Toelichting bijlage 4_Archeologisch onderzoek Hoogstraat 4-8 en Nieuwehaven 68 Edam_Hollandia_februari 2019.pdf
Tekst van het document
Archeologisch bureauonderzoek Hoogstraat 2-8 en Nieuwe Haven 68 in Edam, gemeente Edam-Volendam.
HOLLANDIA reeks 722
COLOFON
Hollandia reeks nr.
722
Titel:
Archeologisch bureauonderzoek Hoogstraat 2-8 en Nieuwe Haven 68 in Edam, gemeente Edam-Volendam.
Gemeente:
Edam-Volendam
Onderzoeksmeldingsnummer Archis: 4670066100 Hoekcoördinaten:
132.114/502.781 (N) 132.123/502.740 (O) 132.072/502.720 (Z) 132.064/502.756 (W)
Auteur:
J.J. Brattinga Ma & N.C. Tuinman Ma
In opdracht van:
Gemeente Edam-Volendam W. Van der Knoopdreef 1 1132 KN Volendam
Contactpersoon opdrachtgever:
Mevr. A. Hoekstra
Wetenschappelijke leiding:
Drs. P.M. Floore
Illustraties:
J.J. Brattinga/ Hollandia Archeologen, tenzij anders vermeld
Status rapport:
februari 2019
Oplage:
6
ISSN:
1572-3151
© Hollandia archeologen, Zaandijk 2019 HOLLANDIA archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk 075 - 622 49 57 info@archeologen.com
Inhoudsopgave
Samenvatting 1. Inleiding
9
2. Onderzoeksgebied
11
3. Beleid
13
4. Doel en methode
15
5. Landschaps- en bewoningsgeschiedenis 5.1 Aardwetenschappelijke gegevens 5.2 Historische en archeologische gegevens
17 17 19
6. Gespeci ceerde archeologische verwachting
27
7. Conclusie en advies
29
Literatuur Bijlagen
Samenvatting
In januari 2019 heeft Hollandia archeologen in opdracht van de gemeente Edam-Volendam een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar een locatie met percelen waarop Hoogstraat 2-8 en de brandweerkazerne aan de Nieuwehaven 68 liggen in Edam, gemeente Edam-Volendam. Binnen het onderzoeksgebied staan nu nog een aantal huizen en loodsen. Diverse panden binnen de locatie zijn recent gesloopt na een grote brand op 13 november 2017. Op basis van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat de verwachting op het aantreffen van sporen uit de prehistorie tot en met de vroege middeleeuwen laag is. Voor de periode late middeleeuwen en de nieuwe tijd is er een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Het terrein lag in ieder geval al vanaf de late middeleeuwen binnen de stadsgrenzen en historisch onderzoek toont aan dat de locatie intensief is bebouwd en bewoond. Zo zijn op de historische kaarten meerdere bouwwerken zichtbaar en is te zien dat de Hoogstraat rond 1565 door een woonblok heen is aangelegd. Een opmerkelijk terrein binnen het onderzoeksgebied ligt in het oosten ervan. Hier heeft vanaf de 15de eeuw een deel van het St. Elizabeth Gasthuis gestaan. Op deze locatie is later het stadhuis en Lutherse kerk gebouwd en, binnen het onderzoeksgebied, de stadstimmerloods.
De rest van andere gebouwen van het gasthuis zijn in het verleden gesloopt maar resten ervan kunnen zeker nog in de grond aanwezig zijn. Dat geldt ook voor menselijke begravingen, aangezien het gasthuis een kapel bevatte. Ook kunnen er binnen het onderzoeksgebied nog resten van de middeleeuwse stadsomwalling worden verwacht. Deze zijn nog niet eerder teruggevonden. Archeologisch onderzoek in de directe omgeving toont aan dat archeologische resten binnen de historische kern van Edam direct onder het maaiveld te verwachten zijn en dat de resten, mits deze niet recentelijk zijn vergraven, over het algemeen in goede conditie verkeren. Eventuele (graaf )werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied kunnen direct gevolgen hebben voor de staat van het archeologisch bodemarchief ter plekke. Advies Er dient bij toekomstige plannen een archeologisch vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. De wijze waarop dient te worden overlegd met de bevoegde overheid, de gemeente EdamVolendam.
8
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
9
1. Inleiding In januari 2019 heeft Hollandia archeologen in opdracht van de gemeente Edam-Volendam een archeologisch bureauonderzoek naar een locatie aan de Hoogstraat en de Nieuwehaven in Edam, gemeente Edam-Volendam (afbeelding 1). Reden voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van het terrein, nadat op 13 november 2017 een aantal panden aan de Hoogstraat 4-8 door brand werd verwoest. Voor de nieuwe ontwikkeling van het gebied wordt ook het aangrenzende pand aan de Hoogstraat 2 en het terrein van de brandweerkazerne aan de Nieuwehaven 68 meegenomen. Het doel van het onderzoek is om in een vroeg stadium van de toekomstige werkzaamheden een gespeci ceerde archeologische verwachting voor het terrein te formuleren.
Afbeelding 1. Uitsnede van een topogra sche kaart (1:10.000) van Edam waarop het onderzoeksgebied is aangegeven met een gele ster. Duidelijk te zien is dat het binnen de historische kern van Edam gelegen is.
10
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
11
2. Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gelegen in de historische kern van Edam in de gemeente EdamVolendam en beslaat een terrein met percelen waarop Hoogstraat 2-8 en de brandweerkazerne aan de Nieuwehaven 68 liggen. Het terrein is ca. 1500 m2 groot en wordt aan de westzijde begrensd door de Hoogstraat en aan zuidzijde door de Nieuwehaven en daaraan grenzende bebouwing. In het noorden en oosten grenst het terrein aan tuinen en bebouwing (afbeelding 2 en 3). Binnen het onderzoeksgebied staan nu nog een aantal huizen, schuren en loodsen. Diverse panden aan de Hoogstraat 4-8 zijn recent gesloopt na een grote brand op 13 november 2017. Deze brak uit omstreeks 22:45 in snackbar ‘Het Edammertje’ en legde de naastgelegen panden (postkantoor en boekenhandel Markee en voormalig café De Boei) in de as. De gemeente heeft de afgebrande panden in maart 2018 gekocht waarna de sloop ervan begon op 2 mei 2018. Hoewel er plaatselijk hoogteverschillen bestaan door de restanten van de afgebroken gebouwen ligt het maaiveld binnen het onderzoeksgebied op ongeveer 0,50 tot 1,00 meter NAP.
Afbeelding 2: Het onderzoeksgebied, met een rood kader aangegeven en geprojecteerd op een topogra sche kaart (1:10.000) van het gebied. Aan de linker zijde van het onderzoeksgebied, langs de Hoogstraat, zijn de verbrande resten van enkele panden nog duidelijk te herkennen.
12
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
13
3. Beleid In 2015 is er een archeologische beleidsnota, gekoppeld aan een archeologische beleidskaart, opgesteld voor de gemeente Edam-Volendam (Husken & Nyst 2015). Deze zet uiteen op welke wijze de gemeente verantwoordelijkheid neemt voor het eigen bodemarchief. Op de archeologische waardenkaart ligt het onderzoeksgebied binnen de zone van de historische kern van de stad, code EdVo03 (afbeelding 3). Dit is een gebied met een zeer hoge verwachting voor archeologische sporen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. In dit gebied geldt dan ook een archeologieregime uit de tweede categorie. Dit houdt in dat er bij plannen groter dan 50 m2 en grondroering dieper dan 0,40 meter onder maaiveld (-mv) archeologisch onderzoek verplicht is.
14
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
15
4 Doel en methode Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, het karakter, de omvang, de datering, gaafheid, conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aard van de aanleiding tot het onderzoek en de vraagstelling (Welke archeologische waarden kunnen binnen het plangebied verwacht worden? En in hoeverre zullen de graafwerkzaamheden deze archeologische resten bedreigen?) zullen aanvullende gegevens verzameld dienen te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespeci ceerd verwachtingsmodel. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Edam-Volendam, kan hierop een (selectie)besluit nemen ten aanzien van (eventueel) vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium in de planvorming rekening gehouden worden met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1.
Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2. Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS3) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). 3. Relevante geologische, historische en archeologische literatuur.
16
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
17
5 Landschaps- en bewoningsgeschiedenis 5.1 Aardwetenschappelijke gegevens (naar Poulus 2010) De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Type gegevens Geologie Geomorfologie Bodemkunde
Gegevensomschrijving Hollandveen Laagpakket binnen Formatie van Nieuwkoop op Laagpakket van Wormer binnen Formatie van Naaldwijk Ontgonnen veenvlakte (code 1M46) Waardveengronden op zeggeveen, rietzeggeveen of mesotroof broekveen (kVc)
Tabel I: Aardwetenschappelijke gegevens plangebied.
Geo(morfo)logie Het plangebied maakt deel uit van de Formatie van Nieuwkoop. Binnen deze formatie bevindt het gebied zich in het Hollandveen Laagpakket (Weerts e.a. 2006). Onder dit pakket bevindt zich klei en zand: het Laagpakket van Wormer uit de Formatie van Naaldwijk (www. dinoloket.nl). Het plangebied bevindt zich in een ontgonnen veenvlakte. Bodemopbouw Vanwege de stedelijke bebouwing van Edam staat de bodem van de onderzoekslocatie niet expliciet aangeduid op de bodemkaart van Nederland (kaartblad 19-20), maar de Nieuwe haven en de Hoogstraat bevinden zich in een groter gebied van waardveengronden. Dit zijn gronden waar op de veenlaag een kleilaag is afgezet. De waardveengronden rond het plangebied worden aangeduid als kVc, ofwel waardveengronden op zeggeveen, rietzeggeveen of mesotroof broekveen (Wagenaar & van Wallenburg 1987). Het hele gebied tussen de Purmerringvaart en het Markermeer, waar Edam ook binnen ligt, heeft een grondwatertrap van II. Hierbij ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op minder dan 40 cm onder het maaiveld, en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) tussen de 50 en 80 cm onder het maaiveld. Genese van het landschap Aan het begin van het Holoceen, rond 8800 v. Chr., vond door opwarming van het klimaat een stijging van de zeespiegel plaats.
Aan de nieuw ontstane kustgebieden ontstond een systeem van strandwallen, wadden en kwelders, waarachter zich veen vormde. Tussen 3000 v. Chr. en het begin van de jaartelling hoogden de strandwallen op en stond het achterland niet meer direct in verbinding met de zee. Hierdoor trad verzoeting op en verdikte het veen. Het veen werd ontwaterd door verschillende stroompjes, onder anderen het riviertje de Ye of E. Door een combinatie van deze ontwatering en de vergrote invloed van de zee op het gebied buiten de strandwallen ontstond de Zuiderzee, toen nog Aelmere genaamd. De ontwatering had echter ook gevolgen voor de conditie van het veen. Rond 900 AD groeide het veen niet verder aan, en klonk door een combinatie van oxidatie, ontginning, ontwatering en turfwinning op plaatsen meer dan 2 meter in, tot onder NAP.
18
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Afbeelding 4: Reconstructie van de uitbreiding van de Nederzetting Edam aan weerszijden van het IJe. Het onderzoeksgebied (rode circel) hoort bij de uitbreiding tussen ca. 1357 en 1400. Duidelijk is te zien dat delen van de oost- en zuidgrens van de stad binnen het onderzoeksgebied liggen. Ook is er een inmiddels verdwenen waterloop aanwezig ter hoogte van de Hoogstraat. Bron: Boschma-Aarnoudse 2007, 18.
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
19
5.2 Historische en archeologische gegevens Historische bronnen De inklinking van het veen, zoals hierboven beschreven, leidde tot overstromingen en vanaf de 12de eeuw werd in dit gebied aan dijkbouw gedaan. Ook Edam ontstond rond een dam in de E, of IJe, in de 13de eeuw. Waarschijnlijk woonden vanaf de 10e eeuw mensen op de hoger gelegen delen van het veen (Speet 2007). De oudste vermelding van Edam is echter pas te vinden in een tekst uit 1310 (Boschma-Aarnoudse 2007). Het onderzoeksgebied ligt op een locatie die onderdeel is geweest van de uitbreiding van de nederzetting Edam na 1357. In dat jaar kreeg Edam stadsrechten en werd een verbinding tussen de Zuiderzee en de Purmer aangelegd: het latere Oorgat. Hierdoor werd Edam een belangrijke plaats op het gebied van handel, visserij en scheepvaart (Schiller & van der Zee 2005). Als logisch gevolg ontstonden in de stad een groot aantal scheepswerven. In 1357 kreeg Edam, tezamen met het graven van de verbinding naar de Zuiderzee, toestemming om een nieuwe haven aan te leggen: de tegenwoordige Voorhaven. Aan weerszijden van deze haven werden dijken aangelegd. Aan deze dijken kwamen erven te liggen die aan de achterzijde afwaterden op de latere Achter- en Nieuwehaven. Deze zijn op een afstand van 20 roeden van de Voorhaven aangelegd. De Nieuwehaven was gedeeltelijk een oude verkavelingssloot.
Op een gegeven moment is deze sloot verbreed tot ‘haven’ (Boschma-Aarnoudse 2003, 92). De aanleg van de Voorhaven zorgde voor uitbreiding van de stad naar het westen toe. Voor die tijd breidde de stad zich ook naar het noorden toe uit. Het door Floris van Alcemade gestichte St. Elisabeth Gasthuis (ca. 1400) op de oostelijke stadsgrens is een teken van deze heroriëntatie van handel en bewoning naar de zeezijde (Boschma-Aarnoudse 2003, 95). De 14de/15de-eeuwse grens van de stad heeft dus zeer waarschijnlijk aan de oostzijde van het onderzoeksgebied, aan de Gasthuissteeg, gelopen (afbeelding 4). De zuidgrens werd gevormd door de Nieuwehaven en ligt mogelijk eveneens binnen het onderzoeksgebied. In historische bronnen is sprake van aarden wallen rond de stad voordat de latere stenen verdedigingswerken in de 16de eeuw werden aangelegd. Het is echter niet duidelijk waar deze wallen hebben gelegen (Boschma-Aarnoudse 2007, 21). Mogelijk bevinden deze zich dus binnen het onderzoeksgebied. In Amsterdam zijn sporen van een 14de-eeuwse omwalling teruggevonden bij archeologisch onderzoek aan de Nieuwerzijds Armsteeg, tussen de Nieuwerzijds Voorburgwal en de Nieuwendijk (Gawronski 2012, 31). Hierbij werd een metersdikke aarden wal aangetroffen, inclusief een houten borstwering (afbeelding 5).
De vroege verdedigingswerken in Edam zijn waarschijnlijk eenvoudig geweest maar wel vergelijkbaar met die van Amsterdam, gezien de vergelijkbare stedelijke ontwikkeling in de 14de eeuw. Sporen van de aarden wallen van Edam kunnen eventueel ook nog in de grond zitten. Door de slappe ondergrond kunnen deze weggezakt zijn, zoals ook in Amsterdam het geval is geweest. Er is in Edam bovendien sprake van systematische ophogingen van het maaiveld, zoals bijvoorbeeld in de 16de eeuw bij de aanleg van het marktplein en beursgebouw Lancester. Zandschuiten uit Alkmaar en Haarlem voeren dagenlang af en aan (BoschmaAarnoudse 2007, 23). De eerste schriftelijke vermelding van serieuze verdedigingswerken in Edam dateren van 1481-’83, toen de haven werd afgepaald en er sprake is van de bouw van twee houten poorten (Bunskoeke, Boschma-Aarnoudse & Sparreboom 1998, 15). Aan de Voorhavenzijde van het perceel waarop het gasthuis stond werd in 1548 begonnen met de bouw van een nieuw stadhuis (Boschma-Aarnoudse 2007, 44). Dit kwam in 1550 gereed (afbeelding 6). In de 18de eeuw is dit echter weer gesloopt om op die locatie, aan de
20
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Afbeelding 5: Opgravingsfoto uit het centrum van Amsterdam tijdens archeologisch onderzoek in 1983 aan de Nieuwezijds Armsteeg. Hierop is een dwarsdoorsnede te zien van een aarden wal met houten pallisade/ borstwering. Deze is in de top van het pro el nog duidelijk te zien. De structuur dateert uit het begin van de 14de eeuw. Mogelijk heeft in Edam een soortgelijke aarden omwalling om de middeleeuwse stad gelegen. Aangezien het oostelijk en zuidelijk deel van het ondezoeksgebied de oude buitengrens van middeleeuws Edam is geweest kan een dergelijke structuur daar ook verwacht worden. Bron: Gawronski 2012, 31.
Afbeelding 6: Tekening van het ‘Oude Stadhuys’ te Edam. Hiermee wordt het pand met het torentje bedoeld. Dit gebouw is onderdeel van het in 1400 gestichte St. Elisabethgasthuis. Aan de linkerzijde is de Gasthuissteeg te zien. Later is op de locatie van het gasthuis en de Gasthuissteeg de Lutherse kerk gebouwd. Mogelijk zijn er achter de Lutherse kerk nog restanten van het 15de-eeuwse gasthuis aanwezig in de ondergrond. Afbeelding: Edams Museum.
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
21
Voorhaven, de Lutherse kerk te bouwen. Deze is voor een deel ook over de Gasthuissteeg gebouwd, waarlangs het St. Elizabeth Gasthuis heeft gestaan. Het St. Elizabeth Gasthuis was vanaf de late middeleeuwen een multifunctionele plek. Zo konden er niet alleen zieken terecht maar ook reizigers. Of er bij het gasthuis is begraven is niet bekend maar wel aannemelijk omdat er een kapel aanwezig was. Het was ook een plek waar de Armenkamer en het college van schout en schepenen gezeteld hebben. Bovendien hadden de stedenwakers er hun brandspullen opgeslagen (Boschma-Aarnoudse 2007, 43). In 1622 is besloten om het pand te herbestemmen als armenweeshuis. Dat heeft tot ongeveer 1730 geduurd, toen op die locatie aan de Nieuwehaven een nieuwe stadstimmerloods werd gebouwd (Boschma-Aarnoudse 2007, 44). In 1564/’65 heeft de stad een nieuwe straat aangelegd als verbinding met de Nieuwehaven: de Hoogstraat. Hiermee werd een aanzet gegeven voor de ontsluiting van het zuidelijke stadsdeel en werd verruiming mogelijk van het terrein waar de jaarmarkt en de vismarkt werden gehouden aan de zuidzijde van de Dam. Direct na de aanleg van de Hoogstraat werd de oostzijde ervan bebouwd, terwijl de westzijde onbebouwd bleef (Boschma-Aarnoudse 2003, 322). In het stratenpatroon is de afwijkende oriëntatie van de bebouwing ook een indicatie van het moment waarop de gebouwen gebouwd zijn.
Zo ver bekend geldt voor de meeste panden aan de Hoogstraat dat ze na het eind van de 16de eeuw of in de loop van de 17de eeuw zijn gebouwd (bijlage 3). Zo wordt Hoogstraat 1, aan de westzijde van de Hoogstraat, in de eerste helft van de 17de gedateerd. In 1565 werd ondanks protesten van de Edammers het Oorgat op last van Phillip II afgesloten met sluizen, omdat de bestaande open verbinding met de zee een te groot risico op overstromingen met zich meebracht. Hierna verzandde de haven snel en de visserij verplaatste zich grotendeels naar Volendam. De handel en scheepsbouw bleven echter bloeien: rond 1600 beleefde Edam haar hoogtepunt wat betreft geleverde schepen. Ook werd er gehandeld in tweedehands vaartuigen. Pas met de inpoldering van de Purmer (1622) verzandden de wateren rond Edam dusdanig dat de inkomsten uit de scheepsbouw af begonnen te nemen (Unger 1978). Op historisch kaartmateriaal is de ontwikkeling van het onderzoeksgebied vanaf de 16de eeuw min of meer waarheidsgetrouw weergegeven. Op een van de vroegste kaarten is te zien hoe het terrein er bij lag voor de aanleg van de Hoogstraat (afbeelding 7). Hierop is duidelijk te zien dat het onderzoeksgebied deel uitmaakt van een woonblok met aaneengesloten bebouwing tussen de Spuistraat, Voorhaven, de Gasthuissteeg en de Nieuwehaven. Het rond 1400 gebouwde St.
Elisabeth Gasthuis is te herkennen aan een blauw dakje en een torentje. Aan de Voorhavenzijde van het perceel werd in 1548 het eerste echte stadhuis gebouwd dat samengevoegd werd met het gasthuis. Centraal tussen de bebouwing in lijkt een deel onbebouwd te zijn. In de 17de eeuw worden de kaarten nauwkeuriger en redelijk waarheidsgetrouw (maar niet op schaal) ingetekend. Op een kaart van F. de Wit uit 1696 is duidelijk te zien dat de Hoogstraat is aangelegd tussen de Nieuwehaven en de Voorhaven. Er is bebouwing aanwezig aan beide zijden van deze straat. Ook is er te zien dat er naast het gasthuis (nr. 44) diverse woonhuizen binnen het terrein staan en dat er tuinen aanwezig zijn (afbeelding 8). Vanaf de 19de eeuw worden de kaarten nauwkeuriger en worden gebieden gedetailleerd en op perceelniveau ingemeten en ingetekend. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 (afbeelding 9) is een deel van de hierboven beschreven bebouwing, zoals woonhuizen en delen van
22
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Afbeelding 7: Uitsnede van een kaart van Van Deventer uit ca. 1560. De locatie van het onderzoeksgebied is schematisch weergegeven met een rode cirkel. Duidelijk te zien is dat de huizenrij aan de Dam nog aaneengesloten is. De Hoogstraat bestaat nog niet. Het noorden is boven. Kaart niet op schaal. Bron: Noord-Hollands Archief.
Afbeelding 8: Een uitsnede van een kaart van F. de Wit uit 1696 waarop goed is te zien dat binnen het onderzoeksgebied (rood kader, schematisch weergegeven) een aantal gebouwen staan. Hierop zijn ook de gebouwen van het gasthuis te herkennen (blauwe daken). Aan de linker zijde loopt de Hoogstraat. Deze is nog niet te zien op de kaart van Van Deventer. Kaart niet op schaal, het noorden is boven. Bron: Waterlands archief.
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Afbeelding 9: Uitsnede van een de kadastrale minuutplan uit 1811-1832. Hierop is binnen de contouren van het onderzoeksgebied (rood kader) te zien dat er diverse gebouwen staan. Ook is de nieuwe Lutherse kerk ten noorden van het onderzoeksgebied zichtbaar (blauw dak). Bron: Waterlands archief. Afbeelding 10: Locatie van de onderzochte terreinen rondom het huidige onderzoeksgebied (rood kader) die in registratiesysteem Archis3 geregistreerd staan. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed.
23
24
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
het weeshuis, nog steeds te herkennen. Ook valt op dat er stukken onbebouwd zijn. Op de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) is te zien dat op percelen 541-546 diverse woonhuizen, schuren en een stal staan. Deze zijn allemaal in particuliere handen. Op perceel 554 staat de stadstimmerloods, eigendom van de gemeente Edam (zie bijlage 4). Waterlands Archief In het Waterlands Archief zijn bouwtekeningen te vinden vanaf het begin van de 20ste eeuw. Een onderzoek naar de panden binnen het onderzoeksgebied heeft enkele details opgeleverd met betrekking tot onder meer de constructiewijze en de manier van funderen van een aantal panden in het onderzoeksgebied (bijlage 5). Aan de Nieuwehaven 68 staat momenteel een brandweerkazerne. Deze is in 1988 gebouwd. In de bouwtekingen van het bouwarchief is te zien dat de huidige kazerne gefundeerd is op 64 heipalen, verbonden met betonnen funderingsbalken in bekistingen. De heipalen hebben een lengte van 16 meter en een omtrekmaat van 0,70 meter. Mogelijk is een deel van het terrein gesaneerd tijdens de bouw. Een indicatie hiervoor is een krantenbericht uit 1991 waarin gesporken wordt over de bouw van de kazerne en de daarmee gepaard gaande ‘[..] tegenslagen als met olie vervuilde grond, [..]“. Het gebouw dat momenteel op het perceel van nummer 68 staat, op de voormalige locatie van het middeleeuwse St.
Elisabeth Gasthuis, is in 1730 als stadstimmerloods gebouwd. Deze is in 1975 verbouwd. Hierbij zijn met name de buitenmuren en voorgevel veranderd. De functie van het gebouw wordt in de tekeningen ook omschreven als loods. Bij de verbouwing van een kapsalon aan Hoogstraat 4 is niet veel veranderd aan de structuur van het pand. Bouwtekeningen wijzen op een fundering op een betonnen plaat gemaakt van gewapend beton. Tot slot zijn er bouwtekeningen bekeken van het pand aan de Hoogstraat 8. In 1956 is het pand verbouwd van zaal tot toneel- en bioscoopzaal. Hierbij zijn voornamelijk inpandige wijzigingen doorgevoerd. In 1970 wordt de ruimte vervolgens verbouwd tot expositieruimte. Ook hierbij zijn enkel inpandige veranderingen waarneembaar en is de voorgevel verbouwd. Informatie over de wijze van funderen of eventuele kelderniveaus zijn niet gevonden. Bekende archeologische waarden De historische kern van Edam en vier andere gebieden van grote historische waarde in de omgeving zijn tot monument verklaard. Deze monumenten en de archeologische en overige culturele waarden die aan het gebied zijn toegekend, houden allen verband met bewoning en activiteiten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd.
Dit wordt onderstreept door andere archeologische onderzoeken nabij het huidige onderzoeksgebied, die eveneens binnen de historische kern van Edam liggen in de nabijheid van het onderzoeksgebied (afbeelding 10). In 2014 is er tussen de Achterhaven en de Voorhaven een archeologische begeleiding en opgraving uitgevoerd (Archis-meldingsnummer 2396915100). Tijdens dit onderzoek zijn diverse bewoningssporen opgegraven die dateren vanaf de 16de eeuw. Hierbij is aangetoond dat vanaf die periode aan de Voorhaven een aaneengesloten rij woonhuizen heeft gestaan, terwijl het terrein aan de Achterhaven nog een tijd als achterterrein heeft gediend zonder dichtbebouwd te zijn geweest. Gedurende de 16de eeuw tot en met de 20ste eeuw worden diverse panden gesloopt en vind er nieuwbouw plaats. Uiteindelijk komt ook aan de Achterhaven vanaf de 19de eeuw een ononderbroken rij woningen te staan. Ook zijn sporen gevonden van een Rooms-Katholieke schuilkerk genaamd ‘het Grau Hart’ die is gedateerd in de 19de eeuw. Andere sporen bestonden met name uit een grote hoeveelheid water- en beerputten (Krol, Bosma & De Roller 2014, 51).
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
25
Ten zuiden van het onderzoeksgebied heeft Hollandia archeologen een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd (Archis-meldingsnummer 2302719100). Dit terrein blijkt vanaf de late 16de eeuw binnen de stadsmuren te liggen en historisch onderzoek toont aan dat de locatie intensief is gebruikt voor activiteiten die in het teken stonden van scheepsbouw. Zo is op de kaarten een touwbaan te zien, iets waar de Baandervesting zijn naam aan te danken heeft. Daarnaast zal het gaan om zagerijen en scheepshellingen. Evengoed is het terrein ook bebouwd geweest met woonhuizen. Door middel van de boringen is bevestigd dat zich op de locatie op een diepte van 0,45 tot 2,25 meter -mv een laag van potentieel archeologisch belang bevindt die niet op grote schaal is verstoord (Brattinga 2018, 33). Onder en ten zuiden van de Baandervesting zijn restanten van een stadsmuur met torens te verwachten. Aan de Breedstraat zijn in 1996 archeologische sporen gevonden die dateren vanaf de late 15de eeuw, onder meer bestaande uit ophogingslagen, funderingsresten van gebouwtjes met vlechtwerkwanden en woonhuizen en afvallagen. De opvallendste vondst was een 16de-eeuwse skapulier van tin (Archis-objectnummer 1064820). Het onderzoek werd uitgevoerd door de provincie Noord-Holland (Nieuwenhuyse & Pavlovic 1996, 1).
Tot slot heeft er in 2014 ten noorden van het onderzoeksgebied een archeologische inspectie plaatsgevonden door Hollandia archeologen in verband met het funderingsherstel van het pand Damplein 8 (Archis-meldingsnummer 2439991100). Hierbij zijn bij een aantal inpandige kijkgaten archeologische resten gedocumenteerd uit verschillende bouwfasen die mogelijk teruggaan tot de late middeleeuwen (Salomons 2014, 211).
26
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
27
6. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de landschappelijke, historische en archeologische bronnen is duidelijk geworden dat het plangebied zich bevindt in een historische stadskern die als monument staat aangeduid en waar veel archeologische sporen voorkomen. In onderstaand schema is per periode aangegeven wat de verwachting op het aantreffen van archeologische vondsten is: Periode
Verwachting
Diepte t.o.v. maaiveld
Omschrijving van de te verwachten resten
Prehistorie
laag
n.v.t.
n.v.t.
Romeinse tijd
laag
n.v.t.
n.v.t.
Vroege middel- laag eeuwen
n.v.t.
n.v.t.
Late middeleeuwen en nieuwe tijd
direct onder maaiveld
Funderingsresten, aarden wallen, pallisade, waltorens, ophogingslagen, dempingslagen, waterputten, beerputten, menselijke begravingen, afvalkuilen, aardewerk, metaal, natuursteen, glas, leer, dierlijk bot en bouwmaterialen.
hoog
Deze sporen zullen naar alle waarschijnlijkheid dateren uit de late middeleeuwen (13001500) en de nieuwe tijd (1500-1950), hoewel oudere sporen binnen de veenlagen niet uitgesloten mogen worden. Echter, doordat deze vermoedelijk op grote diepte liggen of door latere activiteiten zijn verstoord is de verwachting op het aantreffen van sporen uit de prehistorie tot en met de vroege middeleeuwen laag. Voor de periode late middeleeuwen en de nieuwe tijd is er een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Het terrein lag in ieder geval al vanaf de late middeleeuwen binnen de stadsgrenzen en historisch onderzoek toont aan dat de locatie intensief is bebouwd en bewoond. Zo zijn op de historische kaarten uit verschillende periodes meerdere bouwwerken zichtbaar. Een archeologisch zeer interessant terrein bevindt zich in het oosten van het onderzoeksgebied. Hier zou vóór 1400 de oostgrens van de stad hebben gelopen. Dat kan betekenen dat er sporen van aarden wallen, eventueel met houten pallisades en waltorens in de ondergrond van het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied dat direct aan de Nieuwehaven grenst. Vanaf de 15de eeuw heeft vervolgens een deel van het St. Elizabeth Gasthuis in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied gestaan.
De oude stadstimmerloods, die op het perceel van Nieuwehaven 68 staat, is op de locatie van het gasthuis gebouwd. De andere gebouwen van het gasthuis zijn in het verleden gesloopt maar resten ervan kunnen zeker nog in de grond aanwezig zijn. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de aanwezigheid van menselijke begravingen, aangezien het gasthuis een kapel bevatte. Door de hoge verwachting op het aantreffen van de hierboven beschreven sporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn archeologische resten te verwachten in de vorm van: funderingsresten van baksteen en vakwerk, aarden (verdedigings)wallen met eventueel een houten pallisade, waltorens, kelders, ophogingslagen, beer- en waterputten en afvalkuilen. In alle gevallen zijn archeologische vondsten in de vorm van aardewerk, bouwmaterialen, glas, metaal, leer, hout, menselijk en dierlijk bot te verwachten.
28
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
29
7. Conclusie en advies In januari 2019 heeft Hollandia archeologen in opdracht van de gemeente Edam-Volendam een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar een locatie aan de Hoogstraat 2 - 8 en de Nieuwehaven 68 in Edam, gemeente Edam-Volendam. Binnen het onderzoeksgebied staan nu nog een aantal huizen, schuren en loodsen. Diverse panden binnen het terrein zijn recent gesloopt na een grote brand op 13 november 2017. Op basis van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat de verwachting op het aantreffen van sporen uit de prehistorie tot en met de vroege middeleeuwen laag is. Voor de periode late middeleeuwen en de nieuwe tijd is er een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Het terrein lag in ieder geval al vanaf de late middeleeuwen binnen de stadsgrenzen en historisch onderzoek toont aan dat de locatie intensief is bebouwd en bewoond. Zo zijn op de historische kaarten meerdere bouwwerken zichtbaar en is te zien dat de Hoogstraat rond 1565 door een woonblok heen is aangelegd. Een opmerkelijk terrein binnen het onderzoeksgebied ligt in het oosten ervan. Hier heeft vanaf de 15de eeuw een deel van het St. Elizabeth Gasthuis gestaan. Op deze locatie is later het stadhuis de Lutherse kerk gebouwd en, binnen het onderzoeksgebied, de stadstimmerloods.
De rest van andere gebouwen van het gasthuis zijn in het verleden gesloopt maar resten ervan kunnen zeker nog in de grond aanwezig zijn. Dat geldt ook voor menselijke begravingen, aangezien het gasthuis een kapel bevatte. Ook kunnen er binnen het onderzoeksgebied nog resten van de middeleeuwse stadsomwalling worden verwacht. Deze zijn nog niet eerder teruggevonden. Archeologisch onderzoek in de directe omgeving toont aan dat archeologische resten binnen de historische kern van Edam direct onder het maaiveld te verwachten zijn en dat de resten, mits deze niet recentelijk zijn vergraven, over het algemeen in goede conditie verkeren. Eventuele (graaf )werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied kunnen direct gevolgen hebben voor de staat van het archeologisch bodemarchief ter plekke. Advies Er dient bij toekomstige plannen een archeologisch vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. De wijze waarop dient te worden overlegd met de bevoegde overheid, de gemeente EdamVolendam.
30
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Literatuur Boschma-Aarnoudse, C., 2007: Edam, behouden stad. Houten en stenen huizen 1500-1800. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Boschma-Aarnoudse, C., 2003: Tot verbeteringe van de neeringe deser Stede. Edam en de Zeevang in de late Middeleeuwen en de 16de eeuw. Uitgeverij Verloren, Hilversum. Brattinga, J.J., 2018: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (IVO-O) aan de Baandervesting te Edam, gemeente Edam-Volendam. Herziene versie 2018. (Hollandia reeks 672), Zaandijk. Bunskoeke, D.M., C. Boschma-Aarnoudse & J. Sparreboom, 1998: Vestingwerken van Edam. Vereniging Oud Edam, Edam. Gawronski, J., 2012: Amsterdam ceramics. A City’s history and an Archaeological Ceramics Catalogue 1175-2011. Uitgeverij Bas, Lubberhuizen. Husken, S., & C. Nyst, 2015: Beleidsnota Archeologie gemeente Edam-Volendam (SCENH-rapport cultuurhistorie), Castricum. Krol, T.N., K. Bosma & G.J. de Roller, 2014: Archeologische begeleiding en opgraving aan de Achterhaven en Voorhaven te Edam, gemeente Volendam-Edam (NH). (MUG-publicatie 2013-79). Nieuwenhuyse, O., Pavlovic, A., 1996: ‘Edam Breestraat 1996, Opgravingsverslag archeologisch onderzoek in Edam’. (Intern rapport provincie Noord-Holland 2), Haarlem. Pluis, J., 1997: De Nederlandse Tegel. Decors en benamingen. 1570-1930. Primavera Pers, Leiden. Speet, B., 2007: Edam. Duizend jaar geschiedenis van een stad. Waanders, Zwolle.
Wagenaar, K./ C. van Wallenburg, 1987: Bodemkaart van Nederland. Toelichting bij de kaartbladen 19 Oost Alkmaar en 20 West Lelystad (Noordhollands gedeelte) Wageningen. Weerts, H./P. Cleveringa/ W. Westerhoff/P. Vos, 2006: Nooit meer: afzettingen van Duinkerke en Calais (Archeobrief, 28-34). Matrijs, Utrecht.
31
32
Archeologisch bureauonderzoek Edam - Hoogstraat/Nieuwe Haven
Bijlagen Inhoudsopgave
Bijlage 1: Archeologische perioden Bijalge 2: Archeologische stappenplan Bijlage 3: Bebouwing van Edam door de eeuwen heen. Bijlage 4: Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels Edam Bijlage 5: Documenten Waterlands Archief
35
Bijlage 2: Archeologische stappenplan In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op speci eke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken.
I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v. universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; * beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; * beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geogra sche gegevens o een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap o een impressie van de bewoningsgeschiedenis; * beschrijven bekende archeologische waarden o archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE.
Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische escherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; o archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewonings-sporen uit het verleden; * beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespeci ceerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: o aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische
36
verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking; o aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart; * rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.
II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken. Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek.
Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).
37
Eventueel: III. Opgraven ofwel archeologisch vervolgonderzoek Indien het niet mogelijk is een ‘behoudenswaardige of beschermenswaardige’ vindplaats in situ te bewaren, zal het hier aanwezige bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een vlakdekkend onderzoek. Alleen dan is deze stap (stap III) noodzakelijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
Bijlage 3: De bebouwing in Edam door de eeuwen heen. De locatie van het onderzoeksgebied is met een rode cirkel aangegeven. Uitsnede, bron: Boschma-Aarnoudse 2007
Bijlage 4: Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels Edam 1811-1832, sectie A blad 018. Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Bijlage 5: Bouwtekeningen (bron Waterlands Archief). Nieuwehaven 68 (Brandweerkazerne, 1988)
Nieuwehaven 68 (Stadstimmerloods, 1975)
Hoogstraat 4 (1979)
Hoogstraat 8 (1956)
Hoogstraat 8 (1970)