Motie van wantrouwen LEV Inzake niet BBV-conforme financiële begrotingsconstructies
Tekst van het document
MOTIE VAN WANTROUWEN Onderwerp: Inzake niet BBV-conforme financiële begrotingsconstructies De raad van de gemeente Edam-Volendam bijeen op 30 oktober 2025
Overwegende dat: ●
●
●
●
●
●
●
De door het college gehanteerde financiële werkwijze, waarbij begrotingsposten niet BBVconform zijn verwerkt, de transparantie van de begroting ernstig aantast en de kaderstellende rol van de raad ondermijnt. Dat het college, ondanks herhaaldelijke signalen vanuit de raad, ervoor heeft gekozen de huidige financieel-beleidsmatige koers, gebaseerd op niet-BBV-conforme begrotingsinstructies, voort te zetten. Dit beleid leidt tot een kunstmatig opgepoetste begroting, onverantwoorde en grote financiële risico’s voor inwoners nu en in de toekomst, waardoor de financiële positie van de gemeente structureel verslechtert en toekomstige beleidsruimte ernstig wordt beperkt. Een onverantwoord hoge schuldenlast kan leiden tot provinciaal (preventief) toezicht en opgelegde bezuinigingen, mede gelet op de verplichting voor gemeenten om een sluitende begroting te voeren (art. 189 Gemeentewet e.v.). De wethouder Ruimtelijke Ordening als portefeuillehouder verantwoordelijk is voor de toepassing van het BBV binnen de grondexploitaties, de begroting en de financiële verantwoording, en dat deze portefeuille direct raakt aan de door de accountant vastgestelde rechtmatigheidsfouten.
De wethouder Financiën als portefeuillehouder verantwoordelijk is voor het financieel beheer, de begrotingsdiscipline en de naleving van de BBV-normen, en dat hij door zijn instemming met deze werkwijze medeverantwoordelijk is voor het voortzetten van dit financieel onhoudbare beleid. Hiermee wordt de gemeenteraad voor een fundamentele keuze gesteld over de bestuurlijke integriteit en financiële rechtmatigheid van het gevoerde beleid.
Constaterende dat: ● Het college in alle schuldquote-scenario’s van de P&C-nota van 16 oktober 2025 onzekere vaste toekomstige baten uit de herontwikkeling van de Julianaweg heeft opgenomen, zonder raadsbesluit en zonder afzonderlijke toelichting in de paragraaf Grondbeleid. Ter illustratie blijkt uit de (openbare) exploitatieberekening De Purmer dat de nog te realiseren opbrengsten volgens de jaarrekening 2024 € 102,891 miljoen bedragen tegenover € 87,392 miljoen aan nog te maken kosten, hetgeen rekenkundig een verschil van € 15,499 miljoen oplevert, maar boekhoudkundig door BBV-correcties wordt gepresenteerd als een zogenoemd “voorgespiegeld voordelig eindresultaat” van slechts € 7,478 miljoen. In de begroting 2025 wordt zelfs gerekend met circa € 107 miljoen aan opbrengsten tegenover € PAGINA 1 VAN 3
●
●
●
●
●
100 miljoen aan kosten, eveneens met een papieren winst van ongeveer € 7 miljoen. In beide berekeningen geldt dat de eerste gronduitgifte pas na 2028 wordt verwacht, waardoor de voorgespiegelde baten hoogst onzeker zijn en geen structureel zekere dekking vormen. Het college in de begroting reeds heeft geanticipeerd op het afsluiten van een lening van circa € 23 miljoen, vooruitlopend op een nog te nemen raadsbesluit, in strijd met art. 5, lid 6, van de Financiële Verordening 2025 (voorafgaande kredietautorisatie door de raad vereist), en dit heeft gedaan zonder heldere koppeling of toelichting richting de raad. Uit de meerjarenraming blijkt dat de OZB voor huishoudens in 2026 fors zal moeten worden verhoogd met meer dan de 8% die eerder is aangegeven, en daarnaast ook andere gemeentelijke heffingen en belastingen moeten worden verhoogd om de begroting sluitend te krijgen. De accountant in de controleverklaring bij de jaarrekening 2024 rechtmatigheidsfouten van € 14.750.000 heeft vastgesteld, boven de door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens (paragraaf ter benadrukking ‘rechtmatigheidsverantwoording’), een goedkeurende verklaring doet aan deze rechtmatigheidsafwijkingen niets af.
Deze handelwijze in strijd is met de BBV-eisen voor transparante en structurele dekking, en met artikel 31, eerste lid, van de Financiële Verordening 2025 (eis van structureel en reëel evenwicht), en met artikel 12 van die verordening, dat bepaalt dat overschrijdingen van de geautoriseerde begroting zonder raadsbesluit onrechtmatig zijn (begrotingscriterium). De recent vastgestelde Financiële Verordening 2025 bevestigt dat de gemeente uitsluitend landelijke wijzigingen in het BBV volgt en deze verwerkt in lokale regelgeving; derhalve is geen sprake van door het college gecreëerde verruiming van BBV-normen en zijn eventuele verwijzingen naar krediettoleranties of materialiteitsgrenzen ondergeschikt aan de landelijke BBV-verplichtingen.
Verzoekt de raad: 1. Uit te spreken dat het vertrouwen in de wethouder Ruimtelijke Ordening en de wethouder Financiën is verloren wegens het hanteren van niet-BBV-conforme begrotingsconstructies, het bewust creëren van een niet transparante financiële situatie en het willens en wetens doorzetten van een financieel onhoudbare koers. 2. Roept de wethouder Ruimtelijke Ordening en de wethouder Financiën op de politieke consequenties van dit uitgesproken verlies van vertrouwen te aanvaarden en hun functie neer te leggen.
En gaat over tot de orde van de dag.
Partijnamen en -logo’s indienende fracties:
PAGINA 2 VAN 3
PAGINA 3 VAN 3