Bijlage 5 1 Nader onderzoek vleermuizen najaarsrapportage Julianaweg 95_20....pdf
Tekst van het document
Inleiding Middels vleermuisonderzoek is de najaarsfunctie voor vleermuizen van een gebouw aan de Julianaweg 95 te Volendam in beeld gebracht. Het doel van dit onderzoek is om te inventariseren welke soorten vleermuizen in het najaar gebruik maken van het plangebied en welke functie het plangebied heeft voor deze soorten. Aantasting van najaars- (paar- en/of winter)verblijfplaatsen van vleermuizen kan procedurele gevolgen hebben in het kader van de Flora- en faunawet. Een gerichte veldinventarisatie kan het gebruik van het plangebied beter in beeld brengen. Onderzoeksmethode Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd met behulp van een batdetector (Petterson D240X). Batdetectors vertalen de voor mensen onhoorbare sonargeluiden van vleermuizen in hoorbare geluiden. Vleermuizen zijn op naam gebracht door interpretatie van het ritme en de klank van hun sonargeluid, gecombineerd met zichtwaarnemingen van vliegstijl en grootte. Belangrijke waarnemingen zijn opgenomen en later op basis van hun sonagram in Batsound geanalyseerd. Paarseizoen Er zijn in de nazomer van 2016 twee onderzoeksrondes uitgevoerd om de aanwezigheid van vliegroutes, belangrijke foerageergebieden, paarplaatsen en indicaties van winterverblijfplaatsen te onderzoeken. Er zijn twee avondrondes uitgevoerd; één ronde is uitgevoerd door één persoon en één ronde is uitgevoerd door twee persoon.
Er is gewerkt conform het protocol voor vleermuisonderzoek zoals opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2013). Onderzoeksrondes en omstandigheden Datum Periode/soort Zon op/onder Windkracht Temperatuur Bijzonderheden 5 september 2016 Vleermuizen/avond 20.16 uur windstil 19 °C Helder 28 september 2016 Vleermuizen/avond
19.20 uur 3 – 4 Bft. 18 °C Half bewolkt Onderzoeksresultaten Paarseizoen 5 september 2016 De eerste najaarsonde betrof een avondbezoek op 5 september 2016. Tijdens deze ronde zijn gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis waargenomen in en rondom het plangebied. In en rondom het plangebied zijn twee tot drie foeragerende gewone dwergvleermuizen, één laatvlieger en zes tot acht foeragerende ruige dwergvleermuizen waargenomen. Binnen het plangebied is tijdens deze onderzoeksronde geen paarverblijfplaats vastgesteld. Rondom het plangebied zijn wel enkele paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis vastgesteld. Er is geen winterzwermactiviteit vastgesteld, ook zijn er geen andere verblijfplaatsen, vliegroutes of andere belangrijke onderdelen uit het leefgebied van vleermuizen aangetroffen. 28 september 2016 De tweede najaarsronde betrof een avondbezoek op 28 september 2016. Tijdens deze ronde zijn gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Boven het brede gedeelte van de watergang ten westen van het plangebied foerageerden drie tot vier gewone dwergvleermuizen en drie tot vier ruige dwergvleermuizen. Boven de grote vijver naast de bibliotheek werd vrij massaal gefoerageerd door gewone- en ruige dwergvleermuizen. Vanwege de relatief harde wind deze avond, zochten de dieren de beschutting van de bebouwing en de bomen.
Binnen het plangebied foerageerden een gewone dwergvleermuis en enkele ruige dwergvleermuizen. De paarverblijfplaatsen in de bebouwing aan het Boelenspark zijn weer vastgesteld. De paarverblijfplaats in de woning aan de Meergracht, aan de overzijde van het plangebied, was niet meer aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen paarverblijfplaatsen aangetroffen, ook is er geen winterzwermactiviteit vastgesteld. Verblijfplaatsen, vliegroutes of andere belangrijke onderdelen uit het leefgebied van vleermuizen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Winterverblijfplaatsen Gezien de beperkte activiteit van vleermuizen in het plangebied en de afwezigheid van paarverblijfplaatsen of winterzwermgedrag, is het niet aannemelijk dat de bebouwing binnen het plangebied in de winter een functie vervult als verblijfplaats voor vleermuizen.
Overige waarnemingen Er zijn geen overige van belang zijnde waarnemingen gedaan. Conclusies Tijdens de twee op vleermuizen gerichte najaarsrondes in 2016 zijn in het plangebied en de directe omgeving drie soorten vleermuizen vastgesteld, te weten gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Binnen het plangebied zijn uitsluitend foeragerende en passerende dieren waargenomen. Er zijn geen verblijfplaatsen, vliegroutes of andere belangrijke onderdelen uit het leefgebied van vleermuizen in het plangebied aangetroffen. Ook is het, gezien de beperkte activiteit van vleermuizen in het plangebied en de afwezigheid van paarverblijfplaatsen of winterzwermgedrag, niet aannemelijk dat de bebouwing binnen het plangebied in de winter een functie vervult als verblijfplaats voor vleermuizen. Bronnen Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV, Utrecht. Helmer, W., Limpens, H.J.G.A. en Bongers., W., 1e versie 1988. Handleiding voor het inventariseren en determineren van Nederlandse vleermuissoorten met behulp van bat-detectors, Stichting vleermuis-onderzoek (dr. L. Bels stichting). Limpens, H., K. Mosterd en W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Netwerk Groene Bureaus, GAN, 2013. Vleermuisprotocol.
Websites: www.vleermuis.net
Bijlage 1 Waarnemingen op kaart, najaar 2016