CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Hoogstraat tussenuitspraak.pdf

Raadsvergadering 19 mei 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel inzake tussenuitspraak bestemmingsplan Hoogstraat.26.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoogstraat 4-8 Edam Gemeente Edam-Volendam

Datum:4 april 2022

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Het plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 7 9

2

De omgeving van het plangebied en het plan

10

2.1 2.2

Huidige situatie Het kader: Centrumvisie en het Ontwikkelingskader

10 20

3

Beleidskader

26

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

26 26 30 37 41

4

Milieu- en omgevingsaspecten

53

4.1 4.2 4.3

Inleiding Milieu-aspecten Omgevingsaspecten

53 53 66

5

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 78

5.1 5.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

80 80

6

Juridische regeling

86

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Inleiding De verbeelding De regels Opbouw regeling per bestemming De bestemmingen

86 86 86 88 89

Bijlagen 1. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hoogstraat 4-8 Edam, Landview, 1 augustus 2018 2. Aanvullend bodemonderzoek Hoogstraat 4-8 Edam, Landview, 2 oktober 2018 3

3. Verkennend bodemonderzoek Nieuwehaven 68 Edam, Landview, 21 oktober 2018 4. Archeologisch onderzoek Hoogstraat 4-8 en Nieuwehaven 68 Edam, Hollandia, februari 2019 5. Ontwikkelingskader Hoogstraat, gemeente Edam-Volendam, 28 november 2018 6. Quick scan natuur Hoogstraat 4-8 en Nieuwehaven 68 te Edam, Adviesbureau Mertens, juni 2020 7. Communicatie en participatieplan Hoogstraat Edam, HSB, 20 juni 2020 8. Stappenplan archeologische begeleiding Hoogstraat Edam, Hollandia Archeologen, 3 juni 2020 9. Stikstofberekening Hoogstraat Edam, VdZ Ruimtelijk Advies, 15 september 2020 10. Cultuurhistorische onderbouwing Hoogstraat 4-8, Edam, The Missing Link, 3 december 2020 11. Zonnestudie Hoogstraat Edam, Theo van Leur, 10 maart 2021 12. Hoogstraat Edam, parkeren en verkeersgeneratie, S. Stienstra, 23 maart 2021 13. Nota van beantwoording zienswijzen, gemeente Edam-Volendam, 26 maart 2021

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de Hoogstraat in Edam zijn in de nacht van 13-14 november 2017 enkele panden verwoest door brand. Daardoor is sprake van een gat in het stedelijk weefsel. Door de gemeente is een prijsvraag uitgeschreven om tot nieuwbouw te komen, passend bij het karakter van het beschermd stadsgezicht van Edam. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in een Ontwikkelingskader 1, als bijlage toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Het erachter gelegen terrein van de brandweerkazerne/ voormalig politiekantoor dient tevens bij de herontwikkeling te worden betrokken. De prijsvraag is gewonnen door HSB, een ontwikkelings- en bouwbedrijf gevestigd in Volendam. Dit plan gaat uit van een gemengd programma, dat grotendeels niet past binnen het geldende bestemmingsplan. Het plan van HSB geeft uitvoering aan het Ontwikkelingskader en is in ruimtelijk, stedenbouwkundig, volkshuisvestelijk opzicht en qua detailhandel een gewenst plan. Belangrijk is dat een gat in het historisch stadshart van Edam op een zorgvuldige manier wordt herbouwd, waarbij het achter gelegen binnenterrein tevens een functionele zinvolle nieuwe invulling krijgt. Om het plan planologisch-juridisch mogelijk te maken, dient wel het bestemmingsplan te worden herzien. Dit bestemmingsplan voorziet daarin.

1.2

Het plangebied Het plangebied ligt in Edam aan de Hoogstraat 4-8; het binnenterrein met de brandweerkazerne ligt daarachter en is bereikbaar vanaf de Nieuwehaven. Het plangebied is gelegen in het beschermd stadsgezicht van Edam; de locatie ligt even ten zuiden van het Damplein. De navolgende afbeeldingen geven inzicht in de globale ligging en begrenzing van het plangebied. De exacte ligging komt tot uitdrukking op de verbeelding.

1 Ontwikkelingskader Hoogstraat, gemeente Edam-Volendam, 28 november 2018

5

Ligging plangebied (globaal, boven, bij ster, onder oranje omkaderd) 6

1.3

Geldend bestemmingsplan Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Beschermd Stadsgezicht Edam 2016’, zoals vastgesteld op 14 december 2017. Voor het plangebied gelden meerdere bestemmingen. Voor de ‘afgebrande’ panden aan de Hoogstraat 4-8 geldt een bestemming Horeca, met een aanduiding specifieke vorm van horeca – horeca tot en met categorie 2a. Voor de plek waar de panden stonden is een bouwvlak aangeduid en een maximale aanduiding voor een goothoogte (3,5 m) en een bouwhoogte (6,5 m). Voor één van de panden (Hoogstraat 8) geldt bovendien de dubbelbestemming Waarde EdamsVolendams Erfgoed. Het binnenterrein met de brandweerkazerne, loods en voormalig politiekantoor omvat 3 panden, die alle de bestemming Maatschappelijk hebben gekregen, met bouwvlak en verschillende maatvoering aanduidingen die zijn afgestemd op de huidige goot- en bouwhoogte van het respectievelijk gebouw. Het pand aan de Nieuwehaven 68a heeft bovendien de dubbelbestemming Waarde – Edams -Volendam Erfgoed met specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend bouwwerk. Het binnenterrein zelf heeft de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied. Het gehele gebied kent daarnaast de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 2 en Waarde - Beschermd Stadsgezicht. Een deel van het plangebied heeft bovendien de aanduiding overige zone-kernzone (als onderdeel van de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie).

7

Uitsneden geldend bestemmingsplan

Zoals nader uiteengezet wordt in hoofdstuk 2, worden aan de Hoogstraat 3 nieuwe panden voorzien met 3 winkels op de begane grond, en woningen daarboven. Ten noorden daarvan komt een 4e pand, bestaande uit twee woonwerk woningen. Detailhandel is nu niet mogelijk binnen de ter plaats geldende bestemmingen. De panden van de brandweerkazerne en voormalig politiekantoor zullen als woningen in gebruik worden genomen. De loods wordt gesloopt, hiervoor komt een twee-onder-één kapper in de plaats. Panden met een bestemming Maatschappelijk mogen niet als woning worden gebruikt. De dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 regelt dat bij ingrepen dieper dan 40 cm beneden maaiveld (groter dan 50 m2) nagegaan moet worden of archeologische relicten aanwezig zijn in de bodem. Dit regelt zodoende een

8

strijdigheid op, omdat er niet gebouwd mag worden overeenkomstig de andere bestemmingen, voordat dit duidelijk is. De dubbelbestemming Waarde – Beschermd Stadsgezicht Edam is gericht op de bescherming van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. Dit komt tot uiting doordat de kapvorm, gevelindeling en kaprichting van bestaande panden niet mag worden gewijzigd. Nu er aan de Hoogstraat 4-8 geen bestaande panden meer aanwezig zijn, en de gevels en kappen van de panden in het binnenterrein niet veranderen, is van strijdigheid op dit punt geen sprake (de regeling geldt wel ten aanzien van de aanwezige bebouwing). De dubbelbestemming Waarde - Edams -Volendams Erfgoed tot slot beoogt te beschermen de uiterlijke verschijningsvorm naar de openbare ruimte van het betreffende object. Nu van het betreffende pand (Nieuwhaven 68a) alleen het inpandige gebruik wijzigt (was Maatschappelijk, wordt Wonen), is van strijdigheid op dit punt geen sprake.

1.4

Leeswijzer Voorliggende toelichting is als volgt opgebouwd; na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het ruimtelijk relevant beleid. In hoofdstuk 4 wordt beoordeeld of het plan haalbaar is wat betreft milieu, water, ecologie, archeologie, verkeer en parkeren. In hoofdstuk 5 volgt de financiële uitvoerbaarheid, de resultaten van het art. 3.1.1 Bro overleg en een beschrijving waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het plan zijn betrokken. De toelichting sluit af met een beschrijving van de juridische regeling.

9

2 2.1 2.1.1

De omgeving van het plangebied en het plan Huidige situatie Beschouwing in ruimer verband Edam is een stad met een lange historie en tegenwoordig tegen Volendam aan gelegen. Binnen deze gemeente hebben Edam en Volendam ieder hun eigen karakteristiek en hun cultuurhistorische waarden en ze zijn beide belangrijke toeristische trekpleisters. Verder zijn de karakteristieke ligging aan het water en het omliggende historische landschap van droogmakerijen en veenweidepolders mede bepalend voor de cultuurhistorische waarde binnen de gemeente. De historische kern van Edam en een deel van het agrarisch gebied is bovendien aangewezen als “beschermd stadsgezicht”. Edam kent meerdere bijzondere cultuurhistorische waarden. Deze waarden zijn in de loop der eeuwen ontstaan. Het beleid van de gemeente is er op gericht deze cultuurhistorische waarde te beschermen, waarbij nieuwe ontwikkelingen alleen kunnen worden ingevoegd wanneer deze waarde niet wordt aangetast. Dit beleid heeft onder meer gestalte gekregen met de aanwijzing van gemeentelijk erfgoed als gemeentelijk monument. Tevens is van belang dat enerzijds afzonderlijke panden en bouwwerken als rijksmonument zijn aangewezen en dat anderzijds in groter verband het stadscentrum en het schootsveld tot beschermd stadsgezicht is aangewezen.

Als overweging tot het aanwijzen van dit gebied als beschermd stadsgezicht geldt dat dit gebied van algemeen belang wordt geacht vanwege de schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en de inrichting van de openbare ruimte en de beplanting. Het wallenstelsel als grens tussen stad en ommeland is nog steeds herkenbaar; zowel als landschappelijk element als (op enkele plekken als) een harde grens. Het patroon van straten, pleinen en grachten is kenmerkend voor de ontwikkeling van vroege havensteden.

2.1.2

Historie omgeving plangebied Edam ligt in een deel van Nederland dat vroeger een moerasgebied was, dat door de beschermende werking van de strandwallen tot veen verwerd. De vorming van het veengebied begon tijdens de laatste IJstijden, die ongeveer 10.000 jaar geleden geëindigd zijn. Het smeltwater uit de Alpen werd naar zee afgevoerd, waarbij grind en zand werd meegevoerd en afgezet. Daarbij werd het grof zand door de wind uitgestoven en weer afgezet in hoge, overwegend oost- west gerichte, zandruggen. Zo zijn vanaf 8.000 voor Christus tot 20 meter hoge rivierduinen ontstaan. Omstreeks 2000 voor Christus sloot de kustlijn zich waardoor de rivieren niet meer materiaal konden afvoeren naar zee. Het westelijk deel van Nederland, tussen de oostelijke zandgronden en de duinkust, veranderde in een uitgestrekt moerasgebied waar op grote schaal veenvorming plaatsvond. De ontginning van het veenland van West-Nederland, vanaf 800 à 1000 AD, ging gepaard met ontwatering, inklin10

king en oxidatie van de veenbodem. Hierdoor trad een maaiveldsdaling op van (uiteindelijk) enkele meters en kwam het land beneden zeeniveau te liggen. In het veenland van Noord-Holland boven het IJ ontstond een aantal zich snel uitbreidende meren, waarvan er drie in open verbinding met elkaar en met de Zuiderzee stonden, te weten de Schermer, de Beemster en de Purmer. Veel binnenmeren in Noord-Holland stonden lange tijd in contact met de zee (zie navolgende afbeelding). Daardoor was het gebied erg gevoelig voor wateroverlast.

Uitsnede kaart Chr. Sgrooten, 1573 In het drassige Waterland is Edam waarschijnlijk ontstaan als nederzetting rond een gebouwde dam in de natuurlijke waterloop de IJe: de IJe-dam. Deze dam is aangelegd voor de bescherming van het achterland tegen overstromingen. Door zeespiegelstijgingen en daarmee gepaard waterstandverhogingen ontstond in de 13e eeuw de Zuiderzee. Om deze reden is het gebied rond Edam in de loop van de 13e eeuw omdijkt. Edam kreeg in 1357 stadsrechten. Bij deze stadsrechten werd toestemming gegeven een open verbinding te graven met de zee. Met deze doorgang, de Voorhaven, werd een nieuwe kunstmatige toegang tot het binnenwater gerealiseerd. Dit bracht de stad in een nieuwe zeer bijzondere positie: het werd de enige tolvrije haven met onversperde toegang van heel Holland. Er ontwikkelde zich een gunstige havensituatie waardoor steeds meer agrariërs zich ook gingen richten op de scheepsbouw. Er werden eind 14e eeuw twee nieuwe havens gegraven: de Achterhaven en de Nieuwe Haven (thans Nieuwehaven) waardoor meer handelsschepen de stad aan konden doen. Naast de florerende scheepsbouw verkreeg Edam een vergunning tot het houden van drie jaarmarkten. Ruim twee eeuwen daarna, in 1573, was het Prins Willem van Oranje die Edam voor haar goede en trouwe diensten tijdens het beleg van Alkmaar het eeuwigdurend recht tot het houden van de Kaaswaag verleende.

Voor wat betreft de handel in kaas resteert er op dit moment nog 11

maar 1 groothandel. De kaasmarkt vindt op dit moment alleen als toeristische attractie in de zomermaanden plaats. Sluizen Door de toenemende getijdenbeweging op de Zuiderzee werden de zeearmen steeds verder uitgeschuurd en werden de meren zoals de Beemster, Schermer, Wormer en de Purmer door oeverslag steeds groter. De wateroverlast begon in het begin van de 16e eeuw zorgwekkende vormen aan te nemen. Overstromingen en stormvloeden teisterden het Noorderkwartier. De open-water verbinding bij Edam werd als één van de veroorzakers gezien. Een sluizencomplex zou een oplossing bieden. Edam was evenwel lange tijd tegen het aanleggen van een sluizencomplex, daar de getijdewerking als noodzakelijk werd gezien om de haven op diepte te houden, en Edam voor haar economische status afhankelijk was van de scheepsbouw met aanverwante industrie. In 1569 werden echter onder de regering van Koning Philips II de deuren toch in de damsluis geplaatst.

Edam in de late Middeleeuwen, kaart van Van Deventer (1560) Edam beleefde haar grote bloei in de zeventiende eeuw, toen zij een belangrijke zeehandel had via het Texelse gat, onder andere op Oost-Indië. Sectoren als zuivel- en scheepsbouw en zouthandel waren belangrijk. In de Staten van Holland behoorde Edam, net als Monnickendam en Purmerend, tot de zogeheten stemhebbende steden. Dit gaf de Edammers in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden invloed op gewestelijk en daarmee ook op landelijk niveau. Dit heeft er toe geleid dat in Edam diverse statige herenhuizen zijn te vinden, woonpanden van de voorname handelslieden zoals we die ook in Amsterdam aantreffen, zij het van bescheidener formaat. Aan het eind van de 17e eeuw begon de groei echter te stagneren, mede door het verzanden van de haven als gevolg van de aanleg van het sluizencomplex (Oostersluis en Damsluis). Met de aanleg van de Sassluis aan het Oorgat probeerde men de stromingen al vóór de haven te keren waardoor deze niet zou verzanden.

12

Het huidige complex is nog steeds in gebruik en werd in 1828 gebouwd. Deze ‘zeesluis’ verving de oorspronkelijke Sassluis en is als Rijksmonument aangewezen. Fort bij Edam en de Stelling van Amsterdam De Stelling van Amsterdam is UNESCO Werelderfgoed en was een verdedigingslinie, bedoeld om middels gecontroleerde onderwaterzettingen (inundaties) de vijand te kunnen stoppen. De linies als geheel zijn gecompliceerde werken met inundatievelden, sluizen, inundatiekanalen, stuwen, forten, kazematten en andere werken. Het idee achter de waterlinies was dat het land aan de aanvalszijde van de linie onder water zou (inunderen), waardoor een waterplas kon ontstaan, niet diep genoeg voor schepen en te diep voor man en paard. Hierdoor was een aanvaller gedwongen om over de aanwezige smalle landwegen en dijken, de accessen, aan te vallen. De verdediger legde op deze accessen verdedigingswerken aan, zodat er een groot strategisch voordeel ontstond. Fort bij Edam was zo’n verdedigingswerk, waarmee werd gestart in 1885. De polder Zeevang zou dan in tijden van oorlog(sdreiging) onder water worden gezet. Voor de werking van de linie was een vrij uitzicht op de omgeving cruciaal. In 1853 werd de Kringenwet vastgesteld.

Als gevolg van deze wet golden er in “verboden kringen” beperkingen ten aanzien van bebouwing en beplanting rond de forten, om een vrij schootsveld te creëren en om te voorkomen dat forten onopgemerkt konden worden benaderd. De Kringenwet is in 1951 opgeschort en in 1963 ingetrokken. Het gebied rond de verdedigingswerken was ingedeeld in zones van 300, 600 en 1.000 meter. Voor deze gebieden golden verschillende bouw- en beplantingsvoorschriften. Binnen een kring van 300 meter mocht alleen in hout worden gebouwd. In de middelste kring (300 tot 600 meter) mocht tot 50 centimeter boven de grond in steen worden gebouwd. Ook mochten hier schoorstenen in steen worden opgericht. Verder moest alles bestaan uit materialen die makkelijk in brand gestoken of omver geschoten konden worden. In de buitenste kring (600 m tot 1.000 m) waren in principe alle bouwmaterialen geoorloofd, maar in geval van “afkondiging van den staat van oorlog” en ook bij mobilisatie konden op last van de militaire bevelhebber alle gebouwen, bomen en andere obstakels zonder enig vorm van proces worden geruimd. 2.1.3

Stedenbouwkundige structuur Edam De structuur van de oude nederzetting Edam is aanvankelijk in noordzuidrichting langs de IJe gelegd. Dit veranderde met het graven van een nieuwe haven in oost-westrichting. Edam kwam te liggen aan een open verbinding tussen de Purmer en de Zuiderzee. De stad ontwikkelde zich aan de oostzijde rond de havens en de werven. De Voor-IJe kreeg hierdoor steeds minder betekenis en werd overbodig. De bestaande dam werd geheel gedicht en volgestort.

13

Grondtekening der stad Edam (1743)

2.1.4

Hoogstraat en Nieuwehaven Het plangebied ligt aan de Hoogstraat en de Nieuwehaven. Zoals aangegeven werd de nieuwe haven gegraven eind 14e eeuw om een verbinding met het binnenmeer de Purmer te krijgen. Om de stad naar de zuidkant toe te ontsluiten en de bereikbaarheid van de Nieuwehaven te verbeteren besloot de gemeente een nieuwe steeg of straat aan te leggen bij het huidige Damplein. In 1564 of 1565 werd de Hoogstraat, of ‘steeg bij de Vrouwebrug’ (thans Baanbrug) aangelegd. De erven of hofsteden werden per opbod verkocht.

Oude ansicht Nieuwehaven 14

De Nieuwehaven was gedeeltelijk een oude verkavelingssloot. Op een gegeven moment is deze sloot verbreed tot ‘haven’. De aanleg van de Voorhaven zorgde voor uitbreiding van de stad naar het westen toe. Voor die tijd breidde de stad zich ook naar het noorden toe uit. Het door Floris van Alcemade gestichte St. Elisabeth Gasthuis (ca. 1400) op de oostelijke stadsgrens is een teken van deze heroriëntatie van handel en bewoning naar de zeezijde. Aan de Voorhavenzijde van het perceel waarop het gasthuis stond werd in 1548 begonnen met de bouw van een nieuw stadhuis. Dit kwam in 1550 gereed. In de 18de eeuw is dit echter weer gesloopt om op die locatie, aan de Voorhaven, de Lutherse kerk te bouwen. Deze is voor een deel ook over de Gasthuissteeg gebouwd, waarlangs het St. Elizabeth Gasthuis heeft gestaan. Het St. Elizabeth Gasthuis was vanaf de late middeleeuwen een multifunctionele plek. Zo konden er niet alleen zieken terecht maar ook reizigers. In 1622 is besloten om het pand te herbestemmen als armenweeshuis. Dat heeft tot ongeveer 1730 geduurd, toen op die locatie aan de Nieuwehaven een nieuwe stadstimmerloods werd gebouwd.

Tekening van het ‘Oude Stadhuys’ te Edam. Hiermee wordt het pand met het torentje bedoeld. Dit gebouw is onderdeel van het in 1400 gestichte St. Elisabethgasthuis. Aan de linkerzijde is de Gasthuissteeg te zien. Later is op de locatie van het gasthuis en de Gasthuissteeg de Lutherse kerk gebouwd.

15

Uitsnede van een kaart van Van Deventer uit ca. 1560. De locatie van het plangebied is schematisch weergegeven met een rode cirkel. Duidelijk te zien is dat de huizenrij aan de Dam nog aaneengesloten is. De Hoogstraat bestaat nog niet. Een uitsnede van een kaart van F. de Wit uit 1696 waarop goed is te zien dat binnen het plangebied een aantal gebouwen staan. Hierop zijn ook de gebouwen van het gasthuis te herkennen (blauwe daken). Aan de linker zijde loopt de Hoogstraat.

16

Aan de Nieuwehaven 68a staat op het binnenterrein momenteel een brandweerkazerne (loods). Daarnaast staat een gebouw dat dienst deed als politiekantoor. Het pand aan de Nieuwehaven 68a zelf is in gebruik als gebouw voor de brandweer en is een gemeentelijk monument. Bij een verbouwing van de voormalige kapsalon aan Hoogstraat 4 is niet veel veranderd aan de structuur van het pand. Voor de Hoogstraat 8 tot slot is relevant dat in 1956 is het pand verbouwd is van zaal tot toneel- en bioscoopzaal. Op dit pand lag een voorbescherming als gemeentelijk monument. Hierbij zijn voornamelijk inpandige wijzigingen doorgevoerd. In 1970 wordt de ruimte vervolgens verbouwd tot expositieruimte. Ook hierbij zijn enkel inpandige veranderingen waarneembaar en is de voorgevel verbouwd.

Voormalig politiekantoor loods nieuwe

Afgebrande panden

brandweergebouw

Huidige situatie De locatie is dus gelegen in een zeer historisch deel van Edam, binnen een wegen- en waterstructuur die al eeuwen niet gewijzigd is. In feite vormt het de grens van de oorspronkelijke ommuurde stad, alhoewel een deel ten zuiden van de Nieuwehaven ook tot het beschermd stadgezicht wordt gerekend.

17

Impressies (omgeving) plangebied, met linksmidden het ‘gat’ aan de Hoogstraat, rechtsmidden historische pand van de brandweerkazerne, linksonder het voormalig politiekantoor

De Hoogstraat is een aanloopstraat naar het Damplein. Dit is te lezen uit de bebouwingsmassa die in de straat opbouwt naar het Damplein. Vanaf de Baanstraat/Baanbrug is de entree naar het historisch centrum zeer herkenbaar. Dit komt onder meer door de duidelijke zichtbaarheid van de karakteristieke toren van het raadhuis, gebouwd in 1737, aan het Damplein. Het historisch beeld wordt door de bebouwing versterkt, die langs de Nieuwehaven en 18

de Hoogstraat in een strakke rooilijn staat. Aan de Nieuwehaven is de kaprichting overwegend loodrecht op de straat. De bebouwing bestaat meestal uit één bouwlaag met kap of twee bouwlagen met kap. De gevels zijn soms versierd en kennen diverse figuren in het metselwerk, zoals getoogde rollagen. Er komen in dit deel van Edam relatief veel trapgevels voor, maar ook enkele houten gevels met windveren. Doorgaans zijn het zadeldaken maar mansardekappen komen ook voor. Het functionele beeld langs de Nieuwehaven is tamelijk homogeen; de woonfunctie domineert. Aan de Hoogstraat, richting het Damplein, en rondom het Damplein is het functioneel beeld juist zeer gevarieerd. Er komen winkels voor, dienstverlenende bedrijfjes, horeca (restaurants, bars en hotels), de VVV Edam en het Edams museum. Het straat- en bebouwingsbeeld is samengevat: gevarieerd en historisch. De haven wordt begrensd door gevelwanden van in vergelijking met het westelijk stadsdeel- grootschaliger, meer voorname architectuur. De hoofdstructuur is oost-west gericht, secundaire verbindingen staan op regelmatige afstand van elkaar loodrecht hierop. Door de herkenbare omwalling vormt Edam met de historische bebouwing en structuur een gesloten stedenbouwkundige totaliteit, die de aanwijzing als beschermd stadsgezicht rechtvaardigt.

De ophaalbrug, de Baanbrug is in het aanwijzingsbesluit tot beschermd stadgezicht als afsluiting ruimtelijk van belang onderkend, ook omdat vanaf hier de Nieuwehaven, met haar (vroegere) bedrijvigheid goed te zien is. De percelen aan de Hoogstraat vallen in het Aanwijzingbesluit Beschermd Stadsgezicht binnen ‘klasse B’. Dit geldt ook voor het perceel aan de Nieuwhaven en het grootste deel van het binnenterrein. Een klein deel van het binnenterrein valt binnen klasse ‘A’.

19

Het beschermd stadgezicht Edam is cultuurhistorisch van belang vanwege de in het aanwijzingsbesluit omschreven kernwaarden: • De handelsnederzetting Edam bij een dam in het IJe tot ontwikkeling gekomen; • De nederzetting bezit een patroon van straten, pleinen en grachten, kenmerkend voor de ontwikkeling van de havens loodrecht op de oudste kern; • Het wallenstelsel rond de stad is nog duidelijk als afbakening tussen stad en land herkenbaar; • Het gebied, met de historische bebouwing, de inrichting van de openbare ruimte en de beplating levert een beeld op dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid en het karakter er van. De historische kern wordt onder andere gekenmerkt door de verschillende vormen die de openbare ruimte aanneemt. Voorbeelden hiervan zijn de grachtprofielen van de Nieuwe, de Voor- en de Achterhaven. Ook de kleine steegjes (zoals de Koksteeg) en de meer open plekken (zoals parkjes en pleinen, maar ook een binnenplaats zoals achter het pand Petersburgh) die kunnen worden ontdekt, verbijzonderen het beeld van Edam. De veelal historische pittoreske bebouwing benadrukt, door middel van architectonische verscheidenheid en variatie in bouwhoogten en bouwdiepten, verschil in hiërarchie tussen de diverse stedelijke ruimten.

2.2

Het kader: Centrumvisie en het Ontwikkelingskader Na de noodlottige brand in 2017 is door de gemeente nagedacht over de wijze waarop de percelen op een zorgvuldige manier hergebouwd kunnen worden. Daarbij is tevens het binnenterrein met de brandweerkazerne betrokken. Deze functie verdwijnt hier namelijk. De visie van de gemeente is vastgelegd in een Ontwikkelingskader 2.

2 Ontwikkelingskader Hoogstraat, gemeente Edam-Volendam, 28 november 2018

20

Hier ging een centrumvisie aan vooraf. In het coalitieakkoord is aangegeven dat het, in lijn met de verschillende ontwikkelingen in dit gebied, wenselijk is om samen met bewoners, ondernemers en verenigingen te werken aan een integrale centrumvisie. De centrumvisie Edam Vitaal is in september 2018 als concept voorgelegd aan de inwoners. Er zijn veel gedeelde doelen in het centrumgebied. Het streven is een binnenstad van Edam waar het prettig is om te wonen, winkelen en verblijven. Om dat mogelijk te maken moet het verkeer duidelijk en veilig zijn; langzaam verkeer krijgt de prioriteit in het centrum en de auto is te gast. Het is belangrijk dat Edam een levendig economisch klimaat heeft, waarin de (startende) ondernemer kansen krijgt en kan creëren. De binnenstad is verder een plaats waar verschillende doelgroepen kunnen wonen. Jonge starters, gezinnen en senioren willen graag een plekje in dit gebied. Dat kan mogelijk gemaakt worden door bij toekomstige ontwikkelingen te denken aan een diversiteit in het woningaanbod; groot en klein, meerdere etages en gelijkvloers, grondgebonden of boven een winkel of bedrijfsruimte. De cultuurhistorische uitstraling in het centrum is een unieke waarde die ook in de toekomst onderdeel moet zijn van de stad. Met monumenten en erfgoed moet op een vooruitstrevende manier worden omgegaan die recht doet aan de geschiedenis.

De gemeente streeft naar een situatie waarin we ontwikkeling mogelijk kunnen maken met respect voor het verleden. Edam verdient een openbare ruimte die past bij haar geschiedenis. Een prettige buitenruimte van hoge kwaliteit draagt bij aan de leefbaarheid van het stadscentrum. Met ieder grootschalig onderhoudsproject wordt het er veiliger, wordt de uitstraling beter en kiest de gemeente voor een eenduidige passende stijl. In samenwerking met de maatschappij grijpen we de kansen aan die zich voordoen om pleinen en straten op te waarderen en een betere verblijfplaats te maken. Bij ieder onderhoudsproject houdt de gemeente rekening met de vorderingen in de energietransitie en duurzaamheid. Maatschappelijke samenhang tussen mensen en hun omgeving is een minder tastbaar thema, maar niet minder belangrijk. Er is fysieke ruimte beschikbaar voor maatschappelijke activiteiten en evenementen. Er is een sterk verenigingsleven in Edam voor allerlei doelen (sport, cultuur, erfgoed en monumenten, ondernemen en economie, theater, etc.). De leefbaarheid in het centrum krijgt een impuls door in samenhang in te zetten op alle verschillende thema’s. Een initiatief, project of idee wordt uitgewerkt op een integrale manier, waarbij gezocht wordt naar samenwerking. Een initiatief kan zo voordelig zijn voor meerdere stakeholders en een duurzame 21

oplossing vormen voor meerdere thema’s in de leefomgeving. De gemeente verbindt, communiceert en ontwikkelt voor het algemeen belang met als doel Edam Vitaal. Binnen deze gedachtes moet het Ontwikkelingskader worden geplaatst. In het Ontwikkelingskader wordt de Hoogstraat en het achterliggende brandweerterrein gezien als een ‘kans’ voor Edam, een kans om het centrum te versterken. Het terrein van de brandweer zou meegenomen moeten worden in de gehele ontwikkeling, om de betekenis van de ontwikkeling voor het centrum van Edam te versterken en de doelstellingen en ambities die de gemeente heeft beter te ondersteunen. De ondernemers en de gemeente moeten in samenwerking zorgen dat de Edammer voor de dagelijkse boodschappen en lichte horeca in het centrum terecht kan. Vernieuwende combinaties van winkelconcepten (aanvullend aanbod) en een gunstig vestigingsklimaat door (her)deelbare winkelruimte kunnen dat stimuleren. Wonen in het centrum is voor verschillende doelgroepen; een combinatie van doelgroepen (starter, senior en alles ertussen) zorgt voor een fijne samenstelling van de buurt. Boven de commerciële plint aan de Hoogstraat en op het huidige brandweerterrein kan worden gewoond. Het plangebied leent zich met het oog op de beperkte ontsluiting en de ligging en oriëntatie van omliggende woningen niet voor een zwaar en/of afwijkend programma ten opzichte van de omgeving.

Een herontwikkeling dient dicht bij de bebouwingskarakteristiek van de omgeving te blijven (zoals de bebouwingsdichtheid, de bouwmassa en de opbouw ervan naar het centrum). De toekomstige bebouwing en de daarbij behorende (private) gronden vormen binnen het plangebied een vanzelfsprekende voortzetting van de voor Edam karakteristieke structuur van de openbare ruimte. Bestaande panden op het brandweerterrein worden zo veel mogelijk herbestemd. Aan de Hoogstraat kan in de plint winkelruimte terugkomen, om de levendigheid van de Hoogstraat (als aanloopstraat naar het Damplein) en de economische structuur van het centrum van Edam te ondersteunen. Met het oog op de woningdichtheid in de omgeving en de kwantitatieve doelstelling voor de woningmarkt in Edam is een bandbreedte van minimaal 60 tot maximaal 100 woningen per hectare wenselijk. Voor het plangebied betekent dit een totaal woningbouwprogramma van minimaal 8 tot maximaal 14 woningen. Het is gewenst dat deze woningen verschillende doelgroepen bedienen. Op de verdiepingen aan de Hoogstraat is ruimte voor bovenwoningen. Afwijken van de genoemde kaders is mogelijk, mits dit resulteert in een plan dat belangen gelijkwaardig of beter respecteert en doelstellingen van de gemeente op een gelijk of beter niveau ondersteunt dan met de voorgeschreven kaders wordt beoogd.

22

Uitgangspunt is een ontwikkeling die past binnen het historische karakter van Edam, waarbij de levendigheid wordt vergroot, een bijdrage wordt geleverd aan de woningopgave en het binnenterrein betrokken wordt bij de ontwikkeling. Aan de Hoogstraat wordt een invulling met vier afzonderlijke panden voorzien, die geleidelijk oplopen in hoogte, daarmee het inleidend profiel richting Damplein benadrukkend. Het gaat om panden met een historische uitstraling, steeds bestaande uit twee bouwlagen met kap. De gevelindeling is zorgvuldig met raampartijen met roedes, diverse detailleringen in het metselwerk en een variatie in de kappen. Hierdoor zal het nieuwe beeld organisch (en niet planmatig) aandoen. Er worden winkels voorzien in de plint (3), en 3 appartementen daarboven (waarvan 1 sociaal), evenals 2 woon-werkwoningen. De oplopende schaal van de bouwhoogte is vertaald op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Gevelaanzichten nieuwe situatie, ontwerp W3 architecten Op de plaats van de huidige loods in het binnenterrein, die gesloopt wordt, wordt een gebouw met daarin twee woningen gerealiseerd. Ook dit gebouw wordt zorgvuldig en historisch vormgegeven en bestaat uit één bouwlaag met kap. Zowel het voormalig politiekantoor als het brandweerhuis blijven behouden en worden getransformeerd naar een woning. Hier vinden alleen inpandige wijzigingen plaats; aan het uiterlijk- de historische gevels- wijzigt dus niets of nauwelijks iets.

Gevelaanzichten nieuwe woningen binnenterrein, ontwerp W3 architecten Het binnenterrein zal net als nu openbaar toegankelijk zijn en krijgt een vriendelijke uitstraling. Gezien de ligging in het centrum en de verwoorde uitgangspunten ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, energietransitie in het Ontwikkelingskader past geen traditionele indeling met par23

keerplaatsen, toebedeeld aan het programma. Hierbij wordt tevens overwogen dat de voorgaande aanwezige functies ook een parkeerbehoefte kenden, die niet geheel op eigen terrein werd ingevuld. Er komen daarom 4 parkeerplaatsen op eigen terrein.

Situatieschets nieuwe situatie Er worden diverse typen woningen gerealiseerd, zowel appartementen als eengezinswoningen, waarvan 3 sociaal op een totaal van 10 (30%). De levendigheid in de plint aan de Hoogstraat wordt gestimuleerd door de mogelijkheid hier winkels te realiseren. Het meest noordelijk gebouw is wat omvangrijker en leent zich goed voor een woon-werkformule. Dit houdt in dat hier wonen op de begane grond wordt toegestaan maar tegelijk is er plek voor een werkfunctie, in bijvoorbeeld de dienstverlenende sfeer, of in de vorm van een (kleinschalig) atelier of werkplaats. Dit past geheel binnen de functionele karakteristiek van Edam. Het bestemmingsplan doet recht aan de kernkwaliteiten van het Beschermd Stadsgezicht, zoals opgenomen in het Aanwijzingsbesluit Beschermd Stadsgezicht (hetgeen nader is onderbouwd in een onderzoek, zie bijlage 10) 3. Door de gevels in historische stijl te bouwen sluit het plan goed aan op het straat- en bebouwingsbeeld. Er wordt een maximale architectonische kwaliteit nagestreefd. Met het nieuwe gebruik als wonen voor zowel voormalig politiekantoor als brandweerhuis ontstaat een solide planologische basis om te kunnen blijven

3 Cultuurhistorische onderbouwing Hoogstraat 4-8, Edam, The Missing Link, 3 december 2020

24

investeren in onderhoud van de panden, zodat deze behouden blijven als kenmerkend onderdeel van het historisch weefsel van Edam.

25

3 3.1

Beleidskader Inleiding Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of onderhavig herontwikkelingproject naar woningen daadwerkelijk in het plangebied kunnen worden gerealiseerd. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijk beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf, milieu-aspecten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, flora en fauna, archeologie, verkeerskundige aspecten en economische haalbaarheid.

3.2 3.2.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie 2021 De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en per 1 januari 2021 in werking getreden. De NOVI vervangt vanaf dat moment de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2.

een duurzaam en economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemt in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het

26

beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie ook paragraaf hierna. Beoordeling en conclusie Het plan tast de nationale belangen niet aan.

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro/Bro) Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, zoals bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Het eerste deel van het Barro is in december 2011 van kracht geworden. In de loop van 2012 is een aantal onderwerpen toegevoegd, zoals de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland

27

(NNN), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Met de eerdergenoemde uitbreiding van het Barro is de juridische verankering van de SVIR compleet geworden. Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering.

Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt verstaan is in het Bro opgenomen en verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaat het Bro een ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Niet elke ontwikkeling van stedelijke aard wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder.

Uit enkele uitspraken - Zie onder meer 201308263/2/R4 en 201302867/1/R4- 201501297/1/R4 (plannen tot 11 woningen zijn niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. Beoordeling Onderhavig initiatief voorziet in het toevoegen van (maximaal) 14 woningen en drie winkels. De ontwikkeling wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Dat houdt in dat de behoefte aangetoond moet worden. Voor de woningen gebeurt dit in paragraaf 3.3.2, waarna de behoefte ook regionaal en gemeente28

lijk wordt getoetst in paragraaf 3.4.2 respectievelijk 3.5.4. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Voor wat betreft de commerciële functies (ca. 170 m2 BVO winkels) geldt de volgende toets aan de Ladder. De gemeente Edam-Volendam telt in totaal circa 240 winkels, met een totale omvang van circa 56.000 m² winkelvloeroppervlak (wvo). Dit is iets minder dan gemiddeld in stedelijke gebieden met eenzelfde aantal inwoners. Met name het aanbod (kleding, sportartikelen) blijft achter. De gemiddelde omvang van het aanbod in stedelijke gebieden van gelijke omvang is ongeveer 16.000 m² wvo. In Edam-Volendam is circa 8.600 m² wvo aanwezig. Het totale boodschappenaanbod in Edam-Volendam is in omvang eveneens kleiner dan gemiddeld. Het aanbod in de branchegroep gerichte non-food (doe-het-zelf, woninginrichting, tuincentra) is relatief omvangrijk. Op ongeveer 60% van het totale winkelvloeroppervlak worden artikelen in deze branches verkocht. In een Detailhandelsstructuurvisie van de gemeente Edam-Volendam uit 2018 (zie paragraaf 3.5.7) wordt geconstateerd dat in de huidige situatie vraag en aanbod in de dagelijkse sector min of meer in evenwicht is. In het huidige aanbod is echter de afgebrande supermarkt Dirk niet meegerekend.

Door groei van het inwonertal en lichte stijging van de binding (door versterking aanbod) is er enige uitbreidingsruimte voor dagelijks winkelaanbod te berekenen (circa 1.900 m² wvo). Deze marktruimte wordt deels ingenomen door herbouw van de afgebrande Dirk. Door ontwikkelingen in de winkelmarkt en het consumentengedrag moet rekening gehouden worden met een autonome afname van het reguliere niet-dagelijkse winkelaanbod in de gemeente. De exacte branchering van de toe te voegen detailhandel is niet gereguleerd in het bestemmingsplan, doch voor dagelijkse voorzieningen bestaat dus enige behoefte. Zodoende past het plan ook vanwege de toe te voegen detailhandel aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Overigens wordt verwacht gezien het bijzondere karakter dat het centrum van Edam inneemt op het gebied van detailhandel (zie meer in detail paragraaf 3.5.7), dat er in kwalitatief opzicht additionele vraag bestaat aan kleinschalige winkels, of ateliers, met een specialistisch karakter. Het toeristische klimaat van Edam draagt hieraan bij; bovendien is de locatie gelegen nabij het toeristisch-recreatief zwaartepunt van Edam, het Damplein. De reële verwachting is daarom dat een invulling met kleinschalige winkels hier mogelijk is. Conclusie De genoemde nationale belangen zijn niet van toepassing in het plangebied en worden derhalve met het plan niet geschaad.

Tevens is het plan in overeenstemming met Barro en Bro.

29

3.3 3.3.1

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. In de Omgevingsvisie NH2050 staat een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving centraal. De leefomgeving is de basis, met een samenleving die wensen en behoeften heeft en de leefomgeving gebruikt voor ruimtelijk- economische ontwikkelingen. De hoofdambitie is gericht op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste onderwerpen zijn: 1. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving; de ambitie is een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland 2. Verbetering van bodem, water- en luchtkwaliteit; de ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving 3. Biodiversiteit; de ambitie luidt deze te vergroten; 4. Economische transitie; ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. 5. Energietransitie; de ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. 6. Mobiliteit: de ambitie is dat de inwoners en bedrijven van NoordHolland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden 7.

Wonen en Werken: de ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn; 8. Landschap: de ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. De kernkwaliteiten van de Noord-Hollandse landschappen staan beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. Beoordeling en conclusie De locatie is binnenstedelijk gelegen en voorziet in een toevoeging van woningen, werkfuncties en detailhandel. Er is daarbij aandacht voor duurzaamheid en cultuurhistorie (zie hoofdstuk 2). De ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie.

3.3.2

Omgevingsverordening NH2020 In de omgevingsverordening staan de regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. In de verordening zijn regels opgenomen over onderwerpen in zowel het landelijke als het stedelijke gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Een deel van de regels is alleen van toepassing voor het landelijk gebied. Het plangebied is gelegen binnen bestaand 30

stedelijk gebied. De provincie stelt weinig eisen voor bouwen en gebruik binnen bestaand stedelijk gebied. Wel geldt “Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen”: (1) Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. (2) Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Beoordeling Binnen de provincie Noord-Holland wordenwoningbouwafspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd in de Regionale Actie Programma’s (RAP’s). De gemeenten binnen een regio moeten het dan ook gezamenlijk eens worden over de gemeentegrens overschrijdende nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De gemeente heeft een Woonvisie 2017-2021 vastgesteld. Zie hiervoor paragraaf 3.5.4. Een belangrijke conclusie is dat hoewel in Edam genoeg plancapaciteit is tot 2034 om in de behoefte voorzien, dat voor de gemeente als geheel niet geldt. Om (verder) uit te maken of sprake is van een regionale behoefte zijn door GS de vraaggestuurde woningbehoeftecijfers tot 2040 vastgesteld (vervat in de Monitor Woningbouw, meest recentelijk die uit 2018. Deze cijfers hanteert de provincie, naast de RAP's, bij het beoordelen van nut en noodzaak van woningbouw, conform de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Het gaat hier dus om een provinciale prognose.

De cijfers zijn beschikbaar per regio en gemeente. De meest recente prognose is van 2018. Deze cijfers zijn aan alle regio's beschikbaar gesteld door de provincie. Monitor Woningbouw 2019 In 2018 zijn er ruim 3.000 nieuwbouwwoningen meer gebouwd dan in het jaar ervoor. In 2017 waren dat er namelijk 10.900 en in 2018 waren dat er 14.000. Deze stijging in nieuwbouwproductie voltrok zich geheel in NoordHolland Zuid. In Noord-Holland Noord bleef de productie in 2018 gelijk ten opzichte van 2017. Ondanks deze stijging is er in alle regio’s, afgezien van de Kop van Noord-Holland, nog wel sprake van een inhaalvraag. Dat is het aantal woningen dat bovenop de verwachte vraag naar woningen gebouwd zou moeten worden om de (demografische) druk op de woningmarkt te laten afnemen. Positief is dat in alle regio’s op papier voldoende capaciteit aanwezig is, zowel voor de behoefte tot 2030 als de behoefte tot 2040. Dit is inclusief de inhaalvraag. De totale netto plancapaciteit is in 2019 voor Noord-Holland 395.800 woningen. Dit is 15.900 woningen lager dan in 2018. Deze afname zit voornamelijk in de zachte plannen in Noord-Holland Zuid. Het gaat dan met name om potentiële locaties in Amsterdam. In Noord-Holland Noord is de plancapaciteit gestegen ten opzichte van vorig jaar met 10.700 woningen. De harde capaciteit is belangrijk om op korte termijn te kunnen voldoen aan de woningbouwopgaven.

Dit zijn woningbouwplannen die zijn vastgesteld in een bestemmingsplan en waar bouwen planologisch gezien mogelijk is. Voor de korte termijn geldt vaak als vuistregel dat een regio minimaal voldoende 31

harde capaciteit moet hebben om 3 tot 5 jaar vooruit te kunnen. Dit is in het merendeel van de regio’s niet het geval; West-Friesland, Zaanstreek-Waterland (waar Edam binnen valt), Amstelland-Meerlanden en Zuid-Kennemerland/ IJmond hebben minder woningen in harde capaciteit zitten dan de groei van de woningbehoefte tot 2025. Het is zaak dat op korte termijn zachte plannen omgezet worden in harde plannen. Edam-Volendam is gelegen binnen de regio Zaanstreek-Waterland. Er zijn hier harde plannen voor 6.600 woningen en zachte plannen voor 34.000 4.

Wanneer de bevolkingsprognose erbij wordt betrokken leidt dit tot de volgende woningbehoefte. Er is tot 2040 een behoefte van in totaal 20.900 woningen bij een netto plancapaciteit van 40.500 woningen.

Er is voldoende plancapaciteit om tot 2040 in de woningbehoefte te voorzien. Het is zoals aangegeven echter van belang dat op korte termijn een gedeelte van de zachte plancapaciteit wordt omgezet in harde plannen, zodat voorzien kan worden in de behoefte tot 2025/2030. Hoewel er voldoende plannen zijn, is er, wanneer sec de harde plancapaciteit wordt beschouwd, dus een tekort. Doorgaans moet immers om de vraag te bepalen gekeken worden naar de harde plan-capaciteit versus de behoefte ( in sommige gemeenten worden de buitenstedelijke plannen ook niet meegenomen). Dit blijkt uit jurisprudentie, zie hiervoor 201506063/1/R6, alsook uit de meest recente Handreiking bij de Ladder voor Duurzame Verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu: “Kort gezegd is de 'behoefte' het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit)”. Weliswaar staat deze Handreiking op een website van een semi-overheidsorgaan, infomil, doch expliciet staat aangegeven dat deze Handreiking afkomstig is van het Rijk.

4 Harde plannen kortweg waarvoor een vastgesteld/onherroepelijk bestemmingsplan geldt; bij

zachte plannen is dat niet het geval

32

Tot slot staat het in een ‘externe handreiking nut en noodzaak’ van de provincie Noord- Holland zelf ook aangegeven: “Lokaal is er vraag naar 300 woningen. Het harde aanbod is 175 woningen. Om te bepalen of er nog ruimte is voor dit plan, wordt de volgende berekening uitgevoerd: vraag – hard aanbod = resterende ruimte voor woningbouw. In dit geval betreft het 300-175 = 125 woningen. Het plan bedraagt 100 woningen, dus het past binnen de nog resterende lokale kwantitatieve behoefte”.

Verder geven recente woningmarktgegevens aan dat de Metropoolregio Amsterdam, alsook kleinere gemeenten niet kunnen voorzien in hun woningbehoefte. Gelet op deze ontwikkelingen doen zich daarmee mogelijkheden voor om plannen toe te voegen aan de plancapaciteit. Ingezoomd op sec Zaanstreek-Waterland is sprake van een harde plancapaciteit van 6.600 woningen, dit is ruimschoots onder de behoefte tot 2040. De planlocatie biedt een uitgelezen mogelijkheid enkele woningen aan de harde plancapaciteit toe te voegen, met name vanwege de binnenstedelijke ligging en de urgentie een gat in het stadshart van Edam op te vullen. Kwalitatieve behoefte Regionaal Actie Programma Stadsregio Amsterdam In het Regionaal Actie Programma (RAP) van de voormalige stadsregio Amsterdam (thans Metropoolregio Amsterdam) is de woningbehoefte afgezet tegen de harde plancapaciteit voor de periode 2015-2025. Daaruit volgt dat voor alle segmenten geldt dat de harde plancapaciteit niet kan voorzien in de kwalitatieve behoefte. Ten aanzien van het woonmilieu geldt dit het meest voor meergezinswoningen in een stedelijk woonmilieu en voor eengezinswoningen in een suburbaan woonmilieu.

Wanneer de woningbehoefte in de regio Amsterdam wordt vergeleken met de plancapaciteit voor wat betreft koop- en huurwoningen valt op dat voornamelijk de behoefte in het betaalbare segment onvoldoende in de harde plancapaciteit is geregeld. Ook de middeldure en dure koopwoningen is voor een groot deel onvoldoende opgenomen in de harde plancapaciteit. Oplegger Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020 De oplegger is toegevoegd aan het RAP. Herhaald wordt in de regio Amsterdam de woningbehoefte zo groot is, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. Dit geldt ook voor de regio Zaanstreek-Waterland in het bijzonder; er 33

is hier met name tekort aan betaalbare huurwoningen en koopwoningen in het middeldure en betaalbare segment. Ook in de suburbane woonmilieus is een groot tekort, wanneer de behoefte wordt afgezet tegen de harde capaciteit. Dit type woonmilieu is soms eerder buitenstedelijk dan binnenstedelijk te realiseren en in kleinere kernen soms nodig om de leefbaarheid en vitaliteit van de kern te behouden. In de oplegger worden voorts enkele procesafspraken gemaakt; onder meer wordt de Monitor plancapaciteit jaarlijks geupdate en in regionaal verband besproken. Per deelregio worden enkele specifieke beleidsdoelstellingen besproken. Zaanstreek-Waterland wil onder meer de diversiteit aan woningtypen vergroten en ziet duurzaamheid als essentieel onderdeel. Woonagenda Zaanstreek-Waterland In een regionale woonagenda hebben de 8 gemeenten binnen de regio Zaanstreek-Waterland een gezamenlijke koers geformuleerd die recht doet aan de lokale omstandigheden. Voor de regio Amsterdam en ook voor ZaanstreekWaterland ligt de komende decennia verdere groei van de woningvraag in het verschiet. Het is inmiddels goed te merken dat de enorme druk op de Amsterdamse huizenmarkt overloopt naar onze deelregio. Daarnaast heeft Zaanstreek-Waterland, evenals veel andere delen van de Metropoolregio Amsterdam, te maken met vergrijzing van de huidige bevolking.

Ook dat vormt een uitdaging, want oudere huishoudens willen en moeten zo lang mogelijk zelfstandig (blijven) wonen. De visie bestaat eruit om: 1. Identiteit door diversiteit te versterken 2. Ruimte te bieden aan de eigen én regionale woningvraag 3. Verdere differentiatie van de woningvoorraad ten behoeve van alle doelgroepen te bieden; 4. Naar een toekomstbestendige voorraad te groeien Conclusie Het bestemmingsplan voorziet in extra woningen in een stedelijk milieu, geschikt voor gezinnen, senioren, starters en eenpersoonshuishoudens, en waarvan een deel betaalbaar wordt; het plan komt overeen met de Omgevingsverordening; er wordt voorzien in een leniging van een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, zodat tevens wordt voldaan aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

3.3.3

Provinciale woonvisie 2010-2020 Goed Wonen in Noord-Holland (2010) In september 2010 is de Provinciale woonvisie ‘Goed wonen in Noord-Holland’ vastgesteld. Met deze visie kiest de provincie – waar het gaat om woningbouw – voor een nadruk op de kwaliteit, naast de aantallen woningen. De doelstelling van de visie is dat in 2020 ‘de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit in een aantrekkelijk woonmilieu’. In de woonvisie worden drie opgaven benoemd waarvoor de provincie zich gesteld weet:

34

1. Ten eerste de demografische ontwikkelingen: vergrijzing, ontgroening en afnemende groei zijn trends die zich in de gehele provincie voordoen. Tegelijkertijd is een belangrijk kenmerk van die trends dat ze zich overal op een andere manier of snelheid voordoen. Dit maakt afstemmen en beleidsvorming op regionaal niveau des te belangrijker. 2. De tweede opgave voor het wonen wordt gevormd door een combinatie van maatschappelijke ontwikkelingen: individualisering en differentiatie van consumentenbehoeften, extramuralisering in de zorg en bewustwording van klimaatproblematiek. 3. De derde opgave is gelegen in de economische ontwikkelingen en de effecten daarvan op de woningmarkt. De betaalbaarheid en financieringsmogelijkheden staan onder druk, terwijl tegelijkertijd sprake is van vraaguitval en waardedaling in bestaand vastgoed. De precieze consequenties hiervan op de woningmarkt laten zich moeilijk aanzien. Op basis van deze drie opgaven (hieronder nader uiteengezet) en de ambities heeft de provincie drie speerpunten van beleid opgesteld: 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten (en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning); 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners; 3.

Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Uitgangspunt vormt de gebiedsagenda Noordwest-Nederland 2010-2020. In de Gebiedsagenda Noord-West Nederland 2010-2020 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de woningbouw in de periode 20102020. Deze gebiedsagenda geeft een visie die wordt gedeeld door het Rijk en de regio en dient als basis voor het selecteren van projecten die aan de orde kunnen komen in overleggen over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. De Gebiedsagenda wordt betrokken bij de uitwerking van deze woonvisie in RAP’s. In Noord-Holland zijn vier regio’s onderscheiden: Noord-Holland-Noord, Metropoolregio Amsterdam, Gooi- en Vechtstreek en Zuid-Kennemerland/IJmond. Op het niveau van de RAP’s is deze regio vervolgens onderverdeeld in vier subregio’s. Edam-Volendam valt daarbij binnen de Metropoolregio Amsterdam, subregio Zaanstreek-Waterland. In paragraaf 3.3.2 is de woningopgave reeds uitvoerig behandeld. Demografische ontwikkelingen: Door de vergrijzing zal de bevolkingsgroei in Nederland langzaam verminderen. De sterfte zal toenemen, omdat er steeds meer oudere mensen zijn. Volgens de huidige verwachtingen zal vanaf 2035 de bevolking in Nederland gaan afnemen. Wanneer die afname zich gaat voordoen en in welke mate verschilt erg per gebied.

In grote delen van de provincies Limburg en Groningen krimpt de bevolking nu al, terwijl die in Noord-Holland en Utrecht nog sterk groeit. 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=70b661c2-9ad5-4f72-88fa-28054071f43a