CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel MRARijk Verstedelijkingsconcept versie 2.docx

Raadsvergadering 1 juli 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel inzake MRARijk Verstedelijkingsconcept versie 2.3.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering d.d. 1 juli 2021 Voorstelnummer 65-2021 Agendanummer 18 Zaaknummer Z21096484 Onderwerp: MRA/Rijk Verstedelijkingsconcept versie 2, Wensen en opvattingen Portefeuillehouders: Wethouder Rijkenberg en Wim Runderkamp Aan de raad. Gevraagde beslissing In te stemmen met de in de (regionale) brief geformuleerde wensen en opvattingen over het Verstedelijkingsconcept versie 2, deze aan te vullen met de in dit raadsvoorstel genoemde gemeentelijke opmerkingen en het college opdracht geven de brief te verzenden aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie Rijk/MRA. Samenvatting Met de Verstedelijkingsstrategie bepalen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en het Rijk samen de koers voor de ontwikkeling van de MRA op de middellange (2030) en lange termijn (2050). Het is een Rijk/Regio traject, waarin samen wordt gekeken wat van elkaar wordt verwacht en van elkaar wordt gevraagd. Het maakt duidelijk waar wij het Rijk voor nodig hebben en andersom. De strategie brengt keuzes op verschillende gebieden bij elkaar: van wonen, werken, mobiliteit en leefkwaliteit tot landschap, energie, (drink)water, klimaatadaptatie en ecologie. Bovendien integreert de strategie het beleid van de afzonderlijke gemeenten, de provincies, de waterschappen en het Rijk met eerder gemaakte afspraken.

Zo geeft de Verstedelijkingsstrategie aan waar we samen naartoe willen: naar een metropoolregio van grote klasse met een menselijke maat, die duurzaam is, en sociaal en economisch sterk. In september, november 2020 en in april 2021 zijn de raden en Staten in deelregionale sessies geïnformeerd over versie 1 van het Verstedelijkingsconcept en hebben de raden van ZaanstreekWaterland input gegeven over belangrijke onderwerpen zoals op: Landschap, Woningbouwontwikkeling/werkgelegenheid en Mobiliteit. Het Bestuurlijk Kernteam MRA Verstedelijkingsstrategie, biedt u het Verstedelijkingsconcept versie 2 aan om u verder de mogelijkheid te geven wensen en opvattingen mee te geven. Zij vinden het belangrijk om dat al in dit stadium te doen, zodat uw inbreng nog goed kan worden meegenomen in de volgende versie. Onderbouwing en alternatieven Er is behoefte aan een integraal verstedelijkingsbeleid op MRA en Rijksniveau. Met de verstedelijkingsstrategie bepalen de MRA en het Rijk samen de koers voor de ontwikkeling van de MRA op de middellange (2030) en lange termijn (2050). Het betreft een echt Rijk/Regio traject, waarin wij samen kijken wat we van elkaar verwachten en van elkaar vragen. Het maakt duidelijk waar wij het Rijk voor nodig hebben en andersom.

Er is sprake van een integrale benadering van toekomstig verstedelijkingsbeleid en daarmee gepaard gaande investeringen in het MRA-gebied die grotendeels door het Rijk zullen worden gefinancierd. Een alternatieve wijze wordt niet aangeboden. Het biedt thans de kans om daadwerkelijk (middels MRA) aan tafel te zitten met het Rijk voor het toekomstig beleid.

©ev 2020

Financiële aspecten Naast de beschikbare (regionale en reguliere lokale) middelen en eventuele toekomstige beschikbare middelen, zal de uiteindelijke strategie bestaan uit twee onderdelen: een Verstedelijkingsconcept (met een fasering) en een investeringsstrategie. Dit vormt de gemeenschappelijke koers en het kader van waaruit gezamenlijke projecten volgen in de uitvoering. De Verstedelijkingsstrategie wordt gekoppeld aan een pakket interbestuurlijke afspraken, waarbij de afspraken met het Rijk voorliggen in het BO MIRT van november 2021. Uiteraard worden alleen afspraken gemaakt als daarover binnen de MRA-overeenstemming is. Op dit moment is daarom ook nog niet bekend wat de beschikbare middelen zijn vanuit het Rijk. Personele aspecten Deze zijn niet van toepassing. Risico’s Mogelijke risico’s voor onze gemeente moeten nog blijken uit het nog later op te stellen Verstedelijkingsconcept versie 3. Op dit moment zijn de gevolgen/risico’s nog niet in te schatten gelet op de fase waarin het Verstedelijkingsconcept verkeert. Gevolgde procedure Na akkoordverklaring door de raad zal de brief met aanvullende gemeentelijke opmerkingen worden verzonden worden naar het Projectteam Verstedelijkingsstrategie Rijk/MRA.

Burgerparticipatie, inspraak, zienswijzen en communicatie Inspraak met bewoners is hierbij niet aan de orde, omdat dit Verstedelijkingsconcept versie 2 alleen van toepassing is op de hierbij betrokken verschillende zelfstandige bestuurslagen, zoals het Rijk, MRA, gemeenten, provincie en waterschappen. Als uw raad akkoord gaat met de in de (regionale) brief geformuleerde wensen en opvattingen over het verstedelijkingsconcept met de nadere aanvulling van de in dit raadsvoorstel gemaakte opmerkingen, zal deze brief verzonden worden aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie Rijk/MR. Voorts vindt de algemene communicatie plaats via de Nieuwsbrieven MRA, Raadsinformatie, website MRA, terugkoppelingen in de raden, Regionale Raadsleden bijeenkomsten. De ambities van de gemeenten worden in regionaal verband verwoord in de zienswijze op het verstedelijkingsconcept versie 2 en beantwoordt aan onze missie en visie in regionaal verband en onze kernwaarden (met name "verbinden"). Daarnaast wordt in het verstedelijkingsconcept aandacht besteed aan een duurzame toekomst. Wij nemen ook onze verantwoordelijkheid te streven naar een robuuste woningen- en voorzieningenstructuur en bereikbaarheid voor de toekomst, uiteraard met inachtneming van de landschappelijke waarden.

Rapportage, verantwoording en evaluatie Binnen de MRA zal via de ambtelijke en bestuurlijke overleggen de thema's regelmatig op de agenda terugkomen; regionaal binnen Zaanstreek-Waterland en op de eigen gemeentelijke agenda's. De verstedelijkingsstrategie zal structureel onderdeel blijven uitmaken van integraal beleid binnen de deelregio.

©ev 2020

Bijlagen - MRA Verstedelijkingsconcept versie 2; - Informatiebrief raden en staten Verstedelijkingsstrategie 12 mei 2012; - (regionaal opgestelde) brief Wensen en Opvattingen. Aanvullende toelichting op vraagstelling, context en maatschappelijke meerwaarde Inleiding en probleemstelling De Metropoolregio Amsterdam is een van de economische groeimotoren en belangrijkste sociale knooppunten van Nederland en doet mee in de internationale top. De regio staat voor een aantal urgente, complexe en omvangrijke opgaven. De enorme aantrekkingskracht van de regio brengt economisch succes, maar zet de leefkwaliteit op onderdelen onder druk. De afgelopen jaren concentreerde de groei zich voornamelijk in en om Amsterdam. Dit heeft toenemende drukte en oplopende vastgoedprijzen tot gevolg. En als de verdeling van de groei blijft zoals nu, dan groeien de verschillen in de regio, met een negatieve uitwerking op de kansengelijkheid binnen de MRA. De vraag is dus hoe we de groei accommoderen op zo’n manier dat we de leefkwaliteit en de economische kracht van de regio bestendigen. Daarbovenop komt dat transities nodig zijn om de regio ook in de verre toekomst bewoonbaar en leefbaar te houden. Het schaalniveau van de Metropoolregio Amsterdam is hierbij van groot belang.

De regio vormt functioneel één geheel: de MRA omspant het gebied waarbinnen het grootste deel van het woon/werkverkeer, de recreatieve verplaatsingen en de verhuisbewegingen plaatsvindt. Ontwikkelingen in het ene deel van de regio zijn ook van betekenis voor inwoners elders in de MRA. En ontwikkelingen op de ene plek beïnvloeden het functioneren van andere plekken in de MRA. Om de urgente, complexe en omvangrijke opgaven tot een goed einde te brengen, zetten het Rijk en de MRA met de Verstedelijkingsstrategie samen de koers uit voor de ontwikkeling op de middellange en lange termijn. In de strategie komen keuzes op het gebied van woningbouw, werklocaties, mobiliteit, landschap, energie, water en ecologie bij elkaar. Beleid van de afzonderlijke gemeenten, provincies en het Rijk wordt geïntegreerd, net als eerder gemaakte afspraken. De strategie geeft aan waar we gezamenlijk met de regio naar toe willen. Hoe we voortbouwen aan een metropoolregio van grote klasse met een menselijke maat. En hoe we samen werken aan een duurzame en sociaal en economisch sterke MRA.

Oplossingsrichtingen De Verstedelijkingsstrategie brengt samenhang en volgorde aan in de grote hoeveelheid lopende programma’s en projecten van de MRA en het Rijk op het terrein van wonen, werken, mobiliteit, klimaatadaptatie, sociaal-maatschappelijke effecten, landschapsontwikkeling en energie welke in het stuk terugkomen (meerkernige metropool). Daarnaast zal een verdergaande integratie tussen het watersysteem, ecologie, landschap en recreatie worden vormgegeven (groenblauw netwerk). Bovendien integreert de strategie het beleid van de afzonderlijke gemeenten, de provincies, de waterschappen en het Rijk met eerder gemaakte afspraken. De verstedelijkingsstrategie bestaat uit een Verstedelijkingsconcept, een fasering en een investeringsstrategie. Raden en Staten kunnen op dit moment t.a.v. versie 2 van het Verstedelijkingsconcept uiterlijk op 12 juli 2021 wensen en opvattingen inbrengen. De dan op te

©ev 2020

stellen versie 3 vormt de basis van de bespreking in het Bestuurlijk Overleg tussen Rijk en regio over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT). Daarbij worden afspraken met het Rijk gemaakt over de verstedelijkingsstrategie. Het resultaat daarvan wordt ter besluitvorming/instemming voorgelegd in raden en Staten in de maanden januari en februari 2022. De Verstedelijkingsstrategie van de MRA wordt onderdeel van de Omgevingsagenda Noordwest Nederland. Dit is de gebiedsgerichte uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en vormt het beleidskader en de uitvoeringsagenda voor de samenwerking tussen Rijk en regio. Ook heeft de Verstedelijkingsstrategie een wisselwerking met toekomstige provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en -agenda’s. In de stap van versie 2 naar versie 3 zal ook nog een verdergaande integratieslag worden gemaakt. De opdracht voor de Verstedelijkingsstrategie MRA is tenslotte ook om een integraal verhaal te maken. Voor versie 3 zal daardoor mogelijk de opzet van het Verstedelijkingsconcept op onderdelen worden aangepast. Bij die integratieslag zal vooral een verdere samenhang op MRA-niveau tussen wonen, werken, mobiliteit, klimaatadaptatie, sociaal-maatschappelijke effecten, landschapsontwikkeling en energie in het stuk terugkomen (meerkernige metropool).

Daarnaast zal een verdergaande integratie tussen het watersysteem, ecologie, landschap en recreatie worden vormgegeven (groenblauw netwerk). Het gaat daarbij niet om allerlei nieuwe onderwerpen, maar het nog meer in samenhang beschouwen van de in versie 2 al aanwezige onderwerpen. Daarnaast zal het Verstedelijkingsconcept ook meer samenhang en regie geven voor onze eigen uitvoeringsagenda in Zaanstreek-Waterland. Beoordeling van het Verstedelijkingsconcept versie 2 Als het Verstedelijkingsconcept wordt afgezet tegen de Samenwerkingsagenda, de in ontwikkeling zijnde Propositie en de input van de Regionale Raadsleden bijeenkomsten Zaanstreek-Waterland, wordt er vanuit de regionale samenwerking Zaanstreek-Waterland een aantal opmerkingen, wensen en opvattingen gemaakt bij het Verstedelijkingsconcept, geformuleerd in de bijgevoegde brief. Meetbare doelstellingen Beoordelingskader van de Verstedelijkingsconcept In het kader van de besluitvorming over het verstedelijkingsconcept is het van belang vast te stellen of de belangen die de MRA-deelregio Zaanstreek-Waterland binnen de MRA-samenwerking nastreeft voldoende tot uitdrukking komen in het Verstedelijkingsconcept. De belangen van ZaanstreekWaterland komen tot uitdrukking in de Samenwerkingsagenda en de in ontwikkeling zijnde Propositie Zaanstreek-Waterland. Dit samen i.r.t. de MRA-agenda 2.0.

De Samenwerkingsagenda: De 8 gemeenten in de deelregio Zaanstreek-Waterland hebben in 2017 de Samenwerkingsagenda Zaanstreek–Waterland opgesteld. In deze agenda staan acht thema’s centraal: wonen, economie, toerisme/recreatie, landschap, duurzaamheid, bereikbaarheid, ruimtelijke ontwikkeling en big data. In het kader van deze thema’s wordt gewerkt aan regionale projecten op het terrein van (a) wonen, (b) Economie, Toerisme en recreatie, Onderwijs/Arbeidsmarkt, (c) Ruimtelijke ontwikkeling/Landschap, (d) Duurzaamheid en (e) Bereikbaarheid. Verdiepingsslag Samenwerkingsafspraken: Binnen Zaanstreek-Waterland zijn we bezig de eerder door de raden in 2017 vastgestelde regionale Samenwerkingsagenda te concretiseren en aan te scherpen. Dit doen we vanuit de overtuiging dat

©ev 2020

de trajecten die wij als (deel)regio op dit moment doorlopen, in samenwerkingen met het rijk en de provincie, vragen om een concrete propositie. De voorbereiding hiervan nadert zijn afronding, zodat een en ander bijna rijp is om met de verschillende raden te bespreken. Het gesprek daarover met de raden is voorzien voor het najaar. De stappen die in de voorbereiding zijn gezet, zijn in het traject van de verstedelijkingsstrategie ook meegenomen, zodat bij de vaststelling en verdere uitwerking van (de onderdelen van) de verstedelijkingsstrategie voor Zaanstreek-Waterland de juiste koers wordt gekozen. De verdieping en aanscherping van de Samenwerkingsagenda (Propositie): Met de verdieping en aanscherping van de Samenwerkingsagenda (Propositie) Zaanstreek-Waterland wordt meer focus aangebracht in de bestuurlijke ambities van de regio. Allereerst noemt de Propositie de deelregio Zaanstreek-Waterland terecht één van de meest karakteristieke en authentieke delen van de metropoolregio. Het landschap is Hollandser dan Hollands: prachtige veenweidegebieden met sloten, plassen, polders, dijken en molens, weilanden met koeien rondom historische lintdorpen. Tegelijkertijd heeft de regio een eeuwenoud verleden van economische en stedelijke ontwikkeling, met havens, scheepsbouw, molens, landbouw, veeteelt, visserij en handel.

In de 19e en 20e eeuw is de bedrijvigheid in de regio in alle opzichten vernieuwd. Onveranderd zijn het sterke ondernemerschap, de doe-mentaliteit, de innovatiekracht en de waardering voor het bedrijfsleven. Vervolgens wordt gewezen op de sterke groei die de stedelijke centra ten noorden van het IJ in de komende decennia zullen doormaken. Daarna staat vermeld in de Propositie dat in het landelijk gebied een nieuwe balans moet worden gevonden tussen water en land. Tot slot komen de thema’s aan de orde waarop Zaanstreek-Waterland met name inzet wil plegen: -

Een schaalsprong in de woningbouw op grote en kansrijke locaties zoals de MRAsleutelgebieden. Ruimte voor bedrijvigheid en een betere match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een mobiliteitstransitie met goede noord-zuid OV-verbindingen en een beter oost-west fietsnetwerk, en een wegennet dat zorgt voor een goede ontsluiting en bereikbaarheid van onze woningen en bedrijven. Een transitie in het landelijk gebied en het behoud en de versterking van het landschap. Het versterken van de kwaliteit en/of toegankelijkheid van water, groen en recreatiegelegenheden, en van de natuurwaarden in de beschermde gebieden.

Duurzaamheid Het thema Duurzaamheid is een wezenlijk integraal onderdeel van het Verstedelijkingsconcept. Een volgende kernambitie is dat de MRA in 2050 is aangepast aan en is voorbereid op klimaatveranderingen, dat het gebruik van eindige grondstoffen drastisch is teruggebracht en dat emissies van CO2 en andere broeikasgassen zijn teruggedrongen. Daar moeten we nu al mee aan de slag, onder andere via de afspraken in regionale, nationale en internationale Klimaatakkoorden. Dat betekent bijvoorbeeld dat stedelijke en economische ontwikkelingen en herstructureringen klimaatbestendig worden uitgevoerd: bestand tegen toenemende hitte en droogte, en beschermd tegen overstromingen en wateroverlast. Ze worden waterneutraal uitgevoerd: nieuwe woon- en werklocaties brengen geen extra belasting met zich mee voor het watersysteem en er vindt geen afwenteling plaats op het regionaal- en/of hoofdwatersysteem. Nieuwe werken (zoals woningen, datacenters en infrastructuur) vinden alleen plaats daar waar ze te combineren zijn met een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem. Ook de uitstoot van broeikasgassen door daling van veenbodems willen we terugdringen. Nu al moeten we anticiperen op de klimaatverandering tot ver

©ev 2020

na 2050. Consequenties moeten expliciet worden meegenomen in plannen voor woningbouw en bedrijvigheid, bijvoorbeeld als ze versterkingen van waterkeringen noodzakelijk maken. Omgaan met onzekerheden betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen ook op korte termijn worden getoetst aan alle scenario’s voor de lange termijn. Het gaat hier ook om een robuust en toekomstbestendig wateren bodemsysteem. Aanvullende opmerkingen vanuit Edam-Volendam op de Verstedelijkingsstrategie versie 2 De behoefte bestaat om vanuit gemeentelijke oogpunt op een wat gedetailleerder niveau enige opmerkingen te maken op het verstedelijkingsconcept 2. -

-

-

-

In het verstedelijkingsconcept wordt o.a. een mogelijke vernatting van de veenweidegebieden voorgesteld. De provincie heeft onderzoek gedaan naar de bodemdaling in veenweidegebieden. Uit dit onderzoek blijkt dat er binnen onze gemeente geen sprake is van een urgent probleem m.b.t. de bodemdaling. Aangezien het probleem van bodemdaling c.q. inklinking van het veen niet zozeer aan de orde is binnen de gemeente Edam-Volendam, wordt vanwege het huidige agrarische beheer en onderhoud van de gronden en daarmee het behoud van het Cultuurlandschap van onze gemeente, een vernatting (onder water zetten) niet voorgestaan. Indien bodemdaling zich in de toekomst in toenemende mate zal voordoen, heeft onderzoek naar andere technische oplossingen (zoals onderwaterdrainage e.d.) de voorkeur. Er is sprake van een tegenstrijdigheid van de aanduiding ontwikkellocatie Lange Weeren op verschillende kaarten. Op de voorpagina van het verstedelijkingsconcept wordt het gebied de Lange Weeren als groen aangeduid. Op de kaart op blz 16 met de aanduiding Verstedelijkingsconcept 2050 en de kaart op blz 22 (Meerkernige metropool) staat de genoemde woningbouwlocatie wel genoemd. Daarentegen staat op de kaart op blz 37 (Waardevol en verbindend landschap) het gebied weer aangeduid als groen veengebied. Dit is tegenstrijdig met elkaar. Laatstgenoemde kaart en de voorpagina moeten worden aangepast.

Blz 62/63 (hfdst 4.2). Met betrekking tot onze gemeentelijke beleving wordt in genoemd hoofdstuk alleen nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de opgaven in de veenweidegebieden en sociaal maatschappelijke vraagstukken. Het gaat de bewoners juist met name om verbetering van de mobiliteit (filedruk) en aandacht voor de hoge woningnood (vergroting woningbouwopgave). Dit wordt door de inwoners als een groot probleem ervaren. Vanuit gemeentelijk oogpunt wordt dus gevraagd ook aandacht te schenken aan de woningbouwopgave in en bij de huidige kernen en een verbetering van de mobiliteit. Voor de leesbaarheid zou het stuk korter moeten zijn voor een meer concretere/duidelijker toepassing daarvan. Al gedurende jaren worden wij geconfronteerd met een groot aantal beleidsstukken vanuit het MRA, zonder dat veel aandacht bestaat en wordt gevraagd voor een concrete/praktische toepassing daarvan met ook als gevolg dat het overzicht op het geheel verloren gaat. Ook nu wordt op een hoog abstractie niveau geschreven c.q. beleidsmatig ingestoken, waardoor een meer concretere visie/zicht (strategie) op de toekomst (en daarmee echt noodzakelijke investeringen) ontbreekt. Verzocht wordt hieraan meer aandacht te besteden. Voorts vervult onze regio/gemeente in dit stuk beleidsmatig gezien een nogal ondergeschikte rol.

Het landschap van ons wordt als zeer waardevol gezien, maar gelijktijdig moet gewaakt worden voor invloeden die juist voor het waardevolle cultuur landschap gevaar kunnen opleveren zoals transitie (waaronder ook vernatting, ander

©ev 2020

agrarisch gebruik van gronden) en toenemende recreatiedruk (incl. mobiliteit) e.d. Er moet voor gewaakt worden dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid.

-

Gezien het feit dat het concept ook een doorkijk geeft naar 2050 wordt een doortrekking van de Noord/Zuidlijn richting het noorden (Purmerend en/of Edam-Volendam) als gemiste kans gezien. Verzocht wordt dit als financieringsonderdeel mee te wegen. Er wordt alleen gesproken van een mogelijke doortrekking richting Hoofddorp, terwijl een aantakking/doortrekking op het (metro)station Noord een logische voorkeur heeft. Gezien de huidige druk op de mobiliteit (fileprobleem), de aanzienlijke aantrekkingskracht die onze regio op het toerisme en recreatie uitoefent, de vergroting van het industrieterrein Baansteenoord /Purmer (ook in relatie tot opvang NZKG), de corridor Amsterdam/Hoorn (deze corridor vormt een as voor geclusterde economische ontwikkeling, ook buiten de MRA richting het noorden op locaties als de Poort van Hoorn) en een mogelijke verbreding van onderwijsvoorzieningen in de regio (technisch/ict) in relatie tot de in onze regio te vestigen bedrijven, wordt hiervoor opnieuw de aandacht gevraagd.

Voor wat betreft het Energiesysteem en de gekozen ontwikkelrichting wordt als vastgestelde ordeningsprincipes het volgende gehanteerd:  concentreren op locaties waar capaciteit beschikbaar is in het net en op korte afstand van de opweklocaties voor duurzame energie (energy oriented development), waardoor de energie-infrastructuur een aanknopingspunt vormt om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren;  concentreren verstedelijking bij knopen in het energienet, waarmee we de energieleverantie het minst afhankelijk maken van een specifieke bron; Als gemeente vinden wij het lastig op dit moment de gevolgen daarvan te kunnen inschatten voor de komende woningbouwopgave en mogelijkheden in onze gemeente/regio.

Resumerend wordt voorgesteld in te stemmen met de in de (regionale) brief geformuleerde wensen en opvattingen over het Verstedelijkingsconcept versie 2, deze aan te vullen met de bovengenoemde opmerkingen en het college opdracht geven de brief te verzenden aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie Rijk/MRA. Edam-Volendam, d.d. 8 juni 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam, de secretaris, H. van der Woude

de burgemeester, L.J. Sievers.

©ev 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=c4441841-1974-4083-a598-8d406c462246