CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie afvalbeleid_1.docx.pdf

Themabijeenkomst 11 februari 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Afvalbeleid4.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie afvalbeleid Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025

Afdeling Openbare Werken Sectie Operationele taken en ondersteuning civiel Concept

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 Notitie afvalbeleid 1. Inleiding Echt restafval bestaat bijna niet. Houd GFT, papier, textiel en glas apart. Dat is de norm! Samen moeten we het aanbod restafval omlaag krijgen. Eerst naar 100 kilo per persoon per jaar. Later naar 30 kilo. In ons afvalbeleid staat hoe we 100 kilo kunnen halen. Daarvoor moeten we grondstoffen goed scheiden! De afgelopen twee jaar is het restafval al met 28% afgenomen. Gaan we de ingeslagen weg vervolgen en het afvalbeleid harmoniseren? Tijdens de raadsvergadering van 29 mei 2020 is gesproken over het afvalbeleid in het algemeen en over ondergrondse containers in het bijzonder. Deze notitie gaat daarover. De notitie dient als tussenevaluatie van het afvalbeleid. En ze gaat in op de discussie over het inzamelmiddel in het gebied van de voormalige gemeente Zeevang. In paragraaf 2 wordt het landelijke ‘VANG-programma’ besproken. Het doel is een circulaire economie met tussenstappen naar maximaal 100 en 30 kilo restafval per persoon per jaar. Paragraaf 3 bespreekt ons beleidsplan afvalbeheer, dat in principe is vastgesteld tot 2022. Het beleidsplan omvat maatregelen die moeten leiden tot maximaal 100 kilo restafval per persoon per jaar. Ook gaat het plan over de harmonisatie van het afvalbeleid.

Paragraaf 4 bevat de tussenevaluatie en gaat in op de vragen wat wij hebben gedaan, wat onze ervaringen zijn en wat de cijfers zeggen. In paragraaf 5 verbinden wij hieraan onze conclusie. Paragraaf 6 is het tweede deel van de notitie en gaat in op het inzamelmiddel in het ‘buitengebied’. Ook tijdens de raadsvergadering van 5 november 2020 kwam het afvalbeleid ter sprake. Hierbij zijn twee moties aangenomen. Eén motie roept op om een bewustwordingscampagne te initiëren, waarmee de toename van afval een halt wordt toegeroepen. De andere motie roept op om een prijsvraag uit te schrijven, waarmee ideeën worden verzameld die leiden tot betere scheiding van GFT en versnelde afbouw van de hoeveelheid afval. Een derde motie ging over de afvalstoffenheffing. In deze notitie wordt (kort) ingegaan op de moties. Het ligt voor de hand om de ingeslagen weg te vervolgen tot het einde van de planperiode in 2022. Wij blijven inzetten op gedragsverandering. Zo moet GFT uit het restafval! Afval scheiden is niet alleen beter voor het milieu, maar het bespaart ook kosten. Uiteindelijk voor iedere inwoner. Wij willen de communicatie hierover intensiveren. Het harmoniseren van het afvalbeleid is nog steeds een speerpunt. Het ligt voor de hand om het systeem van omgekeerd inzamelen verder uit te bouwen. Ook in ‘oud’ Zeevang.

Als wij alle acties uit het beleidsplan hebben uitgevoerd, kunnen wij kijken naar mogelijke verbeteringen. De ideeën van de inwoners kunnen wij dan goed gebruiken!

2. Naar een circulaire economie Traditionele grondstoffen worden schaarser. Maar er is een enorme winst te halen in het gebruik van de grondstoffen. Daarbij kunnen wij grote stappen nemen bij het inzamelen en recyclen van huishoudelijk afval.

1

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 Voor een gezonde, duurzame planeet is een overgang naar een circulaire economie noodzakelijk. In een circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Afval is dan de nieuwe grondstof. Dit principe is uitgewerkt in diverse internationale verdragen en landelijke wet-, regelgeving en beleid. Voorbeelden zijn de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen, het programma Circulaire economie, het Landelijk afvalbeheerplan en het VANG-programma. VANG staat voor de afkorting ‘van afval naar grondstof’. Het VANG-programma is gericht op samenwerking door alle partijen in de keten van huishoudelijk afval. Van producenten en retail tot consumenten en burgers tot recyclingbedrijven en overheden. Uiteindelijk is het doel: realisatie van een circulaire economie voor 2050.

(Uit het Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022)

2.1 VANG-programma In het VANG-programma uit 2014 van staatssecretaris Mansveld staat de ambitie centraal om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. Kortgezegd zijn de doelstellingen: minder afvalproductie door slim ontwerp van producten en verpakkingen, meer hergebruik van grondstoffen door betere scheiding en inzameling, geen hogere kosten voor de burger als inwoner en belastingbetaler, wel consequente toepassing van het profijtbeginsel en ‘vervuiler-betaalt-principe’ voor producenten en consumenten, een transitiepad en –tempo dat voor alle betrokkenen haalbaar en betaalbaar is. Het programma formuleert een wensbeeld voor 2025. Wensbeeld 2025 ‘Door de grondstoffen- en materiaalketens die leiden tot huishoudelijk restafval te sluiten, produceert een gemiddelde Nederlander steeds minder restafval, in 2020 maximaal 100 kilo restafval per jaar, met een verdere afname naar maximaal 30 kilo in 2025. Materiaal wordt zo lang mogelijk in de keten gehouden waarbij de maatschappelijk lasten acceptabel zijn.’

2.2 Dubbele besparing Het scheiden van afval loont in meerdere opzichten. Ten eerste is het duurzaam. Het maakt hergebruik van materialen mogelijk. Hierdoor worden grondstoffen en energie bespaard, die nodig zijn om nieuwe materialen te produceren. Ten tweede is het beter voor de portemonnee. Restafval is de duurste afvalstroom. Het verwerken van andere afvalstromen is goedkoper of levert geld op. Ter indicatie: het verbranden van restafval kost circa € 0,09 per kilo (+ belasting van € 0,03 per kilo), het 2

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 verwerken van GFT kost € 0,058 per kilo en oud papier levert op dit moment minimaal € 0,04 per kilo op.

2.3 Gemeentelijke uitwerking De landelijke ambities worden uitgewerkt in het gemeentelijk afvalbeleidsplan. In ons beleidsplan hebben we het eerst over het doel en later over de middelen. Ook onze duurzaamheidsagenda onderstreept de ambities. Circulaire economie vormt één van de belangrijkste pijlers van ons duurzaamheidsbeleid. Hergebruik van grondstoffen werd in de bewonersenquête genoemd als een belangrijk punt waarmee de gemeente aan de slag moet. De juridische basis is vastgelegd in de Wet milieubeheer en in onze afvalstoffenverordening. In onze afvalstoffenverordening staat dat verschillende afvalstromen afzonderlijk moeten worden aangeboden (zoals GFT, papier, textiel en glas). Gebeurt dat niet, dan is sprake van een strafbaar feit.

3. Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022 Op 15 december 2016 is het ‘Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022’ vastgesteld. Dit plan richt zich op twee speerpunten: het afvalbeleid van de voormalige gemeenten Edam-Volendam en Zeevang harmoniseren, het afvalbeleid laten aansluiten bij het ‘VANG-programma’. In eerste instantie wordt de ambitie uitgewerkt om te komen tot maximaal 100 kilo restafval per persoon per jaar.

3.1 Nascheiden en omgekeerd inzamelen Het restafval moet afvallen. Als middel om hiertoe te komen, gaat het beleidsplan uit van een systeem met een combinatie van nascheiden en omgekeerd inzamelen. Nascheiden betekent dat herbruikbare grondstoffen door een installatie uit het restafval worden gehaald. Dit is bijvoorbeeld mogelijk voor plastic, metaal en drankenkarton. Nascheiden is het tegenovergestelde van bronscheiden, waarbij inwoners herbruikbare grondstoffen zelf scheiden (bij de bron).

(Uit het Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022)

Omgekeerd inzamelen houdt in dat het restafval op afstand wordt gebracht. Dit vormt een prikkel om afvalstoffen beter te scheiden. GFT wordt bijvoorbeeld – in tegenstelling tot restafval – bij huis opgehaald. Goed scheiden van GFT betekent minder sjouwen met zware en lekkende vuilniszakken. Met andere woorden: het kost minder moeite om GFT weg te brengen, dan restafval. Dit bevordert het scheiden van afval. 3

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 Als alle afvalstoffen goed worden gescheiden, blijft maar een klein beetje restafval over. Voor dit afval plaatsen wij ondergrondse voorzieningen, aldus ons huidige beleidsplan. Met het systeem van omgekeerd inzamelen worden landelijk goede resultaten behaald. Het beleidsplan afvalbeheer noemt een aantal maatregelen om te komen tot maximaal 100 kilo restafval per persoon per jaar, de eerste stap uit het VANG-programma.

(Uit het Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022)

Het beleidsplan afvalbeheer gaat uit van ondergrondse restafvalcontainers, tenzij dit door de lage bebouwingsdichtheid niet efficiënt is. Als een ondergrondse voorziening niet efficiënt is, gaat het beleidsplan uit van rolcontainers bij ieder perceel. In het plan staat dat de locaties voor de ondergrondse containers samen met de buurtbewoners worden bepaald.

3.2 Beleidskader aanwijzen locaties ondergrondse containers De spelregels voor het aanwijzen van de locaties voor de ondergrondse containers, zijn uitgewerkt in het ‘Beleidskader aanwijzen locaties ondergrondse containers’. Dit kader is op 23 oktober 2018 door het college vastgesteld. Het bevat richtlijnen voor de locatie en het participatieproces. Richtlijnen voor de locaties De locatie is voor de inzamelaar voldoende bereikbaar en toegankelijk. Achteruitrijden met het inzamelvoertuig wordt zoveel mogelijk vermeden. De locatie is voor de inwoners voldoende bereikbaar en toegankelijk. De locatie is veilig te bereiken. Parkeermogelijkheden en groen worden zoveel mogelijk behouden. Een container wordt niet recht voor een raam van een woning geplaatst (binnen een afstand van 3 meter). Wij houden rekening met ondergrondse obstakels, zoals kabels en leidingen. Bovengronds houden wij rekening met bomen, lichtmasten, looproutes en dergelijke. Per container worden minimaal 40 en maximaal 150 huishoudens bediend. Hierop zijn uitzonderingen voorbehouden. Wij streven naar een maximale afstand van circa 150 meter tussen een container en een erfgrens. Indien wij geen geschikte locatie kunnen vinden, streven wij naar een maximale afstand van circa 250 meter tussen een container en een erfgrens.

Inwoners worden per wijk uitgenodigd om mee te denken over de locatie van een ondergrondse container. Tijdens zo’n participatiemoment tonen wij een tekening met mogelijk geschikte locaties. Dit is een ‘praatplaat’ en nog geen definitief ontwerp. Op basis van de ontvangen reacties nemen wij een ontwerpbesluit. Hierop kan nog schriftelijk worden gereageerd en eventueel beroep worden ingesteld. 4

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025

uitnodiging participatieavond (circa 2 weken van tevoren)

participatieavond

bekendmaking ontwerpbesluit (huis-aan-huis) - mogelijkheid tot indienen van zienswijzen (4 weken vanaf bekendmaking)

bekendmaking definitief besluit - eventueel beroepsgang

plaatsing ondergrondse containers

In 2019 en 2020 is in drie gevallen beroep ingesteld. In alle gevallen oordeelde de Raad van State dat wij de procedure zorgvuldig hebben doorlopen. En dat wij de ondergrondse containers mogen plaatsen.

4. Wat wordt er zoal gedaan? Zoals vaker, is samenwerken de sleutel tot succes. Op diverse niveaus wordt gewerkt aan de VANGdoelstellingen. Landelijk wordt onder meer ingezet op de invoering van statiegeld op PET-flessen-en op de uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld textiel en matrassen. Hiermee wordt een financiële impuls gelegd bij de partij die de producten en materialen op de markt brengt. Dit moet de keuze voor duurzame materiaalopties bevorderen. Eerder heeft de invoering van producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen en elektrische apparaten al geleid tot een stevige impuls voor recycling. Een voorbeeld. Modeketens kopen en verkopen op online platforms steeds meer gedragen kleding met hun labels eraan. Trendanalisten verwachten dat de totale tweehandskledingmarkt binnen tien jaar groter is dan de ‘fast fashionmarkt’.

4.1 Gemeentelijke acties Na het vaststellen van het beleidsplan afvalbeheer, hebben wij een aantal acties uitgevoerd. Hieronder geven wij een korte opsomming. De acties zijn uitgebreider besproken in een aantal voortgangsrapportages. Op de milieustraten in Volendam en Oosthuizen hebben wij containers bijgeplaatst, zodat het afval daar optimaal gescheiden kan worden. Op beide milieustraten staan nu containers voor 21 verschillende afvalstoffen. Wij hebben de textielinzameling uitgebreid door het plaatsen van textielcontainers in de hele gemeente. Sinds 2017 maken wij gebruik van een nascheidingsinstallatie. Deze installatie vangt (onder meer) alle plastic, metaal en drankenkarton uit het restafval. Hiervan kunnen grondstoffen voor nieuwe producten worden gemaakt. Om dit systeem bekendheid te geven, hebben wij een aantal excursies georganiseerd.

5

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025

(Publicatie in de lokale bladen, 2018)

In regionaal verband trekken wij op om de mogelijkheden van luierrecycling te verkennen. De meeste basisschoolleerlingen hebben via ons een les gekregen over afval scheiden en het voorkomen van zwerfafval.

(‘Let’s do it Kids’ bij De Spinmolen, 2018)

Wij hebben huis-aan-huis een folder verspreid waarmee inwoners worden aangemoedigd GFT – en met name keukenafval – beter te scheiden. Bij de folder zat een biologisch afbreekbaar zakje dat gebruikt kan worden om keukenafval in te verzamelen. Dit met de boodschap dat het scheiden van keukenafval niet hoeft te stinken.

6

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025

(Voorkant GFT-flyer, 2018)

In diverse advertenties hebben wij aandacht gevraagd voor het scheiden van afval. Hierbij kwamen de stromen GFT, papier, textiel en glas aan de orde.

(Advertenties in lokale bladen, 2019)

Jaarlijks komt het thema ‘afval scheiden’ terug op onze inzamelkalender. Deze kalender wordt huis-aan-huis verspreid. De afgelopen jaren hebben wij specifiek aandacht gevraagd voor het scheiden van GFT. De inzamelkalender zien wij als belangrijke bron om inwoners te informeren.

7

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025

(Voorkant inzamelkalenders 2019, 2020 en 2021)

Op de inzamelkalender staat aangegeven wat ‘wel’ en wat ‘niet’ in een bepaalde bak mag. Ook wordt een aantal tips gegeven om afval te minderen en het beter te scheiden.

(Tip uit de inzamelkalenders 2019, 2020 en 2021)

In Edam en Volendam hebben wij het aantal ondergrondse papiercontainers uitgebreid. Wij hebben bijna geheel Edam en Volendam voorzien van ondergrondse restafvalcontainers. Wij halen daar vrijwel geen restafval meer bij huis op. De ondergrondse containers zijn uitgerust met een volmeldsysteem. Hiermee wordt de legingsfrequentie geoptimaliseerd. Daarnaast is in de containers een toegangscontrole gebouwd. Dit voorkomt oneigenlijk gebruik door bijvoorbeeld bedrijven en inwoners uit andere gemeenten.

4.2 Ervaringen met ondergrondse containers In het algemeen horen wij positieve ervaringen over ondergrondse containers. Inwoners ervaren gebruiksgemak. En ervaren een schonere leefomgeving. De containers zorgen voor minder overlast van zwaar verkeer in de wijk. Het inzamelvoertuig hoeft namelijk niet meer – zoals bij huis aan huisinzameling – de hele wijk door te rijden. Als een container net geplaatst is, merken wij wel vaak dat inwoners aan het gebruik ervan moeten wennen. Wij vragen inwoners de containers verspreid in de week te gebruiken, om pieken van het afvalaanbod te voorkomen. Deze pieken kunnen natuurlijk ook voorkomen worden als geen GFT (en andere grondstoffen) in de containers wordt gedaan. De overbelasting op de al wat oudere containers is afgenomen, nu de containers evenrediger in de gemeente zijn geplaatst. 8

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 In het begin van de uitrol kregen wij relatief veel meldingen over de ondergrondse containers. Nu krijgen wij slechts sporadisch klachten over bijvoorbeeld naast geplaatst afval.

4.3 Afvalhoeveelheden

Noot: in de tabellen is de prognose voor 2020 opgenomen, omdat de exacte cijfers op het moment van schrijven nog niet bekend waren.

De cijfers laten het volgende zien. In 2019 werd in onze gemeente ongeveer 185 kilo restafval per inwoner aangeboden. In 2017 bedroeg dat aanbod nog ongeveer 253 kilo. Dit een afname van circa 28% restafval in twee jaar. De afname is procentueel gezien het grootst in de gebieden waar ondergrondse containers zijn geplaatst. In andere gebieden lijkt de hoeveelheid restafval zich te stabiliseren. In de ‘tuinrijke’ delen van de gemeente is het aanbod GFT de afgelopen jaren toegenomen. Overigens bedraagt het aanbod restafval in de regio gemiddeld zo’n 200 kilo. Wij zitten met 185 kilo onder dit gemiddelde. In 2020 zijn tellingen uitgevoerd naar de GFT-containers die per wijk worden aangeboden. De GFTcontainers worden nog niet optimaal gebruikt. Dit betekent dat onnodig vaak een inzamelvoertuig door de wijk rijdt. Het Middengebied scoort in de tellingen het laagste. Daar wordt gemiddeld slechts 9

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 11% van het totaal aantal GFT-containers aangeboden. De ‘tuinrijke’ delen van de gemeente scoren het hoogste.

4.4 Samenstelling van het restafval In 2020 is een afvalsorteeranalyse uitgevoerd. Hiermee is de samenstelling van het restafval onderzocht. Uit de analyse blijkt dat slechts 19% van het restafval dat is aangeboden, ook daadwerkelijk restafval is. Van de 185 kilo aangeboden restafval, is dus 35 kilo ‘echt’ restafval. Circa 65% van het aangeboden restafval, hoort in een andere bak (of voorziening). Voor de duidelijkheid: plastic, metaal en drankenkarton mag bij het restafval. Dit wordt later machinaal uit het restafval gehaald. Het rapport vergelijkt de samenstelling van ons restafval met dat van andere gemeenten. Bij GFT krijgen we de waardering ‘weinig tot normaal’. Dit betekent dat ons restafval minder tot evenveel GFT bevat dan dat van vergelijkbare gemeenten. In die zin doen wij het dus beter of in ieder geval niet slechter dan andere gemeenten. Alle gemeenten staan voor de uitdaging om GFT uit het restafval te halen. Uit de analyse valt verder op dat in de minicontainers relatief veel puin en hout wordt aangetroffen. Totaal ondergrondse containers 2020

Totaal minicontainers 2020

Samenstelling huishoudelijk restafval in gewichts% Samenstelling huishoudelijk restafval in gewichts%

GFT papier/karton textiel glas puin/hout/KCA/elek. app. PMD hygiënisch papier overig

35.8% 7.7% 4.8% 5.1% 2.4% 20.4% 9.5% 14.3%

GFT papier/karton textiel glas puin/hout/KCA/elek. app. PMD hygiënisch papier overig

32.7% 10.1% 2.2% 3.1% 14.1% 18.5% 4.8% 14.5%

4.5 Kosten Zoals gezegd, loont het scheiden van afval in meerdere opzichten. Restafval is de duurste afvalstroom. Het verwerken van andere afvalstromen is goedkoper of levert geld op. Het verbranden van herbruikbare grondstoffen kost onnodig geld. Ter indicatie: de totale verbrandingskosten bedragen voor de gemeente circa € 600.000 per jaar. Als alle grondstoffen goed worden gescheiden, levert dit een besparing op van circa € 175.000 per jaar. Dit betekent een bedrag van bijna € 12 per huishouden. Met dit bedrag wordt de afvalstoffenheffing minder hoog. Het scheiden van afval levert in de toekomst nog meer op. De ‘verbrandingsbelasting’ (de belasting op het verbranden van afval) wordt namelijk steeds hoger.

5. Conclusie deel 1 In 2050 gaan wij voor een circulaire economie. Dit is vastgelegd in ons beleidsplan afvalbeheer en onze duurzaamheidsagenda. De ambitie volgt (onder meer) uit het landelijke VANG-programma, dat staat voor de afkorting ‘van afval naar grondstof’. Wij maken tussenstappen naar maximaal 100 kilo restafval per persoon per jaar. En in 2025 naar maximaal 30 kilo restafval per persoon per jaar. Het beleidsplan noemt maatregelen die moeten leiden tot 100 kilo restafval. Dit doel is zeker haalbaar. Het plan zet in op nascheiden, omgekeerd inzamelen en communicatie. 10

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 Wij voldoen nog niet aan onze doelstelling. Wel is de hoeveelheid restafval afgenomen. In 2019 werd ongeveer 185 kilo restafval per persoon aangeboden. Dit betekent een afname van 28% ten opzichte van 2017. De acties die wij de afgelopen jaren hebben uitgevoerd, hebben dus waarschijnlijk een effect gehad. Procentueel gezien is de afname het grootst in de gebieden waar ondergrondse containers zijn geplaatst. In de regio wordt gemiddeld 200 kilo restafval aangeboden. Het grootste deel van het restafval bestaat uit eenvoudig te scheiden grondstoffen. Uit sorteeranalyses blijkt dat circa 65% van het restafval dat wordt aangeboden, niet ‘echt’ restafval is. Deze grondstoffen horen in een andere bak. Onnodig verbranden van grondstoffen is slecht voor het milieu. En het kost veel geld. Als alle grondstoffen goed worden gescheiden, levert dit een besparing van circa € 175.000 per jaar. De capaciteit van de ondergrondse containers in Edam en Volendam is ruim voldoende. Als al het afval goed wordt gescheiden, is zelfs sprake van overcapaciteit. Problemen die door volle containers worden ervaren, worden veroorzaakt doordat afval wordt aangeboden dat niet in de container thuis hoort. Met andere woorden: het onjuist aanbieden van afval zorgt schijnbaar voor een capaciteitsprobleem.

‘Niet roepen dat een container altijd vol is, maar goed scheiden!’ De ervaringen met ondergrondse containers zijn in het algemeen positief. Inwoners ervaren gebruiksgemak en een schonere leefomgeving. Daarnaast zorgen de containers voor minder rijbewegingen met zwaar verkeer in de wijk. Er is nog een hele weg te gaan. Wij kunnen het doel ‘100 kilo restafval -> 30 kilo restafval -> circulaire economie’ alleen bereiken als inwoners grondstoffen beter scheiden. Bewustwording en gedragsverandering is noodzakelijk. Een overheid kan regels stellen, faciliteren en voorlichten. Maar uiteindelijk is het de burger die het moet doen! Een bewustwordingsvraag uit de inzamelkalender: koop ik niet meer dan nodig? In dat geval voorkom ik dat de houdbaarheidsdatum van een product verstrijkt. En ik het product weg moet gooien.

(Tip uit de inzamelkalender 2018 en 2020)

Hoe verder? Wij zetten in op brede bewustwording. De voorlichtingscampagne om afval te minderen en grondstoffen beter te scheiden, willen wij intensiveren. In 2021 geven wij bijvoorbeeld vervolg aan de GFT-campagne onder de noemers: ‘Edam-Volendam: groen voor elkaar’ en ‘Scheiden? Net zo makkelijk!’. Deze actie sluit aan bij de motie van 5 november 2020.

11

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025

(GFT follow up concept 2021)

Het uitschrijven van een prijsvraag – de andere motie van 5 november 2020 – willen wij uitstellen. Pas als duidelijk is of wij het huidige beleid voortzetten, kunnen wij doelgericht een prijsvraag uitschrijven. Los van de prijsvraag, zijn goede ideeën natuurlijk altijd welkom! Nu voeren wij deze zo mogelijk ook al uit.

6. Discussie ‘buitengebied’ In de raadsvergadering van 29 mei 2020 is gesproken over het plaatsen van ondergrondse containers in het gebied van de voormalige gemeente Zeevang. Er ontstond discussie over de term ‘buitengebied’ en over de participatiemogelijkheden.

6.1 De lijn van het beleidsplan afvalbeheer Volgens ons beleidsplan wordt restafval op afstand gebracht. In principe worden ondergrondse restafvalcontainers geplaatst. Als de bebouwingsdichtheid te laag is, zijn ondergrondse containers niet efficiënt. Het beleidsplan gaat dan uit van rolcontainers bij ieder perceel. Wanneer dit het geval is, wordt in het beleidsplan niet verder geconcretiseerd. Als wij onze richtlijnen volgen, worden per container minimaal 40 huishoudens bediend. De afstand tussen een container en een erfgrens bedraagt maximaal circa 250 meter. Zijn er minder huishoudens binnen die straal? Dan is een ondergrondse container niet efficiënt. Voor die gebieden gebruiken wij de term ‘buitengebied’. De dorpsraden vervulden een bijzondere rol. Voordat wij inwonersavonden hebben georganiseerd, hebben wij daarom eerst de dorpsraden geïnformeerd. Tijdens dit gesprek hebben wij een ‘praatplaat’ laten zien: een plattegrond waarop mogelijke locaties zijn ingetekend. Het ligt voor de hand om ons huidige beleid te vervolgen. In dat geval worden alle inwoners uitgenodigd om mee te denken over de locaties van de containers. Vanwege de coronamaatregelen gebeurt dit wellicht in aangepaste vorm. Zoals schriftelijk, waarbij inwoners hun ideeën ook mondeling (in klein verband) kunnen toelichten. Op basis van de ontvangen reacties nemen wij een ontwerpbesluit.

Vervolgens volgt een formeel traject waarin de mogelijkheid openstaat tot het indienen van zienswijzen en eventueel beroep. Voordelen van dit scenario zijn: in de gemeente wordt zoveel mogelijk één inzamelsysteem toegepast; de dienstverlening is zoveel mogelijk gelijk, dit draagt bij aan heldere communicatie,

12

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 het brengen van restafval op afstand (omgekeerd inzamelen), is landelijk bewezen en helpt bij het verwezenlijken van de duurzaamheidsambitie: een circulaire economie met tussenstappen van maximaal 100 en 30 kilo restafval per persoon per jaar, ondergrondse containers zijn toekomstgericht: ze vormen een hygiënische oplossing voor kleine hoeveelheden restafval en ze bieden gebruiksgemak, omdat men zelf bepaalt wanneer men afval wegbrengt, een ondergrondse container betekent geen restafval op eigen terrein, de ervaringen met het gebruik ondergrondse containers zijn in het algemeen positief, ondergrondse containers zorgen voor minder rijbewegingen met zwaar verkeer door de wijk. Het is de vraag of het laatste voordeel ook geldt voor de dorpslinten. Als het ene deel van het lint is aangewezen op een ondergrondse container en het andere deel op rolcontainers, zijn twee soorten inzamelvoertuigen nodig (één voor het legen van de ondergrondse container en één voor de rolcontainers). De vrees bestaat dat dit tot meer verkeer leidt. Vooropgesteld, de locaties voor de ondergrondse containers staan nog niet vast. Minder restafval leidt in principe tot minder rijbewegingen. Dit is zeker het geval als de legingsfrequentie van de rolcontainers wordt verlaagd. De ondergrondse containers worden geleegd op basis van volmelding.

Minder restafval betekent minder vaak een volle container. En dus ook minder ledigingen. Echt restafval bestaat bijna niet. In principe zijn rolcontainers dus (bijna) overbodig.

6.2 Alternatief Tijdens de raadsvergadering van 29 mei 2020 kwam het idee naar voren om de grijze rolcontainers in heel Zeevang te behouden. In dat geval worden de rolcontainers op een grotere schaal toegepast dan het beleidsplan voorstelt. De gedachten van het ‘harmoniseren van het afvalbeleid’ en het ‘omgekeerd inzamelen’ worden dan los gelaten. In ‘oud’ Zeevang is het nu mogelijk om eenmaal in de twee weken een container van 240 liter restafval aan te bieden. Het behouden van dit systeem geeft in principe geen prikkel om afval te minderen en grondstoffen beter te scheiden. In veel gemeenten waar restafval met rolcontainers wordt ingezameld, is de legingsfrequentie de afgelopen jaren (flink) verlaagd. Waar de container eerst bijvoorbeeld eenmaal in de twee weken werd geleegd, gebeurt dat nu nog bijvoorbeeld eenmaal in vier of zes weken. Dit moet zorgen voor minder restafval. Willen wij dit doel ook bereiken en de rolcontainers in een groter gebied behouden? Dan ligt het voor de hand dat ook wij de legingsfrequentie gaan verlagen. In eerste instantie is een frequentie denkbaar van eenmaal in de drie weken. Later kan dit worden teruggebracht naar bijvoorbeeld eenmaal in de vier weken, zes weken of nog verder. Voor de beeldvorming: bij 30 kilo restafval per persoon per jaar is het al voldoende om de huidige rolcontainer één- of tweemaal per jaar te legen.

13

Van 265 naar 100 kilo restafval! En naar 30 kilo in 2025 De ophaalfrequentie van andere afvalstoffen kan eventueel worden verhoogd (als de middelen ook optimaal worden gebruikt). Andere stimulansen zijn er ook, zoals bijvoorbeeld het uitgeven van standaard kleinere rolcontainers. Er zijn geen onderzoeksresultaten die duidelijk aantonen welk inzamelsysteem het beste is. Goede ‘afvalcijfers’ zijn afhankelijk van een aantal factoren. Het inzamelsysteem is daar één van. Iedere gemeente is uniek. Wel weten wij dat met een systeem van omgekeerd inzamelen landelijk goede resultaten worden behaald. Andere voordelen zijn in de vorige paragraaf genoemd. Verschillen binnen de gemeente moeten te verdedigen zijn. Bedenk bijvoorbeeld dat een inwoner uit Edam of Volendam misschien ook wel een grijze rolcontainer wenst. Wij moeten kunnen uitleggen waarom in een deel van de gemeente een ander inzamelsysteem geldt. Een lage bebouwingsdichtheid is een argument. Hoe verder? De wijze van inzamelen is een politieke keuze. Deze notitie dient als tussenevaluatie. Het beleidsplan afvalbeheer is in principe vastgesteld tot 2022. De speerpunten uit het plan zijn nog actueel. Wij sluiten ons aan bij de VANG-doelstelling. Het andere speerpunt – het harmoniseren van het afvalbeleid – staat ter discussie. Wij hebben nog niet alle acties uitgevoerd.

Als wij het huidige beleid voorzetten, verwachten wij een verdere daling van het restafval. Vervolgens kunnen wij kijken naar verbeteringen. De ideeën van inwoners – die bijvoorbeeld met een prijsvraag worden opgehaald – kunnen wij dan goed gebruiken. Het ligt voor de hand om het afvalbeleid te harmoniseren. En het huidige beleid te vervolgen. Ook in ‘oud’ Zeevang worden dan (zoveel mogelijk) ondergrondse containers geplaatst. De locaties worden in overleg met de buurtbewoners bepaald. Bij deze optie wordt de dienstverlening binnen de gemeente zoveel mogelijk gelijk. En wordt gekozen voor een duurzame oplossing voor het restafval. Het toepassen van één inzamelsysteem draagt bij aan heldere communicatie. En dus bij het overbrengen van de boodschap: ‘Van afval naar grondstof!’

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=1addfb56-f07e-4bdc-b7ed-1a158c02ba1d