Reactie bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek
Tekst van het document
Gemeente Edam-Volendam Voorzitter Rekenkamercommissie Postbus 180 1130 AD VOLENDAM
Onderwerp Bestuurlijk wederhoor Rekenkameronderzoek naar armoede en schuldhulpverlening in EdamVolendam
Uw kenmerk Doorkiesnummer Afdeling Ontwikkeling en Projecten (0299) 398 398
Ons kenmerk Z25154981 Bijlage(n) -
Datum 25 november 2025
Geachte Rekenkamercommissie, Met aandacht en belangstelling heeft het college kennisgenomen van het rekenkamerrapport ‘’Schulden uit de schaduw: Rekenkameronderzoek naar armoede en schuldhulpverlening in Edam-Volendam’’. U heeft ons gevraagd om een bestuurlijke reactie. In deze brief geven wij onze reactie op het uitgevoerde onderzoek en de geformuleerde conclusies en aanbevelingen. Algemene reactie op het onderzoek Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor het door u uitgevoerde onderzoek. Het versterken van de bestaanszekerheid en het stimuleren van gelijke kansen voor alle inwoners om volwaardig mee te doen in de samenleving zijn belangrijke punten binnen ons programma. Wij zijn daarom ook verheugd dat de Rekenkamer constateert dat gemeente Edam-Volendam, in vergelijking met andere gemeenten, minder armoede- en schuldenproblematiek kent en dat er duidelijke stappen zijn gezet richting een meer integrale en laagdrempelige aanpak. Tegelijkertijd erkennen wij de conclusie dat er, ook binnen deze relatief gunstige context, nog altijd inwoners zijn die moeite hebben om financieel het hoofd boven water te houden, en dat verdere versterking van de gemeentelijke aanpak gewenst blijft. Wij nemen de conclusies en aanbevelingen daarom zorgvuldig in overweging. In het vervolg van deze reactie lichten wij toe welke wij overnemen en waarom.
Daarbij maken wij van de gelegenheid gebruik om bij sommige onderdelen wat extra context te bieden en u alvast mee te nemen in de ontwikkelingen die nog op de planning staan of reeds zijn ingezet. Om die reden kan deze bestuurlijke reactie iets uitgebreider zijn dan u mogelijk had verwacht. Conclusie 1: De gemeente Edam-Volendam zet sterk in op preventie en vroegsignalering, maar de hulpacceptatie is beperkt.
Kijk voor meer informatie op www.edam-volendam.nl Postbus 180 1130 AD Volendam
De gemeente Edam-Volendam kent net als andere gemeenten een groot aantal minimaregelingen om mensen in armoede te ondersteunen. Toch accepteert slechts een klein deel verdere schuldhulp (8,5% vs. 20% landelijk). Factoren als schaamte en een sterke doe-het-zelf cultuur kunnen hierbij volgens gesprekspartners een grote rol spelen. De gemeente probeert daarop in te spelen door in de aanpak van armoede vooral te focussen op het versterken van de zelfredzaamheid van inwoners. Bovendien zet de gemeente door middel van huisbezoeken sterk in op vroegsignalering bij betalingsachterstanden.
Reactie college bij conclusie 1 Deze conclusie onderschrijven wij. Wij zijn voornemens om bij de voorbereidingen voor de nieuwe Nota schuldhulpverlening en in de uitvoering extra aandacht te besteden aan de mogelijkheden om hulpacceptatie en daarmee de effectiviteit van onze inzet op vroegsignalering te verhogen. Conclusie 2: Het bereik van de minimaregelingen kan worden vergroot, maar dan moeten er wel keuzes worden gemaakt. Het bereik van de regelingen kan vergroot worden, bijvoorbeeld door een hogere inkomensgrens te hanteren of door bepaalde regelingen automatisch toe te kennen aan inwoners die aanspraak maken op bijstand. Hier gaan echter wel kosten mee gepaard. Edam-Volendam hanteert voor de meeste minimaregelingen een norm van 110% van het wettelijk sociaal minimum, lager dan in een aantal omliggende gemeenten. Als de norm hoger zou liggen, zou het bereik van de regelingen hoger kunnen worden: meer mensen komen dan in aanmerking voor de minimaregelingen. Daar gaat echter wel een nadere investering mee gepaard.
Reactie college bij conclusie 2 U concludeert dat het bereik van minimaregelingen kan worden vergroot door bijvoorbeeld hogere inkomensgrenzen te hanteren of minimaregelingen automatisch toe te kennen. In uw onderzoek spreekt u over het bereik van onze minimaregelingen ten opzichte van de doelgroep, ofwel de inwoners die voldoen aan de voorwaarden voor de regeling. Wij lezen dat als het daadwerkelijke bereik (bekendheid en gebruik) ten opzichte van het potentiële bereik. Het klopt dat hogere inkomensgrenzen een grotere (extra) groep kunnen bereiken, maar dit vergroot slechts het potentiële bereik. Als college onderstrepen wij het belang dat huishoudens gebruikmaken van inkomensondersteunende regelingen wanneer zij daar recht op hebben, zowel landelijke toeslagen, als onze lokale minimaregelingen. Deze moeten voorkomen dat huishoudens financieel in de knel komen en hebben verschillende doelstellingen, onder andere het kunnen blijven meedoen met sport en cultuur, het stimuleren van het afsluiten van een adequate aanvullende zorgverzekering en het bieden van een tegemoetkoming in het wettelijk eigen risico (in aanvulling op het deel dat in de zorgtoeslag is verwerkt) om zorgmijding te voorkomen.
Tegelijkertijd proberen we bij het inrichten van onze lokale regelingen recht te blijven doen aan de uitgangspunten van het Rijksbeleid, bijvoorbeeld ten aanzien van het eigen risico en andere landelijke regelingen, zoals de toeslagen.
Kijk voor meer informatie op www.edam-volendam.nl Postbus 180 1130 AD Volendam
Dit betekent dat we het ook belangrijk vinden om het niet-gebruik van regelingen en de onderliggende oorzaken daarvan in kaart te brengen, zodat de juiste maatregelen kunnen worden getroffen. Bij het nieuw op te stellen beleid zal de huidige normeringssystematiek daarom zorgvuldig tegen het licht worden gehouden. Daarbij worden ook de uitkomsten van het rapport van de Commissie sociaal minimum betrokken. In hoeverre dit zal leiden tot aanpassing van de normen op de diverse onderdelen of juist aanpassing van de benaderingswijze is op dit moment nog niet te bepalen. Deze conclusie onderschrijven we daarmee ten dele. Conclusie 3: Er is onvoldoende inzicht in het doelbereik van het armoedebeleid. De gemeente heeft beperkt zicht op de effecten van het armoedebeleid. Een mogelijke oorzaak hiervan is het ontbreken van concrete Kritieke Prestatie Indicatoren (hierna: KPI’s) in het beleid. Daarnaast ontbreekt het aan doelen op tactisch niveau waardoor het doelbereik van de gehele inzet moeilijk kan worden beoordeeld. Op dit moment wordt de monitoringsdata weinig gebruikt bij zowel de evaluatie als de verdere ontwikkeling van het beleid.
Reactie college bij conclusie 3 Deze conclusie onderschrijven wij deels. Het (financieel gerichte) armoedebeleid is gericht op het voorkomen en verminderen van armoede door inwoners vooruit te helpen: via maatwerk in de toeleiding naar werk, via minimaregelingen en bijzondere bijstand die de bestaanszekerheid van inwoners met een laag inkomen versterken, en via schuldhulpverlening om (problematische) schulden te voorkomen en op te lossen. Gegevens over het doelbereik van deze aanpak en regelingen zijn inderdaad niet opgenomen in het rapport, maar zijn wel beschikbaar. We zien met het oog op de doorontwikkeling van het beleid kansen om te bezien op welke wijze we de gemeenteraad hier ook meer inzicht in kunnen bieden. Ook zullen we de mogelijkheden voor goede KPI’s verder onderzoeken. Bij de invoering van de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in 2021 was dit nog niet mogelijk vanwege het ontbreken van ervaringscijfers. Inmiddels zijn die er wel, zoals aantallen vroegsignalering-meldingen, het aantal afgelegde huisbezoeken en de mate waarin inwoners hulp accepteren. Ook ontvangen wij maandelijks rapportages van onze samenwerkingspartners op het gebied van schuldhulpverlening.
Voor minimaregelingen zijn nog geen KPI’s vastgesteld voor het daadwerkelijke bereik binnen de vastgestelde doelgroep; bij de ontwikkeling van het nieuwe beleid beoordelen we of dit voor onze gemeente meerwaarde heeft. Intussen sturen wij al wel op data. Zo biedt de tool inZicht ons een realtime inzicht in de ingezette regelingen, waar eerder monitoring op periodieke basis plaatsvond. Ons uitgangspunt blijft: direct ondersteunen waar nodig én toewerken naar een duurzaam gezonde financiële situatie, samen met onze partners. Conclusie 4: Samenwerking is waardevol, maar versnipperd en niet volledig zichtbaar De samenwerking met maatschappelijke partners verloopt in de basis goed. Toch ontbreekt een volledig overzicht van initiatieven, waardoor het lastig is zicht te houden op doelmatigheid en doeltreffendheid. Niet elke partner staat bijvoorbeeld op de sociale kaart. Ook worden niet alle
Kijk voor meer informatie op www.edam-volendam.nl Postbus 180 1130 AD Volendam
partners structureel betrokken bij overleg en afstemming. De gemeente doet een beroep op maatschappelijke partners als brug tussen de gemeenschap en de overheid. Tegelijkertijd is het de vraag of inwoners die lastig door de gemeente bereikt worden wél bij maatschappelijke partners aankloppen voor hulp. Met name inwoners die te maken hebben met eenzaamheid of schaamte over hun situatie zijn ook voor maatschappelijke partners lastig in beeld te krijgen.
Reactie college bij conclusie 4 Het college onderschrijft het belang van structurele samenwerking met maatschappelijke partners. Wij zien daarbij kansen voor verdere versterking en afstemming. Het klopt dat er op dit moment uitsluitend een sociale kaart voor professionals beschikbaar is. Dit hangt enerzijds samen met het feit dat niet alle partners rechtstreeks toegankelijk zijn, maar via een toekenningsbesluit vanuit het Breed Sociaal Loket. Anderzijds is het proces voor het opzetten en actualiseren van de sociale kaart tijdrovend en arbeidsintensief. Daarbij is de verwachting dat de herinrichting van de toegang tot het lokale ondersteuningsaanbod gaat bijdragen aan een meer geïntegreerde aanpak met minder versnipperingen. Nu volgt een korte reflectie op de aanbevelingen voor het college: Aanbeveling 1: Blijf oog houden voor mensen in armoede en met problematische schulden De gemeente Edam-Volendam heeft een gerichte aanpak om mensen in armoede en met Problematische schulden te ondersteunen. Juist omdat het om een relatief kleine doelgroep gaat en de hulpacceptatie relatief laag blijft, is het des te belangrijker om deze groep in beeld te houden en de huidige inzet voort te zetten en waar mogelijk te versterken.
Reactie college bij aanbeveling 1 Vanzelfsprekend delen wij het belang van blijvende aandacht voor inwoners met (dreigende) armoedeen/of schuldenproblematiek en onderschrijven deze aanbeveling. We willen dat inwoners met geldzorgen kunnen blijven meedoen en dat armoede onder kinderen wordt beperkt. Wij herkennen dat onwetendheid, schaamte en de sterke doe-het-zelf-mentaliteit inwoners ervan kunnen weerhouden om tijdig hulp te zoeken en blijven onze aanpak hierop aanpassen en versterken. Deze aandacht verwerken we in de nieuwe beleidsnota schuldhulpverlening en in het aangepaste bijstands- en minimabeleid die in 2026 ter vaststelling zullen worden aangeboden. Een deel hiervan zal door de gemeenteraad moeten worden vastgesteld en een deel door ons als college. We houden daarbij rekening met de bevoegdheidsverdeling binnen de wet- en regelgeving. Om de schaamte te doorbreken zetten wij steviger in op communicatie die geldzorgen normaliseert en niet-gebruik van regelingen voorkomt, met een positieve en stress-sensitieve benadering. Bovendien wordt ondersteuning met de nieuwe inrichting van de lokale toegang nog laagdrempeliger en beter zichtbaar voor inwoners, en zal de samenwerking met maatschappelijke partners worden versterkt. De verwachting is dat deze en andere maatregelen ervoor zullen zorgen dat we de doelgroep eerder in beeld krijgen en beter bereiken.
Kijk voor meer informatie op www.edam-volendam.nl Postbus 180 1130 AD Volendam
Aanbeveling 2: Zet ervaringsdeskundigen in om de schaamte bij inwoners te doorbreken Breid de aanpak uit met meer persoonlijke en vertrouwenwekkende benaderingen. Denk hierbij aan de inzet van ervaringsdeskundigen die herkenning en vertrouwen bieden. Dit kan helpen om schaamte te doorbreken en de stap naar hulpverlening kleiner te maken. In andere gemeenten zijn hier goede ervaringen mee. De gemeente Venray zet bijvoorbeeld een ervaringsdeskundige in om huisbezoeken af te leggen in het kader van vroegsignalering. Deze persoon komt niet ‘namens de gemeente’ en wordt in de praktijk sneller vertrouwd.
Reactie college bij aanbeveling 2 Het college onderschrijft de meerwaarde van persoonlijke en vertrouwenwekkende benaderingen. Dit past ook bij de missie en kernwaarden van onze gemeente. We zijn dan ook voornemens om te onderzoeken in welke vorm dat voor onze gemeente het best passend is. Dit zal worden betrokken binnen het traject om te komen tot een voorstel voor een nieuwe Nota schuldhulpverlening. Aanbeveling 3: Maak duidelijke keuzes over normstelling en toekenning Maak als gemeenteraad in het nieuwe beleidskader expliciete keuzes over normstelling en toekenning. Overweeg een verhoging van de inkomensnorm (bijvoorbeeld van 110% naar 120%), automatische toekenning van regelingen aan inwoners die al een uitkering ontvangen (voorbeelden daarvan zijn in Venray, Hoorn en Nissewaard toegepast) en een duidelijke onderbouwing van de kosten en baten hiervan. Hiermee kan de raad sturen op zowel maatschappelijk bereik als financiële haalbaarheid.
Reactie college bij aanbeveling 3 Wij betreuren dat deze aanbeveling de indruk wekt dat geen duidelijke keuzes zijn gemaakt over normstelling en toekenning. Wij lezen deze aanbeveling, gelet op de genoemde inkomensgrens, binnen de context van onze lokale minimaregelingen. En willen daarover het volgende kwijt: Normstelling en toekenning Onze minimaregelingen zijn bewust vormgegeven. Bij vaststelling van deze regelingen zijn expliciete keuzes gemaakt over de normstelling en toekenning. Op de kwijtschelding na, zijn onze gemeentelijke minimaregelingen op dit moment gestoeld op de Participatiewet.1 Bij de normstelling werd beoogd dat ook gepensioneerden met een klein pensioen in aanmerking konden komen voor deze regelingen en dat niet iedereen die uit de uitkering stroomt direct deze regelingen kwijtraakt (armoedeval). Ook de hoogte van de tegemoetkomingen is zorgvuldig afgestemd op landelijke regelingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Zo is bij de regeling voor het wettelijk eigen risico gekozen voor een gedeeltelijke tegemoetkoming, omdat de zorgtoeslag daar al deels in voorziet.
De huidige keuzes voor normstelling en toekenning sluiten aan bij de landelijke bevoegdheidsverdeling: hoewel een onafhankelijke expertgroep in het traject dat heeft geleid tot de Participatiewet in balans heeft geadviseerd om de gemeenteraad bevoegd te maken voor het vaststellen van draagkrachtregels voor bijzondere bijstand, is dit door de regering niet overgenomen; deze bevoegdheid blijft dus bij het
1 Voor de kwijtschelding geldt een grondslag vanuit andere wet- en regelgeving.
Kijk voor meer informatie op www.edam-volendam.nl Postbus 180 1130 AD Volendam
college. Voor de individuele inkomenstoeslag ligt de bevoegdheid wél bij de gemeenteraad, die dit heeft vastgesteld in de ‘Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Edam-Volendam 2017’. Automatische toekenning Ook het automatisch toekennen is op dit moment niet zomaar mogelijk. Vanuit het Rijk is aangegeven dat bijstandsregelingen slechts ambtshalve (zonder aanvraag) kunnen worden toegekend als dat bij wet is toegestaan. Er ligt wel een wetsvoorstel om gemeenten inwoners proactief te laten benaderen en uit te nodigen voor het doen van een aanvraag. Binnen de bestaande kaders blijven wij zoeken naar mogelijkheden om onderdelen van onze (aanvraag)processen te automatiseren voor zover dit niet ten koste gaat van de toegankelijkheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Landelijke ontwikkelingen spelen een rol voor lokale minimaregelingen Landelijke ontwikkelingen spelen voor dit soort regelingen ook een rol. Gezinnen met kinderen ontvangen namelijk ook kinderbijslag en (afhankelijk van het inkomen en vermogen) kindgebonden budget. Dit laatste budget is de afgelopen jaren steeds (meer) verhoogd, mede ingegeven door de rapporten van de Commissie sociaal minimum. Ook zijn er aanpassingen geweest – en komen er per 1 januari – aanpassingen in de huurtoeslag.
Minima-effectrapportage 2025 Om het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in onze gemeente inzichtelijk te maken, hebben we een minimaeffectrapportage op laten stellen. Aanbeveling 4: Stel meetbare doelen op en monitor die doelen Ontwikkel een robuuste monitoringssystematiek waarin niet alleen het aantal aanvragen en verstrekkingen zichtbaar is, maar ook de effecten op langere termijn. Denk aan indicatoren zoals uitstroom uit schuldhulpverlening, vermindering van schuldenlast, duurzame verbetering van leefsituatie en klanttevredenheid. Dit maakt het mogelijk om beleid bij te sturen en effectiviteit zichtbaar te maken voor raad en inwoners. Het is belangrijk dat de raad ook in staat wordt gesteld kaders mee te geven over welke aspecten gemonitord worden op de lange termijn, zodat de raad waar nodig ook bij kan sturen.
Reactie college bij aanbeveling 4 Het college onderschrijft de achterliggende gedachte van deze aanbeveling. Betrouwbare data en meetbare doelen zijn noodzakelijk om beleid te evalueren en gericht bij te sturen. We zetten daarom lokaal in op datagedreven werken. Ook landelijk wordt gewerkt aan betere inzichtelijkheid: via het project Data Delen Armoede en Schulden (DDAS) ontwikkelen CBS, Divosa, NVVK en VNG uniforme en gestandaardiseerde gegevensuitwisseling over schuldhulpverlening, vroegsignalering en mogelijk ook armoede. Dit maakt dat gemeenten beter datagedreven kunnen werken en gemeenteraden hun controlerende taak beter kunnen uitvoeren. In het
Kijk voor meer informatie op www.edam-volendam.nl Postbus 180 1130 AD Volendam
kader van de basisdienstverlening Schuldhulpverlening brengen wij momenteel in kaart wat dit voor onze gemeente betekent en welke extra sturingsinformatie dit oplevert. Aanbeveling 5: Investeer in je maatschappelijke partners Zorg voor een volledig en actueel overzicht van alle betrokken organisaties en initiatieven in een digitale sociale kaart, en borg structurele ketenoverleggen waarin partners samen casuïstiek, signalen en ontwikkelingen bespreken. Hierdoor wordt de samenwerking minder afhankelijk van losse contacten, wordt kennisdeling versterkt en kunnen ook moeilijk bereikbare inwoners beter in beeld komen. Heb in samenwerking met maatschappelijke partners in het bijzonder ook oog voor de toegankelijkheid van informatievoorziening over ondersteuning en regelingen, bijvoorbeeld voor mensen die minder digitaal vaardig zijn of mensen die minder taalvaardig zijn.
Reactie college bij aanbeveling 5 Wij onderschrijven het belang van structurele samenwerking met maatschappelijke partners. Hoewel de samenwerking in het algemeen goed verloopt, zien wij, net als uw Rekenkamer, kansen voor verdere versterking en afstemming. De nieuwe inrichting van de lokale toegang tot ondersteuning speelt hierbij een belangrijke rol en de beleidsnota schuldhulpverlening wordt in lijn met deze nieuwe werkwijze vormgegeven. Daarnaast blijft de toegankelijkheid van informatievoorzieningen voor inwoners, en in het bijzonder voor kwetsbare groepen, een permanente opgave. Ook is de inzet van de nieuwe clientpanels hierin van groot belang. Tot zover onze bestuurlijke reactie op uw rapport ‘’Schulden uit de schaduw: Rekenkameronderzoek naar armoede en schuldhulpverlening in Edam-Volendam’’. Wij zien ernaar uit dat de gemeenteraad uw rapport in ontvangst kan nemen, zodat wij met elkaar aan de slag kunnen gaan met de doorontwikkeling en versterking van het gemeentelijk beleid rondom deze belangrijke thema’s.
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam, de secretaris, de burgemeester,
C. Rijnberg
R.J. Beukers
Kijk voor meer informatie op www.edam-volendam.nl Postbus 180 1130 AD Volendam