Uitgebreide toelichting begroting, wijziging begroting en jaarrekening.pdf
Tekst van het document
1
Toelichting financiële stukken OD IJmond Ontwerpbegroting 2023 De Ontwerpbegroting 2023 sluit met een geprognosticeerd negatief saldo van € 20.470. Voorgesteld wordt om dit negatieve saldo te dekken vanuit de bestemmingsreserves. Er ligt een sluitende Begroting 2023 voor met een positief meerjarenperspectief. De Ontwerpbegroting 2023 is opgesteld conform de bepalingen van het BBV en is sluitend. De formatie is ten opzichte van de tweede gewijzigde begroting 2022 gedaald. Doordat er in 2022 minder baten uit dienstverlenings- overeenkomsten zijn begroot, is bezuinigd op de flexibele schil. De loonsom per formatieplaats stijgt gemiddeld Dit is het gevolg van doorgroei in inschaling en geringe verwachte stijging van salarissen en pensioenlasten en overige sociale lasten. Prijsindexatie Op pagina 7 van de begroting is de indexering toegelicht hierin is geschreven: Personele kosten In het concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 21 september 2021, wordt de verwachte loonvoet voor de sector overheid voor 2022 ingeschat op 2,2%. Dit effect zien we terug in de berekening van de voor- en nacalculatie. In de ‘Kerngegevenstabel MLT1 2022-2025’ (september 2021) geeft het CPB aan dat de loonvoet voor de Overheidssector naar verwachting 2,6% bedraagt in de periode 2022-2025. Daarnaast hanteren wij voor periodieke verhogingen één procent.
In totaal is de loonontwikkeling derhalve 3,6%. Voor 2023 zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden. Wij gaan daarom voor de begroting 2023 uit van een geleidelijke verhoging van de loonkosten. Met het oog op een nieuw af te spreken cao in 2023 en de verwachtingen van het CPB, stellen wij voor om voor 2023 uit te gaan van een gematigde loonbijstelling van 2,5%. Overige kosten Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin. Voor materiële kosten hanteren we de overheidsconsumptie uit dezelfde kerngegevenstabel. Deze bedraagt voor de periode 2022-2025 1,7%. Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie stellen wij voor om de voorcalculatie voor de prijsontwikkeling op 1,70% te zetten. Gewogen indexatie uit kadernota De lasten in de begroting van ODIJmond bestaan voor circa 80% uit personele en voor circa 20% uit materiële lasten. Hiermee wordt de gemiddelde index van de begroting 2,34%. Gematigde loonbijstelling ..................................................................................... 2,50% Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) (CBS) ..................................................
1,70% Gewogen gemiddelde ...................................................................................... 2,34% De indexatie past binnen de bandbreedte van de kadernota en is 2,3% Stijging van de reguliere bijdragen Naast de indexatie stijgen de bijdragen van de deelnemende gemeenten als gevolg van decentralisatie van de bodemtaken.
1
2
Meerjarenbegroting 2023-2025 Voor de prognose 2023 tot en met 2025 wordt conform de Kadernota 2021 uitgegaan van jaarlijks verwachte stijgingen van alle lasten van 2,5%. Bijdrage gemeenten Ten tijde van het opstellen van de Ontwerpbegroting 2023 bestond nog geen duidelijkheid over de financiering van de decentralisatie van de bodemtaken. De opbouw van de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling bestaat vanaf 2022 uit meerdere componenten. Reguliere bijdrage inclusief Wabo De bijdragen zijn opgenomen inclusief die ten gevolge van de Wabo-decentralisatie. Zowel de bijdragen van de deelnemende gemeenten als de tarieven voor dienstverleningsovereenkomsten, stijgen met 2,3% ten opzichte van de tweede gewijzigde Begroting 2022. Bijdrage voor Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) De bijdrage voor de IOV is geïndexeerd. De bijdrage is gelijk aan de opgevraagde bijdrage voor 2021 en bedraagt € 91.064. De deelnemende gemeenten zijn over deze bijdrage geïnformeerd . De bijdrage voor de IOV is berekend op basis van de verdeelsleutel, welke door middel van een projectgroep van het Rijk is vastgesteld. Bijdrage voor bodemformatie Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt voor een aantal taken een herverdeling van bevoegdheden plaats. Zo wijzigt het bevoegd gezag voor bodemverontreiniging. Deze bevoegdheid en taken gaan over van provincie naar gemeenten.
Een onderdeel van deze overdracht is de verandering in bevoegd gezag voor de VTH-bodemtaken, zoals dat nu in de Wet Bodembescherming (WBB) is geregeld. Op dit moment voeren de 4 Noord-Hollandse omgevingsdiensten deze taken namens provincie Noord-Holland uit. Het gaat hierbij zowel om toezicht, handhaving en vergunningverlening als om de juridische en beleidsmatige advisering. Tegelijkertijd worden de financiële middelen vanuit het Provincie- naar het Gemeentefonds overgeheveld. Om deze taak straks namens gemeenten op hetzelfde niveau, zorgvuldig en adequaat uit te kunnen blijven voeren, doet de ODIJ een beroep op deze middelen. De financiering van de bodemtaken onder de Omgevingswet is echter al langere tijd onduidelijk. De verwachting is dat hier medio 2021 meer duidelijkheid over komt. Het Rijk voert momenteel overleg met de VNG en het IPO. In de Begroting 2023 vraagt de ODIJ bij provincie Noord-Holland een formatieplaats op voor de VTHtaken die bij haar belegd blijven. De bijdrage voor de financiering van de formatieplaatsen voor de bodemtaken voor 2022 bedraag €982.274 Verdeelsleutel De berekening van de bijdrage in het kader van de overdracht bodemtaken gebaseerd op de verdeelsleutel van inwoneraantallen. De bron en berekeningswijze is afgestemd met de deelnemers. Gemeente Haarlem heeft haar bodemtaken (nog) niet (volledig) bij de ODIJ belegd.
Omdat dit een onderdeel is van het basistakenpakket is deze gemeente met de ODIJ in gesprek over de inbreng van deze taak bij de ODIJ. Dit betekent dat in de berekening van de verdeelsleutel een correctie is gemaakt voor de inbreng van de gemeente Haarlem.
2
3
Bijdrage per deelnemende gemeente
(Beleids)inhoudelijke aspecten Omgevingswet Naar verwachting treedt per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking. Met recht kunnen we dit één van de grootste stelselwijzigingen ooit noemen in het bestaan van de ODIJ. Dat betekent dat de werkwijze voor de uitvoering van VTH1-taken vanaf dat moment is afgestemd op de Omgevingswet. De kaders voor de toetsing van vergunningaanvragen en de regels waarop wordt toegezien veranderen. Hier hoort ook de grotere afwegingsruimte bij die de deelnemende gemeenten bij de inwerkingtreding van de wet krijgen. De Omgevingswet resulteert in een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving, die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Deze herziening heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium. Ook heeft het gevolgen voor de bevoegde gezagen en de organisaties die bij de wet betrokken zijn, zoals de ODIJ. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak voor burgers en bedrijven, het versnellen van besluitvorming door gemeenten en omgevingsdiensten, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. Leges Onder de Omgevingswet is het mogelijk om leges te heffen voor milieuvergunningen. Dit moet per gemeente worden onderzocht. In de Begroting 2023 is hier rekening mee gehouden (conform Begroting 2022).
De ODIJ heeft de data en expertise in huis om de deelnemende gemeenten hiermee 1 Vergunningen, toezicht en handhaving
3
4
van dienst te zijn. Kwaliteitsborging voor het bouwen In 2023 en 2024 wordt geen effect verwacht van de invoering van de wet kwaliteitsborging voor het bouwen, waarbij de markt taken overneemt. Om deze reden worden de jaren 2023 en 2024 als overgangsjaren beschouwd en is de begroting hier niet op aangepast. Wijziging in de wet op de Gemeenschappelijke Regeling Verdere organisatorische vernieuwingen, die door mogelijk extra effecten hebben op de overhead (uurtarief/kosten) zijn: − Wet Open Overheid als vervanger van WOB: alles is openbaar tenzij; − Wet Elektronische Publicaties (WEP); − Wet Gemeenschappelijke regeling (Wgr). De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (GR) vormt ons juridische kader. De GR Omgevingsdienst IJmond is een openbaar lichaam met 15 deelnemers dat opereert onder de naam Omgevingsdienst IJmond. Binnen het kader van de GR voert de dienst naast de taken beschreven in de GR, ook taken uit op basis van apart met haar deelnemers afgesloten dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). De aanpassing van de Wgr en het inwerkingtreden van de Omgevingswet en de daarmee gepaard gaande overdracht van bevoegdheden van provincie naar gemeenten, leidt tot een wijziging van de GR. Ten tijde van het opstellen van deze nota is nog niet duidelijk of de Omgevingswet daadwerkelijk op 1 januari 2023 in werking treedt.
Eind 2021 is een traject gestart om samen met onze deelnemers te komen tot een wijziging van de GR. Een en ander kan mogelijk naar 2023 toe doorlopen. Met deze wijziging van de GR streven we ernaar om de GR zo in te richten dat zij flexibeler om kan gaan met aanpassingen in wet- en regelgeving, met als doel omissies tussen de GR en de wet in de toekomst de voorkomen. Energiebesparingsakkoord (Provincie Noord-Holland) De ODIJ controleert bedrijven en instellingen op het treffen van energiebesparende maatregelen. Bedrijven zijn wettelijk verplicht om maatregelen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar te nemen. Daarnaast grijpen zij haar bedrijfscontroles aan om met ondernemers het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden van verdere verduurzaming van de bedrijfsvoering (stimulering). Daarop sluit het initiatief van provincie Noord-Holland aan. De provincie heeft een breed gedragen Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven (het akkoord) gesloten met alle 46 gemeenten. Het ondertekeningmoment vond plaats op 27 januari 2022. In het akkoord staan afspraken over een gezamenlijk ambitieniveau, kaders voor een toezichtwerkwijze en gezamenlijke monitoring en inzet van middelen. Het akkoord loopt in principe tot 2025 en heeft als doel om provincie breed een level playing field te creëren op het gebied van toezicht op energiebesparende maatregelen.
Dit akkoord biedt voor ODIJmond kansen om meer in te zetten op energiebesparing bij bedrijven. Dit doen wij door middel van gerichte communicatie, stimulering en een toezichttraject. Elk energierelevant bedrijf wordt gedurende de looptijd van het akkoord ten minste een keer bezocht. Stimulering wordt ingezet via de GreenBiz IJmond-aanpak, via onder andere energiescans en inzet van dataloggers. Het leveren van een bijdrage aan de geformuleerde ambities uit het akkoord betekent ook intensivering van toezicht en handhaving op dit dossier. In 2022 zal ODIJmond samen met die gemeenten die deze taak bij haar hebben belegd, de aanvraag van de subsidie voorbereiden dat onderdeel is van het akkoord, de SEB-regeling (Stimulerend Energietoezicht Bedrijven), en starten met de uitvoering van het akkoord. Tijdens het opstellen van de begroting 2023 zijn nog niet alle aanvragen door de deelnemers ingediend daarom is het akkoord financieel nog niet opgenomen in de begroting.
4
5
Versterking VTH-stelsel, rapport commissie Van Aartsen Belangrijkste conclusie De adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH), hierna commissie Van Aartsen geeft advies over de mogelijkheden om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken en het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Daarbij gaat de commissie in op de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders en de verdeling van rollen, taken en bevoegdheden in het stelsel. De belangrijkste conclusie is dat het huidige stelsel nog behoorlijk wat tekortkomingen kent waarbij met name de rol van de omgevingsdiensten nog onvoldoende uit de verf komt. Schaalgrootte, gebrek aan middelen en het ontbreken van een uniform takenpakket en mandaat, spelen hierbij een rol. Een volgend kabinet zal met de adviezen van de commissie aan de slag gaan. Dit kan gevolgen hebben voor de omgevingsdiensten, dus ook voor ODIJmond. De ODIJ ziet de aanbevelingen van de commissie van Aartsen als een positieve stimulans waarbij de belangrijke rol van een Omgevingsdienst wordt erkend. Rekenkamer rapport De commissie van Aartsen gaat ook in op de positie van omgevingsdiensten ten opzichte van haar deelnemers. Deze is volgens de commissie te afhankelijk van het bevoegd gezag.
De Algemene Rekenkamer heeft een onderzoek gedaan naar de handhaving van de zwaardere bedrijven (30 juni 2021). Op dit moment zijn eventuele organisatorische en/of financiële gevolgen van deze rapportage niet bekend, maar zeer waarschijnlijk heeft dit op de langere duur wel gevolgen. Milieucriminaliteit en -overtredingen kunnen veel schade opleveren aan mens en milieu. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) becijfert de schade op enkele miljarden euro’s per jaar (ILT, 2020a). Naleving van de regels door bedrijven en effectief toezicht hierop, is dan ook van groot belang. ILT heeft dit onderzocht onder 482 BRZO-bedrijven en zogeheten net-niet BRZO-bedrijven, vernoemd naar het Besluit risico’s zware ongevallen. Het gaat om bedrijven die met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen omgaan en daarom vanuit milieuoogpunt speciale aandacht verdienen. Zij concluderen op basis van dit onderzoek dat het stelsel van toezicht en handhaving om milieucriminaliteit en –overtredingen tegen te gaan, onvoldoende functioneert. De Algemene Rekenkamer komt met diverse aanbevelingen. Zij concluderen dat data niet op orde zijn, onvoldoende gegevens worden uitgewisseld en dat milieucriminaliteit nauwelijks wordt bestreden en bestuurders in het duister tasten inzake dit onderwerp. Wij zien als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen de komende jaren nog veel op ons afkomen.
Ontwikkelingen Onderwerpen als stikstof, PFAS, alsmede emissies van Tata Steel en Harsco Metals hebben in de afgelopen anderhalf jaar specifiek in de IJmond geleid tot maatschappelijke onrust. De vele nog onbekende factoren in deze dossiers leiden tot onzekerheid over de realisatie van projecten en de daarbij behorende financiële risico’s voor onze deelnemers. De druk op het realiseren van CO2reductie gaat na de Urgenda-uitspraak alleen maar toenemen. Op dit moment is niet te voorzien wat voornoemde dossiers in 2023 specifiek aan inzet van onze dienst zullen vragen. De ODIJ is echter flexibel en vakinhoudelijk goed voorbereid en beschikken over kennis en kunde om haar deelnemers van dienst te zijn. Technologische ontwikkelingen De technologische ontwikkeling zet door. Enerzijds is het de informatiepositie voor inwoner en overheid, die gelijk moet zijn en dat heeft voor ODIJmond veel consequenties die gaan over datakwaliteit en privacy-gevoeligheid. Hoe zorgt ze ervoor dat informatie digitaal beschikbaar is, wie legt wat vast, wie is de eigenaar van bronbestanden? Dat moet goed afgebakend worden. Daarnaast komen er nieuwe technologische mogelijkheden in het werk van ODIJmond, zoals drones voor 5
6
toezicht. Risico’s Omgevingswet De Omgevingswet heeft grote financiële consequenties. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de Omgevingswet kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO), en daarmee dus ook niet over het uurtarief. Project invoering Omgevingswet De ODIJ verwacht dat in 2022 en 2023 dat de omvang van de werkzaamheden sterk zal toenemen. In 2021 werd duidelijk dat de meeste gemeenten kiezen voor de minimale variant om te kunnen werken onder de Omgevingswet. Een aantal zaken worden daarmee vooruitgeschoven naar de toekomst. Omdat de vraag naar onderzoekskosten ten behoeve van de omgevingsplannen sterk uiteenlopen per deelnemer, hebben wij in onze financiële ramingen hier geen rekening mee gehouden. De onderzoekskosten komen voor rekening van de deelnemers. Warme overdracht bodemtaken Tegelijk met de overdracht van de bodemtaken van de provincie naar gemeenten worden de financiële middelen vanuit het Provinciefonds naar Gemeentefonds overgeheveld. Om straks namens gemeenten in de toekomst deze taak op hetzelfde niveau, zorgvuldig en adequaat uit te kunnen blijven voeren, doen wij een beroep op deze middelen. De financiering van de bodemtaken onder de Omgevingswet is echter al langere tijd onduidelijk. De verwachting is dat hier medio 2022 meer over bekend wordt. Het Rijk is daar nu over in overleg met de VNG en het IPO.
Om hier wel op voor te sorteren, hebben wij het totaalbedrag, dat nu voor onze regio staat gereserveerd, verdeeld over onze regio via een verdeelsleutel. In de begroting van 2023 is rekening gehouden met de volledige financiering van deze taak. Deze bijdragen na indexatie zijn verdeeld op basis van een verdeelsleutel. In de begroting van 2022 hebben is deze sleutel berekend naar inwonersaantallen. IJmond Bereikbaar Een deel van de huidige formatie voor IJmond Bereikbaar is gedekt door een externe subsidie, die is beschikt tot en met 2021, met een mondeling akkoord tot en met 2022. In de begroting van 2023 is ervan uitgegaan dat deze subsidie gecontinueerd wordt voor 2023. Financiering programma Gezondheid & Luchtkwaliteit. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar. Gemeente Velsen heeft de financiering voor het programma voor 1 jaar toegekend. In de begroting zijn de formatieplaatsen en de financiering van dit programma opgenomen. De financiering voor het programma is incidenteel. Om te zorgen voor een duurzaam programma, is inzet van vaste formatie wenselijk. Wanneer financiering hiervoor niet gecontinueerd wordt, is het risico dat er kosten zijn gepaard bij het herplaatsen of afvloeien van formatie. Uitkomsten Commissie Van Aartsen Een van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen is te komen tot een Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering.
ODIJmond heeft geen outputfinanciering maar een inputfinanciering. Uit onderzoek blijkt dat als zij haar financiering omrekenen naar euro per inwoner, zij aan de onderkant van de omgevingsdiensten zit. Dit betekent dat er een risico bestaat dat een landelijke normfinanciering een stijging van de tarieven met zich mee brengt. De commissie realiseert zich dat dit een beperking in de vrijheid van het budget van lokale en regionale overheid betekent en daarmee een ingreep in de gegroeide financiële verhoudingen tussen overheden. Toch is het noodzakelijk om toezicht en handhaving effectief te laten zijn en meer 6
7
milieuschade in de toekomst te voorkomen. Omdat dit ook een nationaal belang is, moet het Rijk bijdragen aan de financiering van de omgevingsdiensten. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is niets bekend over financiering van het Rijk en is dit onzeker. De financiering omtrent de bodemdecentralisatie is nog onbekend. Risico’s zijn er wanneer de financiering van rijkswege onvoldoende blijkt, of de verdeling van financiën scheef uitpakt. In de Begroting 2022 is de verdeling van deze formatie berekend op basis van het aantal inwoners per gemeente. Wanneer de verdeelsleutel anders blijkt te zijn en dit leidt tot een andere verdeling wordt dit via een begrotingswijziging verwerkt. Een ander aandachtspunt voor gemeenten is de sanering van locaties waar in de toekomst bijvoorbeeld woningbouw is gepland. Zeker nu de ISV-gelden zijn opgedroogd. In de Ontwerpbegroting 2022 wordt uitgegaan van de bestaande formatie. Het is mogelijk dat door toename van onder andere bouwplannen de huidige formatie niet meer toereikend is. Zienswijze Er kan worden ingestemd met de Ontwerpbegroting 2023 onder voorbehoud dat het Rijk voldoende middelen ter beschikking stelt voor de uitvoering van de bodemtaken door Omgevingsdienst IJmond.
Risico’s In de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen is voorgeschreven dat de jaarstukken uiterlijk 15 juli moeten zijn aangeleverd bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Voor de begroting geldt een fatale termijn tot 1 augustus. Het niet voldoen aan deze wettelijke bepaling heeft tot gevolg dat, na een periode van één maand waarin de mogelijkheid wordt geboden alsnog de informatie aan te leveren, voor de deelnemende gemeenten de sanctie in werking treedt van opschorting van de algemene uitkering (artikel 186 Gemeentewet). Het Algemeen Bestuur van de ODIJ moet met betrekking tot de Jaarstukken 2021 in vergadering van 13 juli 2022 tot definitieve besluitvorming komen. 2de begrotingswijziging 2022 Op 15 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur van de ODIJ de gewijzigde begroting 2022 vastgesteld. Deze wijziging is gedaan om het eerste uitstel van de Omgevingswet (hierna OW) in de begroting te verwerken. Omdat de OW is uitgesteld naar 1 januari 2023 en het CAO principe akkoord bekrachtigd is, volgt een tweede begrotingswijziging. De stijging van de loonkosten werkt door in het tarief van de ODIJ. (De eerste begrotingswijziging had geen invloed op het tarief.) In deze tweede begrotingswijziging zijn onder andere de volgende ontwikkelingen verwerkt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Een volgend uitstel van de OW naar 1 januari 2023; Het bekrachtigen van het principeakkoord voor de CAO; De vaststelling van de extra bijdrage voor BWT van gemeente Zandvoort; Het vaststellen van het Programma Gezondheid & Luchtkwaliteit IJmond door de gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk; Investeringen in onze ICT systemen; Gedeeltelijke vennootschapsbelasting; Uitbreiding taken voor bodem gemeente Haarlem; Gemeente Beverwijk Verduurzaming bedrijven (Greenbiz IJmond); Verplichte aansluiting op Inspectieview;
Ad 1.
Verder uitstel van de OW Minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023 voor de Omgevingswet 7
8
aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. De minister, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen spraken in een bestuurlijk overleg over het belang van een verantwoorde invoering van de wet. De datum van 1 januari 2023 biedt alle betrokken partijen duidelijkheid en bovenal meer zekerheid om goed te kunnen oefenen met het nieuwe digitale systeem en de nieuwe manier van werken. Voor de begroting 2022 heeft dit vooral invloed op de warme overdracht bodemtaken. De wijziging in de cijfers, betekent dat de ODIJ de bodemformatie opvraagt bij de provincie Noord-Holland voor het gehele jaar 2022, wat een daling is van de bijdrage. Ad 2.
Het bekrachtigen van het principeakkoord voor de CAO 2022 Tijdens het opstellen van de begroting 2022 waren er geen Cao-afspraken bekend voor 2022. Op 27 januari 2022 is de CAO bekrachtigd. Er is onder andere afgesproken: - per 1 december 2021 een salarisverhoging van 1,5%; - per 1 april 2022 een salarisverhoging 2,4%; - een thuiswerkvergoeding van € 2,- netto per dag. Er is een inschatting gemaakt van het hybride werken van de medewerkers. Hierop is de uitkering van de thuiswerkvergoeding gebaseerd. De overige personeelskosten zijn hiervoor verhoogd.
Ad 5.
Vaststelling van bijdrage BWT gemeente Zandvoort Gemeente Zandvoort heeft de extra bijdrage voor Bouw- en Woningtaken (BWT) verlengd tot en met 2023. De bijdrage hebben wij verwerkt in onze begroting bij de dienstverlening overeenkomsten. In 2021 zijn wij gestart met het intern opleiden van collega’s voor deze taak. Daarnaast hebben wij in 2022 een extra collega kunnen werven.
Ad 6.
Vaststellen programma Gezondheid en Luchtkwaliteit IJmond door de gemeente Velsen, Beverwijk en Heemskerk Het programma Gezondheid en Luchtkwaliteit IJmond is voor 4 jaar vastgesteld. De start hiervan is in 2022. Intern is een collega doorgestroomd als kwartiermaker van het programma. Daarnaast financieren zij vanuit een gedeelte van dit programma extra ondersteunende diensten. Uitvoering van het programma is opgenomen in ons uitvoeringsprogramma en werkt door in verschillende cirkels (teams) van de organisatie. Voor sommige onderdelen van het programma huren zij extern in. De bijdrage van haar deelnemers aan het programma zijn verwerkt in de project baten. \
Ad 7.
Investeringen in de ICT-omgeving In 2021 hebben is de volledige hardware vervangen en is zij overgestapt naar Office-365. De afschrijvingskosten in de oorspronkelijke begroting, zijn niet voldoende om dit te dekken. De uitbreiding in dienstverleningsovereenkomsten staat hier deels ter dekking voor.
Ad 8.
Gedeeltelijke vennootschapsbelasting In de begroting is €50.000 opgenomen als baten voor de verkoop van bodemrapportages aan makelaars en adviseurs. De vennootschapsbelasting bedraagt bij dit resultaat ca €1.800. Omdat dit bedrag zeer gering is, is dit niet opgenomen in de gewijzigde begroting. Verantwoording van dit bedrag is in de jaarrekening in de paragraaf vennootschapsbelasting. Incidentele baten staan hier ter dekking voor. Inbrengen taken voor uitvoering van bodem gemeente Haarlem Met gemeente Haarlem voeren zij momenteel gesprekken over het inbrengen van de volledige bodemtaken in het kader van het basistakenpakket. In deze gewijzigde begroting hebben zij voor de aanvullende bodemtaken een halve formatieplaats begroot.
Ad 9.
8
9
Ad 10. Extra bijdrage voor gemeente Beverwijk Verduurzaming bedrijven (greenBiz) In de gewijzigde begroting hebben voor verduurzaming van bedrijven (GreenBiz) € 25.000 extra opgenomen. Ad 11. Verplichte aansluiting op Inspectieview Inspectieview is het systeem waarlangs de wettelijk verplichte uitwisseling van milieugegevens plaatsvindt. Omgevingsdiensten worden gevraagd in 2021 met een eigen aansluiting aan te sluiten op Inspectieview, zodat per 1 januari 2022 de aansluiting op Inspectieview operationeel is (dit was 2021). In 2021 is gestart met een nieuwe governance, waarin gebruikers een nadrukkelijker rol krijgen dan in de huidige situatie. De gebruiksvriendelijkheid van Inspectieview wordt vergroot en er wordt een traject gestart waarin wordt bekeken aan welke gegevens specifiek behoefte is. Het OM heeft in het Bestuurlijk omgevingsberaad toegezegd te willen aansluiten op Inspectieview. De aanpassing van de tariefstelling naar €25.000 vindt plaats na afronding van het transitiejaar, dus per 1 januari 2022. Ad 12. Update van onze project en subsidiebijdrage Wij begroten projecten die vastgesteld zijn. De gewijzigde projectbijdrage staan volledig ter dekking van externe kosten en hebben geen invloed op het tarief. In verband met de coronapandemie is de uitvoering van een aantal projecten verschoven naar 2022 en vragen we hiervoor geen middelen op.
Met het Rijk hebben we voor IJmond Bereikbaar afgesproken dat wij het restant van 2021 kunnen inzetten voor 2022. De extra gevraagde bijdrage aan het Rijk is in 2022 daardoor lager dan vooraf ingeschat. Tariefswijziging naar € 85,91 De impact van de Cao 2022 resulteert in een stijging van het uurtarief. Begrotingsjaar Tarief oorspronkelijke begroting 2022 Tarief tweede gewijzigde begroting 2022
Tarief € 84,25 € 85,91
De uitvoering van het energie besparingsakkoord is nog niet verwerkt in deze gewijzigde begroting. Zienswijze Er kan worden ingestemd met de Tweede begrotingswijziging 2022. Jaarrekening 2021 Het financieel resultaat van 2021 is positief in vergelijking tot de begroting. De pandemie had ook inhoudelijke effecten op de uitvoering. Op afstand samenwerken; daar werd in het afgelopen jaar een groot beroep op gedaan. Thuiswerken was één van de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Er is in 2021 een positief gerealiseerd resultaat van € 160.362 na de vastgestelde mutaties reserves. (inclusief een onttrekking uit de reserves). Passend bij de bestuurlijke koers voor de ODIJmond en bij de nieuwe organisatorische en maatschappelijke inzichten, is er een nieuw uitvoeringsplan 2021 opgesteld en in uitvoering gebracht. In het jaarverslag is toegelicht hoe de ODIJ uitvoering heeft gegeven aan haar programma en welke doelen er zijn gerealiseerd. 9
10
Door uitstroom van personeel en de vraag van gemeenten naar extra taken blijft het een uitdaging om in deze krappe arbeidsmarkt personeel te werven. In september 2021 is (weer) een junioren traject gestart. Intern opleiden van nieuwe collega’s blijft het onderscheidend vermogen van de ODIJ. Door lockdowns is het werven van collega’s uitgesteld tot na de zomer. Dit betekent dat er een periode onder uitputting is geweest. Bestaande medewerkers hebben extra gewerkt om de uitvoering niet in het geding te laten komen. De extra inzet van deze collega’s heeft geleid tot een groter verlof saldo. De accountant heeft dit risico gesignaleerd tijdens de interim controle. In de jaarrekening is alleen een reservering gevormd voor het boventallig verlof (boventallig is meer dan twee keer de contracturen per week). De lagere salarislasten die er in 2021 zijn door onder uitputting staan hier ter dekking voor. De inhuur is beperkt ten opzichte van de extra uitgevoerde projecten of opdrachten. Alleen voor de afdeling bouw hebben is langer ingehuurd door de krapte op de arbeidsmarkt. De indirecte personele kosten zijn lager dan begroot, dit is een direct gevolg van de coronapandemie. In 2021 is overgestapt naar office 365 en is geïnvesteerd in nieuwe hardware die het hybride werken ondersteund. Hierdoor zijn een aantal zaken versneld afgeschreven en buiten gebruik gesteld.
Een voorbeeld hiervan is de telefooncentrale. Doordat er geen eigen wagenpark in bezit is maar gebruik maken van lease, zijn de kapitaallasten van de vervoersmiddelen lager en de overige bedrijfslasten zijn hierdoor hoger. - De Jaarrekening 2021 (voor resultaatbestemming) is voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring; - Per 31 december 2021 bedraagt het saldo van de Algemene reserve € 375.000. Op basis van de onderkende risico’s is het benodigde weerstandsvermogen gesteld op € 467.230; - Het weerstandsvermogen is voor resultaatbestemming onvoldoende na resultaatbestemming voldoende; - De Jaarrekening 2021 is opgesteld voor resultaatbestemming. Over bestemming van het positieve exploitatieresultaat wordt besloten in de vergadering van het Algemeen Bestuur op d.d. 13 juli 2022. Algemene reserve/weerstandsvermogen De prognose was dat op 1 januari 2021 de Algemene reserve € 375.000 zou bedragen. Per 31 december 2021 is het vermogen gelijk gebleven. De stand van de reserves per 31-12-2021 Algemene reserve
375.000
Te bestemmen resultaat *
160.362
Reserve Nieuwbouw
81.440
Reserve vervoermiddelen
20.000
Reserve Transitie RUD
11.411
Totaal saldo reserves
648.213
* Het Algemeen Bestuur besluit in vergadering van 13 juli 2022 op het voorstel tot bestemming van het positieve exploitatieresultaat 2022. Het voorstel luidt als volgt: Voorstel bestemming positieve exploitatieresultaat 2021 Bestemmingsreserve “ impuls arbeidsmarkt”
68.002
Dotatie aan Algemene reserve - weerstandsvermogen
92.360 160.362
10
11
Als het Algemeen bestuur niet besluit om een bestemmingsreserve te vormen dan keert de ODIJ dit uit aan haar deelnemers. Uitkering doet zij naar rato van de inbreng in de GR. De Jaarrekening 2021 van de ODIJ heeft een financieel effect. Door de ODIJ worden 2 scenario’s geschetst. Scenario 1: Het bestuur besluit een bestemmingsreserve te vormen van € 68.002 om een impuls te kunnen geven aan de arbeidsmarkt. Het doel van deze reserve is om gekwalificeerd personeel te blijven binden en boeien in deze krappe arbeidsmarkt. de Algemene reserve wordt, ten laste van het positieve exploitatieresultaat 2021, aangevuld tot het niveau dat het weerstandsvermogen als ‘voldoende’ kan worden gekwalificeerd. Scenario 2: de Algemene reserve wordt, ten laste van het positieve exploitatieresultaat 2021, aangevuld tot het niveau dat het weerstandsvermogen als ‘voldoende’ kan worden gekwalificeerd. Vervolgens wordt het restant van het exploitatiesaldo 2021 aan de deelnemende gemeenten terugbetaald. Het Algemeen Bestuur van de ODIJ beslist hier over in haar vergadering van 13 juli 2021. Een incidentele terugbetaling wordt verwerkt in de 2e Bestuursrapportage 2022. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar scenario 1. @Peter: Dit is het advies van de OD, vinden wij dit ook? Zienswijze Op grond van de Wet Gemeenschappelijke regelingen neemt de raad kennis van de jaarstukken.
Met betrekking tot de deze stukken is geen sprake van een zienswijzeprocedure. Over de kennisname wordt ODIJ geïnformeerd
***
11