Bijlage 5 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
Tekst van het document
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ............................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .............................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3
3.
BASISINFORMATIE ........................................................................................................ 4 HISTORISCH ONDERZOEK ........................................................................................... 4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................... 6
OPZET BODEMONDERZOEK ............................................................................................... 7 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ............................................................. 7 BEMONSTERINGSSTRATEGIE .................................................................................... 7 CHEMISCHE ANALYSES ............................................................................................... 7 TOETSINGSKADER ....................................................................................................... 8
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ................................................................................. 10 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN VELDONDERZOEK.............................................................................. 10 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 11 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 12
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................. 12
6.
SLOTOPMERKINGEN .......................................................................................................... 13
7.
REFERENTIES ..................................................................................................................... 14
BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5 6
Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek Foto´s huidige situatie
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
SAMENVATTING Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 te Volendam, gemeente Edam-Volendam. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een (grotendeels) onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). De hypothese voor het onderzoek is echter, dat er licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de mogelijk puin houdende grond aanwezig zijn. In de gymzaal kan mogelijk een tot boven de interventiewaarde verhoogd gehalte aan zink aangetroffen worden. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002. In monster m6.1, binnen in de gymzaal, is (opnieuw) een verontreiniging tot boven de interventiewaarde met zink geconstateerd. In de overige (meng)monsters van de boven- en ondergrond zijn maximaal lichte verhogingen van de geanalyseerde parameters geconstateerd. Op basis van het tijdelijk handelingskader valt alle onderzochte grond op de locatie in de bodemkwaliteits/bodemfunctieklasse “wonen of industrie”, wanneer toegepast op een landbodem boven grondwaterstand. De locatie kan daarmee als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS worden beschouwd.
In het grondwater zijn lichte verhogingen van arseen, barium en of som xylenen aangetroffen. De aangetroffen verhogingen op het overgrote deel van het terrein zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek hiernaar geen aanleiding wordt gezien. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Wel is plaatselijk potentieel asbestverdacht puin waargenomen in de bodem. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in is verwerkt, is uitgevoerd, kan het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 eveneens noodzakelijk. Bij de (voormalige) tank zijn in de grond geen verhogingen van minerale olie (meer) geconstateerd. In het grondwater is een lichte verhoging met xylenen aangetroffen. Daarom wordt geadviseerd om NA sloop van de opstallen nog na te gaan of ONDER het (voormalige) pand verhoogde gehalten van minerale olie aanwezig zijn in de grond en of het grondwater.
Bij wijziging van bestemming van het terrein naar woningbouw is het niet wenselijk dat nog oliegeuren waargenomen worden of verhoogde gehalten aanwezig zijn. Aangezien in de gymzaal (bij boring 6) opnieuw de interventiewaarde voor zink wordt overschreden, bestaan er daar waarschijnlijk risico's voor de volksgezondheid. Teneinde hierover uitspraken te kunnen doen en na te kunnen gaan in hoeverre risico's voor de ecologie of verspreidingsrisico's aanwezig zijn, is nader onderzoek noodzakelijk. Hiertoe dient in eerste instantie de omvang van de verontreinigingen beter in kaart te worden gebracht. Wegens de aanwezigheid van bebouwing aldaar kan een nader onderzoek echter pas plaatsvinden NA sloop van de opstallen. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Grond met verhogingen tot boven interventiewaarden is niet geschikt voor hergebruik elders. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel.
-2-
Landview BV Bodemonderzoek
1.
Rapportnummer 2021261
INLEIDING
In opdracht van Stichting Woningbeheer De Vooruitgang is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie Julianaweg 95 Foksiastraat 1 te Volendam, gemeente Edam-Volendam. Het onderzoek is verricht door Landview BV, in de periode juni 2021, conform de offerte van 1 april 2021. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en betreft daarmee dus een momentopname. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een (grotendeels) onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). De hypothese voor het onderzoek is echter, dat er licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de mogelijk puin houdende grond aanwezig zijn. In de gymzaal kan mogelijk een tot boven de interventiewaarde verhoogd gehalte aan zink aangetroffen worden. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002. Aanleiding voor het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. De grond wordt, in verband met het van kracht worden van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS houdende grond en baggerspecie (d.d. 8 juli 2020), aanvullend onderzocht op PFAS.
De locatie is niet direct verdacht voor GenX, waardoor kan worden volstaan met onderzoek op de 28 verbindingen uit het handelingskader. Doel van het onderzoek is aan te tonen dat de verwachte verhoogde gehalten verontreinigende stoffen in de grond op de locatie niet tot meer gebruiksbeperkingen leiden dan beperkingen in het hergebruik. Van hergebruik is sprake wanneer grond, die bij eventueel graafwerk is vrijgekomen, buiten de locatie wordt toegepast. Daarnaast wordt nagegaan of er inderdaad geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen, behalve mogelijk arseen en of barium van nature, aanwezig zijn in het grondwater. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Landview BV is een onafhankelijk en erkend onderzoeksbureau. Er bestaat tussen de opdrachtgever cq. eigenaar van de locatie en Landview BV geen andere relatie dan die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het procescertificaat van Landview BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Dit rapport heeft de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het vooronderzoek NEN 5725.
De opzet van het bodemonderzoek en het toetsingskader worden in hoofdstuk 3 weergegeven. De resultaten van het veldonderzoek en analyses staan in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken, samen met aanbevelingen voor eventuele vervolgstappen.
-3-
Landview BV Bodemonderzoek
2.
Rapportnummer 2021261
VOORONDERZOEK
Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is in april-juni 2021 een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725. Doel van het vooronderzoek is na te gaan of er op, of binnen een straal van 25 meter van, de onderzoekslocatie sprake is van de aanwezigheid van puntbronnen of overige potentieel bedreigende activiteiten. Op basis van de verzamelde gegevens wordt de onderzoeksstrategie opgesteld (zie hoofdstuk 3).
2.1
BASISINFORMATIE
De aanleiding tot het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De regionale situatie rond de onderzoekslocatie staat weergegeven in bijlage 1. De locatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Volendam. In bijlage 2 is een situatietekening van het terrein gegeven. Tabel 1: overzicht basisgegevens Kadastraal bekend : gemeente Edam, sectie D, nummers 13756 en 13757 Oppervlakte : circa 7000 m² Gebruik verleden : agrarisch Gebruik heden : kinderopvang Gebruik toekomst : wonen
2.2
HISTORISCH ONDERZOEK
De gegevens van het historisch onderzoek zijn verzameld door Landview BV. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen uit gesprekken met de opdrachtgever, eigenaren en of gebruikers van de locatie. Daarnaast is informatie verkregen van de Omgevingsdienst IJmond (OD IJmond). De informatie is bij voorkeur digitaal verkregen. Wanneer daartoe de noodzaak bestond, is aanvullende informatie verzameld door middel van archiefbezoek bij de gemeente of andere archieven. Voor verzamelen van de informatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen. Tabel 2: overzicht geraadpleegde bronnen Aard Bron Bodeminformatie BIS Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Toepassingen asbest Dempingen, activiteiten Voormalige activiteiten Bijzondere waarden Archeologie Verhardingen, bebouwingsgraad Eerdere onderzoeken
website OD IJmond bodemkwaliteitskaart website OD IJmond, www.bodemloket.nl locatie-inspectie, eerdere onderzoeken historische kaarten, opdrachtgever, locatie-inspectie lokale / regionale archieven, historische kaarten https://maps.noordholland.nl/extern/gisviewers/bodemvisie/ http://archeologieinnederland.nl opdrachtgever / gebruiker, locatie-inspectie opdrachtgever, eigen archief, OD IJmond
relevantie groot gering X X X X X X X X
X
X
Bodemgebruik en situatie op het terrein: De locatie bevindt zich in stedelijk gebied. Op de locatie bevinden zich diverse panden. De meeste panden zijn, volgens de BAG viewer van het kadaster, in 1953 gebouwd. Momenteel hebben de panden een bijeenkomst-, kantoor- of sportfunctie. De bestaande panden zullen worden gesloopt en vervangen worden door woningen. Volgens de bodemkwaliteitskaarten bevindt de locatie zich in zone B4 / O3 (overig bebouwd gebied). Uit de kaarten blijkt dat op de locatie grond van kwaliteit “wonen” verwacht kan worden.
-4-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
Bedrijvigheid / Potentiële bronnen van verontreiniging: Op het terrein zijn in het verleden, midden jaren ’90, meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Over het algemeen zijn hierbij geen noemenswaardige verontreinigingen geconstateerd. Alleen ter plaatse van een ondergrondse HBO-tank zijn toentertijd verontreinigingen in zowel de grond als het grondwater met minerale olie geconstateerd. De tank is in 1996 verwijderd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er nog brandstoftanks, met bodemvreemd materiaal gedempte sloten of aangevoerde verstevigingmaterialen op de locatie aanwezig zijn. Vanwege een eventuele (ver)bouwdatum tussen de jaren ’30 en ’80 kunnen in de opstallen asbesthoudende materialen verwerkt zijn. Door uitvoering van een asbestinventarisatie onderzoek, welke geen deel uitmaakt van dit onderzoek, kan bekeken worden of asbesthoudende stoffen gebruikt zijn. In 2006 zijn uit diverse panden al asbesthoudende materialen verwijderd. Gezien de aard van de locatie is de kans op het aantreffen van asbestresten in de bodem als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten, gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbestafval of asbestcalamiteiten wegens bijv. brand in de bodem gering. Eerder onderzoek: Landview BV heeft op de locatie in juni 2016 een verkennend en aanvullende bodemonderzoek (2016240) uitgevoerd.
De resultaten van dit onderzoek kunnen als volgt kort worden samengevat. Gelijkmatig verdeeld over het terrein zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 6 grondboringen tot de grondwaterstand en 10 boringen tot 0.5 m -mv verricht. Daarnaast zijn 2 peilbuisboringen verricht, waarin een filter is geplaatst. Tijdens het veldwerk is ter plaatse van boring 6 een laag met puin en kooltjes aangetroffen en bij boring 1 is een zwakke brandstofgeur en zwakke olie-water reactie waargenomen. Bij boring 5 is eveneens een zwakke brandstofgeur waargenomen. Voor het overige zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In enkelvoudig monster m6 van de puin en kooltjes houdende laag is een matige verhoging van nikkel geconstateerd. Daarnaast zijn lichte verhogingen van kobalt, koper, molybdeen, zink en som PAK aangetroffen. In mengmonster bg2 van de bovengrond is een matige verhoging van zink geconstateerd. Daarnaast zijn lichte verhogingen van koper, kwik, lood en som PCB’s aangetroffen. In het aanvullend onderzoek is in (enkelvoudig) monster m3 een verontreiniging tot boven de interventiewaarde met zink geconstateerd. In de andere monsters is maximaal een lichte verhoging van zink aangetroffen. In mengmonster ogklei van de ondergrond is een lichte verhoging van kwik aangetroffen. In mengmonster ogzand van de ondergrond is een lichte verhoging van som PCB’s aangetroffen.
In de monsters olie1 en olie5 is een lichte verhoging van minerale olie aangetroffen. In mengmonster bg1 van de bovengrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwatermonster uit peilbuis 2 zijn lichte verhogingen van barium en zink aangetroffen. In het grondwatermonster uit peilbuis 1 (voormalige tank) zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De hypothese dat in de grond licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek niet bevestigd. Bij boorpunt 3 wordt de interventiewaarde voor zink overschreden en bij boorpunt 6 is een matig verhoogd gehalte van nikkel geconstateerd. De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve een van nature verhoogde concentratie barium, wordt in het onderzoek niet geheel bevestigd. De verhoogde gehalten van zware metalen en PAK in de grond bij boring 6 kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van puin en kooltjes in de grond. In puin/kooltjes houdende grond worden regelmatig verhoogde gehalten aan dergelijke stoffen aangetroffen. Voor het instellen van een vervolgonderzoek hiernaar wordt geen aanleiding gezien, aangezien het meest verdachte monster is geanalyseerd.
-5-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
Bij de (voormalige) tank zijn in de grond nog lichte verhogingen van minerale olie geconstateerd; tijdens het veldwerk zijn ook oliegeuren waargenomen. In het grondwater zijn geen verhogingen met minerale olieproducten (meer) aangetroffen. Desondanks wordt geadviseerd om NA sloop van de opstallen nog na te gaan of ONDER het (voormalige) pand verhoogde gehalten van minerale olie aanwezig zijn. Bij wijziging van bestemming van het terrein naar woningbouw is het niet wenselijk dat nog oliegeuren waargenomen worden of verhoogde gehalten aanwezig zijn. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in is verwerkt, is uitgevoerd, kan het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. Aangezien bij boring 3 interventiewaarden worden overschreden, bestaan er daar mogelijk risico's voor de volksgezondheid. Teneinde hierover uitspraken te kunnen doen en na te kunnen gaan in hoeverre risico's voor de ecologie of verspreidingsrisico's aanwezig zijn, is nader onderzoek noodzakelijk.
Hiertoe dient in eerste instantie de omvang van de verontreinigingen beter in kaart te worden gebracht. Wegens de aanwezigheid van bebouwing aldaar kan een nader onderzoek echter pas plaatsvinden NA sloop van de opstallen. Als de verontreinigingsituatie voldoende vaststaat, kan aan het bevoegd gezag worden gevraagd een uitspraak te doen of er sprake is van urgentie om te saneren. Deze beslissing wordt genomen op basis van de actuele risico's voor de mens en het ecosysteem bij het huidige of beoogde gebruik. Ook worden de actuele verspreidingsrisico's in de afweging betrokken. Indien sprake is van een urgente sanering, zal een tijdstip worden bepaald waarop met de sanering dient te worden begonnen. Daarnaast kan een urgentie voor het nemen van sanerende maatregelen aanwezig zijn wegens nieuwbouwplannen of overdracht van het terrein.
2.3
ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Op grond van kaartmateriaal en gegevens van de Rijksgeologische Dienst (RGD), het voormalige Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), de voormalige Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), het DLO Staring Centrum, de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Landview BV kan de volgende bodemopbouw worden verwacht. De locatie is gelegen in een gebied met een maaiveldhoogte van circa 2,3 m -NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1 m -maaiveld (mv). Dit betreft het ondiepe grondwater dat onder invloed van neerslag staat. De grondwaterstroming is naar het aanwezige oppervlaktewater toe gericht. Gezien de ligging en het neerslagoverschot is er sprake van lokale inzijging (neerwaartse stroming van het grondwater). De Pleistocene ondergrond, afgezet tijdens de laatste ijstijd, bevindt zich op een diepte tussen de 10 en 20 m -NAP. Deze goed doorlatende zandlagen worden beschouwd als het 1e watervoerende pakket. Gedurende verschillende overstromingsfasen zijn in het Holoceen, vanaf circa 10.000 jaar geleden, door de zee op de Pleistocene ondergrond mariene sedimenten afgezet en is plaatselijk veenvorming opgetreden. Deze Holocene afzettingen vormen de slecht tot matig doorlatende deklaag. De locatie is gesitueerd op een ontgonnen veenvlakte.
De venen van westelijk Nederland zijn, voor zover niet als brandstof of voor zoutwinning gebruikt, na de ontginning in de Middeleeuwen door ontwatering sterk geklonken. Typisch zijn in sommige gebieden de sloten met hoge waterstanden en de iets hoger dan de omgeving liggende slootranden. Het veen is soms met een dunne laag klei of zand bedekt, waarvan de herkomst niet altijd te achterhalen valt. Door menselijke beïnvloeding zijn natuurlijke bodemprofielen gewijzigd.
-6-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
3.
OPZET BODEMONDERZOEK
3.1
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE
Op grond van het vooronderzoek is voor de opzet van het bodemonderzoek (grotendeels) uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie, waar echter licht verhoogde gehalten van zware metalen en of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) aangetroffen kunnen worden in de (boven)grond. In de gymzaal kan mogelijk een tot boven de interventiewaarde verhoogd gehalte aan zink aangetroffen worden. In het grondwater worden, behalve mogelijk arseen en of barium van nature, geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen verwacht.
3.2
BEMONSTERINGSSTRATEGIE
Uitgaande van een onverdachte locatie met een oppervlakte van 7000 m² worden, conform de NEN 5740 en de BRL SIKB 2000 richtlijnen, op de locatie 5 grondboringen verricht tot de grondwaterstand, met een maximum van 2 m –mv. Ter controle op de representativiteit van de grondboringen worden aanvullend 12 boringen tot 0,5 m -mv verricht. De grond wordt in principe bemonsterd in trajecten van 0,5 m. Van deze algemene richtlijn kan worden afgeweken als tijdens het veldwerk duidelijk afwijkende lagen, zintuiglijke verontreinigingen of verschillende grondsoorten worden geconstateerd. Van de bovengrond worden 2 mengmonsters samengesteld. Van de ondergrond worden 2 mengmonsters samengesteld. Bij de (voormalige) tank en de eerdere sterke verhoging met zink worden de meest verdachte monsters voor analyse geselecteerd. De grondwaterstand bevindt zich op dusdanige diepte, dat de kwaliteit van het grondwater in het onderzoek dient te worden betrokken. Voor het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater zal, indien deze nog aanwezig en bemonsterbaar zijn, gebruik gemaakte worden van de reeds bestaande peilbuizen.
3.3
CHEMISCHE ANALYSES
De grondmengmonsters en de grondwatermonster worden geanalyseerd op de stoffen van de standaardpakketten. Deze stoffen, die zijn geselecteerd door de overheid, vormen de belangrijkste parameters (graadmeters) voor mogelijke verontreinigingen. De analyses worden, conform de AS3000 richtlijnen, uitgevoerd door Eurofins Omegam uit Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Grond De grondmonsters worden gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De boven- en ondergrond worden onderzocht op de gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). De grond wordt aanvullend onderzocht op de 28 PFAS-verbindingen uit het handelingskader. De grond bij de (voormalige) tank wordt onderzocht op het gehalte aan minerale olie. De grond binnen wordt onderzocht op het gehalte aan zink. De gehalten worden weergegeven in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Hiertoe wordt van de grond(meng)monsters het droge stofgehalte vastgesteld. Tevens worden representatieve monsters geanalyseerd op de gehalten aan organische stof en lutum (klei) ter vaststelling van de toetsingswaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich rond 1 m –mv.
De vluchtige aromatische koolwaterstoffen en de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen worden daarom bij voorkeur in het grondwater onderzocht. De aanwezigheid van deze vluchtige stoffen kan namelijk eerder worden aangetoond in het grondwater dan in de grond.
-7-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
Het grondwater wordt onderzocht op de concentraties aan arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische stoffen (inclusief naftaleen), (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen en minerale olie. De concentraties worden weergegeven in microgrammen per liter (µg/l). De pH (zuurgraad), Ec (soortelijke geleiding) en troebelheid worden in het veld bepaald.
3.4
TOETSINGSKADER
Het toetsingskader voor verontreinigende stoffen in grond wordt gevormd door de achtergrond- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de toetsing van de grondwaterkwaliteit wordt het toetsingskader gevormd door de streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten worden geïnterpreteerd aan de hand van deze toetsingskaders (zie bijlagen 4.2 en 4.3). De norm voor barium is (tijdelijk) ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium. De toetsingswaarden voor de verschillende stoffen in de grond zijn afhankelijk van de hierin aanwezige hoeveelheid klei (lutum) en organische stof, omdat de verontreinigingen zich aan deze bodemdelen hechten. De achtergrondwaarde (AW2000) van een bepaalde stof komt overeen met de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van deze achtergrondwaarde of de streefwaarde in het grondwater kunnen we spreken van een lichte verhoging.
Indien het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (tussenwaarde) wordt overschreden, kunnen we spreken van een matige verhoging. De interventiewaarde is de waarde waarboven sprake is van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde spreken we van een sterke verontreiniging. Als grondmengmonsters zijn onderzocht, kunnen de gehalten in afzonderlijke monsters hoger zijn. In een aanvullend of nader onderzoek kunnen vervolgens de enkelvoudige monsters worden geanalyseerd. Alleen met aanvullende analyseresultaten kan doorgaans voldoende inzicht worden verkregen in de omvang van de verontreinigingen. De ernst van een verontreiniging is, conform de Wet Bodembescherming (Wbb), gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te kunnen spreken, dient voor ten minste één stof de interventiewaarde te worden overschreden in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater. Als een voldoende beeld van de verontreinigingen is verkregen, kan een inschatting worden gemaakt van de eventuele risico's voor de volksgezondheid en de mogelijke gebruiksbeperkingen van de locatie.
Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd. PFAS Op 29 november 2019 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht geworden. Op 1 juli 2020 zijn de aanpassingen in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht geworden.
-8-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Op grond van het onderzoek dat tot nu toe is gedaan is er vooruitlopend op een definitieve normstelling voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie een voorlopige norm vastgelegd, die boven de bepalingsgrens ligt. Uitgangspunt van het tijdelijk handelingskader is dat de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater hierdoor niet mag verslechteren (stand still). In het tijdelijke handelingskader zijn de onderstaande toetsingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau opgenomen.
Tabel 3: Aangepaste toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau(1) (in μg/kg d.s.)(2) Bodemkwaliteitsklasse Wonen of industrie
Bodemfunctieklasse Wonen of industrie
PFOS = 3 PFOA = 7 GenX = 3 Andere PFAS = 3 Landbouw/natuur Wonen of industrie PFAS = 1,4 PFOS = 1,9 Landbouw/natuur, wonen of industrie Landbouw/natuur PFAS = 1,4 PFOS = 1,9 (1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. (2) Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10% organische stof) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).
De Provincie Noord-Holland heeft op 20 november 2019 haar eigen beleidsregel gepubliceerd. In die beleidsregel is opgenomen dat, indien de op een locatie aangetroffen gehalten van PFOS of PFOA in de grond lager zijn dan respectievelijk 1,5 µg/kg en 1,7 µg/kg, en/of in grondwater lager dan 0,01 µg/l, de locatie als niet verontreinigd wordt beschouwd. Stoffen behorend tot PFAS worden individueel per stof beoordeeld. Voor gehalten van andere stoffen behorend tot PFAS gelden de normen en handelwijze in deze beleidsregel zoals die voor PFOS gelden.
-9-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
4.
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
RESULTATEN VELDONDERZOEK
Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 2 juni 2021 door de heer F. Borst. Tijdens het veldwerk bleken beide peilbuizen uit 2016 nog aanwezig te zijn en geschikt voor bemonstering. Verdeeld over het terrein zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 7 grondboringen tot de grondwaterstand en 10 boringen tot 0,5 m -mv verricht. Eén van de boringen tot de grondwaterstand is binnen in de gymzaal verricht, in de nabijheid van de boring waar in 2016 een overschrijding van de interventiewaarde voor zink is aangetroffen. Het algemene, kenmerkende bodemprofiel op de locatie tot een diepte van circa 2,3 m -mv bestaat overwegend uit kleiig, uiterst fijn zand op kleiig veen. De tijdens het veldwerk waargenomen zintuiglijke verontreinigingen staan weergegeven in tabel 4. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de opgeboorde grond aangetroffen. Aangezien de boringen met een Edelmanboor (diameter 12 cm) zijn verricht, is deze informatie slechts indicatief. De bijmengingen met metselpuin zijn echter wel potentieel asbestverdacht. Tabel 4: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 03 04 05 06 07 11 13 14 15 19
Diepte boring (m -mv) 1,20 1,20 1,20 2,20 1,20 0,50 0,50 0,50 0,50 0,80
Traject (m -mv) 0,40 - 0,90 0,40 - 0,80 0,40 - 0,80 0,00 - 0,90
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Klei
zwak betonhoudend zwak metselpuinhoudend zwak metselpuinhoudend lege ruimte
0,90 - 1,30
Zand
zwak metselpuinhoudend
0,40 - 0,90 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,10 - 0,40
Zand Zand Zand Zand Zand Zand
zwak metselpuinhoudend zwak schelphoudend zwak metselpuinhoudend zwak metselpuinhoudend zwak metselpuinhoudend zwak metselpuinhoudend
Uit de in het veld genomen enkelvoudige monsters van de grond zijn door het laboratorium, volgens de opdracht van Landview BV, mengmonsters samengesteld en geselecteerd conform tabel 5. Bij de monstername is soms afgeweken van de trajecten van 0,5 m gezien de bijmengingen en verschillende grondsoorten. Aangezien bij de tank geen oliegeur of olie-water reactie waargenomen is, is dit niet apart onderzocht. Wel is de afwijkende laag van boring 5 enkelvoudig onderzocht. Tabel 5: Monsterselectie Analysemonster bg1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
bg2
0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
03 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,40) 05 (0,00 - 0,40) 07 (0,00 - 0,40) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,30) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,10 - 0,40)
AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, PFAS (28) Handelingskader
AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, PFAS (28) Handelingskader
- 10 -
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
Analysemonster m5.2
Traject (m -mv) 0,40 - 0,80
Deelmonsters
Analysepakket
05 (0,40 - 0,80)
m6.1
0,90 - 1,30
06 (0,90 - 1,30)
og1
0,40 - 0,90
og2
0,80 - 2,20
03 (0,40 - 0,90) 04 (0,40 - 0,80) 07 (0,40 - 0,90) 05 (0,80 - 1,20) 06 (1,70 - 2,20)
AS3000: Lutum, AS3000: Met : Nikkel (exclusief ontsluiting), AS3000: Organische stof (gloeiverlies) AS3000: Lutum, AS3000: Organische stof (gloeiverlies), AS3000: Zink (exclusief ontsluiting) AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, PFAS (28) Handelingskader AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, PFAS (28) Handelingskader
Ter bemonstering van het grondwater zijn de bestaande peilbuizen gebruikt. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven. Bij het schoonpompen is een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De bemonstering is op 2 juni 2021 door de heer F. Borst uitgevoerd. De filterstelling van de bemonsterde peilbuizen, de grondwaterstand (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 6. Tabel 6: gegevens grondwater Peilbuis 1 2
Filterstelling (m –mv) 1,35 – 2,35 1,4 – 2,4
Gws (m –mv) 0,60 0,88
Zuurgraad (pH) 6,72 6,25
Ec (µS/cm) 1140 920
Troebelheid (FTU) 2.69 0,91
Zintuiglijke afwijkingen geen geen
De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. De boorpunten (1 t/m 19) zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de boringen, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven. Zintuiglijk waarneembare afwijkingen ten aanzien van de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen en de kleur van het bodemmateriaal zijn qua aard en mate beschreven.
4.2
ANALYSERESULTATEN GROND
Ter vaststelling van de toetsingswaarden voor de grond zijn voor dit onderzoek het organische stofgehalte en de lutumfractie van representatieve grondsoorten door het laboratorium bepaald. De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor de grond volgens de BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) van Rijkswaterstaat Leefomgeving staat weergegeven in bijlage 4.2. Tabel 7: Overschrijdingstabel grond Analysemonster bg1 bg2
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
m5.2 m6.1
0,40 - 0,80 0,90 - 1,30
og1 og2 > AW >I Index
> AW (+index)
> I (+index)
BBK monster-conclusie
Minerale olie C10 - C40 (0,02) Kobalt (-) PAK 10 VROM (0,45) -
-
Altijd toepasbaar Klasse industrie
Zink (1,93)
Altijd toepasbaar Niet Toepasbaar > Interventiewaarde Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
0,40 - 0,90 0,80 - 2,20 : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
-
In monster m6.1, binnen in de gymzaal, overschrijdt het gehalte aan zink de interventiewaarde. - 11 -
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
In de overige (meng)monsters van de boven- en ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd. Tabel 8: Gemeten gehalten PFAS in µg/kg d.s Analysemonster bg1 bg2 og1 og2
Traject (m ) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,40 - 0,90 0,80 - 2,20
Som PFOA gemeten 0,2 0,4 0,3 0,1
Som PFOS gemeten 1,3 0,6 1,0 0,2
Som PFOA gecorrigeerd n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,12
Som PFOS gecorrigeerd n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,23
Op basis van het tijdelijk handelingskader valt alle onderzochte grond op de locatie in de bodemkwaliteits/bodemfunctieklasse “wonen of industrie”, wanneer toegepast op een landbodem boven grondwaterstand. De locatie kan daarmee als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS worden beschouwd.
4.3
ANALYSERESULTATEN GRONDWATER
De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. In het grondwatermonster uit peilbuis 1 overschrijden de concentraties van arseen, barium en som xylenen de streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis 2 overschrijdt de concentratie van arseen de streefwaarde.
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In monster m6.1, binnen in de gymzaal, is (opnieuw) een verontreiniging tot boven de interventiewaarde met zink geconstateerd. In de overige (meng)monsters van de boven- en ondergrond zijn maximaal lichte verhogingen van de geanalyseerde parameters geconstateerd. Op basis van het tijdelijk handelingskader valt alle onderzochte grond op de locatie in de bodemkwaliteits/bodemfunctieklasse “wonen of industrie”, wanneer toegepast op een landbodem boven grondwaterstand. De locatie kan daarmee als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS worden beschouwd. In het grondwater zijn lichte verhogingen van arseen, barium en of som xylenen aangetroffen. De hypothese dat in de grond grotendeels maximaal licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd. De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek niet geheel bevestigd. De aangetroffen verhogingen op het overgrote deel van het terrein zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek hiernaar geen aanleiding wordt gezien. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Wel is plaatselijk potentieel asbestverdacht puin waargenomen in de bodem.
Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in is verwerkt, is uitgevoerd, kan het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 eveneens noodzakelijk.
- 12 -
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021261
Bij de (voormalige) tank zijn in de grond geen verhogingen van minerale olie (meer) geconstateerd. In het grondwater is een lichte verhoging met xylenen aangetroffen. Daarom wordt geadviseerd om NA sloop van de opstallen nog na te gaan of ONDER het (voormalige) pand verhoogde gehalten van minerale olie aanwezig zijn in de grond en of het grondwater. Bij wijziging van bestemming van het terrein naar woningbouw is het niet wenselijk dat nog oliegeuren waargenomen worden of verhoogde gehalten aanwezig zijn. Aangezien in de gymzaal (bij boring 6) opnieuw de interventiewaard voor zink wordt overschreden, bestaan er daar waarschijnlijk risico's voor de volksgezondheid. Teneinde hierover uitspraken te kunnen doen en na te kunnen gaan in hoeverre risico's voor de ecologie of verspreidingsrisico's aanwezig zijn, is nader onderzoek noodzakelijk. Hiertoe dient in eerste instantie de omvang van de verontreinigingen beter in kaart te worden gebracht. Wegens de aanwezigheid van bebouwing aldaar kan een nader onderzoek echter pas plaatsvinden NA sloop van de opstallen. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Grond met verhogingen tot boven interventiewaarden is niet geschikt voor hergebruik elders.
6.
SLOTOPMERKINGEN
Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht door Landview BV. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Hoewel de grootste zorgvuldigheid wordt betracht bij de uitvoering van het onderzoek is het, juist door de steekproefsgewijze bemonstering, mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in het bodemprofiel aanwezig zijn, welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Landview BV aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook. In dit kader wordt tevens opgemerkt dat Landview BV niet kan instaan voor de volledigheid en juistheid van door derden verstrekte informatie en van eventueel door derden uitgevoerd (voor)onderzoek. Het uitgevoerde bodemonderzoek betreft een momentopname. Beïnvloeding van bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate er een langere tijd is verstreken na uitvoering van het onderzoek, dient meer voorzichtigheid te worden betracht bij het gebruik van de resultaten van het onderzoek. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
- 13 -
Landview BV Bodemonderzoek
7.
Rapportnummer 2021261
REFERENTIES
*
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Julianaweg 95 – Foksiastraat 1 te Volendam. Landview BV, rapportnummer 2016240, 7 juli 2016.
*
Bodem, Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN 5725:2017. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, oktober 2017.
*
Bodem, Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, NEN 5740/A1. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, februari 2016.
*
Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat voor Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 2000. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, vigerende versie.
*
Bodem, boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek, NPR 5741. Nederlands Normalisatieinstituut, Delft, 1994.
*
Wijziging Circulaire bodemsanering. Vigerende versie. Staatscourant, ’s-Gravenhage.
*
Wijziging Regeling bodemkwaliteit. Vigerende versie. Staatscourant, ’s-Gravenhage.
*
Leidraad Bodembescherming. Vigerende aflevering. SDU uitgeverij, 's-Gravenhage.
*
Kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Noord-Holland benoorden het IJ. Regionale studies, Werkgroep Noord-Holland, Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding, Wageningen, 1982.
*
Grondwaterkwaliteit. Een eerste presentatie van grondwaterkwaliteitsgegevens uit het Provinciaal Meetnet Grondwaterkwaliteit, Provincie Noord-Holland, december 1996.
*
Tijdreis, over 200 jaar topografie. www.topotijdreis.nl
- 14 -
BIJLAGE 1 REGIONALE SITUATIE
Kadastrale kaart
Uw referentie: 2021261
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Edam D 13757
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 9 juni 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
19
1
18
7
kin d
5 16
ero
pv
an g 17
4 12
6
pe 11
ut
15
er sp ee lza a
gymzaal
3
l
10
14
13
2
9
8
Projectcode: 2021261
BIJLAGE 3 BOORPROFIELEN
Datum:
Boring:
03
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
tegel
Datum:
Boring:
04
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, bruin 1
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak betonhoudend, donkerbruin
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak metselpuinhoudend, donkerbruin
50 2
2
3 100
3
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, donker bruingrijs
05
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
tegel
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, donkerbruin
100 4
Datum:
Boring:
tegel Zand, uiterst fijn, kleiïg, bruin
1
50
2-6-2021
Zand, uiterst fijn, kleiïg, donker zwartgrijs
Datum:
Boring:
06
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak gleyhoudend, bruin
2-6-2021
beton Lege ruimte
1
Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak metselpuinhoudend, donkerbruin
50
50
2
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin 3
100
100 1
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak metselpuinhoudend, zwak schelphoudend, donker bruingrijs
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak schelphoudend, donkergrijs 150
2
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
3
200
Datum:
Boring:
07
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
tegel
Datum:
Boring:
08
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, kleiïg, grijs
tegel Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, donkerbruin
1
1
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak metselpuinhoudend, zwak schelphoudend, donker zwartgrijs
50
2-6-2021
50
2
100
3
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak schelphoudend, donkergrijs
Lokatienaam:Julianaweg 95/ Foksiastraat 1
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Projectcode: 2021261
BIJLAGE 3 BOORPROFIELEN
Datum:
Boring:
09
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
klinker
Datum:
Boring:
10
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, kleiïg, bruin
2-6-2021
bosschage Zand, uiterst fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
1
1
50
50
Datum:
Boring:
11
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
gras
Datum:
Boring:
12
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak schelphoudend, donkerbruin
2-6-2021
tegel Zand, uiterst fijn, kleiïg, grijsbruin
1
1
50
50
Datum:
Boring:
13
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
tegel
Datum:
Boring:
14
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak metselpuinhoudend, zwak gleyhoudend, donker bruingrijs
2-6-2021
bosschage Zand, uiterst fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak metselpuinhoudend, donkerbruin
1
1
50
50
Datum:
Boring:
15
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
tegel
Datum:
Boring:
16
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak metselpuinhoudend, zwak gleyhoudend, bruin
1
2-6-2021
erf Zand, uiterst fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
1 Zand, uiterst fijn, kleiïg, grijs 50
50
Datum:
Boring:
17
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
tegel
2
Datum:
Boring:
18
Boormeester:
F. Borst
0
Zand, uiterst fijn, kleiïg, grijsbruin
Lokatienaam:Julianaweg 95/ Foksiastraat 1
tegel Zand, uiterst fijn, kleiïg, bruingrijs
1
50
2-6-2021
1
50
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Projectcode: 2021261
BIJLAGE 3 BOORPROFIELEN
Datum:
Boring:
19
Boormeester:
F. Borst
0
2-6-2021
tegel
1
Zand, uiterst fijn, kleiïg, bruingrijs
2
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak metselpuinhoudend, donker bruingrijs
Zand, uiterst fijn, kleiïg, zwak schelphoudend, grijs
50 3
Lokatienaam:Julianaweg 95/ Foksiastraat 1
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 4.1 ANALYSECERTIFICATEN LABORATORIUM Locatie Projectnummer
: Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 te Volendam : 2021261
Project code:
1199470 1199472
Landview B.V. T.a.v. mevrouw P. Pijnenburg De Factorij 32F 1689AL ZWAAG
Uw kenmerk : 2021261-maria Ons kenmerk : Project 1199470 Validatieref. : 1199470_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : GKMZ-TPZJ-XVLN-GDSC Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 10 juni 2021 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1199470 : 2021261-maria : Landview B.V.
Uw Monsterreferenties 6757315 = 01-1-1 01 6757316 = 02-1-1 02 Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix
: : : : :
02/06/2021 03/06/2021 03/06/2021 6757315 Grondwater
02/06/2021 03/06/2021 03/06/2021 6757316 Grondwater
Anorganische parameters - metalen Metalen ICP-MS (opgelost): S arseen (As) µg/l S barium (Ba) µg/l S cadmium (Cd) µg/l S kobalt (Co) µg/l S koper (Cu) µg/l S Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l S lood (Pb) µg/l S molybdeen (Mo) µg/l S nikkel (Ni) µg/l S zink (Zn) µg/l
13 89 < 0,2 <2 <2 < 0,05 <2 <2 <3 < 10
22 22 < 0,2 <2 <2 < 0,05 <2 <2 <3 < 10
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) µg/l
< 50
< 50
Organische parameters - aromatisch Vluchtige aromaten: S benzeen µg/l S ethylbenzeen µg/l S naftaleen µg/l S o-xyleen µg/l S styreen µg/l S tolueen µg/l S xyleen (som m+p) µg/l S som xylenen µg/l
< 0,2 < 0,2 < 0,02 0,59 < 0,2 < 0,2 0,73 1,3
< 0,2 < 0,2 < 0,02 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 0,2
< 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 0,1 0,4
< 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 0,1 0,4
< 0,2
< 0,2
Organische parameters - gehalogeneerd Vluchtige chlooralifaten: S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S dichloormethaan µg/l S monochlooretheen (vinylchloride) µg/l S tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S trichlooretheen µg/l S trichloormethaan µg/l S som C+T dichlooretheen µg/l S som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers: S tribroommethaan (bromoform) µg/l
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: GKMZ-TPZJ-XVLN-GDSC
Ref.: 1199470_certificaat_v1
Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1199470 : 2021261-maria : Landview B.V.
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: GKMZ-TPZJ-XVLN-GDSC
Ref.: 1199470_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1199470 : 2021261-maria : Landview B.V.
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
6757315
01-1-1 01
01 01
0313723MM 0393502YA
6757316
02-1-1 02
02 02
0313775MM 0393470YA
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: GKMZ-TPZJ-XVLN-GDSC
Ref.: 1199470_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1199470 : 2021261-maria : Landview B.V.
Analysemethoden in Grondwater (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) Aromaten (BTEXXN) Styreen Chlooralifaten monochlooretheen (vinylchloride) 1,1-Dichlooretheen
: Conform AS3150 prestatieblad 1 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: GKMZ-TPZJ-XVLN-GDSC
Ref.: 1199470_certificaat_v1
Landview B.V. T.a.v. mevrouw P. Pijnenburg De Factorij 32F 1689AL ZWAAG
Uw kenmerk : 2021261-maria Ons kenmerk : Project 1199472 Validatieref. : 1199472_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : RZEN-YIME-LYZP-UKAU Bijlage(n) : 7 tabel(len) + 2 oliechromatogram(men) + 3 bijlage(n)
Amsterdam, 10 juni 2021 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 7 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1199472 : 2021261-maria : Landview B.V.
Uw Monsterreferenties 6757318 = bg1 03 (0-40) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 17 (0-50) 6757319 = bg2 04 (0-40) 05 (0-40) 07 (0-40) 11 (0-50) 12 (0-50) 16 (0-30) 18 (0-50) 19 (10-40) 6757320 = og1 03 (40-90) 04 (40-80) 07 (40-90) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
02/06/2021 03/06/2021 03/06/2021 6757318 Grond
02/06/2021 03/06/2021 03/06/2021 6757319 Grond
02/06/2021 03/06/2021 03/06/2021 6757320 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
93,4 0,6 <1
88,8 2,4 1,2
86,2 1,2 <1
Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
< 20 < 0,20 < 3,0 < 5,0 < 0,05 < 10 < 1,5 5 < 20
< 20 < 0,20 4,3 < 5,0 0,05 12 < 1,5 6 35
< 20 < 0,20 < 3,0 6,4 < 0,05 17 < 1,5 5 36
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
< 35
73
< 35
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,35
0,13 4,6 1,6 4,3 1,9 1,8 1,3 1,6 0,81 0,80 19
< 0,05 < 0,05 < 0,05 0,067 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,38
Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: RZEN-YIME-LYZP-UKAU