CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bijlage 8 Archeologisch onderzoek Land van Kwadijk te Kwadijk v1116_1

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Bufferwoningen Kwadijk.11.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja, welke en waar (welke diepte) en in welke vorm? Prehistorie Bewoningresten uit de Prehistorie worden niet verwacht binnen de verstoringsdiepte van de beoogde ingrepen (1,0 m-mv). Er zijn in de omgeving van het plangebied geen vindplaatsen uit de Steentijd bekend. In de diepere ondergrond is mogelijk een kreekrug aanwezig, waarop in principe bewoning mogelijk is in het (Midden-Laat) Neolithicum voorafgaand aan de vorming van het veenmoeras. De trefkans op vindplaatsen uit het Neolithicum wordt echter vanwege de verwachte diepteligging van de zandige getijdengeulafzettingen (ca. 7,5 m-mv) laag ingeschat. In de periode tussen het Neolithicum en de Vroege Middeleeuwen is het gebied door veenvorming niet of minder geschikt geweest voor bewoning. Middeleeuwen en Nieuwe Tijd Vanaf de Late Middeleeuwen is het veengebied ontgonnen, waarbij de Kwadijk is aangelegd. Langs deze ontginningskade heeft zich in deze periode een bewoningslint gevormd. Aangezien het plangebied direct grenst aan het historische centrum van Kwadijk, alsmede aan de dijk zelf, beiden objecten van hoge archeologische waarde, wordt

27 28

Soonius en De Rooij, 1997; Dirkx, 1997 Zie paragraaf 1.2 Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

29 van 17

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

aangenomen dat voor deze periode een middelhoge archeologische verwachting geldt. Op basis van eerder archeologisch onderzoek in de omgeving heeft de bewoningslint zich, uitgezonderd de dorpskerk en enkele verspreide erflocaties, vermoedelijk langs de noordzijde van de Kwadijk geconcentreerd. Van oudsher vindt bebouwing in de veengebieden in Zeevang plaats op veenterpen. Dit geldt waarschijnlijk ook voor Kwadijk. Hoewel op de AHN binnen het plangebied geen duidelijke ophogingen zichtbaar zijn, kan de aanwezigheid van veenterpen binnen het plangebied niet geheel worden uitgesloten. De aanwezigheid van veenterpen kan zich uiten door ophogingslagen, bestaande uit veenplaggen en houtskool- en fosfaatrijke kleipakketten. Tot slot kan op basis van de door de AWN Zaanstreek aangeleverde informatie niet uitgesloten worden dat er zich restanten van een oude begraafplaats bevinden in het plangebied. Deze restanten zullen zich bevinden in de nabijheid van de kerk van de Kwadijk, in het noordwestelijk deel van het plangebied. Ook komen in het plangebied mogelijk storthopen voor, zogenaamde bolken, versterkingen van kades en oevers. Deze worden gevormd door huisafval te storten, meestal op kruisingen van waterwegen en slootovergangen, en vormen zodoende de neerslag van het leven van de bewoners van de aangrenzende erven.

Met name de reflectie van de bloeiperiode in de late 16e en 17e eeuw komt tot uiting in het vondstenspectrum van deze storthopen.

Tweede Wereldoorlog De Kwadijk ten noorden van het plangebied maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam, een 135 km lange verdedigingslinie van forten, dijken en inundaties rondom Amsterdam. Langs verdedigingslinies kunnen naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen ook archeologische resten worden verwacht zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken e.d. Hoewel de Stelling van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog in staat van verdediging is gebracht, is er niet aan deze verdedigingslinie gevochten. Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied Periode

Verwachting

Tweede Wereldoorlog

Middelhoog Resten gerelateerd aan de langs de Kwadijk Stelling van Amsterdam

Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd

Middelhoog

Bronstijd – Vroege Middeleeuwen Geen Laat Neolithicum, na verlanden kreekrug Middelhoog en voorafgaand aan veenvorming (tussen ca. 3.850 en ca. 2.750 v. Chr.)

Verwachte vindplaatstypen

Verwachte grondlaag (diepte) Aan het maaiveld en in of direct onder de bouwvoor Direct onder de bouwvoor, in de top van het veen

oude akkers, sloten, ontginningssporen, erven, restanten van een begraafplaats, resten van veenterpen, bolken, traankokerijen, etc. veengebied In het veen Nederzettingsterreinen, Top van de getijdenjachtkampen afzettingen en dekzandafzettingen op 7,50m-mv en 15,8m-mv.

Is aanvullend veldonderzoek door middel van boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk? Ja, vanwege de nieuwe verstoringsdiepte door funderingen, heipalen en de aanleg van nieuwe watergangen en de verhoogde trefkans op vindplaatsen uit de periode van de middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd is inventariserend veldonderzoek noodzakelijk. De AHN geeft daarnaast geen uitsluitsel over de aan- of afwezigheid van veenterpen en/of daliebulten in het plangebied. Hamaland Advies adviseert daarom een verkennend booronderzoek uit te voeren om de aard en mate van intactheid van het bodemprofiel te bepalen. Uitgaande van 6 boringen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

30 van 17

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

per ha dienen in relatie tot de omvang van het plangebied van het onderzoek uit 2022 (2,0 ha) minimaal 12 verkennende boringen met een steekguts met een diameter van 3 cm te worden gezet. De boringen dienen minimaal tot 25 cm in de top van de kleiafzettingen van het Laagpakket van Wormer te worden doorgezet. De boordiepte bedraagt daarom minimaal 2,0 m-mv en maximaal 3,0 m-mv. Voorafgaand aan het booronderzoek dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld (PvA). Tevens dienen bij aanwezigheid van houtskoolrijke en fosfaatrijke kleipakketten aanvullende gutsboringen te worden gezet om de aanwezigheid van veenterpen te kunnen vaststellen. Deze extra boringen dienen in een kruisraai te worden gezet over de terp/terpzool, zodat op tenminste vier punten de begrenzingen van de opduiking kunnen worden vastgesteld. Bij een onderzoek op een gedeelte van een veenterp, dienen de boringen richting het hart van de terp te lopen. Er dient gewerkt te worden met een gutsboor om de getandheid en/of gelaagdheid van antropogene lagen goed te kunnen bestuderen. De boorkernen worden versneden en verbrokkeld en gecontroleerd op aanwezigheid van archeologische indicatoren Daarnaast dient in aanvulling van het booronderzoek ook een veldkartering plaats te vinden waarbij de slootkanten en inritten op aanwezigheid van afvaldumps (bolken) gecontroleerd worden. .

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

31 van 17

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

3

Conclusie en aanbeveling

3.1

Conclusie Op grond van de bestudeerde bronnen en de bekende archeologische waarnemingen in de omgeving van het plangebied, kan geconcludeerd worden dat het plangebied een middelhoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Er kunnen in het gebied restanten van veenterpen met bewoning, daliebulten of daliegaten en bolken aangetroffen worden. Daarnaast kunnen ontginningssporen, met name greppels en (afval)kuilen verwacht worden uit de periode tussen 1100 en 1400 na Chr. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd worden onder - in - of ondiep onder bouwvoor verwacht in de top van het veen. In de diepere ondergrond is mogelijk een kreekrug aanwezig, waarop in principe bewoning mogelijk is in het (Midden-Laat) Neolithicum voorafgaand aan de vorming van het veenmoeras. De trefkans op vindplaatsen uit het Neolithicum wordt echter vanwege de verwachte diepteligging van de zandige getijdengeulafzettingen (ca. 7,5 m-mv) laag ingeschat. In de periode tussen het Neolithicum en de Vroege Middeleeuwen is het gebied door veenvorming niet of minder geschikt geweest voor bewoning. Gemeentelijk beleid is om in geval van planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening voor bodemingrepen vroegtijdig archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend archeologisch veldonderzoek uit te voeren.

Dit om de archeologische waarden van de gronden vast te stellen en in voldoende mate aan te geven op welke wijze de archeologische waarden kunnen worden bewaard en/of gedocumenteerd. Door latere bebouwing, ontginning, herverkaveling en agrarische activiteiten is er een grote kans dat de natuurlijke bodemopbouw voor een deel is verstoord. Dit zal met het inventariserend veldonderzoek moeten worden bevestigd.

3.2

Selectieadvies Om de bodemintactheid en de bodemsamenstelling te toetsen en antropogene ophogingslagen vast te stellen, wordt archeologisch onderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek en een veldkartering noodzakelijk geacht. Uitgaande van 6 boringen per ha dienen in relatie tot de nieuwe uitbreiding (2022, 2,0 ha) minstens 12 verkennende boringen te worden gezet. Om de getandheid/gelaagdheid van de bodem goed vast te stellen, wordt aanbevolen om de boringen met een steekguts te zetten tot minstens 25 cm in de top van het kleidek van het laagpakket van Wormer, op een diepte van ca. 2,0 à 3,0 m-mv. Indien er aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een veenterp in de ondergrond, dan dienen extra boringen in een kruisraai te worden gezet over de terp/terpzool, zodat op tenminste vier punten de begrenzingen van de opduiking kunnen worden vastgesteld. Bij een onderzoek op een gedeelte van een veenterp, dienen de boringen richting het hart van de terp te lopen. Daarnaast dient in aanvulling van het booronderzoek ook een veldkartering plaats te vinden waarbij de slootkanten en inritten op aanwezigheid van afvaldumps (bolken) gecontroleerd worden. Indien in het deel van het plangebied waarvoor in 2015 bureauonderzoek is uitgevoerd bodemingrepen dieper dan 40 cm (gemeentelijke vrijstellingsgrens) worden gepland, dient op dat deel van het plangebied (ca.

6,2 ha) eveneens een verkennend booronderzoek en veldkartering te worden uitgevoerd. Uitgaand van 6 boringen per ha. dienen in totaal 37 verkennende boringen te worden gezet. Voorafgaand aan een verkennend booronderzoek dient conform de BRL 4003 een Plan van Aanpak te worden opgesteld dat ter toetsing zal worden aangeboden aan het bevoegd gezag.

3.3

Voorbehoud

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

32 van 17

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Voorafgaand aan de vergunningverlening dient deze rapportage getoetst te worden door gemeente Edam-Volendam. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de gemeente EdamVolendam.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

33 van 17

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

Gebruikte literatuur Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland; de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land, inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen (Fysische geografie van Nederland). Borger, G. 1990. De duistere broek van Middelie, over de vermeende dijkplicht van ene gemene weide, in: Feestbundel Dirk Pieter Blok, aangeboden ter ere van zijn 65ste verjaardag. Amsterdam, 23-43. Brugman, B.A., E. Louwe, K. Klerks & B. van Munster, 2013. Archeologische vooronderzoek in het kader van het Provinciaal Inpassingsplan N244, Provincie Noord-Holland. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Vestigia Rapport V1113, Amersfoort. Dirkx, G.H.P., 1997. Standaard historisch-geografische inventarisatie van het herinrichtingsgebied Zeevang. DLOStaring Centrum, Wageningen. Dronkert, T., 2010. Kaart Archeologiegebieden, behorend bij Bestemmingsplan Buitengebied 2009 van Gemeente Zeevang (vastgesteld 2010). Croonen Adviseurs West, Amsterdam. Holl, J., 2021. Archeologisch verkennend booronderzoek Kwadijkerpark te Purmerend. Econsultancy Rapport 6571.009, Rotterdam. Kerkhoven, A.A. & M. van den Berg, 2019. Kwadijk, Kwadijk 117.

Gemeente Edam-Volendam (NH). Een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven, variant Archeologische Begeleiding. Transect Rapport 2183, Nieuwegein. Kort, J.W. de, 2007. Plangebied Kwadijk 99, gemeente Zeevang; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-Notitie 2212, Weesp. Mulder, J.R. et al. 1995. in: De bodemgesteldheid van het herinrichtingsgebied Zeevang. Resultaten van een bodemgeografisch onderzoek. SC-DLO rapport 403. Rap, M. & J.M.G. Bongers, 2021. Kwadijk, Kwadijk tussen 139 en 140 (Gemeente Edam-Volendam, NH). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), Verkennende en Karterende Fase. Steekproefrapport 2021-05/08, Zuidhorn. Soonius, C.M., & M. de Rooij, 1997. Herinrichtingsgebied Zeevang (Noord-Holland); archeologisch onderzoek. RAAPrapport 257. Stichting RAAP, Amsterdam. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts & J. Bazelmans, 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam (Prometheus). Wullink, A.J. & J. Holl, 2019. Archeologisch onderzoek Kwadijkerpark te Purmerend. Econsultancy Rapport 6571.001, Rotterdam.

Geraadpleegde websites: https://archis.cultureelerfgoed.nl; voor informatie over archeologische waarnemingen, vondsten, onderzoeken https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ voor Kadastrale minuut 1811-1832 en Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels https://www.topotijdreis.nl/ voor historische kaarten vanaf 1850 tot heden https://www.ikme.nl/ voor Indicatieve Kaart Militair Erfgoed https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/; voor informatie maaiveldhoogte https://archaeology.datastations.nl/ voor onderzoeksrapporten https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens en https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen voor informatie over geologische boringen in de omgeving, geologie, geomorfologie, bodemkaart en GWT https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart# voor Verstoringsbronnenkaart RCE maps.noord-holland.nl/extern/gisviewers/ilc/ voor informatie over landschap, cultuur, archeologie van Noord Holland www.waterlandsarchief.nl voor informatie over de geschiedenis van Kwadijk https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ voor Bestemmingsplannen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

34 van 17

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

35 van 17

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

Bijlage 1: Matenplan (inrichtingsschets) en verkavelingstekening met KLIC gegevens (bron: opdrachtgever

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

Bijlage 2: Overzicht van geologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project: BO Archeologie Plangebied Actualisatie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk Kenmerk: RB/PDK/HAMA/224068

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=1dec2945-6d7d-4265-9b6d-0ae02b395e44