Bijlage 5 20190924 Reactienota Definitief.pdf
Tekst van het document
Concessieverlening Zaanstreek-Waterland 2022 Reactienota
19 september 2019
Periode maart t/m mei 2019
1
INHOUD VOORWOORD
3
1 INLEIDING
4
2 BELANGRIJKE/TERUGKERENDE THEMA’S IN DE REACTIES
6
2.1 VERVOERKUNDIGE EISEN EN WENSEN
6
2.2 TRANSITIE NAAR ZERO EMISSIE
12
2.3 TOEGANKELIJKHEID/INCLUSIVITEIT
12
2.4 BETROKKENHEID GEMEENTEN EN ANDERE WEGBEHEERDERS
13
2.5 TOEKOMSTVASTHEID PVE
13
2.6 IMPLEMENTATIE CONCESSIE
14
2.7 REACTIES OVER ONDERWERPEN DIE BUITEN HET PVE VALLEN
14
3 VERVOERKUNDIGE WENSEN
16
4 OVERIGE AANPASSINGEN AAN HET PVE
18
5 REACTIES
20
BIJLAGE A: NOTITIE ADAPTIVITEIT (29 MEI 2019)
144
September 2019
2
VOORWOORD Voor u ligt de Reactienota, waarin reacties op het ontwerp-Programma van Eisen voor de concessie Zaanstreek-Waterland zijn gebundeld en worden beantwoord. De reacties en antwoorden worden voorafgegaan door vier hoofdstukken waarin wordt uitgelegd welke wijzigingen in het Programma van Eisen zijn aangebracht. De Vervoerregio Amsterdam heeft gekozen voor een uitgebreide Reactienota omdat het Programma van Eisen een juridisch bindend document is dat gedurende de looptijd van de concessie het kader vormt voor het aanbieden van openbaar vervoer. In deze Reactienota willen wij op een toegankelijke manier verantwoorden hoe wij om zijn gegaan met de reacties op het ontwerp-Programma van Eisen. Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio heeft op 19 september 2019 ingestemd met de Reactienota en het aangepaste ontwerp-Programma van Eisen. De stukken worden ter advisering voorgelegd aan de regioraad, de Adviescommissies Zaanstreek en Waterland en de Reizigers Advies Raad. De start van de aanbesteding is voorzien op 1 november 2019, wanneer het Bestek wordt gepubliceerd.
3
1 INLEIDING Op 29 mei 2019 heeft het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam (hierna: Vervoerregio) het ontwerp-Programma van Eisen (hierna: ontwerp-PvE)
vervolg van het aanbestedingsproces
De eerste stap in de aanbesteding is het opstellen
voor de busconcessie Zaanstreek-Waterland vastge-
van het PvE. Deze fase is met het vaststellen van de
steld en ter zienswijze, advies en inzage voorgelegd
Reactienota bijna afgerond: de (tweede) consultatie
aan consumentenorganisaties, de Adviescommissies
van de regioraad, adviescommissies en de Reizigers
Zaanstreek en Waterland van inliggende gemeenten,
Advies Raad kan nog tot aanpassingen leiden, die
aangrenzende gemeenten, de Provincie Noord-
voor vaststelling van alle aanbestedingsdocumenten
Holland en vervoerders in de regio. Het ontwerp-PvE
op 31 oktober worden doorgevoerd. Het PvE is onder-
is tevens gepubliceerd op TenderNed (222628). Daar-
deel van het Bestek, dat momenteel verder wordt op-
naast heeft het ontwerp-PvE ter inzage gelegen ten
gesteld. Het Bestek bestaat uit alle documenten waar
kantore van de Vervoerregio. Eenieder die dat wilde
de geïnteresseerde vervoerbedrijven hun aanbieding
heeft de gelegenheid gehad een reactie te geven.
op baseren. De start van de aanbestedingsprocedure,
reactienota
voorzien op 1 november 2019, markeert het begin van de inschrijfperiode, waarin de vervoerbedrijven hun
In deze Reactienota geeft de Vervoerregio antwoord op
aanbieding voorbereiden. De inschrijfperiode eindigt
37 binnengekomen reacties die gezamenlijk bijna 300
op 27 maart 2020. Hierna start de beoordeling. Het
vragen bevatten. In ruim veertig gevallen hebben de
besluit tot gunning van de Concessie is voorzien in de
reacties geleid tot wijzigingen in het Programma van
tweede helft van mei 2020. De aanbesteding is dan ten
Eisen (hierna: PvE) of aandachtspunten voor de conces-
einde, maar de resterende anderhalf jaar tot de con-
siedocumenten. In andere gevallen betreft het antwoord
cessie begint worden dan door de Vervoerregio benut
echter een verwijzing naar een plek in het ontwerp-PvE
om gezamenlijk met het winnende vervoerbedrijf, de
waar het betreffende onderwerp al aan bod komt, een
wegbeheerders en de zittende concessiehouders de
uitleg van een eis in het ontwerp-PvE of een toelichting
implementatie van de concessie uit te voeren.
waarom een reactie niet tot een wijziging heeft geleid. De nu voorliggende versie van het PvE betreft het aangepaste ontwerp-PvE, die het dagelijks bestuur bij besluit van 19 september 2019 voorlegt aan de regioraad, de
grote betrokkenheid bij opstellen ontwerp-PvE
Nog voor begonnen werd met het opstellen van de
Reizigers Advies Raad en de adviescommissies
aanbestedingsdocumenten heeft de Regioraad 1 aan-
Zaanstreek en Waterland en waar de wijzigingen die in
gegeven dat gemeenten, reizigers en inwoners be-
deze Reactienota worden beschreven zijn doorgevoerd.
trokken moeten worden bij de totstandkoming >>
1 Vergadering van de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam, 11 december 2018
4
van het ontwerp-PvE. Aan het opstellen van het ont-
Vervoerkundige eisen en wensen belangrijk
werp-PvE is daarom een uitgebreid participatie- en
Veel reacties gaan in op vervoerkundige eisen en
adviestraject voorafgegaan. Alle inliggende gemeenten
wensen. Gedurende de concessie bepaalt het PvE
zijn op meerdere manieren geïnformeerd en betrokken.
de ruimte die de concessiehouder heeft om het
De Regioraad en de Reizigers Advies Raad hebben beide
openbaar vervoer te ontwikkelen. Het PvE beschrijft
een klankbordgroep ingesteld die nauw betrokken zijn
welke verbindingen de vervoerder (hierna: Inschrij-
geweest bij het voortraject. Via burgerparticipatie hebben
ver, indien op de aanbestedingsprocedure wordt
ruim 2.000 inwoners en reizigers meegedaan aan twee
gedoeld en Concessiehouder indien de concessie
enquêtes. Daarnaast is een enquête afgenomen onder
vanaf 12 december 2021 wordt bedoeld) in ieder geval
een voor de gehele bevolking van het concessiegebied
moet bieden en welke minimale bedieningstijden en
representatieve steekproef. De gemeenten Beemster, Pur-
frequenties daarbij gelden. Dit betreffen minimum-
merend en Zaanstad hebben eigen onderzoek onder hun
eisen. De minimumeisen uit het PvE mogen dus niet
inwoners verricht en de Vervoerregio een brief met wen-
gezien worden als een bezuiniging of verschraling
sen voor verwerking in het ontwerp-PvE gestuurd. Ook de
van het aanbod, maar zijn bedoeld om de Inschrij-
gemeenten Edam-Volendam en Waterland hebben hun
vers ontwikkelruimte te geven zodat zij gegeven het
wensen kenbaar gemaakt middels een brief.
subsidiebedrag beter openbaar vervoer kunnen gaan
reacties op ontwerp-PvE
De volgende partijen hebben gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om op het ontwerp-PvE te reageren: •
Reizigers Advies Raad voor de Vervoerregio Amsterdam
aanbieden, bovenop de minimumeisen. Aan dit extra aanbod worden tijdens de beoordelingsperiode punten toegekend.
leeswijzer
Deze Reactienota is verder als volgt opgebouwd: •
Hoofdstuk 2 gaat in op de belangrijkste (meest
•
Rover, afdeling Amsterdam
•
Adviescommissie Zaanstreek
•
Adviescommissie Waterland
•
Adviescommissie Amsterdam2
•
De gemeenten Edam-Volendam, Oostzaan,
omschreven die de Vervoerregio verder meeneemt
Wormerland, Alkmaar, Amsterdam, Beverwijk
in de aanbesteding. Deze wensen zijn afkomstig
terugkerende) thema’s die uit de ingediende reacties naar voren komen. •
en Hoorn
In hoofdstuk 3 worden de vervoerkundige wensen
uit de reacties.
•
De Regioraadsleden uit de gemeente Purmerend
•
De provincie Noord-Holland
Vervoerregio zelf heeft geïnitieerd als gevolg van
•
Drie vervoerbedrijven
nader onderzoek, voortschrijdend inzicht of het
•
De vakbond FNV
•
Maatschappelijke organisaties: gezamenlijke
•
Hoofdstuk 4 bevat wijzigingen aan het PvE die de
compleet maken van het ontwerp-PvE. •
Hoofdstuk 5 bevat een volledig overzicht van de
Buurtbusverenigingen Beemster, Zeevang en
ingediende reacties en het antwoord van de
Waterland, Burgerplatform Zaanstad, Contact
Vervoerregio daarop.
Commissie Jisp en Eilandraad Marken •
Het Van der Valk Hotel Oostzaan-Amsterdam
In alle hierna volgende tekst zijn kernbegrippen die betrekking hebben op de concessie Zaanstreek-
Daarnaast hebben veertien personen op persoonlijke
Waterland met een hoofdletter geschreven. De be-
titel gereageerd. De Vervoerregio dankt iedereen die
tekenis van de kernbegrippen wordt verklaard in de
de moeite heeft genomen om op het ontwerp-PvE te
begrippenlijst die tezamen met deze Reactienota is
reageren. Het aantal en de aard van de ingediende
gepubliceerd. Wanneer deze begrippen in algemene
reacties bevestigen ons gevoel dat het openbaar
zin worden gebruikt, worden zij niet met hoofdletter
vervoer een onderwerp is dat leeft in de regio.
geschreven.
2 Het advies van de adviescommissie Amsterdam moet nog in deze Reactienota verwerkt worden
5
2 BELANGRIJKE/TERUGKERENDE THEMA’S IN DE REACTIES 2.1 VERVOERKUNDIGE EISEN EN WENSEN
vervullen. Dit OV-aanbod kan elders in de regio beter
Een substantieel deel van de ingediende reacties
van de regio de Concessiehouder in ieder geval moet
heeft betrekking op hoofdstuk 4 (Vervoerkundige
ontsluiten.
worden ingezet3. Wel schrijven wij voor welke delen
eisen en wensen) van het ontwerp-PvE. Uit de aard van de opmerkingen valt op te maken dat partij-
Ontsluiting van gebieden
en zekerheid zoeken wat betreft het toekomstige
Het aanbieden van openbaar vervoer is een samen-
busaanbod binnen de regio, zowel als het gaat om
spel tussen het opstellen van een dienstregeling met
verplichte busverbindingen (vanuit de regio naar
daarin haltes, bussen en personeel, het beschikken
Amsterdam) als om de invulling van het ontsluitende
over infrastructuur waar de bus overheen kan rijden
netwerk. Ten slotte dienen partijen tal van wensen in
en de afweging tussen het aantal reizigers
voor uitbreiding van het PvE en voor op hun behoefte
dat wordt vervoerd en geld en tijd die dat kost.
toegesneden vervoer. De wensen worden toegelicht
Omdat de concessiehouders in de Vervoerregio
in het volgende hoofdstuk van de Reactienota. In dit
Amsterdam ‘opbrengstverantwoordelijk’ zijn, dat
hoofdstuk leggen we uit welke overwegingen een rol
wil zeggen: de opbrengsten van verkoop van vervoer-
hebben gespeeld bij onze antwoorden op de meest
bewijzen verkrijgen, is het in hun belang om zoveel
voorkomende reacties op hoofdstuk 4
mogelijk reizigers te vervoeren. Zij zullen dus geneigd
(Vervoerkundige eisen en wensen).
zijn om zijn lijnvoering en haltebediening zo in te
ontsluitingsnormen, te bedienen haltes/trajecten en lijnvoering
richten dat zoveel mogelijk woon- en werkadressen ontsloten worden. Tegelijkertijd proberen de concessiehouders de gemiddelde snelheid te
Bij de aanbesteding is het uitgangspunt dat de
verhogen en het aantal haltes dat nodig is om
Inschrijvers de vrijheid hebben om de lijnvoering zo
de Reizigers te bedienen, te verlagen.
in te richten dat zij de Reiziger het best menen te bedienen (‘ontwikkelruimte’). Onder andere beogen
De Vervoerregio wil het openbaar vervoer positioneren
wij hiermee dat er geen ongewenste parallelliteit in
als aantrekkelijk alternatief voor de auto (met name
het netwerk ontstaat. Wij achten het niet doelma-
voor de vele mensen die reizen tussen wonen en werk/
tig dat er meerdere alternatieven bestaan om van A
opleiding). Tegelijkertijd wil de Vervoerregio mensen
naar B te reizen: elke Lijn dient een eigen functie te
die verstoken zijn van alternatief vervoer >>
3 Bij dit alles geldt dat de Vervoerregio altijd de mogelijkheid heeft om in de vorm van meerwerk extra vervoer in te kopen. Bijvoorbeeld wanneer voorstellen van
de vervoerder passen binnen de kaders van het PvE, maar ongewenste gevolgen hebben voor bepaalde groepen inwoners/bezoekers van de regio. Voorwaarde hierbij is dat de begroting van de Vervoerregio ruimte biedt om dit meerwerk te financieren.
6
(zoals auto of fiets) met het openbaar vervoer be-
Daarnaast formuleren wij een Referentienetwerk dat
dienen. Er wordt dus een balans gezocht tussen het
dicht bij het huidige netwerk ligt. Het Referentie-
bedienen van de gebieden die het meeste verkeer
netwerk geeft de Trajecten weer, waaraan de Haltes
aantrekken en het ontsluiten van de hele regio. Het
liggen die verplicht bediend moeten blijven worden.
PvE bevat daarom ontsluitingsnormen waaraan de
Hierbij is het uitgangspunt dat alle Haltes die op
Concessiehouder moet voldoen, te weten:
1 november 2019 bediend worden, bediend moeten
•
Woon- en Werkgebieden dienen te voldoen aan
blijven.5 Het is mogelijk dat de Concessiehouder
een bepaald aantal inwoners/werknemers en een
gedurende de Concessie aanpassingen voorstelt
bepaalde bevolkingsdichtheid om in aanmerking te
aan de bediening van Haltes, maar hierbij geldt het
komen voor ontsluiting met het Openbaar Vervoer.
uitgangspunt dat meer Reizigers van die aanpas-
90% van het aantal adressen in een te ontsluiten
singen profiteren dan dat er Reizigers op achteruit
Woon- of Werkgebied dient met Openbaar Vervoer
gaan. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat gebieden
ontsloten te zijn.
die nu bediend worden, in de toekomst niet meer
Deze gebieden dienen bereikbaar te zijn via voor
bediend worden. De Concessiehouder moet bij het
Openbaar Vervoer beschikbare infrastructuur en
voorstellen van aanpassingen rekening houden met
er moet voldoende vraag naar Openbaar Vervoer
de bepalingen in Artikel 17 van het PvE. Hierin wordt
bestaan.
voorgeschreven dat de Concessiehouder met de Con-
•
•
cessieverlener en Wegbeheerder(s) in overleg dient De ontsluiting door Openbaar Vervoer wordt gede-
te gaan, en staan de criteria waarop zijn voorstellen
finieerd door middel van een afstand tot een Halte
door de Concessieverlener worden getoetst.
waarbinnen 90% van de adressen moet vallen. Deze maximale afstanden zijn hemelsbreed:
Hiermee worden de minimumeisen die aan de ont-
•
400 meter, indien het Woon-/Werkgebied door
sluiting van gebieden worden gesteld bepaald door
een Ontsluitende Lijn wordt ontsloten;
twee aspecten: de gebiedsontsluitingsnorm (dient
800 meter, indien het Woon-/Werkgebied door
een gebied door Openbaar Vervoer ontsloten te wor-
een Verbindende Lijn wordt ontsloten, en
den?) en de maximale afstand tot een Halte waarbin-
1200 meter, indien het Woon-/Werkgebied door
nen 90% van de adressen in gebieden die ontsloten
een treinstation wordt ontsloten4.
dienen te worden moet liggen. Het Referentienetwerk
• •
benadert het ontsluitingsvraagstuk van de andere Deze ontsluitingsnormen zijn opgenomen in Artikel 3
kant: dit beschrijft de verplichte bediening van de
van het PvE. De lijst met de te ontsluiten
Haltes, ongeacht of gebieden ontsloten moeten
Woon-/Werkgebieden is opgenomen in Bijlage G van
worden en ongeacht of deze gebieden al ontsloten
het PvE.
worden door een andere Halte. Wij lichten deze systematiek toe aan de hand van twee voorbeelden. >>
4 Een treinstation met een directe treinverbinding naar Amsterdam Sloterdijk met een frequentie in Spitsperioden en de Daluren van ten minste 4 keer per uur. 5 Uitgezonderd enkele haltes in de huidige concessie Zaanstreek. De Inschrijvers houden echter de mogelijkheid om deze Haltes wel op te nemen in hun
ontwerp-dienstregeling.
7
1. Geen verplichte ontsluiting, wel verplichte bediening bij start van de Concessie
Het Woongebied ‘Zuideinde’ te Oostzaan heeft 215 inwoners met een gemiddelde dichtheid van 2 inwoners per hectare. Op basis van de ontsluitingsnorm in Artikel 3 hoeft dit Woongebied niet met Openbaar Vervoer ontsloten te worden. Omdat de bestaande haltes in dit gebied liggen aan een Traject dat onderdeel is van het Referentienetwerk, dient de Concessiehouder deze Haltes wel te bedienen. De Concessiehouder mag tijdens de looptijd van de Concessie voorstellen doen om de bediening van deze Haltes te wijzigen. Hij volgt hierbij de procedure zoals beschreven in Artikel 17 van het PvE. Dit voorbeeld dient louter ter illustratie en is geen verbeelding van de voorkeur van de Concessieverlener.
2. toekomstige verplichte ontsluiting, bediening door een verbindende Lijn
In het Woongebied ‘Havenbuurt’ te Zaanstad worden nieuwe woningen gepland. Verwacht wordt dat dit gebied aan de ontsluitingsnorm voor Woongebieden zal voldoen. Op grond van Artikel 3 dient de Concessiehouder de Havenbuurt te gaan ontsluiten zodra de eerste 250 woningen zijn opgeleverd. In de nabijheid van dit gebied ligt de halte ‘P. Ghijsenlaan’. Deze Halte ligt aan een Traject dat onderdeel is van het Referentienetwerk en dient door de Concessiehouder bediend te worden. Door deze Halte met een Verbindende Lijn te bedienen ontsluit de Concessiehouder ten minste 90% van de adressen in de Havenbuurt. Deze adressen liggen allemaal binnen een straal van 800 meter van de Halte. De nabijgelegen Halte ‘Symon Spiersweg’ moet eveneens verplicht bediend worden omdat de Halte gelegen is aan een Traject dat onderdeel is van het Referentienetwerk. De Concessiehouder zou vanaf het Dienstregelingjaar 2023 kunnen voorstellen deze Halte niet langer te bedienen als hij aannemelijk kan maken dat Reizigers hier per saldo van profiteren, bijvoorbeeld omdat dit leidt tot kortere reistijden voor doorgaande Reizigers en Reizigers die van deze Halte gebruikmaken beter bediend gaan worden door de Verbindende Lijn die halteert op de ‘P. Ghijsenlaan’. Dit voorbeeld dient louter ter illustratie en is geen verbeelding van de voorkeur van de Concessieverlener.
De meeste reacties richten zich met name op de
centage is gelijk aan het percentage behorend bij de
afstand waarbinnen 90% van de adressen in een
ontsluitingsnormen in de concessies Amstelland-
gebied een Halte kan bereiken. De afstand wordt
Meerlanden en Amsterdam.
hemelsbreed voorgeschreven. De meeste reacties beschrijven het grote verschil tussen afstand
De ontsluitingsnormen zijn naar aanleiding van de
hemelsbreed en afstand over de weg. De Vervoerregio
reacties niet herzien. Wij zijn van mening dat ontslui-
erkent dat verschil, maar constateert tevens dat het
tingsnormen acceptabel zijn voor het overgrote
niet werkbaar is om een afstand over de weg voor
merendeel van de reizigers. Dit wil niet zeggen
te schrijven. Sommige adressen liggen dusdanig ver
dat voor álle reizigers de afstanden makkelijk te
van een weg waarover een bus mag en kan rijden
overbruggen zijn maar wij achten het niet in het
dat wij het wenselijk vinden om toe te staan dat
algemeen belang om met alle individuele behoeften
de Concessiehouder 10% van de adressen uit de te
rekening te houden. >>
ontsluiten gebieden niet hoeft te bedienen. Dit per-
8
Wel is de procedure voor het substantieel aanpassen van de bediening van Haltes in een procedure beschreven zodat de Concessiehouder samen met de Wegbeheerder en de Vervoerregio tot een
verbinding met amsterdam centraal station en aansluiting op de noord/ zuidlijn (metro 52)
De Vervoerregio heeft in 2015 met het oog op de
optimale afweging komt tussen efficiëntie van het
ingebruikname van de Noord/Zuidlijn een Lijnen-
lijnennet en het voor iedereen bereikbaar houden
netvisie6 vastgesteld waarin parallelle lijnvoering
van de Halte (Artikel 17). Bovendien is in het PvE
onwenselijk wordt geacht. Zowel de Noord/Zuidlijn
opgenomen dat nieuw te ontwikkelen Woongebie-
als parallelle busverbindingen aanbieden vindt de
den waarvan verwacht wordt dat zij op grond van
Vervoerregio onwenselijk: de metro is de snelste en
bouwplannen gaan voldoen aan de ontsluitingsnor-
voor Reizigers goedkoopste7 vervoerwijze. De insteek
men reeds worden ontsloten zodra zij een omvang
daarbij is om zoveel mogelijk reizigers die baat heb-
van 250 inwoners bereiken. Het PvE is op dit punt
ben (dan wel geen onevenredig nadeel ondervinden)
uitgebreid (Artikel 3).
van een overstap op de Noord/Zuidlijn bij station Noord of Noorderpark, deze overstapmogelijkheid
Bediening van haltes/trajecten en lijnvoering
te bieden. Bussen die vrijkomen door ingebruikna-
Veel partijen hebben in hun reactie aandacht
me van de Noord/Zuidlijn kunnen elders in de regio
gevraagd voor de bediening van specifieke haltes
beter worden ingezet. Vanuit de regio Zaanstreek
of trajecten en vragen dus om het gedetailleerd
en Waterland is in 2015 met succes gepleit voor het
voorschrijven van het OV-aanbod. Wij hebben in
behouden van een groot aantal rechtstreekse ritten
alle gevallen afgezien van het wijzigen van het PvE
naar Amsterdam CS. Vanuit Zaanstreek en Waterland
op deze punten. Hier zijn twee redenen voor:
samen rijden momenteel ongeveer evenveel bussen
1. Het Referentienetwerk, gebaseerd op het hui-
door naar Amsterdam CS als naar Amsterdam Noord.
dige netwerk. Dit netwerk ontsluit het gehele Concessiegebied volgens de ontsluitingsnormen
In het ontwerp-PvE is een maximum vastgesteld voor
en bestaat uit infrastructuur die door de Wegbe-
het aantal Lijnen dat Amsterdam CS mag aandoen,
heerder is opengesteld voor Openbaar Vervoer.
te weten:
2. Benutten van de ontwikkelruimte door de Concessiehouder. Om zelf een Dienstregeling te ont-
•
maximaal twee Lijnen vanuit Ilpendam (N235);
•
maximaal twee Lijnen vanuit Broek in Waterland (N247), en
werpen die inspeelt op actuele ontwikkelingen dienen de minimumeisen die het PvE stelt be-
•
maximaal twee Lijnen vanuit Zaanstreek
perkt te zijn. De Concessiehouder wordt geprik-
(Oostzanerdijk) en één toeristenlijn vanaf
keld om in te spelen op actuele ontwikkelingen
Zaanse Schans
doordat hij zelf de opbrengsten uit Vervoerbe-
Van het totaal aantal ritten dat eindigt op de Haltes
wijzen mag houden (opbrengstverantwoordelijk-
Amsterdam, Station Noord, Amsterdam, Noorderpark
heid). De Concessiehouder maakt de afweging
en Amsterdam, Centraal Station mag maximaal 40%
of de opbrengsten in verhouding staan tot de
van het totaal aantal ritten eindigen op Centraal
kosten. Het is onze verwachting dat hiermee ook
Station.
de Reiziger (gemiddeld genomen) het beste af is. Verschillende partijen spreken reeds voor het Daarnaast vragen diverse partijen aandacht voor
vaststellen van het ontwerp-PvE hun ongenoegen
een bepaalde lijnvoering of bepaalde haltebedie-
uit over de bestaande verdeling van de lijnen naar
ning. Over de verbindingen naar Amsterdam CS,
Amsterdam CS en Noord. Zij voeren aan dat reizigers
frequenties in Landsmeer/Oostzaan en de route
de voorkeur geven aan een rechtstreekse verbinding
van de huidige lijn 69 (Zaanstad) zijn zoveel vragen
naar Amsterdam CS. De Vervoerregio heeft deze
gesteld dat deze hierna apart worden beschreven.
adviezen meegewogen en blijft de uitzondering op >>
6 Lijnennetvisie 2018, zoals vastgesteld op 17 september 2015 door het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio Amsterdam. 7 De Noord/Zuidlijn biedt een kortere verbinding met Amsterdam Centraal Station dan de buslijnen die via de IJtunnel rijden.
Aangezien Reizigers per afgelegde kilometer betalen, zijn zij goedkoper uit indien zij gebruikmaken van de Noord/Zuidlijn
9
haar filosofie (het vermijden van parallelle verbin-
De Regioraad heeft op 9 juli 2019 ten aanzien van de
dingen) ook in het ontwerp-PvE mogelijk maken:
bediening van Oostzaan en Landsmeer twee moties
er wordt gestuurd op een verdeling van het aantal
aangenomen waarin wordt voorgesteld de bediening
Ritten naar Amsterdam Noord, maar Ritten naar
van beide kernen in de Spitsperioden te verhogen
CS blijven mogelijk.
van 2 naar 4 keer per richting per uur. Het PvE is op dit punt aangepast (Artikel 5).
De Regioraad heeft op 9 juli 2019 ten aanzien van de bediening van Amsterdam CS een motie van de gemeente Edam-Volendam aangenomen die stelt dat
lijn 69 (zaanstad)
In het PvE zal bediening van de Haltes die direct ten
Edam-Volendam niet beschikt over een treinstation en
oosten van de spoorlijn Zaandam-Wormerveer liggen
voorstelt om twee Lijnen tussen Edam en Amsterdam
niet geëist worden. Dit omdat dit traject een parallel-
CS verplicht te stellen. Op basis van de vervoercijfers
le verbinding is. Op het traject Wormerveer – Zaan-
wordt al dan niet besloten dit aantal te continueren8.
dijk – Koog – Zaandam wordt in de huidige situatie
Deze motie stelt, in tegenstelling tot het ontwerp-PvE,
een drietal verbindingen aangeboden: de sprinter-
ook een minimum vast (dat gelijk is aan het maximum
verbinding Uitgeest – Amsterdam (trein) en de lijnen
van twee Lijnen op de N247-corridor). Het PvE is op dit
67 en 69. Dat is niet efficiënt. Op de kaart (figuur 1)
punt aangepast (Artikel 8).
is te zien dat door het niet bedienen van een vijftal haltes van de huidige lijn 69 een zeer beperkt gebied
Overstap op metro 52 te Station Noord
niet ontsloten wordt volgens de 400-meter norm.
Tevens uiten diverse partijen hun zorgen over de
In die gebiedjes zijn weinig adressen omdat het
aansluiting tussen bus en metro op Station Noord.
grotendeels onbebouwd gebied is.
Aandachtspunten zijn hier onder andere de aansluiting op de eerste en laatste rit en de voorzieningen
Uit een analyse van de reizigersaantallen van lijn
op het metrostation. Wij verwijzen naar hoofdstuk 5
69 blijkt dat 14% van de reizigers die instappen op
(de afzonderlijke reacties 40, 162 en 165) voor onze
een bushalte bij een station (Wormerveer, Zaandijk,
reactie op deze zorgen.
Koog aan de Zaan en Zaandam), ook weer uitstap-
verbinding met oostzaan en landsmeer
pen bij een bushalte bij een van deze vier stations. Voor deze reizigers kan de trein een goed alternatief
Momenteel rijden lijn 392 (verbinding Amsterdam-
zijn. Bovendien is de frequentie van de trein meestal
Oostzaan-Zaandam, concessie Zaanstreek) en lijn 319
hoger dan die van lijn 69.
(verbinding Amsterdam-Landsmeer, concessie Waterland) volgens de R-netformule in hoge frequenties.
In het PvE is opgenomen dat de Concessiehouder
Onderdeel van de R-netformule is ook een eis aan de
niet verplicht is deze verbinding te bieden. Echter,
maximumsnelheid op het (grootste deel van) het tra-
door de wegen wel op te nemen in het Convenant
ject waarover de lijn rijdt. De Wegbeheerders voeren
Beschikbare Infrastructuur, geeft de Gemeente
een reconstructie uit van grote delen van de routes
Zaanstad de Concessiehouder wel de mogelijkheid
door Oostzaan en Landsmeer. Als gevolg daarvan
deze verbinding te bieden, indien de Concessiehou-
wordt een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur
der deze verbinding wil ontwikkelen.
ingesteld. Maximumsnelheden lager dan 50 kilometer per uur vinden wij niet passend voor Openbaar
Over het verschil in Tarief tussen de trein en de bus
Vervoer en zeker niet voor de R-netformule. In het
is de Vervoerregio momenteel in gesprek met de
ontwerp-PvE wordt de verbinding met Oostzaan en
Nederlandse Spoorwegen. De mogelijkheden om de
Landsmeer dan ook voorgeschreven als Ontsluitende
tarieven tussen bus en trein op bepaalde Trajecten,
Lijn, met een minimale frequentie van 2 keer per uur
waaronder Zaandam-Wormerveer, gelijk te trekken
gedurende de dag.
worden besproken. Bij tariefintegratie zal op deze >>
8 Op basis van de vervoercijfers in het eerste jaar van de Concessie kan de Concessiehouder gedurende het tweede jaar van de Concessie een voorstel doen om
deze lijnvoering vanaf het derde jaar van de Concessie al dan niet te herzien.
10
verbinding het reizen per trein niet duurder hoeven
integratie. De in hoofdstuk 9 van het PvE gewenste
uit te vallen dan reizen per bus. De Concessiehouder
nieuwe kaartsoorten passen goed in dit streven.
zal verder vorm kunnen geven aan deze tarief-
Figuur 1 Haltecirkels in omgeving spoorlijn Zaandam-Wormerveer Haltedekking tussen Zaandam en Wormerveer Lijnen 64, 65, 67 en 69 Haltes 64, 65 en 67 Haltedekking 400m Mogelijk op te heffen haltes lijn 69 Haltedekking 400m Stationhaltes Haltedekking station 1.200m
11
2.2 TRANSITIE NAAR ZERO EMISSIE
Ten slotte schrijven wij voor dat de Inschrijvers een
Zowel in aanloop naar, als in reactie op het ont-
Implementatieplan heeft tot doel dat er geen over-
werp-PvE werd het belang van duurzaamheid in de
gangsproblemen optreden bij de start van de Conces-
aanbesteding door alle partijen onderkend. Zowel
sie. De Concessieverlener neemt de kwaliteit van het
in gesprekken die wij met gemeenten en hun raads-
Implementatieplan mee bij de beoordeling van de
leden hebben gevoerd als in de burgerparticipatie.
Inschrijvingen. En tijdens de implementatieperiode
Tegelijkertijd leven er ook zorgen: dat investeringen
ziet de Concessieverlener er nauwlettend op toe dat
in duurzaamheid leiden tot minder OV-aanbod en dat
de Concessiehouder zijn Implementatieplan ade-
elektrische bussen een groter risico op verstoring van
quaat uitvoert. De Implementatie van Zero-Emissie
de exploitatie betekenen. De Vervoerregio herkent
Materieel zal hier ook een onderdeel van vormen.
deze zorgen maar is van mening dat het PvE ruimte
De reacties aangaande Zero Emissie hebben geleid
maakt voor duurzaamheid en daarbij de betrouwbaar-
tot enkele aanpassingen van het PvE. Het hoofdstuk
heid van de exploitatie garandeert. Wij gaan er van uit
Duurzaamheid is opgedeeld tussen de hoofdstukken
dat de exploitatiekosten per saldo 3%
9 stijgen en dit
Implementatieplan in hun aanbieding opnemen. Het
Infrastructuur, Materieel en Duurzame
kan betekenen dat het aanbod iets verkleind wordt.
Bedrijfsvoering zodat de gewenste rolverdeling
Dit zal echter pas bij de beoordeling blijken. Hierbij
tussen Concessieverlener, Concessiehouder en
beschouwen wij het aan elkaar kunnen koppelen van
Wegbeheerder uit het PvE blijkt. Tevens is op de eis
Lijnen tussen Zaanstreek en Waterland als een kans
80% Zero Emissie vanaf het begin van de Concessie
om efficiëntie te verbeteren: Materieel en Personeel
en 100% Zero Emissie vanaf 2025 een uitzondering
kunnen wellicht optimaler worden ingezet waardoor
gemaakt voor Buurtbussen aangezien vrijwilligers
de exploitatiekosten lager uitvallen.
van buurtbusstichtingen met een rijbewijs B thans geen Zero Emissie voertuigen (voor maximaal 8
Wij zijn van mening dat voor deze 3% meerkosten
reizigers) mogen besturen in verband met het grote
een grote CO2-reductie te realiseren is in termen van
extra gewicht van de accupakketten.
reductie per euro. Daarbij komt dat de markt voor elektrische bussen nog volop in ontwikkeling is: er komen accu’s beschikbaar met meer capaciteit en steeds meer busleveranciers bouwen elektrische bussen.
2.3 TOEGANKELIJKHEID/INCLUSIVITEIT
Tevens verwachten wij de aan Zero Emissie verbonden
De belangrijke betekenis van het openbaar vervoer
implementatierisico’s te voorkomen door met Weg-
voor reizigers die geen of weinig alternatieve ver-
beheerders locaties aan te wijzen waar de Concessie-
voersmogelijkheden hebben is door verschillende
houder Laadinfrastructuur kan aanleggen, mocht hij
partijen benadrukt. Ook de toegankelijkheid van
ervoor kiezen om Elektrische Bussen overdag bij te
het openbaar vervoer wordt benadrukt: zelfstan-
laden. Door nu alvast afspraken te maken met Weg-
digheid is voor de groep ‘reizigers met een mobi-
beheerders en de Netbeheerder Liander kunnen wij
liteitsbeperking’ een groot goed en zij verwachten
tevens de grootste risico’s op vertraging bij de aanleg
dat de concessiehouder hen hierin tegemoet komt
van de locaties voorkomen: namelijk het te laat op-
door bijvoorbeeld in bussen voldoende ruimte voor
leveren van de netaansluiting, waarvoor doorgaans
twee rolstoelen aan te bieden en reisinformatie op
wachtlijsten bestaan. Zo kan de Concessiehouder de
meerdere wijzen ter beschikking te stellen. Internati-
voor hem optimale afweging maken tussen de accuca-
onaal is voor deze groep reizigers al veel vastgelegd,
paciteit van zijn bussen en de plaatsen en momenten
bijvoorbeeld in het VN verdrag inzake de rechten van
waarop hij zijn bussen bij kan laden.
personen met een handicap10 en ook in nationale regelgeving (Regeling toegankelijkheid van het >>
9 Dit percentage is gebaseerd op data uit het jaar 2018. Omdat de technologische ontwikkelingen snel gaan en er steeds meer concurrentie ontstaat op de
markt voor elektrische bussen is de verwachting dat de prijzen de komende jaren dalen. De bussen voor de concessie Zaanstreek-Waterland worden naar verwachting in de zomer van 2020 besteld en in de zomer van 2021 geleverd. 10 Vastgesteld door de Verenigde Naties op 13 december 2006
12
openbaar vervoer). Dit zijn minimumeisen die ook
materieel niet altijd gewenst, blijkt uit de reactie van
in dit PvE worden voorgeschreven. Ook wordt er
enkele gemeenten. Daarnaast vraagt de inzet van
gevraagd om een tweede rolstoelplek. Het eisen van
Elektrische Bussen extra aandacht van de Wegbe-
een tweede verplichte rolstoelplek in de bus gaat
heerder bij het (tijdelijk) afsluiten van wegen. De
ten koste van zitplaatsen en daarmee van comfort
actieradius van de Elektrische Bus is beperkt en de
van andere reizigers. In een gelede bus kan ruimte
locatie en bereikbaarheid van de Laadinfrastructuur
worden geboden bij de tweede (uitstap)deur. Daar
kritisch, zo geven twee vervoerders in hun reactie
zou een tweede rolstoel kunnen staan. Dit leidt ech-
aan. Tijdige informatie-uitwisseling tussen Conces-
ter tot extra investeringen in een rolstoelplank, en
sie-houder en Wegbeheerders is daarom belangrijker
tot extra verbruik vanwege het extra gewicht. Omdat
dan in de huidige concessies.
het aandeel personen met een mobiliteitsbeperking gering is ten opzichte van het totaal aantal Reizigers
De procedure waarmee de Concessiehouder zijn
wordt een tweede rolstoelplek niet als eis in het PvE
Dienstregeling vast laat stellen is beschreven in
opgenomen.
hoofdstuk 4 van het PvE en is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp-PvE. Daarnaast worden afspraken
Wel constateert de Vervoerregio dat in het dagelijks
tussen Vervoerregio en Wegbeheerders gemaakt over
beheer van de Concessie het verlenen van service
het openstellen van infrastructuur voor de Concessie.
aan personen met een mobiliteitsbeperking voldoen-
Die afspraken worden momenteel gemaakt en vastge-
de aandacht moet krijgen. De Vervoerregio ziet hierin
legd in een Convenant Beschikbare Infrastructuur.
voor zichzelf ook een rol weggelegd. Tot wijzigingen in het PvE hebben de reacties niet geleid.
Ten slotte zullen de Gemeenten ook voorafgaand aan de start van de Concessie worden betrokken. Enkele
2.4 BETROKKENHEID GEMEENTEN EN ANDERE WEGBEHEERDERS De participatie gedurende het opstellen van het ontwerp-PvE is door de Gemeenten en andere Wegbeheerders als waardevol ervaren. Zeker ook gezien
Gemeenten zullen zitting nemen in het beoordelingsteam en alle Gemeenten zullen nauw worden betrokken bij de implementatie van de Concessie.
2.5 TOEKOMSTVASTHEID PVE
de lange looptijd van de Concessie moeten goede
In diverse reacties wordt de zorg uitgesproken
afspraken worden gemaakt over de inpassing van het
over de omvang van de Concessie: niet in aantallen
Openbaar Vervoer in de openbare ruimte. Diverse
bussen of reizigers maar over de duur van de
Gemeenten hebben in hun reactie aangegeven nauwer
Concessie en de mate van onzekerheid over
betrokken te willen worden bij de jaarlijkse wijzigin-
reizigersgroei en ruimtelijke ontwikkelingen. De
gen die de Concessiehouder in zijn Dienstregeling
Vervoerregio erkent dat het lastig is om in concessies
doorvoert. Uit de studie naar de effecten van R-net11
met lange looptijd om te gaan met onzekerheden
is de wenselijkheid hiervan gebleken bij het uitrollen
(‘adaptiviteit’). Herijking vindt plaats rond het vijfde
van snelle OV-verbindingen die op minder Haltes
en tiende jaar van de Concessie. Tijdens die
stoppen. Belangrijk is om samen met de Concessie-
momenten wordt samen met de Concessiehouder
houder, de Wegbeheerder(s) en de Vervoerregio te
bekeken welke aanpassingen aan de Concessie
bespreken welke Haltes door R-net aangedaan worden
gewenst zijn. Enkele vervoerders wezen terecht op
en welke alternatieve bediening er voor de overi-
de onwenselijkheid om ‘nadere eisen’ door middel
ge Haltes denkbaar is. Ook moet de materieelinzet
van een Aanwijzing gedurende de looptijd van de
onderwerp van overleg zijn tussen Wegbeheerder en
Concessie door te voeren. Het is inderdaad niet de
Concessiehouder: in woonstraten is extra lang of hoog
bedoeling om door middel van een Aanwijzing de >>
11 Vervoerregio Amsterdam – ‘HOV-beleid’, mei 2019, besproken door de Regioraad op 9 juli 2019
13
eisen te verzwaren of andere eisen te stellen.
tegenstelling tot eerdere aanbestedingen zien wij
Wij werken in het Concessiebesluit nader uit wat
in de Concessie Zaanstreek-Waterland het (door)
wij onder Aanwijzing verstaan.
ontwikkelen van het aanbod als gezamenlijke verantwoordelijkheid van Concessiehouder, Wegbeheerders
Ook wordt in diverse reacties de vraag gesteld of
en Vervoerregio (de ambtelijke organisatie én de
de ambities betaalbaar zijn, wordt gesuggereerd de
Gemeenten). Daarom bieden wij pas ruimte voor het
transitie naar Zero Emissie over een aantal jaar te
substantieel afwijken van het huidig aanbod vanaf
spreiden en wordt gevraagd of er ruimte is om in de
het tweede jaar van de Concessie. Zo kopen we tijd,
toekomst extra aanbod te financieren indien sprake
maar ook kennis: van de Concessiehouder én van de
is van forse reizigersgroei. Wij zijn van mening dat
wereld anno 2022.
de ambities passen binnen de ontwikkelruimte die de Concessiehouder heeft en er sprake is van een realistische set minimumeisen. Dankzij de hiervoor beschreven Herijking zijn integrale afwegingen over de (minimum)eisen aan de Concessiehouder periodiek mogelijk.
2.7 REACTIES OVER ONDERWERPEN DIE BUITEN HET PVE VALLEN werking ov-chipkaartapparatuur lijn 121 Zowel in verschillende reacties als in de vergade-
Bijlage A van deze Reactienota geeft de overwegin-
ring van de Regioraad op 9 juli 2019 is opgemerkt
gen van de Vervoerregio ten aanzien van adaptiviteit
dat de OV-chipkaartapparatuur op lijn 121 (Purme-
weer. De Herijking wordt nader uitgewerkt in het Be-
rend-Wormerveer) niet alle ritten registreert, met als
stek. Het PvE is op diverse punten aangepast betref-
gevolg dat de vervoercijfers het gebruik van deze lijn
fende het stellen van nadere eisen en het geven van
onderschatten. Navraag bij EBS heeft opgeleverd dat
aanwijzingen.
de OV-chipkaartapparatuur in 1% van de uren niet naar behoren gefunctioneerd heeft. Wij achten deze
2.6 IMPLEMENTATIE CONCESSIE Diverse reacties gingen in op de periode rond de start van de Concessie. Materieel moet worden getest en Laadinfrastructuur worden aangelegd. Tegelijkertijd dienen de huidige concessiehouders hun exploitatie ongestoord te kunnen voortzettend. Wij zijn ons
afwijking dusdanig klein dat wij de cijfers waarop het PvE is gebaseerd betrouwbaar vinden en zien geen reden om aan te nemen dat wij het gebruik van lijn 121 onderschatten.
afspraken over medezeggenschap tussen de concessiehouder en zijn personeel FNV heeft verzocht om de Concessiehouder te ver-
bewust van het belang van goede planning, coördi-
plichten om zijn ondernemingsraad te consulteren
natie en risicobeheersing gedurende deze periode en
bij het vaststellen van bijvoorbeeld het ontwerp-Ver-
vragen de Inschrijvers om hun inspanningen daartoe
voerplan. Op medezeggenschap is de Wet op de
vast te leggen in een Implementatieplan. Hierbij kun-
Ondernemingsraden van toepassing die beschrijft
nen zij ervan uit gaan dat er op verschillende loca-
wanneer de medewerkers betrokken moeten worden
ties, gelegen op of nabij belangrijke eindpunten in de
bij besluiten die gevolgen kunnen hebben voor het
regio voldoende stroom en plaats beschikbaar is om
Personeel. De wijze van samenwerking tussen de
Bussen bij te laden. Daarover sluiten Vervoerregio en
Concessiehouder en zijn personeelsvertegenwoor-
Gemeenten een samenwerkingsovereenkomst.
diging is geen aangelegenheid van de Vervoerregio. Wel wijzen wij de Concessiehouder in het PvE op het
Na start van de Concessie moet de meerwaarde van
belang dat de Vervoerregio hecht aan het door de
de Inschrijving ook ‘op straat’ blijken, zo stellen
Concessiehouder benutten van de deskundigheid
enkele reacties. Ook hiervan zijn wij ons bewust. In
die onder het Personeel aanwezig is. Dit is één >>
14
van de uitkomsten van de themadag over ‘Goed
Bus of Auto valt buiten de scope van de Concessie
Werkgeverschap’ die de Vervoerregio op
Zaanstreek-Waterland, zoals wordt beschreven in
11 september 2019 heeft georganiseerd.
hoofdstuk 2 van het PvE. Dit geldt voor bijvoorbeeld openbaar vervoer over water, het ter beschikking
Om in de breedte zicht te verkrijgen op de tevreden-
stellen van vervoermiddelen aan inwoners en het
heid van het Personeel van de Concessiehouder eisen
verzorgen van besloten vervoer (voor bijvoorbeeld
wij wel dat de Concessiehouder een medewerker-
ouderen of gehandicapten).
stevredenheidsonderzoek laat uitvoeren, waarbij de personeelsvertegenwoordiging van de Concessiehouder, alsmede de Concessieverlener, betrokken dienen
het totale budget voor de concessie Diverse partijen spreken hun zorg uit over het
te worden. Andere onderwerpen die de bedrijfsvoering
beschikbare budget. Dit zou te krap zijn om het
van de Concessiehouder aangaan, dan wel de wijze
bestaande aanbod te continueren en in nieuwe
waarop hij zijn Personeel betrekt bij het inrichten van
ambities (zoals Zero-Emissie Openbaar Vervoer)
zijn bedrijfsvoering, achten wij buiten zeggenschap
te voorzien. Bovendien zou Laadinfrastructuur
van de Vervoerregio.
niet betaald moeten worden uit het budget voor
vervoer, anders dan openbaar vervoer
OV-exploitatie maar uit infrastructuurgelden. Wij kunnen ons deze gedachtegang voorstellen, maar
Enkele reacties gingen in op het aanbieden van
hebben te maken met een budget waar reeds
ander vervoer dan in het ontwerp-PvE beschreven
afspraken over zijn gemaakt: het gecombineerde
als behorend tot de Concessie. Het verzorgen van
budget voor de concessies Zaanstreek en Waterland
voorzieningen anders dan Openbaar Vervoer per
vormt het financieel kader voor de Concessie. Het PvE is binnen dit financieel kader opgesteld.
15
3 VERVOERKUNDIGE WENSEN Om discrepanties of aanvullingen in de Aanbeste-
werp-PvE gehaald en zullen in de Aanbestedingslei-
dingsleidraad ten opzichte van het PvE te voorkomen,
draad worden overgenomen. Dit hoofdstuk beschrijft
worden wensen alleen in het gunningsmodel (onder-
deze wijziging. Tevens geven wij een korte toelichting
deel van de Aanbestedingsleidraad) opgenomen. De
op de wijze waarop de wensen in de beoordeling van
vervoerkundige wensen zijn daarom uit het ont-
de Inschrijvingen worden meegenomen.
Wensen zoals reeds beschreven in het ontwerp-Programma van Eisen Paragraaf Wens 4.2.4
De Ontsluitende Lijn Purmerend-Amsterdam Zuidoost uit te voeren conform de eisen die worden gesteld aan een Verbindende Lijn
4.2.4
Eén of meerdere Ontsluitende lijn(en) naar de Werkgebieden in Amsterdam Riekerpolder en één of meerdere Ontsluitende lijn(en) naar de Werkgebieden in Amsterdam Zuidoost aan te bieden, conform de eisen wat betreft minimale bedieningstijden en frequenties die worden gesteld aan Lijnen naar Werkgebieden
4.2.4
Het verbeteren van de lokale bereikbaarheid in Purmerend door de Woongebieden met directe Ontsluitende Lijnen te verbinden aan belangrijke lokale bestemmingen zoals het centrum, ziekenhuis en één van de station(s) in de stad
4.2.4
Een rechtstreekse verbinding in de Spitsperiode tussen Amsterdam en Marken (zonder ‘rondje Monnickendam’)
4.2.4
Een Ontsluitende Lijn tussen Monnickendam en Purmerend op zaterdag en zondag
4.2.4
Ontsluitende Lijnen uitvoeren met hogere frequenties dan de minimumeisen die gesteld zijn aan Ontsluitende Lijnen
4.2.4
Het bieden van een directe oost-westverbinding in Zaanstad ter hoogte van het Zaans Medisch Centrum en/of de Zaanse Schans, uitgevoerd met een Ontsluitende Lijn
4.2.5
Aansluiting van de Nachtlijnen in Amsterdam op het nachtnet van de concessiehouder in het aangrenzende concessiegebied wanneer dit vervoerkundig meerwaarde heeft
4.2.5
Het aanbieden van het nachtnet gedurende maandag- tot en met zondagnacht
4.2.5
Uitbreiding van de frequenties op donderdag- en vrijdagnacht naar 2 maal per uur
4.2.7
Verdere ontwikkeling van Toeristenlijnen, bijvoorbeeld door aanvullende Lijnen en/of bestemmingen, of uitbreiding van de bedieningstijden
4.3.2
Het aanbieden van een frequentie van ten minste 4 maal per uur op Trajecten van Verbindende Lijnen tussen 6:00 en 7:00 uur
4.3.2
Avond- en weekendbediening tussen Amsterdam Sloterdijk en Zaandam, De Vlinder
16
Wensen voortkomend uit de reacties op het ontwerp-Programma van Eisen Reactie
Indiener
Wens
107
Eilandraad Marken
Frequentere bediening Traject naar Marken in de namiddag
107
Eilandraad Marken
Toevoeging van Marken aan het nachtnet
115
Gemeente Beverwijk
Verlenging 59 in Zaandam
118
Gemeente Hoorn
Toevoeging Hoorn aan het Nachtnet
Wensen voortkomend uit moties, aangenomen in de Regioraad van 9 juli 2019 Motie 2 – Zaanse leden Regioraad
Het bedienen van halte Vincent van Goghweg, Zaandam
het belonen van de wensen in de inschrijving
direct
De Inschrijvingen worden beoordeeld aan de hand
het gehele aanbod van Openbaar Vervoer dan kan
van een aantal Gunningscriteria. Per Gunningscriterium
deze wens worden opgenomen in een zogeheten
kunnen de Inschrijvers punten verdienen die bijdragen
vervoerpakket: bijvoorbeeld het in hogere frequentie
aan de totale score per Inschrijving. De vervoer-
aanbieden van een enkele Lijn. De Inschrijver kan
kundige wensen kunnen worden beoordeeld bij
bij (ruim) voldoende invulling van het vervoerpakket
de criteria, zoals Geboden Dienstregelingkilometers,
rechtstreeks punten verkrijgen. Zijn voorstel voor
Vervoerplan en vervoerpakketten. Punten voor de
invulling van de wens wordt dan niet meegenomen
invulling van de wensen kunnen zowel direct als
bij de beoordeling van het aantal Geboden
indirect worden toegekend.
Dienstregelingkilometers en het Vervoerplan.
Indien de wens in geringe mate verweven is met
indirect
Is de wijze waarop de Inschrijver de wens invult vervoerkundig zinvol dan: •
telt de invulling van de wens (aantal daaraan verbonden Dienstregelingskilometers) mee voor de onderbouwing van het totaal aantal Geboden Dienstregelingkilometers. Dit biedt de Inschrijver de mogelijkheid om meer Dienstregelingkilometers aan te bieden, want alleen Dienstregelingkilometers die vervoerkundige meerwaarde hebben worden in de beoordeling meegenomen, en
•
draagt de invulling van de wens bij aan de beoordeling van het Vervoerplan (dat onderdeel is van de Inschrijving).
17
4 OVERIGE AANPASSINGEN AAN HET PVE Deze lijst is niet uitputtend maar bevat de
•
Aanpassen avondbediening Ontsluitende Lijnen:
belangrijkste wijzigingen die vanuit de ambtelijke
de minimumeisen ten aanzien van de bedienings-
organisatie van de Vervoerregio zijn doorgevoerd:
tijden op Ontsluitende Lijnen zijn aangepast. In plaats van maandag- tot en met vrijdagavond
•
•
•
De resultaten van het onderzoek dat de
dienen deze Lijnen nu op maandag- tot en met
Vervoerregio heeft laten doen naar beleving in
zondagavond 23:00 uur bediend te worden.
de concessies Zaanstreek en Waterland zijn aan-
In uitzondering daarop geldt dat de Lijnen naar
leiding geweest om de paragraaf over beleving
Oostzaan en Landsmeer tot 24:00 uur bediend
(3.2) aan te passen. In het ontwerp-PvE was al
dienen te worden. Deze aanpassingen zijn in
vermeld dat deze aanpassing plaats zou vinden.
hoofdstuk 4 van het PvE verwerkt.
Het hoofdstuk dat de Vervoerkundige Uitgangs-
•
De procedure tot vaststellen van de Dienstrege-
punten beschrijft bestaat uit beschrijvende
ling is herschreven. Dit is het directe gevolg van
tekst, een aantal Artikelen en een groot aantal
de eerder in deze Reactienota genoemde studie
tabellen, kaarten en verwijzingen naar Bijlagen.
naar de effecten van R-net. De Concessiehouder
In het PvE is zoveel mogelijk tekst in tabellen en
dient zijn ontwerp-Vervoerplan eerder te publi-
Artikelen gezet om de leesbaarheid te vergroten.
ceren zodat de leden van de Adviescommissie
Als gevolg daarvan is de nummering van bijna
Zaanstreek-Waterland ruimte hebben om de
alle Artikelen in het PvE aangepast.
eigen Gemeenten te consulteren voorafgaand
In het ontwerp-PvE bestond een dubbeling
aan het advies van de Adviescommissie. Criteria
tussen het benoemen van Knooppunten/sub-
ter beoordeling van het ontwerp-Vervoerplan
knooppunten en het voorschrijven van Verbindende Lijnen op een aantal Trajecten
zijn opgenomen in Artikel 17. •
De Vervoerregio maakt afspraken met Gemeenten
tussen deze Knooppunten en subknooppunten.
over het realiseren van netaansluitingen op
In het PvE (hoofdstuk 4) wordt enkel nog
strategische locaties in het OV-netwerk ter voor-
gesproken over Knooppunten en verplicht door
bereiding op de realisatie van Laadinfrastructuur
Verbindende Lijnen te bedienen Trajecten.
ten behoeve van Zero-Emissie Openbaar
De voorwaarde dat elk te ontsluiten
Vervoer. Enerzijds kan zo op voorhand duidelijk-
Woon-/Werkgebied rechtstreeks met een Knoop-
heid worden geboden aan de Inschrijvers over
punt verbonden dient te worden is gehandhaafd.
locaties waar Vervoerregio en Gemeenten
18
laadlocaties realistisch achten, anderzijds kunnen Vervoerregio en Gemeenten direct na gunning starten met het voorbereiden van een netaansluiting. De aanleg van de Laadinfrastructuur valt onder verantwoordelijkheid van de Concessiehouder. Toelichting op het voorgaande vindt u in hoofdstuk 5 van het PvE. •
Begrippenlijst: de begrippenlijst is niet langer een Bijlage bij het Programma van Eisen maar wordt alleen als Bijlage bij het Concessiebesluit opgenomen. Dit voorkomt het bestaan van meerdere begrippenlijsten ter voorkoming van eventuele verwarring of misinterpretatie gedurende de aanbestedingsprocedure of tijdens de Concessie. De begrippenlijst die tezamen met deze Reactienota en het PvE wordt gepubliceerd is een conceptversie.
•
Vervolledigen bijlagen: waar nodig is in het PvE verwezen naar Bijlagen. Een aantal Bijlagen is toegevoegd, uitgebreid of geactualiseerd.
19
5 REACTIES
20
5 Nr.
REACTIES Indiener
Onderwerp
Reactie
Antwoord
Wijziging PvE
Personen en vervoerders zijn geanonimiseerd
Paragraaf ontwerp-PvE
Vragen uit of delen van de reacties die wij hebben ontvangen naar aanleiding van het ontwerp-PvE
De antwoorden op de vragen/reacties verwijzen naar het PvE zoals vastgesteld op 19 september 2019
Paragraaf of Artikel PvE
Reacties niet gericht op een hoofdstuk, paragraaf of Artikel van het ontwerp-Programma van Eisen 1 Contact Commissie Bij de huidige buslijn 121 werkt de Wij hebben navraag gedaan bij EBS, de Jisp kaartautomaat niet en mogen de mensen exploitant van lijn 121, en hebben geen gratis meerijden. Dit houdt in dat er ook reden om te twijfelen aan de geen reizigersaantallen geteld worden (dit is betrouwbaarheid van de gegevens al zeker de laatste 2 jaar) zodat er geen verstrekt door EBS. Een nadere toelichting reëel beeld is of de dienst wel of niet hierop vindt u in hoofdstuk 2 van deze rendabel is. Reactienota. 2
Gemeente Wormerland
Onder de lopende concessie heeft de huidige vervoerder (EBS) de dienstregeling versobert. De concessie startte immers met een spitsregeling en een verruimde avonddienstregeling. Inmiddels is zowel de spitsregeling als de verruimde avonddienstregeling komen te vervallen. Als argument werd gesteld dat de data een laag aantal gebruikers laat zien. Graag willen wij u erop attenderen dat wij vanuit onze inwoners en medewerkers te horen krijgen dat inchecken op de buslijn 121 regelmatig niet mogelijk is. Dit omdat de kaartlezers buiten werking zijn door een defect of omdat het opstarten niet lijkt te lukken. Ook valt er wel eens een bus uit. Tijdens de regioraad van 9 juli 2019 is door
Wij hebben geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de gegevens verstrekt door EBS, de exploitant van lijn 121. Een nadere toelichting hierop vindt u in hoofdstuk 2 van deze Reactienota. Derhalve vervalt voor ons de overweging om uit te gaan van hogere aantallen reizigers dan wij tot nu toe doen. Een inhoudelijke reactie op uw suggestie om de Dienstregeling te verbeteren vindt u bij reactie 148
portefeuillehouder Dijksma toegezegd hier een onderzoek naar te doen. Uw veronderstelling dat het aantal reizigersaantallen dermate laag is, kan hierdoor niet objectief worden vastgesteld. Hiermee stellen wij dat de data niet overeenkomt met de werkelijke reizigersaantallen en de behoeve van onze inwoners. Wij pleiten er daarom voor dat de nieuwe dienstregeling in de aankomende concessie beslist niet mag versoberen en op accenten juist moet verbeteren. U veronderstelt dat er een beperkte vraag naar openbaar vervoer is vanuit Wormer, Jisp en Neck. En dat u omwille hiervan een lagere eis stelt die vergelijkbaar is met de huidige situatie. Deze veronderstelling vinden wij niet correct aangezien het aantal reizigersaantallen niet objectief kan worden aangetoond. Immers blijken de kaartlezers, zoals eerder genoemd in deze zienswijze, vaak buiten werking te zijn. Hoofdstuk 1: Inleiding 3 FNV
1.1
De toepassing van de Cao Streekvervoer is het uitgangspunt voor de aanbesteding op alle werknemers van de concessie, ook die in dienst zijn van andere bedrijven dan de concessiehouder zelf.
Het wettelijk kader voor de aanbesteding wordt gevormd door de Wet personenvervoer 2000 en de PSOVerordening. De Vervoerregio verwacht van de Concessiehouder dat hij oog heeft voor het
De beoordeling en voorstellen betreffen alleen voorwaarden die niet al in de cao Openbaar Vervoer zijn geregeld.
welzijn en de veiligheid van het Personeel. Dit blijkt onder andere uit het respecteren van afspraken over rij- en rusttijden zoals deze in het Rijtijdenbesluit en de CAO Openbaar Vervoer zijn vastgelegd. Het ligt echter niet binnen de invloed van de Vervoerregio om een CAO van toepassing te verklaren.
4
FNV
1.1
De Wet personenvervoer 2000 wordt toegepast.
Dat is correct.
5
Contact Commissie Jisp
1.2
De komende 15 jaar neemt de leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder met 25% toe. En deze leeftijdscategorie is afhankelijk van een goed streekvervoer.
Wij nemen kennis van uw opmerking. De Concessiehouder dient in zijn Marketingplan te beschrijven voor welke doelgroepen hij een marketinginspanning levert om het Openbaar Vervoer voor die groep extra aantrekkelijk te maken. De doelgroep 65+ zou zo'n doelgroep kunnen zijn.
6
Rover
1.3
Wij missen bij het Programma van Eisen (PvE) een ambitieniveau voor het gebruik van het OV. Wij hadden een concrete vertaling van verschillende beleidsontwikkelingen in deze regio verwacht. Zoals het beleidsvoornemen voor een autoluwe binnenstad in Amsterdam, de consequenties van de forse groei van het aantal woningen in deze regio, alsmede de groei van arbeidsplaatsen, onderwijsvolgenden en bezoekers,
Wij beschouwen het openbaar vervoer in samenhang met de overige modaliteiten. De beleidsontwikkelingen rond de autoluwe binnenstad in Amsterdam volgen wij nauwgezet maar wij kunnen nog niks zeggen over de effecten van de autoluwe stad op reizigers in deze regio. In diverse documenten beschrijft de Vervoerregio de mogelijke betekenis op het mobiliteitssysteem, waaronder het openbaar vervoer, van deze en andere beleidsvoornemens, alsmede van andere
waaronder toeristen. Verder nemen de files weer toe, maar u gaat daar niet op in.
maatschappelijke ontwikkelingen zoals de toename van het wegverkeer en het toerisme. Eén van die documenten is het document ‘Adaptiviteit in de concessie Zaanstreek-Waterland’ dat als bijlage A aan deze Reactienota is toegevoegd.
7
Rover
1.3
Ook missen wij de vertaling van het klimaatbeleid. Wij verwijzen naar het landelijke beleid, maar ook het Actieplan Schone Lucht van de gemeente Amsterdam. Wij hebben deze kritiek ook geuit in de discussie over het OV-Toekomstbeeld 2040 voor de Noordvleugel van de Randstad.
Het Programma van Eisen onderschrijft de doelstellingen uit het landelijke Bestuursakkoord Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer per Bus uit 2016 en gaat zelfs nog verder: per 2025 wordt de gehele Concessie uitgevoerd met Zero Emissie materieel. Zodoende wordt de uitstoot van schadelijke stoffen, waaronder CO2, gereduceerd en verbetert de leefbaarheid.
8
Rover
1.3
De bestuurders uit de gemeenten in de Vervoerregio hebben met de andere bestuurders in het bestuurlijk overleg over OVT2040 voor de Noordvleugel van de Randstad op 12 juni 2019 besloten dat de voorstellen voor dit OVT2040 herzien moeten worden, met een hoger ambitieniveau voor het openbaar vervoer, gezien deze ontwikkelingen. Wij verwachten van het DB van de Vervoerregio een zelfde hogere ambitie voor het PvE Zaanstreek-Waterland.
Het Programma van Eisen sluit aan bij vigerend beleid. Op dit moment is dat het Beleidskader Mobiliteit van de Vervoerregio.
9
Rover
1.3
Gezien de lange looptijd van de concessie Zaanstreek-Waterland van 10 jaar met ook nog een optie tot verlenging met 5 jaar,
Bij het beoordelen van de Inschrijvingen wordt onder andere gekeken naar de Geboden Opbrengstengroei, en daarmee
stellen wij voor dat de Vervoerregio taakstellend van een groter aandeel in de modal split voor het openbaar vervoer uitgaat, met ook een forse groei van het absolute aantal reizigers, en dat u middelen inzet om dat te bereiken. Dit heeft 2 consequenties: 1. De toekomstige concessiehouder dient dit uitgangspunt in het aanbod te vertalen. 2. De vervoerregio neemt haar verantwoordelijkheid door de condities te scheppen die bij deze reizigersgroei horen en maakt daar afspraken over met de concessiehouder.
de reizigersgroei. De ambitie om meer Reizigers te vervoeren wordt bij de beoordeling van de Inschrijvingen beloond. De Inschrijving is bindend voor de gehele looptijd van de Concessie en de Inschrijver wordt tevens beoordeeld op het bieden van voldoende aanbod om alle Reizigers te kunnen vervoeren.
10
Persoon 1
1.4
Huidig aanbod: Een uitgangspunt dat het huidige aanbod vertrekpunt is, is met de groei van de bevolking op termijn dus zeker te weinig aanbod. Kan dat uitgangspunt wel overeind blijven? En zeker voor de periode > 10 jaar zal er meer bijsturing mogelijk moeten zijn. De groei van de MRA regio mag dus sowieso een prominentere plek in het stuk krijgen.
De Concessiehouder moet de gehele looptijd van de Concessie alle Reizigers kunnen vervoeren (vervoergarantie). De Concessiehouder maakt jaarlijks in zijn Vervoerplan inzichtelijk of de door hem geplande Dienstregeling en inzet van Materieel hiervoor toereikend zijn.
11
Rover
1.4
Ten principale vragen wij ons af waarom het budget voor de exploitatie van het OV ingezet wordt voor de financiering van de introductie van ZE-bussen. De overheid stimuleert via subsidies de aanschaf van elektrische auto’s, terwijl geen belasting wordt geheven op de elektrische brandstof, in tegenstelling tot benzine en diesel. De bezitter en gebruiker van een elektrische
Het budget waaruit de Vervoerregio de exploitatie van het Openbaar Vervoer bekostigt, wordt van rijkswege ter beschikking gesteld. Wij gaan in hoofdstuk 2 van deze Reactienota nader in het op het ons ter beschikking staande budget. Daarom dagen wij de Inschrijvers uit om onder concurrentie een creatief en
12
Rover
1.4
auto wordt gesubsidieerd met geld dat niet afkomstig is uit de begroting voor aanleg en onderhoud van auto-infrastructuur. Wij stellen voor dat de extra investering om ZE bij het OV mogelijk te maken ook uit andere middelen betaald wordt dan de budgetten voor aanleg, onderhoud en exploitatie van OV-voorzieningen.
marktconform aanbod te doen voor de overstap naar Zero Emissie. Hiervoor bieden wij hem de ruimte door vanaf start Concessie 80% Zero Emissie te eisen, oplopend naar 100% in 2025.
[…] Een beleid te voeren dat de invoering van ZE, net als bij de auto, uit andere bronnen financiert. In dit geval dus niet uit de exploitatiebijdrage voor het OV, zodat het exploitatiebudget maximaal ingezet kan worden voor het vervoer van reizigers.
Net als de tankfaciliteiten voor Bussen rijdend op fossiele brandstoffen (faciliteiten als dieseltanks, pompstation en dergelijke) maakt de Laadinfrastructuur onderdeel uit van het OV-systeem. Wij vinden het daarom een te rechtvaardigen keuze om hier een deel van de totaal beschikbare middelen voor de Concessie aan toe te wijzen. Wij lichten dit toe in hoofdstuk 2 van deze Reactienota. Om de aanleg van Laadinfrastructuur te bekostigen kunnen Inschrijvers rekening houden met enkele algemeen beschikbare subsidies voor verduurzaming van vervoer. Dit kan leiden tot een betere Inschrijving.
13
FNV
1.4
Het financieel kader is te krap. Er is sprake van een lagere bijdrage, geen groei als gevolg van de demografie en hogere kwaliteitseisen. De concessiehouder zal meer reizigersinkomsten moeten genereren. Als dat niet lukt zal dit leiden tot grotere druk op het personeel. Wij willen
De bijdrage voor het uitvoeren van de Concessie blijft gelijk aan de bijdrage voor het uitvoeren van de huidige concessies Zaanstreek en Waterland. (Bescheiden) groei van het aantal Reizigers is inderdaad het uitgangspunt van de aanbesteding: de Inschrijvingen worden mede beoordeeld op
dus dat hier wel rekening mee gehouden wordt en dat het totaalbedrag verhoogd wordt.
de Geboden Opbrengstengroei. De Concessiehouder zal zich voor wat betreft de omgang met het Personeel aan alle daarvoor geldende wettelijke afspraken moeten houden.
14
FNV
1.4
De inflatie is niet meegenomen [in het financieel kader] en er is geen rekening gehouden met mogelijke loonsverhogingen volgens cao.
Jaarlijks worden de Exploitatiesubsidie en de Vervoeropbrengsten geïndexeerd. Deze indexaties dienen ter dekking van de inflatie en de loonstijgingen. De indexatiepercentages worden jaarlijks landelijk vastgesteld. De Vervoerregio volgt deze landelijk vastgestelde systematiek.