Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvergadering Zaaknummer Z25149082 Onderwerp: Toekomstbestendigheid Omgevingsdienst IJmond Portefeuillehouder: Wethouder Schilder
Aan de raad. Voorstel Informeren raad conform afspraak raadsplein 26 juni 2025 inzake Herijking Financiering van Seinstra & Partners, de memo verplichte en niet verplichte taken van IPR-Normag en de rapportage toekomstscenario’s van de Galan Groep. Kern van het voorstel, samenvatting Naar aanleiding van de toezegging in uw raad van 26 juni 2025 zal de OD IJmond met uw raad de richting bespreken om te komen tot een toekomstbestendige OD IJmond. U heeft aangegeven dat u wilt worden geïnformeerd over de gekozen richting voor een toekomstbestendige OD IJmond. Op dit moment is er nog geen sprake van enige besluitvorming en betreft het uitsluitend een informatiebijeenkomst conform uw verzoek. In 2023 is er vanuit een externe inspectie van Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond), aangescherpte landelijke kwaliteitscriteria en een directiewissel bij Omgevingsdienst IJmond aanleiding ontstaan om te onderzoeken waar de Omgevingsdienst IJmond staat met de uitvoering van de opdracht van haar deelnemers en wat er nodig is om deze – gezien het veranderende speelveld waarin omgevingsdiensten zich bevinden - naar de toekomst toe te borgen. Het bestuur van ODIJmond heeft op basis van dit onderzoek een Plan van Aanpak Toekomstbestendige ODIJmond opgesteld.
Dit is erop gericht de organisatie operationeel en financieel in controle te brengen om de huidige opdracht, met tenminste het huidige niveau van dienstverlening, met borging van kwaliteit en continuïteit, te kunnen blijven uitvoeren. Vanuit de analyse van de externe adviesbureaus is het nodig om daartoe de basis op orde te brengen. Voor de ODIJmond betekent dit dat het verbeteren van de interne sturing (planning & controle cyclus), het actualiseren van de Gemeenschappelijke Regeling- en Dienstverleningsovereenkomsten-structuur (GR en DVO-structuur) en het herijken van de financieringsstructuur. Daarnaast zijn toekomstscenario’s voor de lange termijn (vanaf 2027) onderzocht. In de gemeenteraad van 25 juni jl. (behandeling van de begroting 2026 van de ODIJmond) heeft u raad aangegeven graagte ingelicht wil worden over de stand van zaken en het toekomstperspectief van de ODIJmond. De ODIJmond zal daarom een presentatie geven. Als achtergrondinformatie treft u bijgaand ter kennisname het rapport over de herijking van de financiering, de memo over de verplichte en niet verplichte taken en de rapportage met de toekomstscenario’s.
PAGINA 1 VAN 11
Beleidsdoelstelling / Maatschappelijk effect De ODIJmond is bezig haar structuur en financiering aan te passen om zodanig toekomstbestendig te worden. Het traject ziet voor nu op de basis op orde (zie hierna). Met een toekomstbestendige ODIJmond is de uitvoering van de milieutaken voor de toekomst geborgd. Toelichting en argumenten In 2023 is,vanuit een externe inspectie van de Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond), aangescherpte landelijke kwaliteitscriteria en een directiewissel bij de ODIJmond aanleiding ontstaan te onderzoeken waar de ODIJmond staat met de uitvoering van de opdracht van haar deelnemers en wat er nodig is om deze – gezien het veranderende speelveld waarin omgevingsdiensten zich bevinden - naar de toekomst toe te borgen. Het bestuur van de ODIJmond heeft op basis van dit onderzoek een Plan van Aanpak “Toekomstbestendige ODIJmond” opgesteld. Dit is erop gericht de organisatie operationeel en financieel in controle te brengen om de huidige opdracht, met tenminste het huidige niveau van dienstverlening en met borging van kwaliteit en continuïteit, te kunnen blijven uitvoeren. Vanuit de analyse van de externe adviesbureaus is het nodig daartoe de basis op orde te brengen.
Voor ODIJmond betekent dit dat het verbeteren van de interne sturing (planning & controle cyclus), het actualiseren van de Gemeenschappelijke Regeling- en Dienstverleningsovereenkomsten-structuur (GR en DVO-structuur) en het herijken van de financieringsstructuur. Daarnaast zijn toekomstscenario’s voor de lange termijn (vanaf 2027) onderzocht. Interbestuurlijk programma – Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna VTH) Gelijktijdig met het programma doorontwikkeling ODIJmond loopt er vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een proces om het VTH-stelsel, waar de omgevingsdiensten onderdeel van uitmaken, te versterken. In het interbestuurlijk programma VTH (IPB-VTH) 2022-2024 zijn landelijke robuustheids- en kwaliteitscriteria ontwikkeld waaraan omgevingsdiensten per 1 april 2026 moeten voldoen. Het ministerie van IenW is voornemens dit te borgen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), echter deze is nog niet vastgesteld. Op dit moment voldoet de ODIJmond niet aan de beschreven robuustheidscriteria van de het ministerie. De grootste bottleneck is daarbij het omzetcriterium. Vanuit het rijk wordt geëist dat de omzet van een Omgevingsdienst voor uitsluitend de (verplichte) milieutaken 16.5 miljoen euro moet zijn. De ODIJmond zit net over de helft van dat criterium.
Het toevoegen van andere taken (zoals bouw en ruimtelijke ontwikkeling) zal dus niet bijdragen aan de robuustheidscriteria. De doorontwikkeling van ODIJmond richt zich in eerste instantie op toekomstbestendigheid en als vervolgstap op het (zelfstandig) voldoen aan de robuustheidseisen vanuit het ministerie van IenW. Toekomstbestendigheid vs robuustheid Belangrijk in deze is het onderscheid te maken tussen toekomstbestendigheid en robuustheid. De toekomstbestendigheid ziet op de basis op orde (zie hierna) en moet er voor zorgen dat de uitvoering van de verplichte taken voor de toekomst zijn geborgd. De robuustheidscriteria worden opgelegd door het rijk. Met de basis op orde (toekomstbestendigheid) is de ODIJmond nog lang niet robuust. Dit kan ook niet worden bereikt door het overdragen van alle VTH (vergunningverlening, toezicht en handhaving) en adviestaken.
PAGINA 2 VAN 11
Stand van zaken In de begrotingswijziging 2025 (behandeld in de gemeenteraad van 17 oktober 2024) kondigden de ODIJmond aan dat eind april 2025 de eerste tussenresultaten van alle onderzoeken zouden worden gepresenteerd en dat na het zomerreces 2025 raden en staten worden meegenomen in de richting en uitgangspunten die het Algemeen Bestuur (AB) heeft bepaald. Het proces bevindt zich nu in de fase waarin het AB op 9 juli jl. richting en uitgangspunten heeft bepaald om de basis op orde te brengen en de eerste noodzakelijke stappen heeft gezet richting een toekomstbestendige organisatie. Om de richting en uitgangspunten te verwoorden hanteert de ODIJmond de metafoor dat de ‘basis op orde’ het minimaal noodzakelijke 0-niveau is. De organisatie komt van het -1 niveau en werken via de “basis op orde” toe richting het 0-niveau op de lange termijn (vanaf 1 januari 2027). Fase 1: Inzicht (Van -1 naar -1) Begin 2024 is de bestuursopdracht; ‘twee zijden van de medaille’ opgeleverd. In deze fase is het inzicht ontstaan waar de dienst staat in de uitvoering van haar opdracht. Ook is vastgesteld dat de afspraken tussen deelnemers en de dienst niet actueel zijn en de opdrachten en de beschikbare middelen al meerjarig uit balans zijn.
De conclusies en aanbevelingen waren aanleiding om een aantal noodzakelijke verbetermaatregelen te treffen: • het herstellen van de centrale sturing en verbeteren van de planning & controlecyclus door het versterken van management, het sturen op de gecontracteerde opdrachten en de verbetering van de rapportages; • inlopen van achterstanden in toezicht & handhaving op de bedrijven met een potentieel hoger risicoprofiel voor de leefomgeving; • het herijken van de financieringsstructuur inclusief het financiële volume; • de huidige GR en DVO’s vragen om een herijking, omdat deze niet meer aansluiten bij de huidige situatie. Historische keuzes maken de huidige governance (wijze van besturen) complex. Vanuit deze aanbeveling heeft het AB opdracht gegeven het programma doorontwikkeling ODIJmond te starten, met daarin drie ontwikkellijnen: 1) herijking van de financieringsstructuur; 2) herijking van de GR- & DVO-structuur; 3) verkenning van toekomstscenario’s. Fase 2: Basis op orde (Van -1 naar 0) In april 2025 presenteerde de ODIJmond de tussenresultaten van de drie bovengenoemde ontwikkellijnen van het programma aan het AB.
Met het beschikbaar komen van de tussenresultaten heeft het AB vastgesteld dat het op orde brengen van de basis (de stap van -1 naar 0) een noodzakelijke eerste stap is om de gecontracteerde opdracht van de deelnemers, met behoud van kwaliteit, op een minimaal noodzakelijk uitvoeringsniveau te organiseren. Er is vastgesteld dat voor alle toekomstscenario’s (zie fase 3) de basis op orde moet worden gebracht, bij scenario’s die uitgaan van samenwerking en/of fusie dient eerst de governance en financiering op orde te zijn, zodat er een reëel vertrekpunt ontstaat. Het op orde brengen van de basis levert op: • Het inlopen van achterstanden op milieu-inspecties bij de bedrijven waarvoor een vergunningsplicht of meldplicht geldt.
PAGINA 3 VAN 11
Het gaat om toezicht & handhaving van de hoog risico bedrijven gedurende de periode 20242025. De achterstanden op de bedrijven met een lager risicoprofiel en het actualiseren van vergunningen vraagt extra capaciteit. • Inzicht in waar de dienst staat met de uitvoering van de overige productgroepen. o Inzicht in welke dienstverlening deelnemers krijgen voor de ingebrachte middelen, ondersteunt door een P&C-cyclus waardoor de sturing en grip op de uitvoering verbetert. o Borging dat de uitvoering van de opdracht van de deelnemers voor de korte termijn weer op het minimale niveau wordt gebracht, waarmee ook een vertrekpunt ontstaat voor keuze voor de langere termijn. o • Herijking Gemeenschappelijke Regeling (GR) & Governance o Een nieuwe GR die aansluit op de huidige en zorgt voor een gelijk speelveld tussen de deelnemers. Daarbij aandacht voor stemverhouding, verdeelsleutel en risicobeheersing voor bijvoorbeeld desintegratie (als bijvoorbeeld een deelnemer uittreedt waardoor er verlies van toekomstbestendigheid optreedt). o Rolscherpte tussen opdrachtgever en opdrachtnemer zodat vanuit beide kanten voldoende kan worden gestuurd op de realisatie van de opdracht. o Een meer uniforme en eenduidige GR- en DVO-structuur die uitgaat van uniformiteit met maatwerk alleen waar noodzakelijk. Inclusief afspraken deze structuur actueel te houden.
In de huidige situatie is sprake van te veel maatwerk waardoor de dienst niet effectief is. o Voor wat betreft de dienstverlening op VTH-bouw is geen sprake van achterstanden maar is het nodig de dienstverlening te uniformeren en volledig te contracteren. Daarbij zijn de huidige DVO’s niet in alle gevallen volledig, met het risico dat dat uitvoering van de taak op de lange termijn onder druk komt te staan. Door de DVO’s voor VTH-bouw aan te laten sluiten op de nieuwe DVO-structuur borgen we de taak toekomstbestendig. • Een herijkte financieringsstructuur en een bijgesteld financieel volume o Hiermee is de balans hersteld tussen de gecontracteerde opdracht en beschikbare middelen. De deelnemers hebben gelijke uitgangspunten en voorwaarden. o Vanuit de analyse is de noodzaak naar voren gekomen toe te werken naar een nieuwe financieringsstructuur met aandacht voor de borging van de balans tussen de gecontracteerde opdracht en de beschikbare middelen. o
Herijking governance – verplicht en niet verplichte taken Een van de ontwikkellijnen binnen het proces van een toekomstbestendige ODIJmond is de herijking van de GR en DVO’s. Een herijking draagt bij aan het op orde brengen van de basis, maar ook aan meer uniformiteit in de afspraken en daarmee aan efficiency in de uitvoering. Actualiseren governance Ten behoeve van de herijking van de GR en governance constateert de ODIJmond dat hun GR op de volgende onderdelen aanpassing vraagt: • Verplichte en niet-verplichte taken; • Mandaat en delegaat; • Stemverhoudingen; • Samenstelling AB/DB/Voorzitter; • Financiën: o.m. verrekening, begroting; • Uittreding en desintegratie; • Rol en positie opdrachtgever-opdrachtnemer.
PAGINA 4 VAN 11
Al deze elementen zullen worden verwerkt in een nieuwe GR welke op 1 januari 2027 in werking moet treden. Gelijktijdig werken zij ook aan het opstellen van een dienstverleningsovereenkomst op hoofdlijnen. Met deze DVO maken zij uniforme afspraken over: • Verplichte taken; • Niet-verplichte taken; • Overige taken. Verplichte en niet-verplichte taken Binnen het programma voert de ODIJmond, samen met de aangesloten gemeenten het gesprek over de verdeling van verplichte en niet-verplichte taken. Het gaat daarmee om de afspraak tussen de deelnemers welke taken eenieder verplicht in de GR inbrengt en daarmee de kern van de samenwerking. Het gaat dan niet uitsluitend om de wettelijk verplicht in te brengen taken, ook wel het basistakenpakket (BTP). Over het merendeel van de taken is geen discussie, omdat duidelijk is dat ODIJmond deze uitvoert. In bijgaande memo met bijbehorende bijlage treft u het voorstel van het AB t.a.v. de verplichte en niet verplichte taken. Het voorstel t.a.v. de verplichte taken luidt daarbij als volgt: 1) De basistaken, zoals verwoord in art. 13.12 van het Omgevingsbesluit; 2) Voor 1 oktober 2025 aan te geven in welke mate de Milieugerelateerde Plustaken aan te merken zijn als verplichte taken voor Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond. De basistaken staan uiteraard niet ter discussie.
De milieugerelateerde plustaken hebben wij voor het VTH gedeelte middels een DVO reeds bij de Omgevingsdienst ondergebracht. Voor de gemeente EdamVolendam zou het als extra dan alleen nog gaan om het onderbrengen van de advies en beleidstaken t.a.v. milieu. Aangezien wij deze expertise op dit moment niet zelf in huis hebben, huren wij dit reeds op basis van “uurtje factuurtje” bij de ODIJmond. Herijking financiering In opdracht van het AB heeft Seinstra & Partners gekeken naar de herijking van de financiering van de ODIJmond. De resultaten van dit onderzoek vindt u terug in bijgaand rapport. Tevens hebben zij in samenspraak met de betrokken gemeente gekeken naar de taken zoals deze nu bij de ODIJmond liggen en zoals dit zou moeten zijn, met de daaraan gekoppelde uren. Dit heeft per gemeente geresulteerd in een IST-SOLL lijst (de gecontracteerde taken zoals zij die nu uitvoeren tegenover de taken die zij zouden moeten uitvoeren). De IST-SOLL lijst van de gemeente Edam-Volendam is ook bijgevoegd. Bij het opstellen van de IST-SOLL lijst is gekeken naar de uren die wij nu afnemen op basis van de GR en de verscheidende Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) die voor additionele taken zijn gesloten.
Vervolgens is er gekeken naar welke uren wij zouden moeten afnemen gelet op de veranderde taken van de Omgevingsdiensten als gevolg van de Omgevingswet en het programma IBP-VTH, als ook de keuze in verplichte en niet verplichte taken (zie hiervoor). Op dit moment neemt de gemeente EdamVolendam 4.450 uur bij de Omgevingsdienst af. In de nieuwe situatie zal dat 5.634 uur worden. De grootste verschuiving zit in de advisering op beleid en omgevingsplannen (van 286 naar 925 uur). Dit is een direct gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze specialistische advisering hebben wij zelf ook niet in huis. Ambtelijk is gekeken naar de uren en deze zijn als realistisch beoordeeld. Opgemerkt dient hierbij nog te worden dat wij de advies- en beleidstaken nu veelal op basis van uurtje factuurtje bij de Omgevingsdienst afnemen. Deze kosten zijn op dit moment niet opgenomen in het
PAGINA 5 VAN 11
budget van de Omgevingsdienst, maar worden betaald uit andere budgetten (bijv. omgevingsprogramma of omgevingswet). Vanuit het rapport van Seinstra is de keuze aan het AB voorgelegd over hoe de financiering verder wordt vormgegeven. Op 9 juli heeft het AB daarover het volgende besluit genomen: 1. Eén integraal uurtarief; 2. Onderscheiden verplichte en niet-verplichte taken; 3. afrekenen op basis van realisatie. 1. Uurtarief Het voorgestelde uurtarief voor 2027 en verder ligt nu op € 115,46, zonder indexatie. Dit betekent voor de gemeente Edam-Volendam dat zij per 2027 een bijdrage van € 650.501,64 (€ 115,46 x 5.634) aan de ODIJmond verschuldigd is. De meerjarenbegroting (voor de herijking van de financiering) gaf aan dat de bijdrage in 2027 € 485.755,04 zou zijn. Dit is dus een stijging van € 164.746,60. 2. Verplichte en niet-verplichte taken Gekozen is voor een vast takenpakket vast te leggen dat iedere deelnemer verplicht moet afnemen. Dit verplichte takenpakket beperkt zich zoals hiervoor beschreven niet (langer) tot de alleen wettelijk verplichte milieutaken (het zogenaamde basistakenpakket). Indien een gemeente dit pakket niet volledig wil afnemen kan zij niet langer deelnemen aan de GR. 3. Afrekenen op basis van realisatie Op dit moment nemen wij per jaar een vast aantal uren af, zoals vastgelegd in de GR en in DVO’s.
Wij betalen hoe dan ook voor deze uren, dus ook als ze niet (voor ons) worden gemaakt. In de nieuwe structuur (zie hiervoor onder herijking governance) worden deze uren niet langer vastgelegd in de GR, maar wordt er jaarlijks afgerekend op basis van daadwerkelijke realisatie. Vooraf wordt per gemeente een inschatting van de uren gemaakt (voornoemde IST-SOLL lijst). Indien wij aan het einde van het jaar meer uren afnemen moet er worden bijbetaald. Aan de ander kant als er minder uren worden gemaakt, krijgen wij de teveel betaalde bijdrage terug. Middels de bestuursrapportage en de ambtelijke afstemming met de accountmanagers van de ODIJmond, worden wij op de hoogte gehouden van de voortgang van de gemaakte uren. Deze keuze heeft als gevolg dat wij als gemeente meer grip krijgen op de uitvoering en daarmee de kosten. Fase 3: Richting bepalen (Van 0 naar ...?) Een belangrijke vraag die het bestuur de ODIJmond zich gedurende het proces stelde is ‘wat zijn de beste organisatievormen om de opdracht vanuit de deelnemers toekomstbestendig te organiseren en in welke volgordelijkheid dienen we deze te verkennen?’ Binnen deze vraag kijkt het bestuur naar zowel het toekomstbestendig uitvoeren van de opdracht van de deelnemers, de organisatievorm die hierbij past en ook nadrukkelijk naar de eisen (robuustheidscriteria) die vanuit de Rijksoverheid aan omgevingsdiensten worden gesteld.
Dit was aanleiding voor het bestuur opdracht te geven alle mogelijke toekomstscenario’s te inventariseren en een toetsingskader te ontwikkelen waartegen deze scenario’s kunnen worden afgewogen. De inventarisatie van mogelijke toekomstscenario’s leidde tot zes scenario’s. Het AB koos
PAGINA 6 VAN 11
vervolgens voor 3 (voorkeurs)scenario’s uitgaande van samenwerking en fusie om nader te onderzoeken met het scenario zelfstandig (basis op orde) als referentiescenario. Toekomstscenario’s Het onderzoek is uitgevoerd door de Galan Groep. Het rapport van de Galan Groep treft u bijgaand. In opdracht van het bestuur van ODIJmond heeft de Galan Groep “fase 2 het traject toekomstscenario’s” uitgevoerd. Waarin in fase 1 alle mogelijke toekomstscenario’s in beeld zijn gebracht, zijn in fase 2 de bestuurlijke voorkeursscenario’s uitgewerkt en gewogen op basis van een toetsingskader. In deze weging is zowel rekening gehouden met de vraag of het scenario in voldoende mate bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van de organisatie, als met de vraag of voldaan kan worden aan de landelijke robuustheidscriteria die de rijksoverheid stelt aan omgevingsdiensten. Verkenning scenario’s Het AB heeft de Galan Groep gevraagd de voorkeursscenario’s intensieve samenwerking met een of meerdere omgevingsdiensten en een fusie nader uit te werken. Als referentiescenario (0- scenario) verzocht het AB het scenario “zelfstandig” uit te werken. Als basis is hiervoor gebruikt: het huidig takenpakket + de uitkomsten van de IST-SOLL analyse.
In fase 2, de uitwerking van de voorkeursscenario’s heeft de Galan Groep de volgende stappen gezet: • Gesprekken met bestuurders, ODIJmond, vijf omliggende omgevingsdiensten en de provincie NoordHolland; • Toevoegen van een financiële vergelijking (op hoofdlijnen) tussen de scenario’s; • Weging van scenario’s op basis van een toetsingskader. De voortgang is besproken met de begeleidingscommissie toekomstscenario’s en het DB. In de uitwerking van de scenario’s keek de Galan Groep naar: • De inhoudelijke meerwaarde van het scenario voor de ODIJmond; • Opvattingen van de potentiële partners over de uitvoering van de taken; • De toekomstbestendigheid van potentiële partners; • De mate waarin potentiële partners passen bij (de cultuur van) ODIJmond; • De bereidheid tot samenwerken en/of fuseren, in welke vorm dan ook. Voorkeursscenario’s Op basis van de uitwerking van de voorkeursscenario’s concludeert de Galan Groep dat er drie scenario’s overblijven die én bijdragen aan de toekomstbestendigheid van de organisatie én met scenario 2 en 3 de organisatie op termijn kan gaan voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria. Belangrijke conclusie daarbij is dat de samenwerkingsscenario’s - ondanks dat ze inhoudelijk meerwaarde opleveren – momenteel vervallen door een gebrek aan draagvlak bij andere omgevingsdiensten. De 3 overgebleven scenario’s zijn: 1.
Zelfstandig: uitvoering huidige takenpakket + milieuadvies + overige milieuplustaken + alle VTHbouwtaken. (scenario 1b uit Galan rapport) 2. Zelfstandig: uitvoering huidig takenpakket + milieuadvies + toetreden van gemeente Zaanstad. (scenario 1c uit Galan rapport)
PAGINA 7 VAN 11
3. Fusie met ODNZKG (scenario 3 uit Galan rapport). Opgemerkt wordt daarbij dat scenario 1 niet voldoende is om te voldoen aan de robuustheidscriteria van het Rijk. Zoals hiervoor aangegeven tellen de inkomsten uit de VTH-bouw taken niet mee in de robuustheidscriteria. Het rijk geeft ook geen enkele blijk van bewegingsruimte op dat vlak. Het is ons inziens dan ook geen reëel scenario, hetgeen wij voor de AB vergadering van 9 juli ook schriftelijk hebben aangegeven. Vanuit het advies van de Galan Groep komt naar voren dat voor alle drie de scenario’s geldt dat het op orde brengen van de basis en daarmee toekomstig borgen van de SOLL-situatie (financiële middelen + governance) een noodzakelijke eerste stap is. Zonder deze stap verslechtert de toekomstbestendigheid en houdt de situatie aan dat de organisatie operationeel en financieel niet in controle is en achterstanden zullen toenemen. Weging voorkeursscenario’s Het Dagelijks Bestuur constateert dat scenario 1 een scenario is waar het bestuur zelfstandig regie op kan voeren. Echter, uit een eerste ambtelijke- en bestuurlijke verkenning, blijkt dat het overdragen van de resterende milieu-plustaken nader onderzoek vraagt en dat voor het overdragen van de VTHbouwtaken geldt dat niet alle deelnemers op dit moment bereid zijn tot het zetten van deze stap.
Voor het toekomstbestendig voldoen aan de robuustheidscriteria van het rijk is een fusie met ODNZKG de enige reële optie. Voor de andere twee scenario’s is bereidheid van andere partijen noodzakelijk. Voor scenario 2, zelfstandig + een extra deelnemer wordt momenteel gekeken naar de gemeente Zaanstad als enige mogelijk geschikte kandidaat. Het toevoegen van het omzetvolume van Zaanstad is bovenop het doorvoeren van de SOLL-situatie voldoende om én als organisatie toekomstbestendig te worden en te voldoen aan de robuustheidscriteria, terwijl ook ODNZKG – waar Zaanstad nu onderdeel van uitmaakt - robuust blijft. Daar bovenop heeft het ministerie van IenW aangegeven dat congruentie met een of meerdere veiligheidsregio’s als belangrijk element gezien gaat worden voor de robuustheid van omgevingsdiensten. Met de toevoeging van Zaanstad ontstaat meer congruentie. Voor volledige congruentie met veiligheidsregio’s zou ook Haarlemmermeer moeten toetreden tot de GR ODIJmond. Die optie lijkt momenteel niet kansrijk, omdat de gemeente Haarlemmermeer een nauwe verbondenheid heeft met Schiphol, hetgeen een Seveso-inrichting (Seveso-bedrijven, ook wel bekend als Brzo-bedrijven, zijn bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken en specifieke maatregelen moeten nemen om de risico's van zware ongevallen te beperken) is en specifieke kennis vraagt welke ODNZKG in huis heeft.
De toetreding van de gemeente Zaanstad lijkt de meer realistische keuze, aangezien Zaanstad maar een beperkt aantal Seveso-inrichtingen heeft, de gemeente - qua omvang en opdracht - lijkt op de deelnemers van ODIJmond en daarnaast is Zaanstad bestuurlijk onderdeel van de regio Zaanstreek-Waterland en daarmee via veel dossiers nauw verbonden met de regio. Er is in deze fase nog niet verkend of Zaanstad daadwerkelijk bereid is over te stappen naar ODIJmond en/of er draagvlak is voor deze optie bij provincie Noord-Holland en ODNZKG. Voor scenario 3, fusie met ODNZKG, geldt dat ODNZKG heeft aangegeven bereid te zijn de haalbaarheid hiervan te verkennen, maar geeft daarbij als kritische randvoorwaarde mee dat ODIJmond de basis op orde moet hebben gebracht en daarmee de stap van -1 naar 0 moet hebben gezet. Zoals reeds aangegeven is dit wat ons betreft de enige reële optie. Uitwerking voorkeursscenario’s De Galan Groep adviseert alle drie de scenario’s nader uit te werken.
PAGINA 8 VAN 11
- bij de verkenning van uitbreiding van taken (scenario 1) gaat het om de vraag of de deelnemers bereid zijn advies- milieuplustaken en VTH-bouwtaken onder te brengen in de GR ODIJmond waarmee de organisatie toekomstbestendig doch op grond van de huidige eisen niet robuust zou worden; - bij de verkenning naar een mogelijke toetreding van de gemeente Zaanstad (scenario 2) gaat het om de vraag in hoeverre belanghebbende partijen als Zaanstad, ODNZKG en provincie Noord-Holland bereid zijn hierover in gesprek te gaan; - bij de (vervolg)verkenning van een fusie met ODNZKG adviseert de Galan Groep de uitkomsten mee te nemen van de, door de provincie aangestelde, bestuurlijke verkenner (naar verwachting is deze verkenning in november 2025 gereed). Deze verkenner. De heer Onno Hoes, heeft vanuit de provincie opdracht gekregen een bestuurlijke verkenning uit te voeren naar het draagvlak van mogelijke vormen van samenwerking tussen omgevingsdiensten. Verder adviseert de Galan Groep, voorafgaand aan de verkenning, afstemming te zoeken met provincie Noord-Holland, ODNZKG en ODNHN over de toevoeging van ODNHN in deze verkenning. Aandachtspunten in deze vervolgverkenning zijn: o de ongelijke omvang tussen de diensten; o het hogere uurtarief van ODNZKG; o het waarborgen van nabijheid en zeggenschap; o verschillen in sturing en governance; o verschillen in cultuur en identiteit.
Over deze aandachtspunten zijn afspraken nodig om te voorkomen dat een fusie met ODNZKG feitelijk een overname wordt. Bij een dergelijke fusie ontstaat overigens volledige congruentie (overeenstemming) met (het gebied van drie) veiligheidsregio’s. Voor de nadere uitwerking van alle drie de scenario’s geldt dat rekening gehouden dient te worden met landelijke ontwikkelingen, waaronder het voornemen de robuustheidscriteria in een AMvB te verankeren, de mogelijkheid dat advisering zoals hiervoor onder verplichte taken wordt omschreven wordt toegevoegd als wettelijk verplichte taak en het loslaten van de regio-kringgemeenten waarvoor congruentie met een of meer veiligheidsregio’s in de plaats komt. Vervolgaanpak Op basis van haar rapportage concludeert de Galan Groep dat er drie scenario’s zijn om te komen tot een toekomstbestendig ODIJmond.
De Galan Groep adviseert deze scenario’s de komende periode nader te verkennen, waarbij de centrale vragen zijn: • Zijn de deelnemers van ODIJmond bereid advies-, milieuplus- en VTH-bouwtaken in te brengen? • Is de gemeente Zaanstad bereid over te stappen naar ODIJmond en hoe kijken de provincie NoordHolland en ODNZKG naar deze optie? • Hoe kunnen bij een eventuele fusie met ODNZKG de belangen van de deelnemers van ODIJmond, zoals nabijheid en zeggenschap gewaarborgd blijven en voer je, gezien de omvangverschillen, het goede gesprek richting een fusie? Om dit proces zorgvuldig te doorlopen heeft het DB ingestemd met het verstrekken van een vervolgopdracht aan de Galan Groep. De Galan groep zal een aanpak uitwerken voor de verdere verkenning van de drie voorkeurscenario’s; het scenario 3 (fusie) en de scenario’s 1 (extra taken) en 2 (extra deelnemer). De aanpak zal worden afgestemd met de begeleidingscommissie en daarna worden voorgelegd aan het AB. In de aanpak dient ook nadrukkelijk gekeken te worden naar de te hanteren
PAGINA 9 VAN 11
strategie, gezien de belangen van de diverse partijen in het proces. Het voorstel is hiervoor een periode van een jaar uit te trekken, van 1 juli 2025 tot 1 juli 2026. Deze periode geeft het bestuur en de organisatie de tijd de prioritering tussen de huidige drie ontwikkellijnen (financiering, governance en toekomstscenario’s) aan te scherpen en de focus op korte termijn te leggen op het afronden van de ontwikkellijnen financiering en governance. Hiermee kan de noodzakelijke stap van -1 naar 0 worden gerealiseerd wat de positie van ODIJmond ten opzichte van alle drie de scenario’s verbetert. Kanttekeningen en alternatieven Uw gemeenteraad heeft in de raadsvergadering van 25 juni jl. verzocht om een sessie met de ODIJmond waarin de toekomstbestendigheid wordt besproken. Onderliggende voorstel geeft invulling aan dit verzoek. Er zijn dan ook geen alternatieven. Financiële middelen en effecten begroting Het onderhavige voorstel heeft geen financiële consequenties. Het vervolgtraject en de keuzes die worden gemaakt zullen wel financiële consequenties hebben. Deze zullen worden toegelicht in de betreffende raadsvoorstellen. Uitvoering of vervolgproces Het voorliggende voorstel ziet alleen op de toelichting door de ODIJmond op de hier bovengenoemde (3) elementen en de discussie daarover met uw raad. Begin 2026 zullen de uiteindelijke keuzes t.a.v.
de toekomstbestendigheid aan het college en vervolgens uw gemeenteraad worden voorgelegd. Als bijlage bij dit voorstel treft u een gedetailleerde planning over het vervolg traject. Vervolgstappen richting 1 januari 2026 Met de besluiten die het Ab op 9 juli heeft genomen is, waar het gaat om collectieve keuzes, richting ontstaan in het takenpakket en niveau van uitvoering van de gecontracteerde opdracht. Voor de individuele keuzes vraagt het bestuur de deelnemers uiterlijk op 1 oktober uitsluitsel te geven. Op basis van alle keuzes samen wordt de kadernota 2027 opgesteld en voorgelegd aan het DB op 26 november en het AB op 17 december 2025. Betrokkenheid gemeenteraad Op basis van de kadernota wordt de begroting 2027 opgebouwd. Deze zal voor een zienswijze ter behandeling aangeboden worden aan raden en Provinciale Staten. Met de kadernota is er ook zicht op de benodigde structurele middelen om de stap te zetten richting de ‘basis op orde’. Om de GR te actualiseren is instemming nodig van alle individuele deelnemers. Dat betekent dat u vanaf begin 2026 - in de procedure om de nieuwe GR vast te stellen - gevraagd wordt de GR op deze uitgangspunten te toetsen en uw zienswijzen in te brengen. Voor het proces om de GR te wijzigen geldt dat dit proces gedurende geheel 2026 zal worden doorlopen.
Ambtelijke betrokkenheid Binnen het programma doorontwikkeling ODIJmond wordt er nadrukkelijk ambtelijk- en bestuurlijk samen opgetrokken met de deelnemers. Er is een projectstructuur ingericht waarin alle deelnemers middels een accounthoudersoverleg worden geïnformeerd over de voortgang en betrokken bij het verkennen en uitwerken van uitgangspunten en ander resultaten. Voor de voorbereiding van de accounthouders overleggen zijn werkgroepen ingericht. In deze werkgroepen participeren afhankelijk van de ontwikkellijn en/of deze inhoudelijk, financieel of juridisch is, adviseurs van een afvaardiging van u als deelnemer.
P A G I N A 10 V A N 1 1
De voortgang van het programma toekomstbestendig ODIJmond, de besteding van de incidentele middelen en de implementatie van de herijkte GR, DVO en nieuwe financieringsstructuur wordt gerapporteerd als onderdeel van de bestuursrapportage. Ook het op orde brengen van de basis in de uitvoering, inlopen van achterstanden en verbeteren van de interne sturing en planning & controle cyclus wordt eveneens gerapporteerd als onderdeel van de bestuursrapportage. Externe adviseurs Bij de verschillende ontwikkellijnen wordt Omgevingsdienst IJmond en het Algemeen Bestuur geadviseerd door externe organisatieadviseurs met een specialisme op het betreffende onderdeel. • Financieringsstructuur: Seinstra & Partners. • GR- en DVO-structuur: IPR Normag. Toekomstscenario: De Galan Groep. Participatie en communicatie Er vindt geen participatie plaats. Communicatie t.a.v. het vervolg met u raad zal plaatsvinden middels raadsvoorstellen en eventueel Raadsinformatiebrieven. Rapportage en evaluatie Er vindt geen rapportage of evaluatie plaats Achterliggende documenten en eerder genomen besluiten Er zijn geen eerder genomen besluiten t.a.v. de toekomstbestendigheid van de ODIJmond Bijlagen 1. Presentatie van de ODIJmond; 2. Rapport herijking financiering van Seinstra & partners; 3. IST-SOLL lijst Edam-Volendam; 4. Memo verplichte en niet verplichte taken van IPR-Normag; 5.
Bijlage bij memo verplichte en niet verplichte taken; 6. Rapportage toekomstscenario’s; 7. Detailplanning; Edam-Volendam, Het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam, de secretaris, C. Rijnberg
de burgemeester, R.J. Beukers.
Dit voorstel is elektronisch ondertekend. Dit is na besluitvorming zichtbaar op de volgende pagina.
P A G I N A 11 V A N 1 1