CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 1ste begrotingswijziging 2025 ODIJmond

Raadsplein Bespreekronde Ib 17 oktober 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen 1e begrotingswijziging 2024 van de Omgevingsdienst IJmond.3.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering d.d. 17 oktober 2024 Voorstelnummer 72-2024 Agendanummer 9 Zaaknummer Z24140404 Onderwerp: 1ste begrotingswijziging 2025 Omgevingsdienst IJmond Portefeuillehouder: Wethouder Schilder Aan de raad. Voorstel 1. niet in te stemmen met de 1ste begrotingswijziging 2025 van de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) en de daarmee samenhangende extra bijdrage van € 45.852; 2. een negatieve zienswijze op de begrotingswijziging in te dienen, e.e.a. conform bijgaande concept brief. Kern van het voorstel, samenvatting Op 17 juli 2024 is door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) de begroting voor het jaar 2025 vastgesteld. Op 3 juli 2024 hebben wij van de ODIJ het concept van de 1ste begrotingswijziging 2025 ontvangen. Middels deze begrotingswijziging vraagt de ODIJ voor 2025 om een extra (incidentele) bijdrage van de gemeente Edam-Volendam van € 45.852. Voor 2026 zal ook een extra bijdrage worden gevraagd van, naar verwachting, € 34.126. Deze laatste bijdrage is echter geen onderdeel van de voorliggende begrotingswijziging. De concept begrotingswijziging 2025 is in de Algemeen Bestuursvergadering van de ODIJ van 19 juni 2024 door het AB vastgesteld.

Tijdens de AB vergadering hebben alleen de gemeente Zandvoort (niet eens met de verdeelsleutel, de gemeente Uitgeest (sombere financiële postitie) en gemeente Edam-Volendam (niet eens met extra bijdrage) tegen gestemd. Wij adviseren de raad niet akkoord te gaan met de begrotingswijziging. De extra bijdrage lijken een voorzet te zijn op het voldoen aan de kwaliteitscriteria/ kritieke prestatie-indicatoren (kpi’s) en dan met name toegroeien naar een begroting van ten minste 15 miljoen voor Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) taken. Hetgeen in de toekomst zal leiden tot een nog grotere bijdrage, zonder dat we daar meer voor terugkrijgen. De huidige bijdrage zou meer dan voldoende moeten zijn voor de uit te voeren taak. Niet duidelijk is of de extra bijdrage leidt tot een meer evenwichtige verdeling van de uitvoering van de taken (je krijgt waar je voor betaalt) en de incidentele bijdrage wordt gebruikt om structurele maatregelen (meer personeel) te bewerkstelligen, waardoor de kans dat het niet incidenteel zal zijn substantieel is. Wij adviseren uw raad een negatieve zienswijze in te dienen, e.e.a. conform bijgaand concept raadsbesluit en zienswijze brief.

Beleidsdoelstelling / Maatschappelijk effect Vanuit het budgetrecht is het aan de gemeenteraad een oordeel te geven over de voorgenomen begrotingswijziging 2025 van de ODIJ en hen de gelegenheid te geven een zienswijze in te dienen. Een evenwichtige verhouding tussen de kosten en de geleverde dienst moet het uitgangspunt zijn. Toelichting en argumenten Rapport commissie Van Aartsen

PAGINA 1 VAN 8

In maart 2021 heeft de commissie Van Aartsen in opdracht van de staatssecretaris een rapport (“Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur”) opgesteld over het functioneren van het VTH-stelsel t.a.v. milieu. De commissie heeft zich vooral gericht op de vraag hoe het functioneren van de Omgevingsdiensten, ook in relatie tot het bevoegd gezag, versterkt kan worden en hoe het Rijk zijn regierol kan invullen. De commissie is van oordeel dat het stelsel niet goed functioneert. De commissie is daarnaast van mening dat het stelsel wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Het belangrijkste gevolg is dat omgevingsdiensten hun rol niet kunnen invullen zoals de bedoeling is. De commissie vindt dat het stelsel op de volgende punten tekortschiet: • onafhankelijkheid van de omgevingsdiensten bij het uitvoeren van hun taak, is ten onrechte ondergeschikt gemaakt aan nabijheid bij het bevoegd gezag; • omgevingsdiensten zijn onvoldoende robuust om vanuit professionele distantie hun rol te kunnen spelen, door een combinatie van:  een te kleine schaal van een aantal diensten,  negatieve effecten van outputfinanciering op handhaving en kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering;  te grote diversiteit in het takenpakket waardoor een regionale handhavingsstrategie niet van de grond komt.

• informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling zijn onder de maat voor het opbouwen van deskundigheid en voldoende specialisatie. Laat staan dat deze zijn toegesneden op de toekomstige vraagstukken waar bevoegd gezag en omgevingsdiensten mee te maken krijgen; • het interbestuurlijk toezicht op een behoorlijke en rechtmatige uitvoering van medebewindstaken zoals VTH is over de gehele linie zwak ontwikkeld; de meest in het oog springende lacune is het geheel ontbreken van (extern) toezicht op het functioneren van de omgevingsdiensten: het toezichtsgat. Het interbestuurlijk toezicht functioneert onvoldoende om de noodzakelijke checks en balances te garanderen; • Regie door het Rijk ontbreekt, stelselverantwoordelijkheid door de bewindspersoon is in de huidige vorm een fictie. Het aangrijpingspunt voor verbetering van het VTH-stelsel zijn volgens de commissie de omgevingsdiensten. De commissie kiest ervoor om in haar advies niet te tornen aan de fundamenten van het stelsel, maar om maatregelen te adviseren die de kwaliteit steviger moeten borgen. De commissie acht echter ingrijpende aanpassingen van de uitvoering van het stelsel wel nodig, wil het nu en in de toekomst opgewassen zijn tegen alle uitdagingen op het terrein van de leefomgeving. Omgevingsdiensten moeten effectiever en slagvaardiger kunnen opereren. Daarvoor is robuustheid van de omgevingsdiensten van belang.

Iedere omgevingsdienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dat vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Daaraan ontbreekt het bij veel omgevingsdiensten. De commissie vindt het noodzakelijk de onafhankelijkheid van de omgevingsdiensten te versterken. Eenheid en voorspelbaarheid in de uitvoering van taken is gewenst met het oog op het level playing field. Daartoe moet ook de directeur omgevingsdienst een steviger positie krijgen. Tot slot is een andere verdeling van rollen, taken en bevoegdheden nodig, om bij te dragen aan de effectiviteit en slagvaardigheid van het stelsel en de stelselverantwoordelijkheid van de bewindspersoon met bevoegdheden inhoud te geven. Daarvoor moet ten eerste het repertoire aan bevoegdheden waarover de bewindspersoon

PAGINA 2 VAN 8

beschikt worden uitgebreid. Ten tweede is het nodig dat de bewindspersoon de bestaande bevoegdheden (pro)actiever aanwendt. Het hierboven geconstateerde leidt tot tien maatregelen om te komen tot een effectief, slagvaardig en toekomst vast stelsel: a. de ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen; b. kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen; c. meer prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging; d. hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst; e. landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering; f. verplichting tot informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling; g. eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse per regio; h. versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat en herzien van de benoemingsprocedure; i. inrichten van Rijkstoezicht op omgevingsdiensten; j. advisering en uitvoeringstoets door omgevingsdiensten over omgevingsplannen. Interbestuurlijk programma Naar aanleiding van het rapport van de commissie Van Aartsen is op 1 juli 2022 het Interbestuurlijk Programma (IBP-VTH) versterking VTH in het leven geroepen. Het IBP-VTH heeft een looptijd van 2 jaar (2022-2024) en geeft uitvoering aan de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen.

Vanuit het Interbestuurlijk Programma (IBP)-VTH zijn 4 (kwaliteits)criteria geformuleerd, te weten: effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen. Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Het Bestuurlijk Overleg IBP-VTH, waarin de VNG vertegenwoordigd is, stemde op 22 maart 2023 in met de criteria en de kpi’s. Dit heeft geresulteerd in de volgende normering van de KPI’s: 1. de omvang van het regionaal werkprogramma (VTH-uren) (inclusief ketentoezicht) gecombineerd met percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang (basis- en milieugerelateerde plustaken) is minimaal € 15 miljoen (inclusief overhead) (prijspeil 2021) en 80% van de medewerkers in het primaire proces in dienst van de organisatie; 2. de dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken; 3. de dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie; 4. de dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit blijkt uit afdoende algemene reserve voor geïdentificeerde risico’s en onverwachte operationele tegenvallers en expliciete afspraken over uitname. 5.

de dienst kan een relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatiegestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom; 6. de dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal. Deze criteria zijn (nog) niet verankerd in wetgeving. De ODIJ neemt ze echter wel aan als een gegeven. Vanuit het IBP-VTH is bepaald dat Omgevingsdiensten uiterlijk in 2026 aan de genoemde kwaliteitscriteria/ KPI’s dienen te voldoen.

PAGINA 3 VAN 8

Overigens zijn de genoemde criteria ons inziens arbitrair. Waarom zou een Omgevingsdienst met een begroting van minimaal € 15.000.000 zijn taken wel uit kunnen voeren en een kleinere niet. De wijze waarop en de kwaliteit is niet alleen kwantificeerbaar aan de hand van een bedrag. Dit hangt bijvoorbeeld ook samen met de aard van de bedrijven in een gebied. Noord-Holland Noord vraagt om andere invulling dan bijvoorbeeld het Noordzeekanaal gebied. Externe analyse In het kader van het IBP-VTH is de ODIJ eind 2023 extern gevisiteerd door andere omgevingsdiensten. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van de ODIJ verdiepende analyses laten uitvoeren door twee externe bureaus. Vanuit de analyse is het beeld ontstaan dat de ODIJ sterk steunt op incidentele middelen en dat het juridisch kader, inclusief de financieringsstructuur, op belangrijke onderdelen niet meer aansluit op de huidige situatie. De opdracht en middelen zijn uit balans, waardoor de organisatie qua middelen en capaciteit niet in staat is om de gehele opdracht uit te voeren. Dit effect is er al over meerdere jaren waardoor er een achterstand is ontstaan in de uitvoering van de primaire- en wettelijke taken. De huidige wijze waarop managementtaken en centrale sturing zijn geborgd is onvoldoende om de medewerkers goed te ondersteunen bij het uitvoeren van de opdracht.

Er is voor de opdrachtgevers onvoldoende zicht op de totale opdracht en de werkzaamheden die de dienst uitvoert of kan uitvoeren. Gezien de veranderende opgaven, context en stappen die de organisatie moet zetten richting de toekomst willen de deelnemers vanuit inzicht keuzes maken; Korte termijn: Gericht op het uitvoeren van beheersmaatregelen op de achterstanden op de uitvoering van wettelijke taken. Verbeteren van de centrale sturing op de opgaven. Het actualiseren van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), Dienstverleningsovereenkomst (DVO) en financieringsstructuur. Het extern laten ontwikkelen van scenario’s richting de toekomst. Lange termijn: Maken van bestuurlijke keuzes op lange termijn, op basis van inzicht in de opgaven en kosten, zodat de uitvoering van de taken naar de toekomst toe geborgd zijn. De ODIJ geeft aan dat zij met de begrotingswijziging in staat zijn om de eerste. Noodzakelijke stappen te zetten op de onderdelen op de korte termijn. Daarnaast geldt voor de ODIJ dat zij als kleine dienst in de huidige situatie aan meerdere kwaliteitscriteria/ Kpi’s niet voldoen. Via een Plan van Aanpak heeft elke omgevingsdienst beschreven welke noodzakelijke stappen zij moeten doen om aan deze criteria te kunnen gaan voldoen. Ook het bestuur van ODIJ stelde een Plan van Aanpak op waarin zij de ambitie uitspreekt te komen tot een toekomstbestendige organisatie.

Een organisatie die niet alleen nu, maar ook op lange termijn in staat is de opdracht van haar deelnemers uit te voeren met oog voor continuïteit en kwaliteit. Uitvoering taken Uit de analyses is gebleken dat de ODIJ de afgelopen jaren de haar opgedragen taak niet volledig heeft uitgevoerd. De beschikbare middelen en de opdracht zijn in de loop van de jaren steeds verder uit elkaar gegroeid. Hierdoor is er een achterstand in de uitvoering van de primaire en wettelijke (VTH) taak ontstaan. Capaciteitstekort zorgt daarnaast voor een hoge werkdruk binnen de organisatie. De beschikbare capaciteit is ook ingezet voor de plus- en extra taken DVO’s. Dit verdringingseffect heeft ervoor gezorgd dat de wettelijke (basistaken) hebben moeten wijken voor de plustaken of extra taken (zoals beleid, duurzaamheid etc). Hierover is niet of in ieder geval niet duidelijk gecommuniceerd naar de deelnemers. De rapportages gaven nooit blijk van een afwijking van de aantallen van de gemaakte t.o.v. de afgesproken controles. Wij gingen er dan ook vanuit dat de afgesproken taak werd uitgevoerd.

PAGINA 4 VAN 8

Begrotingswijziging De ODIJ geeft aan dat de financiële positie van de organisatie op korte termijn om aandacht vraagt. De organisatie steunt te sterk op incidentele middelen en het positieve resultaat over de afgelopen jaren blijkt in belangrijke mate te zijn ontstaan, omdat niet de gehele opdracht is uitgevoerd en erop een onjuiste wijze rendement ontstond op projecten en meerwerk opdrachten. Daarmee ligt er momenteel een aantal stevige uitdagingen voor. Concreet betekent dit dat de organisatie, in de huidige vorm, enkele noodzakelijke stappen moet zetten om door te ontwikkelen naar zelfstandig en toekomstbestendig volgens de criteria van het IBP-VTH. De stappen zijn vertaald in vijf ontwikkellijnen en beschreven in voornoemd Plan van Aanpak IBP-VTH: 1. Het herijken van de bestaande taken en formatie. 2. Het onderzoeken van een verbreding van het huidige takenpakket. 3. Het vereenvoudigen van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) 4. Het vormgeven van een structurele provincie brede samenwerking. 5. De doorontwikkeling van de interne organisatie. Zoals reeds eerder aangegeven volgt uit de analyses door extern bureaus dat het evenwicht tussen de uit te voeren opdracht en de beschikbare capaciteit al meerjarig uit balans is. De financiering is tussentijds niet herijkt.

Hierdoor is de organisatie niet in staat de volledige opdracht van haar deelnemers uit te voeren en was ook in de afgelopen jaren onvoldoende in staat om dat te doen. Daarnaast zijn de eerder beschreven externe ontwikkelingen inhoudelijk wel gevolgd, maar zijn deze niet altijd goed operationeel vertaald naar de eigen organisatie. Dit betekent concreet dat de organisatie niet op alle onderdelen is voorbereid om deze opgaven te kunnen oppakken. Verder is er sprake van een groot verdringingseffect. Een situatie waarbij de ene taak de andere taak verdringt, doordat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn om beide taken uit te voeren. Mede hierdoor zijn achterstanden ontstaan. Dit leidde afgelopen jaren tot een situatie waarbij: • Er momenteel geen volledig en actueel beeld is van de bedrijven die milieubelastende activiteiten uitvoeren. Hierdoor is voor onze deelnemers geen actueel en volledig beeld van potentiële risico’s. (Dit klopt overigens niet voor onze gemeente. Vanuit team Bouwen en Milieu is er in 2023 gewerkt aan een inventarisatie van het volledige bedrijvenbestand binnen onze gemeente, welke is overgedragen aan de ODIJ.

Het is vervolgens aan hen om dit up tot date te houden, nu zij verantwoordelijk zijn voor alle milieu VTH taken) • Het gelijke speelveld niet aanwezig is doordat niet alle soortgelijke bedrijven op eenzelfde wijze en met eenzelfde frequente worden gecontroleerd. Daarmee is er ook geen totaaloverzicht van overtredingen en mogelijke inhoudelijke risico’s. Belangrijk daarbij is dat minder toezicht leidt tot een lager naleefgedrag van regelgeving. • Een aantal bedrijven niet beschikt over een actuele vergunning, waarbij de kans bestaat dat de werkelijke situatie niet overeenkomt met wat bij de bedrijven vergund is. Door gebrek aan capaciteit om vergunningen te actualiseren zal dit aantal de komende jaren sterk kunnen oplopen. Uit de analyse naar waar de organisatie momenteel staat zijn zeven belangrijkste productgroepen in beeld gebracht; toezicht & handhaving milieu, vergunningverlening milieu, juridische advisering, advies, bouw- en woning toezicht & vergunningverlening, projecten en data-analyse. Per productgroep zijn beschikbare uren en formatie en de waarschijnlijk benodigde uren en formatie berekend. Daaruit blijkt dat het eerder beschreven verdringingseffect over de volle breedte van de organisatie speelt en dat dit zich over meerdere jaren heeft opgebouwd.

Opgemerkt moet worden dat er tussen de productgroepen verschillen zijn ten aanzien van kwaliteit en/of de mate waarin de opdracht gedeeltelijk of volledig wordt uitgevoerd. Een analyse over de zeven productgroepen maakt zichtbaar dat de organisatie 17-21 FTE te kort komt in het primaire proces om de gehele

PAGINA 5 VAN 8

opdracht van de deelnemers met borging van kwaliteit en continuïteit te kunnen borgen. Een actualisatie van het inrichtingenbestand is noodzakelijk om volledig beeld te krijgen op de uitvoering van de gecontracteerde opdracht De financiële investering die noodzakelijk is om de organisatie en de sturing daarop op het gewenste niveau te krijgen, is substantieel. Daarnaast vraagt het uitvoeren van de huidige opdracht op het afgesproken ambitieniveau volgens de ODIJ dus om een forse formatie-uitbreiding in het primaire proces. Hierin zijn mogelijk nog bestuurlijke keuzes te maken waarmee de financiële impact gedempt wordt. Met de begrotingswijziging geven zij aan invulling te kunnen geven aan een aantal noodzakelijke stappen op korte termijn. Met deze begrotingswijziging 2025 vragen zij middelen aan voor de hierboven beschreven (herstel)maatregelen op korte termijn. Deze stap moet volgens de ODIJ gezien worden als een eerste noodzakelijke stap, waarop een tweede stap (langere termijn) volgt. Ze geven aan dat hiermee de tijd en ruimte ontstaat om zorgvuldige bestuurlijke afwegingen te maken richting de toekomst. Incidentele verhoging bijdrage Om voornoemde maatregelen mogelijk te maken vragen zij de deelnemers om een extra bijdrage van € 2.005.000. Deze bijdrage zijn zij voornemens als volgt in de te zetten:

Gelet op het vorenstaande vragen zij de gemeente Edam-Volendam nu om een incidentele bijdrage van € 45.852 voor 2025 (o.g.v. een verdeelsleutel van 3,18%). Dit zou maken dat de totale bijdrage in 2025 voor onze gemeente € 545.867 (€ 500.015 + € 45.852) is. Ook in 2026 zal er een incidentele extra bijdrage van (zoals het er nu uit ziet) € 34.126 worden gevraagd. De totale bijdrage van 2026 komt dan op € 496.889,20 (€462.763,20 + 34.126). Een deel van de bijdrage (€ 374.00) wordt gebruikt voor het herzien van de GR en de financieringsstructuur. Dit is een incidentele taak. Ook de organisatieontwikkeling (€606.000) kan worden gezien als een incidentele uitgave. Het andere deel van de eenmalige bijdrage (€1.025.000) zal worden besteed aan het uitbreiden van de

PAGINA 6 VAN 8

capaciteit. Dit is ons inziens niet een incidentele uitgave, maar een structurele. De helft van dit bedrag wordt besteed aan het versterken van het management en niet aan extra capaciteit op de uitvoering van de taken. Met deze incidentele bijdrage willen ze dus deels een aantal structurele problemen (gebrekkig management en personeelstekort) oplossen. Onduidelijk blijft of daarmee het probleem (het niet volledig uitvoeren van de opgelegde taak) voor onze gemeente wordt opgelost. Het lijkt erop dat we steeds meer gaan betalen, zonder dat we de garantie hebben dat de taken nu wel worden uitgevoerd. Ons inziens moeten er eerst fundamentele keuzes worden gemaakt in prioritering (naar VTH-taken) voordat er gekeken kan worden naar extra geld. Eerst moet duidelijk zijn wat nodig is om de primaire taken uit te voeren. Effectief komt het erop neer dat wij in 2025 een bijdrage van € 545.867 moeten doen voor de VTH-taken. Daarvan is € 479.375 voor milieutoezicht. Indien je uitgaat van gemiddeld aantal uren per controle van 10 (en dat is ruim) dan zou je 458 controles per jaar kunnen uitvoeren. Uit de jaarcijfers van afgelopen jaar is gebleken dat er rond de 240 controles per jaar worden gedaan. Dit betekent dat wij voor veel meer controles betalen dan er voor ons worden uitgevoerd en wij dus meebetalen aan de controles en taken van de andere deelnemers.

Proces In maart 2024 zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor raadsleden, om hen te informeren over de visitatie, de analyses en de voorgenomen begrotingswijziging. De raadsleden van Edam-Volendam hebben hier ook een uitnodiging voor ontvangen. Het concept begrotingswijziging is vastgesteld in de AB vergadering van 19 juni jl. Waarna deze op 3 juli jl. aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeente is gezonden. De begrotingswijziging zal op 6 november a.s. ter vaststelling aan het AB worden voorgelegd, waardoor wij tot 24 oktober a.s. de mogelijkheid hebben een zienswijze in te dienen. Het concept begrotingswijziging zal dan ook in de gemeenteraad van 17 oktober a.s. aan de raad worden voorgelegd. Kanttekeningen en alternatieven Het alternatief zou een positieve zienswijze en instemmen met de 1ste begrotingswijziging kunnen zijn. Dit zal leiden tot het verhogen van de bijdrage aan de GR in 2025. Financiële middelen en effecten begroting Het vaststellen van de 1ste begrotingswijziging 2025 heeft als gevolg dat de bijdrage van de gemeente EdamVolendam aan de ODIJ voor 2025 met € 45.852 wordt verhoogd. De totale bijdrage voor 2025 zal dan € 545.867 bedragen Op grond van artikel 34 van de Wet op de gemeenschappelijk regelingen dient de ODIJ een begroting vast te stellen. Deze begroting kan worden gewijzigd.

Voor het vaststellen van de begrotingswijziging geldt een gewogen stemverhouding o.b.v. de financiële bijdrage. De begrotingswijziging wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur (AB) B o.b.v. die gewogen stemverhouding. Een negatieve zienswijze van 1 van de leden leidt dus niet per definitie tot het niet vaststellen van de begrotingswijziging. Het is uiteindelijk aan het AB of de (negatieve) zienswijze wordt overgenomen en leidt tot een aanpassing in de begroting. In de AB vergadering van 19 juni is er reeds ingestemd met de concept begrotingswijziging. Alleen de gemeenten Zandvoort (niet eens met de verdeelsleutel), Uitgeest (sombere financiële positie) en EdamVolendam (niet eens met de verhoogde bijdrage) hebben toen tegen gestemd. Door het indienen van een negatieve zienswijze wordt er echter wel een signaal afgegeven.

PAGINA 7 VAN 8

Indien de begrotingswijziging door het Algemeen Bestuur wordt aangenomen, waarop de kans vrij hoog is, zal de bijdrage voor 2025 in onze begroting moeten worden verhoogd. Dit zal dan gebeuren in de zomernota. Uitvoering of vervolgproces De ontwerp 1ste begrotingswijziging 2025 zijn vastgesteld door het Dagelijks Bestuur (DB) en het AB van de OD IJmond en op 3 juli 2024 aan deelnemende gemeenteraden verzonden. De ontwerp 1ste begrotingswijziging 2024 zal op 6 november 2024 aan het Algemeen Bestuur van de OD IJmond ter vaststelling worden voorgelegd. Participatie en communicatie Op grond van de GR is alleen een zienswijze procedure voor de aangesloten gemeenteraden van toepassing. De begrotingswijziging wordt na vaststelling bekend gemaakt via de site van de ODIJ. Rapportage en evaluatie Rapportage van de begroting 2025 (inclusief begrotingswijziging) vindt plaats middels de jaarrekening. Rapportage over de uitgevoerde taken vindt plaats middels het jaarverslag. Beiden stukken worden te zijner tijd aan de gemeenteraad verzonden. Achterliggende documenten en eerder genomen besluiten Op 4 juli jl. is de begroting 2025 van de ODIJ voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad heeft hierop een positieve zienswijze afgegeven.

Wel heeft de raad in haar zienswijze aangegeven dat de gemeentelijke begroting onder druk staat en dat zij van de ODIJ verwacht dat ook zij kritisch kijken naar de kosten en deze niet verder laten oplopen. Vastgestelde begroting ODIJ d.d. 4 juli 2024 Bijlagen - Aanbiedingsbrief d.d. 3 juli 2024 - Concept begrotingswijziging 2025 - Concept brief negatieve zienswijze.

Edam-Volendam, d.d. 27 augustus 2024 Het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam, de secretaris, H. van der Woude

de burgemeester, L.J. Sievers.

PAGINA 8 VAN 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=0d053b9c-d73f-41e1-ae84-0ddd0930ed7b