CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota begroting 2022-2025.docx

Raadsplein Bespreekronde Ia 1 juli 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot kennisnemen van de Kadernota begroting 2022 en instemmen met de uitgangspunten begroting 2022.2.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota begroting 2022-2025 In deze nota worden de navolgende onderwerpen aan u voorgelegd. 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen m.b.t. de voorbereiding van de begroting 2022 3. Uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenramingen 2023-2025.

Inleiding De financiële positie van gemeenten staan al langer onder druk. Onze gemeente is hierop geen uitzondering, echter de financiële basis is in deze gemeente nog steeds als ‘goed’ aan te merken. In deze kadernota worden een aantal ontwikkelingen geschetst, zoals deze grotendeels ook bij de Zomernota zijn opgenomen. Op basis van deze ontwikkelingen wordt een doorkijk gegeven naar de voorbereiding van de begroting 2022. Onderdeel van de begroting was in de afgelopen jaren ook de actualisatie van het Programmaplan. Naar de mening van het college is er momenteel geen aanleiding om voor 2022 grote bijstellingen te doen op het Programmaplan. Wellicht zullen op activiteiten-niveau bijstellingen plaats vinden maar hierover wordt u separaat geïnformeerd. De begroting voor 2022 zal op eenzelfde wijze worden samengesteld als eerdere begrotingen in deze coalitieperiode. In Hoofdstuk 1 worden de ontwikkelingen geschetst die van belang zijn voor het opstellen van de begroting. De uitgangspunten die nodig zijn om de begroting van 2021 – financieel – te vertalen naar 2022 zijn onder Hoofdstuk 2 opgenomen.

1. Ontwikkelingen m.b.t. de voorbereiding van de Begroting 2022 e.v. In de Zomernota 2021 bent u geïnformeerd over het verloop van de begroting 2021 en mogelijke consequenties voor de meerjarenraming 2022 en verder. In het raadsvoorstel behorende bij de Zomernota zijn de actuele ontwikkelingen in de gemeentelijke financiën toegelicht. Dit betreft: - Aanvullende middelen voor Jeugdzorg en WMO - Herverdeling Gemeentefonds - Mei- en later ook september circulaire - Nieuwe taken Onderstaande tabel toont het actuele resultaat van de begroting 2021 – 2024, zoals opgenomen in de Zomernota en hoe dit resultaat tot stand is gekomen. De peilmomenten daarbij zijn: - de primitieve begroting 2021, (beginstand), - de Winternota 2020 - de slotstand 2020 (dit zijn de gevolgen van raadsbesluiten genomen in 2020 na vaststellen van de begroting 2021) - de gevolgen van raadsbesluiten genomen in 2021 voor vaststelling van de Zomernota 2021 - en als laatste deze Zomernota 2021. Het actuele resultaat is de basis voor het opstellen van de Begroting 2022

1

Omschrijving (Bedragen * € 1.000) Primitieve begroting 2021 Winternota 2020 en Slotstand 2020 Raad 28 januari 2021 Raad 18 februari 2021 Raad 25 maart 2021 Raad 22 april 2021 Totaal voor Zomernota Raad 1 juli 2021 Zomernota Totaal na Zomernota

2021 107 -687 9 -6 0 0 -576 -28 -604

2022 -123 -290 9 19 0 0 -385 -342 -727

2023 -70 -276 -44 -30 0 -10 -430 -247 -677

2024 354 -270 -44 -30 0 -10 0 -310 -310

Doorwerking ombuigingen Begroting 2021 Om de begroting voor 2021 sluitend te maken zijn voor 2021 een aantal lasten verhoogd. Hieronder zijn deze opgenomen uit o.a. de toelichting bij de raadsvergadering van 1 oktober 2020.

Omschrijving (Bedragen * € 1.000) 11.OMB Verhoging heffing Afvalstoffen 12.OMB Toeristenbelasting verhoging tarief 13.OMB Verhoging tarief CAI subtotaal

2021 0

0

2022 250 100 30 380

2023 500 200 45 745

2024 500 300 60 860

Zichtbaar is dat deze ombuigingen doorlopen naar de Begroting 2022 en verder. Dit was noodzakelijk om de begroting ook meerjarig op orde te krijgen. In de begrotingsstand, zoals gepresenteerd in de Zomernota (bovenstaande tabel), zijn deze meerjarige opbrengsten/verhogingen verwerkt. Zonder deze stijgingen zou de meerjarige begroting er als volgt uitzien;

Omschrijving (Bedragen * € 1.000) Saldo na Zomernota -/- Meerjarige effecten Begroting 2021 Saldo Begroting

2021 -604 0 -604

2022 -727 -380 -1107

2023 -677 -745 -1422

2024 -310 -860 -1170

Meicirculaire Onlangs zijn de eerste contouren gepresenteerd van de meicirculaire. Zoals verwacht is hier een aanvulling opgenomen t.b.v. de Jeugdzorg. Echter deze aanvulling is slechts voor 2021 en 2022 én is momenteel nog niet exact bekend voor onze gemeente. Op basis van een eerste voorzichtige inschatting is onderstaande raming opgenomen. De raming is afgezet tegen het saldo begroting zónder meerjarige doorwerking uit 2021. Hierbij moet worden aangetekend dat het een eerste raming is en dat er middelen worden beschikbaar gesteld voor nieuwe/aanvullende taken waarvan de inhoud nog onvoldoende bekend is. Deze worden later toegelicht. Omschrijving (Bedragen * € 1.000) 2021 2022 2023 2024 Saldo Begroting ná Zomernota -604 -727 -677 -310 Voorlopige mutaties Meicirculaire 513 1061 116 -34 Saldo begroting -91 334 -561 -344 Voor 2022 lijkt dit een positief effect maar in de voorbereiding naar de Begroting 2022 zullen er nog zeker enkele kostenposten zoals de uitbreiding voor Functioneel Beheer moeten worden opgenomen.

2

COVID-19 Evenals bij het opstellen van de begroting 2022 ondervindt de gemeente nog steeds de gevolgen van COVID19. Sommige ondernemers worden nog steeds financieel getroffen en er zijn door het Rijk diverse maatregelen genomen om die effecten al of niet te compenseren. Voor de begroting 2022 zijn, op dit moment, geen structurele zaken bekend die als gevolg van COVID-19 opgenomen zouden moeten worden. Nieuwe taken en ontwikkelingen voor 2022 Vanuit het Rijk worden in 2021, maar ook in 2022 en verder, nieuwe taken belegd bij de gemeenten. De financiering hiervan is nog onduidelijk, in die zin dat nog niet duidelijk is wat de uitvoeringslasten worden in relatie tot de beschikbaar gestelde middelen. Een knelpunt hierin blijft dat het vaak versnipperde taken zijn waar beperkte middelen tegenover staan. Hierdoor heeft de gemeente een uitdaging om deze werkzaamheden te beleggen in de organisatie. Soms zijn de extra middelen te weinig om de formatie uit te breiden maar te veel om ‘er even’ bij te doen.

Een aantal van de nieuwe taken betreffen: - Nieuwe Wet Inburgering - Klimaatakkoord - Prostitutie beleid - Omgevingswet (Er is geadviseerd nog geen structurele kosten te ramen) - Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen - Aanpassingen arbeidsvoorwaarden Vrijwillige Brandweer - Beheer en onderhoud gemeentelijke ICT Meerjarig op orde Voor het opstellen van een verantwoorde begroting is het noodzakelijk dat op genoemde ontwikkelingen er tijdig concrete helderheid komt vanuit het Rijk. Voor dit moment is er slechts een globale zekerheid over de hoogte van de aanvullende middelen voor onze gemeente in het kader van de Jeugdzorg en is het complex een begroting op te stellen. Met de beschikbaar gestelde incidentele middelen voor 2021 en 2022 lijken op de korte termijn geen ombuigingen nodig. Het Kabinet heeft aangegeven dat een nadere invulling, specifiek naar gemeenten, nog voor deze zomer bekend wordt gemaakt. Tijdens de raadvergadering op 24 juni en/of 1 juli hoopt het College hierover meer duidelijkheid te geven. Bij het opstellen van de begroting richt het College zich op de meest recente informatie vanuit het Rijk. Het Kabinet is reeds vanuit verschillende kanten benaderd om structureel het Gemeentefonds aan te vullen.

Op het moment van het opstellen van deze Nota zijn de kabinetsonderhandelingen nog in volle gang waardoor ook nog geen uitspraken gedaan kunnen worden voor de jaren na 2022. Nu de meicirculaire nog maar kort geleden is verschenen zullen aanvulling op z’n vroegst in de septembercirculaire worden aangekondigd. Enkele omringende gemeenten doen, vanwege de hoge financiële nood, inmiddels aannames voor mogelijke aanvullende middelen vanuit het Rijk ondanks aanschrijvingen van het Provinciebestuur om een reële begroting op te stellen. De uitspraak van de arbitrage commissie die onlangs bekend is geworden m.b.t. de hoogte van de aanvullende Rijksmiddelen wordt aangegrepen om extra inkomsten te ramen. Hiermede wordt getracht een meerjarig sluitende begroting op te stellen zonder een nieuwe rond van ombuigingen. Zoals hiervoor gemeld kiest het College hier vooralsnog niet voor. Hierna treft u de Uitgangspunten aan die noodzakelijk zijn voor het opstellen van de begroting. Ten opzichte van de vastgestelde begrotingen voor 2020 en 2021 zijn geen wijzigingen opgenomen.

3

2. Uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenramingen 2023-2025 GEMEENTE EDAM-VOLENDAM Gehanteerde uitgangspunten

Voor de begroting 2022 en de meerjarenramingen 2023-2025 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bestaand beleid Bij het samenstellen van de begroting 2022 is geïnventariseerd in hoeverre meerjarig beschikbare beleidsbudgetten moesten worden bijgesteld. Deze mutaties betreffen over het algemeen de 'beïnvloedbare budgetten'. Uitgangspunt daarbij was 'neutraal tenzij'. Autonome ontwikkelingen Onder deze categorie vallen de mutaties die een autonoom (veelal niet beïnvloedbaar) karakter hebben. Denk hierbij aan rijksontwikkelingen, areaalontwikkelingen, dividenden, kapitaallasten of indexaties. Uitgangspunt is dat deze budgetten zo reëel mogelijk geraamd worden. Meerjarig is in de begroting rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van 1,5% Nieuw beleid en investeringen Naast bovenstaande mutaties zijn ook nieuwe beleidsinitiatieven en investeringen in beeld gebracht. Deze worden afzonderlijk weergegeven, daar waar nodig toegelicht en onderverdeeld naar de categorieën a, b of c. a= het budget wordt direct na vaststellen van de begroting beschikbaar gesteld; b= het budget wordt direct na vaststellen van de begroting beschikbaar gesteld, maar mag pas na een concreet besluit van het college over de besteding, worden besteed; c= het budget wordt pas na een specifiek/apart raadsvoorstel en –besluit beschikbaar gesteld voor besteding.

De financiële consequenties van bovenstaande categorieën zijn integraal opgenomen in de begroting en opgenomen in de relevante programma's. Er is begin 2021 dus geen aparte begrotingswijziging meer nodig om e.e.a. toe te voegen aan de diverse programma's. Saldo onvoorzien Bij het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023 tot en met 2025 wordt een saldo onvoorzien van € 90.000 gehanteerd. Dit is gebaseerd op 0,1% van het begrotingstotaal van het voorgaande begrotingsjaar, in dit geval 2021, afgerond op tienduizendtallen. Belastingen, rechten, heffingen en tarieven Belastingen en rechten Voor de onroerende-zaakbelastingen, hondenbelasting, precariobelasting, havengelden, marktgelden, grafrechten wordt voor 2021 en verder voor zover de kostendekkendheid dit toelaat, een inflatiecorrectie toegepast van 1,5%. Toeristenbelastingen De tarieven watertoeristenbelasting en toeristenbelasting voor overnachtingen in andere accommodaties dan een kampeerterrein stijgen in 2022 met 13%. Inclusief inflatie stijgen deze tarieven met 14,5%. 4

De tarieven toeristenbelasting voor overnachtingen op een kampeerterrein stijgen met een inflatiecorrectie van 1,5%. Bij het opstellen van de begroting 2020 is voor het verkrijgen van extra inkomsten een structurele verhoging van de toeristenbelasting opgenomen. Geraamd is een extra opbrengst van € 100.000 in 2020, € 200.000 in 2021 en vanaf 2022 jaarlijks € 300.000. Om dit te realiseren zijn de tarieven voor de watertoeristenbelasting en voor overnachtingen in andere accommodaties dan een kampeerterrein in 2021 verhoogd naar € 2,33. Om deze extra opbrengst ook in 2022 te realiseren moet het tarief, bij gelijkblijvend aantal overnachtingen, in 2022 stijgen naar € 2,67. Dit is een stijging van 14,5%. Afvalstoffenheffingen Voor de afvalstoffenheffing wordt, zoals in eerdere begrotingen bepaald, gestreefd naar 100% kostendekking. Bij het opstellen van de begroting 2021 is gekozen voor een gefaseerde toegroei naar een volledige kostendekking. Meerjarig is van een jaarlijkse inflatiecorrectie van 1,5% uitgegaan, met een extra opslag in 2022 en 2023 van € 250.000 per jaar. Om dit te realiseren is in deze begroting rekening gehouden met een verhoging van het tarief van 7% (inflatiecorrectie 1,5% en een extra opslag van 5,5%).

Voor 2022 en 2023 is, gebaseerd op de begroting 2021, een aanvullende opslag opgenomen van 5,5 % per jaar om toe te werken naar een kostendekkend tarief (Jaarrekening 2020 75,8% kostendekkendheid ) Uw raad kan ervoor kiezen om deze opslag ongedaan te maken. Het begroting saldo zal hierdoor afnemen met € 250.000 in 2022 en € 500.000 in 2023. Uw raad dient dan richting te geven voor nieuwe ombuigingen om dit bedrag elders te vinden. Reinigingsrechten Voor de reinigingsrechten) wordt, voor zover de kostendekkendheid dit toelaat, een inflatiecorrectie toegepast van 1,5%. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Rioolheffingen Voor de rioolheffingen (eigenaren en gebruikers) wordt conform het door de raad in februari 2018 vastgestelde GRP een stijging van 2,5% exclusief inflatie toegepast. Inclusief inflatie stijgen de rioolheffingen met 4,0%. Leges Voor alle leges wordt voor 2021 en verder een inflatiecorrectie toegepast van 1,5%. Uiteraard voor zover de kostendekkendheid en/of maximaal toelaatbaarheid van het tarief dit toelaat. Het betreft hier bijvoorbeeld de leges omgevingsvergunningen, reisdocumenten, rijbewijzen, parkeerontheffingen en burgerlijke stand. CAI Bij het opstellen van de begroting 2021 is er voor gekozen om het CAI tarief structureel te verhogen met 3% (inclusief inflatie). Dit omdat het tarief van de CAI nog steeds lager is dan die van andere providers.

In de begroting 2022 en verder wordt ook gerekend met een verhoging van 3%. Tarieven verhuur/gebruik sport lokaliteiten De aanpassing van de tarieven voor verhuur/gebruik van sport lokaliteiten vindt alleen plaats middels B&W-besluit. Renteomslag percentage Uitgangspunt is dat de (verwachte) werkelijke rentelasten opgenomen worden in de begroting. Evenals in 2021 wordt er uitgegaan van een rente omslagpercentage van 0,5%. 5

Investeringen Investeringen kunnen onderverdeeld worden in; 1. Investeringen voortvloeiende uit beheers- en onderhoudsplannen (nieuwe-, uitbreidings- en vervangingsinvesteringen) 2. Investeringen vastgesteld in eerdere begrotingen en aparte raadsbesluiten 3. Investeringen voortvloeiend uit nieuw beleid 2022-2025 categorie a, b of c De investeringen vallend onder 1 en 2 zijn integraal opgenomen in de programma's. Nieuwe investeringen zijn afzonderlijk benoemd per programma en hebben daar een a, b of c categorie gekregen. Investeringen in categorie c worden afzonderlijk aan de raad voorgelegd en pas vrijgegeven als de raad hier via een apart raadsvoorstel over heeft besloten. De financiële gevolgen van deze investeringen zijn al wel integraal in deze begroting geraamd. Salariskosten Voor indexatie van de salarislasten wordt uitgegaan van onderstaande percentages. Uitgangspunten bij de bepaling van deze percentages is de loonkostenontwikkeling van de afgelopen jaren, het inflatiecijfer, stijging pensioenpremies en inkomenspolitiek gericht op koopkrachtbehoud.

Indexatie 2022 2,5% personele uitgaven ambtelijk personeel en personele uitgaven politiek ambtsdragers 2% (onkosten) vergoeding politiek ambtsdragers Indexatie 2023 en verder 1,5% personele uitgaven ambtelijk personeel en personele uitgaven politiek ambtsdragers 2% (onkostenvergoeding) politiek ambtsdragers Huurcontracten De ramingen van huren worden verhoogd conform gemaakte afspraken in de contracten. Sociale uitkeringen Voor sociale uitkeringen is het rijksbeleid gevolgd, aangevuld met financiële gevolgen uit eigen gemeentelijke verordeningen. Bijzondere bijstand en WMO De ramingen voor bijzondere bijstand en WMO zijn zoveel mogelijk realistisch begroot. Subsidies Voor indexatie van de subsidies wordt uitgegaan van het vastgesteld subsidiebeleid. hierbij gelden een paar aandachtspunten:  Uitgangspunt voor de uitvoering van het gemeentelijke subsidiebeleid is in eerste instantie de budgettaire neutraliteit.  Met de vaststelling van de begroting is duidelijk hoeveel geld er maximaal per beleidsveld beschikbaar is. Binnen het beschikbare totaalbudget per beleidsveld zijn de maximale budgetten voor subsidiëring vastgelegd welke conform de bepalingen in de Algemene subsidieverordening en de daaruit voortvloeiende subsidieregelingen de basis voor de subsidieplafonds per beleidsveld bepalen. Uitkering Gemeentefonds De raming wordt gebaseerd op de Meicirculaire van het Rijk.

6

Aantal inwoners Bij het opstellen van de ramingen is bij alle relevante inkomsten- en uitgavenramingen, uitgegaan van het onderstaande aantal inwoners.

1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025

Aantal inwoners 36.274 36.421 36.521 36.623 36.737

Aantal woningen (verblijfsobjecten met woonfunctie) Het aantal woningen waarmee in de begroting en meerjarenraming wordt gerekend is gebaseerd op het aantal verblijfsobjecten met woonfunctie. De gegevens worden gebaseerd op de aantallen uit de BAG-administratie. Deze gegevens worden vervolgens verhoogd/verlaagd op basis van de woningbouwplanning voor toekomstige jaren. Deze aantallen worden, daar waar dit van toepassing is, gebruikt voor de berekening van de belastingopbrengsten, legesopbrengsten en de berekening van diverse uitgaven- en inkomstenramingen. Bij het opstellen van de ramingen en de aanlevering van informatie voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023 tot en met 2025 is uitgegaan van de onderstaande aantallen.

1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025

Aantal woningen 15.432 15.630 15.827 16.016 16.169

Informatieplicht Conform de vastgestelde financiële verordening (artikel 7) zijn de volgende zaken opgenomen in de uitgangspunten van de begroting: Het college besluit niet over: 1. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 250.000 per onderdeel met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar voor alle onderdelen bij elkaar, tenzij de raad al een exploitatie- of investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld voor de hier genoemde onderdelen. 2. het verstrekken van leningen groter dan € 250.000 per te verstrekken lening met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, tenzij de raad al een investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld. 3. het verstrekken van waarborgen of garanties met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, met uitzondering van waarborgen of garanties in het kader van de sociale woningbouw, vallende onder de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarvoor geldt een maximum bedrag van € 15.000.000 per aanvraag. 4. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, tenzij de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=ec45cdd6-3275-46a9-ab7f-9e95bda0c5c6