CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

De Oude Seinpaal_Bijlagen toelichting_Bijlage 7 Ecologisch werkprotocol.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ib 24 juni 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Seinpaal.16.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Activiteitenplan Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam Toelichting aanvraag ontheffing ingevolge de Wet natuurbescherming

2019

Opdrachtgever Stichting Woningbeheer ‘De Vooruitgang’

G&G-advies 2019

Versie Versie

Datum 19 december 2019

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

3

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

Inleiding

5

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

1.2

Het plangebied......................................................................................................... 5

1.3

Werkzaamheden...................................................................................................... 6

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Doel en belang van het project

8

2.1

Belang ...................................................................................................................... 8

2.2

Alternatieven ........................................................................................................... 9

Beschermde soorten

10

3.1

Vleermuizen ........................................................................................................... 10

3.2

Broedvogels ........................................................................................................... 10

Werkzaamheden, planning en effecten

11

4.1

Planning ................................................................................................................. 11

4.2

Mogelijke effecten ................................................................................................. 11

Compenserende en mitigerende maatregelen

12

5.1

Ecologische begeleiding......................................................................................... 12

5.2

Aanpassen werkperiodes, ongeschikt maken verblijf ........................................... 12

5.3

Plaatsen mitigatiekasten ....................................................................................... 13

5.4

Broedvogels ........................................................................................................... 15

5.5

Schade na te nemen maatregelen ......................................................................... 17

Aanvraag ontheffing 6.1

18

Alternatievenafweging .......................................................................................... 18

7

Literatuur

19

8

Bijlagen

20

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

4

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

1

5

Inleiding 1.1

Algemeen Er bestaan plannen een sporthal te slopen in Volendam, gemeente Edam-Volendam. Het terrein zal na de sloop worden ontwikkeld, er zullen ongeveer 50 appartementen t.b.v. sociale huur worden gebouwd. Uit onderzoek (DE BEER, 2018, zie Bijlage 2), is gebleken dat een verblijfplaats van een vleermuis in het plangebied aanwezig is. Er werd een baltsverblijfplaats gevonden van de Ruige dwergvleermuis. Het betreft een verblijf in een spouwmuur in een zuidelijk geëxponeerde lage spouwmuur. Omdat deze verblijfplaats kan worden verstoord bij uitvoering van de plannen, is het nodig ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming.

1.2

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied ligt in het noordelijk deel van Volendam en wordt geheel omgeven door nieuwbouw. Noordelijk van het te slopen gebouw liggen groenvoorzieningen en westelijk langs de Ruiterlaan

Ligging van het plangebied.

ligt een ander klein park en dichte stedelijke bebouwing.

±

© Beeldmateriaal.nl

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

6

1.3

Werkzaamheden De plannen bestaan uit slopen van bestaande bebouwing en nieuwbouw van woningen op het vrijgekomen terrein. Ecologisch gevoelige werkzaamheden betreffen de sloop van het gebouw het vergraven en opbrengen van gronden en het verwijderen van de (schaars aanwezige) lage kruidvegetatie ter plaatse. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.

Geplande nieuwbouw ter plaatse van de Seinpaal.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

1.4

7

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het doel en belang besproken van het project. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven hoe het woningencluster gebruikt wordt door beschermde soorten. In hoofdstuk 4 en 5 zal de planning, details over de uitvoer en de mogelijke schade van de geplande werkzaamheden op deze aanwezige soorten worden beschreven en wordt aangegeven hoe deze schade beperkt wordt of ongedaan wordt gemaakt. Aangegeven wordt of de gunstige staat van instandhouding door de ingrepen in gevaar komt. Hoofstuk 6 vat samen voor welke soort(en) een ontheffing dient te worden aangevraagd in het kader van de Wnb en geeft een samenvatting van belangen, alternatieven en verwachte effecten. Tot slot geeft hoofdstuk 7 een overzicht met aanbevolen en geraadpleegde literatuur. In de bijlagen zijn de quickscan en het inventarisatierapport bijgevoegd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

8

2

Doel en belang van het project Het doel van de ontwikkeling van het plan is het realiseren van ongeveer 50 appartementen op de locatie van de huidige bebouwing. De woningen zullen worden bestemd voor sociale huur door woningcorporatie De vooruitgang, de initiatiefnemer van het project.

2.1

→PRIMOS 2019, Prognose

van bevolking, huishoudens en woningbehoefte 20182050.

Belang Het woningtekort in Nederland en met name de Randstad en de daar omheen liggende gemeenten is afgelopen jaren een belangrijk maatschappelijk thema geworden. In een studie van Primos, 2019←,uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, wordt aangegeven dat de regio rond Amsterdam een ‘zeer gespannen’ woningmarkt kent, zie kaart onder. De tekorten bestaan in de particuliere sector maar inzake sociale verhuur is de woningnood nog nijpender. In Volendam zijn bij de Vooruitgang inmiddels meer dan 1000 woningzoekenden geregistreerd. Om de woningtekorten te verminderen is het niet wenselijk dieper in de groene ruimte te bouwen rond de steden en daarom zijn projecten als het voorliggende plan van groot belang, zij combineren het oplossen van acute woningvraag met efficiënt gebruik van reeds ontwikkelde grond.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

9

Het volkshuisvestingsbeleid van de gemeente Edam-Volendam staat verwoord in de Woonvisie Edam-Volendam 2017-2021, welke is vastgesteld op 13 april 2017. Als afgeleide daarvan zijn op 11 december 2017 prestatieafspraken ondertekend door een aantal woningcorporaties waaronder De Vooruitgang. Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan het invullen van dit prestatiecontract. De planlocatie aan de rand van bebouwd gebied kan vanwege de leegstand het doelwit worden van vandalisme en vanwege dit veiligheidsrisico verdient een snelle herontwikkeling de voorkeur.

2.2

Alternatieven De plannen zijn locatie gebonden en het enige alternatief zou zijn een aanpassing van de huidige bebouwing. De huidige bebouwing als sporthal heeft achterstallig onderhoud en is niet geschikt voor wonen. Het aanpassen van de huidige bebouwing zou een dusdanig ingrijpende verbouwing vragen dat de effecten voor het vleermuisverblijf dezelfde zouden zijn als bij volledige sloop en nieuwbouw: de vleermuis moet voor langere tijd alternatieve verblijfruimte opzoeken. Omdat het aantal woningen en het maatschappelijk belang daaromtrent in dit geval achterblijft en de vleermuis op vergelijkbare wijze wordt verstoord, is dit niet de meest bevredigende oplossing. Het belang van het project kan samenvattend worden geformuleerd als:

“Het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.”

Dit betreft een geldende belanggrond uit de Habitatrichtlijn voor het aanvragen van een ontheffing Wnb.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

10

3

Beschermde soorten 3.1

Vleermuizen In 2018 is een inventarisatie uitgevoerd naar beschermde vleermuizen (zie Bijlage 2). In het inventarisatierapport staat de gebruikte inventarisatiemethode omschreven en hoe gebruikt is gemaakt van landelijke protocollen, richtlijnen en standaarden. Uit het inventarisatierapport blijkt het voorkomen van de Ruige dwergvleermuis. Er werd een paarverblijf gevonden van de Ruige dwergvleermuis. Omdat de Seinpaal een groot gebouw is en de vleermuis in de spouw werd gevonden, is winterverblijf niet geheel uit te sluiten. In de eerdere (voorjaars-)rondes van het vleermuisonderzoek werd een zeer lage presentie van vleermuizen waargenomen en werden in het geheel geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen. De aangetroffen Ruige dwergvleermuis is opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn.

3.1.1

Belang van het gebied De te renoveren bebouwing is niet belangrijk voor Ruige dwergvleermuis, er is slechts één klein verblijf aanwezig dat tijdelijk wordt gebruikt. Het type benodigde verblijfsruimte voor een paarverblijf van een Ruige dwergvleermuis met weinig bijzonder microklimaat of bijzondere buffering is in de omgeving in ruime mate voorhanden. Er zijn (tijdelijke) uitwijkmogelijkheden voor de dieren in de dicht bebouwde omgeving van de Seinpaal en terugkeer in de nieuwbouw van de Ruige dwergvleermuis, na het werk, wordt waarschijnlijk geacht. Voor de beschermde Ruige dwergvleermuis zal in het volgende hoofdstukken aangegeven worden welke schade mogelijk zal ontstaan en hoe deze schade zoveel mogelijk beperkt zal worden.

3.2

Broedvogels In de bebouwing zou in schoorstenen of in gaten wellicht de Kauw tot broeden kunnen komen. Mogelijkerwijs kunnen ook andere broedvogels vestigen. Het voorkomen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten is uitgesloten. Geschikte bebouwing ontbreekt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

4

11

Werkzaamheden, planning en effecten De werkzaamheden aan het gebouw zullen bestaan uit de volledige sloop waarna nieuwbouw van de ongeveer 50 appartementen gerealiseerd zal worden.

4.1

Planning De werkzaamheden zullen aanvangen als de benodigde ontheffingen en vergunningen binnen zijn en procedures doorlopen zijn. Het slopen van het bestaande pand zal hooguit enkele weken in beslag nemen. Vanwege de aanwezige vleermuizen zullen werkperiodes aangepast worden aan hun vereisten. Gezien de gangbare doorlooptijden van te volgen procedures en ideale periode van sloop met betrekking tot het gebruik van de gebouwen door de Ruige dwergvleermuis, is de zomerperiode van 2020 een geschikte periode om de werkzaamheden uit te voeren (zie verder hoofdstuk 5).

4.2

Mogelijke effecten Bij een uitvoer van het werk worden door de sloop de verblijfplaatsen volledig vernield. Vleermuizen kunnen, indien nog aanwezig, verstoord worden. Het doden of verwonden van vleermuizen moet voorkomen worden met mitigerende maatregelen. Het verdwijnen van verblijfsmogelijkheden zal ook worden gemitigeerd en gecompenseerd. Het functionele leefgebied van Ruige dwergvleermuis (foerageergebied, vliegroutes) zal niet veranderen. In Tabel 1 staan de globale werkzaamheden en de mogelijke overtredingen die daarbij kunnen optreden. Om de effecten zoveel mogelijk te verminderen of teniet te doen, wordt in het volgende hoofdstuk beschreven welke maatregelen worden genomen.

Aard van de ecologisch gevoelige werkzaamheden in het plangebied en mogelijke overtredingen van de Wnb.

Activiteit

Mogelijke overtreding Het verstoren van eventueel aanwezige vleermuizen in de bebouwing

Sloopwerkzaamheden Het vernielen van rustplaatsen van in het wild levende dieren genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

12

5

Compenserende en mitigerende maatregelen Vanwege de mogelijke negatieve effecten van de werkzaamheden bij de sloop wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van de vleermuizen. Het ecologisch advies hieromtrent is leidend. De te treffen maatregelen betreffen zowel mitigerende maatregelen als mitigatie/compensatie van de verblijfsruimtes door middel van te plaatsen en geplaatste kasten. Bij de keuze voor mitigatie en compensatie zijn richtlijnen gevolgd uit het kennisdocument Ruige dwergvleermuis (BIJ12, 2017)1. De voorgestelde maatregelen van het werk in het kader van de ontwikkeling van de Oude Seinpaal bestaan uit de volgende onderdelen: ♣ Ecologische begeleiding ♣ Aanpassen werkperiodes ♣ Ongeschikt maken verblijfsruimte ♣ Plaatsen kasten

5.1

Ecologische begeleiding Er zal een ecologisch werkprotocol worden opgesteld met werkvoorschriften en bepalingen uit de ontheffing. Bij de start van het werk zal een door het bevoegd gezag als ‘deskundig’ erkende ecoloog aanwezig zijn en zal dit werkprotocol worden besproken en zullen afspraken worden gemaakt over de uitvoering. Gedurende het werkproces zal de begeleidend ecoloog betrokken zijn totdat ecologisch gevoelig werk niet meer wordt voorzien. De werkwijze, voorschriften en afspraken zullen door de ecoloog worden bijgehouden en schriftelijk beschikbaar worden gesteld. Werkzaamheden dienen conform het opgestelde werkprotocol en de gemaakte afspraken te worden uitgevoerd.

5.2

Aanpassen werkperiodes, ongeschikt maken verblijf In de uitgevoerde vleermuisonderzoek wordt aangegeven dat niet uit te sluiten is dat het gebouw gebruikt wordt als winterverblijfplaats.

BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, Versie 1.0, juli 2017. 1

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

13

Omdat geen risico moet worden genomen dat vleermuizen aanwezig zijn, is het late voorjaar en/of zomer, nog in de actieve vliegtijd van de vleermuizen, de meest geschikte periode om het gebouw geheel te slopen. In de uitgevoerde voorjaarsrondes werd een zeer lage activiteit van vleermuizen waargenomen en werd geen enkele aanwijzing verkregen dat verblijvende vleermuizen aanwezig waren. Deze periode wordt in het Kennisdocument Ruige dwergvleermuis ook als meest geschikt aangegeven. Kort voorafgaand aan de sloop zal het gebouw als voorzorg ongeschikt worden gemaakt. Er zullen grote gaten (ongeveer 30x40 cm) in de spouwmuren worden gehakt om een tochtstroom in de spouw te creëren om eventueel onvermoed aanwezige vleermuizen te verleiden het gebouw te verlaten of niet te koloniseren. Voorafgaand hieraan zal een (ochtend)ronde worden uitgevoerd om het precieze gebruik van het gebouw in beeld te krijgen en eventueel de plekken van de te hakken gaten nauwkeurig te bepalen of eventueel andere maatregelen te nemen (bijvoorbeeld ‘exclusion flaps’). Het gebruik van het gebouw door vleermuizen zal na het hakken van de gaten opnieuw worden gevolgd en op maat zullen eventueel aanvullende maatregelen worden geadviseerd. Als het gebouw niet (meer) gebruikt wordt, zal het geheel of delen ervan eventueel met gaas of schuimrubber worden dichtgezet of direct worden gesloopt.

Bij de totaalsloop zal, zeker bij aanvang, zorgvuldig worden gewerkt waarbij eerst gefaseerd dakdelen, dakranden en kozijnen en de overige, niet open gehakte spouwmuren worden gesloopt en vervolgens het gehele gebouw. Het ongeschikt maken van de bebouwing en de aanvang van de sloop zal gebeuren met ecologische begeleiding, zie §5.1).

5.3

Plaatsen mitigatiekasten Om de negatieve effecten te mitigeren zijn in november 2019 voorzieningen opgehangen die beschikbaar zijn tijdens de sloop- en bouwfase en er zijn permanente voorzieningen gepland in de nieuwe bebouwing die beschikbaar zullen zijn direct na de bouw. Er zijn 4 houten kasten van het type ‘Chambord’ aangebracht aan bomen in de nabijheid van het te slopen gebouw (<200 m). De posities van de geplande kasten tijdens de bouwfase staan in Figuur 2. De kasten zijn conform het Kennisdocument op verschillende exposities tussen zuidwest en zuidoost bevestigd, op minimaal 3 meter hoogte, buiten bereik van predatoren, met vrije aanvliegmogelijkheden en buiten direct kunstlicht.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

14

Zoals vermeld zijn in omliggende bebouwing op grote schaal alternatieve verblijfsruimtes aanwezig en wordt verwacht dat de vleermuizen gemakkelijk tijdelijk kunnen uitwijken. De Chambord-kasten zijn geschikt als mitigatie voor een paarverblijf. Ze zijn in overtal aangeboden om kans op vestiging te vergroten. De kasten kunnen als tijdelijke uitwijkmogelijkheid gebruikt worden door de aangetroffen vleermuizen tijdens de uitvoer van het werk. Omdat de Ruige dwergvleermuis zowel in boomholtes als in gebouwen verblijft, worden door de kasten in de bomen diens vestigingskeuzes vergroot. De kasten zijn in het gehele vliegseizoen 2020 beschikbaar. Hierdoor hebben de vleermuizen voldoende ‘gewenningstijd’ om de kasten te ontdekken en eventueel te gebruiken. Posities van vleermuiskasten aan de omringende bomen rond het te slopen gebouw.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

15

Na afloop van het werk zullen op de zuidelijke expositie van de nieuwbouw vier permanente vleermuisstenen van het type Schwegler 2FR, ANS6 of soortgelijks worden ingemetseld. Deze type stenen hebben in de Zaanstreek een bewezen functionaliteit en worden veel gebruikt door vleermuizen. Bij de plaatsing geldt opnieuw: op minimaal 3 meter hoogte, buiten bereik van predatoren, met vrije aanvliegmogelijkheden en buiten direct aanschijnend kunstlicht, conform hetgeen gesteld in het Kennisdocument. De globale positie van de kasten staat aangegeven in Figuur 3.

5.4

Broedvogels voorafgaand aan het broedseizoen, voor begin maart, dienen alle gaten en grote holtes, alsmede schoorstenen te worden afgesloten zodanig dat geen broedvogels op of zeer nabij het gebouw kunnen vestigen.

Globale positie van in te metselen vleermuistenen in de nieuwbouw. De rode pijlen geven de positie van de kasten, bij elke locatie wordt één inmetselkast geplaatst.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

16

Voorafgaand aan de sloop wordt gecontroleerd of onverhoopt broedvogels zijn gevestigd, is dit het geval dan worden werkzaamheden uitgesteld totdat het laatste jong van de aanwezige broedvogels zijn uitgevlogen. Het volledige overzicht van de werkzaamheden en de bijpassende ecologische begeleiding zie Tabel 2.

Volgorde en planning van de diverse ecologisch gevoelige ingrepen en ecologische begeleiding bij de sloop nieuwbouw.

Datum/periode

Actie

5 juli 2017 2017

Quickscan Flora en fauna (bijlage 1)

mei-sept 2018

Nader onderzoek vleermuizen (bijlage 2)

november 2019

Plaatsen 4 tijdelijke mitigatiekasten

februari 2020

Ongeschikt maken gebouwdelen voor nestelende vogels

begin juni 2020

Voorscan (ochtend) t.b.v. gebruik gebouw, broedvogels

juni 2020

Ongeschikt maken gebouwdelen (openhakken spouw) op basis van scan

juni 2020 na openhakken gaten

Voorscan (ochtend), onderzoek effectiviteit maatregelen, eventueel aanvullende maatregelen

juni 2020 na tweede scan

Sloop, in beginsel zorgvuldig handelen, strippen

Voorjaar 2021

Bouwrijp maken

Bouwperiode

juni 2021-juni 2022

september 2021

Inmetselen 4 vleermuisstenen

november 2019-april 2022

minimale periode dat tijdelijke mitigatiekasten functioneel aanwezig zijn

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

5.5

Schade na te nemen maatregelen

5.5.1

Effecten

17

Beperkt. De belangrijkste effecten worden verwacht in het voorjaar van 2020. Tijdens de sloopwerkzaamheden moet de vleermuizen uitwijken naar de kasten aan de bomen of naar bebouwing in de omgeving. De vleermuis heeft naar alle waarschijnlijkheid beschikking over andere verblijfsruimte (s), het plangebied is slechts een onderdeel van zijn grotere verblijfnetwerk. Na afloop van het werk wordt verwacht dat de vleermuis of vleermuizen kunnen terugkeren naar de nieuwbouw waarbij ze ofwel de aangeboden kasten ofwel alternatieve verblijfsruimte in andere delen van het gebouw vinden. Er wordt geen belangrijk effect verwacht op het functionele leefgebied van de vleermuizen, zie §4.2.

5.5.2

Gunstige staat van instandhouding De lokaal gunstige staat van instandhouding van de Ruige dwergvleermuis wordt gewaarborgd omdat verblijfsmogelijkheden op elk moment van het bouwproces worden overgecompenseerd, werkperiodes en maatregelen zodanig afgestemd zijn dat calamiteiten redelijkerwijs niet optreden en door het werk de functionele leefomgeving niet in betekenende mate wordt aangetast. De Ruige dwergvleermuis is daarbij een flexibele soort die makkelijk nieuwe verblijfsruimte accepteert zodat de aangeboden voorzieningen (zeker de permanente inmetselkasten) waarschijnlijk snel in gebruik zullen worden genomen. Tevens betreft het verblijf dat van enkele losse mannetjes die niet direct zorgen voor de aanwas van de populatie. De aanwezigheid van meerdere mannetjes draagt vooral bij aan de genetische diversiteit van de populatie.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

18

6

Aanvraag ontheffing Voor de soorten genoemd in Tabel 3 wordt in het kader van de Wet natuurbescherming ontheffing aangevraagd, waarbij is aangegeven voor welke artikelen dit gedaan wordt. Bij dit project is een in de Habitatrichtlijn genoemd belangen aan de orde. Het gebouw wordt geslooptin het belang van: “de volksgezondheid, de openbare veiligheid en andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten”, zie §0. In hoofdstuk 5 is aangegeven hoe schade wordt voorkomen. Er wordt ontheffing aangevraagd (Wnb 3.8, lid5, 3e ontheffingsgrond) voor het overtreden van verbodsbepalingen conform art 3.5, 2e lid van de Wet natuuurbescherming. Omdat vertragingen in ruimtelijke procedures altijd mogelijk zijn wordt voor de zekerheid ontheffing gevraagd voor een periode van ruim een jaar. Uitvoer in juni-juli 2020 of juni/juli 2021 maakt geen wezenlijk verschil. Deze ontheffing wordt derhalve aangevraagd voor de periode juni 2020 tot 30 juli 2021 waarbij tussen 1 augustus en 1 april geen werkzaamheden worden uitgevoerd.

6.1

Alternatievenafweging Het project is locatie-gebonden. Het dwingende belang ten aanzien van veiligheid maken dat het project noodzakelijk is. Er zijn geen andere werkwijzen voorhanden om deze doelen te bereiken dan de beschreven ingreep.

Soorten waarvoor ontheffing wordt aangevraagd en de te overtreden verbodsbepalingen.

Soort Ruige dwergvleermuis Verbodsbepalingen Opzettelijk verstoren van dieren, vernielen en/of beschadigen vaste rust- of verblijfplaatsen

Van der Goes en Groot

Wetenschappelijke naam Pipistrellus nathusii

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Art. Wnb

art. 3.5, lid 2

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

7

19

Literatuur BEER, R. DE, 2018. Inventarisatie De Seinpaal in Volendam, Inventarisatie vleermuizen in het kader van de natuurwetgeving. G&Grapport 2018-94, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, 2017. De Seinpaal te Volendam, Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. G&G-advies QS2017-86, Van der Goes en Groot, Alkmaar. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2017

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

20

8

Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2

Quickscan De Seinpaal, Van der G&G Inventarisatie vleermuizen De Seinpaal

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

Sporthal De Oude Seinpaal in Volendam

Bijlage 1 Quickscan De Seinpaal, Van der G&G

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019

G&G‐advies QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

De Seinpaal te Volendam

Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

R. de Beer

2017

Opdrachtgever planNL

G&G‐advies QS2017‐86

Versie Concept Eindrapport

Datum 7 juli 2017 8 september 2017

De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdracht‐ gever. Bij wijziging van plannen, werkperiodes, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

Bovendijk 35‐G

Hazenkoog 35‐A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

De Seinpaal te Volendam

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 5

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden...................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

Methode

7

2.1

Soorten .................................................................................................................... 7

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 8

Beschermde soorten Wnb

9

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen ............................................................................ 9

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 10 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 10 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 10 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 10 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 11 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 12 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 12 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 13

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 13

Effectbeoordeling en maatregelen

14

4.1

Amfibieën............................................................................................................... 14

4.2

Vogels..................................................................................................................... 14

4.3

Vleermuizen ........................................................................................................... 15

4.4

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 15

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

16

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 16

5.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 16

5.3

Weidevogelgebieden ............................................................................................. 16

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 16

5.5

Overige relevante wetgeving................................................................................. 17

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

4 5.6

6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................17

Conclusies

18

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................18

6.2

Overige natuurwetgeving ......................................................................................18

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................18

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van stadsnatuur ..................................................19

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

20

8

Bijlagen

21

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een bestaande sporthal, ‘de Seinpaal’ te Volendam te slopen en in de nabijheid van het gebouw een nieuwe sporthal te bouwen. Dit plan valt juridisch onder ‘ruimtelijke inrichting en ontwikkeling’. Het is mogelijk dat in het te slopen gebouw, soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van planNL heeft Ecologisch Onderzoeks‐ en Advies‐ bureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuur‐ wetgeving een quick scan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek bestond uit een bronnenstudie en een veldbezoek.

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken.

Ligging van het onder‐ zoeksgebied.

±

nieuwe sporthal

te slopen

© Beeldmateriaal.nl

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

6

Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten. en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt in het noordelijk deel van de stad en wordt geheel omgeven door nieuwbouw. Noordelijk van het te slopen gebouw liggen groenvoorzieningen en westelijk langs de Dijkgraaf de Ruiterlaan ligt een ander klein park.

1.4

Werkzaamheden De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen zuidelijk van de Ruiterlaan bestaan uit de sloop van gebouwen en het vergraven van het terrein.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen, die aanwezig zijn in het plangebied, beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of‐ en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings‐ en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

2

7

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uit‐ gegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora‐ en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, over‐ eenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde of soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld overvliegend of verblijvend, de onderzoeksinspanning en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is). Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidings‐ atlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken. Potentiebeoordeling Het plangebied is op 5 juli 2017 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar).

Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamel‐ de gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is (voor zover mogelijk) een korte effect‐ beoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

8

Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebieden database van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)), zie: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: http://noordholland.planoview.nl of http://ruimtelijkeplannen.zuid‐ holland.nl/VRM) Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

3

9

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld‐ bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen De Seinpaal is een hoog gebouw met bakstenen muren. Aan de noordkant zijn deze gedeeltelijk bedekt met golfplaten. De onderhoudsstaat van het gebouw is slecht. Aan de voorkant en de westkant heeft het gebouw lagere delen met ramen en een bakstenen schoorsteen. In de bakstenen muren zijn overal rijen spouwgaten aanwezig, sommige met een flinke breedte. Voor zover te controleren is de spouw overal gevuld met isolatiewol maar af en toe zijn hierin wel gaten te voelen. Ook in de schoorsteen zijn spouw/ventilatiegaten zichtbaar. Aan de westkant zijn in de muur een groot aantal gaten geboord met een doorsnede van ongeveer 2 cm. Het gebouw heeft platte daken, de metalen daklijst lijkt nauw te sluiten. Rond de bebouwing bevinden zich lage gazons en diverse verhardingen met daartussen algemene ruderale onkruiden.

Muur van de Seinpaal met spouwgaten en geboorde gaten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

10

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen. Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Diverse soorten planten, (korst)mossen en wolfsklauwen die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn, worden niet in het plangebied verwacht, de soorten komen nagenoeg alleen voor in natuurgebieden.

3.2.2

Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen. Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen. De Rugstreeppad is bekend van de omgeving van het plangebied, de soort werd veelvuldig vastgesteld in de nieuwbouw van de Broeckgouw op ongeveer een kilometer afstand van het plangebied. De soort komt, gezien de waarnemingen in de NDFF 2007‐2017, ook voor in nieuwbouwwijken gelegen rond het plangebied. De soort overwintert hier in vergraafbare grond of onder tuintegels e.d. of plant mogelijk voort in geïsoleerde vijvers. De Rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied Het plangebied levert geen geschikt voortplantingswater voor amfibieën. In het plangebied is ook geen landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. ‐Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aan‐ getroffen. In het plangebied ligt geen geïsoleerd, ondiep water dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

11

In het plangebied is ook geen geschikt zanderig landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze soort. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het wel mogelijk dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken.

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5‐soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden geen vogelsoorten op of rond het gebouw. Potentie plangebied soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Op het dak van de Seinpaal zouden meeuwen of Scholekster kunnen broeden. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden geen vogels met jaarrond beschermde nesten of sporen (nesten) daarvan waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismussen (cat. 2) vastgesteld. De soort broedt op minder dan een kilometer afstand ook in de nieuwbouwwijken van Volendam. In de binnenstad van Edam op een kilometer afstand broeden tientallen Gierzwaluwen en deze soort is ook met lage dichtheden aanwezig in de nieuwbouw rond het plangebied. Nabij het fort bij Edam op ruim een kilometer afstand is broedende Boomvalk aanwezig en in het park naast de Ruiterweg op 500 meter zijn broedende Buizerd en Sperwer vastgesteld (NDFF 2007‐2017).

De overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betroffen overvliegende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen (geschikte) bebouwing met dakpannen en gaten met vrije uitvalmogelijkheden aanwezig zijn, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

12

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren waargenomen. Potentie plangebied Het kale gebied zonder dekking of voedsel rond het gebouw is ongeschikt voor grondgebonden zoogdieren.

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. Aangetroffen vleermuizen Er zijn in het verleden in de omgeving van het plangebied vooral losse waarnemingen van langsvliegende en foeragerende vleermuizen verricht, ook in het plangebied (Gewone dwergvleermuis). In het Fort bij Edam op ruim een kilometer afstand zijn in het verleden over‐ winterende Baardvleermuizen vastgesteld (NDFF 2007‐2017). Andere waargenomen soorten in de omgeving van het plangebied betreffen Meervleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis. Precieze locaties van verblijfplaatsen en andere belangrijke gebruiks‐ functies zijn alleen vast te stellen met gericht nachtelijk onderzoek en zijn op grond van de incidentele waarnemingen niet op voorhand uit te sluiten. Potentie verblijfplaatsen. De waargenomen spleten en (spouw)gaten in de muren schoorsteen van het te slopen gebouw van de Seinpaal geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes. Te denken valt aan gebouw‐ bewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwerg‐ vleermuis en Laatvlieger. Potentie foerageergebied Het plangebied is over het algemeen marginaal geschikt voor foera‐ gerende vleermuizen.

Het gebouw kan mogelijk met harde wind wat luwte geven zodat insecten kunnen concentreren en vleermuizen worden aangelokt. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

3.2.7

13

Overige fauna Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor andere beschermde diersoorten, in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soort‐ groepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soort‐ groepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Vastgestelde of verwachte soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in of nabij het plangebied. *Vaste rust‐ en verblijfplaatsen.

Beschermde, niet vrijgestelde soorten Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna

Van der Goes en Groot

Aangetroffen in of nabij plangebied nee nee ja

Potentieel aanwezig binnen het plangebied nee nee nee

ja

ja

ja

nee*

nee

nee

ja ja ‐ nee

ja ja nee nee

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

14

4

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Amfibieën Teneinde de vestiging van overwinterende Rugstreeppadden in het plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de Rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’.

4.2

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen het slopen van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie‐toplaag. Soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoor‐ beeld het weer of de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk, voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels, het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt!

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

4.3

15

Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij de sloop van de Seinpaal zouden vaste rust‐ of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort(en). Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Projectplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

4.4

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soort(en) (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om vleermuizen in de Seinpaal. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de periodes aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld.

Optimale periode voor uit te voeren vervolg‐ onderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken.

Soort/Soortgroep Vleermuizen

Optimale periode

Aantal bezoeken Aantal bezoeken

Gebiedsfunctie

Periode

Alle soorten

winterverblijf

december – februari

1

Alle soorten

vliegroutes, foerageergebied

april – november

2*

Kraam/zomerverblijf

Paarverblijven en zwermen

beide 2

Gewone dwergvleermuis

half mei ‐ half juli

augustus‐oktober

Ruige dwergvleermuis

(juni ‐ half juli‐nvt)

augustus – oktober

juni ‐ half juli

nvt

Laatvlieger

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

16

5

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet‐ en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000‐gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

5.1

Natura 2000 Het plangebied ligt op 750 meter afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000‐gebied Markermeer & IJmeer. Op ruim een kilometer afstand ligt Polder Zeevang. Gezien de grote afstand, de afscherming en de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen negatieve gevolgen verwacht van de plannen. Er hoeft geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.

5.2

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN (zie Figuur 2), inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillen‐ de NNN‐gebieden kunnen verbinden. Aangezien het natuurnetwerk geen bepalingen kent ten aanzien van ‘externe’ werking, hoeven de plannen niet verder getoetst te worden aan waarden binnen dit netwerk.

5.3

Weidevogelgebieden Het gebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weide‐ vogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied (zie Figuur 2). Ook weidevogelleefgebied kent geen bepalingen ten aanzien van ‘externe werking’.

5.4

Houtopstanden Er worden geen buiten de (volgens de Wnb of boswet bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

17

bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand.

5.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoer van de plannen.

Ligging van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (EHS in legenda) en Weidevogelleefgebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

18

6

Conclusies 6.1

Beschermde soorten Wnb  Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten vogels en vleermuizen.  In het plangebied kunnen broedvogels met niet‐jaarrond be‐ schermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli.  In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit‐ gesloten zijn, is vervolgonderzoek naar in gebruik zijnde verblijf‐ plaatsen van vleermuizen noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijk‐ baar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

6.2

Overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving aan de orde is dan die hierboven beschreven in §6.1.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:  Alle aanwezige bebouwing kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten;  Bij de sloop‐ en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

6.4

19

Aanbevelingen ter bevordering van stadsnatuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in de stad versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Hiervoor worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan;  Plaatsing vleermuiskasten of geschikt maken van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen;  Plaatsen voorzieningen voor Huismussen, Spreeuwen en Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen;  Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Dergelijke maatregelen bevorderen de leefbaarheid van een woonwijk aanzienlijk. Ook dragen deze maatregelen sterk bij aan een versnelling van het natuurlijk evenwicht in een nieuwbouw‐ situatie. Dit kan typische problemen als spinnenoverlast of muizenplagen van nieuwbouwprojecten voorkomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

20

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland ‐ Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord‐West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord‐Hollandse vissen. Landschap Noord‐Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord‐Hollandse zoogdieren. Landschap Noord‐Holland, Heiloo & Noord‐Hollandse Zooddier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord‐Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Land‐ schap, Haarlem.

LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord‐Hollandse broedvogels 2005‐2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord‐Holland, Landschap Noord‐Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998‐2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

21

8

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora‐ en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000‐gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijker‐ wijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voor‐ komen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. Zoogdieren

DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZL

ZH

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Aardmuis

+

Bosmuis

+

+

+

+

+

+

Bunzing

+

+

+

+

+

+

Dwergmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Dwergspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Eekhoorn

+

Egel

+

+

Gewone bosspitsmuis

+

Haas

+

+

+

+

+

+

Hermelijn

+

+

+

+

+

+

Huisspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Konijn

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ondergrondse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ree

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Rosse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Steenmarter

+

Tweekleurige bosspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Veldmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Vos

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wezel

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wild zwijn Woelrat

+ +

Amfibieën en reptielen

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bastaardkikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bruine kikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Gewone pad

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Hazelworm Kleine watersalamander

+ +

+

+

+

+

Levendbarende hagedis Meerkikker

+ +

+

Van der Goes en Groot

+

+

+

+

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐86

De Seinpaal te Volendam

Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatricht‐ lijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied op‐ zettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=0e630d1f-c37a-491a-abf4-3f02523a3823