De HVV Edam-Volendam 2025 volledig formaat
Tekst van het document
P A G I N A 20 V A N 3 1
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.7.1. en artikel 2.7.2, eerste lid, wordt op een aanvraag om een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in het vorige lid, besloten door burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de locatie van de opvanginstelling waar de woningzoekende verblijft resideert. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.7.4, eerste lid, omvat het in de urgentieverklaring op te nemen zoekgebied de regiogemeente waarin aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisregistratie woonachtig was, tenzij burgemeester en wethouders gelet op de problematiek van aanvrager een andere regiogemeente in het zoekgebied opnemen. 5. Het college van burgemeester en wethouders van de regiogemeente die tot het in de urgentieverklaring opgenomen zoekgebied behoort, stelt het in de urgentieverklaring op te nemen woningtype vast, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.7.3, tweede lid. Artikel 2.7.8 Overige regionale urgentiecategorieën 1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.7.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: a. woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren; b.
woningzoekenden, met inbegrip van de situatie waarin dit slechts geldt voor één lid van het huishouden van een woningzoekende, die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte in een levensontwrichtende woonsituatie verkregen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders alleen opgelost kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte, voor zover zij niet behoren tot de in artikel 2.7.7 bedoelde urgentiecategorie; c. woningzoekenden waarvan de huidige woonruimte behoort tot een door burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid aangewezen complex; d. woningzoekenden waarvan de binnen de gemeente gelegen zelfstandige woonruimte als gevolg van een calamiteit naar het oordeel van burgemeester en wethouders duurzaam ongeschikt is voor bewoning. 2. Burgemeester en wethouders kunnen complexen aanwijzen waarvan de bewoners in verband met sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen, redelijkerwijs binnen twee jaar niet meer in hun huidige woonruimte kunnen blijven wonen. Burgemeester en wethouders stellen daarbij een datum vast met ingang waarvan de bewoners van de aangewezen complexen een SV-urgentieverklaring kunnen aanvragen. 3.
Op de urgentiecategorieën bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en c, is het bepaalde in artikel 2.7.5, eerste lid aanhef en onder j en het bepaalde in artikel 2.7.3, tweede lid, niet van toepassing. Artikel 2.7.8a Sociaal medische urgentie 1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.7.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager, het huishouden van aanvrager of een lid van dat huishouden zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders op grond van medische of sociale omstandigheden in een levensontwrichtende woonsituatie bevindt, welke alleen beëindigd kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte. 2. Van een levensontwrichtende woonsituatie als bedoeld in het eerste lid is sprake: a. indien een of meerdere leden van het huishouden van aanvrager ernstige medische beperkingen heeft;
P A G I N A 21 V A N 3 1
b. bij dakloosheid of dreigende dakloosheid van een huishouden waarvan minderjarige kinderen deel uitmaken; c. indien een of meerdere leden van het huishouden van aanvrager met geweld bedreigd wordt of het slachtoffer is van geweld; of, d. indien het huishouden naar het oordeel van burgemeester en wethouders onevenredig hoge woonlasten heeft. Artikel 2.7.9 Geldigheid van de urgentieverklaring 1. Het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder b, en in het derde en vierde lid van dit artikel is niet van toepassing op de SV-urgentieverklaring en de urgentieverklaringen waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.7.6, tweede lid, of artikel 2.7.7, eerste lid. 2. De urgentieverklaring vervalt: a. nadat de houder ervan niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring; of, b. na verloop van een termijn van 26 weken na verlening van de urgentieverklaring. 3. Burgemeester en wethouders van de gemeente die tot het in de urgentieverklaring vermelde zoekgebied behoort kunnen besluiten dat de urgentieverklaring een langere termijn dan die bedoeld in het tweede lid geldig blijft indien: a. de omstandigheden bedoeld in artikel 2.7.5, eerste lid, zich niet voordoen; b.
de houder van de urgentieverklaring nog steeds valt in de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring. 4. Met inbegrip van de in het vorige lid bedoelde verlenging vervalt een urgentieverklaring na het verstrijken van een periode van 52 weken na het moment waarop zij verleend is. Artikel 2.7.10 Wijzigen en intrekken van de urgentieverklaring 1. Burgemeester en wethouders trekken de urgentieverklaring in indien: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige b. gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring zou zijn geweigerd; c. de houder van de urgentieverklaring niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring of zich één of meer toepasselijke, in artikel 2.7.5, eerste lid, opgenomen en op de desbetreffende urgentiecategorie toepasselijke weigeringsgronden voordoen; d. de houder van de urgentieverklaring daartoe verzoekt; of, e. de houder van de urgentieverklaring passende woonruimte heeft geweigerd of zich anderszins onvoldoende heeft ingespannen om zijn huisvestingsprobleem op te lossen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring wijzigen indien: a.
bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring niet zou zijn geweigerd maar anders op de aanvraag zou zijn besloten; of b. de houder van de urgentieverklaring behoort tot een andere urgentiecategorie dan die welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring. 3. Ter voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van de urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een ter zake deskundig persoon. 4. Indien burgemeester en wethouders een voorwaarde aan de urgentieverklaring hebben verbonden, treedt de urgentieverklaring pas in werking als aan de voorwaarde is voldaan.
P A G I N A 22 V A N 3 1
Artikel 2.7.11 Hardheidsclausule 1. Burgemeester en wethouders zijn, indien toepassing van deze verordening zou leiden tot weigering van een urgentieverklaring, bevoegd om toch een urgentieverklaring toe te kennen indien: a. weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en, b. sprake is van bijzondere omstandigheden die gelet op het doel van de verordening c. redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn. 2. Burgemeester en wethouders registreren de gevallen waarin met toepassing van het in het eerste lid bepaalde een urgentieverklaring wordt verleend. De registratie bevat tenminste de datum waarop de urgentieverklaring wordt verleend en de specifieke omstandigheden van het geval die leiden tot de verlening van de urgentieverklaring. De registraties worden tenminste eenmaal per jaar besproken in de Stuurgroep Wonen
Hoofdstuk 3 Toeristische verhuur van woonruimte PARAGRAAF 1 WERKINGSGEBIED Artikel 3.1.1 Werkingsgebied 1. Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing op alle woonruimten die zijn gelegen in de gemeente Edam-Volendam. 2. Met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en het behoud van de leefbaarheid (sociale cohesie) van de woonomgeving worden de volgende categorieën woonruimte aangewezen: a. woonruimte, al dan niet gedeelte van een woonruimte, in de gemeente; 3. Vormen van toeristische verhuur zijn: a. particuliere vakantieverhuur en b. Bed and Breakfast. Artikel 3.1.2 Verbod verhuur en verbod publiceren zonder registratienummer 1. Het is verboden om een woonruimte of deel daarvan, behorend tot artikel 3.1.1, voor toeristische verhuur aan te bieden zonder het registratienummer van die woonruimte te vermelden bij iedere aanbieding van die woonruimte voor toeristische verhuur. 2. Een registratienummer als bedoeld in het eerste lid, wordt aangevraagd door middel van de website www.toeristischeverhuur.nl. 3. Het is verboden om een aanbod tot het gebruik van een woonruimte of deel daarvan, als bedoeld in het eerste lid, voor toeristische verhuur te publiceren zonder dat daarbij een registratienummer is vermeld. Artikel 3.1.3 Verbod verhuur meer dan 30 nachten en verbod verhuur zonder melding vooraf voor particuliere vakantieverhuur 1.
Het is verboden een woonruimte voor particuliere vakantieverhuur meer dan 30 nachten per kalenderjaar in gebruik te geven voor particuliere vakantieverhuur. 2. Het is verboden de woonruimte in gebruik te geven voor particuliere vakantieverhuur, zonder deze verhuring vooraf te melden bij burgemeester en wethouders. 3. Een melding als bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor particuliere vakantieverhuur.
P A G I N A 23 V A N 3 1
Artikel 3.1.4 Dienstverlener informeert aanbieder over verboden Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, dient degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur te informeren over de verboden, bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid en artikel 3.1.3, tweede lid. Artikel 3.1.5 Verbod op publiceren voor dienstverlener indien in kennis gesteld over verhuur woonruimte meer dan 30 nachten Het is verboden dat degene die een dienst verleent, zoals genoemd in artikel 3.1.4, een aanbieding voor particuliere vakantieverhuur toont gedurende de rest van het kalenderjaar, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat de woonruimte die wordt aangeboden reeds voor 30 nachten in dat kalenderjaar in gebruik is gegeven voor particuliere vakantieverhuur. Artikel 3.1.6 Zorgplicht aanbieder De aanbieder die een woonruimte toeristisch heeft verhuurd, zorgt ervoor dat door gedragingen in of vanuit de verhuurde woonruimte, het bijbehorende erf of de onmiddellijke nabijheid van de woonruimte geen ernstige of herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt door toedoen van de huurders of hun bezoekers. PARAGRAAF 2 PROCEDURE AANVRAAG REGISTRATIE EN MELDING Artikel 3.2.1 Aanvraag registratienummer 1.
Het registratienummer, bedoeld in artikel 3.1.2 kan uitsluitend via elektronische weg worden aangevraagd. 2. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de inrichting van het systeem ten behoeve van het afgeven van het registratienummer, bedoeld in artikel 3.1.3, en voor de verwerking van persoonsgegevens in dit systeem. 3. De persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de aanvraag van het registratienummer, bedoeld in artikel 3.1.3, kunnen ook verwerkt worden voor: a. het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 2 van de Woningwet (of indien artikel 4.3 van de Omgevingswet in werking treedt of is getreden, de krachtens artikel 4.3 van de Omgevingswet) gegeven voorschriften vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid van de woonruimte, en b. de heffing en invordering van de toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet. Artikel 3.2.2 Te verstrekken gegevens voor registratienummer Bij de aanvraag van het registratienummer worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, het adres en de woonplaats en het telefoonnummer van de aanvrager in Nederland, alsmede het; b. de-mailadres van de aanvrager; c. de straat, het huisnummer waarop de aanvraag betrekking heeft; d. of de aanvraag betrekking heeft op particuliere vakantieverhuur of Bed & Breakfast. Artikel 3.2.3 Melding particuliere vakantieverhuur 1.
De melding, bedoeld in artikel 2.8.3 kan uitsluitend via elektronische weg worden gedaan. 2. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de inrichting van het systeem ten behoeve van de melding, bedoeld in artikel 2.8.3, tweede lid, en voor de verwerking van persoonsgegevens in dit systeem.
P A G I N A 24 V A N 3 1
3. De persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de melding, bedoeld in artikel 2.8.3 tweede lid, kunnen ook verwerkt worden voor de heffing en invordering van de toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet. Artikel 3.2.4 Intrekking en verval registratie 1. Burgemeester en wethouders kunnen de registratie intrekken, indien de aanvrager de in de registratie vermelde woonruimte niet meer in gebruik geeft voor toeristische verhuur; 2. Als burgemeester en wethouders een woonruimte registreert voor toeristische verhuur als men al beschikt over een registratienummer, wordt de eerdere registratie gelijktijdig ingetrokken. PARAGRAAF 3 SANCTIES TOERISTISCHE VERHUUR Artikel 3.3.1 Bestuurlijke boete toeristische verhuur en last onder dwangsom 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 23a, 23b, 23d en 23e van de wet. 2. Indien burgemeester en wethouders gebruikmaken van de bevoegdheid uit het eerste lid leggen zij een boete op: a. voor overtredingen in de zin van artikel 23a, 23b, 23d en 23e van de Huisvestingswet overeenkomstig de ‘Tabel Bestuurlijke boete toeristische verhuur’; 3. De bedragen in de ‘Tabel Bestuurlijke boete’ als bedoeld in het tweede lid worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafecht.
Voor boetebedragen onder een maximumbedrag geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Tabel: Bestuurlijke boete toeristische verhuur Wettelijke Omstandigheid bepaling Huisvestingswet Verhuur zonder 23a eerste lid registratienumer Publiceren zonder 23a derde lid registratienummer
Woning toeristisch verhuren zonder het vermelden van het registratienummer. Het publiceren van een woonruimte voor toeristische verhuur zonder registratienummer.
Boete bij Boete bij eerste tweede en overtreding volgende overtreding * € 2.500 € 10.000
€ 2.500
€ 10.000
Meer nachten toeristisch verhuren In gebruik geven zonder melding
23b eerste lid
Toeristische verhuur van woonruimte € 5.000 meer dan 30 nachten per jaar.
€ 20.000
23b tweede lid
Het in gebruik geven van woonruimte € 2.500 voor toeristische verhuur zonder melding bij burgemeester en wethouders.
€ 10.000
Niet informeren over verboden
23d
Het niet informeren door een dienst van degene die een woonruimte toeristisch verhuurt over de verboden.
€ 10.000
€ 2.500
P A G I N A 25 V A N 3 1
Publicatie reeds maximaal verhuurde woonruimte
23e
Het publiceren door een dienst van een woonruimte waarover is geïnformeerd dat deze reeds 30 nachten in gebruik is gegeven dat jaar.
€ 2.500
€ 10.000
* Overtreding < 2 jaar na de eerste overtreding 4. Burgemeester en wethouders kunnen een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opleggen, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan aangewezen ambtenaren. Artikel 3.3.2 Verbod toeristische verhuur en aanwijzing digitaal platform na opleggen bestuurlijke boetes Burgemeester en wethouders kunnen: a. een verbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur opleggen voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33a, eerste lid van de wet, van een overtreding van de bij deze huisvestingsverordening aan toeristische verhuur gestelde eisen, ten minste twee maal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de bij deze huisvestingsverordening aan toeristische verhuur gestelde eisen; b. een aanwijzing geven aan een digitaal platform om de aanbieding voor toeristische verhuur van de aanbieder aan wie een verbod tot het in gebruik geven van een woning voor toeristische verhuur als bedoeld in het eerste lid is opgelegd te blokkeren.
Hoofdstuk 4 Wijziging van de woonruimtevoorraad PARAGRAAF 1 WOONRUIMTE EN VERGUNNINGPLICHT Artikel 4.1.1 Woonruimte Als woonruimte bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt aangemerkt: a. alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs voor zover het betreft onttrekking aan de bestemming tot bewoning; b. woonruimte onder de huur- of koopprijsgrens voor zover het betreft met andere woonruimte samenvoegen of van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte omzetten. Artikel 4.1.2 Reikwijdte vergunningsplicht Het is verboden om woonruimte aangewezen in artikel 4.1.1 zonder vergunning aan bestemming tot bewoning te onttrekken, met andere woonruimte samen te voegen of van zelfstandig in onzelfstandige woonruimte om te zetten. PARAGRAAF 2 PROCEDURE AANVRAAG ONTTREKKINGSVERGUNNING Artikel 4.2.1 Aanvraag vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam en adres van de eigenaar;
P A G I N A 26 V A N 3 1
b. de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft; d. de namen en de adressen van de bewoners van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft; e. de maximaal redelijke huurprijs van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft; f. in geval van samenvoeging: de naam van de toekomstige bewoner, de omvang van diens huishouden en de maximaal redelijke huurprijs van de samen te voegen woonruimte; g. de motivering van het verzoek. Artikel 4.2.2 In te dienen bescheiden Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd: a. één of meer tekeningen van de plattegrond op schaal van iedere verdieping van het gebouw, alsmede van de verdieping of verdiepingen waarop de aanvraag betrekking heeft, met een aanduiding van de beoogde bestemming; b. een situatietekening waaruit de situering blijkt van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken; c. een compensatievoorstel; d. d.de laatste WOZ-waardebeschikking; e. bescheiden betreffende eventueel verleende subsidies ten behoeve van woningverbetering. Artikel 4.2.3 Samenloop onttrekking en bouwen 1.
Indien voor het gebouw of de gebouwgedeelten waarop de aanvraag betrekking heeft, tevens een omgevingsvergunning is aangevraagd, kan bij de aanvraag voor overeenkomstige gegevens en bescheiden worden verwezen naar de coördinatiebepaling voor vergunningaanvragen uit de gemeentelijke bouwverordening voor zover die is opgenomen. 2. In de situatie als bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders de beslissing over een aanvraag voor de onttrekkingsvergunning aanhouden. 3. De aanhouding eindigt uiterlijk twee weken na de beslissing op de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Artikel 4.2.4 Beschikkingsvereisten De onttrekkingsvergunning bevat tenminste de volgende gegevens: a. de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met de straat, het huisnummer of de kadastrale ligging, waarbij voor het overige kan worden verwezen naar de bijgevoegde bescheiden als bedoeld in artikel 4.2.2; en b. de geboden reële compensatie of de verlangde financiële compensatie; c. de overige opgelegde voorwaarden genoemd in artikel 4.3.2, eerste lid; d. de mededeling dat binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden van de vergunning moet worden gebruikgemaakt dan wel de termijn in geval van een tijdelijke vergunning. PARAGRAAF 3 VERGUNNINGVERLENING Artikel 4.3.1 Criteria voor vergunningverlening 1.
Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang dat met de onttrekking, samenvoeging of omzetting is gediend even groot is of groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad, wordt de vergunning verleend.
P A G I N A 27 V A N 3 1
2. Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang wordt de vergunning verleend onder het stellen van voorwaarden en voorschriften behoudens het bepaalde in het derde lid. 3. Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang en dit belang niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend, wordt de vergunning geweigerd. 4. Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat met de onttrekking, samenvoeging of omzetting geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand was. Artikel 4.3.2 Voorwaarden en voorschriften 1. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning de volgende voorwaarden en voorschriften verbinden: a. het toevoegen van een of meer naar het oordeel van burgemeester en wethouders b. gelijkwaardige woonruimte aan de woonruimtevoorraad (reële compensatie); c. het betalen van een financiële compensatie bij onttrekking van ten hoogste 12% van de WOZwaarde van de woonruimte waarvoor de onttrekkingsvergunning is aangevraagd; d.
de samenvoeging levert een woonruimte op met een huurprijs beneden de liberalisatiegrens; e. het waarborgen van een geordend woon- en leefmilieu waaronder in ieder geval wordt verstaan een veilige woon- en leefomgeving. 2. Indien burgemeester en wethouders de voorwaarde genoemd in het eerste lid onder b. aan een vergunning willen verbinden, stellen zij de hoogte van de financiële compensatie vast. 3. Burgemeester en wethouders kunnen beslissen tot: a. geheel of gedeeltelijke vrijstelling van compensatie zoals bedoeld in het eerste lid onder b.; b. het verlenen van een vrijstelling bij samenvoeging indien door de eigenaar-bewoner een investering is gedaan ten behoeve van noodzakelijk bouwkundige herstel. 4. Indien op grond van het derde lid onder b vrijstelling wordt verleend hangt de vrijstelling af van de hoogte van de investering in relatie tot de economische waarde van de kleinste woning. 5. De te ontvangen compensatie als bedoeld in eerste lid onder b., wordt gestort in het lokale volkshuisvestingsfonds, dat wordt gebruikt voor het realiseren van nieuwe woonruimte. Artikel 4.3.3 Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken indien: a. niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking; b.
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften. Artikel 4.4.4 Tijdelijke onttrekking 1. Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke onttrekkingsvergunning verlenen als het belang van de aanvrager slechts voor een bepaalde tijd aanwezig is. 2. Een tijdelijke onttrekkingsvergunning kan worden verleend voor ten hoogste vijf jaar. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voor tijdelijke onttrekking de voorwaarde van financiële compensatie verbinden. 4. Deze compensatie bedraagt ten hoogste 1,2% van de WOZ-waarde van de betreffende woonruimte.
P A G I N A 28 V A N 3 1
Artikel 4.4.5 Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang; b. het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden of voorschriften aan de vergunning; c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
Hoofdstuk 5 Wijziging verordening, verslaglegging, handhaving en toezicht en hardheidsclausule PARAGRAAF 1 WIJZIGING VERORDENING Artikel 5.1.1 Overleg regiogemeenten, corporaties en organisaties Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening plegen burgemeester en wethouders overleg met burgemeester en wethouders van de andere regiogemeenten, met de in de woningmarktregio werkzame corporaties en met andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de woningmarktregio werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting. PARAGRAAF 2 VERSLAGLEGGING EN MONITORING Artikel 5.2.1 Verstrekken van inlichtingen Burgemeester en wethouders verstrekken het college van de andere gemeenten in de woningmarktregio de inlichtingen, die nodig zijn voor een juiste afstemming over de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening uitvoeren. Artikel 5.2.2 Verslaglegging Jaarlijks, in de eerste helft van het jaar, dragen corporaties die werkzaam zijn in Edam-Volendam er zorg voor dat op heldere en toegankelijke wijze aan burgemeester en wethouders de gegevens kenbaar worden gemaakt over de verhuringen van afgelopen jaar. PARAGRAAF 3 HANDHAVING EN TOEZICHT Artikel 5.3.1 Handelen zonder of in strijd met een vergunning 1.
Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8 of 21 van de wet of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet. 2. De bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet bedraagt: a. voor de eerste overtreding en voor een herhaalde overtreding na een periode van 12 maanden: € 405,-; b. voor een herhaalde overtreding binnen een periode van 12 maanden: € 405,3. De bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet bedraagt:
P A G I N A 29 V A N 3 1
a. voor de eerste overtreding en voor een herhaalde overtreding na een periode van 12 maanden: € 6.000,-; b. voor een herhaalde overtreding binnen een periode van 12 maanden: € 9000,-. 4. De bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 21 van de wet, of voor handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt: a. voor de eerste overtreding en voor een herhaalde overtreding na een periode van 12 maanden: € 12.000,-; b. voor een herhaalde overtreding binnen een periode van 12 maanden: € 18.500,-. PARAGRAAF 4 HARDHEIDSCLAUSULE Artikel 5.4.1 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.
Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen PARAGRAAF 1 INTREKKING OUDE REGELING Artikel 6.1.1 Intrekking oude regeling De Huisvestingsverordening Edam-Volendam 2021 wordt ingetrokken. PARAGRAAF 2 OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 6.2.1 Overgangsbepalingen beschikkingen 1. Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening verleend, gelden als vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in deze verordening. 2. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor 1 januari 2016 blijft van toepassing op een huisvestingsvergunning, een onttrekkingsvergunning of een splitsingsvergunning of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. 3. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor 1 januari 2016 blijft van toepassing op een beschikking tot toepassing van een bestuurlijke sanctie, genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingswet, of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. 4.
De voor inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde beleidsregels blijven onverkort van toepassing indien ze door de inwerkingtreding van deze verordening niet worden gewijzigd. Artikel 6.2.2 Overgangsbepalingen omzetten inschrijfduur naar wachtpunten 1. De inschrijfduur van een woningzoekende als bedoeld in artikel 2.4.3 tweede lid van de Huisvestingsverordening Edam-Volendam 2025 wordt bij de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening omgezet naar wachtpunten in de verhouding 1:1. 2. Wachtpunten als gevolg van omgezette woonduur gelden uitsluitend als de kandidaat nog woont in de woonruimte waar de woonduur is opgebouwd en deze leeg oplevert bij verhuizing.
P A G I N A 30 V A N 3 1
3. De wachtpunten die zijn ontstaan door in inschrijfduur omgezette woonduur vervallen op 1 juli 2030. PARAGRAAF 3 SLOTBEPALING Artikel 6.3.1 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening Edam-Volendam 2025. Aldus besloten door de gemeenteraad van Edam-Volendam in zijn openbare vergadering van [16 september 2025], de griffie, J. Hage
de R.J. Beukers.
voorzitter,
Dit besluit is elektronisch ondertekend. Deze is na de besluitvorming zichtbaar op de volgende pagina.
P A G I N A 31 V A N 3 1