Concept-Subsidieverordening Regiodeal
Tekst van het document
Concept Verordening Regio Deal Waterland, versie 22-11-2025
Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030 De raad van de gemeente Purmerend, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van … gelet op artikel 149 en 156 van de Gemeentewet; gelet op titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); overwegende dat artikel 4:23, eerste lid van de Awb vereist dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt; dat op 7 november 2025 het Rijk en de vier gemeenten, te weten Purmerend, Waterland, EdamVolendam en Landsmeer en de Vereniging Ondernemend Waterland, het Talland college en de Purmerendse Scholengroep het convenant Regio Deal Waterland hebben ondertekend; dat het Rijk bij besluit van 19 november beschikking rijk regiodealmiddelen) op basis van artikel 13 van het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche in dit verband 13 miljoen euro inclusief eventueel verschuldigde BTW heeft verleend aan de Regiokassier van de Regio Deal Waterland, zijnde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend; dat de Regiokassier ook degene is die formeel voor het organiseren van een doelmatige en doeltreffende besteding van deze rijksmiddelen zorg moet dragen; dat de partijen bij het Convenant Regio Deal Waterland hebben besloten dat subsidie een geschikt instrument is voor de
realisatie van de drie Programmalijnen Beter Wonen, Beter Leren en Beter Werken, zoals beschreven in artikel 3 Convenant Regio Deal Waterland; dat de Regiokassier daarom met de colleges van de vier gemeenten en de andere partijen afspraken over de verdeling van de rijksmiddelen in een samenwerkingsovereenkomst heeft gemaakt ter bekostiging van de uitvoering van deze subsidieverordening ten behoeve van de Regio Deal Waterland; dat deze verordening helderheid geeft over de wijze hoe de gemeenteraad van de gemeente Purmerend de Regio Deal Waterland wil inzetten op de versterking van de brede welvaart in het Regiodeal gebied door subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen te verstrekken.
B E S L U I T: de navolgende verordening vast te stellen: Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030
PAGINA 1 VAN 15
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Definities 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Aanvrager: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon, met volledige rechtspersoonlijkheid of een door hen aangewezen penvoerder. De aanvrager kan buiten Waterland gevestigd zijn; b. Accountant: een openbaar accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek; c. Activiteit: een door de subsidieaanvrager ontplooit initiatief dat gericht is op de realisatie van de programmalijn(-en) van de Regio Deal Waterland, waarvoor een subsidie wordt gevraagd; d. Adviescommissie: adviescommissie die het college adviseert over aanvragen die op grond van deze subsidieverordening zijn ingediend; e. Akkoordverklaring: een schriftelijke verklaring van de samenwerkingspartijen over de beoogde aanpak en uitvoering van het project, waarvoor subsidie door de penvoerder wordt aangevraagd; f. Awb: Algemene wet bestuursrecht; g. Bijdrage in natura: een bijdrage van eigen arbeid, het verlenen van een dienst en het inbrengen of ter beschikking stellen van (on)roerende goederen zonder dat daar een dekking uit anderen hoofde of een (evenredige) tegenprestatie tegenover staat; h. Cofinanciering: de inbreng van financiële middelen of vergelijkbare bijdrage in natura zoals bedoeld onder g; i. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend; j.
Convenant: Convenant Regiodeal Waterland; k. Penvoerder: een aangewezen deelnemer van het samenwerkingsverband die namens de andere deelnemers wordt beschouwd als de aanvrager en daarom de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in deze subsidieverordening alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten en projecten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de deelnemers; l. Programmalijn: het overkoepelend onderwerp of maatschappelijk vraagstuk dat middels verschillende projecten en activiteiten zal worden samengebracht om de doelstellingen van de Regio Deal Waterland te realiseren en deze regio te versterken; m. Programmateam: een team, bestaande uit een programmamanager en medewerkers van verschillende partijen die het convenant hebben ondertekend, en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Regio Deal Waterland; n. Project: het samenhangende geheel van activiteiten ten behoeve van de realisatie van de programmalijn(-en) van de Regio Deal Waterland, waarvoor een subsidie wordt gevraagd; o.
Project-/activiteitenkosten: de totale direct toerekenbare kosten die gemaakt worden voor een project of activiteit zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening; p. regio Deal Waterland: de definitieve afspraken tussen rijk en partijen uitgewerkt en vastgelegd in het convenant Regio Deal Waterland. Zie bijlage 2 Convenant Regio Deal Waterland; q. Regiokassier: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend dat ten behoeve van de uitvoering van de Regio Deal Waterland de taak van kassier vervult; r. Samenwerkingspartij: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die minstens met één andere rechtspersoon met volledige rechtspersoonlijkheid een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de uitvoering van de Regiodeal Waterland aangaat;
s. Samenwerkingsverband: het geheel van afspraken over de manier van samenwerken tussen twee of meer samenwerkingspartijen zoals bedoeld in artikel 3. Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twee rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid; t. Sluitende begroting: begroting van het voorgestelde project of de voorgestelde activiteit waaruit blijkt dat de totale inkomsten en uitgaven voor de activiteiten met elkaar in evenwicht zijn; u. Subsidiabele kosten: de kosten zoals bedoeld in artikel 15 van deze verordening; v. Vooraanmelding: Een verplichte stap vóór het indienen van de definitieve subsidieaanvraag. Een vooraanmelding betekent dat de aanvrager voor dat zij een subsidieaanvraag indient, (basis)informatie over het project waarvoor zij subsidie aanvraagt, deelt met het Programmateam. Het Programmateam beoordeelt de informatie en geeft feedback voordat de aanvrager de definitieve uitgewerkte aanvraag indient. w. Waterland: het geografische gebied van de gemeenten Purmerend, Landsmeer, Waterland en Edam-Volendam. Artikel 2 Reikwijdte, doel en doelgroep 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor (de realisatie van) projecten die vallen onder de programmalijnen uit de Regio Deal Waterland en zoals benoemd in deze verordening. 2.
Het college is bevoegd tot het uitvoeren van deze verordening, waaronder het beslissen op subsidieaanvragen en het nemen van daarmee verband houdende beslissingen op grond van titel 4.2 van de Awb en deze verordening, het vaststellen van nadere regels, het benoemen van een adviescommissie, het vaststellen van een digitaal aanvraagformulier, het vaststellen van een accountantsprotocol en het vaststellen van subsidie(deel)plafonds. 3. Het doel van deze verordening is om projecten te stimuleren die een aantoonbare bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen uit het convenant Regio Deal Waterland 2026-2030 zijnde: a. het versterken van de toekomstbestendigheid van de regio door het bevorderen van passende woonkansen voor jongeren, het vergroten van sociale cohesie en het realiseren van een duurzame aanpak voor ouderen; b. het versterken van de regionale kennis- en arbeidsmarktstructuur door intensieve samenwerking tussen onderwijs, bedrijven en instellingen en een adaptief opleidingsaanbod; c. het bevorderen van een toekomstbestendige regionale economie en leefomgeving door optimale aansluiting van werkgelegenheid op de beroepsbevolking, versterking van het innovatie- en ondernemersklimaat, duurzaam ruimtegebruik en stimulering van technologische toepassingen. 4. Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken aan de aanvrager als bedoeld in deze verordening.
Artikel 3 Samenwerkingsverband 1. De samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door alle samenwerkingspartijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst. 2. In de samenwerkingsovereenkomst wordt: a. een penvoerder aangewezen die wordt gemachtigd het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze verordening; b. een gemeenschappelijke doelstelling bepaald; c. door het samenwerkingsverband het bankrekeningnummer aangeven waar de subsidie voor het project naartoe wordt overgemaakt.
d. een taakverdeling bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en die ziet op het delen en opvangen in de daaraan verbonden financiële, inhoudelijke en andere risico’s, alsmede in de bereikte resultaten. Artikel 4 Subsidiabele projecten 1. Het college kan op aanvraag van aanvrager subsidie verstrekken voor projecten die binnen het grondgebied van de regio Waterland worden gerealiseerd en die bijdragen aan de realisatie van één of meerdere programmalijnen en actielijnen zoals bedoeld in het tweede lid, te weten: a. Programmalijn 1: Beter Wonen, zoals bedoeld in artikel 2, sub 1 van het convenant; b. Programmalijn 2: Beter leren, zoals bedoeld in artikel 2, sub 2 van het convenant; c. Programmalijn 3: Beter werken, zoals bedoeld in artikel 2, sub 3 van het convenant. 2. Een programmalijn bestaat uit meerdere actielijnen, te weten: a. Programmalijn 1 Beter Wonen: passende huisvesting jongeren, Cultuur- en Sport Boost Waterland Jong en Oud, Digiwijs wonen in Waterland, Zorgservice aan huis, Stimuleren verhuisbereidheid, Inventarisatie, onderzoek en pilots rondom duurzaam wonen, PPS duurzaam wonen. b. Programmalijn 2 Beter Leren: Waterland gaat digitaal, Waterland leert slim en sportief, Waterland samenredzaamheid, Waterland zet in op Smart Energy, Smart Maintenance en Smart Farming. c.
Programmalijn 3 Beter Werken: Regiomarketingstrategie, Duurzame werklocaties voor bedrijventerreinen, bedrijven en productie, Innovatieve boost Waterlandse bedrijven, Innovatie Agrisector Waterland. 3. Een project als bedoeld in het eerste lid, sub a en b komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de hoogte van de aangevraagde subsidie ten minste € 200.000 bedragen. 4. Een project als bedoeld in het eerste lid, sub c, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de hoogte van de aangevraagde subsidie ten minste € 100.000 bedragen. 5. Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten van het project. De cofinanciering ten behoeve van de vereiste eigen 50% dekking moet door middel van daadwerkelijke ontvangst van de middelen/bijdragen of onvoorwaardelijke toezeggingen onderbouwd zijn. Artikel 5 Looptijd projecten 1. De op basis van deze verordening gesubsidieerde projecten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden afgerond binnen de bij beschikking tot subsidieverlening door het college aangegeven periode. 2. De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden gemaakt in een door het college aangewezen projectperiode. Deze periode is overeenkomstig de periode zoals bedoeld in het eerste lid. 3.
Indien een aanvrager, vanwege omstandigheden die niet aan hem zijn toe te rekenen, de projectduur zoals gesteld in het eerste lid niet haalt en wil verlengen, kan de subsidieontvanger het college verzoeken om de duur van de projectperiode te verlengen, mits hierdoor de looptijd van deze subsidieverordening, zijnde 31 december 2030, niet wordt overschreden. Het college is niet verplicht dit verzoek te honoreren. Wanneer het college het verzoek niet honoreert, doet hij dit schriftelijk en gemotiveerd. Artikel 6 Documentatie in verband met geoorloofde staatssteun In het geval bij subsidieverlening op grond van deze verordening sprake is van staatssteun in de zin
van artikel 107 van het Verdrag betreffend de werking van de Europese Unie maar het college van oordeel is dat het is toegestaan de staatssteun in lijn met Europese wetgeving te verlenen, bijvoorbeeld door deze onder te brengen bij een vrijstellingsverordening, dan legt het college in een document vast waarom er sprake is van staatssteun en op welke gronden het verlenen van staatssteun is toegestaan. Dit document wordt 10 jaar, vanaf de datum van het besluit van vaststelling van de betreffende steun, voor inzage bewaard conform kader van de Wet terugvordering van de steun.
Hoofdstuk 2 Subsidieverlening Artikel 7 Aanvraagtijdvakken 1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt door de aanvrager schriftelijk via de website van de Regio Deal Waterland ingediend met gebruikmaking van een door het college beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier. 2. Een aanvraag tot subsidieverlening, zoals bedoeld in het eerste lid, kan voor het jaar 2026 bij het college worden ingediend gedurende het tijdvak 15 augustus 2026 tot en met 30 september 2026. 3. Een aanvraag tot subsidieverlening, zoals bedoeld in het eerste lid, kan voor het jaar 2027, 2028 en 2029 bij het college worden ingediend in de volgende tijdvakken: a. 1 januari tot en met 15 februari; en b. 15 augustus tot en met 30 september. 4. Een vooraanmelding voor advies bij het Programmateam wordt minimaal 2 weken voor het einde van een aanvraagtijdvak ingediend. Artikel 8 De aanvraag 1. Een aanvraag om subsidieverlening bevat ten minste: a. een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier; b. een projectplan met daarin minimaal de volgende elementen: i.
projectbeschrijving: doel van het project, beoogde resultaten, voorgestelde interventies, doelgroepen, concrete beschrijving van de processtappen, inclusief de beoogde uitvoering en fases en wordt ingegaan op de beoordelingscriteria als bedoeld in Bijlage 1 beoordelingscriteria, de uitvoeringsperiode van het project en de eventuele samenwerkingspartners. ii. monitoring en risicoafbakening: op welke wijze het project wordt gemonitord en welke maatregelen ter risicobeheersing worden getroffen; c. een sluitende begroting en dekking van het project, uitgesplitst naar programmalijn, met daarin in ieder geval verwerkt: i. alle direct aan het project toerekenbare kosten en opbrengsten, inclusief de inzet van cofinanciering en de bekostiging door andere overheidsinstanties; ii. per kostenpost de dekking in natura zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, sub e. Indien het een samenwerkingsverband betreft per kostenpost de dekking in natura per samenwerkingspartij; d. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al in de voorafgaande drie jaren zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteit of het project per programmalijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; e. indien deze middelen, zoals bedoeld onder sub d, aan de aanvrager zijn verstrekt een kopie van de desbetreffende beschikkingen;
f.
2.
3. 4. 5. 6. 7.
een kopie van de co-financieringsverklaring of ander bewijs hoe aan de mededekking wordt voldaan; g. het advies van het Programmateam op de vooraanmelding. Indien het project in samenwerkingsverband wordt aangevraagd en uitgevoerd, wordt aanvullend op het eerste lid de volgende gegevens gevraagd: a. een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van deze verordening; b. een volmacht van elk bevoegd bestuur van de samenwerkingspartijen aan de aangewezen penvoerder om: (i) de samenwerkingspartij ter zake van de subsidieaanvraag, -wijziging, en vaststelling buiten rechte te vertegenwoordigen; (ii) de handelingen te verrichten die nodig zijn voor alle aan de subsidie verbonden (verantwoordings-)verplichtingen jegens het college. c. een door alle samenwerkingspartijen ondertekende akkoordverklaring met betrekking tot de ingediende aanvraag en gegevens; d. een ingevulde en rechtsgeldige de-minimisverklaring van alle samenwerkingspartijen ten behoeve van het voorgestelde project per programmalijn, evenals verleningsbrieven van deze partijen, wanneer zij in drie voorgaande jaren de-minimissteun op grond van een van de deminimisverordeningen hebben ontvangen; e.
een kopie van de uittreksel Kamer van Koophandel, niet ouder dan 3 maanden van de aanvrager en de partners van het samenwerkingsverband, alsmede een kopie van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorafgaande jaar van elke samenwerkingspartij. De aanvrager die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, overlegt een kopie van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Dit geldt ook voor de deelnemers uit een samenwerkingsverband. Een subsidieaanvraag kan bestaan uit projecten die zich richten op de realisatie van meerdere programmalijnen zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. Aanvragen die buiten een tijdvak zijn ingediend, worden afgewezen. Aanvragen waarbij geen vooraanmelding heeft plaatsgevonden worden afgewezen.
Hoofdstuk 3 Beoordeling subsidieaanvraag Artikel 9 Subsidieplafond en verdeling 1. Het college stelt bij het verdelen van subsidie voor de volgende tijdvakken per programmalijn subsidie(deel)plafonds vast: a. 15 augustus 2026 tot en met 30 september 2026; b. 1 januari 2027 tot en met 15 februari 2027; c. 15 augustus 2027 tot en met 30 september 2027; d. 1 januari 2028 tot en met 15 februari 2028; e. 15 augustus 2028 tot en met 30 september 2028; f. 1 januari 2029 tot en met 15 februari 2029; g. 15 augustus 2029 tot en met 30 september 2029.
2. Het college stelt per separaat besluit per programmalijn een subsidie(deel)plafond vast en maakt het subsidie(deel)plafond op de voorgeschreven wijze bekend. 3. Als aan het einde van het tijdvak blijkt dat het subsidieplafond niet is overschreden, dan kan het college besluiten het resterende bedrag aan één of meerder andere subsidie(deel)plafonds in het volgende tijdvak toe te voegen. Het college maakt dit subsidie(deel)plafond bekend op de voorgeschreven wijze. 4. Subsidieaanvragen die volledig en tijdig zijn ingediend en voldoen aan de vereisten van deze verordening, worden gerangschikt waarbij geldt dat de aanvraag met de hoogste punten bovenaan staat. 5. Het college laat zich bij de rangschikking adviseren door een adviescommissie. De adviescommissie hanteert daarbij de criteria uit Bijlage 1 Beoordelingscriteria. 6. Na advies van de adviescommissie worden de ingediende subsidieaanvragen door het college op volgorde van het aantal behaalde punten toegekend, tot het subsidieplafond is bereikt. 7.
Als toepassing van de rangschikking ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en het vastgestelde plafond te boven gaan, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald op het criterium ‘Het project past tenminste bij een van de actielijnen uit de programmalijn Beter Wonen, Werken of Leren’, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking. 8. Als toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium ‘Multi helix samenwerking (convenant 2.1 en 2.2), waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking. 9. Als toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder criterium Regionale impact op de brede welvaart (convenant 1)’, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking. 10. Als toepassing van het negende lid ertoe leidt dat aanvragen op gelijke puntenaantal eindigen, wordt rangorde van die aanvragen bepaald door loting door een onafhankelijk notaris. 11. Een subsidieaanvraag dient minimaal 35 punten te scoren bij de beoordeling als bedoeld in het vierde lid en vijfde lid.
Wordt het minimale puntenaantal niet gehaald dan weigert het college de subsidieaanvraag. 12. Het college kan een subsidieaanvraag weigeren, ondanks de rangschikking van de subsidieaanvraag op basis van dit artikel, indien er naar zijn oordeel op een actielijn binnen een Programmalijn al voldoende projecten worden uitgevoerd voor het behalen van de doelen zoals gesteld in het convenant. Artikel 10 Weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb weigert het college een subsidieaanvraag indien: a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan het gestelde in deze verordening. b. een weigeringsgrond uit deze subsidieverordening van toepassing is. c. de resultaten van het project onvoldoende ten goede komt aan de inwoners, ondernemers of het grondgebied van de regio Waterland; d. de technische- economische haalbaarheid van het project onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt; e. het niet aannemelijk is dat het project uiterlijk op 31 december 2030 kan worden afgerond; f. als uit een integriteitsonderzoek blijkt dat er ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of om strafbare feiten te plegen, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
Artikel 11 Bevoorschotting 1. Het college kan bij beschikking tot subsidieverlening maximaal een voorschot van 90% van het verleende subsidiebedrag verstrekken. 2. Het college bepaalt bij beschikking tot subsidieverlening de wijze van bevoorschotting van het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid. Het college houdt hierbij rekening met de specifieke omstandigheden in het concrete geval. 3. Het college maakt het voorschot in termijnen over overeenkomstig de subsidieverleningsbeschikking op het in het aanvraagformulier vermelde bankrekeningnummer. Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:37 en 4:38 van de Awb legt het college minimaal de volgende verplichtingen aan de aanvrager op: a. de aanvrager start uiterlijk 6 maanden na subsidieverlening met de uitvoering van het project; b. de aanvrager rapporteert over de financiële en inhoudelijke status van het project of de activiteit conform het bepaalde in hoofdstuk 5, artikel 22. c. de aanvrager zorgt voor een afzonderlijke project- of activiteitenadministratie, i. waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, betrouwbaar en volledig zijn vastgelegd en geverifieerd met bewijsstukken, en ii.
die dusdanig is vastgelegd dat zij voldoende waarborg biedt voor correcte en adequate rapportage en controle mogelijk maakt op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de subsidie. d. de aanvrager doet het college onverwijld, dat wil zeggen uiterlijk binnen veertien dagen, schriftelijk melding, zodra aannemelijk is dat: i. het project waarvoor subsidie is verleend niet of niet tijdig of niet geheel worden verricht; ii. afwijkingen in de uitvoering van het project ten opzichte van het ingediende projectplan beoogd worden; iii. verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de begrote en de werkelijke uitgaven en inkomsten van het project per programmalijn, en dat hierdoor de uitvoering van het project per programmalijn in gevaar komt, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen; iv. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden plaatsvinden; v. niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen wordt voldaan; vi. de aanvrager in staat van faillissement of surséance van betaling dreigt te raken of zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. 2. De melding als bedoeld in het eerste lid onder c wordt voorzien van een toelichting.
Bij de melding worden de relevante documenten overgelegd. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. 3. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid en de artikelen 4:37 en 4:38 van de Awb, aanvullende verplichtingen bij subsidiebeschikking opleggen. 4. De indieningstermijn voor de jaarlijks over te leggen gegevens zoals bedoeld in
artikel 23, is uiterlijk 15 januari. Artikel 13. Intellectueel eigendom 1. Alle resultaten van het project die tot stand zijn gekomen met subsidie als bedoeld in de onderhavige verordening, dienen uiterlijk twee maanden na afloop van de activiteiten beschikbaar te worden gesteld aan het college voor verder onderzoek en/of exploitatie. 2. De aanvrager werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien het naar het oordeel van het college noodzakelijk is om rechten met betrekking tot intellectuele eigendom ter zake van het project aan het college over te dragen. 3. Met het oog op de verspreiding of toepassing van de resultaten van het project dient de aanvrager voorafgaand aan de uitvoering van het project zorg voor te dragen, dat, in geval het project (mede) wordt uitgevoerd door personen die geen dienstverband hebben met de aanvrager deze personen schriftelijk afzien van eventuele (intellectuele) eigendomsrechten op de resultaten die met de activiteit of het project zijn bereikt. 4. Cofinanciering of bijdragen door derden anderszins aan het project of activiteit geven geen recht op het exclusief gebruik en/of toepassing van de resultaten hiervan. 5.
Met de indiening van de aanvraag geeft de auteursrechthebbende het college toestemming om ter bevordering van de kennisoverdracht en evaluatie van resultaten van het project verplichtingen ten aanzien van de auteursrechten die in het kader van het project of de activiteit worden gecreëerd vast te stellen. Artikel 14 Termijn voor het beslissen op de aanvraag Het college beslist binnen acht weken na het verstrijken van het tijdvak waarin de aanvraag tot subsidieverlening kon worden ingediend op een volledige, rechtsgeldig ondertekende en tijdig ingediende aanvraag. Het college kan deze termijn eenmaal met acht weken verlengen.
Hoofdstuk 4 Financiële bepalingen Artikel 15 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten, dat wil zeggen marktconforme kosten, in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project als bedoeld in artikel 4, waaronder: a. afschrijvingen van eigen vastgoed die direct toerekenbaar zijn aan de gesubsidieerde activiteit of het gesubsidieerde project gedurende de subsidieverleningsperiode; b. materiaalkosten, waar geen afschrijvingskosten op van toepassing zijn indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; c. kosten waarvoor op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 geen recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel geen recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds; d. kosten voor de inzet van eigen medewerkers voor een maximum van € 93,- per uur, inclusief overhead. e. de reële economische waarde van een bijdrage in natura van de subsidieaanvrager of de samenwerkingspartijen, zijnde de gebruikelijke waarde van de bijdrage in het economisch verkeer, verminderd met de waarde van een eventuele financiële vergoeding daarvoor. Voor de inzet van studentenuren is een uurtarief van maximaal € 25 toegestaan. Artikel 16 Niet subsidiabele kosten 1. Met betrekking tot de projecten als bedoeld in artikel 4, komen niet voor subsidie in aanmerking:
a. de kosten die gemaakt zijn, of verplichten die zijn aangegaan door de subsidieaanvrager voordat de subsidieaanvraag is ingediend, met uitzondering van beperkte voorbereidingskosten. b. onredelijk en/of niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het project of activiteiten of een onderdeel daarvan; c. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten of projecten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de aanvrager of samenwerkingspartij; d. kosten voor de reguliere bedrijfsvoering en overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder onder andere begrepen huisvestingskosten, kosten voor een werkplek, reiskosten, afschrijvingskosten en de kosten voor administratie en beheer, waaronder accountantskosten, met uitzondering van de kosten van de controleverklaring zoals bedoeld in artikel 18, derde lid, sub c; e. kosten gemaakt buiten de verleningsperiode; f. kosten voor verplichtingen die zijn aangegaan voor het begin van het tijdvak waarbinnen subsidie kan worden aangevraagd; g. kosten voor de aankoop of inbreng van vastgoed; h. kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege; i.
kosten voor externe inhuur die de toegestane drempelwaarde zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, sub d overschrijden; j. kosten die de reële economische waarde overschrijden; k. kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken; l. opleidingskosten voor inzet van personeel in gesubsidieerde activiteit of het project niet zijnde specifieke bijscholingen die bijdragen aan de actielijnen, zoals benoemd in artikel 4, tweede lid m. Verrekenbare en compensabele BTW; n. kosten voor vervangingsinvesteringen.
Hoofdstuk 5 Verantwoording subsidie Artikel 17 Rapportageverplichting en tussentijdse verantwoording 1. Indien het project waarvoor subsidie is verleend een periode van meer dan twaalf maanden omvat, dient de aanvrager jaarlijks voor of op 15 januari bij het college een tussentijds voortgangsverslag in, waarin in ieder geval wordt beschreven: a. de tussentijdse financiële project- of activiteitenverantwoording die de kosten van project en de dekking ervan van het voorgaande jaar inzichtelijk maakt; b. de tussentijdse inhoudelijke project- of activiteitenverantwoording met informatie over de verrichte werkzaamheden en de bijbehorende resultaten en daarvoor ingezette middelen, overeenkomstig de in de beschikking tot subsidieverlening door het college bepaalde verantwoordingsindicatoren en te behalen resultaten. 2. Het college kan bij beschikking tot subsidieverlening bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd die voor de tussentijdse rapportage dan wel voortgangsrapportage van belang zijn. Artikel 18 Subsidievaststelling 1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt schriftelijk via de website van de Regio Deal Waterland of gemeente Purmerend ingediend met gebruikmaking van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend uiterlijk drie maanden na afronding van het project. 3. Een aanvraag om subsidievaststelling bevat ten minste: a. een projectverslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en de beoogde doelen en effecten per programmalijn zijn gerealiseerd; b. een financieel verslag waaruit blijkt wat de werkelijke uitgaven en inkomsten per programmalijn waren en welke bijdragen van (mede)overheden, de samenwerkingspartners en derden zijn; c. een schriftelijke verklaring van een onafhankelijke accountant inhoudende: i. een oordeel omtrent de naleving van de verplichtingen en voorwaarden in de individuele beschikking tot subsidieverlening (en wijzigingen daarop) door de subsidieontvanger en voor zover die een financieel effect op de financiële verantwoording hebben; en ii. een oordeel omtrent het financiële verslag, waarin eveneens de werkelijk gemaakte kosten en ontvangen bijdragen worden bewezen. 4. Het college besluit op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de volledige en rechtsgeldig ondertekende aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd. 5.
Indien de aanvrager een verplichting die door het college bij de subsidieverlening is opgelegd niet nakomt, wordt de subsidie bij de vaststelling verlaagd met 1% van het totale verleende subsidiebedrag. 6. De verlaging als bedoeld in het voorafgaande lid wordt toegepast per geconstateerde nietnagekomen verplichting, tenzij het college anders beslist op grond van de aard of ernst van de tekortkoming. 7. Indien het college de subsidie lager vaststelt dan eerder was verleend, vermeldt het college de reden daarvan in de beschikking tot subsidievaststelling. Artikel 19 Uitbetaling subsidie 1. De uitbetaling van de vastgestelde subsidie vindt plaats onder verrekening van de uitbetaalde voorschotten. 2. De uitbetaling van de vastgestelde subsidie vindt uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit door het college, plaats.
Hoofdstuk 5 Hardheidsclausule, inwerkingtreding, vervaldatum, citeertitel Artikel 20 Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, van deze verordening afwijken, indien onverkorte toepassing ervan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking. Artikel 21 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt. Artikel 22 Vervaldatum 1. Deze verordening vervalt met ingang van 1 januari 2031. 2. Deze verordening blijft van toepassing op aanvragen ingediend voor 1 januari 2031 die betrekking hebben op deze verordening alsmede op besluiten (tot wijziging) op die
aanvragen, de uitvoering, verantwoording en vaststelling van aanvragen die gebaseerd zijn op deze verordening en bezwaarprocedures en beroepsprocedures over besluiten gebaseerd op deze verordening. Artikel 23 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030 Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Purmerend, gehouden op @@@ 2025. De raad voornoemd, @@@ Griffier Bijlagen: Bijlage 1: Beoordelingscriteria Bijlage 2: Convenant Regio Deal Waterland
@@@ voorzitter
Bijlage 1 Beoordelingscriteria Behorende bij artikel 11 lid 6 van deze subsidieverordening
Criterium Nauwelijks (0)
Redelijk(5)
Goed(10) Er is een samenwerking tussen drie of meer partijen waarbij wordt samengewerkt tussen een onderwijsinstelling, overheid en ondernemer of maatschappelijke instelling Uit de subsidieaanvraag blijkt dat er door de hele doelgroep actief en structureel is meegedacht bij het ontwikkelen van de voorgesteld activiteiten.
1. Multi helix samenwerking (convenant 2.1 en 2.2)
Er is samenwerking tussen maximaal twee partijen, of er is samenwerking tussen meer dan twee partijen maar het betreft allemaal ondernemers, overheden of onderwijsinstellingen.
Er is samenwerking tussen drie of meer partijen waarbij er wordt samengewerkt tussen een onderwijsinstelling, overheid, of ondernemer of maatschappelijke instelling
2. Er is meegedacht door de doelgroep (participatie) (convenant 2.3)
Uit de subsidieaanvraag blijkt dat er niet of nauwelijks door de doelgroep is meegedacht bij het ontwikkelen van de voorgesteld activiteiten
3. Regionale impact op de brede welvaart (convenant 1)
De impact van het project op de gestelde doelen in het convenant is beperkt, of richt zich op een kleine doelgroep of gebied in de regio Waterland, of de kosten van het project zijn hoog in vergelijking met de verwachte impact van het project. Er is geen of zeer summiere vooronderzoek gedaan en beschreven
Uit de subsidieaanvraag blijkt dat er door de hele doelgroep passief en incidenteel is meegedacht bij het ontwikkelen van de voorgesteld activiteiten, of actief en structureel door een deel van de doelgroep. De impact van het project op de gestelde doelen in het convenant is redelijk groot, of richt zich op een redelijk grote doelgroep, of de kosten van het project staan in verhouding tot de verwachte impact van het project.
4. Er is gekeken naar soortgelijke initiatieven en marktonderzoek gedaan 5. Er wordt aanzienlijke impact verwacht van het
Het project verwacht aanzienlijke impact te
Er is algemeen en gedocumenteerd vooronderzoek gedaan en beschreven Het project verwacht aanzienlijke impact te
De impact van het project op de gestelde doelen in het convenant is groot, of richt zich op een grote doelgroep, of de kosten van het project zijn laag in verhouding tot de verwachte impact van het project Er is een uitgebreid en goed gedocumenteerd vooronderzoek gedaan en beschreven Het project verwacht aanzienlijke impact te
project binnen meerdere programmalijnen
maken op 1 programmalijn
maken op 2 programmalijnen
maken op 3 programmalijnen
6. Het projectplan bevat een voorstel voor het continueren van de activiteiten na afloop van de subsidie
Er zijn weinig afspraken voor samenwerking na afloop van de subsidie en er is weinig kans dat de activiteiten zullen worden gecontinueerd.
Er zijn beperkt afspraken voor samenwerking na afloop van de subsidie en er is een redelijke kans dat de activiteiten zullen worden gecontinueerd.
Er zijn vastgelegde afspraken voor samenwerking na afloop van de subsidie en er is een goede kans dat de activiteiten zullen worden gecontinueerd.
7. De mate waarin het projectplan voldoende handvatten biedt om projectrisico's te beheersen (governance, risicobeschrijvingen, projectorganisatie)
Er is weinig tot geen beheersing van de projectrisico’s. De beschreven processtappen, planning, mijlpalen, projectorganisatie, begroting en de risico’s en beheersmaatregelen zijn onvoldoende uitgewerkt.
Er is redelijke beheersing mogelijk van de projectrisico’s. De processtappen, planning, mijlpalen, projectorganisatie, begroting en de risico’s en beheersmaatregelen zijn redelijk goed uitgewerkt.
Er is veel beheersing mogelijk van de projectrisico’s. De processtappen, planning, mijlpalen, projectorganisatie, begroting en de risico’s en beheersmaatregelen zijn zeer goed uitgewerkt.
Totaalscore Conclusie: Minimaal 35 punten nodig voor toekenning subsidie Verdient het draagvlak? En waarom?
Bijlage 2 Convenant Regio Deal Waterland
RD09 Waterland DEF.pdf