Voorstel Vergunningen, Toezicht- en handhavingsbeleid.docx
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d. 15 september 2022 Voorstelnummer 62-2022 Agendanummer 5 Zaaknummer Z22105854 Onderwerp: Vergunningen, Toezicht- en handhavingsbeleid 2022-2026 Portefeuillehouder: Wethouder Kes Aan de raad. Gevraagde beslissing I. vast te stellen het voorliggende concept Vergunningen, Toezicht- en handhavingsbeleid 2022-2026; II. het college van burgemeester en wethouders te belasten met de uitvoering van het voorliggende concept Vergunningen, Toezicht- en handhavingsbeleid 2022-2026. Samenvatting Conform het Besluit omgevingsrecht dient een gemeente een uitvoerings- en handhavingsbeleid vast te stellen. Bijgevoegd treft u het definitieve concept- Vergunningen, Toezicht- en handhavingsbeleid 20222026 (VTH-beleid) aan. Het VTH-beleid 2022-2026 borgt de voorwaarden die de wetgever stelt aan de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het VTH-beleid 2022-2026 is (deels) de opvolger van het Omgevingsbeleidsplan 2016-2020. Het beleid bestond in beginsel uit twee delen: kwaliteitsdeel en een uitvoeringsdeel. Het eerste deel is niet verplicht en zal met de komst van de Omgevingswet aanzienlijk veranderen. Op 4 juli 2022 is daarom besloten een deel van het voorstel voor nu los te laten, omdat er nog teveel vragen en onduidelijkheden zijn.
Er is gezien voornoemde voor gekozen om de naam te veranderen van Omgevingsbeleidsplan naar Vergunningen, Toezicht- en handhavingsbeleid. Het voorliggende VTH-beleid 2022-2026 heeft betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving en is gericht op het voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor de gemeentelijke taakuitvoering op dat vlak. Voor wat betreft de inhoud van het VTH-proces heeft de gemeente weinig beleidsvrijheid nu dit aan wettelijke eisen moet voldoen. Uiteraard heeft zij wel beleidsvrijheid ten aanzien van de doelstellingen. Het VTH-beleid geeft een beschrijving van de processen van de uitvoering van de taken en welke doelen we daarmee willen bereiken. Tevens worden de (werk) protocollen, alwaar naar gewerkt moet worden, vastgelegd. Kortom, worden het proces, de mogelijkheden voor aanvragen en de toetsingsniveaus (in protocollen) beschreven en vastgelegd. Het procesdeel wordt jaarlijks uitgewerkt in een omgevingsprogramma. In dit omgevingsprogramma wordt door het college bepaalt welke concrete activiteiten er door de betreffende afdeling dienen te worden uitgevoerd om de doelstellingen te behalen. Dit uitvoeringsprogramma wordt ter kennisname aan uw raad gezonden (artikel 7.3 Besluit omgevingsrecht (Bor). Tevens brengt het college jaarlijks verslag uit aan uw raad over het bereiken van de gestelde doelen (artikel 7.7 van het Bor).
Onderbouwing en alternatieven Hieronder zal u in het kort worden meegenomen in het VTH-beleid 2022-2026.
©ev 2020
Het VTH-beleid 2022-2026 gaat over het actualiseren van de problemen, risico’s en processen omtrent vergunningverlening, handhaving en toezicht (hierna: VTH). Het VTH-beleid bestaat uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft een inleiding van het VTH-proces, waarna in hoofdstuk 2 een beleidsevaluatie wordt gegeven van het Omgevingsbeleidsplan 2016-2020. Binnen hoofdstuk 3 is vastgelegd welke doelen er zijn voor het verlenen van vergunningen en wat binnen deze doelen prioriteit heeft. Voor de meest voorkomende bouwwerkcategorieën bestaat een risicoanalyse waarbij ten aanzien van elk toets-thema op basis van kennis en ervaring berekend is hoe groot de kans is dat een aanvraag ten aanzien van dat thema tekortschiet en wat de effecten daarvan zouden zijn. Evenals bij de vergunningverlening bestaat voor toezicht en handhaving een risicoanalyse. Er wordt op dit moment gewerkt aan nieuwe toezichtprotocollen, tot de Omgevingswet (Ow) in werking treedt. Ook wordt hierbij rekening gehouden met de ontwikkelingen en veranderingen die plaats zullen gaan vinden bij de komst van de nieuwe Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). Hoofdstuk 4 gaat over het beleid van toezicht en handhaving. In hoeverre de gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd, wordt bepaald door een groot aantal factoren. Een aantal van deze factoren is te beïnvloeden door consequent te handhaven.
Alle activiteiten die erop gericht zijn om er voor te zorgen dat regels worden nageleefd, worden samengevat in een naleefstrategie. Er zijn vier naleefstrategieën: (1) de preventiestrategie, (2) toezichtstrategie, (3) sanctiestrategie en (4) de gedoogstrategie. Preventiestrategie De preventiestrategie richt zich op het vergroten van de bewustwording bij burgers en bedrijven. Het gevolg is dat er minder toezicht en repressieve handhaving hoeft plaats te vinden, omdat er minder overtredingen worden begaan. Regels zijn handhaafbaar wanneer ze voldoen aan een aantal criteria: 1. actueel, op basis van geldende wetgeving en beleid; 2. eenduidig, op één manier uit te leggen en niet tegenstrijdig; en 3. controleerbaar, gebaseerd op zichtbare en/ of meetbare feiten. Toezichtstrategie De wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd hangt af van de prioriteit die aan een handhavingstaak is toegekend. Hoe hoger de prioriteit hoe actiever er gehandhaafd wordt. Verder zal naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken, ongeacht de prioriteit, altijd handhavend worden opgetreden. Wel kan de prioriteitstelling bepalend zijn voor het tijdsbestek waarop de handhaving plaats vindt. Uitgangspunt voor de uitvoering is het zoveel mogelijk integraal uitvoeren van het toezicht en handhaving.
Met deze integrale aanpak wordt tegemoet gekomen aan de ambities die de gemeente heeft in het kader van verbetering van de dienstverlening naar het bedrijfsleven en inwoners toe. Ook wordt hiermee tegemoet gekomen aan de eisen die in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en binnenkort in de Omgevingswet aan het toezicht worden gesteld.
Sanctiestrategie
©ev 2020
Om naleving van de regelgeving af te dwingen staan zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten tot de beschikking. In de sanctiestrategie staat beschreven wanneer de gemeente welke middelen inzet. De intentie van het toepassen van de sanctiestrategie is het herstel naar een legale situatie. Daarom zullen de door de gemeente toe te passen handhavingsmaatregelen in de eerste plaats bestuursrechtelijk van aard zijn. De bestuursrechtelijke handhaving binnen de gemeente EdamVolendam is gebaseerd op de zogenaamde driestappenstrategie: 1) Constateren, 2) voornemen bestuursrechtelijk optreden en 3) formele aanschrijving dwangmiddelen. Voor de bestuursrechtelijke aanpak van overtredingen staan de gemeente een aantal instrumenten ter beschikking: het intrekken van een vergunning, het opleggen van een last onder dwangsom, het opleggen van een last onder bestuursdwang en het opleggen van een bestuurlijke boete. Omdat dat laatste niet gerist is op het herstellen van de legale situatie wordt daar niet voor gekozen. De gemeente heeft een bepaalde beleidsvrijheid in het kiezen of zij een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom oplegt om een overtreding ongedaan te maken. Behoudens bijzondere omstandigheden kiest de gemeente voor het opleggen van een last onder dwangsom boven het toepassen van bestuursdwang.
Een laatste mogelijkheid is de bestuurlijke strafbeschikking. Met deze strafbeschikking kan een Buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa) een proces-verbaal opstellen. Deze bestuurlijke strafbeschikking kan ingezet worden tegen kleine overlastfeiten. De bestuurlijke strafbeschikking wordt op eenzelfde wijze afgehandeld als een proces-verbaal. Gedoogstrategie Gedogen is in sommige gevallen, gelet op alle betrokken belangen en de werking van beginselen van behoorlijk bestuur, beter dan handhaving. Voor gedogen in plaats van handhaven moeten echter wel redenen worden aangegeven. Naleving van het wettelijk voorschrift dient immers uitgangspunt te zijn. De gemeente sluit bij gedoogsituaties aan bij de (vaste) jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de aanvaardbaarheid van gedogen: “Slechts onder bijzondere omstandigheden. Dat kan zich voordoen als sprake is van concreet zicht op legalisatie. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.” Financiële aspecten N.v.t. Personele aspecten De uitvoering van het VTH-beleid wordt uitgevoerd binnen de bestaande formatie. Risico’s Het vaststellen van het VTH-beleid 2022-2026 is een verplichting op grond van artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft dit eveneens een verplichting. Provincie Noord-Holland houdt in het kader van interbestuurlijk toezicht bij of gemeente EdamVolendam het VTH-beleid vierjaarlijks actualiseert.
©ev 2020
Gevolgde procedure • Het voorstel is op het verzoek van de agendacommissie op 19 mei informatief aangeboden aan de raad, om na installatie van het nieuwe college ter vaststelling aan de raad aan te bieden. • Op 4 juli 2022 is besloten een deel van het voorstel voor nu los te laten, omdat er nog teveel vragen en onduidelijkheden zijn. • De Omgevingswet zal naar verwachting 1 januari 2023 in werking treden, daarom is het voorstel nu alleen het verplichte deel (II) van het plan te laten vaststellen en hiervoor een nieuwe naam te gebruiken, namelijk het voorliggende VTH-beleid 2022-2026; • Het voorliggende concept VTH-beleid 2022-2026 wordt aan uw raad voorgelegd ter vaststelling in de raad van 15 september 2022. Burgerparticipatie, inspraak, zienswijzen en communicatie Voorafgaand aan het voorgenomen besluit Op 12 april 2022 is het voorstel voorgelegd aan het college van B&W. Direct na behandeling in het college is het Omgevingsbeleidsplan ter inspraakperiode van 2 weken voorgelegd aan de ketenpartners (De buurgemeenten, de Provincie Noord-Holland, het Openbaar Ministerie, de Omgevingsdienst IJmond, de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland en de politie Zaanstreek-Waterland). Er is tijdens- en na deze inspraakperiode van 2 weken niets ontvangen van de buurgemeenten en ketenpartners.
Voor zover van toepassing (relatie met kernwaarden gemeente Edam-Volendam) Het VTH-beleid geeft inzicht en daarmee transparantie in de toezicht- en sanctiestrategie van de gemeente Edam-Volendam en vergroot daarmee de rechtszekerheid van de burgers. Handelen volgens van te voren afgesproken kaders vergroot het vertrouwen binnen de gemeenschap. Rapportage, verantwoording en evaluatie Het procesdeel wordt jaarlijks uitgewerkt in een omgevingsprogramma. In dit omgevingsprogramma wordt door het college bepaalt welke concrete activiteiten er door de betreffende afdeling dienen te worden uitgevoerd om de doelstellingen te behalen. Dit uitvoeringsprogramma wordt ter kennisname aan uw raad gezonden (artikel 7.3 Besluit omgevingsrecht (Bor). Tevens brengt het college jaarlijks verslag uit aan uw raad over het bereiken van de gestelde doelen (artikel 7.7 van het Bor). Bijlagen - Concept VTH-beleid 2022-2026 Edam-Volendam, d.d. 12 april 2022 Het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam, de secretaris, H. van der Woude
de burgemeester, L.J. Sievers.
©ev 2020