CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bijlage 10 Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling Land van Kwadijk (25 mei 2023)_1

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Bufferwoningen Kwadijk.5.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bufferwoningen Kwadijk

Mei 2023

Status: Definitief

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ‘BUFFERWONINGEN KWADIJK

Naam:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Datum:

Mei 2023

Versie:

Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 5 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN ............................................ 10 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 17

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft betrekking op het voornemen om een nieuwe woonlocatie te ontwikkelen ten zuidoosten van de kern Kwadijk. Het gaat om één van de vier locaties die door de voormalige gemeente Zeevang is gereserveerd voor de zogenoemde bufferwoningen. Met bufferwoningen worden woningen bedoeld die dienen als een reservevoorraad op de te realiseren binnenstedelijke ICT (Intensiveren, Combineren en Transformeren) woningen. De ontwikkeling van maximaal 44 woningen, waarvan 10 betaalbare starterswoningen. Het gaat hierbij om een gevarieerd woningbouwprogramma met een mix van vrijstaande woningen, tweekappers, rijwoningen, rug aan rug woningen en boven benedenwoningen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2015”. Vanuit het ruimtelijke spoor is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Hierna wordt een nadere toelichting op de m.e.r.-beoordeling gegeven.

M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen dan voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De voorgenomen ontwikkeling is als een stedelijk

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

In voorliggend geval wordt de drempelwaarde niet overschreden of benaderd. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin.

Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij de ontwikkeling zijn grondeigenaren, de ontwikkelende partij en de gemeente Edam-Volendam betrokken. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

HOOFDSTUK 2

KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, het projectgebied en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden.

Voorgenomen ontwikkeling Zoals beschreven in de inleiding is initiatiefnemer voornemens ter plaatse van het projectgebied 44 woningen te realiseren. Concreet voorziet het voornemen in een gevarieerd woningbouwprogramma 25 betaalbare woningen tussen € 250.000 en € 355.00 (NHG-grens) en 19 vrije sector woningen Deze woningen zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: • • • • •

13 vrijstaande woningen; 6 twee-onder-één-kap woningen; 7 tussen/hoek woningen; 8 beneden/bovenwoningen; 10 rug-aan-rug woningen.

Dit aantal woningen ligt in lijn met de verwachte ontwikkeling van de woningbehoefte en demografische ontwikkeling voor Kwadijk, conform de Woonvisie. In dit plan is rekening gehouden met het realiseren van 25 betaalbare koopwoningen ten behoeve van de doelgroep. Dit, mede gelet op restcapaciteit wat betreft kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte en de positie van lokale woningzoekenden / koopstarters. Het uitgangspunt is om de te realiseren kleinschalige woonbuurt te laten aansluiten op het bebouwingslint van Kwadijk. Hiervoor is naast het bestemmingsplan ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Ten behoeve van de ontsluiting van de te realiseren woningen wordt er een ontsluitingsweg gerealiseerd. Het geheel zal groen worden ingericht met ruimte voor opgaande beplanting. De onderstaande afbeelding geeft een beeld van de beoogde invulling van het projectgebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Afbeelding 1

Stedenbouwkundigplan (Bron: ErfGoed landelijk bouwen)

Locatiekenmerken Het projectgebied is gelegen in het kenmerkende bebouwingslint van Kwadijk, aansluitend aan de bebouwde kom. De ruimtelijk-functionele structuur bestaat voornamelijk uit woonpercelen met hier en daar enkele andere functies zoals bedrijven, horecagelegenheden en maatschappelijke voorzieningen. Het bebouwingslint wordt aan de noord- en zuidzijde omsloten door waterlopen. Het projectgebied wordt aan de noord-, west- en oostzijde begrensd door woonfuncties en maatschappelijke functies en de weg Kwadijk. Aan de zuid en oostzijde bevinden zich agrarische cultuurgronden en waterlopen. De ligging van het projectgebied (rode omlijning en rode ster) ten opzichte van de directe omgeving en de kernen Kwadijk en Purmerend is indicatief weergegeven in afbeelding 2.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Afbeelding 2

Ligging van het projectgebied (Bron: opentopo)

Het projectgebied is in de huidige situatie onbebouwd en volledig in gebruik als weiland en water. In afbeelding 3 en 4 is door middel van een lucht- en vogelvluchtfoto de huidige situatie van het projectgebied weergegeven.

Afbeelding 3

Luchtfoto projectgebied (Bron: bing maps)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Afbeelding 4

Huidige situatie projectgebied (Bron: ErfGoed landelijk bouwen)

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De nieuwe woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke/reguliere afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de beoogde woningen geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Zoals in hoofdstuk 3 en 4 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Het projectgebied krijgt een eigen ontsluitingsweg welke op de weg Kwadijk wordt aangesloten. Hiermee wordt een verkeersveilige situatie gecreëerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, geur, ecologie, externe veiligheid en water. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten is door diverse (externe) bureaus onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s.

Verkeer Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Stedelijkheidsgraad: niet stedelijk (CBS statLine); Stedelijk gebied: schil centrum.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de verkeersgeneratie van de verschillende beoogde woningen. Functie

Verkeersbewegingen per woningtype per weekdag (gemiddeld)

Aantal woningen

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld)

Koop, huis, vrijstaand

8,6

13

111,8

Koop, huis twee-onder-eenkap

8,2

6

49,2

Koop, huis, tussen/hoek (rij & rug-aan-rugwoningen

7,5

17

127,5

Koop, appartement, duur

6

8

40

Totaal

328,5

Op basis van het vorenstaande resulteert de voorgenomen ontwikkeling in afgerond 329 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Dit aantal komt volledig op de weg Kwadijk terecht. Verkeerstellingen uit 2018 geven aan dat de intensiteit op de weg Kwadijk ongeveer 900 motorvoertuigen (mvt) per 24 uur is. Dit betekent dat door de ruimtelijke ontwikkeling de verkeersintensiteit met meer dan 30% toeneemt naar ongeveer 1.200 mvt per 24 uur. De weg Kwadijk is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximale snelheid van 30 km/uur. Vanuit landelijk beleid Duurzaam Veilig is de richtlijn dat erftoegangswegen binnen de bebouwde kom tussen de 3.500 en 4.500 mvt per 24 uur goed kan verwerken. Het verwachte aantal van 1.200 mvt per 24 uur ligt ver onder de 3.500 mvt. Qua verkeersgeneratie zullen er daarom geen problemen ontstaan in Kwadijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Ontsluiting De ontsluiting van het plangebied is naast Kwadijk 99b. Dit is de enige ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer. Verder is er nog een extra ontsluiting voor voetgangers die uitkomt naast Hollandia-plantsoen 9a. Initiatiefnemer heeft onafhankelijk adviesbureau Sweco gevraagd een verkeerskundig advies uit te brengen op de aansluiting van de beoogde ontsluitingsweg op de Kwadijk en de mogelijkheden van een bouwweg te onderzoeken. De vragen die hierbij centraal stonden waren: 1. 2. 3.

Hoe kan de nieuwe ontsluitingsweg verkeersveilig worden aangesloten op de bestaande Kwadijk? Kan de potentiële hinder als gevolg van koplampen die de woning Kwadijk 101 inschijnen met de vormgeving van de aansluiting nieuwe ontsluitingsweg-Kwadijk worden geminimaliseerd? Op welke wijze kan het te ontwikkelen gebied, veilig en zonder al te veel overlast voor de omgeving, door bouwverkeer worden bereikt?

Sweco heeft haar bevindingen beschreven opgeschreven in de verkeersnotitie ‘Land van Kwadijk’. Hierna worden de conclusies ten aanzien van verkeersveilige ontsluiting en hinder voor omwonende weergegeven. Onder het kopje tijdelijke hinder wordt ingegaan op de bouwweg. 1. Hoe kan de nieuwe ontsluitingsweg verkeersveilig worden aangesloten op de bestaande Kwadijk? De Kwadijk kenmerkt zich hier als erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/u. Dit wilt zeggen dat de verblijfsfunctie centraal staat en de gereden snelheden laag zijn. De intensiteiten op de Kwadijk zijn laag (circa 900-2000 voertuigen per etmaal) en de kruispunten zijn gelijkwaardig uitgevoerd middels een verkeersplateau, passend binnen de richtlijnen voor een kruispunt van een erftoegangsweg. Aanbevolen wordt om de nieuwe aansluiting van Land van Kwadijk op de Kwadijk op eenzelfde manier vorm te geven, middels een verkeersplateau. Deze maatregel verlaagd de passeersnelheid van het verkeer op het kruispunt en attendeert verkeersdeelnemers op het kruispunt. 2. Kan de potentiële hinder als gevolg van koplampen die de woning Kwadijk 101 inschijnen met de vormgeving van de aansluiting nieuwe ontsluitingsweg-Kwadijk worden geminimaliseerd? De ligging van het kruispunt nieuwe aansluiting-Kwadijk kan ertoe leiden dat lichthinder ontstaat voor perceel 101.

Gemotoriseerd verkeer dat vanaf Land van Kwadijk naar de Kwadijk rijdt, kan bij duister met de koplampen bij het perceel naar binnen schijnen. Ook de vormgeving van een verkeersplateau leidt er mogelijk toe dat gemotoriseerd verkeer bij het op- en afrijden van de drempels het perceel in schijnt. Maatregelen om het kruispunt verder van het perceel te verplaatsen brengen grote uitdagingen mee. Om de uitdagingen tijdig op te kunnen vangen zullen hiervoor maatregelen getroffen moeten worden die hoge kosten met zich meedragen en waarschijnlijk een gering effect zullen hebben. Aanbevolen wordt om eventuele lichthinder te reduceren door de heg voor perceel 101 hoger te laten groeien. Ook wordt aanbevolen aanvullende maatregelen te treffen in de berm langs de beoogde aansluiting. Door hoge obstakels te plaatsen, zoals een heg, wordt het licht van uitrijdend verkeer gereduceerd. Met het oog op de verkeersveiligheid van het kruispunt zal het obstakel tot het kruispunt moeten lopen om voldoende zicht op het kruispunt te borgen. Ook zorgt het plaatsen van een lichtmast bij het kruispunt voor omgevingslicht dat de schijnwerking van de koplampen kan reduceren en de verkeersveiligheid verbeterd bij duister.

Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie wordt ingeschaald op neutraal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat woningen in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden), hiervoor gelden echter geen normen. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de geluidsituatie ingeschaald op neutraal.

Luchtkwaliteit Het plan leidt zoals geconstateerd bij het onderdeel verkeer tot extra verkeersbewegingen. Via de NIBMrekentool is onderzocht of de verkeersbewegingen behorend bij de toekomstige woningen wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Net als bij de berekening van de vervoersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling is uitgegaan van afgerond 329 vervoersbewegingen behorend bij de toekomstige woningen. De berekening laat het volgende beeld zien.

Uit de berekening blijkt dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van luchtkwaliteit wordt ingeschaald op neutraal.

Geur De beoogde woningen betreffen geen geurbelastende objecten zoals bedoeld in de Wgv. Het effect van de beoogde woningen ten aanzien van geur wordt ingeschaald op neutraal.

Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet Natuurbescherming.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Gebiedsbescherming Natura 2000: Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Het projectgebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Polder Zeevang’ ligt ten noorden van Kwadijk, op een afstand van circa 30 meter uit de meest nabijgelegen grens van het plangebied. Voor de ontwikkeling zijn door BJZ.nu AERIUS-berekeningen1 uitgevoerd voor de aanlegfase (realisatie voornemen) en de gebruiksfase (gebruik voornemen). Hierna worden de resultaten toegelicht. Aanlegfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gebruiksfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de toekomstige gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Conclusie stikstofdepositie Geconcludeerd wordt dat zowel in de aanlegfase alsook in de gebruiksfase er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr zijn berekend.

Voor beide fases geldt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie met een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig. Natuurnetwerk Nederland: Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN, ligt op circa 20 meter afstand van het projectgebied. Gelet op de ligging buiten het NNN, in relatie met de aard en omvang van de voorgenomen activiteit, wordt uitgesloten dat sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN. Overige beschermingsregimes Uit de quickscan Natuurwaarden van Natuurbank Overijssel blijkt verder dat het plangebied niet behoort tot het Bijzonder Pronvinciaal Landschap. Vanwege de ligging buiten het Bijzonder Provinciaal Landschap hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het BPL (geen externe werking).

Als gevolg van de bouwwerkzaamheden, is enig geluid mogelijk waarneembaar tijdens de bouwwerkzaamheden. Dit effect is kortstondig en vindt alleen plaats gedurende de bouwperiode van enkele weken. Soortenbescherming In voorliggend geval heeft Natuurbank Overijssel ter plaatse van het projectgebied een quickscan natuurwaardenonderzoek2 uitgevoerd. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde

1

Aeriusberekening Bufferwoningen Kwadijk, BJZ.nu, 25 mei 2023

2

Quickscan natuurwaardenonderzoek Kwadijk ongenummerd Kwadijk (projectnr. 725, versie 1.0, 10 oktober 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rustof verblijfplaats in het plangebied, maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied vormt functioneel leefgebied van kleine modderkruiper, bittervoorn en blankvoorn. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren, beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien het plangebied bouwrijp gemaakt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’.

Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een kleine modderkruiper, bittervoorn en blankvoorn gedood. Voor deze vissoorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `doden’. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Het effect van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien van ecologie wordt ingeschaald op neutraal.

Externe veiligheid Binnen het projectgebied wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het voornemen voorzien niet in het toevoegen van een risicovolle inrichting. Het effect van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien van externe veiligheid is neutraal. Het Hoogheemraadschap Hollands Noordkwartier is reeds in 2015 in relatie tot het eerste ontwerpbestemmingsplan geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets is toegepast. In de verdere uitwerking is het Hoogheemraadschap aangehaakt. Hierna wordt de toekomstige waterhuishouding in het plangebied beschreven. Watersysteembeschrijving. Het peilgebied waar de ontwikkeling van de woningen in plaatsvindt heeft een streefpeil van NAP-1,75/-1,85 meter zomer/winter. De afwatering van dit peilgebied was tot kort geleden richting in Purmerend als onderdeel van polder De koog. Recentelijk is er net ten oosten van de Oude Gouw een nieuwe verbinding gemaakt onder de Kwadijk waardoor de afwatering van dit peilgebied richting polder Zeevang zal plaats vinden. Waterkwaliteit De nieuwe woonwijk inrichten met een gescheiden rioolsysteem waarbij het afstromende hemelwater rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd kan worden.

Bij de bouwmaterialen het gebruik van uitloogbare stoffen zoals koper lood en zink beperken. Het huishoudelijk afvalwater (DWA) dient op het gemeentelijk rioleringsstelsel worden aangesloten. Langs openbare oevers streven naar natuurlijke oeverinrichtingen zonder damwand of beschoeiing. Bij particuliere tuinen is het uitgangspunt om wel een beschoeiing toe te passen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Waterkwantiteit Door de ontwikkeling zal er een aanzienlijke verhardingstoename plaatsvinden die voor een versnelde afvoer van regenwater naar het watersysteem zorgt. Dit effect dient gecompenseerd te worden door het graven van extra waterberging (of het vertragen van het afstromend regenwater). Uitgangspunt is een compensatiepercentage van 15% voor de verhardingstoename. Daarnaast dient een eventuele demping van oppervlakte water 1 op 1 gecompenseerd te worden. Het principe om het extra water uit te voeren in natuurlijke vormen en inrichting is een goed vertrekpunt. Deze extra bergingscapaciteit zal ten zuiden van de ontwikkeling plaatsvinden, aansluitend bij de zuidelijke watergangen. Hiervoor worden mogelijk gronden geruild met het hoogheemraadschap. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning en watervergunning zal initiatiefnemer ook een hydrologisch onderzoek en zettingsadvies gereed hebben waardoor het peil bepaald kan worden om vervolgens nauwkeuring een compensatieberekening kunnen maken. Drooglegging De drooglegging in het plangebied is gering en voldoet niet aan de nieuwe functie voor Wonen. Om voldoende drooglegging te creëren zal het terrein opgehoogd moeten worden. Belangrijk aandachtspunt daarbij is de overgang van het plangebied naar de omgeving.

Onderhoud waterlopen Bij de uiteindelijke inrichting van het plangebied is het belangrijk dat de waterlopen (aan openbare oevers) goed bereikbaar zijn voor onderhoud. De brede (hoofd)waterloop aan de zuidzijde van het plangebied kan momenteel varend worden onderhouden. Binnen het plangebied bevinden zich hoofdzakelijk bestaande sloten en sloten die in particulier of gemeentelijk eigendom komen. Deze perceeleigenaren onderhouden de sloten. Het HHNK geeft aan dat de volgende greppels en watergangen bij de gemeente in onderhoud dienen te komen; • •

De greppel achter de Kwadijk 94-99b Die watergangen die grenzen aan toekomstig openbaar gebied.

Het HHNK geeft tevens aan dat de watergang midden in het plangebied, voorzien van één lange duiker, eruit gehaald moet worden. Ervaring leert dat dergelijke (smalle) watergangen die door perceeleigenaren onderhouden moeten worden een rommeltje worden. Dit wordt openbaar groen. Het onderhoud van de smallere sloten dient door de aangrenzende perceeleigenaren te worden uitgevoerd. Waterkeringen Dit plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een waterkering. Wegen Het hoogheemraadschap heeft in de nabijheid van het plangebied wegen in beheer (o.a de Durkweg, Oude Gouw en Nieuwe Gouw) maar schat in dat de ontwikkeling van maximaal 44 woningen geen noemenswaardige invloed zal hebben op deze wegen. Afvalwatertransportleiding Vanuit het rioolgemaal aan de Reinoud van Brederodestraat loopt een afvalwatertransportleiding deels door het plangebied van dit bestemmingsplan richting de N244. Deze leiding brengt voor de ontwikkeling beperkingen met zich mee. Er worden momenteel nog twee opties onderzocht namelijk: 1. 2.

Buiten het plangebied de leiding verleggen De leiding laten liggen met een passende bestemming

Het effect van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien van de waterhuishouding is met toepassing van de genoemde maatregelen neutraal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In voorliggend geval zal gedurende de sloop- en bouwwerkzaamheden enige hinder als gevolg van de sloop- en bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Het gaat dan hoofdzakelijk om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Initiatiefnemer heeft onafhankelijk adviesbureau Sweco gevraagd een verkeerskundig advies uit te brengen op de aansluiting van de beoogde ontsluitingsweg op de Kwadijk en de mogelijkheden van een tijdelijke bouwweg te onderzoeken. Om de werkzaamheden van Land van Kwadijk te kunnen realiseren moet het bouwverkeer in staat zijn het gebied te kunnen bereiken. Routeopties door en nabij Kwadijk zijn hiervoor bekeken. Het definitief kunnen uitsluiten van routeopties is afhankelijk van vele factoren die in verschillende situaties anders kunnen wegen. Hierom wordt in deze notitie geen definitieve aanbeveling gedaan over de te kiezen route voor de bouwweg, maar zijn wel de verkeerskundige voor- en nadelen in beeld gebracht. De routes die door Kwadijk heen lopen kunnen gebruik maken van de bestaande infrastructuur om het gebied te bereiken. Het bouwverkeer zal moeten mengen met het overige verkeer op de smalle rijbaan van de Kwadijk.

Dit kan leiden tot verkeersonveilige situaties en passeerproblemen op de rijbaan en geluidshinder en overlast voor de omliggende woningen. Met de lage verkeersintensiteiten op de Kwadijk is de kans dat zulke situaties optreden echter minimaal. Ook met het treffen van maatregelen als het instellen van een lage maximum snelheid over de Kwadijk voor het bouwverkeer en het rijden over de Kwadijk buiten de spitstijden kan de hinder voor de omgeving verder worden gereduceerd. De routes over de weilanden zijn enkel kansrijk als dit ruimtelijk en kostentechnisch inpasbaar en uitvoerbaar blijkt en wanneer de grondeigenaren hieraan mee willen werken. Bouwverkeer hoeft via die routes niet geheel langs de bebouwing van Kwadijk te rijden. We zal het bouwverkeer ten alle tijden voor een deel over de Kwadijk moeten rijden en zal daarmee tijdelijk zorgen voor enige overlast voor de omgeving. De bouwweg vanaf de N244 naar het te ontwikkelen gebied (routeoptie 3 en routeoptie 6) is de meest directe route om Land van Kwadijk te bereiken, maar biedt grote uitdagingen om een verkeersveilige op- en afrit te creëren bij de N244 zonder voor doorstromingsproblemen te zorgen. Routeopties 4 en 5 blijven buiten het invloedsgebied van de N244 en de bebouwing in Kwadijk en lijken hiermee verkeerskundig het meest gewenst.

Indien aanpassingen van de omgeving niet haalbaar blijken voor de aanleg van een bouwweg, is route 1 het meest kansrijk, omdat gebruik kan worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Aanbevolen wordt om de venstertijden voor alle routes voor aan- en afrijdend bouwverkeer zoveel mogelijk af te stemmen op periodes buiten de spits en begin- en eind van de schooltijden om overlast van bouwverkeer en de kans op verkeersonveilige situaties verder te verminderen. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Verder is via de stikstofberekening de stikstofdepositie in de aanlegfase onderzocht. Uit de berekening van de aanlegfase volgt dat bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het aspect tijdelijke hinder leidt rekening houden met de gegeven adviezen niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. Er zijn geen ontwikkelingen in direct omliggende gebieden bekend waarbij sprake is van vergelijkbare effecten die in dezelfde periode uitgevoerd zullen worden. Cumulatie is daarom niet aan de orde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

HOOFDSTUK 4

CONCLUSIE

Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft het ontwikkelen van het projectgebied met in totaal 44 woningen. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang De ontwikkeling is relatief gering van omvang. Het voornemen vormt een belangrijke bijdrage voor de woningbehoefte in de gemeente Edam-Volendam en meer specifiek de kern Kwadijk. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht blijft. Hinder Tijdens de uitvoering van het voornemen kunnen flora en fauna hinder ondervinden. Uit het ecologische onderzoek en de stikstofberekening is echter gebleken dat de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming leiden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden in het kader van soortbescherming.

Ten aanzien van gebiedsbescherming wordt ten aanzien van NNN geconcludeerd dat er geen hinder optreedt. Ten aanzien van Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van het voornemen per saldo geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Plaats van de activiteit Het projectgebied is geheel binnen grondgebied van de gemeente Edam-Volendam gelegen. Het gaat om agrarisch gebied direct aansluitend aan de kern Kwadijk. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • • •

Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.

Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, geur, water, bodem, ecologie (waaronder stikstof) geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Bufferwoningen Kwadijk’

Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=70735a1d-2477-4a37-ac0a-f382616f9710