VERWORPEN Beantwoorden vragen werkgroep.pdf
Tekst van het document
Ingediende vragen rapport Integis 1. Bestuur De brief gedateerd 29 april namens de Provincie aan gemeente Edam-Volendam is pas 19 mei aan de gemeenteraad beschikbaar gesteld. In onze spoedvragen hierover is destijds geantwoord dat de brief ingetrokken zou worden. Vraag 1: Kunt u verklaren waarom er sprake is geweest van het intrekken van de brief door de Provincie en op basis waarvan welk bestuurlijk (intern) overleg hiertoe besloten zou worden? Ja, wij kunnen dit verklaren. Het college constateerde dat in de brief van de provincie van 29 april 2020 een fout stond die voor verwarring kon zorgen bij de gemeenteraad en andere betrokkenen. Het betreft de tweede alinea uit de brief: Tevens hebben wij de behoefte om te reageren op de raadsinformatiebrief (RIB) die u op 15 maart jl. stuurde aan uw gemeenteraad over het project De Lange Weeren. Wij herkennen ons niet in het beeld dat u hierin en in uw raadsvergadering d.d. 16 maart jl. van de Provincie schetst. Dit is reeds aangegeven in een gesprek met wethouder Schütt. Uit de passage kon de indruk ontstaan dat de provincie niet akkoord is met het proces en dat het college willens en wetens de indruk bij de raad heeft willen wekken dat wel het geval was. In de brief van de provincie wordt de suggestie gewekt dat wethouder Schütt hier al van op de hoogte was. Dat is niet het geval.
Hier is niet met wethouder Schütt of met andere leden van het college, of met ambtenaren van de gemeente over gesproken. Dat zou voor uw raad tot veel verwarring leiden. Immers in een eerdere raadsinformatiebrief van 7 oktober hebben wij uw raad geïnformeerd over de hernieuwde samenwerking tussen gemeente, provincie en Scholtens. Dit vormt voor het college nog steeds de basis voor een goede samenwerking tussen partijen. Op donderdag 6 mei heeft het eerste zoomoverleg plaatsgevonden tussen de gemeente en de provincie waarbij overlegd is over het intrekken van de brief en/of her verzenden van een nieuwe brief vanuit de provincie. De nieuwe brief is vervolgens ambtelijk voorbereid en opgesteld. In een zoom overleg op 7 mei is nogmaals gesproken met elkaar. De provincie is bereid de nieuwe brief als aanvulling te sturen op de eerder verzonden brief. De gemeente is content met de toon en aard van de nieuwe brief maar zou deze graag als vervanging zien van de eerdere brief. Partijen houden hier verschil van inzicht over. Op 12 mei heeft de provincie de gemeente gemaild de brief van 29 april niet in te trekken. Daarmee kwam ook de nieuwe brief te vervallen. Ook in een gesprek tussen de voorzitters van GS en het college van burgemeester en wethouders kon helaas geen oplossing gevonden geworden.
Het college heeft toen besloten om te reageren op de brief van de provincie om haar visie kenbaar te maken. Wij hebben u beide formele brieven van en aan de provincie op 19 mei ter informatie toegestuurd. Vraag 2: Is er een gespreksverslag van het bestuurlijk overleg dat heeft plaatsgevonden tussen Provincie en gemeente dat hierop van toepassing is? Zo nee, waarom niet? Het ging om informele zoomoverleggen, hier zijn geen gespreksverslagen van gemaakt.
Vraag 3: Wanneer is de brief van de Provincie met kenmerk 1603281/1607737 bij de gemeente binnen gekomen en wanneer is deze naar de raad verstuurd, en is er reden voor verschil? Graag toelichten. De brief van 29 april is per mail op 28 april ambtelijk ontvangen. Deze brief is samen met de beantwoording erop door de gemeente op 19 mei aan de gemeenteraad verstrekt. Voor het tijdverschil verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 1. Vraag 4: Waarom is het college van mening dat het plan van Scholtens meer kans maakt dan een integraal plan( lees: samen met BPD)? Ter verduidelijking: In de vragenlijst wordt door de gemeenteraad vaak de woorden “ integraal plan” gebruikt. Uit de sessie met de werkgroep blijkt dat hiermee bedoelt wordt: een plan op grondgebied van Scholtens en BPD. We constateren dat deze woorden tot verwarring kunnen leiden bij andere partijen zoals bijvoorbeeld de provincie. De woorden “ integraal plan” worden normaal gesproken gebruikt om aan te duiden dat bij de planvorming alle aspecten die bij gebiedsontwikkeling komen kijken verwerkt zijn, zoals verkeer, stedenbouw, parkeren, duurzaamheid, ecologie, water, aantal woningen, typologie, natuur, voorzieningen etc. Het plan van Scholtens op deelgebieden a en b is in die definitie een integraal plan.
De provincie hanteert een algemeen beleid dat woningbouw plaats dient te vinden in het bestaand stedelijk gebied en nabij knooppunten van openbaar vervoer. De Lange Weeren valt in de provinciale omgevingsvisie en in de provinciale verordening onder het werkingsgebied ‘MRA Landelijk Gebied’. Verder is het aangeduid als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. Woningbouw is daar in beginsel niet toegestaan. Hiervoor heeft de provincie instructieregels vastgelegd in de Omgevingsverordening NH2020 en de Omgevingsregeling. Voor De Lange Weeren zijn afspraken gemaakt met de provincie in het bestuursakkoord Pilot Waterland van februari 2011 voor de bouw van 740 woningen. BPD heeft op 8 september 2020 hun visie op de gehele De Lange Weeren voorgelegd aan de gemeente. Deze visie heeft de gemeente beoordeeld op kansrijkheid en wenselijkheid. Na een ambtelijk overleg is in een brief (27 oktober2020) bevestigd dat de gemeente het plan van BPD nu niet kan faciliteren, zie bijlage. De gemeente heeft contact gehad met de provincie over het initiatief gezien de inhoud van de provinciale verordening en de afspraken die zijn gemaakt in het Bestuursakkoord Pilot Waterland . De provincie heeft schriftelijk ingestemd met de brief aan BPD.
In de brief is het standpunt van de provincie meegenomen en meegewogen dat er op korte termijn geen mogelijkheden zijn voor woningbouw naast de visie van Scholtens en dat de provincie kansen ziet op de grondpositie van BPD voor de randen van het gebied in het verhogen van de kwaliteit van het groen, recreatie en water. Uit de provinciale instemming met de brief aan BPD en uit andere overleggen met de provincie is bij het college de verwachting gewekt dat een plan waarbij het BPL zo beperkt mogelijk wordt aangetast meer kans maakt dan een plan voor een groter gebied waardoor er meer groen verloren gaat. Los hiervan is het college van mening dat er geen ruimtelijke onderbouwing is voor een groter plan aangezien de woningbouwbehoefte tot 2030 beperkt is tot 955 woningen (later gaan wij hier nog verder op in). Dit zijn de redenen dat het college een groter plan minder haalbaar acht dan een hoogwaardig compact woningbouwplan op een kleiner gebied.
Vraag 5: Door het College is herhaaldelijk gezegd dat de Provincie geen ander plan zou accepteren dan het “plan Scholtens” terwijl de Provincie in de bedoelde brief stelt dat de voorstelling van het college dat het plan van Scholtens Groep meer kans maakt bij de Provincie dan een ander plan niet stoelt op feiten. Voor deze discrepantie is nooit een verklaring gegeven. Wat is hier precies gebeurd? Wij verwijzen voor een antwoord op deze vraag graag vraag 1 en 4. Vraag 6: en waar kwam die plotselinge tijdsdruk vandaan met deadlines waardoor de gemeenteraad onder druk werd gezet onder het mom van het is nu of nooit wetende dat de Provincie eigenlijk al 1,5 jaar heeft gewacht op volwaardig alternatief plan? De provincie heeft op 11 februari 2021 een email verzonden aan Scholtens. Hierin wordt aangegeven dat uiterlijk 1 mei a.s. een voldragen woningbouwplan voorgelegd moet worden aan de provincie. Mocht dit niet lukken dan kan dit project bij de provincie niet meer de prioriteit krijgen die het tot nu toe heeft gekregen. Deze door de provincie gestelde deadline was voor de gemeente een verrassing. Toch heeft het college deze deadline serieus genomen. Immers is het van groot belang dat de provincie zich (positief) kan uitspreken over de ontwikkeling.
Vraag 7: Is er nog kans op een integrale aanpak met beide ontwikkelaars en de gemeente? Het college ziet weinig kans, maar ook weinig noodzaak op dit moment om een groter plan te maken. Naast de overwegingen omschreven bij vraag 4, sluit een gefaseerde ontwikkelingen beter aan op de woningmarkt en de lokale woonbehoefte. Zie hiervoor ook de antwoorden op vraag 17 en 32. Dit is tevens in lijn met het raadsbesluit van 26 januari 2017 waarin u als raad verschillende kaders heeft vastgelegd. Het aantal woningen moet zijn afgestemd op de autonome vraag naar woningen, de huisvesting van statushouders en de belangen van de regio en bij punt 3 is aangegeven dat het denkbaar is dat de woningbouw in deelgebieden zal plaatsvinden. Hierbij geldt het ‘ altijd af’ principe. Een goed voorbeeld hiervan is de Broeckgouw, waarbij ook voor een gefaseerde ontwikkeling is gekozen zodat de gemeente kan sturen hoeveel woningen er per jaar bij komen. Het college staat dan ook achter de stukken die zij naar de raad heeft verzonden waarbij uitgegaan wordt van een gefaseerde ontwikkeling. Kan de uitleg van artikel 3 anders geïnterpreteerd worden na het afgelopen traject van een half jaar? In de intentieovereenkomst is de volgende tekst opgenomen: Partijen zullen zich maximaal inspannen om de derden te betrekken bij hun Onderzoek naar de ontwikkeling, om zo de haalbaarheid daarvan te vergroten.
De strekking van artikel 3 is nog hetzelfde als in 2016 toen de intentieovereenkomst met Scholtens is afgesloten door het college. De intentieovereenkomst heeft als doel om de haalbaarheid van de ontwikkeling van De Lange Weeren te onderzoeken binnen de randvoorwaarden die door de gemeenteraad zijn gesteld. Partijen spannen zich ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheden in om de haalbaarheid te onderzoeken en deze aan te tonen.
Op basis van de verwachting die de provincie bij ons gewekt heeft en de gewenste fasering in de uitvoering, was het niet opportuun om het gebied te vergroten omdat het de haalbaarheid van het realiseren van woningen niet bevordert. Verder slaat het artikel niet alleen en zozeer op de situatie met betrekking tot de gronden van BPD. Zij waren immers nog geen eigenaar toen de eerste intentieovereenkomst werd opgesteld. Het artikel gaat daarnaast over grondeigenaren waarvan medewerking verlangd wordt bij de uitvoering van het plan in casus de gronden die benodigd zijn voor het maken een aansluiting op de 3e ontsluitingsweg. Vraag 8: Wat is de stand van zaken met betrekking tot het standpunt van de Provincie? Wat zijn de feiten?
De provincie heeft de gemeente de mogelijkheid gegeven om met een volwaardig alternatief plan met extra investeringen ad ten minste € 7,4 mio te komen, alvorens de afspraken van de Pilot Waterland worden losgelaten. Bij een goed uitgewerkt alternatief is de provincie bereid dit plan voor te leggen aan Provinciale Staten en gaan bij een positieve reactie hierover in gesprek met de Stuurgroep Pilot Waterland. Het uitgewerkte plan dat (of: plannen die) wij aan de provincie voorleggen, wordt beoordeeld op de vraag of het een goed alternatief is voor het Bestuursakkoord Pilot Waterland. Vraag 9: Vanuit het college is aangegeven dat met name "het klein houden" een statement van de Provincie in het dossier Lange Weeren, hierop is ook huidige plan gebaseerd, graag willen we dit ook bevestigd zien. Bij vraag 4 is hier op ingegaan. Vraag 10: Heeft het een voorkeur van de Provincie om tot een integraal plan (lees: samen met BPD) te komen, of is dat juist niet zo (feit van de Provincie of alleen van commissie ARO) of ligt de focus juist op een kleinschalig plan Scholtens zoals door gedeputeerde Loggen is aangegeven met meer groen eromheen? Verduidelijking van de vraag: Wat is naar verwachting de voorkeur van de Provincie? Duidelijkheid scheppen m.b.t. Provincie en ARO als orgaan binnen de Provincie. Voor wat betreft de verwachtingen van de provincie verwijzen wij naar vraag 4.
De Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO)is een onafhankelijke adviescommissie die vroeg in het planproces om advies kan worden gevraagd over de ruimtelijke kwaliteit van plannen. Tot november 2020 adviseerde zij alleen aan Gedeputeerde Staten. Na november 2020 adviseert zij direct aan de partij die advies aanvraagt. In algemene zin betreft een ARO-advies de ruimtelijke kwaliteit van een plan, in brede zin ( met aspecten als landschap, stedenbouw, cultuurhistorie, biodiversiteit en duurzaamheid). Het advies is vooral bedoeld om gemeente en in initiatiefnemer te helpen om een goed ruimtelijk plan te maken dat enerzijds rekening houdt met de kwaliteiten van het landschap en waar mogelijk ook (nieuwe) kwaliteit toevoegt. Een advies van de ARO is zwaarwegend, maar niet bindend, Gemeente en provincie kunnen bij het bepalen van hun standpunt gebruik maken van het advies. In het verslag van 16 september 2020 waarin het plan in de ARO is behandeld staat het volgende: “De heer Van den Hoek geeft een toelichting op de planontwikkeling. Voor deze ontwikkeling is een raamwerkplan gemaakt en nog geen woningbouw- of verkavelingsplan. Vertrekpunt is dat De Lange Weeren een groene, gezonde en energieke wijk wordt. De wijk ligt zowel in Volendam als in het landschap.
Er is veel draagvlak onder de stakeholders voor een hoogwaardige landschappelijke inpassing en een duurzaam en klimaatadaptief plan. De ambitie is om de ‘mooiste wijk van Nederland’ te maken. Het programma dient aan te sluiten op de regionale behoefte.
Er is een analyse gemaakt van het landschap rond Volendam en de ambities en aandachtspunten van de Provincie Noord-Holland. Openheid, ruimtebeleving en de kenmerkende langgerekte, smalle verkavelingsstructuur (lange weeren) van het veenpolderlandschap zijn kenmerkend voor de plek. Uitbreiden en verbinden van het bestaande recreatieve netwerk en natuurnetwerk in Waterland zijn belangrijke uitgangspunten. De heer Van den Hoek legt uit dat er vanuit zijn bureau veel geëxperimenteerd is met duurzame oplossingen en dat er veel praktische voorbeelden zijn waaruit kan worden geput. De maatvoering de verkavelingsstructuur bieden goede uitgangspunten voor een groen/blauw raamwerk en het realiseren van een duurzame wijk. Eén van de langgerekte kavels vormt een ‘groene loper’ in het plan. De randen van het plan, de overgangen naar het landschap, nemen een belangrijke plek in. Het raamwerk moet uiteindelijk resulteren in een stedenbouwkundig plan. In eerdere uitbreidingsplannen van Volendam speelt de landschappelijke onderlegger overigens niet of nauwelijks een rol. De heer Van Asselt vult aan dat het plan tot stand is gekomen in samenwerking met andere partijen, waaronder Landschap Noord-Holland en het hoogheemraadschap.
De ARO vindt de presentatie zorgvuldig opgebouwd en kan zich in principe goed vinden in het ruimtelijk raamwerk, dat vanzelfsprekend uitgaat van de verkavelingsstructuur van het gebied. Wel zijn er verschillende vragen en opmerkingen. De commissie vraagt in hoeverre de ontwikkeling gerelateerd is aan de veenweideproblematiek/ bodemdaling en klimaatbestendigheid. Daarnaast vraagt de commissie hoe Waterlands Wonen zijn vervolg krijg in de schil om de woonwijk heen. Hoe wordt geïnvesteerd in het landschap? De heer Van den Hoek zegt hierop dat in algemene zin het aanbrengen van voldoende groen in een wijk in belangrijke mate helpt om hittestress te voorkomen. Daarnaast is er sprake van een verfijnd waternetwerk in de wijk, met een maatvoering die ruimte biedt voor waterberging. De heer Van Asselt vult aan dat de uitvoering van het contract rond Waterlands Wonen de uitvoering van het plan lange tijd in de weg stond. In het bestuursakkoord is nu afgesproken dat het plan extra’s dient te bieden ten opzichte van een gewoon plan. Het hoogheemraadschap heeft de plannenmakers uitgedaagd om met een plan te komen dat antwoord geeft op de verwachte wateroverlast in de toekomst, waarbij het gebied zijn eigen broek op moet houden en geen invloed mag hebben op de omgeving.
De ontwikkelaar heeft de ontwikkellocatie en direct aangrenzende terreinen in bezit, waardoor het ook mogelijk is om buiten de woonwijk maatregelen te nemen. De ARO adviseert om dan goed uit te werken hoe die maatregelen een plek krijgen in het landschap. Nu zijn het nog schetsmatige voorstellen. Deze maatregelen kunnen vervolgens weer van invloed zijn op de manier waarop het plangebied zelf kan worden uitgewerkt. De commissie vraagt zich af wat dit plan nu precies meer te bieden heeft dan andere plannen. Het gaat niet alleen om het plangebied zelf maar ook om het toevoegen van extra kwaliteit aan de (wijdere) omgeving, zoals ooit bedoeld bij Waterlands Wonen. De heer Van den Hoek zegt dat de groene loper in het gebied zo’n gebiedsoverstijgende maatregel is, die niet alleen de wijk ten goede komt, maar ook de recreatieve en ecologische verbindingen met de omgeving versterkt. Het water en de flanken van de wijk bieden bovendien ook een ecologische meerwaarde. Verder wordt de wijk benut om een nieuw concept voor mobiliteit in de gemeente te introduceren. Hiervoor wordt een mobiliteitsplan opgesteld, waarbij een lagere parkeernorm in combinatie met het gebruik van openbaar vervoer uitgangspunt is. Aan de zuidkant, waar ieder uur zo’n 30 bussen passeren, kan een knooppunt komen. Ook dit is extra kwaliteit.
De ARO wil weten in hoeverre ingespeeld wordt op het gegeven van de slappe veenbodem. Dit zou de basis moeten zijn voor hoe er over het wonen wordt gedacht. Wordt er gefundeerd of opgehoogd? Of wordt er juist gekozen voor nieuwe woonvormen die inspelen op de slappe veenbodem, zoals houtskeletbouw of drijvend wonen? De ARO adviseert om hier nader naar te kijken in de onderbouwing en nadere uitwerking van de wijk. De heer van Asselt zegt dat er meerdere scenario’s mogelijk zijn. Om de wijk wat betreft maaiveld op dezelfde hoogte te krijgen als de aangrenzende wijk zou op deze slappe bodem een deklaag van 4,5 m zand nodig zijn, die vervolgens grotendeels wegzakt in het veen. Vraag is of er andere methoden zijn, bijvoorbeeld door minder op te hogen, zonder dat je natte voeten krijgt in en rond de wijk. In een pilot zal dit nader worden onderzocht. De ARO wijst op referentieprojecten zoals in Westbroek bij Utrecht en bij Gouda, waarbij in het verleden op een slimme manier is omgegaan met het wel en niet ophogen van delen van een woonwijk. Daarnaast geeft de commissie aan dat een
klimaatadaptief watersysteem, waarbij meebewogen wordt met de seizoenen, wel iets betekent voor het ruimtebeslag. Een flexibel peil betekent onder andere brede, natuurvriendelijke oevers. De vraag is of hiermee in het plan rekening wordt gehouden. Er is immers sprake van lange, smalle kavels waar de ruimte voor woningen wellicht kleiner wordt dan gedacht. Uiteindelijk zal de precieze uitwerking van met name het water (ruimtegebruik) bepalend zijn voor het waar maken van de gestelde ambities met betrekking tot duurzaamheid. De ARO vraagt of er qua natuurpotentie ook een relatie gelegd wordt met het natte natuurgebied Heitje van Katham, ten zuiden van de N517. De heer Van Asselt beaamt dat gekeken wordt in hoeverre er een ecologische verbinding met dit gebied gemaakt kan worden. De commissie is benieuwd in hoeverre er in de toekomst sprake zal zijn van een verdere uitbreiding van Volendam in dit gebied. Aan de ene kant wordt nu gewerkt aan een zorgvuldig ingepaste, duurzame wijk en mooie overgangen naar de omgeving, maar wat als er vervolgens nog meer gebouwd wordt? Mevrouw Breuker zegt hierop dat er een mooie landschappelijke rand langs deze ontwikkeling moet komen als afronding. Tegelijkertijd zijn gronden aan de westzijde in bezit van andere ontwikkelaars. De gemeente heeft hier verder nog geen standpunt over ingenomen.
De ARO adviseert de gemeente om een visie te ontwikkelen op mogelijke toekomstige uitbreidingen mede in relatie tot deze uitbreiding. De ARO heeft nog een opmerking over cultuurhistorie. Het gaat hierbij niet alleen om de verkavelingsstructuur, maar ook om de immateriële kenmerken van het landschap, waarbij rust er één is. Zorg er dus voor dat er niet allerlei recreatieve voorzieningen komen in de flanken, maar dat rekening gehouden met dit aspect. Zoals eerder aangegeven geeft de commissie aan dat je in het raamwerk niet alle functies kwijt kunt. Het raamwerk is niet het enige dat beeldbepalend is: dat geldt ook voor de bebouwing die nog moet worden toegevoegd. Zelfs met een prachtig raamwerk kun je uiteindelijk nog een slecht plan maken. In de huidige fase is gebruik gemaakt van referentiebeelden die nogal willekeurig zijn. De ARO adviseert om een goede analyse te maken van wat het woningbouwplan goed maakt en op een gedetailleerder niveau heel precies uit te werken wat de maatvoering en deeloplossingen zouden moeten zijn. Wat betreft het parkeren waarschuwt de ARO om goed te kijken naar alternatieve oplossingen en er niet te veel vanuit te gaan dat de bewoners in de wijk makkelijk overstappen op het openbaar vervoer. Conclusie, samenvatting De ARO vindt deze planontwikkeling in de basis goed opgezet.
Een ruimtelijk, groen/blauw raamwerk dat inspeelt op de verkaveling en het slotenpatroon van het veenpolderlandschap biedt goede aanknopingspunten voor een duurzame wijk. Tegelijkertijd adviseert de commissie om de problematiek rond bodemdaling en klimaatadaptatie beter te onderzoeken en in te bedden in de verdere uitwerking van het plan (het uitgangspunt t=1000 is daarbij prima). Wat betreft woningbouw kan gedacht worden aan minder traditionele woonvormen zoals houtskeletbouw en drijvend wonen, waardoor het gebied niet zoals gewoonlijk eerst moet worden opgehoogd met zand en tegelijkertijd de woningbouw daardoor gebiedsspecifieker wordt. Er bestaan goede referenties voor innovatiever omgaan met bouwen in veengebieden. Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat maatregelen voor klimaatadaptatie veel ruimte innemen, wat kan gaan knellen als het gaat om het ontwikkelen van een woonwijk op lange, smalle kavels. De commissie vraagt om de extra landschappelijke en ecologische maatregelen in de directe en mogelijk ook wijdere omgeving van deze ontwikkeling goed uit te werken, in de geest van het convenant Waterlands Wonen. Voorkomen moet worden dat de ‘extra’s’ alleen in de wijk zelf landen.
De ARO adviseert ook om een goede analyse te maken van wat het woningbouwplan goed maakt en op een gedetailleerder niveau heel precies uit te werken wat de maatvoering en deeloplossingen zouden moeten zijn. Hierbij zouden ook alternatieven voor het parkeren moeten worden meegenomen, omdat het niet zeker is of de bewoners in de wijk makkelijk zullen overstappen op het openbaar vervoer. Ondanks het feit dat de gemeente er voorlopig van uitgaat dat dit de laatste ontwikkeling is aan deze zijde van Volendam, is dit nog niet zeker. Er zijn immers nog gronden in handen van andere ontwikkelaars. De ARO adviseert de gemeente om een totaalvisie te ontwikkelen op de westflank van Volendam met aandacht voor biodiversiteit, natuurontwikkeling, klimaatopgaven en mogelijke toekomstige woningbouw aan deze kant van Volendam.”
De gemeente heeft de aanbeveling van de ARO over de totaalvisie ter harte genomen. Scholtens heeft de opmerkingen van de ARO verwerkt in het ontwikkelkader. De totaalvisie en het ontwikkelkader liggen nu bij de raad om vrij te geven voor inspraak. Vraag 11. Iedere partij (muv GL) geeft in de media aan snel te willen bouwen, maar de route naar besluitvorming kent hobbels. Kunnen we tot een gedragen tijdlijn komen qua te doorlopen stappen richting besluitvorming ? Verduidelijking van de vraag: Wat heeft het college nog nodig om tot een snelle besluitvorming te komen? Hoe ziet het verdere proces eruit, na de besluitvorming welke reeds voorligt bij de gemeenteraad? De globale stappen zien er als volgt uit: Stap Actie Ontwikkelkader en totaalvisie vrijgeven voor ter inzage Raad legging en toezending aan provincie ter beoordeling 2. Ter visie leggen (6 weken) en toesturen provincie College 3. Beoordeling ontwikkelkader Provincie 4. eventuele wijzigingen provincie en zienswijzen verwerken College iom Ontwikkelaar 5. Ontwikkelkader en totaalvisie vaststellen Raad 6. Analyse naar juridische- en financiële randvoorwaarden College 7. Voorleggen woningbouwplan met extra investeringen met Provincie verzoek om in te stemmen dat er een aanpassing van het bestuursakkoord komt om het plan juridisch mogelijk te maken aan GS/PS; Procesbesluit 8.
Na dit procesbesluit informeert de Provincie de overige Provincie ondertekenaars van het bestuursakkoord over het te wijzigen akkoord. Na algemene overeenstemming wordt hierna het gewijzigd bestuursakkoord ter besluitvorming voorgelegd aan GS en PS. 9. Anterieure overeenkomst afsluiten met Scholtens Ontwikkelaar/College 10. Ontwerp Bestemmingsplan opstellen en ter visie leggen ** Ontwikkelaar/College 11. Bestemmingsplan vaststellen Raad 12. Omgevingsvergunning(en) in fases afhandelen *** College 13. Start bouw fase 1 Ontwikkelaar *en eventueel te sluiten overeenkomsten **Wanneer de omgevingswet is ingegaan wordt dit een omgevingsplan *** Kan tegelijk met bestemmingsplan middels coördinatieregelen 1.
De inschatting van de totale doorlooptijd is moeilijk te geven maar zal ongeveer tussen de 2-5 jaar zijn. Vraag 12: Hoe krijgen wij De Lange Weeren weer op de agenda? De stukken waarover een besluit genomen moet worden zijn geagendeerd voor de raadsvergadering van 10 februari 2021.
Vraag 13: Zijn er op dit moment binnen het college nog verschillen van inzicht aangaande de nasleep en de stand van zaken in het dossier Lange Weeren die een open behandeling van het dossier door raad en college
in de weg staan. Verduidelijking van de vraag: Kan het college op dit dossier met één mond blijven praten? Binnen het college bestaan geen verschillen van inzicht over het dossier De Lange Weeren. Het ontwikkelkader voor De Lange Weeren is getoetst aan de gemeentelijke beleidsuitgangspunten en wij staan positief tegenover het voorliggende plan voor De Lange Weeren en de totaalvisie.
2.Strategie projectontwikkeling Vraag 13 a Waarom zijn er in het ontwikkelkader en de totaalvisie andere woningaantallen opgenomen dan in het bestuursakkoord? En waarom denkt het college dat de provincie kan instemmen met deze hogere aantallen? Document Structuurvisie Bestuursakkoord Raadsbesluit Ontwikkelkader
Jaar 2009 2011 2017 2021
Aantal woningen 1160 740 Voorstel 740-1160 maar geschrapt 940
In het raadsbesluit van 2017 was voorgesteld om rekening te houden met een programma van 740 tot 1160 woningen. Middels een amendement zijn deze aantallen uit het besluit gehaald. In het ontwikkelkader is een proefverkaveling gemaakt waar 940 woningen in zijn opgenomen. Er worden in het plan nog voorzieningen toegevoegd, waardoor het woningaantal waarschijnlijk nog iets lager uitkomt. De Provincie heeft aangegeven open te staan voor een goed onderbouwd alternatief plan. Wij denken dat het ontwikkelkader met 940 woningen voor de deel Scholtens dat is. Er is sprake van een hoge kwaliteit en een goede dichtheid (vergelijkbaar met de Broekgouw). Op deze wijze kan voorzien worden tot 2030 in de woningbehoefte en wordt er zo veel mogelijk van het groene landschap behouden. Vraag 13 b Hoe zit het nu met de natuurcompensatie? Is het 7,4 miljoen totaal voor het gehele gebied ongeacht het aantal woningen of is het 10.000 euro per woning? In de toelichting bij het bestuursakkoord is het volgende opgenomen: Ondanks de gebiedsgerichte aanpak van de pilot en daarmee een meer integrale afweging bestaat het gevaar dat de zwakkere functie van landschap en groen onvoldoende aandacht krijgt in het uiteindelijke resultaat.
Om dat risico te vermijden is daarom een investering van in totaal 8,75 miljoen euro afgesproken, waarmee een substantiële meerwaarde aan de groene en recreatieve waarden in de rijksbufferzone geleverd kan worden. Dit komt neer op een bijdrage van €10.000 per woning. 10.000 euro per woning komt uit de berekening van het totaal ( 8,75 miljoen) delen door het totaal afgesproken woningen dat mogelijk wordt gemaakt door de pilot. In artikel 4.2 staat: De pilot Waterland maakt onder voorwaarden de bouw van in totaal 875 woningen mogelijk, uitgesplitst in: a. 100 woningen op een aantal nader te bepalen kleinschalige locaties in de rijksbufferzone. b. 35 terpwoningen op de locatie Bennenwerf (Marken, gemeente Waterland, zie plankaart bijlage 4) c. 740 woningen op de locatie Lange Weeren (Edam-Volendam, zie bijlage 3) Omdat in het bestuursakkoord een maximum bedrag is genoemd die terug gerekend is naar een bedrag per woning, is in het ontwikkelkader rekening gehouden met 7,4 mln. Het doel is compenseren voor de stenen (woningbouw) in groen. Kwaliteit is daarmee wat ons betreft leidend. Wij hopen dat de provincie zich hierin ook kan vinden.
In de totaalvisie geldt deze extra kwaliteit voor alle deelgebieden. Ook voor deelgebied c (lees : grondgebied van BPD). Zo wordt voorkomen dat er een groot kwaliteitsverschil komt tussen de
gebieden, mochten we in de toekomst deelgebied c ook verder uitwerken. Daarom geldt voor dit gebied ook een extra investering vergelijkbaar met deelgebied a en b. Deze eis volgt dan niet direct uit de afspraken met de provincie, maar vanuit onze eigen gemeente. Vraag 14: In de herziene intentieovereenkomst wordt in artikel 3 gesproken dat partijen zich realiseren dat niet alle grond in De Lange Weeren eigendom is van Scholtens, maar ook in handen is van derden waarmee nog geen intentieovereenkomst is gesloten. Waaruit blijkt dat partijen zich maximaal hebben ingespannen om deze derden te betrekken bij het onderzoek naar de ontwikkeling van De Lange Weeren? Voor een antwoord op deze vraag verwijzen wij naar vraag 7. Vraag 15: De commissie ARO had ook een conclusie dat er meer grond nodig is dan Scholtens bezit om te voldoen aan de natuurvoorwaarden van de Provincie. is dat zo? Moet BPD meedoen om dat mogelijk te maken ? Nee dit klopt niet. In het advies van de ARO wordt deze conclusie ook niet getrokken. Wij verwijzen u hiervoor naar het verslag van de ARO dat bij vraag 10 is opgenomen. Als alleen binnen het terrein van Scholtens wordt ontwikkeld, kan er dan volgens de ARO nog worden voldaan aan de natuurvoorwaarden die gesteld worden in de pilot Waterlands Wonen? In het advies van de ARO is het volgende aangegeven.
‘De ontwikkelaar heeft de ontwikkellocatie en direct aangrenzende terreinen in bezit, waardoor het ook mogelijk is om buiten de woonwijk maatregelen te nemen.’ De zogenoemde flanken die buiten het gebied liggen zoals opgenomen in de structuurvisie, zijn in eigendom van Scholtens. Deze gronden worden gebruikt om te voldoen aan de eisen van de provincie. Maar ook binnen het plan wordt er geïnvesteerd in natuurwaarden en extra kwaliteiten. Vraag 16: Wat is de tijdslijn van de Provincie? Hoeveel vertraging loop je op als je De Lange Weeren compleet en samen met BPD gaat ontwikkelen, i.p.v. een deelontwikkeling? Om te kunnen voldoen aan de enorme woningvraag vanuit onze gemeente, is het van belang dat er zo snel mogelijk een besluit door de gemeenteraad wordt genomen zodat de stukken kunnen worden voorgelegd aan de provincie. De tijdlijn van de provincie is niet bekend. Dit is afhankelijk van de vergaderingen van GS en PS. Wij vertrouwen erop dat de provincie een zo kort mogelijke doorlooptijd zal nastreven. De vraag hoeveel vertraging er komt wanneer er een nieuw plan met alle partijen wordt gemaakt, is moeilijk te beantwoorden. Dit is namelijk afhankelijk van meerdere factoren waaronder bijvoorbeeld medewerking van alle partijen.
Daarnaast verwijzen wij naar eerdere antwoorden waarin wij hebben uitgelegd dat wij geen reële kansen zien om het gebied te vergroten (m.b.t de verwachtingen die de provincie bij ons gewekt heeft en de woningaantallen die te groot worden bij het vergroten van het gebied). Vraag 17: Biedt een aanpak met BPD mogelijkheid om gefaseerd te ontwikkelen conform de vraag van de gemeente Edam-Volendam (1600 geregistreerde woningzoekenden)? Anders bouw je voor de regio.
Er wordt sowieso gefaseerd ontwikkeld. Steeds wordt een toets gedaan hoe de deelfase zich verhoudt tot de vraag naar woningen. Zoals het er nu voorstaat houden wij rekening met een doorlooptijd van ca 10 jaar voor het deelgebied van Scholtens. In de totaalvisie hebben wij op basis van berekeningen van bureau Companen, uiteengezet dat we in de kern Volendam tot het jaar 2030, 955 extra woningen nodig hebben. In de periode van 2030 tot 2040 komen daar nog eens 550 woningen bij. Binnenstedelijk kunnen we in de kern Volendam tot 2030 in het meest gunstigste scenario nog naar schatting 355 woningen realiseren. Dat betekent dat we voor de eigen inwoners tot 2030 nog ruimte moeten vinden voor 600 woningen. Deze ruimte biedt De Lange Weeren. Wanneer het gebied wordt vergroot, worden er gelijktijdig meer woningen gebouwd en worden er meer woningen voor de regio gebouwd. U heeft duidelijk aangegeven dat u dit niet als uitgangspunt wil hanteren dat vooral voor de regionale vraag gebouwd gaat worden. Vraag 18: De ARO en de bevolking vragen erom en de raad wil ook graag het totale kader stellen m.b.t. de gehele Lange Weeren zoals opgenomen in het bestuursakkoord uit 2011.
waarom is er toch voor gekozen alleen de (gedetailleerde) stedenbouwkundige opzet van het 1e plandeel van ontwikkelaar A en niet voor het totale gebied? Verduidelijking van de vraag: Waarom is er voor een deel ontwikkeling gekozen? Het college heeft een totaalvisie opgesteld voor de gehele Lange Weeren. Zoals in vraag 4, 7 en 17 is toegelicht stelt het college voor om De Lange Weeren in delen te ontwikkelen. De gronden direct grenzend aan de huidige bebouwing zijn aangewezen als deelgebieden a en b. Deze gronden zijn in eigendom van Scholtens. De rest van de gronden, in eigendom van BPD, zijn aangewezen als deelgebied c. Delen a en b hebben een zodanige omvang dat kan worden voorzien in de woonbehoefte tot 2030. In het besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2017 is als uitgangspunt bepaald, dat bij een deelontwikkeling elk deelgebied op zichzelf bezien een stedenbouwkundige eenheid is en in principe als een eindbeeld zou kunnen gelden oftewel het beginsel van ‘altijd af’ wordt toegepast. Voor deel a en b is de totaalvisie dan ook nader uitgewerkt in een ontwikkelkader in lijn met het beginsel van ‘altijd af’. Afhankelijk van de inbreidingsmogelijkheden na 2030 en de balans met kwaliteit en leefbaarheid, kan ook na 2030 uitbreiding in De Lange Weeren noodzakelijk blijken te zijn.
Mocht dit noodzakelijk blijken dan kan ook voor deelgebied c van De Lange Weeren de totaalvisie nader worden uitgewerkt in een ontwikkelkader. Vraag 19: Heeft het college een beeld of de Provincie meegaat in de deel ontwikkeling? Voor het antwoord op deze vraag zie vraag 4. Vraag 20: kan het college en de raad door deze benadering bepaalde planologische zaken nu over het hoofd zien omdat het 2e deel nog niet is uitgewerkt en zo ja, welke dan? (wij denken dan aan problemen die later blijken en over het gehele plangebied hadden kunnen worden opgelost, zoals bijv. benodigde extra waterberging, geledingszones, hogere en/of lagere intensiteit van bouwen binnen delen van het totale plangebied die kunnen worden verspeeld door het “altijd af” principe etc.) Verduidelijking van de vraag: Doordat het ontwikkelkader slechts op één deel ziet, zie je dan niet mogelijk dingen over het hoofd wanneer je met het tweede deel aan de slag gaat? In plaats van dat je nu niet gelijk een complete ontwikkeling doet. In de totaalvisie is nagedacht over het geheel. Met name de infrastructurele ontsluiting is hierbij van groot belang. Deze ligt in de totaalvisie aan de westelijke zijde van het plangebied zodat een vervolgontwikkeling hier op aan kan sluiten indien uw raad op een later moment besluit dat hier ook
woningbouw dient plaats te vinden. Ook is in de visie nagedacht over o.a. waterberging, natuur, groen en fasering. In de ontwikkelkaders worden deze verder uitgewerkt. Deze ligt nu voor deelgebieden a en b concreet voor. Het is verder gebruikelijk maar ook gewenst om plannen gefaseerd te ontwikkelen. Hierdoor kan worden ingespeeld op gewijzigde inzichten voor de volgende fase. In de totaalvisie is hiervoor een zeker mate van flexibiliteit opgenomen. Op deze manier is De Broeckgouw ook in meerdere fasen ontwikkeld.
3. Inhoudelijke vragen m.b.t. planontwikkeling omgeving ,groen, water, wonen, aantal woningen, typen woningen Ten aanzien van recente feiten (onderzoek HHNK) omtrent de waterbergingsfunctie in De Lange Weeren (NIVO artikel d.d. 10.11.21), blijkt dat gemeente en ontwikkelaar(s) verantwoordelijk zijn voor de juiste aanpak om ervoor te zorgen dat het laagst gelegen gebied in Volendam niet onder water komt te staan bij zware regenval, hetgeen steeds vaker voorkomt. Dit onderzoek geeft aan dat de opgave voor de waterberging verder moet gaan dan wettelijk gezien is vereist gezien de klimaatverandering (hitte stress en hevige regenval). Blijkens de RIB die met de Raad al eerder hierover is gedeeld. Dat betekent dat des te meer huizen (940 woningen) op een klein stuk grond (scholtens) des groter het risico. Vraag 21: ontwikkelaar Scholtens houdt rekening met 25% waterberging hoe is deze berekening tot stand gekomen en betreft dit alleen het Scholtens perceel of ook over de andere gronden van BPD? Kunt u ons dit toelichten in een gedetailleerde berekening? In samenwerking met het HHNK is onderzoek gedaan wat er nodig is om De Lange Weeren te ontwikkelen op een wijze dat het bestand is tegen de situatie van extreme regenbuien. Daarbij is uitgegaan van buien die eens in de duizend jaar voorkomen. Deze eis wordt ook wel t=1000 genoemd en is opgenomen in het ontwikkelkader.
De t=1000 eis heeft tot gevolg dat er voor het gebied ca. 25% waterberging wordt gerealiseerd. Dit houdt in dat 25% van het complete gebied incl. de flanken een waterbergingsfunctie krijgt. Dit is hoger dan de wettelijke eis die uitgaat van een t=100 situatie. Door het doordachte waterplan kan er niet alleen een toekomst bestendige wijk worden gebouwd, er wordt ook rekening gehouden met water wat bij extreme buien vanuit de Blokgouw richting De Lange Weeren stroomt. Er is geen grond van BPD nodig voor de uitvoering van de plannen. Voor meer inhoud verwijzen wij naar het rapport Neelen en Schuurmans bij de stukken(memo wateranalyse De Lange Weeren). Vraag 22: Is het college in dit licht bezien voornemens om het andere stuk grond erbij te betrekken aangezien het spreiden van de woningen over een groter stuk van invloed kan zijn? Nee, dat is niet nodig. Vraag 23: En in dit licht bezien komt de berekening van de woningdichtheid plan Scholtens in een ander (ruimer) perspectief te staan wanneer je het volledige gebied integraal gaat ontwikkelen. hoe kijkt u daar nu tegenaan? Gelet op het antwoord bij vraag 22 is deze vraag niet meer van toepassing. Vraag 24:
hoe gaat de gemeente deze verantwoordelijkheid op zich nemen en er voor zorgen dat de waterberging uiterst zorgvuldig en goed verankerd is in De Lange Weeren In het ontwikkelkader is de eis van T=1000 opgenomen. Daarnaast worden hierover in het bestemmingsplan en in de anterieure overeenkomst afspraken vastgelegd.
Vraag 25: Tbv mogelijke onderhandelingen voor een groenstrook voor de bewoners, is er ook afstemming tussen BPD en Scholtens nodig, omdat Scholtens dan ontwikkelbare grond inlevert? Verduidelijking van de vraag: Zijn er gesprekken geweest tussen Scholtens en BPD, vanwege het mogelijk verbreden van de groenstrook? Gaan deze gesprekken eventueel nog plaatsvinden? Op 21 april 2021 heeft er een overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en BPD. We zijn tijdens dit gesprek echter niet aan deze inhoud toegekomen. Van het gesprek is een verslag gemaakt welke wij bij brief van 5 mei aan BPD hebben toegestuurd. Deze hebben wij tevens naar de raad verstuurd. Vraag 26: Is er zicht op wat een mogelijke consensus zou kunnen zijn qua groenstrook ? Nee, het college ziet geen mogelijkheden om tot consensus te komen met betrekking tot de groenstrook. Enerzijds heeft het gesprek met BPD niet tot concrete resultaten geleid, anderzijds heeft Scholtens aangegeven dat een plan met een bredere groenstrook niet haalbaar is vanwege de dan afname van het aantal woningen in combinatie met eis van de provincie om € 7,4 mio extra te investeren in de ontwikkeling. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is daarnaast een afstand van 40 meter (gevel tot gevel) een redelijke norm voor een overgang van een bestaande woonwijk naar een nieuwe woonwijk.
In het plan wordt voorgesteld om privacy verhogende elementen aan te leggen bijvoorbeeld in de vorm van een elzensingel. De voorgestelde 40 meter is vergelijkbaar met de afstanden die in de Broeckgouw en elders in Volendam worden gehanteerd. Het college is daarnaast een voorstander van een groenzone centraal in de woonwijk waar alle bewoners van kunnen profiteren die tevens van belang is om water te bergen (zie de vraag 21 over water). Vraag 27: Er is een hoop gedoe geweest over de kengetallen, omdat zaken niet vergelijkbaar qua groen werden gepresenteerd. Is er nu duidelijkheid over de juiste te hanteren kengetallen om verdere ruis te voorkomen ? Het aantal woningen op het aantal hectare grond is een van die kengetallen ter vergelijk met de Broeckgouw. Hoe verhoudt dit zich tot de gewenste kengetallen conform de woonvisie (bouwdichtheid, parkeren, groen, water , speelfaciliteiten en andere voorzieningen zoals buurtsupermarkt, medische zorg, sport, etc).? Verduidelijking van de vraag: Werkgroep vraagt om een duidelijk overzicht met alle kengetallen op een rij
Deelgebied a en b Broeckgouw De Lange Weeren Broeckgouw Grootte
Middengebied Lange Weeren
Deelgebied a en b De Lange Weeren
37,0 ha
29,5 ha
57,4 ha
43,4 ha
Aantal woningen
1099
940
1187
940
Woningdichtheid
29,7 w/ha
31,9 w/ha*
20,7 w/ ha
21,7 w/ha*
*De woningdichtheid van De Lange Weeren is gebaseerd op een woningbouwprogramma zonder voorzieningen omdat nog niet bekend is hoeveel m2 voorzieningen worden toegevoegd in het plan. Dat er nog voorzieningen gaan komen is wel zeker. Te denken valt aan winkelvoorzieningen, sportaccommodaties en een school. Door het toevoegen van voorzieningen, daardoor zal het aantal woningen per ha voor De Lange Weeren nog lager worden.
Vraag 28: Kunnen we nu vaststellen dat het prima vergelijkbaar is met de Broeckgouw ? Alle aspecten/kengetallen zijn vergelijkbaar met de Broekgouw. Sommige aspecten gaan in De Lange Weere verder, zoals natuur, groen, water en duurzaamheid. Vraag 30: Er is een argument van wel of niet parkeren bouwbusjes, wat zijn daarvan nu de feiten ? Verduidelijking van de vraag: In de stukken staat bij de S bocht een vlek opgenomen voor bouwbusjes, hoe zit het daar mee? Het ontwikkelkader voor De Lange Weeren kent een vooruitstrevend parkeerconcept voor bewoners en bezoekers dat ook is toegepast in de Broeckgouw. Om de straten, de woonstraten en de ontsluitingsweg zoveel mogelijk vrij te houden van geparkeerde auto's en ruim baan te geven aan een groene inrichting is de parkeeroplossing voorzien in parkeerhofjes in de openbare ruimte voor 16 tot 18 auto’s. De parkeerhofjes bevinden zich binnen de bouwvelden tussen de woningen en geeft ruimte voor groen en voorzieningen voor afvalinzameling, laadpalen voor elektrische auto's, en ook een parkeervoorzieningen voor deelauto’s. De bouwbusjes kunnen gewoon parkeren in deze parkeerhofjes. Vraag 31: Is de pilot Waterlands wonen van de Provincie nu afgerond ? Nee, zie ook vraag 8.
Zijn daar nog afhankelijkheden ? Speelt de 10.000 euro per woning als natuurcompensatie nog een rol ? Het Bestuursakkoord Pilot Waterland dient aangepast te worden aan de mogelijkheid die de provincie geboden heeft om de compensatie te besteden in en om het plangebied, in plaats van deze af te dragen aan de provincie zodat elders de natuurcompensatie kan worden voldaan. De provincie is bereid het akkoord aan te passen als zij kunnen instemmen met de plannen. Ook de andere ondertekenaars van het akkoord moeten dan instemmen met de aanpassing van het akkoord. Omdat geen van de andere ondertekenaars tot uitvoering van de plannen is gekomen binnen de huidige afspraken, is de verwachting van het college dat zij instemmen met het wijzigen van het akkoord. Vraag 32: Als je hetzelfde aantal woningen bouwt en verdeeld over het complete gebied, kan je dan nog wel betaalbaar bouwen? Nee, om dit plan financieel uitvoerbaar te krijgen is al een hele uitdaging mede vanwege de extra € 10.000 die per woning in en om het gebied geïnvesteerd moet worden. Wanneer dezelfde hoeveelheid woningen over een groter gebied verspreid worden, moet er o.a. meer openbare ruimte aangelegd worden wat door dezelfde hoeveelheid woningen gefinancierd wordt. Dat betekent dat de kosten oplopen maar de inkomsten gelijk blijven.
Hiermee is het financieel niet mogelijk om het plan uitvoerbaar te maken en om betaalbare woningen aan te kunnen bieden. Daarnaast is de verwachting dat een plan met hetzelfde aantal woningen over het complete gebied, niet positief wordt ontvangen door de provincie (zie beantwoording vraag 4).
Vraag 33:
Zijn er nog zaken mbt natura 2000 die een rol spelen ? Er is geen sprake van een natura 2000 gebied (zie kaartje). Het gebied valt conform de Omgevingsverordening NH2020 onder de werkingsgebieden ‘MRA Landelijk Gebied’ en ‘Bijzonder Provinciaal Landschap Waterland’. Geeft dat nog overwegingen mee vanuit de Provincie? Binnen het gebied van het Bijzonder Provinciaal landschap Waterland zijn geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk. In de Omgevingsverordening NH2020 heeft de provincie het bijzonder provinciaal landschap vastgelegd. In artikel 6.46 lid 9 van deze verordening heeft de provincie een uitzondering gemaakt door aan te geven dat een ruimtelijk plan mag voorzien in woningbouw overeenkomstig de afspraken tussen Rijk, provincie en betrokken gemeenten met betrekking tot de Pilot Waterland.
Kaart: natura 2000 gebieden omgeving Edam Volendam weergegeven in groen. Vraag 34: Zijn er nog knelpunten met het ontsluiten van De Lange Weeren qua verkeersstromen? Het verkeer kan via de derde ontsluitingsweg worden afgehandeld. Om deze weg te kunnen maken heeft Scholtens nog een stuk grond nodig dat in eigendom is van derden (ontwikkelaar Van Wijnen). Om de nieuwe wijk goed bereikbaar te maken is de wens om naast de derde ontsluitingsweg ook aan te sluiten op de Zeddeweg. Dit is in ieder geval nodig voor nood- en hulpdiensten maar zeker ook wenselijk om verkeer uit de wijk verdeeld de wijk te laten verlaten. Dit om te voorkomen dat inwoners met de auto om moeten rijden. De provincie moet toestemming geven om te kunnen aansluiten op de Zeddeweg. Hiervoor is in overleg met de provincie al een onderzoek gedaan naar verkeersstromen. Dit onderzoek wijst uit dat een aansluiting op de Zeddeweg niet tot een extra belasting van het regionale wegennet leidt.