigen vermogen in de bijstand Inwoners die een beroep doen op de Participatiewet moeten eerst hun eigen vermogen aanspreken voordat zij in aanmerking komen voor bijstand. Dit vermogen kan bestaan uit spaargeld, een auto of zelfs een eigen woning. GroenLinks en PvdA wil inzicht in de omvang en uitvoering van de vermogenstoets binnen onze gemeente. Vraag 3: Hoeveel bijstandsaanvragen zijn in de afgelopen drie kalenderjaren (2022, 2023 en 2024) afgewezen of opgeschort omdat de aanvrager over vermogen boven de vermogensgrens beschikte? Antwoord 3: In de afgelopen drie jaren is het één keer voorgekomen dat een aanvraag is afgewezen vanwege vermogen boven de vermogensgrens. Er zijn situaties waarin mensen informeren naar de voorwaarden voor het aanvragen van bijstand, waarbij uit het gesprek naar voren komt dat iemand te veel vermogen heeft. Er is dan nog geen sprake van een aanvraag en ook niet van een afwijzing.
We maken in dit soort situaties gebruik van andere mogelijkheden die we hebben, zoals het aanbieden van ondersteuning bij het vinden en behouden van werk en de stappen ernaartoe. Want ook zogenaamde nietuitkeringsgerechtigden (Nuggers) vallen onder de re-integratieverantwoordelijkheid van gemeenten. Vraag 4: Hoeveel aanvragers hebben in diezelfde periode hun auto of woning verkocht (al dan niet op advies of aanwijzing van de gemeente) om wel in aanmerking te komen voor bijstand? Antwoord 4:
Zie antwoord vraag 3. Vraag 5: Hoeveel bijstandsuitkeringen zijn de afgelopen jaren in de vorm van een lening verstrekt, omdat de aanvrager een auto en/of koophuis had? Antwoord 5: In de afgelopen jaren is in twee gevallen sprake (geweest) van een bijstandsuitkering in de vorm van een lening vanwege eigen woning bezit. Autobezit valt onder een ander regime van vermogensvaststelling dan de eigen woning. Als het vermogen - de som van de bezittingen (waaronder de waarde van een auto) verminderd met de schulden – hoger is dan de geldende vermogensgrens, is er geen recht op bijstand. Er is dan ook geen sprake van bijstand in de vorm van een lening. Vraag 6: Hoe wordt beoordeeld of de verkoop van een auto of woning redelijk en proportioneel is in een gegeven situatie? Antwoord 6: Voor autobezit zie vraag 5. Bij een woning is van belang of het gaat om een woning die door de bijstandsaanvrager wordt bewoond. Die vraag is namelijk bepalend voor welk vermogensregime moet worden toegepast. Als de bijstandsaanvrager de woning niet zelf bewoont is het aparte regime over de ‘eigen woning’ namelijk niet aan de orde. We gaan ervan uit dat bij deze vraag de eigen woning wordt bedoeld.
Onderdeel van het aparte regime over de ‘eigen woning’ is dat de gemeente bij de beoordeling van het recht op bijstand kijkt of tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring van het in de woning gebonden vermogen in redelijkheid kan worden verlangd. Algemene bijstand heeft dan de vorm van een geldlening als het vermogen gebonden in de woning hoger is dan € 65.500,00 en de bijstand over de periode van een jaar naar verwachting meer dan het nettominimumloon bedraagt. Er moet dus worden onderzocht of iemand in aanmerking kan komen voor een extra hypotheek en of het redelijk is om te verlangen dat iemand de woning verkoopt. Bij dit onderzoek kunnen in onderlinge samenhang onder meer de volgende
zaken worden betrokken: de overwaarde in de woning, de situatie op de woningmarkt zoals de verkoopbaarheid van de woning en beschikbaarheid van andere woonruimte, het eerdere inkomen van iemand en de verwachte inkomenspositie in de nabije toekomst, de grootte en samenstelling van het gezin. Paragrafen - Lokale heffingen - Kostendekkendheid leges - Pagina 72 1607
30-102025
VVD
De kostendekkendheid leges wordt in 2026 slechts 37,5%. Er wordt €5,5 mln kosten gemaakt en €2,1 mln aan inkomsten gegenereerd. Betekent een verlies van €3,4 mln. Vraag: Waar ligt dit aan? Is er bijv. teveel personeel op die afdeling, worden extreem weinig bouwaanvragen verwacht of zijn de leges te laag? Antwoord: Alhoewel de bedragen die u noemt in de vraag gaan over de gehele legesverordening, gaan wij er op basis van uw vervolgvragen vanuit dat uw vraag alleen ziet op de leges omgevingsvergunningen. De kosten van de omgevingsvergunningen waren in 2024 € 2.430.026 terwijl de opbrengsten ong. € 1.100.000 waren. Er was toen sprake van een dekkingspercentage van 45,3%. De leges omgevingsvergunningen zijn al langjarig niet kostendekkend. Naar aanleiding van de kadernota zijn de leges voor kleine bouwwerken in 2025 verhoogd. De verwachting is dan ook dat voor 2025 de kostendekkendheid hoger zal zijn. Voor wat betreft het personeel zit het team op een absoluut wettelijk minimum, rekening houdend met de landelijke kwaliteitscriteria. De afgelopen jaren is er geen formatie bijgekomen, terwijl het aantal aanvragen, de complexiteit en de administratieve druk wel steeds is toegenomen. Dit kunt u ook terugvinden in ons jaarverslag omgeving. Dit betekent dat de werkdruk binnen het team hoog ligt, zeker aangezien we de service en doorlooptijden op pijl proberen te houden.
Begroting overhead 1591
20-102025
ONS Belang
Vraag 1. Welke specifieke factoren hebben geleid tot de stijging van de overhead in 2025, en welke hiervan zijn incidenteel dan wel
structureel van aard? Antwoord 1: Stijging van overheadkosten wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere personeels-, facilitaire-, ict- en huisvestingskosten. Maar het kan ook komen doordat er minder kosten worden toegerekend naar andere producten. Deze oorzaken zijn allemaal structureel. Vraag 2. Hoeveel van de stijging wordt veroorzaakt door hogere interne loonkosten (bijvoorbeeld fte-groei of cao-stijgingen) en welk deel door externe inhuur of tijdelijke contracten? Antwoord 2: De stijging van de overheadkosten 2026 ten opzichte van 2025 worden voornamelijk veroorzaakt door hogere personeelskosten terwijl de doorberekening van deze lasten naar andere producten hetzelfde is gebleven. Vraag 3. Hoe verhoudt de overheadquote van de gemeente zich tot die van vergelijkbare gemeenten? Antwoord 3: De gemiddelde kosten voor overhead ligt bij gemeenten rond de 26%. De overheadkosten van onze gemeente zijn 20% (20/100). Maar overheadkosten van gemeenten zijn moeilijk vergelijkbaar. Dit komt door verschil in rekenmethoden. Vraag 4. Is de stijging van de overhead groter dan de trendmatige groei van de totale begroting, en zo ja, hoe verklaart het college deze afwijking? Antwoord 4: De stijging van de overhead is ongeveer gelijk aan de groei van de totale begroting. Vraag 5.
Waarom zijn de ontwikkelingen in de overhead niet expliciet als financieel risico of aandachtspunt opgenomen? Antwoord 5: Wij zien hiertoe geen noodzaak.