CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels beheersverordening Edam Zuid 1e herziening_2021_10_01.pdf

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen beheersverordening Edam-Zuid.12.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels beheersverordening “Beheersverordening EdamZuid 1e herziening 2021” Planstatus: vastgesteld Plan identificatie: NL.IMRO.0835.bhvEdamZuid1ehz-vg01

1 Inleidende regels .................................................................................................................................................. 5 Artikel 1.1 Begrippen ........................................................................................................................................... 5 Artikel 1.2 Begrippen ......................................................................................................................................... 10 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................................ 13 Artikel 2.1 Bedrijf ............................................................................................................................................... 13 Artikel 2.2 Detailhandel en dienstverlening ....................................................................................................... 15 Artikel 2.3 Groen ............................................................................................................................................... 16 Artikel 2.4 Horeca ..............................................................................................................................................

17 Artikel 2.5 Maatschappelijk................................................................................................................................ 18 Artikel 2.6 Recreatie .......................................................................................................................................... 19 Artikel 2.7 Sport................................................................................................................................................. 18 Artikel 2.9 Tuin - ….. ......................................................................................................................................... 22 Artikel 2.9 Tuin - Openheid.............................................................................................................................. 203 Artikel 2.10 Verkeer........................................................................................................................................... 24 Artikel 2.11 Verkeer - Verbijfsgebied ................................................................................................................. 22 Artikel 2.12 Water..............................................................................................................................................

26 Artikel 2.13 Wonen ............................................................................................................................................ 27 Artikel 2.14 Wonen - Erf .................................................................................................................................... 29 Artikel 2.15 Wonen - Garage ............................................................................................................................. 27 Artikel 2.16 Wonen - Vrijstaand ......................................................................................................................... 28 Artikel 2.17 Waarde - Archeologie 1 .................................................................................................................. 30 Artikel 2.18 Waarde - Archeologie 2 .................................................................................................................. 32 Artikel 2.19 Waarde - Archeologie 3 .................................................................................................................. 34 Artikel 2.20 Waarde - Archeologie 4 ..................................................................................................................

39 Artikel 2.21 Waterstaat - Waterkering................................................................................................................ 38 3 Algemene regels ................................................................................................................................................. 39 Artikel 3.1 Gebruik van gronden en bouwwerken .............................................................................................. 39 Artikel 3.2 Anti-dubbeltelregel ........................................................................................................................... 40 Artikel 3.3 Bestaande afstanden en andere maten ........................................................................................... 41 Artikel 3.4 Hoogte-aanduidingen ....................................................................................................................... 42 Artikel 3.5 Afwijkingsbevoegdheden .................................................................................................................. 43

2

Artikel 3.6 Algemene bouwregel........................................................................................................................ 44 Artikel 3.7 Monumenten .................................................................................................................................... 45 Artikel 3.8 Procedureregels ............................................................................................................................... 46 Artikel 3.9 Parkeren en laden en lossen ............................................................................................................ 50 4 Overgangs- en slotbepalingen ............................................................................................................................ 51 4.1 Overgangsbepalingen ........................................................................................................................ 51 4.2 Slotregeling......................................................................................................................................... 49

Bijlage 1. Bestemmingsplan Edam Zuid Bijlage 2. Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Bijlage 3. Beheersverordening Edam-Zuid (toelichting) Bijlage 4. Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 5. Staat van Horeca-activiteiten

3

4

1 Inleidende regels Artikel 1.1 Begrippen 1.1.1 Beheersverordening De beheersverordening Edam-Zuid, 1e herziening met identificatienummer NL.IMRO.0835.bhvEdamZuid1ehzvg01 van de gemeente Edam-Volendam; 1.1.2 Verbeelding De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.1.3 Aan huis gebonden beroep De uitoefening aan huis van een beroep op administratief, juridisch, medisch, persoonlijke verzorging, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen terrein, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de woning een ruimtelijke uitwerking of uitstraling behoudt die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.1.4 Antennedrager Antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.1.5 Antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie; 1.1.6 Atletiek De sporten hardlopen, springen, speer- en discuswerpen, kogelstoten en kogelslingeren en varianten daarop; 1.1.7 Atletiekbaan Terreinen en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van atletiek; 1.1.8 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.1.9 Bebouwingspercentage Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de

grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.1.10 Bedrijf Een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.1.11 Bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten; 1.1.12 Bedrijfs/dienstwoning Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke kennelijk slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming en het feitelijk gebruik van het gebouw of het terrein; 1.1.13 Bestaand a.

b.

ten aanzien van bouwwerken: een bouwwerk, dat ten tijde van de terinzagelegging van de inwerkingtreding van de beheersverordening legaal bestaat of legaal in uitvoering is en mag worden gebouwd krachtens een bouw-/omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een vrijstelling op grond van de WRO, een ontheffing op basis van de Wro, of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo; ten aanzien van gebruik: het legale gebruik van gronden, opstallen en bouwwerken dat op het moment van de inwerkingtreding van de verordening bestaat en in overeenstemming is met het voorheen

5

geldend planologische regime dan wel in overeenstemming of in uitvoering is krachtens een vrijstelling op grond van de WRO, een ontheffing van de Wro of een afwijkingsprocedure van de Wabo; 1.1.14 Besluitvlakgrens Een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een besluitvlak; 1.1.15 Besluitvlak Een op de verbeelding door besluitvlakgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangegeven met eenzelfde bestemming; 1.1.16 Bijbehorende bouwwerken Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.1.17 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.1.18 Bouwgrens Een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak; 1.1.19 Bouwhoogte Hoogste punt van een gebouw dat niet is afgedekt met een kap; 1.1.20 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.1.21 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.1.22 Bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel; 1.1.23 Bouwvlak Een op de

verbeelding door bouwgrenzen omsloten vlak, waarmee de gronden zijn aan geduid waarop gebouwen zijn toegelaten; 1.1.24 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.1.25 Bouwwerk, geen gebouw zijnde Elk bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.1.26 Carport Een overkapping met een open constructie die geen tot de constructie behorende wanden heeft ten behoeve van de stalling van voertuigen; 1.1.27 Dagrecreatieve voorzieningen: Onder dagrecreatieve voorzieningen wordt verstaan recreatie-elementen zoals ligweiden, speelterreinen, volkstuinen, sportvelden en sportterreinen.; 1.1.28 Dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.1.29 Dakkapel Een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;

6

1.1.30 Dakopbouw Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak waardoor het silhouet van het oorspronkelijke dak wijzigt; 1.1.31 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijfsactiviteit; 1.1.32 Dienstverlening Bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio’s, kantoren met baliefunctie en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.1.33 Eerste bouwlaag De bouwlaag op de begane grond; 1.1.34 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten, ruimte vormt; 1.1.35 Geluidbelasting vanwege wegverkeer De etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.1.36 Geluidzoneringsplichtige inrichting Een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het

terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld; 1.1.37 Goothoogte De hoogte, gemeten vanaf peil tot aan de bovenkant van de goot; 1.1.38 Hoofdgebouw Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.1.39 Horecabedrijf Een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.1.40 Horecaschip Elk vaartuig of drijvend voorwerp dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt ten behoeve van horeca; 1.1.41 Kantoor Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi) overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen, al of niet met een baliefunctie; 1.1.42 Kap De afdekking van een gebouw die is geplaatst onder een hoek van niet minder dan 35 en niet meer dan 70 graden ten opzichte van het horizontale vlak; 1.1.43 Maatschappelijke voorzieningen Overheidsvoorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren, bejaardencentra,

sociaalculturele doeleinden;

7

1.1.44 Nokhoogte Het hoogste punt van een gebouw dat is afgedekt met een kap; 1.1.45 Nutsvoorzieningen Voorzieningen c.q. gebouwen gericht en bestemd voor en ten behoeve van openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van gasvoorziening en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen en gebouwen; 1.1.46 Onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen; 1.1.47 Ondergeschikte ondersteunende horeca Vormen van horeca die wat betreft exploitatievorm behoren bij en ondergeschikt zijn aan een (sociaal-culturele, recreatieve) hoofdfunctie zoals buurthuizen, en sportkantines zoals bedoeld in categorie I van de Staat van Horecabedrijven; 1.1.48 Oorspronkelijke nokhoogte, gevel, gevelbreedte e.d De ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaande nokhoogte, gevel, gevelbreedte e.d. van gebouwen; 1.1.49 Ondergronds bouwen Bouwen onder het maaiveld met een diepte van minimaal 0,5 m; 1.1.50 Overkapping Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, of ander bouwwerk, met een dak; 1.1.51 Peil Hieronder wordt verstaan: a. b. c.

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil;

1.1.52 Perceelsgrens Een grens van een bouwperceel; 1.1.53 Provinciaal monument Een onroerende zaak die van belang is voor de provincie Noord-Holland wegens haar cultuurhistorische waarde als bedoeld in de Provinciale Monumentenverordening Noord-Holland 2005; 1.1.54 Rijksmonument Onroerend monument, dat is ingeschreven in de Erfgoedwet vastgestelde registers; 1.1.55 Scheidingslijn tussen bouwhoogten Een op de verbeelding aangegeven lijn, die een deel van een bouwvlak afgrenst, waarvoor een afwijkende gooten/of nokhoogte van toepassing is; 1.1.56 Seksinrichting De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

8

1.1.57 Straatmeubilair Straatverlichtingselementen, zitbanken, openbare toiletten, bloembakken, telefooncellen, wachtruimten voor verkeersdiensten, ondergrondse opslagplaatsen voor huishoudelijk afval en in het algemeen als bouwwerken, welke kunnen dienen ten gerieve van de gebruikers van straten; 1.1.58 Verbeelding De digitale voorstelling van de in de verbeelding opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.1.59 Vloeroppervlak Het totale oppervlak van de vloeren van alle bouwlagen van een gebouw; 1.1.60 Voorgevel De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard en functie, constructie danwel gelet op de uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt en waar ‘om die redenen’ de voorgevelrooilijn is gesitueerd; 1.1.61 Voorgevelrooilijn Op de verbeelding aangegeven lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk; 1.1.62 Voorkeursgrenswaarde De maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder, c.q.

het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.1.63 Wet De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) zoals die gold ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van deze beheersverordening; 1.1.64 Woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.1.65 Woongebouw Een gebouw dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.1.66 Woonschip Elk vaartuig of drijvend voorwerp dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning; 1.1.67 Zendmast Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarop antenne-installaties worden geplaatst;

9

Artikel 1.2 Begrippen 1.2.1 Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. lengte, breedte en diepte van gebouwen: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren; b. lengte, breedte en diepte van bouwwerken, geen gebouw zijnde: tussen de verst van elkaar gelegen punten van deze werken, horizontaal gemeten; c. de goot (of boeibord)hoogte van een gebouw: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel of de hoogte gemeten tussen de bovenkant van goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel en het peil; met dien verstande dat voor de goothoogte de goten van dakkapellen buiten beschouwing blijven; d. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van bouwonderdelen van ondergeschikte betekenis zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; f.

oppervlakte van bouwwerken, geen gebouw zijnde: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; g. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; h. afstanden: afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; i. bouwhoogte van een antenne-installatie: de bouwhoogte van een antenne-installatie wordt gemeten tussen de voet van de antennedrager en het hoogste punt van de antenne-installatie; indien de antennedrager aan de gevel van een gebouw wordt bevestigd, wordt gemeten tussen het punt waarop de antenne, met antennedrager het dakvlak kruist en het hoogste punt van de antenne-installatie; j. nokhoogte: vanaf het peil tot aan de nok van een gebouw dat is afgedekt met een kap. 1.2.2 Toepassing Bij de toepassing van het bepaalde als bedoeld in lid 1 ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken en besluitvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevelennkroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw c.q. besluitvlakgrens met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden;

10

2 Bestemmingsregels Artikel 2.1 Bedrijf 2.1.1 Bestemmingsomschrijving De met ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van: a. b. c.

bedrijven, handels- en nijverheidsbedrijven en ambachtelijke bedrijven die behoren tot de categorieën 1, 2 en 3 van de van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten; ter plaatse van de aanduiding ‘nutsvoorziening’: uitsluitend nutsvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg’ uitsluitend een benzineservice-station, voor zover die behoren tot de categorieën 1 en 2 van de van deze regels deel uitmakende, Staat van bedrijfsactiviteiten alsmede voor:

d. e.

bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, straten en paden; parkeervoorzieningen, groen en water, tuinen, erven en terreinen; met dien verstande dat:

f.

detailhandel en zelfstandige kantoorvoorzieningen, behoudens het bepaalde in lid 2.1.2.2 onder f, niet zijn toegestaan;

2.1.2 Bouwregels 2.1.2.1 Algemeen Op en in deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen bouwwerken, geen gebouw zijnde.

2.1.2.2 Specifiek: Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g.

het bebouwingspercentage mag niet groter zijn dan op de verbeelding is aangegeven. Daar waar op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven geldt een percentage van 100; een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'voorgevelrooillijn' wordt de voorgevel van hoofdgebouwen georiënteerd op de voorgevelrooilijn; de goot- en bouwhoogte mag indien deze niet op de verbeelding is aangegeven, niet meer bedragen dan de oorspronkelijke goot- en bouwhoogte; bedrijfswoningen, indien en voorzover de gronden op de verbeelding zijn voorzien van de aanduiding ‘bedrijfswoning’, met een maximum van één per bouwvlak; in afwijking van het bepaalde in lid 1 sub e mag het verkoopoppervlak aan detailhandel bij het benzineverkoopservicepunt ten hoogste 125 m2 bedragen; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4, lid 5 van overeenkomstige toepassing.

2.1.3 Specifieke gebruiksregels In aanvulling op het bepaalde in artikel 3.1(gebruik van gronden en bouwwerken) is het verboden de gronden met een nadere aanwijzing ‘bijgebouwen uitgesloten’ en andere onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 3.00 meter. 2.1.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken:

11

a. b.

van het bepaalde in lid 1 en toe te staan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2; voor het toelaten van dienstverlenende instellingen met dien verstande dat:

c. d.

geluidshinderlijke inrichtingen, als bedoeld in artikel 12, lid 4 van het Inrichtingen en Vergunningenbesluit Milieubeheer(IVB) niet zijn toegestaan; benzinestations met LPG verkoop, voorzover voorkomend in categorie 3.2. van de Staat van bedrijfsactiviteiten, niet zijn toegestaan.

12

Artikel 2.2 Detailhandel en dienstverlening 2.2.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Detailhandel- en Dienstverlening aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van detailhandel en dienstverlening met daaraan ondergeschikt: a. b. c.

wegen en paden; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende:

d. e.

tuinen, erven en terreinen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.2.2 Bouwregels 2.2.2.1 Algemeen Op en in deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen bouwwerken, geen gebouw zijnde.

2.2.2.2 Specifiek Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

het bebouwingspercentage mag niet groter zijn dan op de verbeelding is aangegeven. Daar waar op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven geldt een percentage van 100; de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'voorgevelrooilijn' wordt de voorgevel van hoofdgebouwen georiënteerd op de voorgevellrooilijn; de goot- resp. de bouwhoogte mag niet groter zijn dan de verbeelding aangeeft; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4, lid 5 van overeenkomstige toepassing.

13

Artikel 2.3 Groen 2.3.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.20 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ‘Groen’ aangewezen gronden bestemd voor: beplantingen, gazons, water, waterpartijen en wateroeverstroken, speelvoorzieningen en speelgelegenheid, kunstobject en straatmeubilair, nutsvoorzieningen, voetgangers- en fietspaden, bermen en bermsloten. 2.3.2 Bouwregels a. b.

op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4, lid 5 van overeenkomstige toepassing.

14

Artikel 2.4 Horeca 2.4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor a.

gebouwen ten behoeve van horecavoorzieningen voor zover deze voorkomen in categorie 1, 2, 3 en 4 van de Staat van Horeca-activiteiten; met daaraan ondergeschikt:

b. c. d.

wegen en paden; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; en de daarbij behorende:

• •

tuinen, erven en terreinen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'opslag' uitsluitend opslag is toegestaan. 2.4.2 Bouwregels 2.4.2.1 Algemeen Op en in deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen bouwwerken, geen gebouw zijnde.

2.4.2.2 Specifiek Op en in deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d. e. f. g. h.

het bebouwingspercentage mag niet groter zijn dan op de verbeelding is aangegeven; daar waar op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven geldt een percentage van 100; een gebouw mag uitsluitend in een bouwvlak worden gebouwd; de goothoogte van gebouwen mag niet groter zijn dan op de verbeelding is aangegeven; de bouwhoogte mag niet groter zijn dan de bouwhoogte die aanwezig was ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van deze beheersverordening; uitsluitend ter plaatse van de nadere aanduiding ‘bedrijfswoning’ is een bedrijfswoning toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn geen bijgebouwen toegestaan; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4 van overeenkomstige toepassing.

15

Artikel 2.5 Maatschappelijk 2.5.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor: a.

b.

gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen met daaraan ondergeschikte ondersteunende horeca, conform categorie 1 van de Staat van horeca-activiteiten met de daarbijbehorende 1. wegen en paden; 2. parkeervoorzieningen 3. speelvoorzieningen 4. water 5. tuinen, erven en terreinen 6. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats': begraafplaats met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, waaronder gedenkstenen, voetpaden, overige verhardingen en groenvoorzieningen.

2.5.2 Bouwregels 2.5.2.1 Algemeen: Op en in deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.5.2.2 Specifiek: Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

het bebouwingspercentage mag niet groter zijn dan op de verbeelding is aangegeven. Daar waar op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven geldt een percentage van 100; een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de goothoogte van gebouwen mag, indien deze niet staat aangegeven op de verbeelding, niet meer bedragen dan de oorspronkelijke goothoogte; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4 van overeenkomstige toepassing. uitsluitend ter plaatse van de nadere aanduiding ‘bedrijfswoning’ is een bedrijfswoning toegestaan; op de gronden met de nadere aanwijzing ‘bijgebouwen uitgesloten’ mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

2.5.3 Specifieke gebruiksregels Aanvullend op het bepaalde in artikel 3.1 van deze regels (gebruik van gronden en bouwwerken) geldt voor de bestemming ‘Maatschappelijk’ het volgende: a. b.

de ondersteunende horecavoorzieningen, conform categorie 1 van de Staat van horecaactiviteiten,dienen ondergeschikt te zijn aan de bestemming maatschappelijke doeleinden. de oppervlakte ten behoeve van ondergeschikte ondersteunende horeca mag binnen deze bestemming niet meer dan 10% van de bebouwde oppervlakte per bouwperceel zijn met een maximum van 200 m².

16

Artikel 2.6 Recreatie 2.6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

sportieve recreatie en dagrecreatieve voorzieningen, waartoe in elk geval behoren: o sportvelden met bijbehorende voorzieningen; o gebouwen ten behoeve van sportieve recreatie, met de daarbij behorende (ondergeschikte-) horecavoorzieningen, zoals bedoeld in categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten; o gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer en sanitaire voorzieningen; o een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie. met de daarbij behorende

b.

voorzieningen zoals ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, beplantingen, groenvoorzieningen en water en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.6.2 Bouwregels 2.6.2.1 Algemeen Op en in deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.6.2.2 Specifiek Voor het bouwen van de in lid 2.6.1 genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

het bebouwingspercentage mag niet groter zijn dan op de verbeelding is aangegeven. Daar waar op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven geldt een percentage van 100; de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de goothoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding staat aangegeven, met dien verstande dat ter plaatse waar een maximale goothoogte van 6 m geldt, 20% van de oppervlakte van de gebouwen een goothoogte mag hebben van 8 m; op de gronden met de nadere aanwijzing (z) mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

2.6.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

de hoogte van lichtmasten ten behoeve van sportvelden mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 3.4 lid 5, ten hoogste 20 m bedragen; de hoogte van antennemasten van vrijstaande antennes ten behoeve van telecommunicatie mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 3.4 lid 5, ten hoogste 40 meter bedragen; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4 van overeenkomstige toepassing.

2.6.3 Specifieke gebruiksregels a. b.

de ondersteunende horecavoorzieningen, conform categorie 1 van de Staat van horeca-activiteiten, dienen functioneel ondergeschikt te zijn aan de bestemming Recreatie; de oppervlakte ten behoeve van ondergeschikte ondersteunende horeca mag maximaal 10% van de bebouwde oppervlakte van de hoofdfunctie bedragen.

17

Artikel 2.7 Sport 2.7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

sportvelden met bijbehorende voorzieningen; atletiekbaan met bijbehorende voorzieningen;

met de daarbij horende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, beplantingen groenvoorzieningen en water en bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2.7.2 Bouwregels 2.7.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 2.7.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 2.7.2.2 Bouwregels bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

maximum bebouwingspercentage: 5%; maximum bouwhoogte lichtmasten ten behoeve van de sportvelden en atletiekbaan: 20 meter; maximum bouwhoogte vlaggemasten: 6 meter; maximum bouwhoogte terreinafscheidingen 2 meter; maximum bouwhoogte overige bouwwerken: 10 meter.

18

Artikel 2.8 Tuin 2.8.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de op voor ‘Tuin’ aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor de aanleg en instandhouding als tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. 2.8.2 Bouwregels 2.8.2.1 Algemeen Op de in lid 2.8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. 2.8.2.2 Specifiek: a.

b.

c.

aan de oorspronkelijke gevel van het hoofdgebouw is een bijbehorend bouwwerk tot eenmaximale diepte van 1.00 m toegestaan met dien verstande dat indien het bijbehorend bouwwerk aan een zijgevel is gesitueerd, de breedte daarvan niet meer mag bedragen dan 50% van de oorspronkelijke zijgevel van het hoofdgebouw; met inachtneming van het bepaalde in sub a mogen bij hoeksituaties bijbehorend bouwwerken van de zijgevel met die van de voorgevel verbonden worden; 1. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag ten hoogste 3 meter bedragen; 2. de maximale oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6 m2; 3. een bijbehorend bouwwerk dient minimaal 3 meter achter de voorgevel te worden geplaatst; 4. daar waar de bestemming is voorzien van de aanduiding bijgebouwen uitgesloten mag niet worden gebouwd; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4, lid 5 van overeenkomstige toepassing.

19

Artikel 2.9 Tuin - Openheid 2.9.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ‘Tuin -openheid’ aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor de aanleg en instandhouding als tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. De gronden dienen daarbij niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, dan wel zoals het artikel luidt indien sprake is van een wetswijziging betreffende vergunningsvrij bouwen op het erf. 2.9.2 Bouwregels 2.9.2.1 Algemeen Op de in lid 2.9.1 bedoelde gronden is het verboden: (vergunningsvrij) bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd de in lid 2.9.2.2. genoemde bijbehorende bouwwerken zoals erkers en bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2.9.2.2 Specifiek Voor het bouwen van de uitgezondere bijbehorende bouwwerken onder lid 2.9.2.1 gelden de volgende bepalingen: a.

b. c. d. e. f.

aan de oorspronkelijke gevel van het hoofdgebouw is een bijbehorend bouwwerk tot eenmaximale diepte van 1.00 m toegestaan met dien verstande dat indien het bijbehorend bouwwerk aan een zijgevel is gesitueerd, de breedte daarvan niet meer mag bedragen dan50% van de oorspronkelijke zijgevel van het hoofdgebouw; met inachtneming van het bepaalde in sub a mogen bij hoeksituaties bijbehorend bouwwerkenvan de zijgevel met die van de voorgevel verbonden worden; de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag ten hoogste 3 meter bedragen; de maximale oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6 m2; een bijbehorend bouwwerk dient minimaal 3 meter achter de voorgevel te worden geplaatst; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4, lid 5 van overeenkomstige toepassing.

20

Artikel 2.10 Verkeer 2.10.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden bestemd voor: a. b.

wegen, (ondergrondse) parkeerplaatsen met de daarbij behorende voorzieningen , fietsen; voetgangerspaden; met de daarbij behorende

c.

bermstroken, taluds, geluidswerende voorzieningen, groenvoorzieningen, bruggen, duikers, brugwachtershuisjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, water, keerwanden en watergangen ten behoeve van de waterberging en waterhuishouding, kunstobjecten, nutsvoorzieningen en straatmeubilair

2.10.2 Bouwregels 2.10.2.1 Algemeen: Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

een brugwachterhuisje; bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals straatmeubilair, verkeerslichten en bewegwijzeringsportalen.

2.10.2.2 Specifiek: Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

het brugwachtershuisje mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van het brugwachtershuisje mag niet meer bedragen dan 3 meter; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4, lid 5 van overeenkomstige toepassing.

21

Artikel 2.11 Verkeer - Verbijfsgebied 2.11.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ aangewezen gronden bestemd voor: a. b. c.

wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing; met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienstevan de aangrenzende bestemmingen; (ondergrondse) parkeerplaatsen met de daarbij behorende voorzieningen; alsmede voor:

d. e.

bijbehorende voorzieningen, zoals fiets- ruiter-, skeeler en voetpaden, parkeerspeel-, en groenvoorzieningen, bruggen, duikers en water; nutsvoorzieningen, geen gebouw zijnde, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, kunstobjecten.

2.11.2 Bouwregels Voor het bouwen op gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend duikers en bruggen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is het bepaalde in artikel 3.4, lid 5 van overeenkomstige toepassing.

22

Artikel 2.12 Water 2.12.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ‘Water’ aangewezen gronden bestemd voor: a. b.

sloten, watergangen en waterwegen; de wateraanvoer en -afvoer en waterberging en sierwater met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals aanlegsteigers, steigers, duikers, keerwanden, keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiing, bruggen en werken, geen bouwwerk zijnde.

2.12.2 Bouwregels a. b. c. d. e.

op of in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd zoals keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en steigers; de maximale bouwhoogte bedraagt 3 m; het maximale bebouwingspercentage bedraagt 5 %; voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het bepaalde in artikel 3.4, lid 5; bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen slechts worden gebouwd indien vooraf van de waterbeheerder een schriftelijke verklaring is ontvangen, dat zij tegen het bouwen daarvan geen bezwaar heeft.

23

Artikel 2.13 Wonen 2.13.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ´Wonen` aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor - woningen; - daar waar dat op de verbeelding met een aanduiding 'gestapeld' is aangegeven: woningen in gestapelde vorm; - bijbehorende bouwwerken; met de daarbij behorende - tuinen en erven, en - bouwwerken geen gebouw zijnde. 2.13.2 Bouwregels 2.13.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.

hoofdgebouwen , bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouw zijnde;

met de daarbij behorende tuinen en erven. 2.13.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

woningen mogen niet worden samengevoegd op zodanige wijze dat het aantal woningen vermindert zoals aanwezig op het tijdstip van in werking treden van de beheersverordening; een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; voorzover op de verbeelding geen bouwhoogte is aangegeven mag de bouwhoogte van het hoofdgebouw ten hoogste de oorspronkelijke bouwhoogte bedragen; voorzover op de verbeelding geen bouwhoogte is aangegeven mag de bouwhoogte van het hoofdgebouw ten hoogste de oorspronkelijke bouwhoogte bedragen; ter plaatse van de aanduiding 'voorgevelrooilijn' wordt de voorgevel van hoofdgebouwen georiënteerd op de voorgevelrooilijn. de bouwhoogte van aan- en bijbehorende bijgebouwen mag voor zover grenzend aan de achter- en voorzijde van het hoofdgebouw niet hoger zijn dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het bepaalde in artikel 3.4, lid 5; ondergrondsbouwen is onder voorwaarde zoals bepaald in artikel 3.8 toegestaan binnen het bouwvlak; in afwijking van deze regels mogen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' de bestaande bijgebouwen aanwezig zijn.

2.13.2.3 Dakkapellen a. b.

c. d.

dakkapellen op het voordakvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat de breedte van de dakkapel ten hoogste 2,4 m, of in geval de gevelbreedte meer is dan 6 m, ten hoogste 40% van het dakvlak mag bedragen en ten minste 0,5 m uit de zijkant van het dakvlak dient te blijven; dakkapellen op een naar het openbaar gebied gekeerd zijdakvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. de breedte van één of meer dakkapellen ten hoogste 40% van het dakvlak en per dakkapel de breedte ten hoogste 2,4 m mag bedragen; 2. de dakkapellen ten minste 1,2 m uit zowel de voorkant als uit de achterkant van het dakvlak dienen te blijven; dakkapellen op een niet naar het openbaar gebied gekeerd zijdakvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat de dakkapellen ten minste 1,2 m uit de voorkant en 0,5 m uit de achterkant van het dakvlak dienen te blijven; dakkapellen op het achterdakvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat de dakkapellen ten minste 0,5 m uit de zijkant van het dakvlak dienen te blijven.

24

2.13.3 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 2.12.1, ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep mits wonen hoofddoel blijft en het ruimtebeslag voor de uitoefening van een aan huisgebonden beroep niet meer bedraagt dan 30 m2.

25

Artikel 2.14 Wonen - Erf 2.14.1 Bestemmingsomschrijving Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 van deze regels (Waterkering) zijn de voor ‘Wonen – Erf’ aangewezen gronden bestemd voor erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. 2.14.2 Bouwregels 2.14.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde

2.14.2.2 Specifiek Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

f.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 60% van het besluitgebied Wonen-Erf met een maximum van 40 m²; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; de breedte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 50% van de gevelbreedte van het hoofdgebouw; de gronden die zijn voorzien van de bestemming Wonen - Garage en voor zover bebouwd worden niet meegerekend bij het bebouwingspercentage en de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld onder a; ter plaatse van de nadere aanduiding 'specifieke vorm van wonen - carport' moet een ruimte beschikbaar blijven van tenminste 3 meter breed en 4,5 meter lang ten behoeve van het stallen van voertuigen op het perceel. De ruimte voor het stallen van voertuigen mag worden voorzien van een carport met een bouwhoogte van niet meer dan 3 meter; in afwijking van deze regels mogen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' de bestaande bijgebouwen aanwezig zijn.

26

Artikel 2.15 Wonen - Garage 2.15.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen – Garagebox’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor bebouwing met garages en bergruimten voor de stalling van vervoermiddelen en voor de berging van huishoudelijk gebruik (niet voor handel, bewoning en voor distributie bestemde goederen). 2.15.2 Bouwregels 2.15.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen slechts ten behoeve van de bestemming worden gebouwd: a. b.

gebouwen bouwwerken, geen gebouw zijnde.

2.15.2.2 Specifiek Voor het bouwen op de in lid 2.15.1 omschreven gronden gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende bepalingen: a. b.

er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; de bouw- resp. goothoogte mag niet groter zijn dan op de verbeelding is aangegeven.

2.15.2.3 Afwijking In afwijking van het bepaalde in lid 2.14.2.2 is op garages/bergingen die op de verbeelding met een nadere aanduiding 'kap' zijn aangegeven, een kap toegestaan. De goothoogte mag in dat geval niet groter zijn dan de verbeelding aangeeft, de bouwhoogte mag in dat geval niet meer bedragen dan 5 meter.

27

Artikel 2.16 Wonen - Vrijstaand 2.16.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen – Vrijstaand’ zijn bestemd voor: a. b. c.

vrijstaande woonhuizen; bijbehorende bouwwerken; een monument ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 'rijksmonument';

met de daarbijbehorende:

• •

tuinen en erven; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.16.2 Bouwregels 2.16.2.1 Algemeen: Op deze gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.

hoofdgebouwen , bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouw zijnde;

met de daarbij behorende tuinen en erven. 2.16.2.2 Specifiek Voor het bouwen van gebouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mag ten hoogste 30% van de kaveloppervlakte worden bebouwd, met dien verstande dat kavels tot 1.000 m² met niet meer mogen worden bebouwd dan 200 m² en kavels van 1.000 m² en groter met niet meer mogen worden bebouwd dan 250 m²; voor zover op de verbeelding geen goothoogte is aangegeven, mag de bouwhoogte van het hoofdgebouw ten hoogste de oorspronkelijke goothoogte bedragen; voor zover op de verbeelding geen bouwhoogte is aangegeven, mag de bouwhoogte van het hoofdgebouw ten hoogste de oorspronkelijke bouwhoogte bedragen; ter plaatse van de aanduiding 'voorgevelrooilijn' wordt de voorgevel van hoofdgebouwen georiënteerd op de voorgevelrooilijn. voor wat betreft de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het bepaalde in artikel 3.4, lid 5.

2.16.2.3 Dakkapellen a. b.

c. d.

dakkapellen op het voordakvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat de breedte van de dakkapel ten hoogste 2,4 m, of in geval de gevelbreedte meer is dan 6 m, ten hoogste 40% van het dakvlak mag bedragen en ten minste 0,5 m uit de zijkant van het dakvlak dient te blijven; dakkapellen op een naar het openbaar gebied gekeerd zijdakvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. de breedte van één of meer dakkapellen ten hoogste 40% van het dakvlak en per dakkapel de breedte ten hoogste 2,4 m mag bedragen; 2. de dakkapellen ten minste 1,2 m uit zowel de voorkant als uit de achterkant van het dakvlak dienen te blijven; dakkapellen op een niet naar het openbaar gebied gekeerd zijdakvlak zijn toege-staan, met dien verstande dat de dakkapellen ten minste 1,2 m uit de voorkant en 0,5 m uit de achterkant van het dakvlak dienen te blijven; dakkapellen op het achterdakvlak zijn toegestaan, met dien verstande dat de dakkapellen ten minste 0,5 m uit de zijkant van het dakvlak dienen te blijven.

28

2.16.3 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 1, ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep mits wonen hoofddoel blijft en het ruimtebeslag voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep niet meer bedraagt dan 30 m2.

29

Artikel 2.17 Waarde - Archeologie 1 2.17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) en besluitsubvlakken, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 2.17.2 Bouwregels 2.17.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in artikel 2.17.1 mag ten behoeve van de andere bestemmingen en besluitsubvlakken, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien de bouwactiviteit betreft: a. b. c. d.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder het peil niet wordt vergroot; een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,40 meter onder peil; een bouwwerk met een oppervlakte van maximaal 50 m²; een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m² en met graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,40 meter onder peil, mits: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden geschaad, met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade, aan de vergunning de volgende verplichtingen kunnen worden gebonden: i. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; ii. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

2.17.2.2 Bouwverbod Indien uit het onder artikel 2.17.2.1 onder d onder 1 bedoelde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de artikel 2.17.2.1 onder d onder 2 genoemde verplichtingen veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd. 2.17.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 2.17.3.1 Verboden werk en werkzaamheden Het is verboden, behoudens het bepaalde in artikel 2.17.2 , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in artikel 2.17.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 50 m² of meer: a. b. c. d. e. f. g.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,40 meter onder peil, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,40 meter onder peil; het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,40 meter onder peil; het verlagen van het waterpeil; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden.

30

2.17.3.2 Toegestane werken en werkzaamheden Het in artikel 2.17.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e.

in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld inartikel 2.17.2; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; gelegen binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van de vaststelling van het plan.

2.17.3.3 Toetsingcriterium bij vergunningverlening De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als bedoeld inartikel 2.17.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a.

b.

die werken of werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan, niet zullen leiden tot een verstoring van één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en; vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

2.17.3.4 Voorwaarden vergunning Voor zover de in artikel 2.17.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende verplichtingen wordt verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

31

Artikel 2.18 Waarde - Archeologie 2 2.18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) en besluitsubvlakken, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 2.18.2 Bouwregels 2.18.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in artikel 2.18.1 mag ten behoeve van de andere bestemmingen en besluitsubvlakken, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien de bouwactiviteit betreft: a. b. c. d.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder het peil niet wordt vergroot; een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,40 meter onder peil; een bouwwerk met een oppervlakte van maximaal 500 m²; een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 500 m² en met graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,40 meter onder peil, mits: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden geschaad, met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade, aan de vergunning de volgende verplichtingen kunnen worden gebonden: i. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; ii. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

2.18.2.2 Bouwverbod Indien uit het onder artikel 2.18.2.1 onder d onder 1 bedoelde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 2.18.2.1 onder d onder 2 genoemde verplichtingen veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd. 2.18.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 2.18.3.1 Verboden werk en werkzaamheden Het is verboden, behoudens het bepaalde in artikel 2.18.2 , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in artikel 2.18.2.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 500 m² of meer: a. b. c. d. e. f. g.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,40 meter onder peil, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,40 meter onder peil; het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,40 meter onder peil; het verlagen van het waterpeil; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden.

32

2.18.3.2 Toegestane werken en werkzaamheden Het in artikel 2.18.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e.

in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in artikel 2.18.2; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; gelegen binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van de vaststelling van het plan.

2.18.3.3 Toetsingcriterium bij vergunningverlening De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.18.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a.

b.

die werken of werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan, niet zullen leiden tot een verstoring van één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en; vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=d74f70ac-d47e-48ff-94f4-da72dfb81dff