Implementatie Omgevingswet Gemeentelijke Adviescommissie Fysieke Leefomgeving Edam-Volendam d.d. 04-04-2022.pdf
Tekst van het document
Implementatie Omgevingswet Gemeentelijke Adviescommissie Fysieke Leefomgeving Edam-Volendam Definitieve Versie d.d. 04-04-2022
4 april 2022
Implementatie Omgevingswet
Opgesteld in opdracht van de stuurgroep. Voorgelegd aan de stuurgroep Omgevingswet op d.d. 17 februari 2022 Voorstel aangeboden aan college van B&W op d.d. 12 april 2022.
1
Implementatie Omgevingswet Samenvatting Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de huidige Welstand -en Monumentencommissie Edam-Volendam opgevolgd door de gemeentelijke adviescommissie. Dit document omvat een toelichting op het voorstel tot het vaststellen van de verordening op de gemeentelijke adviescommissie. Hierbij de kernpunten uit deze notitie: 1. De aard van de omgevingsvisie en het (nieuwe deel van het) omgevingsplan zijn richtinggevend voor de inrichting van het toekomstige lokale adviesstelsel. 2. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van de gemeentelijke adviescommissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. 3. Het doel van de omgevingswet tot het bereiken van een goede omgevingskwaliteit verschilt niet met het belang dat de gemeente met het bestaande beleid hecht aan een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving en de bescherming en behoud van het cultureel erfgoed. 4. Zolang er nog geen nieuw omgevingsplan is vastgesteld zal er niets veranderen aan het beleid ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken en het cultureel erfgoed. 5. In verband met het toezicht op het behoud van het cultureel erfgoed is het voorstel om de advisering door de commissie niet te beperken tot alleen de wettelijke taak, de verplichte advisering, maar de taak uit te breiden met het verplicht adviseren over gemeentelijke en provinciale monumenten. 6.
Het proces begeleiden van initiatieven heeft als doel processen te versnellen en sluit aan bij de verbeterdoelen van de Omgevingswet. 7. Nieuw is de advisering over een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een provinciaal monument. 8. De keuze om ook in de nieuwe situatie burgerleden toe te voegen aan de commissie en ze daarmee ook te betrekken in het maken/meedenken en uitvoeren van gemeentelijk beleid, sluit aan bij de vernieuwende manier van werken. 9. Om de scheidslijn tussen participatie en onafhankelijke kwaliteitsadvisering helder te houden is het advies dat nieuw te benoemen burgerleden niet (meer) worden voorgedragen door de cultuurhistorische verenigingen, maar op voordracht van het College van B&W worden benoemd door de gemeenteraad. 10. Vanwege de jarenlange positieve ervaring met betrekking tot de advisering en de regionale betrokkenheid en inzet is het advies om de samenwerking met Mooi Noord-Holland te continueren. 11. De verordening draagt bij aan de zorgplicht van de gemeente voor een gezonde, veilige leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. 2
Implementatie Omgevingswet
Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 3 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1. Aanleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1 1.2
Doel van dit document ............................................................................................................ 5 Doel van de verordening ......................................................................................................... 5
2. Huidige situatie.................................................................................................................................... 5 2.1 Welstandsnota en monumentenbeleid in de huidige situatie ................................................ 5 2.1.1 Welstandsnota .................................................................................................................... 5 2.1.2 Monumentenbeleid............................................................................................................. 6 2.2 Welstand -en Monumentencommissie Edam-Volendam ....................................................... 7 2.2.1 Advisering door de commissie in de huidige situatie ......................................................... 7 2.2.2 Mooi Noord-Holland en burgerleden ................................................................................. 8 2.2.3 Welstandsadvisering door de ambtelijk plantoetser .......................................................... 8 3.
Welstand en Cultureel erfgoed na inwerkingtreding Omgevingswet ............................................. 9 3.1
4.
Doel goede Omgevingskwaliteit ............................................................................................ 9
Advies met betrekking tot overgangsperiode ............................................................................... 10 4.1 Gemeentelijk beleid welstand en cultureel erfgoed tijdens de overgangsperiode ............. 10 4.1.1 Welstandsnota ................................................................................................................... 10 4.1.2 Bestemmingsplannen ........................................................................................................ 10 4.1.3 Bruidsschat ........................................................................................................................ 10 4.1.4 Erfgoedverordening Edam-Volendam ............................................................................... 11 4.1.5 Wat verandert er? ............................................................................................................. 11 4.2 Gemeentelijke adviescommissie ........................................................................................... 11 4.2.1 Taken van de gemeentelijke adviescommissie ................................................................. 11 4.2.2 Samenstelling van de commissie ....................................................................................... 12 4.2.3 Benoeming en overgangsbepaling. ...................................................................................
13 4.3 Mooi Noord-Holland, adviseurs omgevingskwaliteit ............................................................ 14
5
Overige aspecten ........................................................................................................................... 15 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Financiële aspecten ............................................................................................................... 15 Personele aspecten ............................................................................................................... 16 Risico’s ................................................................................................................................... 16 Gevolgde procedure .............................................................................................................. 16 Burgerparticipatie, inspraak, zienswijzen en communicatie................................................. 16 Rapportage, verantwoording en evaluatie............................................................................ 16 Aanvullende toelichting op vraagstelling, context en maatschappelijke meerwaarde ........ 16
3
Implementatie Omgevingswet Inleiding Na inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna de wet) wordt de huidige Welstand -en Monumentencommissie Edam-Volendam opgevolgd door de gemeentelijke adviescommissie. Dit document omvat een toelichting op het voorstel tot het vaststellen van de verordening op de gemeentelijke adviescommissie.
In september 2018 heeft de gemeenteraad voor een vernieuwende invoeringsstrategie gekozen. Om op de vier verbeterdoelen die de Omgevingswet beoogd aan te kunnen sluiten zijn de kernwaarden van onze organisatie hier op de volgende manier aan gekoppeld: Integrale besluitvorming Bestuurlijke afwegingsruimte Snellere en betere besluitvorming Transparantie
Verbinden Leiderschap Wendbaar Vertrouwen
De noodzaak om in zeer korte tijd een beslissing te kunnen nemen op een initiatief maakt het belangrijk om de organisatie zo in te richten dat een integrale afweging vanzelfsprekend is. Een nieuwe manier van werken dat een verandering vraagt van de interne cultuur en organisatie. Bij het ombouwen van het bestaande beleid naar het nieuwe omgevingsplan zal telkens de vraag worden gesteld bij welke activiteiten een kwaliteitsadvies gewenst is en wat daarvoor de beoordelingsregels zijn. Met welke maatschappelijke doelen en kwaliteitsambities moet bij de advisering rekening worden gehouden (context) en hoe wordt de advisering begrensd (reikwijdte). Context en reikwijdte worden benoemd en gekoppeld aan de verschillende fasen van beleids-en ontwerpprocessen en bepaald wordt welke adviesrollen in welke fasen worden ingezet. Het proces zal worden ingericht op een manier die de klantbeleving optimaliseert. Een rechtvaardig, kenbaar proces in combinatie met heldere communicatie. Maar voordat we zover zijn moet er een keuze worden gemaakt. Een keuze over de context en reikwijdte van de advisering. Een keuze die nauw samenhangt met de aard van de omgevingsvisie en het (nieuwe deel van het) omgevingsplan. De aard van de omgevingsvisie en het (nieuwe deel van het) omgevingsplan zijn richtinggevend voor de inrichting van het toekomstige lokale adviesstelsel.
4
Implementatie Omgevingswet 1. Aanleiding De taken en bevoegdheden van de huidige welstand –en monumentencommissie vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de wet. De welstandscommissie vervalt als wettelijk figuur. Ter continuering van de advisering moet de gemeente vóór het inwerking treden van de Omgevingswet een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. De enige wettelijke taak van deze nieuwe gemeentelijke adviescommissie (hierna commissie) is het uitbrengen van advies over aanvragen met betrekking tot rijksmonumenten. Door de wetwijziging wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Een belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. “Decentraal tenzij” is een belangrijk principe van de wet. Het uitgangspunt is dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Een van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap.
Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van de gemeentelijke adviescommissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit.
1.1 Doel van dit document Dit document dient om de stuurgroep en het college te informeren over de keuzes die gemaakt moeten worden. Het omvat een toelichting op het voorstel tot het vaststellen van de verordening maar gaat niet over de inhoudelijke uitwerking van kwaliteitsbeleid.
1.2 Doel van de verordening Het vaststellen van de verordening heeft als doel om het huidige adviesstelsel voor zover mogelijk te continueren onder de Omgevingswet, en daarbij te voldoen aan de wettelijke plicht tot instelling van de gemeentelijke adviescommissie.
2. Huidige situatie 2.1 Welstandsnota en monumentenbeleid in de huidige situatie 2.1.1 Welstandsnota De welstandsnota van de gemeente is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de mensen in de gemeente. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen, elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet.
5
Implementatie Omgevingswet Met het welstandstoezicht regisseert de gemeente, in alle openheid, als vertegenwoordiger van het algemeen belang, het uiterlijk aanzien van het dorp of de stad. Burgers, ondernemers en ontwerpers worden met de welstandsnota in een vroeg stadium geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen.
2.1.2 Monumentenbeleid De gemeente is rijk aan cultureel erfgoed. Veel rijksmonumenten, provinciale monumenten en gemeentelijke monumenten. De oude kern van Edam is door het rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht. De oude kom van Volendam is, voor een deel, als gebied aangewezen als een cultuurhistorisch attentiegebied, een gebied dat zich kenmerkt door een ruimtelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarde. Rijksmonumenten worden beschermd op grond van de Erfgoedwet en het overgangsrecht van de Monumentenwet. Provinciale monumenten op grond van de Provinciale Omgevingsverordening en de gemeentelijke monumenten door middel van de Erfgoedverordening Gemeente Edam-Volendam en een dubbelbestemming in het bestemmingsplan met bijbehorende regels. Het gemeentelijk monumentenbeleid is opgesteld om het cultureel erfgoed te beschermen en te bewaren voor toekomstige generaties. Evaluatie monumentenbeleid Het gemeentelijke monumentenbeleid is in 2020 geëvalueerd. Het huidige monumentenbeleid is op dit moment effectief, maar het is van belang dat het beleid eenvoudiger en flexibeler wordt gemaakt, ruimte biedt voor maatwerk en het beleid geldt voor de gehele gemeente. Bij de behandeling van het voorstel is door de gemeenteraad een amendement aangenomen.
Het amendement legde vast dat de gemeenteraad op korte termijn in een themabijeenkomst zou worden geïnformeerd over de mogelijkheden en consequenties van het doorvoeren van de aanbevelingen van de evaluatie. Ook zou de raad eerst de gelegenheid krijgen om kaders te stellen voordat begonnen zou worden met het herijken van het beleid en de monumentenlijst. Het College heeft aangegeven de opdracht vanuit de raad mee te nemen in het proces van voorbereiding op de Omgevingswet en het opstellen van het omgevingsplan. In het Handboek Omgevingsplan (raadvergadering 10 maart 2022) is de basis gelegd voor de opzet en inrichting van het omgevingsplan en het proces om te komen tot nieuwe regels. Concept Omgevingsvisie
Op 27 januari 2022 heeft de gemeenteraad ingestemd het vrijgeven van de concept omgevingsvisie. Partijen worden benaderd en gevraagd om hun mening. Ook voor inwoners en andere geïnteresseerden is het mogelijk om een reactie te geven op de (concept) visie.
6
Implementatie Omgevingswet
2.2 Welstand -en Monumentencommissie Edam-Volendam 2.2.1 Advisering door de commissie in de huidige situatie Op grond van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO), wordt elke aanvraag voor een bouwactiviteit getoetst aan de criteria die zijn vastgelegd in de welstandsnota, het welstandsbeleid. De aanvragen worden ambtelijk getoetst of voor advies voorgelegd aan de Welstand –en Monumentencommissie Edam-Volendam. Deze door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie adviseert het college of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Naast de advisering over bouwactiviteiten, adviseert deze commissie in het kader van vergunningverlening ook over rijksmonumenten, wanneer een bestemmingsplan advisering door de commissie voorschrijft, over het slopen van een bouwwerk binnen het beschermde stadsgezicht en over gemeentelijke monumenten. Met betrekking tot provinciale monumenten speelt de commissie geen rol waar het gaat om het uitbrengen van een monumentenadvies. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor de vergunningverlening maar is op grond van de Wabo verplicht advies in te winnen bij de adviseurs van de provincie.
De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders desgevraagd over beleidszaken met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Onder regie van de gemeente voert de commissie (voor)overleg met de betrokkenen bij de voorbereiding van plannen en beoordeelt daartoe principeaanvragen voor plannen. Brengt op verzoek advies uit over welstandsaspecten, monumentenzorg en archeologieaspecten van in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, het welstandsbeleid, het monumentenbeleid en andere relevante beleidsstukken die betrekking hebben op de openbare ruimte. Excessen Tenslotte adviseert de commissie het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de uitvoering van het repressief welstandstoezicht. Een bestaand bouwwerk mag volgens de wet (WW art. 12) nooit in “ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand” zijn. Het repressieve toezicht is bedoeld om excessen op het gebied van welstand tegen te gaan. Bij een exces hanteert de gemeente het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. In de welstandsnota zijn criteria opgenomen die duidelijk maken wanneer sprake is van een exces (de excessenregeling).
Nadat is vastgesteld dat zich ergens een mogelijke excessieve situatie voordoet, bijvoorbeeld als er in afwijking van een vergunning of er vergunning vrij is gebouwd, kan het college de commissie vragen of er naar haar oordeel, met toepassing van de excessenregeling, inderdaad sprake is van een exces. Wanneer dat het geval is, kan de het college via een aanschrijving en daaropvolgende bestuursdwang eisen dat aan de buitensporigheid een eind wordt gemaakt. Een advies van de commissie is overigens niet verplicht. Het college van B&W kan ook op eigen gezag vaststellen dat een bepaalde situatie in ernstige mate “in strijd is met redelijke eisen van welstand”. 7
Implementatie Omgevingswet De gevallen waarbij de commissie advies kan worden gevraagd zijn omschreven in de Bouwverordening Edam-Volendam 2019. Het toetsingskader voor de commissie is de Erfgoedwet, de Monumentenwet, de WABO, de erfgoedverordening Edam-Volendam, de bestemmingsplannen en de welstandsnota.
2.2.2 Mooi Noord-Holland en burgerleden Met betrekking tot de advisering door de commissie heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met Mooi Noord-Holland, adviseurs omgevingskwaliteit. Mooi Noord-Holland is namens de gemeente Edam-Volendam verantwoordelijk voor de organisatie en het functioneren van de commissie. De samenstelling van de commissie is vastgelegd in de bouwverordening. De reguliere commissie bestaat uit drie deskundigen leden (een voorzitter en twee architectenleden). De commissie is uitgebreid met een monumentendeskundige en drie burgerleden in gevallen waarin specifieke deskundigheid op het gebied van monumenten dan wel lokale kennis voor plannen in bijzondere gebieden is vereist (uitgebreide en/of grote commissie). De deskundige leden en de monumentendeskundige worden in overleg met de gemeente voorgedragen door Mooi Noord-Holland. Mooi Noord-Holland selecteert de leden op basis van vakinhoudelijke kennis en communicatieve competenties. De burgerleden worden aan B&W voorgedragen door de cultuurhistorische verenigingen. Alle leden worden benoemd door de gemeenteraad.
2.2.2 Welstandsadvisering door de ambtelijk plantoetser Ook de gevallen waarin de welstandsadvisering kan worden opgedragen aan een ambtelijk plantoetser zijn in de bouwverordening beschreven. De ambtelijk plantoetser adviseert niet over plannen met betrekking tot rijksmonumenten, provinciale monumenten en gemeentelijke monumenten. Ook niet over plannen binnen het beschermde stadsgezicht en het cultuurhistorisch attentiegebied. De ambtelijk plantoetser adviseert over plannen die passen binnen de criteria uit het welstandsbeleid zoals omschreven in de welstandsnota. In de praktijk komt dat neer op het adviseren over veel voorkomende kleine bouwplannen zoals bijbehorende bouwwerken, dakkapellen, kozijnwijzigingen en erfafscheidingen. Ook adviseert de ambtelijk plantoetser in gevallen waarvan het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. Dat kan zijn in navolging van een eerdere beoordeling van een (ontwerp) plan of omdat er over een soortgelijk plan in hetzelfde gebied al eerder door de commissie positief is geadviseerd. Het blijven adviezen. De bestuurlijke verantwoording voor de afgifte van de vergunning ligt bij het college van burgemeester en wethouders.
8
Implementatie Omgevingswet 3.
Welstand en Cultureel erfgoed na inwerkingtreding Omgevingswet
3.1 Doel goede Omgevingskwaliteit Een van de doelen van de Omgevingswet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit. (Artikel 1.3). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden. Een goede omgevingskwaliteit is een publiek belang. Het doel van de omgevingswet tot het bereiken van een goede omgevingskwaliteit verschilt niet met het belang dat de gemeente met het bestaande beleid hecht aan een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving en de bescherming en behoud van het cultureel erfgoed. Het Rijk stelt slechts regels over de omgevingskwaliteit voor zover er sprake is van nationaal belang of een internationale verplichting. Dat speelt voor natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Deze regels zijn ondergebracht in de Erfgoedwet en de Omgevingswet. Andere aspecten, in het bijzonder de architectonische kwaliteit van bouwwerken, de stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van het landschap moeten worden beschermd door de provincies en de gemeenten in hun eigen regelgeving.
De gemeente heeft dus de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit verder zelf in te vullen, inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit. Zij kan bij de invulling van de zorg voor de omgevingskwaliteit gebruik maken van wettelijke instrumenten, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken (voorheen de welstandsnota), maatwerkregels en de advisering door de gemeentelijke adviescommissie. De Tweede Kamer heeft, in een vrijwel unaniem aangenomen motie, aangedrongen op een gemeentelijke adviescommissie met een brede adviestaak, die zoveel mogelijk aan de voorkant van ruimtelijke processen adviseert, en initiatiefnemers uitdaagt en inspireert. Uit bovenstaande kan worden opgemerkt dat een bredere ruimtelijke kwaliteitsadvisering de voorkeur van de wetgever heeft. Primair gericht op gebiedsopgaven, gebiedskenmerken, stedenbouw, landschap, of ruimtelijke inpassing van ontwikkelingen. Of integraal, gericht op het samenbrengen van gezondheid, veiligheid en omgevingskwaliteit. Het samengaan van natuur en cultuur. Advisering over alle aspecten zoals benoemd in de omgevingsvisie. Voor lopende procedures en aanvragen die worden ingediend voor het inwerkingtreden van de wet geldt dat deze worden afgerond op basis van het huidige recht.
Voor aanvragen na de inwerkingtreding van de wet geldt dat het nieuwe recht van toepassing is. Inhoudelijk bestaat deze echter nog uit oude wet –en regelgeving. Het is aan te raden om voor de overgangsperiode tot het omgevingsplan gereed is de werkwijze zoveel mogelijk gelijk te houden als in de huidige situatie.
9
Implementatie Omgevingswet 4.
Advies met betrekking tot overgangsperiode
4.1 Gemeentelijk beleid welstand en cultureel erfgoed tijdens de overgangsperiode De instelling van een gemeentelijke adviescommissie kan niet los worden gezien van het bredere transitiespoor om het kwaliteitsbeleid onder de Omgevingswet uit te werken. De gemeenteraad beslist bijvoorbeeld of en zo ja, in welke delen van de gemeente en voor welke bouwwerken toezicht op het uiterlijk van bouwwerken en/of advisering door de commissie van belang is. Welke zaken wil de gemeente nog regelen. Het voorstel is om deze keuze niet nu te maken, maar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het geeft de tijd om daarna, in samenhang met de ontwikkeling van de omgevingsvisie en het nieuwe deel van het omgevingsplan verder te werken aan de doorontwikkeling van een samenhangend adviesstelsel dat past bij de gemeente. Een keuze in de geest van de Omgevingswet en een keuze die aansluit bij de kernwaarden, ambities en doelstellingen van de organisatie.
4.1.1 Welstandsnota Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet verdwijnt het begrip welstand. Daarvoor in de plaats komt het “uiterlijk van bouwwerken”. De overgangsbepalingen voor de advieskaders met betrekking tot welstand, of het uiterlijk van bouwwerken, worden geregeld in de invoeringswet en het invoeringsbesluit. Van rechtswege is bepaald dat de van kracht zijnde welstandsnota in het tijdelijke omgevingsplan geldt als beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken als bedoeld in de Omgevingswet (art 4.19). Het niet voldoen aan de beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken blijft een weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning.
4.1.2 Bestemmingsplannen Ook alle bestemmingsplannen worden van rechtswege omgezet in het tijdelijke omgevingsplan. Totdat het definitieve omgevingsplan is vastgesteld blijven de regels uit de “oude” bestemmingsplannen gelden.
4.1.3 Bruidsschat Onder de Omgevingswet verhuizen veel regels van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de “Bruidsschat”. De gemeenteraad heeft op 22 april 2021 kennisgenomen van de bruidsschat-inventarisatie en ingestemd met het voorstel de bruidsschat integraal te laten landen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet alle regels in samenhang en gebiedsgericht uit te werken. De bruidsschat gaat in essentie dus beleidsneutraal over naar het tijdelijk deel, een continuering van het bestaande recht.
10
Implementatie Omgevingswet 4.1.4 Erfgoedverordening Edam-Volendam De regels in de erfgoedverordening komen niet automatisch in het omgevingsplan terecht. Het overhevelen van die regels naar het definitieve omgevingsplan moet de gemeente zelf doen. De regels zijn, als tussenstap naar het omgevingsplan eerste instantie samen met regels uit andere gemeentelijke verordeningen beleidsneutraal overgezet naar één verordening: de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Het opstellen van één integrale verordening op het gebied van de fysieke leefomgeving maakt het inzichtelijk welke regels deel uit gaan maken van het definitieve omgevingsplan. De Verordening Fysieke Leefomgeving is op 10 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld en treedt in werking nadat de Omgevingswet van kracht wordt.
4.1.5 Wat verandert er? Zolang er nog geen nieuw omgevingsplan is vastgesteld zal er niets veranderen aan het beleid ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken en het cultureel erfgoed.
4.2 Gemeentelijke adviescommissie De gemeente moet dus een gemeentelijke adviescommissie instellen, maar heeft veel vrijheid om de adviestaak van de commissie in te richten.
4.2.1 Taken van de gemeentelijke adviescommissie De taken van de gemeentelijke adviescommissie zijn in de Omgevingswet in verschillende artikelen omschreven. De gemeentelijke adviescommissie adviseert over: - Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument, en - Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor andere activiteiten die door de gemeenteraad aangewezen zijn, of als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet, en - Het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet. Zoals al eerder is aangegeven, is de enige wettelijke taak van deze commissie het uitbrengen van advies over aanvragen met betrekking tot rijksmonumenten. Enkele leden van de commissie moeten, op grond van de wet, deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Andere deskundigheid kan de gemeente naar eigen inzicht aan de commissie toevoegen, afhankelijk van de reikwijdte van de adviestaken. De nieuwe verordening is zoveel mogelijk een beleid neutrale omzetting van de huidige situatie, gebaseerd op de bepalingen over de adviescommissie in de bouwverordening, de bestemmingsplannen en de Erfgoedverordening.
In verband met het toezicht op het behoud van het cultureel erfgoed is het voorstel om de advisering door de commissie niet te beperken tot alleen de wettelijke taak, de verplichte advisering, maar de taak uit te breiden met het verplicht adviseren over gemeentelijke en provinciale monumenten.
11
Implementatie Omgevingswet Vooroverleg wordt proces begeleiden van initiatieven De mogelijkheid tot het voeren van vooroverleg, voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet vervangen voor het proces begeleiden van initiatieven. Voorstel is om deze adviestaak net als in de bestaande situatie in de verordening op te nemen als zijnde advisering over en begeleiden van initiatieven. Het deelnemen aan het proces begeleiden van initiatieven wordt ingezet om initiatiefnemers aan de voorkant van het proces te adviseren en uit te dagen om hun plannen, binnen de visie en kaders van de gemeente met zo veel mogelijk kwaliteit te realiseren. Als het proces aan de voorkant goed wordt doorlopen is de verwachting dat de beoordelingsgerichte advisering als sluitstuk soepel zal verlopen. Het proces begeleiden van initiatieven heeft als doel processen te versnellen en sluit aan bij de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Advisering door ambtelijke plantoetser Zolang het nieuwe omgevingsplan niet gereed is blijft de huidige werkwijze met betrekking tot de ambtelijke advisering onveranderd.
Wat verandert er? Nieuw is de advisering over een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een provinciaal monument. De bescherming van provinciale monumenten gebeurt middels de provinciale verordening en instructieregels. Voor provinciale monumenten geldt een instandhoudingsplicht. De gemeente ziet hierop toe en handhaaft hierop. De vergunningverlening voor provinciale monumenten valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente. In het eindconcept van de omgevingsverordening NH2022 van de Provincie Noord-Holland wordt de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet aangewezen als adviseur. Binnen de gemeente bevinden zich 25 provinciale monumenten, zoals het fort in Edam, onderdeel van de stelling van Amsterdam, de Pompsluis aan de Lingerzijde in Edam, het wachthuisje bij de Zeesluis aan het Oorgat, het gemaal, de kolenloods, de molen en voorwaterloop aan de Burgemeester Versteeghsingel in Edam, een gemaal en een woonhuis aan het Zeevangsdijkje in Kwadijk en onderdelen van het fort in Kwadijk. Verder gaat het om dijken, braken en buitendijks land.
4.2.2 Samenstelling van de commissie De huidige commissie bestaat uit deskundige leden (inclusief de voorzitter) en burgerleden. De deskundige leden, inclusief de voorzitter van de commissie worden in overleg met het college van B&W, voorgedragen door Mooi Noord-Holland. Mooi Noord-Holland selecteert de leden op grond van professionele deskundigheid en op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie, de leden voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de adviezen. De burgerleden worden in de bestaande situatie voorgedragen door de cultuurhistorische verenigingen. Deze commissieleden zijn inwoners van de gemeente en actief in één van de maatschappelijke (belangen) organisaties die zich richten op cultuurhistorie en de omgevingskwaliteit binnen de gemeente Edam-Volendam. 12
Implementatie Omgevingswet Zij beschikken over een zekere mate van deskundigheid en kennis met betrekking tot de (bouw)historie van een specifiek gebied binnen de gemeente en zijn dan ook verantwoordelijk voor de inbreng van kennis over de lokale omstandigheden. Burgerleden vormen de schakel tussen de gevoelens en opvattingen die leven bij de bevolking en de overige leden van de commissie. Het burgerlid is echter niet namens een belangenorganisatie lid van de commissie maar wordt op persoonlijke titel benoemd. Het benoemen van burgerleden heeft ook weer onze voorkeur. De gemeenteraad heeft de zorg voor de samenstelling van de commissie, zodanig dat onafhankelijke en deskundige adviezen tot stand komen. De (lastige) vraag kan worden gesteld of burgerleden, die namens de cultuurhistorische (belangen) verenigingen voor benoeming zijn voorgedragen, in de praktijk ook onafhankelijk kunnen functioneren. Om de scheidslijn tussen participatie en onafhankelijke kwaliteitsadvisering helder te houden en vragen of discussies over het al dan niet altijd neutraal en onafhankelijk adviseren van burgerleden te voorkomen, is het advies dat nieuw te benoemen burgerleden niet (meer) worden voorgedragen door de cultuurhistorische verenigingen, maar op voordracht van het College van B&W worden benoemd door de gemeenteraad.
Daartegenover staat dat benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaalde groepering of het bekleden van een bepaalde maatschappelijke functie. De keuze om ook in de nieuwe situatie burgerleden toe te voegen aan de commissie en ze daarmee ook te betrekken in het maken/meedenken en uitvoeren van gemeentelijk beleid, sluit aan bij de vernieuwende manier van werken.
4.2.3 Benoeming en overgangsbepaling. Benoemingstermijn verandert. De wettelijke (her)benoemingstermijn van drie jaar (Woningwet artikel 12b lid 4) vervalt bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet. Onder de nieuwe wet stelt de gemeenteraad de benoemingstermijn vast (Artikel 17.7 tweede lid). Voorstel is om een benoemingstermijn van vier jaar en een eenmalige herbenoemingstermijn van ten hoogste vier jaar in de verordening op te nemen. Dit omdat in de cyclus van een alternerende wijze van benoeming een termijn van vier jaar beter werkt. Bestaande benoemde commissieleden De overgangsbepaling in de nieuwe verordening regelt dat de bestaande leden van de Welstand -en Monumentencommissie Edam-Volendam zonder aparte benoemingsbesluiten overgaan naar de gemeentelijke adviescommissie. De leden vertegenwoordigen in gezamenlijkheid alle vereiste diciplines en deskundigheid op het gebied van monumentenzorg. Benoemen overdragen aan college van burgemeester en wethouders De gemeenteraad kan op grond van de Gemeentewet (delegatie) en de Algemene wet bestuursrecht (mandatering) uit praktische overwegingen besluiten om het benoemen en ontslaan van leden van de gemeentelijke adviescommissie aan het college van burgemeester en wethouders over te laten.
13
Implementatie Omgevingswet Dit is mogelijk door de bevoegdheid te delegeren op grond van artikel 156, eerste lid van de Gemeentewet. Delegatie van de bevoegdheid heeft als nadeel dat de gemeenteraad de bevoegdheid zelf niet meer kan uitoefenen. Zowel de bevoegdheid als de verantwoordelijkheid wordt bij delegatie overgedragen. In plaats van de mogelijkheid tot delegatie op grond van de gemeentewet geeft artikel 10:3 van de Awb nog de algemene mogelijkheid tot mandaat van bepaalde bevoegdheden. Op grond van deze bepaling zou de gemeenteraad de mogelijkheid tot het benoemen of ontslaan van de leden van de gemeentelijke adviescommissie ook kunnen mandateren aan het college van burgemeester en wethouders. De raad kan het mandaat ook ieder moment weer intrekken. Een algemeen mandaat wordt schriftelijk verleend. De gemeentraad kan daarbij besluiten om aan het college een bepaald profiel of criteria mee te geven voor de te benoemen leden. In de nieuwe vast te stellen verordening blijft de bevoegdheid met betrekking tot benoemen en ontslag, zoals in de bestaande situatie, bij de gemeenteraad. De gemeentraad wordt in het raadsvoorstel gewezen op de mogelijkheden tot delegatie of mandatering van deze bevoegdheid.
4.3 Mooi Noord-Holland, adviseurs omgevingskwaliteit. Met betrekking tot de advisering door de commissie kan de gemeente overwegen om de samenwerking met Mooi Noord-Holland, adviseurs omgevingskwaliteit te continueren. Vanwege de jarenlange positieve ervaring met betrekking tot de advisering en de regionale betrokkenheid en inzet, is het advies om de samenwerking met Mooi Noord-Holland te continueren.
Mooi Noord-Holland organiseert en faciliteert voor 37 Noord-Hollandse gemeenten (zie figuur) adviescommissies voor welstand, welstand en monumenten of ruimtelijke kwaliteit. Dit zijn commissies voor welstandsadvies waarin bouwaanvragen worden beoordeeld ten aanzien van de visuele beleving van het bouwwerk en de omgeving. In onze gemeente is het monumentenadvies geïntegreerd. Mooi Noord-Holland biedt betrokkenheid, professionaliteit en onafhankelijkheid. De organisatie werkt vanuit een multidisciplinair netwerk van geregistreerde ontwerpers als architecten, bouwhistorici, stedenbouwers, landschapsarchitecten en restauratiearchitecten.
Omdat de gemeente vaak ook als belanghebbend wordt gezien, is een onafhankelijk en deskundig kwaliteitsadvies in veel gevallen gewenst. Deskundigheid en onafhankelijkheid kunnen een rol spelen bij het creëren van draagvlak en in procedures van bezwaar en beroep.
14
Implementatie Omgevingswet Alternatieven Het is mogelijk om de adviestaken niet in één commissie onder te brengen maar in meerdere commissies of bij externe adviesorganen, waarbij de wettelijke verplichte adviescommissie alleen de monumententaak uitvoert. Ook is het mogelijk om de inzet en advisering door de commissie te beperken tot de laatste fase van het proces, namelijk de beoordeling van vergunningaanvragen. Het is aan te raden om deze alternatieven opnieuw te onderzoeken wanneer het omgevingsplan (gedeeltelijk) gereed is en duidelijk in beeld is hoe de nieuwe werkwijze eruit komt te zien en waar de behoefte ligt.
5 Overige aspecten 5.1
Financiële aspecten
In de huidige situatie wordt er voor de diensten van Mooi Noord-Holland betaald. De tarieven zijn in 2022 ten opzichte van 2021 niet gewijzigd. Voor de advisering door de commissie wordt in de begroting jaarlijks een bedrag geraamd. Mocht er voor Mooi Noord-Holland worden gekozen dan wordt er zorggedragen voor de verdere betaling van de vergoeding aan alle commissieleden. Het overzetten van het bestaande adviesstelsel naar het regime onder de nieuwe wet levert dan geen toename op van de lasten voor de burger en de gemeente. En heeft het instellen van deze commissie voor nu geen financiële gevolgen. Wanneer de kwaliteitsadvisering door deze of een andere commissie in de toekomst breder wordt ingezet dan nu in de verordening is voorzien worden kunnen over de tarieven nieuwe afspraken worden gemaakt.
Inkoop Onderstaand een uiteenzetting met betrekking tot het quasi inbesteden van de taken van Mooi Noord-Holland welke ons voorziet van advies met betrekking tot de wettelijke taken inzake omgevingswet waarvan stedenbouwkundige issues een groot deel uitmaken. Vanwege het wettelijk kader, de specialistische insteek en de geconcentreerde kennis, worden deze taken binnen de afzonderlijke provincies uitgevoerd door onafhankelijke adviescommissies. Mooi Noord-Holland voorziet 35 van de 43 gemeenten in Noord Holland van advies, omdat er op dit moment geen organisaties zijn die op een vergelijkbare manier deze adviesdiensten leveren. De Stichting werkt hoofdzakelijk voor de gedecentraliseerde overheid en niet voor de markt. Er zijn geen gemeenten die een meerderheidsparticipatie bezit in het kapitaal van de Stichting. Het bestuur van de Stichting beheert het volledige kapitaal van de Stichting, waardoor wordt voldaan aan het criterium met betrekking tot het kapitaal. Door de meerderheid van het bestuur te betrekken uit de deelnemende gemeenten is er sprake van toezicht omdat de deelnemende gemeenten effectief het volledige kapitaal in handen hebben van de Stichting aan welke de opdracht wordt gegund.
15
Implementatie Omgevingswet Hierdoor wordt voldaan aan het toezichtcriterium aangezien de gemeente toezicht uitoefent op de Stichting waaraan zij de diensten opdraagt, alsof het een eigen dienst is. De Stichting MOOI Noord-Holland is een stichting zonder winstoogmerk. De generieke adviestarieven worden jaarlijks door het bestuur in augustus vastgesteld en voor 1 september van enig jaar aan de deelnemende gemeenten gecommuniceerd. De tarieven worden in het algemeen bepaald als een percentage van de leges zoals de gemeente die berekent in verband met de vergunning. Voor het overige worden vaste uurtarieven gehanteerd. Een en ander is afgestemd met de accountant en accoord bevonden.
5.2
Personele aspecten
Het voorstel tot het vaststellen van de verordening heeft geen gevolgen op het gebied van personeel en organisatie.
5.3
Risico’s
Het voorstel is in overeenstemming met de wet -en regelgeving en kent als zodanig geen risico’s. Wettelijke grondslag: Artikel 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet.
5.4
Gevolgde procedure
Het voorstel is gepresenteerd in het kernteam+, besproken met de betrokken portefeuillehouders en de stuurgroep implementatie Omgevingswet.
5.5
Burgerparticipatie, inspraak, zienswijzen en communicatie
Er is geen bijzondere communicatie nodig omdat de werkwijze niet direct zal veranderen. In de verordening zal worden opgenomen dat het door de commissie op te stellen Reglement van Orde zal worden gepubliceerd op de website van de gemeente. De cultuurhistorische verenigingen worden schriftelijk geïnformeerd.
5.6
Rapportage, verantwoording en evaluatie
In de verordening wordt opgenomen dat de commissie jaarlijks een verslag uitbrengt van haar werkzaamheden in het vorige kalenderjaar.
5.7
Aanvullende toelichting op vraagstelling, context en maatschappelijke meerwaarde
De verordening draagt bij aan de zorgplicht van de gemeente voor een gezonde, veilige leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap.
16
Implementatie Omgevingswet
17