CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting voor vaststelling bestemmingsplan Noordeinde 61.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ib 25 november 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Noordeinde 61.10.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Noordeinde 61, Volendam

Toelichting

In opdracht van:

Gemeente Edam-Volendam

Uitgevoerd door:

Pieter de Vries, ROMstad

Status:

voor vaststelling

IMRO-code:

NL.IMRO.0385.bpNoordeinde61-VG01

Datum:

25 november 2021

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1: 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

AANLEIDING ........................................................................................................................... 1 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED ......................................................................................... 2 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN................................................................................................... 3 LEESWIJZER............................................................................................................................. 5

HOOFDSTUK 2: 2.1. 2.2.

OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................... 15

WATER ................................................................................................................................ 15 BODEM ................................................................................................................................ 16 FLORA EN FAUNA ................................................................................................................... 17 CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE ......................................................................................... 18 GELUID ................................................................................................................................ 20 LUCHT ................................................................................................................................. 21 EXTERNE VEILIGHEID............................................................................................................... 22 MILIEUZONERINGEN............................................................................................................... 24 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .......................................................................................... 25 VERKEER EN PARKEREN ...........................................................................................................

27 DUURZAAMHEID.................................................................................................................... 27

HOOFDSTUK 5: 5.1. 5.2.

VIGEREND BELEID ......................................................................................... 9

INLEIDING............................................................................................................................... 9 RIJKSBELEID ............................................................................................................................ 9 PROVINCIAAL BELEID .............................................................................................................. 11 GEMEENTELIJK BELEID............................................................................................................. 13

HOOFDSTUK 4: 4.1. 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

BESTAANDE EN NIEUWE SITUATIE ................................................................ 6

BESTAANDE SITUATIE (OMGEVING) PLANGEBIED ........................................................................... 6 NIEUWE SITUATIE / PLANOLOGISCHE REGELING PLANGEBIED ............................................................. 8

HOOFDSTUK 3: 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

INLEIDING ..................................................................................................... 1

UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 29

FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ................................................................................................ 29 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 29

HOOFDSTUK 6:

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ................................................................. 30

HOOFDSTUK 1: 1.1.

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel ter plaatse van de Noordeinde 61, te Volendam. Het betreft hier een woonperceel waarvan de planologische ontwikkelingsmogelijkheden met het van kracht worden van het bestemmingsplan Oude Kom Volendam 2012 beperkt zijn ten opzichte van het daarvoor geldende bestemmingsplan Oud Volendam, zoals dit in 1998 is vastgesteld. De eigenaar van het perceel heeft daartoe bij de gemeente Edam-Volendam om tegemoetkoming in schade ex artikel 6.1 Wro (planschade) verzocht. Dit verzoek is ontvankelijk verklaard. Na het doen van onderzoek is door de gemeente Edam-Volendam besloten om de compensatie in natura aan te bieden. De insteek is om de beperkingen die met het van kracht worden van het bestemmingsplan Oude Kom Volendam 2012 ontstaan zijn teniet te doen en de planologische rechten, zoals deze op basis van het bestemmingsplan Oud Volendam uit 1998 bestonden, te herstellen. Met dit bestemmingsplan wordt toepassing gegeven aan het genoemde herstel van de planologische rechten ter plaatse van het perceel Noordeinde 61. In deze toelichting worden de ruimtelijke aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van het nieuwe planologische regime aangetoond.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 1

1.2.

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied maakt deel uit van de gemeente Edam-Volendam en aan de oostzijde van de kern Volendam gelegen aan Noordeinde 61. Het plangebied wordt gevormd door de percelen die kadastraal geregistreerd zijn onder Edam, sectie D, nummers 12561 en 12562. De grenzen van het plangebied worden ruwweg bepaald door onbebouwde gronden en het woonperceel Noordeinde 64 aan de noordzijde, door de verkeersweg Noordeinde aan de oostzijde, het woonperceel Noordeinde 60 aan de zuidzijde en het voetpad langs de watergang aan de westzijde.

Afbeelding: ligging van het plangebied in relatie tot de wijde omgeving (boven). Het plangebied ter plaatse van het perceel Noordeinde 61 is bij benadering met een rood kader weergegeven.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 2

1.3.

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt bestemmingsplan Oude Kom Volendam 2012, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 17 oktober 2013 en deels onherroepelijk in werking getreden. Aanvullend geldt het paraplubestemmingsplan Parapluherziening parkeren c.a., zoals dit op 14 juni 2018 is vastgesteld. Bestemmingsplan Oude Kom Volendam 2012 De gronden ter plaatse van het plangebied zijn voorzien van de bestemmingen ‘WonenDijkwoning’, ‘Tuin’, ‘Waarde-Edams-Volendams Erfgoed’, ‘Waarde-Archeologie 2’ en WaterstaatWaterkering’. Tevens is het hele plangebied geduid met de ‘specifieke bouwaanduiding beeldbepalend bouwwerk’.

Afbeelding: Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Oude Kom Volendam 2012’ ter plaatse van het plangebied (bij benadering rood omkaderd).

Tuin (artikel 9) Gronden met de bestemming tuin mogen gebruikt worden voor tuinen, behorende bij de op de aangrenzende bestemming gelegen hoofdgebouwen met de daarbij behorende erven en terreinen, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken geldt dat uitsluitend luifels en erf- en terreinafscheidingen zijn toegestaan. Hier worden nadere regels voor gegeven.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 3

Wonen-Dijkwoning (artikel 15) De voor 'Wonen - Dijkwoning' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep en een bed & breakfast. Ook zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan. Ondergeschikt mogen de gronden ook gebruikt worden voor wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen. Voorts zijn tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Volgens de bouwregels in het bestemmingsplan mogen gebouwen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak en in de naar de weg gekeerde bouwgrens. Ter plaatse van het plangebied is een woning toegestaan. Ter plaatse van het plangebied geldt een maximum goothoogte en een maximum bouwhoogte van respectievelijk 0 en 2 meter (ten opzichte van de kruin van de dijk). De dakhelling mag niet meer dan 60 graden en niet minder dan 50 graden bedragen. Ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan binnen de grenzen van het bouwvlak, waarbij in één bouwlaag tot een maximale verticale diepte van 3,5 m gebouwd mag worden. Verder zijn in de bouwregels regels opgenomen voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' (artikel 18) Deze bestemming dient ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden.

Het hele plangebied is voorzien van deze dubbelbestemming. Dubbelbestemming ‘Waarde - Edams-Volendams Erfgoed’ (artikel 19) Deze bestemming geldt ter plaatse van het hele plangebied en heeft tot doel om het aanwezige cultureel erfgoed te beschermen. Met deze bestemming wordt de relatie gelegd met de gemeentelijke Erfgoedverordening. Panden binnen deze bestemming hebben de status van gemeentelijk monument, waarbij voor panden/gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalend bouwwerk' geldt dat het een beeldbepalend bouwwerk betreft. Dit houdt in dat er sprake is van een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarde en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk wordt beschermd. Ter plaatse van het plangebied is de genoemde bouwaanduiding opgenomen. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd als de bestaande cultuurhistorische waardestelling niet wordt aangetast. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalend bouwwerk' mag het bouwwerk geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd met inachtneming van de toegekende cultuurhistorische waardestelling en voor zover de Welstand- en monumentencommissie Edam-Volendam positief adviseert. Dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’ (artikel 20) Deze bestemming dient ter bescherming van de aanwezige waterkering.

Bepaald is dat op de betreffende gronden uitsluitend gebouwd mag worden als daartegen uit hoofde van de waterstaatsbelangen geen overwegende bezwaren bestaan en vooraf advies is ingewonnen bij de waterbeheerder. Het hele plangebied is voorzien van deze bestemming.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 4

Parapluplan Parapluherziening parkeren c.a De grondslag voor dit bestemmingsplan ligt in het vervallen van artikelen 9 en 10 van de Woningwet. Dit impliceert dat diverse aspecten niet langer in de bouwverordening geregeld kunnen worden en in een bestemmingsplan opgenomen dienen te worden. Het betreft stedenbouwkundige bepalingen, waaronder de parkeernormen. Dergelijke aspecten worden geregeld met het paraplubestemmingsplan. Conclusie De aanleiding van voorliggend bestemmingsplan is om de planologische rechten, zoals deze golden voor het van kracht worden van bestemmingsplan Oude Kom Volendam, te herstellen. 1.4.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven en in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de nieuwe situatie. In hoofdstuk 4 is de nieuwe situatie getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 is getoetst aan relevante sectorale milieuaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 5

HOOFDSTUK 2: 2.1.

BESTAANDE EN NIEUWE SITUATIE

Bestaande situatie (omgeving) plangebied

Het plangebied is gelegen aan Noordeinde 61 te Volendam. Noordeinde betreft de verkeersweg (30 km/u) die gelegen is op het dijklichaam langs het Markermeer. De weg ontsluit het zuidelijker gelegen centrumgebied en de daar gelegen haven in noordelijke richting op de Zeedijk. De weg Noordeinde is niet toegankelijk voor regulier verkeer. Bedrijventerrein Julianaweg/parkeerplaats

Dijklint met woningen

Markermeer

Maatschappelijke voorzieningen/zorgcluster

Afbeelding: weergegeven is het plangebied in relatie tot de directe omgeving.

Langs het dijklichaam is in de loop der tijd bebouwing ontstaan. Deze bebouwing is gelegen aan de westzijde van het dijklichaam en betreft in hoofdzaak woningen. Het bebouwingslint kent een hoge dichtheid: de woningen zijn vaak (nagenoeg) tegen elkaar aangebouwd. Op enkele locaties wordt het bebouwingslint onderbroken door onbebouwde gronden. De woningen zijn gerealiseerd in verschillende perioden en worden gekenmerkt door de karakteristieke Volendamse bouwstijl. De panden bestaan veelal uit één à twee bouwlagen met een kap, waarbij de entree aan de zijde van en op het niveau van de kruin van de dijk gesitueerd is. Het plangebied betreft het woonperceel Noordeinde 61 dat deel uitmaakt van het dijklint. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan onbebouwde gronden en het woonperceel Noordeinde 64. Aan de zuidzijde is het woonperceel Noordeinde 60 gelegen. Ten westen van het plangebied loopt een watergang die het dijklint op deze hoogte scheidt van het bedrijventerrein Julianaweg en het zuidwestelijker gelegen cluster met maatschappelijke voorzieningen (zorgcluster rond Sint Nicolaashof).

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 6

Afbeeldingen: de foto geven een impressie van de omgeving van het plangebied. De foto linksboven toont Noordeinde in noordelijke richting. De foto rechtsboven geeft zicht in zuidelijk richting, met links op de fot het Markermeer. De foto links toont de achterzijde van het plangebied en de aangrenzende percelen.

Op het zuidelijke deel van het plangebied is een karakteristieke eind negentiende-eeuwse benedendijkse visserswoning gelegen, bestaande uit een souterrain en één bouwlaag met een kap. De vrijstaande woning ligt tegen de dijk aan, waarbij alleen de kap boven de kruin van de dijk uitsteekt. Aan de noordzijde is de woning uitgebreid met waarbij op de éénlaagse aanbouw een terras gerealiseerd is. De woning wordt aan de voorzijde door middel van een opgang op de dijk ontsloten. De woning is in vergelijking met de overige woningen langs het dijklint aanzienlijk kleiner; de oorspronkelijke visserswoningen zijn op deze percelen reeds vervangen door grotere bouwmassa’s.

Afbeeldingen: de foto’s tonen het plangebied met de bestaande visserswoning. Zichtbaar is de uitbouw met het terras aan de noordzijde. Ook wordt de watergang aan de achterzijde van het plangebied afgebeeld.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 7

2.2.

Nieuwe situatie / planologische regeling plangebied

Het doel van dit bestemmingsplan is om de planologische rechten, zoals deze golden met het in 1998 vastgestelde bestemmingsplan Oud Volendam, te herstellen. Op deze wijze wordt de planschade die met het van kracht worden van het vigerend bestemmingsplan Oude Kom Volendam 2012 ontstaan is in natura gecompenseerd. De eigenaren van het perceel Noordeinde 61 wordt met het herstellen van de planologische rechten de mogelijkheid geboden om het bestaande bouwvolume ten behoeve van een woonfunctie te vergroten. Daarbij hoeft niet langer rekening gehouden te worden met de bescherming van pandgebonden cultuurhistorische waarden, daar deze bescherming (de status van gemeentelijk monument) met het herstel van de planologische rechten komt te vervallen. Het planologische kader dat met voorliggend bestemmingsplan geboden wordt sluit, zoals gesteld, aan op de regeling van het bestemmingsplan Oud Volendam uit 1998. Dit impliceert dat het planologisch kader voor het plangebied Noordeinde 61 overeenkomt met de geldende regels voor de buurpercelen. De regeling uit het geldend bestemmingsplan Oude Kom Volendam is destijds voor de buurpercelen, als gevolg van het ontbreken van bijzondere cultuurhistorische waarden, zonder beperkingen overgenomen van het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam.

Aanvullend zijn in het voorliggend bestemmingsplan ook de relevante regels uit het Parapluplan Parapluherziening parkeren c.a (2018) opgenomen. Het betreft de regeling ten aanzien van het aspect parkeren, welke inhoudt dat er bij bouwontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd dient te worden. Hierbij wordt verwezen naar het actuele gemeentelijk beleid op dit punt.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 8

HOOFDSTUK 3: 3.1.

VIGEREND BELEID

Inleiding

In dit hoofdstuk is het vigerende beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland, de regio, het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de gemeente Edam-Volendam in samenhang met het initiatief nader beschreven. 3.2.

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgesteld op 13 maart 2012. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Het kabinet beschrijft in de Structuurvisie onder andere in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. De rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. De rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie rijksdoelen geformuleerd: a. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; b. het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden.

Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, worden geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie Dit bestemmingsplan heeft geen invloed op, dan wel een relatie met de in de structuurvisie genoemde onderwerpen.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 9

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Het Barro is op 1 oktober 2012 aangevuld. Het Barro is als Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) direct gekoppeld aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Barro stelt de begrenzing van de besluitmogelijkheden van de lagere overheden, indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Als nationaal belang zijn benoemd de Mainportontwikkeling Rotterdam, het Kustfundament, de Rijksvaarwegen, de Waddenzee en het waddengebied, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, buisleidingen van nationaal belang en de Ecologische hoofdstructuur. Conclusie De planvorming heeft geen relatie met de in het Barro genoemde onderwerpen. Ladder Duurzame Verstedelijking Vanaf 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking (LDV) onderdeel van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2). Met de ladder, welke per 1 juli 2017 gewijzigd en vereenvoudigd is, worden -met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik- voorwaarden gesteld aan de inhoud van de toelichting bij een ruimtelijk besluit/plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht.

In de toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient te worden aangetoond dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Met de Ladder wordt een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies nagestreefd. Dat vergt een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing daarvan. Conclusie Gezien uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ( ABRvS 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:743, r.o. 11.2.4, ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2331 r.o. 6.2 en ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648 r.o. 16.3, ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.) kan gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien er minder dan 11 woningen toegestaan worden en een initiatief uitgaat van een functiewijziging zonder toename van het ruimtebeslag. Het voorliggend bestemmingsplan maakt uitsluitend extra bouwmogelijkheden mogelijk ter plaatse van een bestaand woonperceel, zonder extra woningen toe te staan. Het plan hoeft niet nader getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 10

Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herzieningen hiervan. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie en zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem en met het waterplan worden de strategische doelen voor het waterbeheer vastgelegd. Andere overheden worden gevraagd om het Nationaal Waterplan te vertalen in hun beleidsplannen. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het plan gaat in op de thema’s waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Daarnaast zijn in het plan gebiedsgerichte uitwerkingen voor grote wateren en de zee en de kust opgenomen. Ook beschrijft het waterplan de relatie tussen water en de omgeving.

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: • Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; • Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; • Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; • Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; • Nederlanders leven waterbewust. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met het Nationaal Waterplan. In hoofdstuk 5.1 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten ter plaatse van het plangebied. 3.3.

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. Met de Omgevingsvisie richt de provincie zich op langetermijnambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig willen koesteren en die probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het Waarom en ten dele over het Wat. Onder de hoofdambitie, Balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: • Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. • Metropool in ontwikkeling – hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 11

ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. • Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. • Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. • Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. De vijf geschetste bewegingen staan niet op zichzelf. Samen met de randvoorwaarden en ontwikkelprincipes uit het onderdeel Leefomgevingskwaliteit, vormen ze de provinciale visie. De provincie hanteert de ontwikkelprincipes om een hoge leefomgevingskwaliteit te kunnen (blijven) bieden. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen en moeten ook als zodanig worden gelezen, zo wordt in de visie beschreven. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving.

De systematiek van de visie impliceert dat diverse gebieden een samenhang kennen van verschillende bewegingen en ontwikkelingsprincipes. De provinciale hoofdambitie is dat er een balans is tussen economische groei en leefbaarheid. Het verbeteren van de leefomgeving en het omgaan met klimaatverandering zijn daarbij speerpunten. De basisrandvoorwaarden gaan over gezondheid, veiligheid en klimaatadaptatie. De vier generieke ontwikkelprincipes gaan over landschap, natuurinclusiviteit, clustering van activiteiten en de samenhang tussen de bovengrond en de ondergrond. Specifiek voor de planlocatie is van belang dat de provincie streeft naar het in overeenstemming brengen van vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief). De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Omgevingsverordening NH 2020 De omgevingsverordening NH 2020 is op 22 oktober vastgesteld door Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland. De belangrijkste onderwerpen uit de omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.

Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Het plangebied maakt deel uit van het bestaand stedelijk gebied van Volendam. Vanuit de verordening gelden geen relevante bijzondere bepalingen. Ter plaatse gelden regels ten aanzien van het peilbesluit, bodemsanering en het gebruik van het luchtruim in relatie tot het nabij gelegen Natura 2000-gebied. Deze aspecten zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 12

Conclusie Met dit bestemmingsplan wordt een verruiming van de bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt op het bestaande woonperceel aan Noordeinde 61. Er wordt daarbij aangesloten bij het planologisch kader zoals dit in het verleden op de locatie gold en dat ook aansluit bij de mogelijkheden op buurpercelen. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in het provinciaal beleid. 3.4.

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Edam-Volendam Op 26 februari 2009 heeft de gemeenteraad de structuurvisie Edam-Volendam 2020-2040 vastgesteld. Deze Structuurvisie geeft een beschrijving van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2020 met een doorkijk naar de lange termijn (2040). De geformuleerde speerpunten van beleid zijn: -

voldoende woningbouw ter voldoening aan de vraag van de eigen ingezetenen; de ontwikkeling van een aantal zogenaamde inbreidingslocaties; een woningbouwprogramma met uitgangspunten voor benoemde doelgroepen; de aanleg van een 3e ontsluitingsweg; een bescheiden groei in het aanbod van eigen bedrijventerrein; een uitvoeringsprogramma met een aantal afzonderlijke ontwikkelingen; een kader voor kostenverhaal.

Conclusie Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden en dat de bijzondere bescherming van cultuurhistorische waarden ter plaatse vervalt. Met dit bestemmingsplan ontstaat de mogelijkheid om aan Noodeinde 61 een woning te realiseren die aansluit bij de moderne wooneisen. Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in de visie. Omgevingsbeleidsplan 2016-2020 Het Omgevingsbeleidsplan bevat het beleid ten aanzien van de gemeentelijke taken rond het omgevingsrecht, belangrijke vragen daarbij zijn: wat is de visie op de omgeving, hoe wordt er getoetst, hoe vindt het toezicht plaats en hoe wordt er gehandhaafd? Het eerste deel van het plan gaat over de kwaliteit van de leefomgeving; het tweede deel over het proces omtrent vergunningverlening, handhaving en toezicht. Omgevingskwaliteit gaat hand in hand met klimaat en duurzaamheid. De gemeente wil deze verbinding leggen, niet alleen om een bijdrage te leveren aan de eigen leefomgeving, maar eveneens om een bijdrage te leveren aan een duurzame wereld. De gemeente zet zich in om schadelijke activiteiten tegen te gaan en positieve activiteiten te stimuleren. Duurzaamheid is een belangrijk item.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 13

De gemeente heeft in het omgevingsbeleidsplan zes speerpunten opgenomen waarop de gemeente actief beleid zal voeren, te weten: -

Duurzame ruimtelijke ontwikkelingen; Duurzame bouw (nieuwbouw en bestaande bouw); Energiebesparing; Eigen organisatie; Duurzame mobiliteit, en Duurzaam ondernemen.

Conclusie Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden en dat de bijzondere bescherming van cultuurhistorische waarden ter plaatse vervalt. Met dit bestemmingsplan ontstaat de mogelijkheid om aan Noodeinde 61 een woning te realiseren die aansluit bij de moderne eisen ten aanzien van duurzaamheid. Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in het omgevingsbeleidsplan. Woonvisie 2017-2021 Uitgangspunt voor het woonbeleid is een evenwichtige opbouw van bevolking en woonvoorraad, waarbij kwaliteit en variatie met betrekking tot woningaanbod centraal staan. Het accent ligt op de herontwikkeling en doorontwikkeling van bestaande locaties en op de bestaande woningvoorraad. Daarnaast legt de Woonvisie ook verbindingen met beleid op aanpalende terreinen als zorg en welzijn, duurzaamheid en leefbaarheid. De gemeente streeft naar voldoende en kwalitatief goede woningen, uitgaande van migratiesaldo 0. Voor Edam is bepaald dat er in het duurdere koopsegment in potentie vraag is. In de koopsector is het streven om voldoende aanbod te kunnen bieden om te voorkomen dat jonge huishoudens en starters de gemeente verlaten.

Conclusie Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden en dat de bijzondere bescherming van cultuurhistorische waarden ter plaatse vervalt. Met dit bestemmingsplan ontstaat de mogelijkheid om aan Noodeinde 61 een woning te realiseren die aansluit bij de moderne wooneisen en die beter benut kan worden voor verschillende doelgroepen. Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in de woonvisie.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 14

HOOFDSTUK 4: 4.1.

OMGEVINGSASPECTEN

Water

Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen hebben in februari 2001 de “Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw” ondertekend. Hierin is vastgelegd dat de betrokken partijen de “watertoets” toepassen op alle relevante ruimtelijke plannen met waterhuishoudkundige consequenties. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan. De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen in strijd met het bestemmingsplan”, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit en waterkwantiteit (ruimte voor water) en veiligheid (bescherming tegen overstroming). Het regionale waterbeleid tot 2040 en de prioriteiten van de provincie op het gebied van waterveiligheid en schoon en voldoende (drink)water in de periode 2016-2021 is vastgelegd in de Provinciale Watervisie 2021. De Watervisie is een integraal onderdeel van het omgevingsbeleid. Er worden doelen gesteld voor primaire en regionale waterkeringen. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 20162021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van het Hoogheemraadschap staan (https://www.hhnk.nl/keur/).

Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. De bouwmogelijkheden sluiten daarbij aan bij hetgeen op aangrenzende percelen mogelijk is.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 15

Waterkwantiteit Als gevolg van het bestemmingsplan kan het perceel voor een groter deel bebouwd worden. Deze uitbreidingsmogelijkheden en de daarmee gepaard gaande toename van de verharding zijn echter dermate beperkt dat er geen compensatie nodig is. Er worden voorts geen bestaande watergangen gedempt. Waterkwaliteit Met dit bestemmingsplan wordt een planologisch kader geboden dat ruimere bouwmogelijkheden mogelijk maakt. Er ligt geen concreet initiatief aan dit bestemmingsplan ten grondslag. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen zal zoveel als mogelijk aangesloten worden bij de basisdoelstellingen van het waterschap (scheiden afvalwater/schoon hemelwater, vervuiling oppervlaktewater voorkomen, afkoppelen hemelwater van riolering, geen gebruik van uitlogende materialen). Waterkeringen en andere waterstaatkundige elementen Het plangebied is gelegen ter plaatse van (de beschermingszone van) een primaire waterkering, namelijk de primaire waterkering Markermeerdijken Edam-Uitdam. De bescherming van deze waterkering is in dit bestemmingsplan geborgd met de dubbelbestemming WaterstaatWaterkering. Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten kan alleen verkregen worden als er overleg met het waterschap plaatsvindt. Er zijn geen andere waterstaatkundige elementen aanwezig. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect water uitvoerbaar.

5.2 Bodem Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik en dat het ruimtelijk plan uitvoerbaar is. In het algemeen geldt dat verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen. Uitgangspunt is dat de bodem schoon is en dat dat zo moet blijven (zorgplicht). Voor vervuilde bodems geldt dat deze functiegericht en kostenefficiënt gesaneerd moeten worden. Voorwaarde is dat hierbij geen verspreiding van of ontoelaatbare blootstelling aan verontreiniging optreedt. De Wet bodembescherming geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor de stof geldende streefwaarde overschrijdt. Onderzoek dient gedaan te worden wanneer initiatieven uitgaan van bodemroerende activiteit, dan wel functies mogelijk maken waarbij dezelfde mensen gedurende een langere periode minstens 2 uur per dag op de betreffende gronden verblijven.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 16

Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. In de huidige situatie is op het perceel reeds een verblijfsfunctie (functie wonen en tuin) toegestaan. Dat verandert met het voorliggende bestemmingsplan niet. Met dit bestemmingsplan wordt het planologisch kader weer van kracht dat gold voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Oude Kom Volendam in 2013. Toentertijd is het bevoegd gezag reeds akkoord geweest met de mogelijke bouw- en gebruiksmogelijkheden in relatie tot de bodemkwaliteit. Sindsdien hebben er ter plaatse geen activiteiten plaatsgevonden die een negatieve invloed op de bodemkwaliteit zouden kunnen hebben. De bodemkwaliteit staat het beoogde gebruik niet in de weg. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar is relatie tot het aspect bodem.

5.3 Flora en fauna Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden en van planten-en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora-en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.

In de verordening van de provincie Noord-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Aardmuis, Gewone bosspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Bastaardkikker, Gewone pad, Ree, Bosmuis, Haas, Rosse woelmuis, Bruine kikker, Huisspitsmuis, Tweekleurige bosspitsmuis, Dwergmuis, Kleine watersalamander, Veldmuis, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos, Egel, Meerkikker en de Woelrat.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 17

Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Aan dit bestemmingsplan ligt geen concreet initiatief ten grondslag. Het doel van dit bestemmingsplan is om planschade te compenseren. Gezien de inrichting (veel verharding en intensief gebruikte gronden) en ligging (tussen bebouwing en langs een drukke verharde dijk) van het plangebied is het niet aannemelijk dat er in geval van activiteiten nadelige effecten op flora en fauna en op beschermde soorten in het bijzonder zullen optreden, dan wel dat er niet voldoende mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden. Voor wat betreft de gebiedsbescherming wordt gesteld dat de planlocatie geen onderdeel is van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland of een Belangrijk weidevogelgebied. Op een afstand van circa 120 meter ligt het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de nabije Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

In relatie tot het bestemmingsplan zijn voorts geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. Voor wat betreft het aspect stikstof wordt gesteld dat de verruimde mogelijkheden van het bestaande woonperceel niet zullen leiden tot een verhoging van de depositie op relevante Natura 2000-gebieden. Er treden derhalve geen negatieve effecten op; een ontheffing is niet nodig. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het wijzigingsplan uitvoerbaar is en dat er geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in relatie tot de aspecten flora en fauna uitvoerbaar. 5.4 Cultuurhistorie en archeologie Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads-en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 18

Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5). Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt. Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden.

Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt ingevolge het bepaalde in het vigerend bestemmingsplan een bijzondere bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. Deze bescherming is geregeld met de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2. Met deze dubbelbestemming is bepaald dat er onderzoek naar eventueel aanwezige archeologische waarden nodig is als een ontwikkeling buiten de bestaande funderingen plaatsvindt, groter is dan 2500m2 en dieper gaat dan 40 centimeter onder het maaiveld. De verruiming die met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt blijft binnen deze criteria. Nader onderzoek is daarom niet nodig. Daarbij is de genoemde dubbelbestemming ook in dit bestemmingsplan opgenomen, de bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden is daarmee geborgd. Cultuurhistorie Ter plaatse van het plangebied geldt ingevolge het bepaalde in het vigerend bestemmingsplan een bijzondere bescherming van cultuurhistorische waarden. Deze bijzondere bescherming komt tot uiting in de dubbelbestemming 'Waarde - Edams-Volendams Erfgoed' en de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalend bouwwerk'. In het bestaande bestemmingsplan wordt voorts verwezen naar bijlage 7 waarin vermeld is dat de bestaande woning ter plaatse van Noordeinde 61 een gemeentelijk monument betreft.

De bescherming van deze cultuurhistorische waarde en het daarbij behorende beperkende planologisch kader heeft tot planschade geleid.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 19

De insteek van voorliggend bestemmingsplan is om de geleden planschade in natura, door middel van het herstellen van de bouw/gebruiksmogelijkheden, te compenseren. Dit impliceert dat de bescherming van de cultuurhistorische waarde met dit bestemmingsplan wordt opgeheven. Raadpleging van de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie leert dat het plangebied deel uitmaakt van het ‘ensemble en structuren- IJsselmeerkust. Centrale beleidslijn in relatie tot de IJsselmeerkust is het creëren van een gevarieerd kustlandschap om een centrale open ruimte. Laat eventuele woningbouw bijdragen aan de karakteristieke vormen van ‘wonen aan het meer’ en voorkom standaard woningbouwoplossingen. Het behouden van de karakteristieke silhouetten van de dorpen als Edam en Volendam is van belang. Bij ontwikkelingen dient ook rekening gehouden te worden met het geheel eigen, uitgesproken, maar ook breekbare karakter van de Markermeerdij als cultuurhistorische waarde. In de leidraad wordt gesteld dat het zaak is om heldere oplossingen met nieuwe kwaliteiten te creëren over een zekere lengte, die recht doen aan het monumentale karakter van de dijk. De Markermeerdijk zelf is gekwalificeerd als provinciaal monument.

Het voorliggend bestemmingsplan en de verruimde bouwmogelijkheden ter plaatse van perceel Noordeinde 61 hebben geen negatieve invloed op de cultuurhistorische waarden die samenhangen met het ensemble IJsselmeerkust en de Markermeerdijk. Het woonperceel is gelegen binnen de kern van Volendam en heeft geen invloed op het silhouet van Volendam. De toegestane bouwmogelijkheden zijn voorts gelijk aan de mogelijkheden op aangrenzende percelen, waarop als karakteristieke woonvorm moderne grotere dijkwoningen gerealiseerd zijn. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten cultuurhistorie en archeologie uitvoerbaar.

5.5 Geluid In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt, dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Met het wijzigingsplan wordt de uitbreiding van een geluidgevoelige functies in de zin van de Wet geluidhinder mogelijk gemaakt.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 20

Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van een gezoneerde (spoor)weg en/of industrieterrein. Noordeinde betreft een 30 km/u-weg, welke niet toegankelijk is voor regulier verkeer. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan gesteld worden dat er, gezien de lage verkeersintensiteit, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect geluid uitvoerbaar. 5.6 Lucht Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De nieuwe wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald; 2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit.

Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de normen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel ‘niet in betekenende mate’) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorvloeroppervlak.

Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 21

Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Hetgeen met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt blijft daarmee ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit. Ook leidt het bestemmingsplan niet tot overschrijding van grenswaarden. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

5.7 Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.

Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 22

Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes, dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord.

Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Het aantal toegestane woningen wordt met dit bestemmingsplan niet verruimd. Een woning wordt gekwalificeerd als een kwetsbaar object. Met het initiatief wordt geen nieuwe risicobron geïntroduceerd. Uit een raadpleging van de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid en binnen de invloedsgebieden van risicobronnen. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 23

5.8

Milieuzoneringen

Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.

De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie

Richtafstanden tot rustige woonwijk 1 10 meter 2 30 meter 3 50 tot 100 meter 4 200 tot 300 meter 5 500 tot 1000 meter 6 1500 meter Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie.

Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter

De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties.

Bestemmingsplan Noordeinde 61 Volendam

Pagina 24

Beschouwing Met dit bestemmingsplan worden de planologische rechten ter plaatse van Noordeinde 61 hersteld, zoals deze golden met het voorheen geldende bestemmingsplan Oud Volendam 1998. Dit houdt in dat de bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonperceel Noordeinde 61 verruimd worden. Woningen betreffen gevoelige functies. In de omgeving van het plangebied zijn op een aftand van circa 90 meter bedrijfsfuncties toegestaan op het bedrijventerrein Julianaweg. Ter plaatse zijn bedrijven in de milieucategorie 3.1 toegestaan. De richtafstand van dergelijke bedrijven is volgens de VNG-brochure 50 meter (voor geluid), waarbij deze afstand binnen gemengd gebied naar 30 meter verlaagd mag worden. Het plangebied ligt ruim buiten deze richtafstand. Tussen het bedrijven terrein Julianaweg en het plangebied ligt een parkeerterrein voor auto’s en bussen. Op dit parkeerterrein wordt expliciet aangegeven dat motoren na het parkeren afgezet moeten worden. Voor een parkeerterrein geldt ingevolge het bepaalde in de VNG-brochure en richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. In gemengd gebied, waarvan ter plaatse sprake is (er komen diverse functie in de omgeving voor), mag deze afstand verlaagd worden naar 10 meter. Het parkeerterrein is op circa 17 meter gelegen, waarmee aan de richtafstand voldaan wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=11bc313b-5ef2-48fe-bcae-fe0fe8359aeb