CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Financieringsstatuut Edam-Volendam 2023.docx

Commissie Planning & Control 9 mei 2023, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel inzake vernieuwde financieringsstatuut 2023.6.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Financieringsstatuut 2023 Edam-Volendam Dossiernr. : Z23120051

Datum Status Versie

1 juni 2023

Financieringsstatuut 2023 Inhoud 1

Inleiding

2

2

Financieringsstatuut

3

2.1 2.2

3

Begrippenkader Doelstellingen treasuryfunctie

3 5

Artikelsgewijze toelichting

13

1

Financieringsstatuut 2023 1 Inleiding In de Wet Financiering decentrale overheden (Wet fido) worden regels gesteld hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal beheren en zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Op de Wet fido is verdere regelgeving gebaseerd die van invloed is op het financieringsbeleid van decentrale overheden: • Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Hierbij gaat het om regelgeving met betrekking tot het uitzetten van middelen door decentrale overheden. Deze mogen alleen geld parkeren bij een instelling die ten minste beschikt over een AA-rating. In de Ruddo is het prudent gebruik van derivaten nader geregeld. Derivaten mogen uitsluitend worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s (er mag niet mee worden gespeculeerd); • Wet houdbare overheidsfinanciën. Hierin staan wettelijke instrumentarium voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. • Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Bldo). Hierin staan voorwaarden voor gemeenten en provincies die geld willen lenen; • Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo). In deze regeling staan de rentepercentages voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Deze percentages geven aan hoeveel een gemeente of provincie mag lenen; • Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb). Deze regelgeving verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de Wet fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. • Financiële verordening in de Gemeentewet (art. 212). Deze bevat bijvoorbeeld eigen regels voor het uitzetten van geld. Sommige gemeenten, zoals ook de Gemeente Edam-Volendam, hanteren striktere regels dan de Ruddo. Het huidige financieringsstatuut, vastgesteld in 2016, dient nu te worden geactualiseerd op basis van doorgevoerde wijzigingen sinds 2016 in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden, de Ruddo, de Financiële verordening van de gemeente (art. 212). Het financieringsstatuut begint met het formuleren van het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie voor de gemeente. Deze doelstellingen worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van financiering: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer.

Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Het accent ligt daarbij op de eenduidigheid over de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

2

Financieringsstatuut 2023 2 Financieringsstatuut 2.1 Begrippenkader Artikel 1 In dit statuut wordt verstaan onder: - Begrotingstotaal

De totale lasten op de begroting

- Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten kunnen onder andere gebruikt worden om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

- Financiering

Het aantrekken van financiële middelen voor een periode van één jaar of langer.;

- Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten over te maken zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

- Intern liquiditeitenrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

- Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar;

- Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

- Koersrisicobeheer

Het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële vaste activa (aandelen, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) van de organisatie in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen;

- Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;

- Liquiditeitenbeheer

De wijze waarop middelen worden aangetrokken en uitgezet voor een periode tot één jaar;

- Liquiditeitenplanning

Een overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven;

- Liquiditeitsrisico

Het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjarige investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

3

Financieringsstatuut 2023 - Netting-overeenkomst

Een overeenkomst op grond waarvan de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend kunnen worden waardoor wordt bepaald wat de ene partij per saldo aan de andere partij verschuldigd is;

- Rating

De taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau;

- Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;

- Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal dat aangeeft hoeveel de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen maximaal bedragen;

- Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

- Rentevisie

Toekomstverwachting van de renteontwikkeling;

- Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

- Schatkistbankieren

Het verplicht aanhouden van overtollige financiële middelen in de schatkist van het Ministerie van Financiën;

- Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;

- Uitzettingen

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

- Vastrentende waarden

Verzamelnaam voor beleggingen met meestal een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd. Voorbeelden zijn obligaties, onderhandse leningen en hypotheken.

4

Financieringsstatuut 2023 2.2 Doelstellingen treasuryfunctie Artikel 2 De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitenrisico’s; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit financieringsstatuut; 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het financieringsbeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. III

Uitgangspunten Risicobeheer

Artikel 3 Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente is, uit hoofde van de financiering functie, verplicht overtollige middelen (boven het drempelbedrag en boven wettelijke uitzonderingen), aan te houden bij het Rijk of via een lening te verstrekken aan een ander openbaar lichaam. 2. De gemeente mag leningen, waarborgen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan derde partijen nadat vooraf informatie is ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij; 3. Indien gewenst kan de gemeente bewijsstukken respectievelijk aanvullende informatie vragen waar alle partijen aan mee moeten werken; 4. De gemeente mag leningen, waarborgen of garanties uit hoofde van de publieke taak, groter dan het bedrag dat in de jaarlijks vast te stellen uitgangspunten begroting hiervoor wordt vermeld, uitsluitend verstrekken nadat de Gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen; 5. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit financieringsstatuut; 6.

Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden; 7. Het gebruik van derivaten is op grond van artikel 15 van de Financiële verordening EdamVolendam niet toegestaan;

5

Financieringsstatuut 2023 IV

Renterisicobeheer

Artikel 4 1. De gemiddelde netto vlottende schuld mag de kasgeldlimiet niet overschrijden conform de Wet fido; 2. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden conform de Wet fido; 3. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel als mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. V

Koersrisicobeheer

Artikel 5 1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van financiering, door een hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en/of in vastrentende waarden; 2. Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning. VI

Kredietrisicobeheer

Artikel 6 Uitzettingen uit hoofde van financiering vinden uitsluitend plaats bij: a. Het Rijk (schatkistbankieren); b. Andere overheden op grond van artikel 2 van de Wet fido; c. Financiële instellingen die statutair gelieerd zijn aan de Nederlandse overheid en die tevens onder toezicht staan van de Nederlandse Bank, zoals de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank. VII

Intern liquiditeitsrisicobeheer

Artikel 7 De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar financieringsactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar. VIII

Valutarisicobeheer

Artikel 8 Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. 6

Financieringsstatuut 2023 IX

Financiering

Artikel 9 Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel als mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken ten einde de renterisico’s te beheersen en het renteresultaat te optimaliseren; 3. Het aantrekken van financieringen is alleen toegestaan met onderhandse leningen; 4. Alvorens langlopende geldleningen worden aangetrokken, worden minimaal drie offertes aangevraagd. De in de regel telefonisch ontvangen opgaven dienen intern schriftelijk te worden vastgelegd; 5. Het is verboden om gelden te lenen met het enkele doel de middelen tegen een hoger rendement uit te zetten; 6. Financieringen worden uitsluitend aangetrokken bij financiële instellingen die gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. Bovendien dient de geldgever (en eventueel geldmakelaar) ingeschreven te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland. X

Uitzettingen

Artikel 10 Voor het uitzetten van financiële middelen gelden de volgende richtlijnen: 1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5, 6 en 13 genoemde voorwaarden; 2. Uitgezonderd van de verplichting om overtollige middelen in ’s Rijks schatkist aan te houden zijn de middelen tot het drempelbedrag conform de Wet fido; XI

Relatiebeheer

Artikel 11 De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Wet fido; 2. Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer; 3. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland. Een geldmakelaar dient van de AFM een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

7

Financieringsstatuut 2023

XII

Geldstromenbeheer

Artikel 12 Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. XIII

Saldo- en liquiditeitenbeheer (korter dan 1 jaar)

Artikel 13 Met betrekking tot het saldo- en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. De gemeente streeft naar concentratie van geldstromen binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 – de kasgeldlimiet niet overschreden; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant; 4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, kasgeldleningen en Schatkist Rijk; 5. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts financiële instellingen toegestaan die voldoen aan de voorwaarden van artikel 6; 6. Het aantrekken van gelden korter dan één jaar vindt slechts plaats bij financiële instellingen die gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. Bovendien dient de geldgever (en eventueel geldmakelaar) ingeschreven te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland. De geldmakelaar dient van de AFM een vergunning als makelaar te hebben ontvangen. XIV

Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Artikel 14 In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van financieringsactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; 3. Bij de uit te voeren financieringsactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: • iedere transactie wordt vooraf door minimaal twee functionarissen schriftelijke geautoriseerd (het vier-ogen-principe); • de uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke functionarissen; • de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 8

Financieringsstatuut 2023 4. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie, zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 5. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten; 6. Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle. XV

Verantwoordelijkheden

Artikel 15 Functie De gemeenteraad

Het college van B&W

De portefeuillehouder Financiën Externe accountant

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering

Verantwoordelijkheden • Het vaststellen van financieringsdoelstellingen, het financieringsbeleid, beleidskaders en limieten; • Het vaststellen van de paragraaf Financiering als onderdeel van de begroting en jaarrekening; • Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het financieringsbeleid; • Het uitvoeren van de niet aan het college overgedragen financieringsactiviteiten. • Het uitvoeren van het financieringsbeleid (formele verantwoordelijkheid); • Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties (voor zover de gemeenteraad dit niet aan zich zelf heeft voorbehouden); • Het informeren van de gemeenteraad over de uitvoering van het financieringsbeleid via de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening. • Het uitvoeren van het financieringsbeleid (politieke verantwoordelijkheid). • Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het financieringsstatuut.

• Het uitvoeren van de aan hem gemandateerde financieringsactiviteiten conform het financieringsstatuut en de paragraaf Financiering; • Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde financieringsactiviteiten; • Het rapporteren aan B&W over de uitvoering van het financieringsbeheer; • Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W; • Het opzetten van de administratieve organisatie en interne beheersing op het gebied van financiering (in samenwerking met de Concerncontroller); • Het bewaken van de kwaliteit van de financieringsprocessen; • Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van B&W. 9

Financieringsstatuut 2023 Het Managementteam (budgethouders)

•

• • De afdelingshoofden (budgethouders)

• •

Treasurer (Financieel adviseur Sectie Beleid en Belastingen Afdeling Bedrijfsvoering)

•

• • • • • • • • • • •

De Kassier (Teamleider sectie Beheer van de afd. Bedrijfsvoering)

• • • •

Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdelingen/sectoren aanleveren aan de Treasurer van afdeling Bedrijfsvoering met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten; Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de Treasurer van de afdeling Bedrijfsvoering; Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten. Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling Bedrijfsvoering; Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van de budgetten waarvan zij als budgethouders zijn aangewezen. Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer.

Deze activiteiten dienen conform het vastgestelde financieringsstatuut en de paragraaf Financering te worden uitgevoerd en de transacties dienen geautoriseerd te zijn door het Afdelingshoofd Bedrijfsvoering; Aantrekken en uitzetten van gelden in kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer; Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op het gebied van financiering; Het vervaardigen van de planning voor en het bewaken van de liquiditeitspositie op korte en lange termijn; Het beheren van de geldstromen; Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen; Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties; Het schriftelijk vastleggen van de financieringsactiviteiten en het doorgeven hiervan aan de kassier; Het adviseren van de afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten; Het desgevraagd bij de begroting formuleren van een rentevisie met betrekking tot de verwachte ontwikkeling van de rente; Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie; Het afleggen van verantwoording aan het hoofd afdeling Bedrijfsvoering over de uitvoering van de aan hem gemandateerde activiteiten.

Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer; Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste gegevens aan de gemeentelijke administratie; Het administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de gemeentelijke administratie; 10

Financieringsstatuut 2023 •

XVI

Het rapporteren aan het Afdelingshoofd Bedrijfsvoering belast met controle over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.

Bevoegdheden

Artikel 16

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer 1. Het uitzetten van middelen via de Schatkist, deposito en spaarrekening met een maximale looptijd van 1 jaar 2. Het aantrekken van middelen via de Schatkist of kasgeld met een maximale looptijd van 1 jaar 3. Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen Bankrelatiebeheer 4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen 5. Bankcondities en tarieven afspreken 6. Aangaan incassocontracten

Financiering en uitzettingen 7. Het afsluiten van kredietfaciliteiten 8. Het aantrekken van langlopende middelen. 9. Het uitzetten van langlopende middelen 10. Het beleggen van middelen in garantieproducten 11. Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak, groter dan het bedrag dat in de jaarlijks vast te stellen uitgangspunten bij de programmabegroting wordt vermeld. Conform artikel 7 Financiële verordening.

Uitvoering (eerste handtekening)

Autorisatie (tweede handtekening)

Treasurer

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering

Treasurer

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering¹

Conform regeling met huisbankier

Conform regeling met huisbankier

Treasurer

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering Burgemeester (namens het college van B&W) Afdelingshoofd Bedrijfsvoering

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering Treasurer

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering Afdelingshoofd Bedrijfsvoering¹

College van B&W

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering Afdelingshoofd Bedrijfsvoering College van B&W

College van B&W

11

College van B&W²

College van B&W Gemeenteraad

Financieringsstatuut 2023 12. Het garanderen van middelen uit hoofd van de publieke taak, groter dan het bedrag dat in de jaarlijks vast te stellen uitgangspunten bij de programmabegroting wordt vermeld. Conform artikel 7 Financiële verordening.

College van B&W

Gemeenteraad

1) De Treasurer vraagt vooraf schriftelijk toestemming voor het aantrekken van financieringen.

Hij legt hierbij de hoogte van het leningsbedrag en de looptijd vast. Na schriftelijke akkoordverklaring door Afdelingshoofd Bedrijfsvoering gaat de Treasurer de markt op. Omdat financiële instellingen in verband met schommelende rentetarieven op zeer korte termijn een bevestiging verwachten kiest de Treasurer de gunstigste voorwaarden voor de gemeente waarna Afdelingshoofd Bedrijfsvoering deze keuze achteraf schriftelijk bevestigd. 2) Het College van B&W autoriseert achteraf middels een collegebesluit. XVII

Informatievoorziening

Artikel 17 Met betrekking tot de financieringsactiviteiten moeten de desbetreffende functionarissen tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie verstrekken: Informatie

Frequentie

1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor liquiditeitenplanning

Kwartaal/ Incidenteel

InformatieInformatieverstrekker ontvanger Managementteam Treasurer (budgethouders)

2. Liquiditeitenplanning

Kwartaal

Treasurer

3. Financieringsbeleid in paragraaf Financiering van de programmabegroting 4. Verantwoording in paragraaf Financiering van de jaarstukken 5. Voortgang onderdelen paragraaf Financiering via de P&C-cyclus 6. Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido 7. EMU-saldo informatie (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido

Jaarlijks

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering

Jaarlijks

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering Afdelingshoofd Bedrijfsvoering Treasurer en/of kassier

Gemeenteraad

Treasurer en/of kassier

GS en CBS

Halfjaarlijks Kwartaal

Kwartaal

12

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering Gemeenteraad

Gemeenteraad GS en CBS

Financieringsstatuut 2023

3 Artikelsgewijze toelichting Artikel 2

In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente weergegeven, hieronder worden deze afzonderlijk toegelicht.

Artikel 2 lid 1

In de eerste plaats dient de financiering ervoor te zorgen dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities”. De financiering dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (ten minste marktconform) te zijn.

Artikel 2 lid 2

De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en interne liquiditeitsrisico’s. Het is de taak van de financiering dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.

Artikel 2 lid 3

De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de financiering het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

Artikel 2 lid 4

De gemeente streeft er naar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten), zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling. Binnen het acceptabele risicoprofiel, zoals vastgesteld in de Wet fido en dit financieringsstatuut, dient desondanks te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.

Artikel 2 lid 5

Om zo goed mogelijk invulling te kunnen geven aan de treasuryfunctie is de Treasurer afhankelijk van informatie van anderen binnen de organisatie en derden. De Treasurer neemt het initiatief om informatie te verzamelen op basis waarvan een degelijke meerjarige liquiditeitenplanning kan worden opgezet. Verder dient de Treasurer er zorg voor te dragen dat hij zich genoeg informatie verschaft om degelijke financiële informatie door te kunnen geven mbt. bijv. de paragraaf Financiering en de informatie voor derden (Iv3).

Artikel 3 lid 1

Op grond van artikel 2 lid 1 Wet fido is de gemeente verplicht overtollige middelen (boven het drempelbedrag en boven wettelijke uitzonderingen), aan te houden bij het Rijk of via een lening te verstrekken aan een ander openbaar lichaam, met inachtneming van het gestelde in artikel 2 lid 3 van de Wet fido. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting; maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Over de uitstaande middelen die bij de schatkist worden aangehouden vergoedt de schatkist rente. De hoogte van de 13

Financieringsstatuut 2023 te vergoede rente is afhankelijk van de rente op de kapitaalmarkt maar deze kan niet negatief zijn. Het is verboden om een negatief saldo te hebben bij de schatkist. Artikel 3 lid 2

De Wet fido geeft aan dat openbare lichamen uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. Geadviseerd wordt dat het gemeentebestuur advies van de afdeling Bedrijfsvoering inwint voordat zij een beslissing neemt t.a.v. het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak. Deze afdeling adviseert over bijv. financieringsvoorwaarden en de implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie van de gemeente. Daarnaast is het van belang dat de afdeling Bedrijfsvoering de betreffende aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning.

Artikel 3 lid 3

Sinds de invoering van de Wet dualisering in 2002 zijn de rollen, taken en posities van de raad en van het college gescheiden. Artikel 160, lid 1, letter e, Gemeentewet kent het college de bevoegdheid toe om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook de verstrekking van leningen, waarborgen en garanties. In lid 2 van hetzelfde artikel is opgenomen dat het college bij het aangaan van dergelijke verplichtingen, boven het normbedrag dat in de jaarlijks vast te stellen uitgangspunten voor de begroting hiervoor wordt vermeld, een actieve informatieplicht heeft aan de raad. Het college moet vooraf inlichtingen geven aan de raad over de uitoefening van de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente.

Artikel 3 lid 4

De raad stelt jaarlijks, voorafgaand aan het opstellen van de begroting, de uitgangspunten vast. Bij het opstellen van de begroting wordt er rekening gehouden met deze uitgangspunten. In deze uitgangspunten wordt opgenomen dat het college niet mag besluiten over het verstrekken van leningen, waarborgen of garanties groter dan de bedragen die in deze uitgangspunten zijn opgenomen.

Artikel 3 lid 5

Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van financiering” een prudent karakter te hebben. In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2a lid 2 Wet fido en de memorie van toelichting op de Wet fido). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit financieringsstatuut vallen binnen de kaders van de Wet fido. De limieten en richtlijnen van dit financieringsstatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van financiering te garanderen en hebben daarom géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente.

Artikel 3 lid 6

De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke taak. Teneinde de kredietrisico’s te beheersen kunnen zekerheden of garanties worden verlangd van de debiteuren. 14

Financieringsstatuut 2023 Artikel 3 lid 7

Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. De Wet fido stelt dat openbare lichamen derivaten kunnen hanteren indien deze een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatige risico’s.

Artikel 4 lid 1

Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (momenteel 8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).

Artikel 4 lid 2

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (momenteel 20%) te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting per 1 januari van enig jaar (zie artikel 6 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden.

Artikel 4 lid 3

Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen slechts te lenen c.q. uit te zetten, gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn.

Artikel 4 lid 4

Afstemming van het beleid op de actuele rentestand betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd indien men een rentestijging verwacht. Dit rentebeleid kan gebaseerd worden op de actuele rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de huisbankier.

Artikel 5 lid 1

Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd voor uitzettingen in het kader van financiering, geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de desbetreffende uitzetting intact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten bedingt een uitkering aan het einde van de looptijd van ten minste de hoofdsom (bij vastrentende waarden de “nominale waarde”). Bij het uitzetten van gelden op rekening courant, spaarrekening, daggeld of deposito’s loopt de gemeente géén koersrisico’s. Het kan bij dergelijke producten echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in het bijzonder bij deposito’s en soms bij een spaarrekening). Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente zijn in dit statuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat het gemeentebestuur bepaalt dat de desbetreffende uitzetting tot de “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen tot de publieke taak behoren. 15

Financieringsstatuut 2023 Artikel 5 lid 2

Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als de organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar – wegens wijziging in de liquiditeitenplanning - voor de afloopdatum deze uitzetting moet verkopen, dan wordt niet 100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de actuele waarde van de uitzetting afhankelijk van de rente en resterende looptijd. Om deze koersrisico’s zoveel mogelijk te beperken, stemt de gemeente de looptijd van de uitzetting af op de liquiditeitenplanning.

Artikel 6

Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid van de financiële instelling zelf. De gemeenteraad van Edam-Volendam heeft in de Financiële verordening laten opnemen dat risico’s met betrekking tot het uitzetten van middelen in zijn geheel vermeden moeten worden. De gemeente is daarom alleen bevoegd overtollige middelen uit te zetten bij het Rijk (Schatkistbankieren) en financiële instellingen die statutair gelieerd zijn aan de Nederlandse overheid en die tevens onder toezicht staan van de Nederlandse Bank. Op basis van de Wet fido, artikel 2, lid 3, is het de Gemeente Edam-Volendam ook toegestaan om geld uit te lenen aan andere openbare lichamen zoals bijvoorbeeld andere gemeenten, provincies (behalve de provincie Noord-Holland waarmee een verticale toezichtrelatie bestaat) en waterschappen. Het financiële risico is in deze gevallen nihil.

Artikel 7

Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente middelen voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de financiële resultaten. Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken bij onder andere de meerjarige investeringsplanning van de gemeente is gekozen een liquiditeitenplanning met een periode van 4 jaar op te stellen. In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat de afdeling Bedrijfsvoering juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten.

Artikel 8

Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid binnen de gemeente

Artikel 9 lid 1

Het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is nadrukkelijk niet toegestaan volgens de Wet fido (zie ook toelichting op artikel 3, lid 2).

Artikel 9 lid 2

Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern gefinancierd.

Artikel 9 lid 3

Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. 16

Financieringsstatuut 2023 Artikel 9 lid 4

Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij vervroegde aflossing etc. Door middel van het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt.

Artikel 9 lid 6

Financieringen worden slechts aangetrokken bij financiële instellingen gevestigd in een lidstaat met een AA-rating. De geldgever (en eventueel geldmakelaar) moet bovendien ingeschreven staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland.

Artikel 10

Op grond van artikel 2 lid 1 Wet fido is de gemeente verplicht overtollige middelen (boven het drempelbedrag en boven wettelijke uitzonderingen), aan te houden bij het Rijk of via een lening te verstrekken aan een ander openbaar lichaam, met inachtneming van het gestelde in artikel 2 lid 3 van de Wet fido. Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde van financiering) voor een periode langer dan één jaar. In de onderdelen Risicobeheer (artikel 3 tot en met 8) is gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente karakter van haar uitzettingen waarborgt. In dit artikel worden aanvullende richtlijnen met betrekking tot uitzettingen geformuleerd.

Artikel 11 lid 3 Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen geregistreerd staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland. Artikel 12 lid 1 Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (cq. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken), teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren. Artikel 12 lid 2 Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van middelen tussen verschillende banken worden vermeden. Artikel 13 lid 1 Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente . Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een rentecompensatiecircuit.

Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. Artikel 13 lid 3 In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor opgenomen of uitgezette middelen die dagelijks gewijzigd kan worden. Kasgeldleningenzijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal 1 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening 17

Financieringsstatuut 2023 courant betreft de mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen condities. Artikel 14

Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. Het financieringsstatuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico's, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties.

Artikel 15 en Artikel 16

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de financieringsactiviteiten zijn in artikel 15 respectievelijk artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen.

Artikel 17

De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1 en 2), beleidsmatige informatie (punt 3) en verantwoordingsinformatie (punt 4, 5, 6 en 7). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste succesfactoren voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico's van de gemeente

18

Financieringsstatuut 2023

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=0f74a179-6878-4a6e-8a39-6f0c6f94a467