CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting verordening Jeugdhulp.docx

Raadsplein Bespreekronde Ia 10 februari 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Verordening Jeugdhulp Edam-Volendam 2022.9.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

Alleen die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Begrippen die in de Jeugdwet (en Besluit Jeugdwet) gedefinieerd worden, worden – in de regel – niet opgenomen in de begripsbepaling van de verordening. Aanmelding een door de jeugdige, ouders of namens de jeugdige of ouders ingediend verzoek om ondersteuning. De jeugdige of ouders kunnen de aanmelding ook door bijvoorbeeld een schoolmaatschappelijk werker/zorg-coördinator of huisarts laten doen. Aanvraag een uit het onderzoek (na de aanmelding) voortkomend schriftelijk verzoek om jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening bestaande uit een ondertekend perspectiefplan. Het kan ook een verzoek om toewijzing jeugdhulp betreffen zoals genoemd in artikel 6.6, eerste en tweede lid van deze verordening. Algemene voorziening De term ‘algemene voorziening’ komt uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In de Jeugdwet wordt (maar alleen in artikel 2.9) van ‘overige voorziening’ gesproken. Deze laatste term kan verwarrend werken en doet geen recht aan de belangrijke positie van de vrij toegankelijke voorzieningen in het nieuwe jeugdstelsel. Zij zijn geen restcategorie. Andere voorziening Alle voorzieningen die niet onder de Jeugdwet vallen.

Dit kan gaan om voorzieningen op grond van een ander wettelijk kader zoals de Wmo, Wlz, Zorgverzekeringswet, Onderwijswetten of Participatiewet. Nu het gaat om alle voorzieningen die niet onder de Jeugdwet vallen is dit echter niet beperkt tot andere wettelijke voorzieningen. Ook voorzieningen die bijvoorbeeld met behulp van een fonds verkregen worden vallen onder deze definitie. Daar waar een andere voorziening kan voorzien in de hulpvraag gaat deze voorziening voor op een individuele voorziening op grond van de jeugdwet.

Hoog-specialistische jeugdhulp In de verordening wordt, als het gaat om niet vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen, een onderscheid gemaakt tussen specialistische en hoog-specialistische jeugdhulp. Het onderscheidende karakter van de hoog-specialistische jeugdhulp ten opzichte van specialistische jeugdhulp is vooral gelegen in de hoogte van de kosten en de schaarste van het aanbod. Hoog-specialistische jeugdhulp kan vanuit de aard van de zorg slechts geboden worden door een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, die vaak bovenregionaal of zelfs landelijk werken. De kosten van de trajecten voor hoog-specialistische jeugdhulp liggen in de regel aanmerkelijk boven die van specialistische jeugdhulp (zie hieronder). Individuele voorziening ‘Individuele voorziening’ is de term die in de Jeugdwet gebruikt wordt voor wat in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een ‘maatwerkvoorziening’ heet. De term individuele

voorziening wordt in de Jeugdwet niet gedefinieerd, vandaar dat in de verordening een begripsbepaling is toegevoegd. Ofschoon de term (net als de term ‘overige voorziening’) verwarring op kan roepen – het gaat niet noodzakelijkerwijze om individueel geboden hulp, maar ook om groepsaanbod– is in dit geval er voor gekozen om de formele term uit de Jeugdwet te gebruiken, aangezien deze in meerdere bepalingen van de Jeugdwet een rol speelt. Intensiteit In de specialistische en hoog-specialistische jeugdhulp worden diverse ondersteuningsprofielen onderscheiden (zie onder ondersteuningsprofiel). Elke ondersteuningsprofiel kent een zekere ‘intensiteit’ die iets zegt over de duur en omvang (en daarmee de kosten) van de jeugdhulp. Er worden in de nadere regels vier intensiteiten onderscheiden: perspectief, intensief, duurzaam licht en duurzaam zwaar voor specialistische jeugdhulp en voor hoog-specialistische jeugdhulp gelden acht intensiteiten voor herstel en acht intensiteiten voor duurzame trajecten. Ondersteuningsprofiel Het ondersteuningsprofiel probeert de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders in te delen naar verschillende categorieën. Dit is vooral belangrijk in het kader van het inkoop- en toewijzingsproces richting aanbieders. Op deze manier kan de specifieke expertise van aanbieders goed beschreven worden.

Het perspectiefplan (zie hieronder) is bedoeld om de hulpvraag breed in beeld te brengen, maar uiteindelijk wordt (indien van toepassing) de toegang naar specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp altijd geformuleerd in termen van één ondersteuningsprofiel. Gekozen wordt dan voor het ondersteuningsprofiel dat het beste bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders past, ook al zouden wellicht meerdere profielen passend zijn. Ouder Het begrip ouder is overgenomen van de Jeugdwet. De pleegouder wordt in de begripsomschrijving in de wet van dit begrip uitgesloten. Dit omdat de pleegouder niet in de plaats treedt van de ouder. De pleegouder moet worden gezien als onderdeel uitmakend van de jeugdhulp en in dit kader vallend onder de verantwoordelijkheid van de jeugdhulpaanbieder. Op grond van de Jeugdwet, artikel 4.1.3, derde lid vindt naast overleg met de ouder ook met de pleegouder overleg plaats over het hulpverleningsplan. Perspectiefplan Het perspectiefplan is van de jeugdige of zijn ouders. Zij stellen het op al dan niet in samenspraak met de betrokken professional(s) van het Team Jeugd van het BSL, huisarts, jeugdarts of medisch specialist en eventueel ook anderen uit het bredere sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders.

Het perspectiefplan bundelt hulpvraag en afspraken over de ondersteuning, niet alleen op het terrein van jeugdhulp, maar ook op andere terreinen, indien van toepassing voor de jeugdhulp. Denk hierbij aan hulp voor een van de ouder(s), het bestaan van broertjes of zusjes met een hulpvraag, schuldproblematiek, huisvestingsproblematiek en zo verder. Deze context kan van belang zijn bij het bepalen van de hulpvraag voor de jeugdige en is specifiek van belang bij de inzet van hoogspecialistische jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf. Uit onderzoek is meerdere malen gebleken dat de inzet van hoog-specialistische jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf voor een kind altijd in samenhang dient te worden bepaald met de gezinssituatie, omdat deze nagenoeg nooit los van elkaar staan. Met andere woorden: schulden, of woonproblemen, of andere problemen van de ouders kunnen invloed hebben op de hulpvraag van de jeugdige. Wanneer besloten wordt dat de inzet van specialistische, hoog-specialistische jeugdhulp of jeugdhulp met verblijf nodig is, wordt ook dit in het perspectiefplan vastgelegd. Voor de jeugdhulpaanbieder is het perspectiefplan vervolgens uitgangspunt voor het verder vormgeven van het hulpverleningstraject. Het perspectiefplan kan echter ook gebruikt worden wanneer specialistische jeugdhulp (nog) niet nodig is en het Team Jeugd van het BSL lokale ondersteuning inzet.

Het perspectiefplan onderscheidt zich van het hulpverleningsplan van de jeugdhulpaanbieder (vaak behandelplan genoemd), het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling en het familiegroepsplan van het gezin – die alle in de Jeugdwet zelf verankerd zijn. Het hulpverleningsplan (of behandelplan) is een nadere uitwerking van (het jeugdhulpdeel van) het perspectiefplan door de jeugdhulpaanbieder. Het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling is goed vergelijkbaar met het perspectiefplan, omdat hierin ook altijd breed de gezinssituatie in ogenschouw genomen wordt. Het verschil met het perspectiefplan is gelegen in het feit dat het plan van aanpak door de gecertificeerde instelling opgesteld wordt in het kader van een rechterlijke dwangmaatregel. De veiligheid van de jeugdige zal daarin dus altijd een prominente(ere) plek hebben. Het familiegroepsplan is het gezinsplan dat zonder betrokkenheid van hulpverleners (het Team Jeugd van het BSL, jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling) wordt opgesteld. Als een familiegroepsplan is opgesteld dient dit als basis van het perspectiefplan. Specialistische jeugdhulp Het onderscheidende karakter van specialistische jeugdhulp ten opzichte van hoog-specialistische jeugdhulp is dat zij in de regel minder specifieke kennis en een minder intensieve en veelomvattende aanpak vraagt. De kosten zijn daardoor in de regel lager.

Specialistische jeugdhulp kan door een grote groep jeugdhulpaanbieders geboden worden (waaronder vrijgevestigde), waarvoor ook een eenvoudiger proces geldt om gecontracteerd te worden. Hoofdstuk 2 Algemene uitgangspunten Artikel 2.1 Transformatiedoelen De met de Jeugdwet bedoelde transformatiedoelen zijn als algemeen uitgangspunt opgenomen in deze verordening om kenbaar maken dat deze doelen centraal staan bij alle overwegingen op grond van deze verordening. Een van de transformatiedoelen is de inzet van het sociaal netwerk. Tot het sociaal netwerk worden gerekend de personen uit de huiselijke kring (waaronder (ex-) partners, gezinsleden, familieleden, of mantelzorgers) en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt. Met dat laatste worden personen bedoeld, met wie de jeugdige of ouder regelmatig contacten onderhoudt, zoals buren, medeleden van een vereniging, vrienden enz. Het begrip ‘sociaal netwerk’ komt ook voor in de Wmo 2015. Bij de uitvoering van de Jeugdwet wordt aangesloten bij deze begripsomschrijving. De vraag of er personen in het sociaal netwerk zijn die betrokken zijn bij de oplossing van de hulpvraag, komt aan de orde bij het onderzoek dat de gemeente verricht als een jeugdige of ouder zich meldt met een ondersteuningsvraag. Wanneer dit niet het geval is kan het versterken van iemands sociaal netwerk onderdeel zijn van het perspectiefplan.

In een ander transformatiedoel wordt het woord ontzorgen gebruikt. Met ontzorgen wordt bedoeld dat kwetsbaarheid weliswaar lastig kan zijn, maar het ook hoort bij het dagelijks leven. Onnodig problematiseren en etiketteren dient te worden tegengegaan (normaliseren). Kwetsbare gezinnen hebben naast een veilige en stimulerende opvoedomgeving ook een vorm van zorg nodig die de eigen kracht weet te versterken en de sociale omgeving kan activeren en benutten (ontzorgen). Ontzorgen van dagelijkse opvoedproblemen en het (weer) zelfstandig kunnen organiseren van het gewone dagelijks leven. Dat hoeft nadrukkelijk geen zware zorg te zijn, maar ondersteuning dicht bij huis vanuit de mogelijkheden in het gezin en in een vertrouwde sociale omgeving. Ontzorgen betekent niet dat iemand of iets alles overneemt, in tegendeel. Ontzorgen betekent dat je die zaken oplost en wegneemt waardoor jeugdige of gezin toekomt aan het begrijpen van de situatie waarin hij zich bevindt De principes van ontzorgen en normaliseren behoren aan de basis van de eerstelijns jeugd- en gezinszorg te liggen. Denk hierbij onder meer aan het opvoedkundig klimaat versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen. Vanuit deze

uitgangspunten kan gewerkt worden aan een eenvoudiger jeugdzorgsysteem, waarin de veerkracht van gezinnen de basis is en ondersteund wordt door vakbekwame en betrokken professionals. Artikel 2.2 Geen voorziening op grond van de Jeugdwet In dit artikel zijn de afwijzing algemene voorziening en andere voorziening opgenomen. Als de hulpvraag ook opgelost kan worden met een algemene voorziening óf er aanspraak bestaat op grond van een ander wettelijke kader, dan wordt geen voorziening getroffen op grond van de Jeugdwet. Hoofdstuk 3 Toegang Jeugdhulp Ouders en jeugdigen die behoefte hebben aan ondersteuning uiten hun vraag, zorgen vaak op plekken waar zij zich vertrouwt voelen zoals bijvoorbeeld op school, bij de huisarts, een Wijksteunpunt als je daar al contact mee hebt. Deze samenwerkingspartners kijken samen met elkaar en het Team Jeugd van het BSL hoe de hulpvraag het beste beantwoord kan worden. Het kan beteken dat er op verschillende terreinen ondersteuning geboden kan gaan worden. Voor de ouders/en of het kind. In veel gevallen zal het Team Jeugd van het BSL zelf lokale ondersteuning in kunnen zetten. Als de beoordeling is dat er waarschijnlijk een individuele voorziening (specialistische hulp) nodig is dan wordt daar een aanmelding van gedaan. Zodat het proces van onderzoek tot een aanvraag officieel gestart wordt.

Hoofstuk 4 Algemene voorzieningen Artikel 4.1 Algemene voorziening Een groot deel van de algemene voorzieningen is vrij toegankelijk voor jongeren of ouders. In sommige gevallen is een lichte toegangsbeoordeling nodig. Denk bijvoorbeeld aan toegang tot een voorziening als een autisme café of een brusjes groep. Dit is een algemene voorziening, maar wel voor en specifieke doelgroep. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De beschikbare algemene voorzieningen zijn bedoeld om eerder de juiste hulp op maat te bieden en daarmee dure specialistische hulp te verminderen. Artikel 4.2 ondersteuning bij het maken van een familiegroepsplan De jeugdwet biedt jeugdigen of ouder de mogelijkheid om zelf een plan, het familiegroepsplan te maken en in te dienen bij het Team Jeugd van het BSL. Daarbij kunnen ze ondersteuning krijgen bij door de gemeente gecontracteerde aanbieders. In het familiegroepsplan staat welke problemen de jeugdige of het gezin heeft, welke hulp nodig is, en wie die hulp geeft. Ouders, familieleden of andere direct betrokkenen kunnen een familiegroepsplan maken. Op deze manier kunnen zij meedenken en helpen aan een oplossing en wordt dus geput uit de eigen kracht.

Artikel 4.3 Jeugdgezondheidszorg en opvoed- en opgroeiondersteuning (lokaal aanpassen) Het Centrum voor Jeugd en Gezin is de plek waar ouders/verzorgers, kinderen, jongeren tot 23 jaar en professionals terecht kunnen met al hun vragen over opvoeden en opgroeien. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is het Centrum voor Jeugd en Gezin in de regio Zaanstreek. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is vrij toegankelijk. De meest bekende diensten zijn het consultatiebureau en de onderzoeken in de schoolleeftijd. Voor meer informatie over wat de Centrum voor Jeugd en Gezin doen kunt u terecht op de website van Centrum voor Jeugd en Gezin Edam-Volendam. Artikel 4.4 Wijksteunpunt Het Wijksteunpunt is er voor alle inwoners boven de 18 jaar. In deze Verordening is het toegespitst op ouders en/ of jeugdigen, die bij het Wijksteunpunt terecht kunnen met vragen betreffende opvoeden en opgroeien en/of de problemen die de jeugdige ervaart in zijn dagelijkse leven, en zo

toegang kunnen krijgen tot het Team Jeugd van het BSL/de Jeugdhulp. Het Wijksteunpunt kijkt samen met het Centrum voor Jeugd en Gezin en het Team Jeugd van het BSL naar de vragen en problemen. Zo wordt met een integrale kijk gekeken en beoordeelt op welke manier de jeugdige en/of ouders het beste ondersteund kunnen worden. Artikel 4.5 huiselijk geweld en kindermishandeling Er is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis ZaansteekWaterland. Zij geven advies en zo nodig passende hulp(verlening) bij huiselijk geweld en kindermishandeling aan inwoners en professionals. Artikel 4.6 Team Jeugd van het BSL In de gemeente Edam-Volendam vormt het Team Jeugd van het BSL een lokaal dekkende structuur voor het bieden van jeugdhulp. Het Team Jeugd van het BSL is toegankelijk na een beperkte toegangsbeoordeling en bestaan uit specialisten op verschillende gebieden. Zij beschikken over expertise op het gebied van onder meer: maatschappelijke dienstverlening, (jeugd)gezondheidszorg, jeugdhulp, (jeugd)GGZ en jeugd met een verstandelijke beperking. De experts in het Team Jeugd van het BSL hebben een integrale kijk op mogelijke ondersteuning/hulpvragen buiten hun eigen expertisegebied. Tijdens het gesprek met een medewerker van het Team Jeugd van het BSL is aandacht voor de diverse omstandigheden waar een jeugdige en daarmee het gezin zich in bevindt.

De ondersteuning van het Team Jeugd van het BSL kan bestaan uit het verhelderen van de hulpvraag op alle leefgebieden, advisering over de beschikbare vormen van jeugdhulp en het inzetten hiervan. Het Team Jeugd van het BSL biedt advies en ondersteuning dichtbij huis en werkt nauw samen met sleutelfiguren en organisaties in de wijk, met het Centrum voor Jeugd en Gezin, het Wijksteunpunt, het onderwijs, de politie en andere relevante partners. Opstellen perspectiefplan Het Team Jeugd van het BSL ondersteunt bij of maakt een perspectiefplan waarin doelen worden geformuleerd en waarin wordt afgestemd wie wat wanneer doet en levert. De vraag van het gezin staat centraal: wat is er nodig om weer (zo) zelfstandig (mogelijk) verder te kunnen? Het gezin krijgt altijd de mogelijkheid om hiervoor een onafhankelijk voorzitter in te schakelen (EKC, Eigen Plan). Daarbij wordt tevens de vraag gesteld of het eigen netwerk, de buurt, een ervaringsdeskundige jongere, ouders, mantelzorgers, onafhankelijke cliëntondersteuners of een eigen mentor (JIM) kunnen bijdragen in de ondersteuning. In het perspectiefplan worden de resultaten omschreven die het gezin wil bereiken. Verwijzen naar specialistische jeugdhulp Het Team Jeugd van het BSL heeft de taak om, indien nodig, specialistische jeugdhulp te betrekken bij het gezin.

Als er ondersteuning nodig is, waar het Team Jeugd van het BSL zelf niet in kan voorzien, stelt de medewerker van het Team Jeugd van het BSL samen met het gezin een gezins- of ondersteuningsplan op (het perspectiefplan). Op basis van de doelen in dit plan kan passende specialistische jeugdhulp, van één van de door de gemeente Edam-Volendam gecontracteerde organisaties voor specialistische jeugdhulpverlening, worden gezocht en ingezet. Ondertussen kan de medewerker van het Team Jeugd van het BSL zelf ondersteuning (blijven) bieden, zodat vertrouwen ontstaat. Het Team Jeugd van het BSL zet alleen jeugdhulp in die inhoudelijk én financieel effectief wordt geacht (rendement). Het Team Jeugd van het BSL evalueert tijdig voor het aflopen van de indicatie de ingezette ondersteuning en geeft een herindicatie af indien nodig. Waar afschaling mogelijk is, pakt het Team Jeugd van het BSL deze rol op. Het Team Jeugd van het BSL wijst altijd op de mogelijkheid om een onafhankelijke cliëntondersteuner in te schakelen. Monitoren hoe ingezette specialistische hulp bijdraagt aan het beoogde resultaat

De medewerker (zorgregisseur) van het Team Jeugd van het BSL neemt hierin initiatief. Samen met jeugdige en/of gezin en de aanbieder te bespreken of de inzet adequaat, proportioneel en gericht is op het leren omgaan met de problematiek. Het gaat hier onder meer om het ontwikkelperspectief van de jeugdige. Het kan zijn dat de vooruitgang van de jeugdige niet meer in verhouding staat tot de specialistische zorg en samen met ouders en/of jeugdige gekeken wordt naar een lichtere vorm van ondersteuning. Artikel 4.7 Intensief vrijwillige hulp Voor gezinnen waar zorgen zijn over de veiligheid van kinderen, heeft het Team Jeugd van het BSL de taak om intensief vrijwillige hulp in te zetten. Gericht op het wegnemen van de (dreiging van) onveiligheid in een gezin en stabilisatie van het gezin. De begeleiding is voor de ouders niet vrijblijvend, omdat het uitgangspunt is dat daar waar kinderen bedreigd worden in hun ontwikkeling of hun veiligheid in het geding is, dit omgebogen moet worden. De intensief vrijwillige hulp is altijd vrijwillig. Veelal komen deze gezinnen binnen via een melding bij Veilig Thuis en hebben zij (nog) geen hulpvraag. Het Team Jeugd van het BSL zoekt actief contact met deze gezinnen, gaat met hen het gesprek aan over de situatie en kijkt hierbij naar alle leefdomeinen.

De medewerker van het Team Jeugd van het BSL probeert een vertrouwensband op te bouwen, van waaruit de volgende stap naar ondersteuning kan worden vormgegeven. De medewerker van het Team Jeugd van het BSL begeleidt deze gezinnen zo lang als nodig en blijft zo lang als nodig aanspreekpunt voor hen, om zo ook op de lange termijn nieuwe escalatie van problematiek te voorkomen. Hoofdstuk 5 Individuele voorzieningen algemeen Artikel 5.1 Toegang individuele voorzieningen In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven dat slechts een individuele voorziening kan worden toegekend voor zover jeugdigen of ouders niet zelf een oplossing kunnen vinden voor hun hulpvraag, waarbij gebruikelijke hulp, een aanvullende verzekering, een algemene voorziening of een andere (wettelijke) voorziening allen aan de toekenning van een individuele voorziening vooraf gaat. Het tweede lid ziet op de mogelijkheid om, onder voorwaarden, met terugwerkende kracht van maximaal drie maanden een voorziening toe te kennen. Het derde lid geeft aan dat de voorziening altijd is gebaseerd op de goedkoopst passende voorziening waarmee wordt bedoeld dat in het geval van meerdere oplossingen, altijd gekozen wordt voor de oplossing die zowel passend als de meest goedkope individuele voorziening is.

Als een jeugdige of ouders een duurdere voorziening willen (die ook passend is) komen de meerkosten voor de rekening van de jeugdige/ouders. Dit betekent ook dat als de voorziening in de vorm van Pgb verstrekt wordt, het Pgb-bedrag gebaseerd wordt op de goedkoopst passende voorziening. Artikel 5.2 Gebruikelijke hulp en eigen kracht De (visie op) gebruikelijke hulp en eigen kracht wordt in de nadere regels nader ingevuld. Hoofdstuk 6 Individuele voorzieningen Paragraaf 1 Specialistische jeugdhulp Artikel 6.1 Specialistische jeugdhulp (Segment B) Specialistische jeugdhulp (Segment B) wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp zoals omschreven in hoofdstuk 4. De hulpverlener vanuit het Team Jeugd van het BSL kan betrokken blijven bij de ondersteuning van de jeugdige en zijn ouders.

Specialistische jeugdhulp wordt voor het grootste gedeelte ambulant gegeven en in de regel dichtbij. De aard van de zorg kan heel divers zijn, van een gedragstherapeutische behandeling tot persoonlijke verzorging. Ook adviezen richting het sociale netwerk van de jeugdige kunnen behoren tot de specialistische jeugdhulp. NB: de opsomming ‘in de thuissituatie, kinderdagverblijf, de school of de locatie van de aanbieder’ is niet limitatief. Er kunnen ook andere locaties zijn waar specialistische jeugdhulp ambulant geboden kan worden. Specialistische Jeugdhulp wordt in de regel dichtbij geboden, in de directe leefomgeving van de jeugdige en zijn ouders: in de thuissituatie, op het kinderdagverblijf, de school, de locatie van de jeugdhulpaanbieder of op enige andere locatie. Bij dit laatste valt bijvoorbeeld te denken aan een sportveld mocht dit nodig zijn. De opsomming qua locatie is overigens niet limitatief. Zie ook de toelichting bij de begripsbepaling. Artikel 6.2 Hoog-specialistische jeugdhulp (Segment C) Ook hoog-specialistische jeugdhulp (Segment C) wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp omschreven in hoofdstuk 4.

Omdat het aanbod van hoogspecialistische jeugdhulp in de regel een stuk intensiever en veelomvattender is, zal de rol van de professionals vanuit de algemene voorzieningen (met name het Team Jeugd van het BSL) in de regel (in verhouding) beperkter zijn. De aard van de hoog-specialistische jeugdhulp betekent ook dat deze soms niet in de directe woonomgeving van de jeugdige geboden kan worden, hoewel dit wel het streven is. In sommige gevallen zal de jeugdige voor een (dag)behandeling moeten reizen of zelf korter of langer elders dan in het ouderlijk huis zijn. Ook in die gevallen is het streven om het Team Jeugd van het BSL betrokken te houden, zodat een terugkeer naar de normale opvoedsituatie bevorderd wordt. Artikel 6.3 Jeugdhulp met verblijf (Segment V) Verblijfsvoorzieningen (Segment V) waar de jeugdige in een instelling of gezinshuis verblijft, vallen altijd onder verblijf. Ook gesloten jeugdzorg valt onder deze categorie. Met zo thuis mogelijk opgroeien wordt als uitgangspunt genomen dat het verblijf de gezinssituatie zoveel mogelijk benadert. Ieder kind heeft een stabiele omgeving nodig. Dat betekent dat het kind zo min mogelijk heen en weer wordt geplaatst als het niet meer thuis kan wonen. En het liefst zo dichtbij mogelijk. Hiervoor is nodig dat de jeugdhulp zich naar het kind beweegt in plaats van andersom.

Verblijf maakt zoveel mogelijk deel uit van een ambulant traject. Het streven is jeugdigen uit Noord Holland binnen Noord-Holland te helpen het te plaatsen. Artikel 6.4 Ernstige Dyslexiezorg Dyslexiezorg voor jeugdigen met ernstige dyslexie valt sinds 1 januari 2015 onder de Jeugdwet. In de Jeugdwet (of het Besluit of Regeling Jeugdwet) is deze vorm van jeugdhulp niet nader afgebakend. Vanaf 1 januari 2015 is door gemeente de voor die tijd gegroeide praktijk voortgezet. De afbakening van dyslexiezorg krijgt vorm in de nadere regels. Artikel 6.5 Vervoersvoorziening In beginsel zijn ouders verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind naar de locatie waar de jeugdhulp wordt gegeven. Een vervoersvoorziening kan bij uitzondering worden toegekend als sprake is van een medische noodzaak tot vervoer, of op grond van beperkingen in zelfredzaamheid van de jeugdige, gezin of opvoeder of het (sociale) netwerk. De voorwaarden voor vervoer worden in nadere regels uitgewerkt. Paragraaf 2 Toegang individuele voorzieningen

Artikel 6.6 Onderzoek en aanvraag Er wordt in de verordening (en nadere regels) niets vastgelegd over de wijze waarop het gesprek gevoerd wordt tussen Team Jeugd van het BSL en jeugdige of zijn ouders (en eventuele andere betrokken). Dit zou de handelingsvrijheid van de jeugdige, zijn ouders én de professionals te veel beperken. In de verordening ligt alleen vast wat er in het gesprek aan de orde kan komen (indien van belang), niet welke methodiek of instrumentarium gebruikt moet worden of wie er precies bij betrokken dienen te zijn. Natuurlijk gelden hierbij wel de eisen die de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet stellen aan de kwaliteit van de toegang. Belangrijk is dat onderzocht en vastgesteld wordt wat de opgroei- en opvoedingsproblemen, de psychische problemen, stoornissen van de jeugdige en omstandigheden op verschillende levensgebieden zijn om zo te kunnen bepalen welke ondersteuning passend is bij de vraag van de jeugdige of ouders. Hierbij moet de inbreng van ouders, documenten met adviezen van andere professionals zoals psychiaters en psychologen worden meegenomen. Een essentieel onderdeel van het onderzoek is het verkennen van de eigen kracht van de jeugdige en het gezin en ondersteuning vanuit het eigen sociaal netwerk en het eventueel creëren van een eigen sociaal netwerk.

Eigen kracht en een (op te bouwen) sociaal netwerk kan voorkomen dat de inzet van specialistische jeugdhulp noodzakelijk is of kan zorgen dat die inzet maar van tijdelijke aard hoeft te zijn. Derde lid: het familiegroepsplan Jeugdige of ouders hebben de mogelijkheid om zelf een familiegroepsplan in te dienen zoals dat verder in de wet wordt toegelicht. Vierde lid: Verzamelen van beschikbare gegevens Doel hiervan is dat jeugdigen of hun ouders niet belast worden met vragen over zaken die bij het college al bekend zijn of die op grond van artikel 7.4.0 van de wet door het college opgevraagd mogen worden in het kader van het onderzoek en de toegang tot Jeugdzorg. Hierbij zijn de regels met betrekking tot de privacy van betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de wet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing. Vijfde tot en met zevende lid: het perspectiefplan Ook de inhoud van het perspectiefplan is in de verordening niet in detail beschreven, behalve dat in het perspectiefplan de in het eerste lid (onderzoek) genoemde onderwerpen aan de orde komen. Het ondertekende perspectiefplan wordt, als wordt ingezet op een individuele voorziening, beschouwd als een aanvraag.

De wederzijdse ondertekening is vooral bedoeld om het karakter van het perspectiefplan als gezamenlijk plan te bekrachtigen en zeker niet om het karakter van een privaatrechtelijke overeenkomst te geven. Het feit dat een gezamenlijk getekend perspectiefplan als aanvraag wordt beschouwd, neemt niet weg dat ook als géén perspectiefplan wordt opgesteld toch sprake kan zijn van een aanvraag in de zin van de Awb, als aan de voorwaarden van een aanvraag uit artikel 4:2 Awb is voldaan. NB: het besluit tot inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp wordt toegevoegd aan het perspectiefplan, maar is juridisch gezien een eenzijdige, publiekrechtelijke, beslissing van het college (de facto de gemandateerde professional van het Team Jeugd van het BSL). Het besluit wordt wel genomen op grond van het perspectiefplan. Het perspectiefplan is van de jeugdige of zijn ouders. Als er tot de inzet van specialistische jeugdhulp besloten is, is het wel van het grootste belang dat de aldus betrokken jeugdhulpaanbieder weet heeft van de gezinssituatie en afspraken en doelen zoals vastgelegd in het perspectiefplan. De relevante informatie uit het perspectiefplan kan door de jeugdige of zijn ouders zelf of door het

Team Jeugd van het BSL aan de betrokken jeugdhulpaanbieder overgedragen worden. De ouders/jeugdige zijn hier in eerste instantie zelf de verantwoordelijke partij voor. Als het gaat om hoog-specialistische jeugdhulp heeft de gemeente ook in haar contracten met de jeugdhulp-aanbieders bepaald, dat zij niet mogen starten met de hulpverlening voordat een perspectiefplan opgesteld is. Voor deze complexe en in de regel meervoudige jeugdhulp is het brede perspectief van het grootste belang om effectieve jeugdhulp te kunnen verlenen. Natuurlijk gelden bij het delen van het perspectiefplan de privacyregels zoals die onder andere vastgelegd zijn in de Jeugdwet zelf (zie § 7.3 rond dossiervorming). Ouders worden niet gedwongen privacygevoelige informatie te delen die niet van belang is voor de hulp aan een jeugdige. Het is aan de ouders om in samenspraak met het Team Jeugd van het BSL (of arts) te bepalen welke informatie in het perspectiefplan terecht moet komen en gedeeld moet worden met de jeugdhulpaanbieder om een effectieve ondersteuning mogelijk te maken. Bij verschil van inzicht tussen de jeugdige en/of zijn ouders aan de ene kant en het Team Jeugd van het BSL (of arts) aan de andere kant over de noodzaak om bepaalde informatie te delen dient het recht op privacy en het belang van de jeugdige tegen elkaar afgewogen te worden.

De principes van subsidiariteit (kan het doel ook op een andere manier bereikt worden), noodzakelijkheid en proportionaliteit (staat het doorbreken van het recht op privacy in verhouding tot het doel: effectieve hulp) staan daarbij centraal. In de privacy protocollen van de uitvoerders zal hieraan aandacht besteed worden. Negende lid: evaluatie perspectiefplan In het perspectiefplan wordt opgenomen wanneer evaluatie van het plan plaats vindt. Afhankelijk van de problematiek kan dat na een half jaar, één jaar of nog langer zijn. Dit hangt ook samen met de duur van een afgegeven indicatie. Bij een lichamelijke handicap van een kind is er heel vaak geen sprake van verandering/ ontwikkeling en is het niet zinvol om ieder jaar te evalueren. Artikel 6.7 Inhoud beschikking Uit het eerste lid blijkt dat het besluit tot toekenning vastgelegd wordt in een beschikking. Een beschikking is een schriftelijk besluit dat op een concreet geval/een individuele persoon is gericht. De inhoud van de beschikking is beperkt. Alleen de keuze specialistisch of hoog specialistisch, het ondersteuningsprofiel en bij hoog-specialistische jeugdhulp ook de intensiteit, liggen in het besluit vast. Andere zaken – zoals omschrijving hulpvraag en het resultaat – worden vastgelegd in het perspectiefplan.

Hiermee wordt ook voorkomen dat te veel privacygevoelige gegevens in de gemeentelijke beschikkingenadministratie vast komen te liggen. De jeugdige of zijn ouders kunnen met het besluit zelf voor één van de door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders kiezen. Het Team Jeugd van het BSL kan hierbij adviseren. De keuze voor een bepaalde aanbieder ligt niet vast in het besluit. In lid 1 bepaalt bij specialistische jeugdhulp de jeugdhulpaanbieder (eventueel op basis van het advies van het Team Jeugd van het BSL) de intensiteit van de jeugdhulp. De intensiteit voor specialistische jeugdhulp ligt daarom – in tegenstelling tot de intensiteit van hoog-specialistische jeugdhulp – niet in het besluit van het college vast. In de zorgtoewijzing die het college richting de jeugdhulpaanbieder afgeeft, ligt de intensiteit altijd wel vast. Als jeugdhulpaanbieder en college (het Team Jeugd van het BSL) het niet eens zijn over de intensiteit (of het ondersteunings-profiel), is contractueel vastgelegd dat de jeugdhulpaanbieder, het Team Jeugd van het BSL en het gezin er éérst in gezamenlijk overleg uit moeten komen. Indien dat om wat voor reden dan ook niet lukt, geeft een onafhankelijk deskundige een bindend advies of er sprake is van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, en wat het ondersteuningsprofiel en/of intensiteit moet zijn.

Op grond van dit advies herziet het college (d.w.z. de gemandateerde professional) dan het besluit.

In het tweede lid van dit artikel zijn de zaken/onderdelen opgenomen die in een beschikking behoren te staan. Uit de beschikking moet voor de aanvrager immers duidelijk zijn waar zij recht op hebben en hoe tot dat besluit is gekomen. Ook als geen recht bestaat op een individuele voorziening, moet dit in een beschikking worden vastgelegd en moet duidelijk blijken waarom er geen recht is. Wat betreft de duur/looptijd van een beschikking geldt in beginsel voor zowel ZIN als bij een Pgb een maximale geldigheidsduur tot de jeugdige de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. In beginsel omdat dit anders kan zijn als sprake is van verlengde jeugdzorg. Wanneer er sprake is van pleegzorg, loopt de beschikking wettelijk gezien door tot de jeugdige de leeftijd van 21 jaar bereikt. Een pleegzorgrelatie kan alleen eindigen voor het 21e levensjaar wanneer pleegkinderen dit zelf willen. In het vierde lid wordt aangegeven dat een besluit is niet onbeperkt geldig en moet daadwerkelijk ingezet worden. Wanneer de jeugdige of zijn ouders zich niet binnen drie maanden melden bij een aanbieder of gestart zijn met de inzet van het PGB, vervalt het besluit. Artikel 6.9 Geen onderzoek Het onderzoek zoals weergegeven in artikel 6.6 hoeft niet altijd (volledig) uitgevoerd te worden. Dit is opgenomen in het eerste en tweede lid, waarbij sprake is van een verwijzing naar specialistische jeugdhulp.

Huisarts, jeugdarts en medisch specialist hebben op grond van de Jeugdwet de eigenstandige bevoegdheid om toegang te verlenen tot alle jeugdhulp. In deze verordening wordt deze bevoegdheid voor specialistische jeugdhulp en hoog-specialistische jeugdhulp verschillend ingevuld. Uitgangspunt bij een artsverwijzing naar specialistische jeugdhulp (dus niet zijnde hoogspecialistische jeugdhulp) is dat in de regel de afstemming met een Team Jeugd van het BSL en daarmee de integrale afweging van zorgbehoeften in een perspectiefplan niet perse nodig is. Als het gaat om specialistische jeugdhulp kan een arts dus zonder betrokkenheid van een Team Jeugd van het BSL naar een jeugdhulpaanbieder verwijzen. Ook de jeugdhulpaanbieder is dan niet verplicht contact op te nemen met het Team Jeugd van het BSL (maar wel met de gemeente in het kader van de zorgtoewijzing). In crisissituaties kan soms niet gewacht worden met de inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp tot een perspectiefplan is opgesteld. In dit soort gevallen is het de jeugdhulpaanbieder toegestaan de spoedhulp te verlenen voordat een gesprek met het Team Jeugd van het BSL heeft plaatsgevonden en een perspectiefplan is opgesteld. NB: het gaat dan om kortdurende inzet (zie nadere regels).

Wanneer daarna langdurig (hoog)specialistische jeugdhulp nodig is (vanuit een ander ondersteuningsprofiel dan profiel 11), dient alsnog een perspectiefplan opgesteld te worden In het tweede lid is de situatie weergegeven wanneer verwezen wordt naar hoog-specialistische hulp. Voor hoog-specialistische jeugdhulp wordt ervan uitgegaan dat altijd – ook bij een artsverwijzing – een perspectiefplan waarbij een Team Jeugd van het BSL betrokken is, nodig is. Het gaat in die gevallen immers bijna altijd om hoogcomplexe en veelomvattende/meervoudige jeugdhulp, waarbij een integrale aanpak en continuïteit van het hoogste belang zijn. De arts kan wel zelfstandig verwijzen naar de jeugdhulpaanbieder, maar er zal dan vervolgens alsnog een perspectiefplan opgesteld moeten worden (door ouders zelf, al dan niet met hulp van de arts of het Team Jeugd van het BSL). Dit perspectiefplan dient ook geaccordeerd te worden door het Team Jeugd van het BSL, voordat de inzet van hoog-specialistische jeugdhulp kan starten. Deze afspraken zijn ook vastgelegd in de contracten met de jeugdhulpaanbieders. In het derde lid is beschreven is wanneer de jeugdige en/of zijn ouders zwaarwegende bezwaren hebben tegen de betrokkenheid van het Team Jeugd van het BSL, kunnen zij, indien er sprake is van

een artsverwijzing, gebruik maken van een opt-out-regeling. Ook in die gevallen dient een perspectiefplan te worden opgesteld voordat de hoog-specialistische jeugdhulp kan starten, maar deze zal dan tot stand komen zonder betrokkenheid (accordering) van het Team Jeugd van het BSL. Het college besluit dan tot de inzet van hoog-specialistische jeugdhulp op basis van de melding van de jeugdhulpaanbieder dat een arts verwezen heeft en een perspectiefplan aanwezig is, maar de jeugdige of zijn ouders van de opt-out-regeling gebruik wensen te maken. Artikel 6.10 Crisisprocedure Een crisis is een onverwachte acute onveiligheid. De draaglast van het systeem is groter dan de draagkracht met onveiligheid als gevolg. Een persoon is in direct fysiek gevaar. Diens veiligheid is de komende dagen niet gegarandeerd en hij of zij heeft direct bescherming nodig. Paragraaf 3: Toegang dyslexiezorg Artikel 6.13 Toegang tot dyslexiezorg Eerste en tweede lid Het besluit tot toekennen van een individuele voorziening voor dyslexiezorg geeft recht op diagnostisch onderzoek door een erkende dyslexiebehandelaar. Wanneer op basis van het onderzoek vastgesteld wordt dat het inderdaad om ernstige dyslexie gaat, kan de dyslexiebehandelaar ook gelijk verder met de behandeling. Hiervoor is dan geen tweede besluit nodig.

Bij ernstige dyslexiezorg gaat het om een ernstig leesprobleem, die ook met extra ondersteuning in de klas niet verholpen kan worden. Het onderzoek en de behandeling dient plaats te vinden conform de professionele (landelijk) standaard voor dyslexiezorg. Hierover worden afspraken gemaakt in de contracten met de aanbieders. Derde lid Een door het college aangewezen poortwachter of een coördinator werkzaam binnen het samenwerkingsverband of schoolbestuur, is verantwoordelijk voor de controle van het leerlingdossier. Indien dit niet volledig is, koppelt de poortwachter dit terug naar de verwijzende school zodat zij alsnog passende extra begeleiding kan inzetten. Indien het leerlingdossier op orde is geeft de poortwachter goedkeuring aan de doorverwijzing en kunnen ouders en school contact leggen met een gecontracteerde dyslexieaanbieder naar keuze. Daarnaast spreekt de poortwachter scholen aan op het moment dat zij signaleren dat er veel onvolledige dossiers worden aangeleverd. Vierde lid De poortwachter werkt volgens de landelijke, professionele, standaard voor dyslexiezorg. Met dit lid wordt de mogelijkheid open gehouden dat college (kern)elementen van deze standaard ook vastlegt in nadere regels.

Paragraaf 4: Het persoonsgebonden budget (pgb) Artikel 6.14 Het pgb Tweede en derde lid Het budgetplan vormt een aanvulling op het perspectiefplan, maar vervangt deze niet. De hulpvraag en te bereiken resultaten liggen vast in het perspectiefplan. De details met betrekking tot de

motivatie voor de aanvraag van een pgb, uitvoerder van de pgb-zorg en de kosten liggen vast in het budgetplan. Artikel 6.15 Hoogte van het pgb Eerste lid, d In dit lid is vastgelegd op welke wijze de hoogte van het pgb wordt vastgesteld door categorieën jeugdhulp te benoemen die kunnen worden ingezet bij een pgb. Aan de verschillende categorieën is een maximumtarief verbonden. Het tarief dat aan de categorie is gekoppeld, maakt de inzet van kwalitatief toereikende zorg mogelijk. In de nadere regels is nadere uitwerking gegeven aan de categorieën en maximale tarieven. Categorie ambulante jeugdzorg: onder formele hulp als het gaat om ambulante jeugdzorg door inzet van specialistische begeleiding, wordt verstaan: specialistische begeleiding gericht op jeugdige en gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden of gedrag met een systemische aanpak. Categorie dagbehandeling jeugdzorg: onder formele hulp als het gaat om dagbehandeling of – begeleiding in groepsverband door inzet van specialistische behandeling in groepsverband, wordt verstaan: specialistische begeleiding in groepsverband gericht op jeugdige of gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden of gedrag of waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken.

Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie verblijf jeugdzorg: onder formele hulp als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling door inzet van verblijf met specialistische begeleiding, wordt verstaan: 24-uurs verblijf gericht op jeugdige of gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden of gedrag, in groepsverband aangevuld met individuele begeleiding. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie generalistische basis ggz: onder formele hulp als het gaat om generalistische ggz door inzet van specialistische behandeling, wordt verstaan: (Kortdurende) GGZ-behandeling waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Bij vermoeden van een DSM-IV benoemde stoornis met lichte/matige/ernstige/ chronische symptomen. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie specialistische ggz: onder formele hulp als het gaat om specialistische ggz door inzet van specialistische behandeling, wordt verstaan: (kortdurende) GGZ-behandeling waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken.

Het betreft altijd een multidisciplinaire behandeling in een gespecialiseerde setting. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie begeleiding individueel/groep: onder formele hulp als het gaat om begeleiding in groepsverband of individueel door inzet van praktische begeleiding en ondersteuning, wordt in het algemeen verstaan: het in groepsverband (langdurig) en/of individueel aansturen of inslijten van gedrag, sociale vaardigheden en algemene dagelijks levensverrichtingen. Één-op-één begeleiding aan het kind (geen gezinsondersteuning) betreft het bieden van activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid. Groepsbegeleiding wordt ook wel dagbesteding of dagactiviteiten genoemd om vaardigheden te onderhouden, zoveel mogelijk zelfstandigheid te bewaren, om te het leren omgaan met gedragsproblemen.

Categorie persoonlijke verzorging: onder formele hulp als het gaat om persoonlijke verzorging door inzet van praktische ondersteuning en overname van verzorgingstaken, wordt verstaan: het verzorgen, aansturen of stimuleren van verzorgende taken. Categorie kortdurend verblijf: onder formele hulp als het gaat om kortdurend verblijf, wordt verstaan: 24-uurs verblijf gericht op ontlasting van het gezin en op aansturen of inslijten van gedrag, sociale vaardigheden en algemene dagelijks levensverrichtingen. Inclusief begeleiding of persoonlijke verzorging. Categorie behandeling (licht)verstandelijke beperking: onder formele hulp als het gaat om behandeling (licht)verstandelijke beperking door inzet van specialistische behandeling, wordt verstaan: (kortdurende) behandeling waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige of medisch specialist) noodzakelijk.

Categorie verblijf (licht)verstandelijke beperking: onder formele hulp als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling door inzet van verblijf met specialistische behandeling, wordt verstaan: 24uurs verblijf voor jeugdigen met (ernstige) (lichamelijke) beperkingen waarbij specialistische kennis nodig is of medische handelingen uitgevoerd moeten worden waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige of medisch specialist) noodzakelijk. Eerste lid, e In dit lid is vastgelegd dat de tarieven jaarlijks door het college worden geïndexeerd. Vijfde lid Voor het berekenen van de maximale hoogte van het budget wordt uitgegaan van een maximaal tarief per categorie. De in de nadere regels vastgelegde tarieven zijn rekentarieven die gebruikt worden om de hoogte van het Pgb te berekenen. Het staat budgethouders vrij om een zorgverlener te contracteren die een hoger of lager tarief hanteert. Bij een hoger tarief dan het rekentarief dient de budgethouder zelf de extra kosten voor zijn/haar rekening te nemen (of genoegen te nemen met minder uren, dagdelen of etmalen inzet). Wanneer het tarief lager is dan het rekentarief heeft de budgethouder de vrijheid om meer uren zorg in te zetten.

Het college draagt zorg voor de bekendmaking van de geïndexeerde/maximale bedragen.

Artikel 6.16 Onderscheid professionele en niet professionele hulp Voor de bepaling van het pgb-tarief wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet professionele hulp. Voor professionele hulp geldt het hogere pgb-tarief en voor niet professionele hulp geldt het lagere tarief op basis van het wettelijk minimumloon. Dit sluit aan bij de systematiek die binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt gehanteerd. Van professionele hulp is kortweg sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er), die onder toezicht staat van de in de Jeugdwet aangewezen inspecties. Van professionele hulp is ook sprake, als de hulpverlener een BIG- of SKJ-registratie heeft. Hierop geldt één (belangrijke) uitzondering en dat is, als de hulpverlener een bloed- of aanverwant is in de 1ste of 2de graad, o.a. (groot)ouders, broers, zussen, en (adoptie)kinderen. Bij hulpverlening door een bloed- of aanverwant in de 1ste of 2de graad is altijd sprake van niet professionele hulp.

Ook al gaat het om een hulpverlener, die bijvoorbeeld BIG-geregistreerd is en voldoet aan de criteria genoemd in lid 1 van deze bepaling; dan nog geldt dat in het kader van deze verordening als niet professionele hulp. De achtergrond daarvan is, dat ook familieleden met een zorg-gerelateerd beroep of opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de budgethouder. Dat is dan ook doorslaggevend voor het bijbehorende BTW-tarief. Niet professionele hulp is derhalve alle hulp, die geboden wordt door bloed- of aanverwanten in de 1ste of 2de graad, of door personen die niet beroeps- of bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen. In de praktijk gaat het dan eigenlijk altijd om personen uit het sociale netwerk. Bloedverwanten Bloedverwantschap ontstaat door: - geboorte; - afstamming van dezelfde voorvader; - erkenning; - gerechtelijke vaststelling van het vaderschap; - adoptie. Bloedverwanten zijn in de: Eerste graad: - (adoptie)ouders; - (adoptie)kinderen. Tweede graad: - Grootouders; - Kleinkinderen; - Broers en zussen. Artikel 6.17 Tweede lid Artikel 8.1.1 tweede lid aanhef en onder a van de wet stelt – voor zover van belang – als voorwaarde voor het verstrekken van een Pgb dat de cliënt naar het oordeel van het college met hulp van zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.

Het betreft onder andere taken als het aangaan van een overeenkomst, het aansturen van de hulpverleners en het bijhouden van een administratie. Als een hulpverlener het Pgb beheert waaruit hij tevens bekostigd wordt, kan dit leiden tot belangenverstrengeling. Dit is ongewenst, omdat het belang van de hulpverlener niet boven dat van de cliënt mag gaan. Opgemerkt wordt dat het in gevallen denkbaar is dat de dubbelrol onvermijdelijk is. Het gaat dan om gevallen van bijvoorbeeld ouders waarin er niemand anders is die het Pgb kan beheren. Artikel 6.18 Eerste lid, b III In dit lid is opgenomen dat de informele hulpverlener beschikt over een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG). Uitzondering hierop is als de informele hulpverlener een ouder is, zoals bedoeld in de Jeugdwet. De verlener van informele hulp is verplicht de VOG desgevraagd te overhandigen aan het Team Jeugd van het BSL. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden. Eerste lid, c Deze bepaling is opgenomen ter voorkoming van overbelasting van de informele hulp. De overbelasting wordt getoetst aan de arbeidstijdenwet. Verricht een informele hulpverlener ook betaalde arbeid dan mag hij in totaal gemiddeld 48 uur per week werken, conform de Arbeidstijdenwet. Het Pgb kan in deze gevallen (deels) geweigerd worden om zo overbelasting te voorkomen.

Tweede lid In dit lid is opgenomen dat als uit de toepassing van het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling blijkt dat hulp geboden moet worden door een geregistreerde professional, dit de inzet van iemand uit het sociaal netwerk uitsluit. Hoofdstuk 7 Nieuwe feiten en omstandigheden Artikel 7.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering Op grond van artikel 2.9 onderdeel d van de wet is de gemeente verplicht bij verordening regels te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of pgb. De tekst van dit artikel is grotendeels ontleend aan de bepalingen rond bestrijding van misbruik die de wet stelt in het kader van het verstrekken van pgb’s (artikel 8.1.2 tot en met 8.1.4). We herhalen in de verordening de wet om de leesbaarheid te vergroten. Bovendien wordt de toepassing van deze regels verbreed naar voorzieningen in natura. Ten slotte, het intrekken of herzien van een besluit kan natuurlijk ook relevant zijn als in gevallen waar geen sprake is van misbruik, maar gewoon van een gewijzigde (inschatting van de) situatie. Hoofdstuk 8 Cliëntondersteuning, vertrouwenspersoon, second opinion en klachten Artikel 8.1 Cliëntondersteuning Als jeugdige en of ouder kan je vragen hebben over de problemen die je hebt, maar die je niet alleen met de professional wilt bespreken.

Daarvoor kunnen jeugdigen of ouders gebruikmaken van onafhankelijke cliëntondersteuners. Zij geven informatie en advies en kunnen ondersteunen bij een gesprek. De cliëntondersteuners hebben kennis op verschillende terreinen (o.a. verstandelijke beperking, geestelijke gezondheid) en hebben in een aantal gevallen zelf ervaring met Jeugdhulp (ervaringsdeskundige jongeren en ouders). Artikel 8.2 Vertrouwenspersoon Als de jeugdhulp niet zo verloopt als verwacht of er problemen zijn met de ingezette Jeugdhulp, kan er een beroep gedaan worden op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Zoals de wet dit voorschrijft is deze persoon onafhankelijk, beschikbaar en toegankelijk om ouders of jeugdigen bij te staan. Artikel 8.3 Klachten De Klachtenverordening Edam-Volendam 2016bevat de interne procedure voor de behandeling van klachten en verzoeken van de ombudsman, ter uitwerking van de klachtenregeling opgenomen in hoofdstuk 9 van de Awb. Op grond van artikel 5 lid 6 van deze verordening behandeling klachten wordt bij het opdragen van gemeentelijke taken en specifieke vormen van gemeentelijke dienstverlening, externe opdrachtnemers van de gemeente of andere overheden dat klachten over medewerkers van deze opdrachtnemers op gelijke wijze worden behandeld als klachten over medewerkers van de gemeente, tenzij wettelijke regels zich hiertegen verzetten.

De verordening behandeling klachten Edam-Volendam 2016 is van toepassing op de klachten die betrekking hebben op de uitvoering door het Team Jeugd van het BSL. De coördinatie van de klacht vindt vanuit de gemeente plaats. Hoofdstuk 9 Afstemming met andere voorzieningen

Op basis van de Jeugdwet artikel 2.9 zijn gemeenten verplicht in hun verordening op te nemen hoe de afstemming met andere voorzieningen geregeld is. Afstemming met andere voorzieningen is belangrijk in het kader van het perspectiefplan, dat immers over alle domeinen betreft. Artikel 9.1 Toekomstplan naar volwassenheid De aanbieder heeft de verplichting om samen met cliënten die in zorg zijn vanaf het 16e jaar een toekomstplan naar volwassenheid op te stellen met een duidelijk omschreven en haalbare tijdslijn naar volwassenheid. Ook wordt hierin aangegeven of en zo ja welke hulp of ondersteuning nog nodig is en hoe deze vanuit de Wmo 2015, Wlz, Zorgverzekeringswet wordt ingezet vanaf de 18e verjaardag. De aanbieder betrekt minimaal een half jaar voordat een jongere de leeftijd van 18 jaar (voor pleegzorg en gezinshuis 21 jaar) bereikt, de verwijzer bij (het opstellen van) het toekomstplan. Artikel 9.2 Afstemming gezondheidszorg Hier wordt gedoeld op de specialistische jeugdhulp die voorheen viel onder de jeugd-geestelijke gezondheidszorg. Deze zorg valt vanaf de achttiende verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeraars stellen aan zorgaanbieders de eisen met betrekking tot de toegang. Er moet een rechtmatige verwijzer zijn in de vorm van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist.

Het Team Jeugd van het BSL kan voor een dergelijke verwijzing zorgen, of door contact op te (laten) nemen met de huisarts, of door de jeugdarts een verwijzing te laten schrijven. Artikel 9.3 Afstemming langdurige zorg Eerste lid Wanneer jeugdigen levenslang en levens-breed zorg nodig hebben, vallen zij onder de Wet langdurige zorg. Bij kinderen is dit echter nog niet altijd makkelijk vast te stellen. Het Team Jeugd van het BSL, ondersteunt de jeugdige en zijn ouders (zo nodig) bij de aanvraag bij het Centraal indicatieorgaan zorg (CIZ), die over toegang tot de langdurige zorg gaat. Tweede lid Dit lid is een nadere uitwerking van de Jeugdwet, artikel 1.2 eerste lid onderdeel c:”Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:...indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.” Hierbij zal natuurlijk altijd het belang van de jeugdige voorop staan. De jeugdige mag nooit het slachtoffer worden van onwillige ouders. Artikel 9.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht Eerste lid Korte lijnen tussen onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en het Team Jeugd van het BSL zijn belangrijk.

Kinderen brengen immers een groot deel van hun tijd op die plekken door. Zorgen om kinderen kunnen zo makkelijk gedeeld worden, advies ingewonnen en zo nodig gestart worden met het bespreken met kind en/of ouders welke ondersteuning, jeugdhulp geboden kan worden. Artikel 9.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning Het hier gestelde betekent dat het Team Jeugd van het BSL, indien de situatie zich voordoet, afstemming zoekt met het Wijksteunpunt. Deze afstemming start uiterlijk een half jaar voor de 18e verjaardag. De jeugdige wordt begeleid en voorbereid op de veranderingen na het 18e jaar, met als beoogd resultaat continuïteit van zorg. Artikel 9.6 Afstemming werk en inkomen Het hebben van schulden en/of het leven in armoede kan gezinnen veel stress opleveren. Deze stress maakt dat mensen op een andere manier beslissingen nemen. Armoede- en schuldenproblematiek

kunnen zo op de voorgrond treden dat ouders hun rol als opvoeder niet meer goed kunnen invullen, maar ook dat jeugdhulp minder of niet effectief is. Het is daarom belangrijk om armoede en financiële problemen tijdig te signaleren en ouders zo nodig snel naar de juiste financiële hulp en armoedevoorzieningen toe te leiden. Hierbij kan het Team Jeugd van het BSL of gecertificeerde instelling een actieve rol spelen: aanvragen van armoedevoorzieningen, het voeren van een gesprek over armoede, zelf een afspraak maken voor de ouder en de drempel zo laag mogelijk maken door bijvoorbeeld samenwerking met het Wijksteunpunt. Het is belangrijk te toetsen of het gezin huuren/of zorgtoeslag, kind gebonden budget ontvangt en/of aangevraagd heeft, dit om een tekort of het ontstaan van grote schulden te voorkomen. Ook van jeugd-hulpaanbieders wordt een actieve houding verwacht. Wanneer het hen echter niet lukt om financiële belemmeringen weg te nemen, kunnen zij een beroep doen op het Team Jeugd van het BSL of (indien van toepassing) de gecertificeerde instelling. Artikel 9.7 Afstemming wonen Het Team Jeugd van het BSL kan, namens het college, samen met de ouder(s) een gezin voordragen voor urgentie. De Huisvestingswet 2014 bepaalt dat gemeenten die willen sturen op verdeling van sociale huurwoningen de regels op dat gebied moeten vastleggen in een huisvestingsverordening.

De regels over urgentie en voorrang zijn opgenomen in de Huisvestingsverordening gemeente EdamVolendam 2021 en Beleidsregels urgentieverklaring gemeente Edam-Volendam 2021. De beleidsregels geven de specifieke voorwaarden en criteria per urgentiecategorie en doelgroep aan. Zo ook voor gezinnen met kinderen die dakloos dreigen te raken of een ouder met de dagelijkse zorg voor kinderen die gevlucht is voor huiselijk geweld. Artikel 9.8 Afstemming met gecertificeerde instellingen De gecertificeerde instellingen kunnen zelfstandig jeugdhulp inzetten bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering (gedwongen kader). Dit artikel benoemt een aantal concrete onderwerpen waarover afspraken moeten worden gemaakt. De afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsprotocol met de gecertificeerde instellingen. Artikel 8.9 Afstemming met justitiedomein In de strafrechtelijke beslissing– in het kader van een taakstraf of (gedrag beïnvloedende) maatregel – kan de rechter besluiten tot de inzet van jeugdhulp. In de regel zal de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hierover adviseren. Bij (jeugdreclasserings)maatregelen zal de gecertificeerde instelling betrokken zijn bij de uitvoering hiervan. Gaat het om taakstraffen, dan is dat de RvdK.

Daarnaast kan de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts, of directeur van de justitiële jeugdinrichting besluiten tot de inzet van jeugdhulp in het kader van het scholings- en trainingsprogramma in het nazorgtraject. De gemeente is betrokken in het trajectberaad. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het samenwerkingsprotocol met de RvdK. Hoofdstuk 10 Waarborging prijs-kwaliteit Op grond van artikel 2.12 van de wet dient de gemeente bij verordening regels te stellen ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Hoofdstuk 11 Cliëntparticipatie Jeugdparticipatie Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen actief bij de voorbereiding van het beleid betreffende de wet. Het college voorziet daartoe in de ondersteuning van een participatievorm dat de belangen van ingezetenen en cliënten en hun vertegenwoordigers behartigt.

Koepel Sociaal Domein Het college stelt een adviesgroep in op de wijze voorzien in artikel 84 Gemeentewet, die belast wordt met de taak gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen over het gemeentelijk jeugdbeleid. Bij de instelling van de in het eerste lid bedoelde adviesgroep wordt door het college een reglement vastgesteld en voorzien in de benodigde ondersteuning om haar taken uit te voeren. Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Artikel 12.1 Hardheidsclausule Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders kan afwijken van de bepalingen van deze verordening (en dus niet van de in de wet zelf genoemde bepalingen). Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen. Afwijken kan alleen maar ten gunste, en nooit ten nadele van de betrokken jeugdige of zijn ouders. Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als een regel. In uitzonderingsgevallen zou het bijvoorbeeld kunnen spelen bij de regels rondom het verstrekken van een pgb. Bij toepassing van de hardheidsclausule moet het college uitgebreid motiveren waarom in de desbetreffende situatie van de verordening wordt afgeweken. Artikel 12.3 Inwerkingtreding, citeertitel en overgangsbepalingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=b446e64d-c457-4fcb-9ac3-1e57dc007d2c