CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5a Quickscan flora en fauna.pdf

Raadsvergadering 28 april 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel inzake afgeven verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een groepsaccommodatie op het adres Zeddeweg 2 te Volendam.9.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

G&G-advies QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Zeddeweg 2 te Volendam Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

Ir S.C. Wytema

2020

Opdrachtgever W3 Architecten en ingenieurs

G&G-advies QS2020-206

Datum Versie

27 november 2020 V1

Gecontroleerd door: T.S. van der Meer

De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Zeddeweg 2 te Volendam

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden...................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Methode

8

2.1

Soorten .................................................................................................................... 8

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 9

Beschermde soorten Wnb

10

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 12 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 12 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 12 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 12 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 14 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 15 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 17 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 19

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 20

Effectbeoordeling en maatregelen

21

4.1

Amfibieën............................................................................................................... 21

4.2

Vogels..................................................................................................................... 21

4.3

Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 22

4.4

Vleermuizen ........................................................................................................... 23

4.5

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 24

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

25

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 25

5.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 25

5.3

Weidevogelgebieden ............................................................................................. 25

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 26

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

4

6

5.5

Overige relevante wetgeving .................................................................................26

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................27

Conclusies

28

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................28

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................29

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................29

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................30

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

31

8

Bijlagen

33

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een perceel aan de Zeddeweg 2 te Volendam her in te richten. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en er wordt een nieuw gebouw geplaatst dat als groepsverblijf zal dienen. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van W3 Architecten en ingenieurs heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek.

Ligging van het plangebied (rood omrand)

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

6

Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het is gelegen direct ten zuiden van de N517 (Zeddeweg), met ten zuiden, noorden en oosten open weilanden. Aan de westkant ligt het Hotel Van der Valk Volendam. Ten zuiden van het plangebied ligt ook een klein bedrijventerrein en op enige afstand aan de (noord)oostkant de bebouwde kom van Volendam.

1.4

Werkzaamheden De bestaande opstallen worden gesloopt en er wordt een nieuw gebouw geplaatst dat als groepsverblijf zal dienen. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van gebouwen met benodigd hak- breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen en de bouw van een nieuw groepsverblijf. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

1.5

7

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen, die aanwezig zijn in het plangebied, beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

8

2

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde soorten of soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld overvliegend of verblijvend, de onderzoeksinspanning en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is). Er is niet gezocht naar niet-jaarrond beschermde vogels, vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 12 november 2020 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en eventueel aanwezige oppervlakkige spleten en holtes geïnspecteerd zover mogelijk.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

9

Naast de aandacht voor beschermde waarden zal ook worden gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: Noord-Holland: https://noord-holland-extern.terceraro.nl/MapViewer/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

10

3

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Bosschages Diverse bosschages rondom de bebouwing bestaan uit wilgen, Paardenkastanje en diverse algemene soorten zoals Riet en Grote brandnetel. Ten westen van de bebouwing is een tuin aanwezig met onder andere buxus. De zuidkant van de grote stal is overwoekerd met Klimop. De vier (grotere) wilgen aan de oostkant van het terrein zijn geknot. In de stammen van twee wilgen zitten enkele gaten. In de begroeiing in het plangebied zijn geen (grote) nesten aangetroffen. Graslanden, akkers De oostkant van het plangebied bestaat uit een grasland op venige klei met hoofdzakelijk Engels raaigras en enkele eutrofe soorten als Paardenbloem, Veldzuring, Riet en Grote brandnetel.

Impressie van het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

11

Wateren en oevers Langs de noord- en zuidrand van het plangebied liggen twee geïsoleerde, ondiepe sloten die recent geschoond zijn. De oevers zijn grotendeels beschoeid en hebben elders steile randen. Bebouwing De bebouwing op het terrein bestaat uit een woonhuis en een stal die onderling verbonden zijn, en een open kapschuur aan de noordrand van het plangebied. Het woonhuis heeft een zadeldak bedekt met dakpannen, de stal, verbinding en kapschuur zijn bedekt met golfplaat. Zowel in de dakbedekking van de schuur als het woonhuis waren spleten en gaten te zien.

Schuur, verbinding en op de achtergrond het woonhuis.

Open kapschuur aan de noordkant van het terrein.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

12

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2010-2020). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Tevens is de bodem teveel gestoord en gewoeld.

3.2.2

Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20102020). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig. Omdat geen sprake is van goed ontwikkelde submerse vegetatie in combinatie met geïsoleerde, zuurstofloze, verlandende wateren in het plangebied, wordt het voorkomen van Grote modderkruiper uitgesloten.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen. De Rugstreeppad is bekend van de omgeving van het plangebied, de soort werd op 2,5 kilometer afstand van het plangebied vastgesteld in de bebouwde kom van Volendam (NDFF 2010-2020). De sloten ten oosten van het plangebied bieden geschikt voortplantingswater. De Rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander, Bruine kikker of Groene kikker (bastaardkikker en/of Meerkikker). Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

13

-Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. In het plangebied ligt geen onbeschaduwd, geïsoleerd, ondiep water met lage omliggende vegetatie dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. Er is ook geen geschikte onbegroeide, vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het wel mogelijk dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. In de nabijheid van het plangebied ligt geschikt voortplantingswater waar de dieren in het verleden zijn vastgesteld en door het losse zand wordt het plangebied geschikt voor overwinterende dieren.

Onbeschoeid waterdeel naast het plangebied, door de .breedte en ongeisoleerde ligging en later teruggroeiende dichte vegetatie langs steile oevers, worden deze wateren niet geschikt geacht voor Rugstreeppad.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

14

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Ekster (cat. 5), Roodborst, Kauw, Houtduif en Knobbelzwaan. Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Winterkoning of Heggenmus. In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. Het is mogelijk dat in de bebouwing en bomen categorie 5-soorten broeden als Spreeuw, Kool- en Pimpelmees. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus, Gierzwaluw en verschillende in bomen broedende roofvogels vastgesteld (NDFF 2010-2020). In de omgeving van het plangebied is in het verleden Huismus (cat. 2) vastgesteld. De Huismus broedt in de nabije woonwijken op ongeveer 800 meter afstand van het plangebied (NDFF 2010-2020). Verder zijn broedplaatsen van Steenuil (cat. 2), Havik (cat. 4) en Kerkuil (cat. 3) nabij het plangebied bekend.

De overige waarnemingen van soorten

De openingen onder de dakpannen (rode pijl) aan de noordzijde van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor Huismussen geschikte achterliggende ruimtes.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

15

met jaarrond beschermde nesten betroffen overvliegende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het is mogelijk dat in de bebouwing Huismus broedt. Deze soort kan toegang verkrijgen tot geschikte holtes vanwege de waargenomen gaten en spleten. De potentiele nestplaatsen voor de Huismus bevinden zich met name onder de dakpannen boven de dakgoot aan de noord- en zuidzijde van het woonhuis. In het plangebied kunnen geen beschermde roofvogels en uilen met jaarrond beschermde nesten voorkomen. Er is geen geschikt broedbiotoop voor roofvogels en uilen aanwezig in de (geknotte) bomen of schuren. In de aanwezige begroeiing en bebouwing werden geen grote nesten gezien en in de bebouwing zijn geen grote openingen aanwezig in de buitenmuren. De Gierzwaluw wordt in het open bebouwde gebied rond het plangebied niet verwacht. Er werden ook geen geschikte gaten met ‘vrije uitvalmogelijkheden’ gezien in de bebouwing. Gierzwaluwen kunnen niet op eigen kracht opstijgen omdat hun poten te zwak zijn om af te zetten. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Kerkuil, Huismus, Sperwer of Buizerd.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden Noordse woelmuis en Hermelijn waargenomen (NDFF 2010-2020). De Hermelijn is een beschermde soort die wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). De Noordse woelmuis is beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Van de Noordse woelmuis betreffen de meeste waarnemingen losse waarnemingen langs de Purmerringvaart ten zuiden van de Kloosterdij, en resten die zijn gevonden bij braakballenonderzoek (NDFF 2010-2020). De Hermelijn werd op 500 meter afstand ten zuidwesten van het plangebied vastgesteld Het betroffen voornamelijk verkeersslachtoffers langs de N247. Van de genoemde soorten zijn meerdere waarnemingen bekend. Hierboven worden de waarnemingen die het dichtst bij het plangebied werden gedaan genoemd. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

16

Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel, Haas en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Noordse woelmuis of Waterspitsmuis. De benodigde levensvoorwaarden zijn hiervoor niet aanwezig. Het terrein is te droog en een vochtige kruidenrijke oevervegetatie nabij schoon en helder water ontbreekt. Het plangebied biedt veel schuilmogelijkheden in de vorm van dichte vegetatie, begroeide oeverranden, opgeslagen materialen, stronken, takken en overige dekking waar kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) gebruik van kunnen maken. Er zijn geen sporen, prooiresten of uitwerpselen en geen oude holen van Konijn of Mol gevonden, maar de ruigte ten zuiden van de schuur biedt genoeg dekking hiervoor. De afwezigheid van (bewoners met) huisdieren als katten of honden en de omgeving van diverse erven met overhoeken in een agrarisch gebied, waar marters in de winter kunnen verblijven, bieden voldoende geschikt habitat voor marterachtigen als Bunzing, Hermelijn en Wezel.

De ruigte ten zuiden van de grote schuur biedt genoeg dekking om als schuilplaats of voortplantingsplaats te dienen voor kleine marterachtigen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

3.2.6

17

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen Er zijn in de omgeving van het plangebied zes soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2010-2020). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis en Watervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Van de Gewone dwergvleermuis zijn meerdere verblijven bekend in het Van der Valk hotel ten westen van het plangebied (DE BEER & LANG, 2020).

Gaten en spleten met name te vinden in de dakbedekking van het woonhuis.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

18

Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten.

De kieren tussen de gevel en dakgoot (rode pijl) aan de noord- en zuidzijde van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte achterliggende ruimtes.

Ook in de dakbedekking van de schuur zijn spleten aanwezig.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

19

De waargenomen spleten in de muren en daken geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes. Te denken valt aan gebouw bewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. De spleten en gaten bevinden zich achter boeidelen en/of beplating, onder dakpannen of achter dakgoten. De potentie bevindt zich voornamelijk op de noord- en zuidkant van de bebouwing. Vanwege de ligging van het plangebied in een waterrijk gebied nabij grotere wateren kan de aanwezigheid van de Meervleermuis niet op voorhand worden uitgesloten De gaten in de bomen zouden geschikt kunnen zijn als (tijdelijke) verblijfplaats voor boombewonende soorten zoals Ruige dwergvleermuis. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De (schaarse) aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken.

3.2.7

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2010-2020). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor andere beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

20

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2) en verwachte voorkomen daarvan binnen het plangebied (kolom 3). *Vaste rust- en verblijfplaatsen.

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna

Van der Goes en Groot

Aangetroffen nabij het plangebied

Potentieel aanwezig binnen het plangebied

(literatuur en veldbezoek) nee nee ja

nee nee nee

ja

ja

ja

ja*

ja

ja*

ja ja nee nee

ja ja nee nee

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

4

21

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Amfibieën Omliggende wateren langs het plangebied zullen niet in betekenende mate worden beïnvloed door het werk. Teneinde de vestiging van overwinterende Rugstreeppadden in het plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de Rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’.

4.2

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt!

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

22

‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Spreeuw, Kool- en Pimpelmees), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen. Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten Bij de sloop of de renovatie van de gebouwen zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van de Huismus beschadigd of vernield kunnen worden. De nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort(en). Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt.

Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Kerkuil, Huismus, Sperwer of Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

4.3

Grondgebonden zoogdieren Bij het verwijderen van de toplaag en het vergraven van de bodem of als oude holen van Konijn, Mol worden vergraven of houtstapels worden verwijderd, kunnen vaste verblijfplaatsen van Kleine marterachtigen worden vernield. Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan het werk vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren (kleine marterachtigen). Als beschermde, niet vrijgestelde, zoogdieren aanwezig zijn dient vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de grootte van het

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

23

plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Als er geen verblijven worden gevonden kunnen de dieren derhalve gemakkelijk uitwijken.

4.4

Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij de sloop of de renovatie van de gebouwen zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort(en). Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als bomen met holtes of spleten moeten worden gekapt kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen worden beschadigd of vernield van Ruige dwergvleermuis. Het is dan noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Als verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Na realisatie van de plannen zal vanwege de ontwikkelde begroeiing en gerealiseerde bebouwing de beschutting toenemen en zal het terrein geschikt blijven voor foeragerende vleermuizen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

24

4.5

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soort(en) (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om Rugstreeppad, Huismus, Hermelijn en Wezel, Gewone en Ruige dwergvleermuis, Meervleermuis, Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Watervleermuis. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld.

Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken.

Soort/Soortgroep

Optimale periode

Aantal bezoeken

april – half mei

2

Vogels Huismus Grondgebonden zoogdieren Camera/vallenonderzoek zoogdieren Hermelijn Wezel

(jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond)

Vleermuizen Alle soorten

Gebiedsfunctie

Periode

vliegroutes, april - november foerageergebied Kraamkolonies en Paarverblijven en zomerverblijven zwermgedrag (3 bezoeken) (2/3 bezoeken)

Gewone dwergvleermuis

half mei - half juli

augustus-oktober

Ruige dwergvleermuis

half mei - half juli

augustus - oktober

Laatvlieger

half mei - half juli

augustus - oktober

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

1-2-3 (materialen uitzetten en controleren) 1 1 Aantal bezoeken 2* 5/6

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

5

25

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

5.1

Natura 2000 Het plangebied ligt op circa 2 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, het Markermeer & IJmeer. Gezien de afstand, afscherming en de aard van de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.

5.2

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.

5.3

Weidevogelgebieden Het gebied is deels begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied (zie Figuur 2). In een toetsing uit 2017 (VAN GROEN, 2017) is gebleken dat de functie van het aanwezige weidevogelleefgebied rond de planlocatie, indien bepaalde beschreven maatregelen worden doorgevoerd, door dit project niet zal worden aangetast. En dat de uitbreiding van het hotel geen negatieve effect zal hebben op de populaties van weidevogels in het nabijgelegen weidevogelleefgebied. Deze toets wordt opnieuw uitgevoerd in 2020.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

26

5.4

Houtopstanden Er worden geen buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20 bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand.

5.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

Ligging van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van beschermde Weidevogelleefgebieden, natuurverbindingen en het NNN-netwerk.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

5.6

27

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten een nog separaat uit te voeren toetsing naar weidevogelleefgebieden, op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .gml-bestanden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

28

6

Conclusies 6.1

Beschermde soorten Wnb ♣ Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. ♣ Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën alleen ‘vrijgestelde’ soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. ♣ In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. ♣ In het plangebied kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Huismus. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoort(en) noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.

♣ In het onderzoeksgebied kunnen beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd als ‘andere soort’. Het gaat om kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel). Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. ♣ In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

29

volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of Kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. ♣ Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Kerkuil, Huismus, Sperwer of Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. ♣ Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten een nog separaat uit te voeren toetsing naar weidevogelleefgebieden, op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .gml-bestanden.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: ♣ Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; ♣ Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

30

♣ Om schade aan vissen en amfibieën te beperken moeten de werkzaamheden aan wateren en oevers zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de periode augustus tot en met oktober in verband met de perioden van voortplanting en overwintering. ♣ Uit de te dempen wateren kunnen amfibieën (alle stadia) of vissen verdreven worden door van ‘dicht’ naar ‘open’ te werken en geen dieren in te sluiten. Als dit niet mogelijk is kunnen de dieren weggevangen worden door de wateren af te dammen en het waterniveau te verlagen. Deze dieren kunnen vervolgens worden overgebracht naar een geschikt water in de nabije omgeving. ♣ Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Hiervoor worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: ♣ Het verbreden van wateren rondom planpercelen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers; ♣ Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of open houden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen; ♣ Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen en Spreeuwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen; ♣ Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen; ♣ Indien bij de inrichting van het plangebied ook gemetselde muren gerealiseerd worden kunnen hierbij speciale materialen toegepast worden die veel sneller dan gebruikelijk een groeiplaats bieden voor muurplanten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

7

31

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BEER, R. DE, F. LANG, 2020. Van der Valk Hotel te Volendam Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport 2020-138. Van der Goes en Groot, Alkmaar BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HARTOG, L., 2019. Van der Valk Hotel te Volendam – QS2019-116. Van der Goes en Groot, Alkmaar. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren.

Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

32

TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2017, 13 maart 2017.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

33

8

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld.

DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZH

ZL

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+

+

+

+

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + +3 + +4 + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker

Van der Goes en Groot

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

+ + + +

Zeddeweg 2 te Volendam

Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 1.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet. Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 1.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. ♣ in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ♣ ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. ♣ in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.

♣ ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 1.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Categorie 4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4

Toelichting codes Vogelsoorten waarvan de nesten in principe jaarrond zijn beschermd met beschermingscategorie: 1 = soorten die ook buiten het broedseizoen het nest gebruiken als vaste rust- of verblijfplaats; 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop; 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing; 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in staat zijn een nest te maken.

De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf kan het zijn dat zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan moet worden betrokken. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten kan soms, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, kan de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.

Categorie 5-soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook soorten met jaarrond beschermde nesten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-206

Zeddeweg 2 te Volendam

Bijlage 1.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=ba1d96ca-88b0-498c-98b5-ec76a1790ebc