Ongevraagd advies KSD aan de gemeenteraad
Tekst van het document
Volendam, 3 december 2024 Aan: ➢ de leden van de gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam; ➢ de leden van de KSD en onderliggende adviesraden Jeugdraad, Participatieraad, Wmoraad en Stichting Seniorenraad Edam-Volendam. Betreft: de rol van de KSD en onderliggende adviesraden bij de constructieve samenwerking met de gemeente inclusief de ambtelijke staf in het licht van de Wet versterking participatie op decentraal niveau: van inspraak- naar participatieverordening. Geachte leden van de raad, In de raadsinformatiebrief voortgang evaluatie inwonersparticipatiebeleid van 9 juli 2024 bent u op de hoogte gebracht van de hoofdlijnen van de uitkomsten van de evaluatie tot nu toe. De in deze brief beschreven oplossingsrichtingen zijn gebaseerd op deze evaluatie. In december aanstaande buigt uw raad zich over de beleidskaders voor participatie van inwoners van de gemeente, dat wil zeggen het betrekken van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. Hiermee geeft uw raad tevens uitvoering aan artikel 150 van de Gemeentewet, zoals dat artikel zal luiden na inwerkingtreding van de Wet versterking participatie op decentraal niveau. In deze brief gaat de KSD in op de inhoud en conclusies van bovengenoemde raadsinformatie brief.
Als inleiding nemen wij u kort mee in het begrip participatie en bespreken wij: het juridisch kader, de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wet versterking participatie op decentraal niveau, de wijze waarop de burger- en overheidsparticipatie in de gemeente nu geregeld is in formele zin via de Inspraakverordening Edam-Volendam 2016 (KSD verordening), en in de praktijk: de rol en werkwijze van de Koepel Sociaal Domein (KSD). Participatie Dit begrip wordt gedefinieerd als een manier van de beleidsvoering waarbij inwoners, individueel of georganiseerd, direct of indirect, de kans krijgen om invloed uit te oefenen op voorbereiding, uitvoering en evaluatie ervan. De participatiedemocratie is een aanvulling op de representatieve democratie, de gekozen volksvertegenwoordiging. De raad bepaalt de kaders en het beleid en stelt de Verordening vast. Alvorens dat te doen moet het bestuur de ambitie op dit terrein bepalen. Zij moet zich dan ook de vraag stellen, en beantwoorden, hoe zij de participatie processen wil laten verlopen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie, al naar gelang welke partij het initiatief neemt. Als de overheid het initiatief neemt spreekt men van burgerparticipatie, als inwoners het initiatief hebben spreekt men van overheidsparticipatie. 1
Bij burgerparticipatie gaat het om gevraagde adviezen van de gemeente en bij overheidsparticipatie gaat het om ongevraagde adviezen vanuit de samenleving. Gevolgen voor Gemeentewet van inwerkingtreding van Wet versterking participatie op decentraal niveau Ten gevolge van de inwerkingtreding zal de Gemeentewet, artikel 150 gewijzigd moeten worden. Naast de reeds bestaande verplichting om inwoners te betrekken bij de vorming van beleid dient deze participatie te worden uitgebreid op het gebied van de uitvoering en de evaluatie van beleid. Bovendien moet, als gevolg van de wetswijziging, het zogenaamde Uitdaagrecht worden geregeld. Naast de Gemeentewet zijn er echter verschillende bijzondere wetten die burger- en cliëntenparticipatie voorschrijven, waaronder de Participatiewet, de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015), de Jeugdwet (en de Wet Sociale Werkvoorziening). Bovengenoemde bijzondere wetten worden niet gewijzigd in de Wet versterking participatie op decentraal niveau. In de memorie van toelichting op laatstgenoemde wet is te lezen dat waar participatie al in bijzondere wetten is geregeld, die regeling voorgaat. Hetzelfde geldt daarom voor op die wetten gebaseerde gemeentelijke verordeningen, zoals in onze gemeente de KSD verordening.
Voor wat betreft de mogelijke gevolgen voor de KSD verordening over het regelen van het uitdaagrecht zij verwezen naar bijlage A bij deze brief. Verordening Koepel Sociaal Domein Edam-Volendam is reeds in overeenstemming met het vernieuwde artikel 150 Gemeentewet De taak van de koepel is geregeld in de KSD verordening. De KSD wordt belast met de zorg voor de wettelijk voorgeschreven burger- en cliëntenparticipatie door het uitbrengen van gevraagd en ongevraagd advies aan het college en de gemeenteraad over onderwerpen betreffende het sociaal domein (zie artikel 3 van Verordening). De gemeentelijke verordening echter berust op bijzondere wetten die voorgaan op artikel 150 Gemeentewet. Wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet noopt derhalve niet tot aanpassing van de KSD-verordening. Samenstelling, werkwijze KSD De Koepel Sociaal Domein bestaat uit vertegenwoordigers van de Jeugdraad, Wmo-raad, Participatieraad en stichting Seniorenraad Edam-Volendam. Via de adviesraden organiseert de KSD de cliëntenparticipatie. De adviesraden hebben een directe en aantoonbare binding met de achterban en is er dus sprake van directe communicatie met de doelgroepen. Daarnaast heeft de KSD relaties met relevante verenigingen, instanties waarin brede ervaring en deskundigheid vertegenwoordigd zijn. Met deze organisaties vindt structureel overleg plaats.
Afhankelijk van de urgentie en de reikwijdte van de problematiek wordt ook ad-hoc overleg gevoerd. De lijntjes zijn namelijk kort. Hierdoor weet de KSD wat er bij die groepen leeft en speelt, en krijgen deze groepen van de KSD terugkoppeling. Enkele van deze groepen zijn: woningcorporaties Wooncompagnie en De Vooruitgang, De Zorgcirkel, Evean, WelzijnWonenPlus, dorpsraden van de voormalige gemeente Zeevang en Gezamenlijk Dorpsradenoverleg (GDO), CBW, ’t Nest, Invident, Odion, Huisartsenzorg Zaanstreek Waterland (HZW), Sportkoepel enz. Wij concluderen dat de Verordening KSD deze participatie al regelt op een wijze die past bij de geest van de wijziging van artikel 150 Gemeentewet en bovendien dat deze opzet werkt in de praktijk. 2
De KSD participeert Bovenstaande laat zich samenvatten in de conclusie dat de KSD als georganiseerd participerend orgaan fungeert. Dat doet zij niet alleen door gevraagde adviezen maar in het bijzonder ook door ongevraagde adviezen te verstrekken. Een actueel voorbeeld van hoe een en ander in de praktijk werkt is de voorbereiding - in samenwerking met de KBO - van een woonbehoefte-enquête (net als in 2016) onder ouderen die hun woning willen verkopen en verhuizen naar een huurappartement van de in onze gemeente actieve woningbeheercorporaties Wooncompagnie en De Vooruitgang, maar daar niet voor in aanmerking komen vanwege een jaarinkomen boven de sociale huurgrens. Verwacht wordt een hoge deelname net als in 2016, toen werd aangetoond dat inwoners zich verwant voelen met maatschappelijke organisaties als de KSD. Zij weten immers dat wij opkomen voor hun belangen. Participatie is een loos begrip als de burger niet goed geïnformeerd is. Een meerwaarde van de KSD en onderliggende raden is dat die hun achterban niet alleen mobiliseren, maar ook gericht kunnen informeren. Door de nauwe contacten met de relevante groepen en kennis van wat zich afspeelt op beleidsmatig niveau zijn de adviesraden bij uitstek geschikt om de soms complexe problematiek over het voetlicht te brengen.
Nu hierboven is vastgesteld dat een juridische noodzaak tot wijziging van de verordening ontbreekt, is daarmee niet gezegd dat de huidige wijzen van communicatie met inwoners geen aanpassingen behoeft. De samenleving verandert snel, behoeften veranderen en de communicatiemogelijkheden worden verruimd. De KSD is daar niet blind voor. Uit de evaluatie (zie raadsinformatiebrief van 9 juli) kwamen aandachtspunten naar voren die de KSD ter harte neemt. Opgemerkt werd dat de behoefte aan adviezen moet worden gestimuleerd en dat er direct(ere) communicatie met inwoners wordt geapprecieerd. Daar kan aan gewerkt worden zonder dat het kind met het badwater wordt weggegooid, oftewel dat kan binnen de huidige opzet gerealiseerd worden. Daarnaast heeft de KSD oog voor het feit dat onderwerpen waar de adviesraden zich mee bezighouden in het merendeel het kerngebied van een enkele adviesraad overstijgt. Besloten is daarom om voortaan binnen de KSD met projectgroepen te werken. bestaande uit leden afkomstig uit de vier onderliggende adviesraden. Deze projectgroepen betreffen: • Wonen, welzijn en zorg; • Gezondheid; • Leefbaarheid en veiligheid; • Participatie. KSD ziet uit naar intensieve(re) samenwerking met het gemeentelijk apparaat om te werken aan het besef dat de adviezen meerwaarde hebben voor de kwaliteit en draagvlak van het beleid en de uitvoering daarvan.
Dit zal ertoe leiden dat de behoefte zal toenemen. Overigens constateren verschillende adviesraden dat er op verschillende beleidsterreinen een behoefte bestaat om intensiever met de betreffende adviesraden samen te werken. Ook ontvangen wij vanuit de gemeenteraad geen signalen dat er onvrede is over het functioneren van de KSD binnen de huidige structuur. Wij concluderen daarom voorzichtig dat aan de schriftelijke verslaglegging van de evaluatie geen absoluut oordeel kan worden verbonden. 3
Binnen de huidige structuur en juridische basis staat de KSD open voor overleg om betrokkenheid van inwoners te stimuleren. Bijvoorbeeld om door toevoegen van communicatiewijzen de binding met de doelgroepen te intensiveren in kwalitatieve en kwantitatieve zin. De KSD constateert dat in de gemeente en m.n. in de Zeevang er verbetering mogelijk is om de burgerbetrokkenheid te verbeteren. Op dit ogenblik is de wijkraad Oude Kom Volendam kwijnend, wijkraad Breed Edam is ter ziele, dorpsraad Schardam heeft zich opgeheven wegens het stopzetten van de gemeentelijke subsidie, dorpsraad Beets is nog niet compleet. Wij zien dus dat het overgrote deel van de inwoners niet wordt vertegenwoordigd door een dorps- of wijkraad. De KSD ziet het als een prioriteit om in deze situatie verbetering aan te brengen. Laat de KSD meepraten met invulling en implementatie van de nieuwe participatieregeling Participatie is lastig. Uitgangspunten en voorwaarden voor een goed proces zijn talrijk en ingewikkeld; de kans op teleurstelling bij inwoners is serieus aanwezig en de juiste balans tussen participatie en representatieve democratie is complex (VNG handreiking participatieBerenschot, pag. 3).
Maar ook als uw raad met ons van oordeel is dat de participatie in het door de KSD bestreken domein afdoende geregeld is en, behoudens een eventuele aanvulling met een uitdaagrecht, geen aanpassing behoeft naar aanleiding van de wijziging van artikel 150 Gemeentewet, zijn wij graag bereid mee te praten over de soort of soorten participatie. Immers, de participatie is vormvrij. De KSD heeft een gestructureerde organisatie met talrijke deelnemers (ca. 80) met kennis, ervaring en expertise op vele terreinen van het Sociaal Domein. De KSD benoemt uitdagingen in de gemeente Edam-Volendam voor de komende jaren In de komende jaren zouden in het Sociaal Domein o.a. de volgende thema’s heel relevant kunnen worden: • mensen die uitgesloten zijn van werk en met een problematische bestaanszekerheid (armoede, schulden, geen dak boven het hoofd); • dementie/Alzheimer; • eenzaamheid, leidend tot gezondheidsproblemen zoals depressie, alcoholverslaving, slaapstoornissen en hart- en vaatziekten; • jongvolwassenen in een kwetsbare positie; • ouder wordende samenleving: meer dan 22,5 % van de inwoners van Edam-Volendam is ouder dan 65 jaar. Mensen leven langer en hebben daardoor meer zorg nodig. Medisch kan meer, maar het aantal zorgverleners groeit niet mee. Vandaar dat een verschuiving nodig is van zorg naar welzijn.
De nadruk moet komen te liggen op preventie; • woonbehoefte van verschillende doelgroepen: er zijn te weinig geschikte en betaalbare woningen en appartementen; • vluchtelingen en statushouders; • enz.
4
Slot en conclusie KSD is in samenwerking met andere initiatiefnemers uitstekend toegerust om een belangrijke rol te spelen en een bijdrage leveren in het participatieproces en aan het oplossen of minder schrijnend maken van genoemde problemen of uitdagingen. Hoogachtend namens de KSD, Drs. J.H.C.M. Tol, voorzitter
C.H.M. Schilder, secretaris
Secretaris Koepel Sociaal Domein Edam-Volendam C.H.M. Schilder, Sint Nicolaashof 27, 1131 GV Volendam Tel.: 06-51865779. E-mail: casschilder@ziggo.nl
5
Bijlage A: Wijziging artikel 150 Gemeentewet, Wet versterking participatie op decentraal niveau in relatie tot de KSD verordening. Strekking en parlementaire geschiedenis wijziging artikel 150 Gemeentewet Zoals uw raad bekend is, draagt de Koepel Sociaal Domein (hierna: KSD) zorg voor de wettelijk voorgeschreven burger- en cliëntenparticipatie in het sociaal domein. De KSD doet dat door het uitbrengen van gevraagd en ongevraagd advies aan het college en de gemeenteraad over onderwerpen betreffende dat domein. Genoemde wetswijziging roept de vraag op of, en zo ja, welke gevolgen daaraan verbonden moeten worden voor de rol van de KSD in het proces van burger- en cliëntenparticipatie op decentraal niveau. Ter beantwoording van die vraag zullen wij hieronder allereerst ingaan op de strekking van die wetswijziging zoals die kan worden afgeleid uit de tekst en parlementaire geschiedenis. Artikel 150 van de Gemeentewet luidt op het moment als volgt: 1. De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. 2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover in de verordening niet anders is bepaald.
In de genoemde Wet versterking participatie op decentraal niveau is artikel 150 als volgt gewijzigd (Stb. 2014, 203): 1. In het eerste lid wordt na «de voorbereiding» ingevoegd «, uitvoering en evaluatie». 2. Het tweede lid komt te luiden: 2. Indien de raad de in het eerste lid bedoelde betrokkenheid regelt in de vorm van inspraak, dan wordt deze verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij in de verordening anders is bepaald. 3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. In de verordening worden voorwaarden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke partijen de volgende taken kunnen uitvoeren: a. taken inzake de huishouding van de gemeente waarvan de raad de uitvoering aan het gemeentebestuur heeft opgedragen; b. taken waarvan de uitvoering bij of krachtens een andere dan deze wet van het gemeentebestuur is gevorderd, voor zover de uitvoering van de taak door een ander dan het gemeentebestuur met het bij of krachtens die wet bepaalde niet in strijd is. Bovengenoemde wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. De verwachting is dat de datum inwerkingtreding zal worden bepaald op 1 januari 2025.
Zoals in bovenstaande wetswijziging kan worden gelezen, schrijft deze wijziging voor dat de gemeenteraad de reikwijdte van de zogenaamde inspraakverordening moet uitbreiden. Hierdoor moeten ingezetenen ook betrokken worden bij de uitvoering en evaluatie van beleid en niet enkel bij de voorbereiding. Daarnaast expliciteert de wetswijziging de mogelijkheid die vertegenwoordigende organen hebben om een verordening vast te stellen waarin het uitdaagrecht is vastgesteld. In onze gemeente heeft de raad ter uitvoering van artikel 150 van de Gemeentewet de Inspraakverordening Edam-Volendam 2016 vastgesteld. Gegeven de wijziging van genoemd artikel zal die verordening dus moeten worden aangepast. 6
Naast de Gemeentewet zijn er verschillende bijzondere wetten die burger- en cliëntenparticipatie voorschrijven, waaronder de Participatiewet (artikel 47), de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 (artikel 2.1.3), de Jeugdwet (artikel 2.10) en de Wet Sociale Werkvoorziening (artikel 2, derde lid). Bovengenoemde bijzondere wetten worden niet gewijzigd in de Wet versterking participatie op decentraal niveau. In de memorie van toelichting op laatstgenoemde wet is te lezen dat waar participatie al in bijzondere wetten is geregeld, die regeling voorgaat. Participatie is in verschillende wetten op verschillende manieren geregeld. Het uitgangspunt van dit wetsvoorstel is dat daar waar participatie al in bijzondere wetten is geregeld, die regeling voorgaat. De wetswijziging beoogt een aanvulling te zijn op al bestaande participatieregelingen in andere wetten. Eerder werd al genoemd dat de Wmo 2015 en de Wsob aangeven dat inwoners en maatschappelijke partijen een verzoek kunnen doen om het uitvoeren van taken op grond van die wetten over te nemen. Andere voorbeelden zijn artikel 47 van de Participatiewet over cliëntenparticipatie en artikel 8 van de Wet SUWI over de landelijke cliëntenraad. (Kamerstukken II 2022/23, 36 210, nr. 3, p.
28) De Wet versterking participatie op decentraal niveau heeft dus geen gevolgen voor de regeling van de participatie in genoemde bijzondere wetten, die regeling gaat voor. Bijgevolg geldt hetzelfde voor op die wetten gebaseerde gemeentelijke verordeningen, zoals in onze gemeente de Verordening Koepel Sociaal Domein Edam-Volendam (vanaf hier Verordening KSD genoemd), tenzij en voorzover laatstbedoelde wetten nog niet voorzien in een uitdaagrecht. In dat geval is het hierboven aangehaalde sublid b van het derde lid van artikel 150 Gemeentewet van toepassing. Op grond van dat sublid worden in de verordening de voorwaarden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke partijen taken kunnen uitvoeren waarvan de uitvoering bij of krachtens een andere dan de Gemeentewet van het gemeentebestuur is gevorderd, voor zover de uitvoering van de taak door een ander dan het gemeentebestuur met het bij of krachtens die wet bepaalde niet in strijd is. Ruimte die bijzondere (medebewinds-)wetten laten voor uitdaagrecht Het wordt aan gemeenten overgelaten te bepalen wanneer en in hoeverre bijzondere wetten beperkingen stellen aan het uitdaagrecht. Dat is te lezen in de volgende antwoorden op vragen die hierover in de Eerste Kamer zijn gesteld: 14 – CDA Het uitdaagrecht heeft ook betrekking op medebewindstaken.
Gelet op de eisen die bijzondere wetgeving aan de uitvoering daarvan onder omstandigheden stelt, is het niet meteen logisch dat dit recht ook voor al die taken onverkort gaat gelden. In dit verband heeft de regering zelf al opgemerkt dat overname van dergelijke taken alleen mogelijk is als de betreffende medebewindswet hiervoor de ruimte laat. Naast het noemen van enkele expliciete grondslagen, wordt er daarbij op gewezen dat als er sprake is van een gesloten stelsel of als de aard van de medebewindstaak zich verzet tegen uitvoering door anderen, overname van de betreffende taak niet mogelijk is. De CDA-fractieleden vragen de regering uiteen te zetten of is overwogen om – nu voor het expliciteren van het uitdaagrecht is gekozen – niet ook de beperkingen die hiervoor gelden, in het voorstel zelf op te nemen. Waarom is dit uiteindelijk niet gebeurd? Decentrale overheden hebben, ook zonder het onderhavig wetsvoorstel, van de wetgever in algemene zin de ruimte gekregen de invulling van het uitdaagrecht naar eigen inzicht in te richten. Dit sluit aan bij de ruimte die decentrale overheden hebben bij de uitvoering van 7
zowel autonome taken als medebewindstaken. Niet gekozen is voor een uitputtende regeling die bepaalt welke medebewindstaken wel en welke niet voor het uitdaagrecht in aanmerking komen. Een dergelijke strikte afbakening verhoudt zich niet tot de wijze waarop de Gemeentewet een algemeen kader verschaft voor de uitvoering van zeer uiteenlopende medebewindswetten. De Waterschapswet laat weinig ruimte voor overname of het stellen van regels voor overname van medebewindstaken die aan het algemeen bestuur of dagelijks bestuur zijn opgedragen. De vraag naar een uitputtende regeling is daarmee vergelijkbaar met de mogelijkheid van delegatie. Delegatie van bevoegdheden tussen verschillende gemeentelijke bestuursorganen is in beginsel mogelijk, ook wanneer dit bevoegdheden uit medebewindswetten betreft.21 Ook hier volgt de beperking uit de aard van de specifieke bevoegdheid, en niet uit een gesloten en limitatief beschreven wettelijk stelsel. Dit past bij het feit dat decentrale overheden binnen de kaders van de wet zelf het best in staat worden geacht de uitvoering zo te organiseren dat hiervan de gewenste resultaten mogen worden verwacht. Slechts als een materiewet dit uitdrukkelijk beoogt uit te sluiten, gelden hierbij beperkingen. Deze zelfde benadering is gekozen bij de verankering van het uitdaagrecht ten aanzien van medebewindstaken.
Bij het uitdaagrecht worden geen bevoegdheden overgedragen. Inwoners worden betrokken bij de uitvoering, of nemen die zelf ter hand. Het past niet bij het organieke stelsel om hier in algemene zin wettelijk zodanige beperkingen voor in het leven te roepen. Die beperkingen zouden immers enerzijds voldoende houvast moeten bieden voor de praktijk, maar tegelijkertijd niet zodanig inflexibel moeten zijn dat deze aan iedere vorm van uitdaagrecht bij medebewindstaken een eind zouden maken. 15 – CDA Als er geen sprake mag zijn van een gesloten stelsel en de aard van de betreffende taak geen belemmering mag zijn, kan de regering uiteenzetten binnen welke medebewindswetgeving zij dan in het bijzonder wel kansen voor overname van taken ziet? Een bekend voorbeeld van medebewindswetgeving waarop het uitdaagrecht in de praktijk wordt toegepast betreft de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Ook de Erfgoedwet en de Participatiewet bevatten medebewindstaken waarbij het uitdaagrecht kan worden toegepast. Tot slot kan de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen worden genoemd als voorbeeld van een wet waarin betrokkenheid van burgers bij de uitvoering van taken van het college expliciet als mogelijkheid wordt benoemd. (Kamerstukken I 2023/24, 36 210, D, p.
9 en 10) Zoals in laatstgenoemd antwoord kan worden gelezen, verwijst de regering naar reeds bestaande voorbeelden van uitdaagrecht in bijzondere wetten en niet – waar de Eerste Kamer eigenlijk om vroeg – naar voorbeelden van wetten die nog geen overname van taken kennen en waar zij kansen ziet. Kennelijk konden de behandelend ambtenaren geen sprekend voorbeeld vinden, of ontbrak het aan de daarvoor benodigde tijd. Of werd het simpelweg te ingewikkeld bevonden. Dit zal dus op decentraal niveau moeten worden uitgezocht. Betrokken op de Verordening KSD gaat het dan om de onderliggende bijzondere wetten waarin nog geen uitdaagrecht is geregeld. Maar in plaats daarvan kan de raad ook volstaan met het opnemen van een algemene regeling van het uitdaagrecht in de Participatieverordening die mede van toepassing wordt verklaard op medebewindstaken die zich daar niet tegen verzetten (zie ook de ‘Voorbeeldverordening participatie (en uitdaagrecht)’ van de VNG van mei 2021 die inmiddels is geactualiseerd of snel zal worden). 8
Als zich heeft uitgekristalliseerd welke van de bovenbedoelde taken zich lenen voor het uitdaagrecht kan daar zo nodig ook de Verordening KSD op worden aangepast (en intussen zullen wij ook zelf alert blijven op ontwikkelingen in dit verband die wij in voorkomende gevallen zullen melden aan of delen met de behandelend ambtenaren). Verordening Koepel Sociaal Domein Edam-Volendam reeds in overeenstemming met artikel 150 Gemeentewet (nieuw) Zoals gezegd berust genoemde verordening op bijzondere wetten die voorgaan op artikel 150 Gemeentewet, zodat de wijziging van dat artikel niet meebrengt dat die verordening moet worden aangepast. Een eventuele aanvulling op het punt van uitdaagrecht kan in de algemene Participatieverordening worden opgenomen en een aanvulling op het punt van de reikwijdte van de participatie is niet nodig omdat de verordening zich – conform de gewijzigde tekst van artikel 150 Gemeentewet – al mede uitstrekt tot de uitvoering en evaluatie van beleid en niet enkel de voorbereiding, waarvoor wij verwijzen naar artikel 4: Artikel 4 Bevoegdheden Koepel Sociaal Domein: Adviesrecht 1.
De koepel adviseert het college en/of de gemeenteraad gevraagd en ongevraagd over de beleidsvoornemens die het sociale domein betreffen bestaande uit; beleidsvoorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid, bovendien de bijbehorende procedures en regelingen die hierop betrekking hebben. 2. Daarnaast kan de koepel het college en/of de gemeenteraad ongevraagd adviseren over signalen uit de samenleving. 3. De koepel is niet bevoegd te adviseren over klachten, bezwaarschriften en andere zaken voor zover die op individuele cliënten betrekking hebben, met uitzondering van de hierbij gehanteerde regels en procedures. De taak van de koepel is geregeld in artikel 3 van de verordening waarin de KSD wordt belast met de zorg voor de wettelijk voorgeschreven burger- en cliëntenparticipatie door het uitbrengen van gevraagd en ongevraagd advies aan het college en de gemeenteraad over onderwerpen betreffende het sociaal domein. Nu een noodzaak ontbreekt de verordening aan te passen, staat uw raad voor de vraag of er niettemin toch een aanleiding voor is. Die aanleiding zou kunnen bestaan in een vergroting van de betrokkenheid van inwoners van onze gemeente bij de lokale beleidsvoering waar de aanpassing van artikel 150 Gemeentewet toe uitnodigt.
Meer concreet gaat het dan om de participatie van burgers annex cliënten in het door de KSD bestreken sociaal domein. Wij concluderen dat de Verordening KSD deze participatie al regelt op een wijze die past bij de geest van de wijziging van artikel 150 Gemeentewet. Zo is in artikel 7, vierde lid, van de verordening bepaald dat de adviesraden – die in de KSD vertegenwoordigd zijn - een aantoonbare binding met de achterban moeten hebben. Deze binding is in het geval van de raden niet alleen aantoonbaar maar ook de kracht van de raden en daarmee van de KSD.
------------------------------------------------------------
9