Toelichting bijlagen regels en verbeelding van het bestemmingsplan Marinahaven Volendam 1e partiele herziening
Tekst van het document
Marinahaven, 1e partiele herziening
Gemeente Edam-Volendam
Datum: 10 april 2024
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Het plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 6 8
2
De omgeving van het plangebied en het plan
9
2.1 2.2
Huidige situatie Het plan
9 11
3
Beleidskader
14
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Algemeen Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
14 14 16 20 22
4
Milieu- en omgevingsaspecten
31
4.1 4.2 4.3
Inleiding Milieu-aspecten Omgevingsaspecten
31 31 41
5
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
50
5.1 5.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
50 50
6
Juridische regeling
52
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Inleiding De verbeelding De regels Opbouw regeling per bestemming De bestemmingen
52 52 52 53 55
Bijlagen 1. Waterbodemonderzoek diverse percelen Volendam, Oranjewoud, oktober 2002 2. Ecologische voortoets Marinahaven, SAB, 19 september 2023 3. Participatiedocument Marinahaven Volendam 4. Stikstofberekening Marinahaven, VdZ Ruimtelijk Advies, 27 december 2023 5. Beantwoording zienswijze Marinahaven, gemeente Edam-Volendam
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In de Marinahaven in Volendam zijn 6 zogenaamde houseboats gelegen, drijvende bouwwerken geschikt voor recreatief (nacht) verblijf. De gronden in de jachthaven mogen uitsluitend worden gebruikt voor: 1.een jachthaven met ten hoogste 500 ligplaatsen voor recreatievaartuigen; 2.voorzieningen voor havenbeheer; 3.aanlegvoorzieningen voor passagiers-, dienst- en antieke, cultuurhistorische waardevolle vaartuigen. Nu het niet gaat om een recreatievaartuig, is sprake van strijd met het bestemmingsplan. De houseboats zijn namelijk bedoeld ter plaatse blijvend te functioneren en zijn daarom niet als vaartuig maar als bouwwerk aan te merken (zie meer in detail paragraaf 1.3). Ook het gebruik als verblijfsaccommodatie past niet binnen de bestemming. Wel ligt de functie in het verlengde van de aard en uitstraling van een jachthaven. Wanneer er bovendien ter plaatse recreatievaartuigen zouden liggen, hetgeen bij recht mogelijk is, verandert er niet veel aan de ruimtelijke beleving van de jachthaven als geheel en de impact op de omgeving. Om deze redenen gaat het om een ruimtelijk gewenst initiatief en kan er worden meegewerkt. Met dit bestemmingsplan wordt de planologie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Overigens is voor de houseboats ook een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig.
Deze zal op een later tijdstip worden aangevraagd (namelijk na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan). Het gebied is voorts iets groter ingetekend dan de feitelijke plek van de boten, zodat in de toekomst met een wijzigingsbevoegdheid er onder voorwaarden nog 4 bij geplaatst kunnen worden.
1.2
Het plangebied Het plangebied ligt in de Marinahaven in Volendam, gelegen even ten zuidwesten van het historisch dorpshart van Volendam, en omvat een deel van het water daarin.
Plangebied, globaal, uitgezoomd
5
Plangebied ingezoomd
1.3
Geldend bestemmingsplan Voor de gronden is van toepassing het bestemmingsplan Slobbeland, vastgesteld op 14 oktober 2021. Er geldt een bestemming Recreatie met aanduiding jachthaven. Voor het gehele plangebied geldt tevens een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. De voor "Recreatie" aangewezen gronden zijn bestemd voor: • (..) • een jachthaven met daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van de aanduidingen 'jachthaven', 'specifieke vorm van recreatie - jachthaventerrein' en 'specifieke vorm van recreatie - jachthavenvoorzieningen'; • (..) • dagrecreatie in de vorm van water- en oeverrecreatie;
6
• bedrijfswoningen, alsmede voor: • wegen; • voet- en fietspaden; • parkeervoorzieningen; • groenvoorzieningen; • speelvoorzieningen; • water en waterhuishoudkundige voorzieningen; • nutsvoorzieningen.
Uitsnede geldend bestemmingsplan De houseboats zijn naar aard als ‘woonboot’ aan te merken, alhoewel ze niet permanent bewoond worden (en niet mogen worden). Het gaat hier om zogenaamde permanent aanwezige drijvende recreatiewoonverblijven. Volgens jurisprudentie (ABRVS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1331) sluit de afdeling bij de beoordeling of sprake is van een bouwwerk aan bij de begripsomschrijving voor een bouwwerk die is opgenomen in de model-bouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze definitie voor bouwwerken luidt als volgt: een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. In deze uitspraak legt de Afdeling bestuursrechtspraak het zwaartepunt bij het criterium van het plaatsgebonden karakter. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat bij de beantwoording van de vraag of de woonboot als bouwwerk moet worden aangemerkt doorslaggevend is dat de woonboot bedoeld is om ter plaatse te functioneren als verblijfsruimte. Dat plaatsgebonden karakter wordt bij een woonboot aldus bepaald door de bedoeling om deze ter plaatse als verblijfsruimte te laten functioneren.
In meer algemene bewoordingen overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak dat niet alleen aan de hand van de wijze waarop het object met de grond is verbonden, maar
7
dat ook aan de hand van de aard en hoedanigheid van het object, alsmede het gebruik dat ervan wordt gemaakt moet worden bepaald of het object als bouwwerk is aan te merken. Door deze uitspraak moeten vele woonboten en andere drijvende objecten die hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf als watervilla’s en drijvende hotels worden aangemerkt als een bouwwerk in de zin van de Woningwet en de Wabo. Naar aanleiding van deze uitspraak is de ‘Wet verduidelijking voorschriften woonboten’ in 2017 vastgesteld. Met dit wetsvoorstel zijn enkele voorschriften en overgangsrechtelijke bepalingen opgenomen in de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) om rechtszekerheid te geven ten aanzien van de juridische status van woonboten en andere drijvende objecten die hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf. Met andere woorden, het gaat om drijvende objecten waarop primair wordt gewoond zoals op een woonboot of drijvende objecten waarop personen verblijven zoals een hotel of restaurant. Gezien het feit dat de woonboten ter plaatse functioneren als verblijfsruimte ofwel gezien het plaatsgebonden karakter is hier sprake van een bouwwerk (zie artikel 1 lid 7 en 131 Woningwet en artikel 8.2a Wabo).
Er ontstaat dan strijdigheid met het bestemmingsplan, omdat in de jachthaven ingevolge de bouwregels alleen gebouwen ten behoeve van het havenbeheer en ten behoeve van dienst-, nutsen sanitaire voorzieningen mogen worden gebouwd. Er ontstaat ook strijd met de specifieke gebruiksregels voor de jachthaven De gronden ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' mogen namelijk uitsluitend worden gebruikt voor: • een jachthaven met ten hoogste 500 ligplaatsen voor recreatievaartuigen; • voorzieningen voor havenbeheer; • aanlegvoorzieningen voor passagiers-, dienst- en antieke, cultuurhistorisch waardevolle vaartuigen. Nu de houseboats niet als recreatievaartuig zijn aan te merken, is geen sprake van een functie ten behoeve/ dienste van een jachthaven. De dubbelbestemming voor archeologie levert geen strijd op, omdat bouw- of aanlegwerkzaamheden zijn verboden die meer dan 2.500 m2 beslaan. Daar is geen sprake van. Bovendien is hier sprake van drijvende bouwwerken waardoor geen sprake is van het roeren in de c.q. aantasten van de ondergrond.
1.4
Leeswijzer Voorliggende toelichting is als volgt opgebouwd; na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het ruimtelijk relevant beleid. In hoofdstuk 4 wordt beoordeeld of het plan haalbaar is wat betreft milieu, water, ecologie, archeologie, verkeer en parkeren. In hoofdstuk 5 volgt de financiële uitvoerbaarheid, de resultaten van het art. 3.1.1 Bro overleg en een beschrijving waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het plan zijn betrokken. De toelichting sluit af met een beschrijving van de juridische regeling.
8
2 2.1
De omgeving van het plangebied en het plan Huidige situatie Het plangebied is gelegen nabij het historische dorpshart van Volendam. Aan de monding van het in 1357 afgedamde veenriviertje de Ye ontstond "Vollendam" dat in 1462 voor het eerst genoemd werd. Vanaf de 15e eeuw nam de visvangst daarbij een steeds belangrijkere plaats in. Rond 1650 is Volendam de belangrijkste visleverancier van Amsterdam. Nadat in 1640 het Volendammer Meertje was drooggelegd werd in 1661 ten behoeve van de visserij de natuurlijke haven van palen voorzien. Van de bebouwing langs de dijk bij de Pieterman en die nabij de Volendammer sluis breidde vooral de laatste bebouwing zich uit waarbij ook op het Landje en langs de Meerzijde de eerste woningen werden gebouwd. Nadat het noordelijk deel van de haven in 1868 vanwege aanslibbing was afgesloten met het Havendijkje werd de haven in 1883 in zuidelijke richting uitgebreid met de Zuiderhaven. De in 1891 nog uit 258 schepen bestaande vissersvloot nam gestaag af in aantal ten gevolge van achtereenvolgens overbevissing, de aanleg van de Afsluitdijk (1932) en de inpoldering. Volendam schakelde daarom geleidelijk om van visvangst naar vishandel, bouwnijverheid en toerisme die de voornaamste inkomstenbronnen zijn. Met meer dan 1 miljoen toeristen per jaar draagt het toerisme substantieel bij aan de lokale economie.
Historische atlas Volendam Eén van die toeristische voorzieningen betreft de Marinahaven, gelegen bij de Pieterman en het Slobbeland. Het Slobbeland was van oudsher al in gebruik als recreatieve plek. De werkverschaffing en de toenemende industrialisatie na de Tweede Wereldoorlog maakten het Slobbeland tot een onaantrekkelijk gebied voor recreërende jongeren. Het Slobbeland werd indertijd namelijk als industriegebied met bijbehorende vuilstortplaats gebruikt. De begrenzingssloot, die in eerste instantie dienst moest doen als waterreservoir van de brandweer, werd min of meer gedempt door massaal gestort huisvuil, visafval en bouwafval. De begrenzing van het recreatiepark betrof onder meer een vuilnisbelt. Op basis van lokaal initiatief, collectes en vrijwilligerswerk is in samenwerking met de gemeente het initiatief genomen om een zwembad te realiseren, welke in 1965 is geopend.
9
De laatste twee decennia is de toeristische waarde ontdekt van het buitendijkse landschap. Het Marinapark, Paviljoen Smit-Bokkum, Landal Waterpark Volendam en de naastgelegen scheepswerf hebben het industriële karakter deels verdreven. Daarmee zijn een aantal bedrijfsloodsen uit beeld verdwenen c.q. is het aanzicht van dit deel van het recreatiegebied verbeterd.
Historische foto zwembad Slobbeland met een deel van de jachthaven en het nog onbebouwde vakantiepark daarboven zichtbaar
De jachthaven is aangelegd in 2006 en in 2007 in gebruik genomen. Ze biedt plaats aan 500 ligplaatsen en daarnaast zijn aan de jachthaven gelieerde voorzieningen aanwezig, zoals een havengebouw met kantoor en loungeruimten, broodjesservice, zeilcursussen, speelvoorzieningen, een zeilmakerij met reparatievoorziening, brandstofstation, fietsverhuur, opslagruimten en een parkeervoorziening die plek biedt aan 450 auto’s. In het algemeen geldt dat de jachthavensector in korte tijd is geëvolueerd van een aanbiedersmarkt (ligplaatsen) naar een vragersmarkt (recreatiebeleving op en rond de jachthaven). Er moet meer ingespeeld worden op trends en ontwikkelingen in de vrijetijdssector en locatiespecifiek. Hierdoor ontstaat er een dynamisch product. Het doel was dat na opening in 2007 de bezetting in de daaropvolgende jaren zou groeien van 40% naar 70% het jaar daarop. En uiteindelijk zou na circa 3 tot 4 jaar de bezettingsgraad op 90% uitkomen. Als gevolg van de economische crisis van 2008-2010 en de vergrijzing in de watersport zijn deze percentages niet gehaald. Daarnaast kent het Markermeer de laatste
10
jaren grote problemen door overwoekering van waterplanten, wat ook problemen geeft wat betreft de bezettingsgraad van de Marina. De bezettingsgraad is de laatste jaren circa 77% geweest. De invoering van een hoge toeristenbelasting wordt aan de gasten doorberekend. Een ander deel van deze tariefstijging heeft de haven zelf voor rekening genomen om te voorkomen dat veel ligplaatshouders zouden vertrekken naar een andere haven.
Zicht op de jachthaven, met in groen de plek van de houseboats, en geel het parkeerterrein ten behoeve van de jachthaven
2.2
Het plan Mede gelet op de bedrijfsresultaten en omstandigheden als hierboven omschreven, is nagedacht hoe aanvullende inkomsten gegenereerd kunnen worden. De gedachte is dat de consument steeds meer op zoek is naar iets bijzonders. Een houseboat kan als zodanig worden gezien. Een houseboat is een nieuw product dat kan worden omschreven als een drijvende recreatiewoning. Er zijn meer voorzieningen aan boord dan een traditioneel recreatievaartuig en ook de ruimte is groter. "Het is bedoeld voor verblijfsrecreatie voor enkele dagen tot 1 of 2 weken." Aan één van de steigers zijn daarom 6 van deze houseboats geplaatst ten behoeve van recreatief verblijf. Er is dus sprake van wisselend gebruik. Verhuurd vindt plaats via de toeristische organisaties La Mare en Havenlodge. Aan deze steiger bevonden zich eerder circa 20 zeilschepen, bedoeld voor charter. Dit waren schepen van ligplaatshouders die door Jachtservice/Jachtcharter LeBelle werden verhuurd. In korte tijd slonk deze chartervloot als gevolg van bovengenoemde factoren tot nihil. De houseboats zijn allen voorzien van een CE-keurmerk vaartuig met de daarbij behorende veiligheidseisen.
11
Hoewel het plan strijdig is met het bestemmingsplan, wordt overwogen dat er toch aan meegewerkt kan worden. Het gaat om een functie die in het verlengde ligt van de jachthaven, waar het immers ook gaat om dag- en verblijfsrecreatie. Het aantal boten (6) is zodanig gering in relatie tot de reguliere boten (maximaal 500), dat het effect nihil is en de houseboats als het ware opgaan in het geheel. Er wordt verder een toeristische voorziening toegevoegd aan het toeristisch-recreatief aanbod van Volendam. Het biedt in zoverre een meerwaarde, nu ook toeristen die niet over een boot beschikken, de ligging aan het open water kunnen beleven en eventueel watersport kunnen bedrijven. Zeker omdat de kosten van aanschaf en onderhoud van een boot niet voor iedereen financieel mogelijk is, gaat het om een waardevolle toevoeging qua beleving. Meerwaarde ontstaat ook omdat toeristen op de houseboats eerder genegen zijn aan land te gaan en horeca en winkels te bezoeken. De ruimtelijke uitstraling van de houseboats kan gelijk gesteld worden met een gemiddeld recreatievaartuig, zowel qua oppervlakte als hoogte. Wel zal het aantal gemaximaliseerd moeten worden, zodat de jachthaven wel primair als zodanig herkenbaar en in gebruik blijft. Het gaat dus om een voor de jachthaven eenmalige toevoeging. De boten hebben allen een gelijke hoogte (max 3 m), lengte (max 13,5 m) en breedte (max 4,5 m).
Zie tekening navolgende pagina. Het uiterlijk verschilt wel onderling. Dit is een kwestie van welstand. Voor de boten zal nog een omgevingsvergunning worden aangevraagd, waarbij dit aspect nader getoetst kan worden.
Foto’s huidige situatie Er is voorts voldoende parkeergelegenheid. Tijdens de aanleg is er een groot terrein met vervuilde ondergrond afgedekt, waarop een ruimte voor 450 parkeerplaatsen is
12
aangelegd. De ervaring leert dat op dagen van topdrukte maximaal 70% van deze plaatsen gebruikt wordt door ligplaatshouders. Daarnaast komen de gasten van de houseboats vaak met het openbaar vervoer. Na plaatsing van de eerste boot is er een afvoerleiding aangelegd naar het bestaande rioolsysteem. Afvoeren verliep echter door middel van vrij verval, wat niet altijd goed bleek te werken. Naderhand is er een systeem aangelegd met twee opvangputten die onder druk afvalwater afvoeren richting het bestaande riool. De schepen zijn op dit systeem aangesloten met afkoppelbare bajonetaansluitingen. Er is geen gas aan boord van de schepen en voor het electra worden de bestaande Euro stekker aansluitingen van de ligplaatsen gebruikt. De locatie ligt binnen Natura 2000-gebied. De wezenskenmerken van dat gebied worden echter niet onevenredig aangetast en het plan staat de instandhoudingsdoelstellingen niet in de weg. Zie hiervoor in detail een uitgevoerde voortoets en paragraaf 4.3.2. Het plan past tot slot binnen zowel de Omgevingsvisie als de Toeristische visie van de gemeente (2015). Zie verder paragraaf 3.5.5. Het gaat zodoende om een ruimtelijk en toeristisch gewenst initiatief en er kan aan worden meegewerkt. In navolgende hoofdstukken wordt getoetst of het plan ook past binnen het ruimtelijk relevante beleid van diverse overheden en milieu-en omgevingsaspecten.
Situatieschets, plattegrond en aanzichten, getekend Q-Fresco 13
3 3.1
Beleidskader Algemeen Planologische besluitvorming dient te passen binnen de ruimtelijke kaders die ontworpen worden op alle verschillende overheidsniveaus. Ter verkenning van de beleidsruimte wordt daarom in dit hoofdstuk het ruimtelijk (relevante) beleid weergegeven.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie 2021 De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en per 1 januari 2021 in werking getreden. De NOVI vervangt vanaf dat moment de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actievere Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en economisch groeipotentieel; 3.
sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemd in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie ook paragraaf hierna.
14
Beoordeling en conclusie Er zijn geen nationale belangen in het geding/ relevant voor dit plan. Dit behoudens nationaal belang 13: zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit belang is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, zie hiervoor paragraaf 3.2.3. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen van nationaal belang uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. De volgende onderwerpen worden in het Barro genoemd: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Deze onderwerpen worden in het Barro exact ingekaderd en begrensd. Per project worden regels gegeven die gemeenten direct of indirect (via provincies) moeten laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Het nationale belang dat het stellen van regels voor deze onderwerpen rechtvaardigt, is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
Beoordeling en conclusie Het plan valt niet binnen de reikwijdte van één van de andere onderwerpen uit het Barro (de haven valt geheel buiten het IJsselmeergebied). Er zijn hierin daarom geen regels opgenomen die van belang zijn voor het onderhavige plangebied. Het plan is hierdoor niet strijdig met het Barro.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Het laatste nationale belang, zorgvuldige afweging, is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening. De regeling komt er op neer dat van bepaalde ontwikkelingen nut en noodzaak dient te worden aangetoond. Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de
15
ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt verstaan is in het Bro opgenomen en verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaat het Bro een ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Niet elke ontwikkeling van stedelijke aard wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder.
Uit enkele uitspraken (zie onder meer 201308263/2/R4 en 201302867/1/R4- 201501297/1/R4) blijkt dat plannen tot 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling zijn aan te merken. Een uitbreiding van een bedrijfsgebouw met 400 m² wordt ook niet gezien als geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 23 april 2014; ECLI:NL:RVS:2014:1442 en dat geldt ook voor de uitbreiding van een kantoor met 540 m² (ABRvS 24 augustus 2016; ECLI:NL:RVS:2016:2319). Ook inpandige functiewijzigingen zijn in beginsel niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. Zie onder meer een uitspraak van de ABRvS van 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2316) of de uitspraak van de ABRvS van 21 januari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:96) inzake een functiewijziging van een restaurant. Uitzondering hierop vormt een ontwikkeling waarvan de aard en impact zodanig substantieel is dat deze aanleiding geeft de ontwikkeling wel als stedelijke ontwikkeling te merken. Een functiewijziging naar een hotel met 160 kamers is daar een voorbeeld van (ECLI:NL:RVS:2016:1064). Beoordeling en conclusie Onderhavig plan betreft het realiseren van 6 houseboats. Wanneer dit wordt afgezet tegen een plan van 11 woningen, dat niet als stedelijke ontwikkeling is aan te merken, dan valt ook zeker dit plan niet als zodanig aan te merken. Bovendien is geen sprake van nieuw ruimtebeslag, nu er ter plaatse ook recreatievaartuigen permanent mogen liggen.
Dit plan is gezien de jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. Zodoende kan een toets aan de Ladder achterwege blijven.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een
16
basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond.
Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: 1 Leefomgeving a Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt; c Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 2 Gebruik van de leefomgeving a Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor.
Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. 3 Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren.
17
1. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. 3. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Beoordeling en conclusie Het voorliggende initiatief voorziet in het plaatsen van 6 houseboats, geschikt voor wisselend recreatief nachtverblijf. Geconcludeerd wordt dat het initiatief niet in strijd is met de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie NH2050. 3.3.2
Omgevingsverordening NH2020 Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd, meest recentelijk op 1 januari 2023. Hierin zijn 21 provinciale verordeningen samengevoegd, waaronder ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Het plangebied ligt volgens de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 in het ensemble Waterland. De beleving van een doorlopende ruimte overheerst. Deze openheid is vanaf de (zee)dijken erg goed te ervaren. In het gebied is nauwelijks sprake van opgaand groen. Beplanting langs wegen komt nauwelijks voor. Dit versterkt de openheid aanzienlijk. De openheid in Waterland is zeer kwetsbaar omdat bijna elke ruimtelijke ingreep zichtbaar is in het vlakke land.
Door de onregelmatige verkaveling, het ontbreken van opgaande begroeiing in combinatie met de open vlakken van de dieën is het landschap uitermate afwisselend en aantrekkelijk maar tegelijk zeer open en ruimtelijk, als een oneindig landschap. De meest prominente ruimtelijke dragers zijn de randen zoals de lange structuur van de Waterlandse Zeedijk (Uitdammerdijk en de Zeedijk langs de Gouwzee). De kernkwaliteiten zijn de openheid, de militaire werken (hoofdverdedigingswerken, forten en liniedijken) en het strategisch landschap (schootsvelden, accessen, verboden Kringen en Kringenwetwoningen) en het watermanagementsysteem (inundatievelden, dijken, inlaatsluizen en dammen).
18
De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: − bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek − bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en − helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Ruimtelijke kwaliteit is onder meer gebaat bij: het aansluiten bij het landelijke karakter van de linten en kernen. − Situeer nieuwe bebouwing binnen of aan de rand van bestaande kernen of bebouwingslinten. − Ontsluit kavels individueel en laat ze direct aansluiten op het lint; dus geen nieuwe woonbuurten aan de linten. − het vrijhouden van het zicht op de Markermeerdijk vanuit het ensemble. − situeer geen nieuwe bebouwing of opgaande beplanting direct aan de dijk, houd de dijk vrij in het zicht. Beoordeling en conclusie Met onderhavig plan wordt de openheid niet aangetast, omdat deze er nu ook al niet is c.q. hooguit in theorie. Er is al een steiger aanwezig waar boten kunnen worden afgemeerd van vergelijkbare omvang en hoogte (zo niet hoger). Van strijd met de Omgevingsvisie is geen sprake. Het plan is zoals aangegeven voorts niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. De provincie hanteert voor het begrip stedelijke ontwikkeling namelijk hetzelfde begrip als het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1).
De voorliggende locatie valt voorts niet binnen de werkingsgebieden landelijk gebied en Bijzonder provinciaal landschap.
Uitsneden Provinciale omgevingsverordening, landelijk gebied Artikel 6.62 Klimaatadaptatie is relevant: De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op:
19
a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; d. watertekort; e. verzilting; en f. verslechtering van de ecologische en chemische waterkwaliteit.. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de in het tweede lid omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Het is bij een plan als deze evenwel niet goed mogelijk om in te gaan op overstromingsrisico, watertekort, verzilting e.d.. Het plan past zodoende binnen de Omgevingsverordening.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Strategische Agenda Toerisme in de MRA 2025. Bezoekers (nationaal, internationaal, zakelijke en leisure) aan de metropoolregio Amsterdam (MRA) zorgen momenteel voor een toegevoegde waarde (incl. bestedingen) van 11 miljard euro per jaar. Verder zijn er circa 80.000 mensen in de MRA werkzaam in de toeristische sector. Groei van toerisme is economisch gezien belangrijk voor de MRA; echter toerisme geeft ook druk op de leefbaarheid van bewoners en bedrijven. Met de Strategische Agenda en bijbehorend Actieprogramma willen de overheden binnen de MRA gezamenlijke doelen stellen voor 2025 voor (de duurzame) groei van toerisme. Deze doelen vereisen een regionale inzet en/of afstemming. De doelstellingen zorgen voor meer samenwerking, betere afstemming en een gezamenlijke focus. De hoofddoelstellingen zijn: 1. In 2025 is het aantal internationale bezoekers dat een bezoek brengt aan de MRA (gemeten in hotelovernachtingen) gegroeid met 25% ten opzichte van 2013. Het aantal nationale bezoekers dat een bezoek brengt aan de MRA is gegroeid met 25% ten opzichte 2015. 2. In 2025 is het aantal internationale bezoekers dat naast Amsterdam ook een bezoek brengt aan een locatie elders in de MRA gestegen met 67% ten opzichte van 2015. Als in 2015 dus drie van de tien bezoekers een bezoek brengt aan de regio, moet dit in 2025 zijn toegenomen tot vijf van de tien. 3.
In 2025 is het aantal recreatieve/toeristische activiteiten die inwoners van de MRA binnen de MRA ondernemen met 25% gegroeid ten opzichte van 2015. 4. In 2025 is het totaal aantal zakelijk bezoekers van beurzen en congressen in de MRA gegroeid met 30% (gemeten in de som van het totale aantal zakelijke bezoekers [congres*aantal dagen*aantal bezoekers] ten opzichte van 2015. Beoordeling en conclusie Dit infinitief draagt bij aan het stimuleren van het toerisme, alsook de gewenste groei.
20
3.4.2
Metropoolregio Amsterdam, Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige Metropool 2020-2024 (MRA Agenda 2.0) De metropoolregio omspant het daily urban system van Amsterdam, ruwweg het gebied waarbinnen het meeste dagelijkse woon-werkverkeer plaatsvindt. Binnen dit gebied zijn er op allerlei terreinen – bereikbaarheid, arbeidsmarkt, woningmarkt – onderlinge afhankelijkheden. Wat de ene gemeente doet, heeft invloed op de andere. Het internationale succes van de stad Amsterdam – die tegenwoordig steevast hoog op de lijstjes van 'global cities' prijkt – zorgt voor groei van werkgelegenheid waar de hele regio van profiteert. Tegelijkertijd versterkt dit succes een aantal grote en complexe opgaven waar de metropoolregio voor staat. De woningmarkt staat onder hoogspanning, de tekorten op de arbeidsmarkt lopen op, op diverse plekken zorgt toerisme voor overlast en verminderde leefbaarheid, het mobiliteitssysteem heeft haar grenzen bereikt en de sociaaleconomische verschillen binnen de regio groeien. Daarbovenop komen nog de transitieopgaven, die net zo urgent, complex en omvangrijk zijn.
Door de Metropoolregio Amsterdam (een samenwerkingsverband tussen de gemeenten en provincies in de noordvleugel van de Randstad) is daarom onderkend dat voor het werken naar de toekomstige metropolitane strategie - strategie om de (noordelijke) Randstad op termijn concurrerend te maken met grootstedelijke gebieden als Parijs en Londen - Schiphol en de regio elkaar nodig hebben. Om deze binding te bevestigen wordt een convenant opgesteld dat de onderlinge relaties regelt en waarin reeds lopende trajecten worden meegenomen. De gezamenlijke ambitie richt zich op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Daarbij zijn twee principes leidend: 1. toekomstbestendige metropool 2. evenwichtige metropool Hiertoe zijn vier opdrachten geformuleerd die moeten bijdragen aan de totstandkoming van die leidende principes, te weten: • Opdracht 0: De samenwerking verder versterken; • Opdracht 1: Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone economie; • Opdracht 2: Bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken; • Opdracht 3: Vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem.
• Vervolgens zijn deze opdrachten uitgewerkt in een aantal ambities, uitvoeringslijnen en specifieke doelen. Edam-Volendam ligt binnen de MRA binnen de regio Waterland. De regio Waterland is een karakteristiek gebied met een enorme recreatieve en toeristische aantrekkingskracht op binnen-en buitenland, een veelheid van woonmilieus en ondernemerszin. De rust en ruimte van het polderlandschap en dijken, haar vele fiets- en vaarroutes, havens en natuurlandschappen en rijkdom aan water- en weidevogels dragen daaraan bij. Daartussen de vele historische (lint)dorpen en monumentale stadscentra
21
zoals Monnickendam en vestingsteden Purmerend en Edam. Dagtoerisme, het ‘oude Holland’ met haar klederdrachten in Volendam en Marken en werelerfgoederen de Beemster en de Stelling van Amsterdam. Deze karakteristieke waarden worden gecombineerd met alle denkbare woonmilieus, van stads tot dorps en landelijk wonen, het meest intensieve busnetwerk en ruimte voor ondernemen, van agrarisch tot industrieel. Beoordeling en conclusie Dit plan draagt bij aan de verbreding van het toeristisch aanbod.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Omgevingsbeleidsplan 2016-2020 Het Omgevingsbeleidsplan bevat het beleid omtrent de taken van de gemeente met betrekking tot het omgevingsrecht: wat is de visie op de omgeving, hoe wordt er getoetst, hoe vindt het toezicht plaats en hoe wordt er gehandhaafd? Dit omgevingsbeleidsplan is nog geldig. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het Omgevingsbeleidsplan in 2019 verlengd. Het eerste deel gaat over de kwaliteit van de leefomgeving; het tweede deel over het proces omtrent vergunningverlening, handhaving en toezicht. Omgevingskwaliteit gaat hand in hand met klimaat en duurzaamheid. De gemeente wil deze verbinding leggen, niet alleen om een bijdrage te leveren aan de eigen leefomgeving, maar eveneens om een bijdrage te leveren aan een duurzame wereld. De gemeente zet zich in om schadelijke activiteiten tegen te gaan en positieve activiteiten te stimuleren. Duurzaamheid is een belangrijk item. Het zestal speerpunten dat in het huidige programma is opgenomen, zal worden doorgezet, namelijk: 1. Duurzame ruimtelijke ontwikkelingen; 2. Duurzame bouw (nieuwbouw en bestaande bouw); 3. Energiebesparing; 4. Eigen organisatie; 5. Duurzame mobiliteit, en 6. Duurzaam ondernemen. Op bovenstaande thema's wil de gemeente een actief beleid voeren.
Bij het onderwerp duurzame bouw wil de gemeente (deels) voorlopend zijn, en in de eigen organisatie eveneens (deels) voorlopend en innovatief. Zie navolgende paragraaf voor de beoordeling en conclusie met betrekking tot duurzaamheid. Beoordeling en conclusie Alle houseboats zijn gasloos, hetgeen bijdraagt aan het verminderen van het gebruik aan fossiele brandstoffen. Alle verlichting is LEDverlichting en op de haven wordt zoveel mogelijk gas bespaard, onder meer door elektrische boilers etc.
22
3.5.2
Omgevingsvisie Edam- Volendam In Edam-Volendam heeft de gemeente voor onze leefomgeving nu veel verschillende visies over uiteenlopende onderwerpen. Dat is onoverzichtelijk en gaat ten koste van de samenhang. De gemeente wil dat het beleid simpel en overzichtelijk wordt, met minder regels en meer ruimte voor initiatief. Daarom maakt de gemeente één visie voor alle onderwerpen die met de leefomgeving te maken hebben: de omgevingsvisie. Het invoeren van de omgevingsvisie is voor elke gemeente verplicht. Hoe die visie eruit ziet en wat er precies in staat, dat is vrij. Daarom wil de gemeente dat de omgevingsvisie aansluit op wat de gemeente belangrijk vindt in Edam-Volendam. Met het invoeren van de omgevingsvisie wil de gemeente in ieder geval de drie volgende dingen bereiken: Een goede leefomgeving in Edam-Volendam Iedereen in de gemeentemoet zich prettig voelen. Kinderen moeten veilig buiten kunnen spelen, jongeren en ouderen hebben een goede plek nodig om te wonen en er is zorg voor elkaar. Toeristen zijn welkom maar tegelijkertijd moeten onze bewoners op een fijne manier kunnen wonen en werken. Het is de taak van de gemeente om hiervoor te zorgen. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente hoe de leefomgeving op een goede manier beheer, beschermd, gebruikt en ontwikkeld kan worden.
Duidelijke visie voor de toekomst van Edam-Volendam Met elkaar moeten we bepalen wat belangrijk is voor onze toekomst. Hoe gaan we om met vergrijzing? Hoe maken we onze gemeente duurzaam en toekomstbestendig? Hoe gaan we om met het tekort aan woningen in de regio? Hoe houden we droge voeten terwijl de bodem daalt? Hoe zorgen we voor een goede toekomst voor onze bedrijven en boerderijen? Deze vraagstukken kunnen niet los van elkaar worden gezien. Ruimte voor initiatief De gemeente is rijk aan ondernemende mensen, verenigingen en bedrijven. De gemeente wil daarvoor voldoende mogelijkheden en goede dienstverlening blijven bieden. De omgevingsvisie geeft een duidelijke richting aan om samen te werken aan een goede leefomgeving. Daarbij wordt ruimte gegeven aan initiatieven die deze koers ondersteunen. Samen, uitnodigend, simpel, servicegericht en met ruimte voor maatwerk en overleg. Beoordeling en conclusie Het gaat om een lokaal initiatief, die bijdraagt aan het toeristisch-recreatief voorzieningenniveau, hetgeen in overeenstemming is met de doelstellingen van de Omgevingsvisie.
3.5.3
Onze Economische Toekomst 2040 Het Economisch Platform, ondernemers, het onderwijs en de gemeente zijn samen een bijzonder traject gestart: Onze Economische Toekomst 2040. In dit traject bepalen deze partijen de uitgangspunten voor de economie richting 2040. Wat worden de
23
topsectoren in 2040? Waar onderscheiden de partijen zich in? Hoe zorgen de partijen ervoor dat het onderwijs en ondernemen nog beter op elkaar zijn afgestemd? De 10 Ambities Het Economisch Platform, ondernemers, het onderwijs en de gemeente hebben ‘10 ambities voor 2040’ vastgesteld, met daarbij concrete projecten. Voor dit plan is met name de volgende ambitie relevant: IN 2040 STAAN WIJ NATIONAAL EN INTERNATIONAAL BEKEND OM ONZE GASTVRIJHEID We willen onze bezoekers een onvergetelijke beleving bieden. Tegelijkertijd moet toerisme niet ten koste gaan van de leefbaarheid. De partijen gaan daarom samen op zoek naar hoe we willen omgaan met toerisme. Marketing, ruimtegebruik, en gastheerschap spelen hierin een belangrijke rol. Beoordeling en conclusie Dit plan draagt bij aan een verbetering en verbreding van het toeristisch-recreatief aanbod en past zodoende binnen voornoemde visie.
3.5.4
Toekomstvisie nieuwe gemeente Edam-Volendam, Samen meer kwaliteit (10 november 2014) Voor de nieuwe gemeente Edam-Volendam is een toekomstvisie opgesteld waarin onder andere het toerisme aan bod komt. Hieronder worden de relevante alinea’s geciteerd. “Wij zijn straks een gemeente met zowel een dynamisch verstedelijkt gebied als een landschappelijk waardevol buitengebied. Deze twee vullen elkaar heel goed aan. Dit betekent onder andere dat het toeristisch-economisch beleid, dat voor Edam-Volendam al heel belangrijk is, straks in de nieuwe gemeente een impuls kan krijgen door de kwaliteiten en mogelijkheden die het cultuurhistorisch waardevolle veenweidelandschap van Zeevang biedt daar aan toe te voegen. Ook de ligging van de nieuwe gemeente aan het Markermeer biedt, mede vanwege de onderhanden dijkverzwaring, mogelijkheden voor versterking van het toeristisch-recreatieve product”. Zie verder navolgende paragraaf.
3.5.5
Toeristische visie Edam-Volendam, Op weg naar meer kwaliteit, 2015 De gemeente zet met de toeristische visie in op het verhogen van de kwaliteit van ons toeristisch product en een betere spreiding van bezoekers. Dit doet de gemeente door het bestaande toeristische product − te verbeteren (onderhoud decor en tradities); − te vernieuwen (onze geschiedenis als inspiratiebron); − te verbinden (maak van parels een ketting). We ambiëren een kwaliteitsslag in het toeristische product met als gevolg dat dit ook een andere doelgroep of groepen aantrekt. Dit willen we realiseren door in Edam, Volendam en in het poldergebied (Zeevang) een interessant, aantrekkelijk en kwalitatief goed toeristisch product te bieden.
24
De focus in Volendam ligt op het upgraden/ moderniseren van het toeristisch product Toerisme is economisch en maatschappelijk van belang voor zowel Edam als Volendam als Zeevang. De focus voor de verdere toeristische ontwikkeling van de gemeente ligt eerder op kwaliteit dan op kwantiteit. Tegelijkertijd dient rekening te worden gehouden met de leef-kwaliteit van bewoners binnen de toeristische gebieden. Naast het verbeteren van het bestaande toeristische aanbod kunnen in Edam, Volendam en Zeevang ook nieuwe bouwstenen aan het toeristisch product worden toegevoegd. Een expliciet doelstelling is voorts het aantal overnachtingen t.v.b. verblijfsrecreatie te verhogen. Met de aantrekkelijke ligging aan het water, het imago van Volendam als vissersdorp, de charmante grachten in Edam en ook Zeevang met zijn ligging aan het Markermeer, heeft de gemeente Edam-Volendam kansen om meer watertoerisme aan te trekken. Er bestaat echter een grote concurrentie van andere, goed geoutilleerde, aantrekkelijke havensteden in de nabije omgeving, zoals Medemblik en Monnickendam. Het contact met en de beleving van het water door de toerist kan veel meer worden versterkt.
Het slechts in beperkte mate kunnen ervaren en beleven van Volendam als voormalig vissersdorp en als dorp aan het water, het slechts in geringe mate gebruiken van het water in de promotie, het onvoldoende benutten van de grachten in Edam, zijn aanknopingspunten om het watertoerisme te verbeteren en te vergroten. Er zijn genoeg Unique SellingPoints met de Volendammer Kwakken (grote botters die alleen in Volendam voorkwamen), de charmante Edamse grachten, de strategische, bereikbare ligging van de Volendamse haven en de toekomstige nieuwe steiger voor de Bruine Vloot in Zeevang. Om watertoerisme aantrekkelijk te maken zijn goede havenfaciliteiten noodzakelijk. Met de havenfaciliteiten in zowel Edam als Volendam is het echter matig gesteld. Voorzieningen als voldoende stroom en een bunkerstation (tankstation) zijn niet aanwezig en daarnaast zijn volgens het onderzoek de sanitaire voorzieningen in Edam onvoldoende. Uit de online enquête is tevens gebleken dat voor zowel ondernemers als raadsleden het verbeteren van de havenfaciliteiten de belangrijkste prioriteit is voor toerisme in Volendam. Met het opknappen van de havenfaciliteiten stimuleert Volendam het toerisme door de aantrekkelijkheid van het dorp voor bezoekers per boot (de Bruine Vloot en pleziervaart) te verbeteren.
Hierdoor wordt de levendigheid in de haven gestimuleerd en worden meer associaties met een voormalige vissershaven gecreëerd. Beoordeling en conclusie Het plan past op meerdere manieren binnen de Toeristische Visie. Er wordt een nieuwe, moderne voorziening toegevoegd aan het toeristisch aanbod en het wordt voor gebruikers mogelijk het waterfront van Volendam te beleven. In direct wordt bijgedragen aan het verbeteren van de havenfaciliteiten. Immers, met het plan kunnen inkomsten worden gegenereerd die vervolgens in beheer, onderhoud en verbetering van de havenfaciliteiten kunnen worden geïnvesteerd. Tot slot wordt invulling gegeven
25
aan de doelstelling de sector verblijfsrecreatie te laten groeien, teneinde de kwaliteit van het toerisme te verhogen (langduriger verblijfstoerisme). 3.5.6
Welstandsnota (2017, 2020) Het welstandsbeleid van de gemeente Edam-Volendam is neergelegd in de Welstandsnota. Op 4 mei 2020 is deze welstandsnota opnieuw vastgesteld. Bij deze actualisatie zijn de welstandsnota’s Edam-Volendam en Zeevang (inclusief de onderdelen die de afgelopen jaren als welstandskader zijn ontwikkeld) in het kader van de harmonisatie van beleid bij elkaar gebracht tot één nota. Daarnaast is de begrenzing van de welstandsgebieden in overeenstemming gebracht met de begrenzing van de gebieden in de bestemmingsplannen. Beoordeling en conclusie Het plan zal moeten voldoen aan de welstandsnota; op voorhand zijn hier geen belemmeringen te verwachten. Een en ander wordt nader getoetst op het moment van aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
3.5.7
Erfgoedverordening gemeente Edam–Volendam 2018 Op 22 juni 2018 is “Erfgoedverordening gemeente Edam-Volendam in werking getreden. Onderhavige erfgoedverordening regelt de status van gemeentelijke monumenten via het bestemmingsplan. Naast een vergunning–procedure ingevolge de Wabo voor rijksmonumenten wordt het bestemmingsplan als instrument gebruikt om het gemeentelijk cultureel erfgoed te beschermen. Dit cultuurgoed krijgt via een dubbelbestemming “Waarde–Edams–Volendams erfgoed” (WR-EV) een vaste positie binnen het bestemmingsplan. Hierdoor worden de ruimtelijke kwaliteiten op het gebied van cultuuren architectuurhistorie, alsmede landschap integraal bewaakt. Het nieuwe aan dit planologische erfgoedregime is, dat het systeem ontwikkelingsgericht is vanwege duidelijke richtlijnen voor toekomstig gebruik en dat er een koppeling wordt gemaakt met de Erfgoedverordening. Mede hierdoor wordt er als het ware een koppeling gelegd tussen de Wet ruimtelijke ordening, de wetgeving inzake erfgoed, de Woningwet en de Wabo, zodat een dekkend, meer integraal regime ontstaat. Het voordeel van een dergelijk systeem is, dat door de koppeling van het bestemmingsplan aan de Erfgoedverordening een integrale bescherming mogelijk is in tegenstelling tot de traditionele fragmentarische en objectgerichte aanpak.
In de Erfgoedverordening zijn gradaties in beschermingsniveaus opgenomen, te weten: − karakteristiek waardevol bouwwerk; − beeldbepalend bouwwerk; − stolp; − waardevol cultuurhistorisch element; − cultuurhistorisch attentiegebied.
26
Het gemeentelijk monumentenbeleid van Edam-Volendam wordt daarmee beheerst door: − de Monumentennota met een gemeentelijke Cultuurwaardenkaart; − de eerder genoemde Erfgoedverordening; − de uitwerking in het bestemmingsplan. Beoordeling en conclusie Het plangebied beschikt niet over aangewezen monumentale waarden, noch de omgeving.
3.5.8
Duurzaamheidsagenda Edam-Volendam 2018-2022 Op 11 juli 2017 is de Duurzaamheidsagenda "Verantwoord vooruit" van de gemeente Edam-Volendam voor 2018-2022 vastgesteld. In deze agenda heeft de gemeente kernwaarden geformuleerd en de missie van de gemeentelijke organisatie, die een leidraad vormen voor de beleidsvorming en -uitvoering. Het gaat om de volgende waarden: • Verbinden: Door het bewust inzetten van participatie in beleidsvorming, maar ook in de nadere uitwerking en uitvoering van concrete duurzame maatregelen; • Leiderschap: De gemeente geeft nadrukkelijk aan welke doelstellingen behaald dienen te worden en met welke maatregelen daar uitvoering aan wordt gegeven; • Wendbaarheid: Om in te kunnen haken op het snel veranderende duurzaamheidsbeleid en -wetgeving, net als de technische ontwikkelingen. Hiervoor is maatwerk en wendbaarheid nodig; • Vertrouwen: De gemeente poogt bedrijven, burgers, boeren en maatschappelijke organisaties ruimte te bieden om dit naar eigen verantwoordelijkheid in te vullen; • Ondernemend en betrokken: Door samen te werken met verschillende partijen, worden initiatieven gefaciliteerd en bewustwording ondersteund. Vervolgens is er door een aantal samenwerkende bureaus een verkenning uitgevoerd, waaruit een vijftal thema's zijn gerold: 1. energie; 2. circulaire economie; 3. klimaatadaptatie; 4. duurzaam toerisme; 5.
duurzame gemeentelijke organisatie. Per thema zijn vervolgens enkele concrete maatregelen beschreven waarmee de gemeente op korte termijn aan de slag gaat. In het kader van voorliggende ontwikkeling zijn met name thema 1 'energie' en thema 3 'klimaatadaptatie' relevante aspecten. Binnen thema 1 beschrijft de gemeente de ambitie om een energieneutrale gemeente te zijn. Hiertoe zijn drie doelen geformuleerd: energieverbruik besparen, duurzaam opwekken of compenseren.
27
Voor thema 3 beschrijft de gemeente dat de strategie is goed samen te werken met de Provincie en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (Regionaal Deltaplan en Waterprogramma) om te komen tot goede waterberging en buffering, zodat bij te veel/te weinig water adequaat gereageerd kan worden. Hiertoe heeft de volgende maatregelen geformuleerd: • Opstellen verbreed GRP. • Opstellen klimaatrisicokaart kosten-batenanalyse en mogelijke maatregelen (eventueel in samenwerking met het Hoogheemraadschap). • Klimaatadaptatie integraal onderdeel maken van de planvorming en (her)inrichting van de gemeente. Dit betekent dat meer ruimte voor water en groen expliciet opgenomen worden in inrichtings-, beheers- en beleidsplannen, waaronder het bestemmingsplan. • In de prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties vastleggen welke bijdrage zij leveren aan het klimaatbestendig maken van de gemeente en de kwaliteit van wonen van hun huurders. • Duidelijk maken wat burgers zelf kunnen doen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Communicatie en tegengaan van ‘verstening’ via een ‘’groen voor grijs prijs’’ voor tuinen en daken. Beoordeling en conclusie Zie voor duurzaamheid eerder dit hoofdstuk, o.a. paragraaf 3.5.1, alsook hoofdstuk 2. 3.5.9
Beleidsnota archeologie gemeente Edam-Volendam In de gemeentelijke Beleidsnota Archeologie zet de gemeente Edam-Volendam uiteen op welke wijze de gemeente, naar aanleiding van de herziening van de Monumentenwet 1988 in 2007, verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen bodemarchief. Door de wetsherziening zijn gemeenten wettelijk verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij bodemingrepen van enige omvang plaatsvinden, het behoud van archeologische waarden af te wegen tegen andere belangen. Beoordeling en conclusie In dit bestemmingsplan zijn archeologische dubbelbestemmingen opgenomen overeenkomstig de bevindingen in dit beleid en overeenkomstig het geldende bestemmingsplan.
3.5.10
Groenbeleidsplan Edam-Volendam 2020-2024 In februari 2020 is het Groenbeleidsplan 2020-2024 Edam-Volendam uitgebracht om inzicht te geven in wat de gemeente wenst de doen met het aanwezige groen en welke kwaliteitsslag zij daarbij wil maken. In het plan staan visies en ambities geformuleerd ten aanzien van de groenthema's identiteit, klimaat, participatie, biodiversiteit en beheer en onderhoud. Het doel van de gemeente is om in de openbare ruimte meer groen toe te voegen. Bij deze ambitie voor meer groen geldt dat de toekomstbestendigheid van het groen een absolute voorwaarde is. Indien er geen of onvoldoende ruimte is voor groen, worden alternatieven toegepast voor vergroening zoals waterdoorlatende verharding, het vergroten van de riolering, het gebruik van schaduwdoeken en het toepassen van waterpleinen.
28
Beoordeling en conclusie Op onderstaande afbeelding is de kaart behorende bij het Groenbeleidsplan te zien. Op de kaart behorende bij het Groenbeleidsplan is te zien dat er voor het plangebied geen bijzondere regels en ambities van toepassing zijn.
Kaart Groenbeleidsplan met plangebied in rode cirkel 3.5.11
Verkeersplan 2018-2023 en parapluplan parkeren Het Verkeersplan is een beleidsplan op hoofdlijnen voor de periode 2018-2023. Het plan dient als toetsingskader om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Aan de hand van zes thema’s worden doelen geformuleerd: 1. netwerk en verkeersveiligheid fiets; 2. verkeersveiligheid voetganger; 3. gedrag en handhaving; 4. wegencategorisering auto; 5. parkeren binnen Edam; 6. parkeren binnen Volendam. Relevant voor dit plan is met name het thema parkeren binnen Volendam: Voor de korte termijn (5 jaar) zijn de doelen: beter benutten parkeerplaatsen voor iedereen in en rond het centrum zonder overlast voor aangrenzende gebieden: 1. bewoners een plaats dicht bij huis, vooral ’s avonds en het weekend 2. bezoekers loopafstand van de winkel, vooral overdag en het weekend -
alternatieven moeten aantrekkelijk zijn (fietsenstallingen)
29
-
beter benutten parkeerplaatsen voor iedereen in en rond het centrum zonder overlast voor aangrenzende gebieden: 1. bewoners een plaats dicht bij huis, vooral ’s avonds en het weekend 2. bezoekers loopafstand van de winkel, vooral overdag en het weekend
-
alternatieven moeten aantrekkelijk zijn (fietsenstallingen)
-
minder overlast door parkeren toeristen
Voor de lange termijn zijn de doelen: verminderen parkeerdruk waarbij ook naar bredere maatregelen wordt gezocht (meenemen technologische ontwikkelingen, deelsystemen e.d.) -
delen van het centrum zijn verblijfsgebied voor voetganger en fiets;
-
geen parkeren in het centrum door toeristen.
Onder meer wordt in het verkeersplan voorts geconstateerd dat de hoofdwegenstructuur van Edam-Volendam tegen haar grenzen aanloopt. Het verkeer is flink gegroeid en na enkele jaren van afvlakking wordt voor de toekomst weer een toename van de intensiteiten verwacht. Het bestaande wegennet kan niet veel extra verkeer meer verwerken. Daardoor ontstaan problemen met de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid. De gemeente Edam-Volendam kiest voor de realisatie van een nieuwe verbinding tussen de Dijkgraaf Poschlaan en de N247: de zogenaamde Derde Ontsluiting als structurele oplossing voor de geconstateerde verkeersproblemen. Met de aanleg van deze nieuwe verbinding kunnen de bestaande ontsluitingswegen Singelweg en Julianaweg worden ontlast, waardoor zowel de verkeersafwikkeling als de verkeersveiligheid op deze routes kan verbeteren. De meer algemene doelstellingen ten aanzien van parkeren en het voorkomen van parkeerdruk zijn in juridische zin vastgelegd in een paraplu bestemmingsplan parkeren, dat voor de gehele gemeente geldt. Beoordeling en conclusie Het plan heeft geen groot effect op de bestaande en beoogde verkeerssituatie, waardoor negatieve gevolgen van dit plan niet worden verwacht, zie ook paragraaf 4.3.5. Ook zijn de omgeving voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Het plan voldoet daarom aan het 'Verkeersplan 2018-2023’.