Uitgangspunten begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.docx
Tekst van het document
Gehanteerde uitgangspunten Voor de begroting 2023 en de meerjarenramingen 2024-2026 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bestaand beleid Bij het samenstellen van de begroting 2023 is geïnventariseerd in hoeverre meerjarig beschikbare beleidsbudgetten moesten worden bijgesteld. Deze mutaties betreffen over het algemeen de 'beïnvloedbare budgetten'. Uitgangspunt daarbij is 'neutraal tenzij'. Autonome ontwikkelingen Onder deze categorie vallen de mutaties die een autonoom (veelal niet beïnvloedbaar) karakter hebben. Denk hierbij aan rijksontwikkelingen, areaalontwikkelingen, dividenden, kapitaallasten of indexaties. Uitgangspunt is dat deze budgetten zo reëel mogelijk geraamd worden. Meerjarig is in de begroting rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van 2,5% Nieuw beleid en investeringen Naast bovenstaande mutaties zijn ook nieuwe beleidsinitiatieven en investeringen in beeld gebracht. Deze worden afzonderlijk weergegeven, daar waar nodig toegelicht en onderverdeeld naar de categorieën a, b of c. a= het budget wordt direct na vaststellen van de begroting beschikbaar gesteld; b= het budget wordt direct na vaststellen van de begroting beschikbaar gesteld, maar mag pas na een concreet besluit van het college over de besteding, worden besteed; c= het budget wordt pas na een specifiek/apart raadsvoorstel en –besluit beschikbaar gesteld voor besteding.
De financiële consequenties van bovenstaande categorieën zijn integraal opgenomen in de begroting en opgenomen in de relevante programma's. Er is begin 2023 dus geen aparte begrotingswijziging meer nodig om e.e.a. toe te voegen aan de diverse programma's. Saldo onvoorzien Het BBV schrijft voor dat de begroting een saldo onvoorzien bevat, maar schrijft geen berekeningswijze of verplichte omvang voor. Evenals in 2022 is bij het opstellen van de begroting 2023 en meerjarenraming 20242026 een saldo onvoorzien van € 50.000 gehanteerd. Belastingen, rechten, heffingen en tarieven Belastingen en rechten Voor de onroerende-zaakbelastingen, hondenbelasting, precariobelasting, havengelden, marktgelden, grafrechten wordt voor 2023 en verder voor zover de kostendekkendheid dit toelaat, een inflatiecorrectie toegepast van 2,5%. Toeristenbelastingen Bij het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 is voor het verkrijgen van extra inkomsten een structurele verhoging van de toeristenbelasting opgenomen van jaarlijks € 100.00. Ook in de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 is deze verhoging opgenomen. Om dit te realiseren worden de tarieven voor de watertoeristenbelasting en voor overnachtingen in andere accommodaties dan een kampeerterrein met ongeveer 10% verhoogd. Bovenop deze 10% komt nog een verhoging van het inflatiepercentage van 2,5%.
De tarieven toeristenbelasting voor overnachtingen op een kampeerterrein stijgen met een inflatiecorrectie van 2,5%. Afvalstoffenheffingen Voor de afvalstoffenheffing wordt gestreefd naar 100% kostendekking. Bij het opstellen van de begroting 2023 en verder wordt voorgesteld het tarief 2023 evenals in 2022 te verhogen met 4%. Voor de jaren 2024 tot en met 2026 wordt het tarief verhoogd met een inflatiecorrectie van 2,5%.
Reinigingsrechten Voor de reinigingsrechten wordt, voor zover de kostendekkendheid dit toelaat, een inflatiecorrectie toegepast van 2,5%. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Rioolheffingen Voor de rioolheffingen (eigenaren en gebruikers) wordt, voor zover de kostendekkendheid dit toelaat, een inflatiecorrectie toegepast van 2,5%. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Leges Voor alle leges wordt voor 2023 en verder een inflatiecorrectie toegepast van 2,5%. Uiteraard voor zover de kostendekkendheid en/of maximaal toelaatbaarheid van het tarief dit toelaat. Het betreft hier bijvoorbeeld de leges omgevingsvergunningen, reisdocumenten, rijbewijzen, parkeerontheffingen en burgerlijke stand. CAI Bij het opstellen van de begroting 2022 is er voor gekozen om het CAI tarief structureel te verhogen met 4% (inclusief inflatie). Dit omdat het tarief van de CAI nog steeds lager is dan die van andere providers. Daarnaast neemt de vraag naar hogere datasnelheden toe en zijn aanvullende investeringen nodig. In de begroting 2023 en verder wordt ook gerekend met een verhoging van 4%. Tarieven verhuur/gebruik sport lokaliteiten De aanpassing van de tarieven voor verhuur/gebruik van sport lokaliteiten vindt alleen plaats middels B&Wbesluit. Renteomslag percentage Uitgangspunt is dat de (verwachte) werkelijke rentelasten opgenomen worden in de begroting.
Evenals in 2022 wordt er uitgegaan van een rente omslagpercentage van 0,5%. Investeringen Investeringen kunnen onderverdeeld worden in; 1. Investeringen voortvloeiende uit beheers- en onderhoudsplannen (nieuwe, uitbreidings- en vervangingsinvesteringen) 2. Investeringen vastgesteld in eerdere begrotingen en aparte raadsbesluiten 3. Investeringen voortvloeiend uit nieuw beleid 2023-2026 categorie a, b of c De investeringen vallend onder 1 en 2 zijn integraal opgenomen in de programma's. Nieuwe investeringen zijn afzonderlijk benoemd per programma en hebben daar een a, b of c categorie gekregen. Investeringen in categorie c worden afzonderlijk aan de raad voorgelegd en pas vrijgegeven als de raad hier via een apart raadsvoorstel over heeft besloten. De financiële gevolgen van deze investeringen zijn al wel integraal in deze begroting geraamd. Salariskosten Voor indexatie van de salarislasten wordt uitgegaan van onderstaande percentages. Uitgangspunten bij de bepaling van deze percentages is de loonkostenontwikkeling van de afgelopen jaren en de verwachte loonpolitiek afgestemd op de actualiteit. Er is ook rekening gehouden met het vervallen van de premie IVP (inkoop voorwaardelijk pensioen).
Indexatie 2023 1,75%personele uitgaven ambtelijk personeel en personele uitgaven politiek ambtsdragers 1,25% (onkosten) vergoeding politiek ambtsdragers Indexatie 2024-2026 1,75%personele uitgaven ambtelijk personeel en personele uitgaven politiek ambtsdragers 1,25% (onkostenvergoeding) politiek ambtsdragers Huurcontracten De ramingen van huren worden verhoogd conform gemaakte afspraken in de contracten.
Sociale uitkeringen Voor sociale uitkeringen is het rijksbeleid gevolgd, aangevuld met financiële gevolgen uit eigen gemeentelijke verordeningen. Bijzondere bijstand en WMO De ramingen voor bijzondere bijstand en WMO zijn zoveel mogelijk realistisch begroot. Subsidies Voor indexatie van de subsidies wordt uitgegaan van het vastgesteld subsidiebeleid. hierbij gelden een paar aandachtspunten: Uitgangspunt voor de uitvoering van het gemeentelijke subsidiebeleid is in eerste instantie de budgettaire neutraliteit. Met de vaststelling van de begroting is duidelijk hoeveel geld er maximaal per beleidsveld beschikbaar is. Binnen het beschikbare totaalbudget per beleidsveld zijn de maximale budgetten voor subsidiëring vastgelegd welke conform de bepalingen in de Algemene subsidieverordening en de daaruit voortvloeiende subsidieregelingen de basis voor de subsidieplafonds per beleidsveld bepalen. Uitkering Gemeentefonds De raming wordt gebaseerd op de Mei-circulaire van het Rijk. Aantal inwoners Bij het opstellen van de ramingen is bij alle relevante inkomsten- en uitgavenramingen, uitgegaan van het onderstaande aantal inwoners.
1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 1-1-2026
Aantal inwoners 36.468 36.559 36.677 36.808 36.933
Aantal woningen (verblijfsobjecten met woonfunctie) Het aantal woningen waarmee in de begroting en meerjarenraming wordt gerekend is gebaseerd op het aantal verblijfsobjecten met woonfunctie. De gegevens worden gebaseerd op de aantallen uit de BAG-administratie. Deze gegevens worden vervolgens verhoogd/verlaagd op basis van de woningbouwplanning voor toekomstige jaren. Deze aantallen worden, daar waar dit van toepassing is, gebruikt voor de berekening van de belastingopbrengsten, legesopbrengsten en de berekening van diverse uitgaven- en inkomstenramingen. Bij het opstellen van de ramingen en de aanlevering van informatie voor de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 is uitgegaan van de onderstaande aantallen.
1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 1-1-2026
Aantal woningen 15.565 15.665 15.882 16.073 16.232
Informatieplicht Conform de vastgestelde financiële verordening (artikel 7) zijn de volgende zaken opgenomen in de uitgangspunten van de begroting: Het college besluit niet over:
1. 2. 3.
4.
de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 250.000 per onderdeel met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar voor alle onderdelen bij elkaar, tenzij de raad al een exploitatie- of investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld voor de hier genoemde onderdelen. het verstrekken van leningen groter dan € 250.000 per te verstrekken lening met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, tenzij de raad al een investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld. het verstrekken van waarborgen of garanties met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, met uitzondering van waarborgen of garanties in het kader van de sociale woningbouw, vallende onder de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarvoor geldt een maximum bedrag van € 15.000.000 per aanvraag. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, tenzij de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.