CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting voor vaststelling bestemmingsplan Noordeinde 61.pdf

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Noordeinde 61. DOORGESCHOVEN10.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan en dat de toegestane woonfunctie op basis van dit bestemmingsplan niet leidt tot belemmering in het uitoefenen van de genoemde bedrijfsfuncties. Met het bestemmingsplan worden geen nieuwe hinderfuncties geïntroduceerd. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar. 5.9

Besluit milieueffectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 25

•

•

een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.

Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit plan onder de vierde optie valt. Het besluit kan niet geschaard worden onder een activiteit uit kolom 1. Zo is er geen sprake van een activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze conclusie wordt bekrachtigd door het volgende.

Uit recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In de uitspraak ECLI:NL:RVS: 201901464/1/R1 wordt geoordeeld dat een ontwikkeling die uitgaat van de sloop van een schoolgebouw, het invullen van dat gebied met 12 eengezinswoningen, waarbij het bebouwd oppervlak toeneemt en er sprake is van een functiewijziging, niet als een stedelijk ontwikkelingsproject gekwalificeerd kan worden. Eenzelfde conclusie wordt gegeven voor een situatie waarbij onbebouwd agrarisch gebied bebouwd wordt met twee woningen en een weide voor hobbymatig gebruik (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1). Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.(beoordelings)plicht geldt.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 26

Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar. 5.10

Verkeer en parkeren

Een ruimtelijk plan kan tot wijzigingen in verkeerstromen en de parkeervraag leiden. Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Het aantal toegestane woningen blijft gelijk, namelijk één. Het bestemmingsplan zal niet of minimaal leiden tot wijzigingen in de verkeersintensiteit. Er zijn geen problemen bekend met de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied. Het bestemmingsplan zal niet of minimaal leiden tot wijzigingen in de parkeervraag. Voor wat betreft het parkeren is in het bestemmingsplan, conform de gemeentelijke systematiek, een parkeerregeling opgenomen, waarmee de relatie gelegd wordt met het gemeentelijk parkeerbeleid. De strekking is dat er bij ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar. 5.11

Duurzaamheid

Energietransitie en duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Duurzaamheid en energietransitie zijn continue processen; concrete afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2 uitstoot realiseren dan in 1990. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 27

Per 1 januari 2021 is BENG van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen voldoen aan de Bijna Energieneutrale Gebouw eisen (BENG). Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energiegebruik te verlagen. Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Er ligt geen concreet initiatief aan dit bestemmingsplan ten grondslag. Mochten er in de toekomst ontwikkelingen plaatsvinden op het perceel, bijvoorbeeld sloop/nieuwbouw, dan zal aan de moderne duurzaamheidseisen voldaan moeten worden.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 28

HOOFDSTUK 5: 5.1.

UITVOERBAARHEID

Financiële uitvoerbaarheid

In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. Dit bestemmingsplan betreft een gemeentelijk initiatief. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan zijn voor rekening van de gemeente. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan verder geen financiële consequenties verbonden. Het bestemmingsplan dient om directe planschade te vergoeden middels compensatie in natura. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Het concept van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Liander (Qirion B.V.). Alle genoemde partijen zijn akkoord met het plan. Vaststellingsprocedure Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het plan treedt in werking na afloop van de beroepstermijn, tenzij een voorlopige voorziening wordt ingediend.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 29

HOOFDSTUK 6:

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de planregels en een verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: • Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding, bestaande uit een lijn, een figuur, een lettercode etc.. Via een aanduiding wordt in de planregels iets specifieks geregeld. Dit kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook eigen regels hebben. • Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming betekent dat voor gronden meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming en soms gelden er een of meerdere dubbelbestemmingen.

In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Algemene methodiek Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen worden opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens). Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels: in dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 30

waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de planregels (artikel 2) bepaald. 2 Bestemmingsregels: in dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Het betreft regels voor het toegestane gebruik en bouwregels. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen, achter de bestemmingsregels. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld. 3 Algemene regels: in dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel en algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings- en wijzigingsregels. 4 Overgangs- en slotregels: in het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. Specifieke regeling in dit bestemmingsplan In artikel 3 is zijn regels opgenomen die van kracht zijn voor gronden met de bestemming Tuin. In lid 3.1 is beschreven waar de gronden voor gebruikt mogen worden. In lid 3.2 zijn de bouwregels verwoord: gebouwen zijn niet toegestaan op gronden met de bestemming Tuin.

Een uitzondering hierop is dat er onder de in lid 3.2.2 genoemde voorwaarden één bijbehorend bouwwerk gerealiseerd mag worden. Verder zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, in lid 3.2.3 worden daar regels voor gegeven. Artikel 4 bevat regels voor de gronden die de bestemming Wonen-Dijkwoning hebben. Binnen deze bestemming is één dijkwoning toegestaan. In lid 4.1 is vermeld welke functies op de gronden zijn toegestaan. Lid 4.2 bevat de bouwregels, waarbij onderscheid is gemaakt in regels voor gebouwen (de woningen), bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In lid 4.5 en 4.6 is aangegeven dat een aan-huis-verbonden-beroep en een bed&breakfast onder voorwaarden zijn toegestaan. In lid 4.7 is geregeld dat het college van burgemeester en wethouder een aan-huis-verbonden-bedrijf kan toestaan, ook kan het college meer ruimte geven voor een aan huis-verbonden-beroep. Artikel 5 bevat een regeling ter bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden, aangegeven wordt wanneer nader onderzoek nodig is. Artikel 6 bevat een regeling ter bescherming van de ter plaatse aanwezige waterkering.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=50f5d814-924f-4afe-ae6f-f9a40cfc7799