CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Bungalows Krommert 18 Oosthuizen incl. bijlagen.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ia 16 juni 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Bespreken/Informatief: bestemmingsplan en welstandscriteria Herontwikkeling Watering (Cultureel Centrum Oosthuizen).20.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8

3 Werkwijze De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht door middel van een bronnenstudie en een veldbezoek.

Bureaustudie Voor de bureaustudie is gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en (waar mogelijk) regionale bronnen met betrekking tot de verspreiding van beschermde planten en diersoorten.

Veldonderzoek Het veldbezoek is op 11 april 2020 door J. Groot uitgevoerd. De weersomstandigheden tijdens het bezoek waren goed: droog, zonnig en 13 graden boven nul. Het veldbezoek was verkennend van aard, waarbij op basis van de summiere resultaten van de bureaustudie en de aanwezige terreintypen het voorkomen van beschermde planten en diersoorten is vastgesteld, of op basis van jarenlange velddeskundigheid is ingeschat.

9

4 Beschermde soorten en effectbeoordeling Voorgenomen werkzaamheden • Het slopen van enkele gebouwen • Vervanging door nieuwbouw.

4.1 Flora Op de locatie zijn geen beschermde plantensoorten of muurplanten waargenomen. Voor beschermde plantensoorten en muurplanten zijn geen geschikte groeiplaatsen aangetroffen.

4.2 Vogels De platte daken van de te slopen gebouwen zijn ongeschikt voor de gebouwbewonende Huismus en Gierzwaluw. In de bomen op het perceel zijn geen nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Deze zijn hiervoor ook niet geschikt. De ligging midden in de woonwijk maken de locatie ongeschikt. In de struiklaag kunnen algemene broedvogels als Merel, Koolmees en Roodborst in het broedseizoen hun nest hebben.

ongeschikt dak voor Huismus en Gierzwaluw

10

IJle bomen en struiklaag

4.3 Amfibieën, reptielen en vissen Wateren ontbreken in het plangebied. Effecten op amfibieën, reptielen en vissen zijn uitgesloten.

11

4.4 Zoogdieren De te slopen gebouwen zijn geschikt voor vleermuizen door de aanwezigheid van enkele mogelijke invliegopeningen.

Mogelijk geschikte in- en uitvliegmogelijkheid 12

Voor andere zoogdieren als Egel en beschermde muizensoorten zijn op het terrein potenties aanwezig. Er is dekking rond de gebouwen gedeeltelijk aanwezig. Genoemde soorten zijn echter krachtens artikel 4.9 lid 2 van de Omgevingsverordening Noord-Holland vrijgesteld. Potenties voor Wezel, Hermelijn en Bunzing ontbreken door de ligging midden in de woonwijk. Effecten op deze soorten zijn dan ook niet aan de orde.

4.5 Ongewervelden Voor ongewervelden als beschermde vlinders en libellen ontbreekt geschikt leefgebied.

13

5 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op respectievelijk 1.200 meter en 2.300 meter van de Natura 2000-gebieden Polder Zeevang en Markermeer &IJmeer en op ongeveer 350 meter van delen van het NatuurNetwerk Nederland. De locatie ligt in de directe omgeving van weidevogelleefgebied. Verder weg liggen de Natura 2000-gebieden Eilandspolder en het Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder. De afstand tot deze gebieden bedraagt zo’n 8 en 9 kilometer. Gezien de beperkte aard van de werkzaamheden, de bestaande bebouwing van Oosthuizen rond de locatie en de ligging ten opzichte van het betrokken Natura 2000-gebied en NNN-gebied zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht op voorhand uit te sluiten. Weidevogelleefgebied kent geen externe werking. Effecten van de bouw op het weidevogelleefgebied kunnen worden uitgesloten. Stikstofdepositie De Natura 2000-gebieden Polder Zeevang en Markermeer & IJmeer zijn geen Natura 2000-gebied met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen. De gebieden Eilandspolder en het Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder zijn dat wel. Een stikstofberekening is nodig.

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van Natura 2000-gebied

14

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van de NNN-gebieden

Ligging van de locatie (rode stip) ten opzichte van de weidevogelleefgebieden

15

6 Conclusies Beschermde soorten Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de panden potenties herbergt voor vleermuizen. Voor andere beschermde soorten zijn geen potenties aanwezig. Door middel van gericht veldonderzoek kan worden vastgesteld of de genoemde soorten al dan niet aanwezig zijn.

Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000 en NNN is niet aan de orde. Een voortoets is daarom niet nodig. Weidevogelleefgebied kent geen externe werking. In het kader van de stikstofproblematiek is wel nadere toetsing met betrekking tot stikstofdepositie noodzakelijk.

Aanbevelingen • •

Onderzoek naar vleermuizen uitvoeren (5 bezoeken in periode half mei- 1 oktober conform het vleermuisprotocol 2017). Uitvoeren van een stikstofberekening.

16

Literatuurlijst BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. JANSSEN, J.A.M., J.H.J SCHAMINÉE, 2004. Europese Natuur in Nederland, Soorten van de habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. KRANENBARG, J. R.P.J.H. STRUIJK, M. SCHIPHOUWER, J. BERGSMA, K. DIDDEREN & J.E HERDER, 2015. De vissen van Zuid-Holland. Stichting RAVON, Nijmegen en Bureau Waardenburg, Culemborg. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. NEDERLANDSE VERENIGING VOOR LIBELLENSTUDIE 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata). – Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. NIE, H.W. DE, 1997.

Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. 2e herziene druk. Media Publishing Int. bv, Doetinchem. STUMPEL, TON, STRIJBOSCH, HENK. 2006. Veldgids Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Utrecht.

17

Bijlage 4

De Krommert 18 in Oosthuizen Inventarisatie beschermde soorten 2020

Opdrachtgever: Bart de Jong Projectontwikkeling

Groot Eco Advies 2020-076

Concept

21-09-2020

Definitief

12-10-2020

2

Inhoudsopgave 1 2 2.1 3 3.1 4 5

Inleiding Methode en veldbezoeken Vleermuizen Resultaten Vleermuizen Conclusies Literatuur

4 5 5 6 6 10 11

3

1 Inleiding Aan de Krommert 18 in Oosthuizen worden een voormalige kinderopvang en een voormalig schoolgebouw gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. In het kader van de sloop van de gebouwen is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Groot Eco Advies, 2020). In deze quickscan is geconstateerd dat mogelijk de beschermde vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Daarom is geadviseerd een inventariserend onderzoek uit te voeren naar: •

Vleermuizen volgens het vleermuisprotocol 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017)

Op basis van de quickscan heeft Bart de Jong Projectontwikkeling aan Groot Eco Advies opdracht verleend tot uitvoering van de inventarisatie.

Luchtfoto met daarop de ligging van het plangebied

4

2 Methode en veldbezoeken Voor de inventarisatie is gewerkt volgens de soortinventarisatie-protocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017) van het Netwerk Groene Bureaus (Netwerk Groene Bureaus, 2017).

2.1 Vleermuizen Het doel van het onderzoek is om de aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het protocol voor vleermuisinventarisaties, zoals dat is opgesteld door het Vleermuisvakberaad (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017). Voorafgaand aan het veldwerk en op basis van de quickscan is nagegaan welke vleermuissoorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn binnen het onderzoeksgebied. Bekende verspreidingsgegevens en de aanwezigheid van voorkeurshabitat binnen het plangebied en de directe omgeving zijn hierbij betrokken. Veldbezoeken Door te zoeken naar verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden zijn de gebiedsfuncties voor de aanwezige vleermuissoorten in kaart gebracht. Het feitelijke terreingebruik door vleermuizen is ’s nachts onderzocht door middel van surveilleren en posten met gebruik van batdetector om eventuele verblijfplaatsen vast te stellen. Tijdens alle veldbezoeken is daarnaast gekeken naar het terreingebruik van vleermuizen in en rond het plangebied. Men moet dan denken aan het in kaart brengen van eventuele vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel zijn de bezoekdata, -tijden en weersomstandigheden weergegeven. Ronde 1 2 3 4 5

Datum 20-05-2020 02-06-2020 20-06-2020 17-08-2020 14-09-2020

Bezoektijden 03.40-05.40 21.50-23.50 03.20-05.20 00.10-02.10 23.10-01.10

Bewolking half bewolkt Half bewolkt half

Wind 2 3 2 2 2

Temp 14 17 16 22 24

Tabel met bezoekgegevens

5

3 Resultaten 3.1 Vleermuizen 20 mei 2020 Tijdens dit ochtendbezoek werd bij het voormalige kinderdagverblijf gepost. Er was sprake van bepekte activiteit van twee gedurende 10 minuten foeragerende Gewone dwergvleermuizen. Daarnaast werd enkele malen werd een overvliegende Gewone dwergvleermuis gehoord. Binding met het gebouw was niet aanwezig. Invliegen werd niet vastgesteld Ook werden geen andere soorten vastgesteld. 02 juni 2020 Tijdens dit avondbezoek, gericht op de Laatvlieger, werd tussen beide gebouwen gepost. Van Laatvlieger werd geen waarneming gedaan. Uitvliegen van vleermuizen werd niet vastgesteld. Na ongeveer drie kwartier was de eerste foeragerende Gewone dwergvleermuis aanwezig. Buiten het plangebied werd regelmatig gefoerageerd boven de openbare weg en de aangrenzende groenstrook en oever. 20 juni 2020 Tijdens dit ochtendbezoek werd gepost ter hoogte van de gymzaal van de voormalige basisschool. Enkele Gewone dwergvleermuizen waren actief aan het foerageren boven de openbare weg en het aangrenzend groen. Binding met de gebouwen was niet aanwezig. Invliegen werd niet vastgesteld. Andere soorten werden niet waargenomen. 17 augustus 2020 Tijdens dit avondbezoek waren enkele Gewone dwergvleermuizen gedurende langere tijd aan het foerageren boven de openbare weg. Paargedrag werd niet waargenomen. Eenmaal werd een overvliegende Ruige dwergvleermuis waargenomen.

14 september 2020 Tijdens een warme nazomeravond werd druk door enkele Gewone dwergvleermuizen gefoerageerd boven de openbare weg. Ditmaal werden geen andere soorten waargenomen. Deze avond werden kort enkele geluiden gehoord, die duiden op paargedrag. Binding met de gebouwen werd niet waargenomen.

6

4 Conclusies • • •

Er werden geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Er werd slechts sporadisch door Gewone dwergvleermuizen op de locatie gefoerageerd. Slechts eenmaal werd een Ruige dwergvleermuis overvliegend waargenomen. Buiten het plangebied is een regelmatig gebruikt foerageergebied aanwezig.

Ligging van het foerageergebied (groen) en de locatie (rood)

•

Ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Effecten op beschermde soorten zijn niet aanwezig.

7

Literatuur GROOT ECO ADVIES, 2020. Sloop en nieuwbouw aan De Krommert 18 in Oosthuizen.

Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, 2020. Broek op Langedijk. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl

8

Bijlage 5

MEMO Van: Project: Datum: Betreft:

Bart C.M. de Jong MBA BSC Watering Oosthuizen 1 maart 2021 Stikstofberekening aanleg- en gebruiksfase

Het perceel van het het voormalige cultureel centrum wordt ontwikkeld, de bestaande opstallen worden gesloopt en er worden op deze locatie nultreden woningen ontwikkeld. Voor nu is een stikstofberekening gemaakt voor deze ontwikkeling, waarbij (worst-case) geen rekening is gehouden met bestaand gebruik van het het thans gasgestookte gebouw en haar verkeersaantrekkende beweging. Het bestaande pand zal worden gesloopt en de woningen worden voorzien van warmtepompen waardoor de gebouwen zelf in de gebruiksfase geen stikstof uitstoot hebben. De woningen zullen een verkeersaantrekkende werking hebben in de gebruiksfase. Ook de aanlegfase leidt tot het nodige gebruik van mobiele werktuigen en verkeersbewegingen. De gebouwen zijn niet meer in gebruik. In de berekening is ook (worst-case) geen rekening gehouden met historisch gebruik . De werkzaamheden en wijziging in verkeersstromen zouden kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De ligging ten opzichte van Natura 2000- gebieden is weergegeven in de rapportages.

Het nabij gelegen Natura 2000 gebied de polder Zeevang is niet stikstof gevoeli Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Gebruiksfase Uitgaande van de verkeersgeneratie cijfers van CROW is in deze berekening is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 22 woningen maakt 168 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de gebruiksfase is het jaar 2022 aangehouden. Uit de berekening met Aerius blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Aanlegfase Voor de aanlegfase zijn gegevens vanuit de verschillende aannemers en onderaannemers verleend, het uitvoeringsjaar is 2021. De totale sloop- en bouwtijd bedraagt circa 250 werkbare dagen. Berekend is de bron van de machines op het terrein, uitgegaan is van relatief oudere machines, terwijl de trend is dat er steeds nieuwe en minder vervuilende machines worden ingezet, de verschillende machines zijn in het overzicht beschreven Als bron voor de verkeersbewegingen naar de openbare weg zijn de aan- en afvoer van de goederen doorgerekend.

Verdeeld naar dagen zijn de verkeersbewegingen relatief beperkt, de lijnbron is ingetekend tot een stukje N247 Uit de berekening met Aerius blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr.

g

.

e

Gecombineerde Gebruiks- en aanlegfas Er van uitgaande dat aanleg en gebruik in hetzelfde jaar worden uitgevoerd is een gecombineerde berekening gemaakt. Voor de gecombineerde gebruiks- en aanlegfase is het jaar 2021 aangehouden Uit de berekening met Aerius blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr.

.

Voor zowel de aanleg- als gebruiksfase staat de Wet natuurbescherming van het project niet in de weg. De uitkomsten van de AERIUS berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=bb5f5bb5-0dc3-4f8a-b270-1d83967f2e59