Bijlage 3 - Ontwerpbegroting 2024-2027
Tekst van het document
ONTWERPBEGROTING 2024-2027 Status: agendering dagelijks bestuur15 juni 2023
INHOUD Visie van het dagelijks bestuur
4
Leeswijzer
6
Strategische opgaves en Bestuurlijke speerpunten
7
Samenvattend Financieel beeld
9
PROGRAMMABEGROTING
12
Programma Verkeer & Vervoer
12
Investeringsagenda Mobiliteit
12
Amsteltram
14
Grote projecten Schaalsprong OV
14
Concessies
16
Assetmanagement Railinfrastructuur (AMRI)
18
Activa GVB
20
Onderzoek, Studie en Samenwerking (OSS)
22
Apparaatskosten
23
Programma Overhead
25
Programma Algemene dekkingsmiddelen
26
Paragrafen
27
Paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen
27
Paragraaf Financiering
33
Paragraaf Bedrijfsvoering
37
Paragraaf Verbonden partijen
40
Openbaarheidsparagraaf (Wet open overheid)
42
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
42
BEGROTING IN CIJFERS
43
pagina 2 van 51
Overzicht Baten en Lasten 2022-2027
43
Overzicht Incidentele baten en lasten
44
Ontwikkeling BDU-saldo 2024-2027 en meerjarenperspectief 2023-2034
45
Overzicht baten en lasten per taakveld
46
Uiteenzetting financiële positie
46
BIJLAGEN
47
Bijlage 1: Organogram
47
Bijlage 2: Meerjarenperspectief 2023-2034
48
Bijlage 3: Grafische weergave meerjarenperspectief 2022-2033
49
Bijlage 4: EMU-Saldo 2022-2026
50
Bijlage 5: Afkortingenlijst
51
pagina 3 van 51
VISIE VAN HET DAGELIJKS BESTUUR Voor u ligt de begroting 2024 van de Vervoerregio Amsterdam, waarin al onze voorgenomen mobiliteitsmaatregelen in samenhang worden beschreven. Deze begroting is het resultaat van enkele belangrijke ontwikkelingen en afspraken die in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden en die zijn samengevat in de Kaderbrief 2024. Daarin is onze toezegging in BO MIRTverband om bij te dragen aan de grote projecten om een schaalsprong in het OV mogelijk te maken (doortrekken Noord/Zuidlijn, sluiten metroring, Zuidasdok en een 3e peroon op station Zuid) in de begroting opgenomen, hebben we middelen vrijgemaakt voor een herstelbudget voor het OV en konden we in 2023 een succesvolle tariefactie met gratis OV-kaartjes neerzetten. Met deze begroting streven we ernaar de ambities te realiseren en om een solide basis te leggen voor alle lopende en toekomstige ontwikkelingen. Als eerste grote mijlpaal verwachten we vanaf medio 2024 de Amsteltram naar Uithoorn te laten rijden, waarmee dit grote project binnen planning en budget is afgerond. Bovenstaand betekent niet dat voor alle ambities geld is, integendeel, we zullen binnen de financiële krapte keuzes moeten maken. Hoewel we ons bewust zijn van die financiële krapte, willen we met deze begroting de nodige ruimte creëren om keuzes te maken en onze ambities te verwezenlijken.
Voor deze keuzes staan we zelf aan het stuur en zijn we minder afhankelijk van toevallige en onverwachte externe ontwikkelingen. Want ook schaarste van personeel en energie maken het lastig om onze ambities te verwezenlijken. In deze begroting besteden we specifieke aandacht aan diverse belangrijke elementen die ons mobiliteitslandschap beïnvloeden. Zo houden we rekening met de ontwikkelingen in het reizigersgedrag, zoals het meer structureel toegenomen thuiswerken, de veranderingen in reizigeropbrengsten en andere verschuivingen in het vervoergedrag. Daarnaast besteden we aandacht aan initiatieven zoals spitsmijden, de invoering van vervoer met de betaalpas en de impact van het toerisme op ons vervoerssysteem. Vanaf 2024 kan geen beroep meer worden gedaan op externe financiële ondersteuning van het Rijk voor het weer op niveau brengen van het openbaar vervoer van de periode voor corona. Mede hierdoor zullen we onze concessies op een lager niveau beheren, waarbij we de focus leggen op bereikbaarheid, het verminderen van dubbele lijnen en kostenbeheersing.
Beleidskader mobiliteit 2023
Belangrijke investeringen zijn opgenomen in deze begroting om het openbaar vervoer beter te laten functioneren, milieuvriendelijker te maken en meer comfort te bieden aan onze reizigers. Daarnaast blijven we trouw aan het principe van STOMP (Stappen, Trappen, Openbaar, Mobiliteitsdiensten en Privéauto). Mede hierdoor zetten we ons in voor de bevordering van fietsgebruik als een integraal onderdeel van ons mobiliteitsbeleid. Een ander cruciaal aspect dat in deze begroting naar voren komt, is verkeersveiligheid. We willen ervoor zorgen dat het verkeer en daarmee specifiek onze infrastructuur en vervoerssystemen - zo veilig mogelijk is voor alle weggebruikers. We werken als Vervoerregio intensief samen als veertien gemeenten, vervoerders en andere wegbeheerders om dit doel te bereiken. ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 4 van 51
Tot slot hebben we de hogere BDU (Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer) opgenomen in deze begroting. Deze verhoging is bedoeld om toekomstige ontwikkelingen en de behoefte aan openbaar vervoer (OV) in gebieden met een groeiende woningbouwopgave te ondersteunen, waarbij mobiliteit en bereikbaarheid essentiële pijlers zijn. We zullen de BDU ook inzetten op de noodzakelijke aanpassingen aan prijsstijgingen op het gebied van energie, lonen, grondstoffen en materialen, zodat we flexibel kunnen inspelen op veranderingen in de markt. Met deze begroting streven we naar het realiseren van de ambities van de Vervoerregio en tegelijkertijd een solide financiële basis. Dit is nodig om de mobiliteitsdoelstellingen in de Vervoerregio Amsterdam te kunnen verwezenlijken en tegelijkertijd in te spelen op nieuwe toekomstige ontwikkelingen. We kijken ernaar uit om samen met alle betrokken partijen te werken aan de realisatie van onze ambities, met als uiteindelijk doel een duurzaam, efficiënt en toegankelijk vervoerssysteem voor de Vervoerregio Amsterdam. Dagelijks bestuur Vervoerregio Amsterdam
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 5 van 51
LEESWIJZER De begroting bestaat uit drie hoofdonderdelen: het algemeen deel, de programmabegroting en de financiële begroting. In het algemene deel gaan we in op de achtergronden en uitgangspunten die aan de basis liggen van de begroting 2024 en de jaren erna. Het onderdeel programmabegroting bevat de beleidsmatige toelichting op de programma’s Verkeer & Vervoer, Overhead en Algemene dekkingsmiddelen. De programmabegroting wordt aangevuld met enkele (verplichte) paragrafen. In deze paragrafen geven we een doorsnee-inzicht in enkele thema’s die relevant zijn voor de begroting: financiering, weerstandsvermogen & risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en bedrijfsvoering. De daarop volgende ‘Begroting in cijfers’ bevat op detailniveau de financiële gegevens, het meerjarenperspectief en de ontwikkelingen van onze belangrijskte financiële buffer, het saldo BDU dat uit de voorgaande jaren is opgespaard. Als bijlage bij de begroting is een 10-jarige doorkijk van het financieel perspectief opgenomen.
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 6 van 51
STRATEGISCHE OPGAVES EN BESTUURLIJKE SPEERPUNTEN Om onze regio bereikbaar te houden, zoeken we binnen de mogelijkheden naar een aantal elkaar aanvullende oplossingen. Verminderen van het aanbod is mogelijk en noodzakelijk, maar kan alleen op een manier die groei van het ov-gebruik straks opnieuw mogelijk maakt. Want onze regio groeit intussen door en de woningbouwopgaven zijn onverminderd groot. Het vraagt om scherpere keuzes dan tot nu toe noodzakelijk waren.
STRATEGISCHE OPGAVES Het inhoudelijke beleid van de Vervoerregio is nu nog te vinden in het Beleidskader Mobiliteit uit 2018. Ons nieuwe Beleidskader Mobiliteit, Verbinden in Verscheidenheid, ligt momenteel ter inzage. We voorzien de vaststelling door de regioraad op 31 oktober 2023. De maatschappelijke opgaven die op ons afkomen op het gebied van klimaat, energie, woningbouw, werkgelegenheid, verkeersveiligheid en de toenemende ongelijkheid vragen namelijk om scherpere keuzes. We pakken die opgaven aan vanuit het concept ‘Brede Welvaart’. We kijken eerst vanuit de mens, pas daarna volgt het systeem. Die opgaven vertalen we in vijf samenhangende thema’s: bereikbaarheid, duurzaamheid, verkeersveiligheid, gezondheid en inclusiviteit. Wij willen de bijdrage van mobiliteit aan onze brede welvaart in onze regio optimaliseren, door de volgende principes te hanteren: De mens als startpunt voor comfortabel, veilig en ontspannen reizen – Reizigers in onze regio moeten comfortabel, veilig, vlot en onbezorgd hun bestemmingen kunnen bereiken. We nemen gedragsbeïnvloeding en de vraagkant van mobiliteit als uitgangspunt en kijken welke maatregelen in de infrastructuur daar het beste op aansluiten. STOMP is de basis – We willen de mobiliteit in onze regio verminderen, veranderen en verduurzamen.
Verminderen betekent inzetten op slimme ruimtelijke keuzes, mijden van de spits en vaker thuiswerken. Voor veranderen hanteren we het STOMPprincipe (Stappen – Trappen – Openbaar - Mobiliteitsdiensten – Privéauto). Dit betekent dat we de vervoersopties die minder ruimte innemen en veiliger, gezonder en duurzamer zijn makkelijker en aantrekkelijker maken, zonder bepaalde vervoersopties te verbieden of onmogelijk te maken. De consequente inzet van STOMP draagt ook bij aan verduurzaming. Verder zetten we in op minder uitstoot van schadelijke stoffen, het gebruik van schone energie en de inzet van zo min mogelijk grondstoffen. Om STOMP als basis te kunnen hanteren, ligt er in 2024 een opgave in het behoud en herstel van het openbaar vervoer in onze regio. Elk gebied vraagt om een andere oplossing – De Vervoerregio is in alle opzichten een diverse regio. We maken daarom onderscheid tussen vijf verschillende gebiedstypen, van hoogstedelijk tot landelijk. Elk gebiedstype vraagt om een andere invulling van de mobiliteit volgens het STOMP-principe. In landelijk gebied houdt de auto een grotere rol, maar moeten de alternatieven ook beter worden; in centra veel ruimte voor lopen en fietsen en doorgaand verkeer eromheen. We geven onze inwoners keuzemogelijkheden die passen bij de omgeving en aansluiten op onze doelen.
Mobiliteit en ruimte versterken elkaar – De Vervoerregio heeft geen zeggenschap over de openbare ruimte en is geen wegbeheerder, maar de mobiliteit heeft wel grote belangen bij een goede ruimtelijke ordening en een goede, prettige en klimaatbestendige openbare ruimte. Dit bepaalt namelijk hoe mensen kunnen en willen reizen. Samen met onze partners streven we naar nabijheid van dagelijkse activiteiten en prettig ingerichte wijken, buurten en straten. We helpen gemeenten om bereikbaarheid een goede plek te geven binnen ruimtelijke plannen.
BESTUURLIJKE SPEERPUNTEN Vanuit eerder vastgesteld beleid en de actuele vraagstukken voorzien we de onderstaande bestuurlijke hoofdthema’s: Werken aan verkeersveiligheid De afgelopen jaren stagneerde de daling van het aantal verkeersslachtoffers in Nederland. Na een toename van het aantal verkeersslachtoffers in onze regio in 2021, nam dat aantal in 2022 gelukkig weer wat af. We willen toe naar een echte trendbreuk, en daar zijn we nog niet. Eind 2019 sloten bestuurders van het Rijk, de provincies, vervoerregio’s en gemeenten een akkoord waarmee er nu een aanpak ligt die erop gericht is om gevaarlijke wegen, fietspaden, kruispunten en rotondes versneld aan te pakken. Hiermee stelde de minister van Infrastructuur en Waterstaat vanuit het ‘Strategisch Plan Verkeersveiligheid’ (SPV) landelijk een half miljard euro beschikbaar als cofinanciering voor deze verkeersveiligheidsmaatregelen. De Vervoerregio en haar gemeenten hebben daarop voorstellen voor extra verkeersveiligheidsmaatregelen ingediend, waarvoor in 2022 € 8 en in 2023 € 3 miljoen miljoen rijksgeld beschikbaar is gesteld. De uitvoering van deze maatregelen is nu in volle gang en komend jaar willen we extra inzet plegen op snelheidsverlaging, risicovolle 50km wegen, veilige fietsvoorzieningen en met campagnes die de aandacht ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 7 van 51
vestigen op kwetsbare doelgroepen in het verkeer. Schoon & Duurzaam De Vervoerregio werkt aan het verduurzamen van alle onderdelen van ons mobiliteitssysteem, onder meer met de inzet op schonere energie en voertuigen, infrastructuur & productie en door duurzaam inkopen en opdrachtgeverschap. Eén van belangrijkere punten daarbij is het verschonen van het openbaar vervoer met de Zero Emissie-deal, waarmee we onze vervoerders ondersteunen. Op dit moment is ongeveer de helft van het busvervoer in de Vervoerregio emissievrij. Dit moet in 2025 naar 95% en uiteindelijk naar 100% in 2030. Het behalen van deze doelen staat momenteel onder druk als gevolg van de negatieve ontwikkelingen in het afgelopen jaar. De Vervoerregio gaat daarom extra investeren in zero-emissiebussen en de bijbehorende laadinfrastructuur. Voor Zaanstreek en Waterland gaan we gelijk bij start van de nieuwe concessie al met 100% zero emissie vloot rijden. Daarnaast faciliteert de Vervoerregio een financieringsconstructie om de kapitaallasten van de aanschaf van materieel en laadinfrastructuur voor de Vervoerregio te beperken. Naast de inzet op schone voertuigen, breiden we de ambitie verder uit met het verduurzamen van de infrastructuur, schone logistiek en de samenwerking rond maatregelen vanuit het landelijke klimaatakkoord.
We kijken daarbij ook goed naar de kansen die er liggen bij de samenwerking met gemeentelijke programma’s rond luchtkwaliteit en de autoluwe stad, en bij het verder verduurzamen binnen de organisatie. Schaalsprong OV en bereikbare nieuwe woningen In het programma ‘Samen bouwen aan bereikbaarheid’ (Sbab) werken overheden en andere organisaties in de Metropoolregio Amsterdam samen met het Rijk aan de bereikbaarheid van de Metropool tegen de achtergrond van de verdere groei met ruim 250.000 woningen tot 2040. In het Multimodaal toekomstbeeld (MTB) maken de partijen inzichtelijk welke maatregelen noodzakelijk zijn om deze woningen ook goed bereikbaar te krijgen. Het programma bevat kortetermijnmaatregelen die zorgen voor gespreid over de dag reizen en afspraken hierover met werkgevers. Om de bereikbaarheidsopgaven op de langere termijn scherper in beeld te krijgen, werken we in MIRT-studies en -uitwerkingen aan opgaven in corridors zoals Amsterdam-Hoorn, Amsterdam en Almere, en de OV-verbindingen Amsterdam – Haarlemmermeer en Sloterdijk – Amsterdam Centraal. Voor kleinere en middelgrote steden bestaat het programma Bereikbare Steden om de bouw van tienduizenden woningen en het scheppen vanarbeidsplaatsen te organiseren en mogelijk te maken.
In het BO MIRT (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) van najaar 2022 zijn over al deze grote opgaven afspraken met het Rijk gemaakt met een totale omvang van ruim zes miljard euro. Voor iedereen toegankelijke mobiliteit In mei 2020 stelde de regioraad het beleidskader Inclusieve Mobiliteit vast. Met dit beleid wil de Vervoerregio ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen zelfstandig kunnen reizen en daarmee meer vrijheid hebben in hun mobiliteit. Want meer zelfredzaamheid betekent voor veel mensen dat zij beter kunnen deelnemen aan de maatschappij. Voorbeelden van acties die uit dit beleid voortkomen zijn de inzet van de OV-Coach die mensen helpt reizen in het openbaar vervoer, het realiseren van toegankelijke haltes, aanbrengen van geleidelijnen en brailleknoppen, het verlagen van de incheckdisplays in trams en proeven met de Haltebuddy en de Halteknop die geïntroduceerd zullen worden in de vernieuwde app van GVB. Concessies openbaar vervoer Bij onze openbaarvervoerconcessies is de onzekerheid over de mobiliteitsontwikkelingen nu het grootst. De Vervoerregio is trots op de verantwoordelijkheid die is genomen door onze vervoerders om tijdens de coronacrisis door te rijden, zodat reizigers met een vitaal beroep naar hun werk konden gaan.
Samen met het Rijk en de vervoerders is het ons gelukt het openbaar vervoersysteem in stand te houden, ondanks dat we de opbrengsten grotendeels missen vanwege de daling van het aantal reizigers. Met de vervoerbedrijven maken we voor de concessies Amsterdam en Amstelland – Meerlanden afspraken om het aanbod beter in overeenstemming te brengen met de verwachte vraag. Tegen deze achtergrond is de concessie voor de samengevoegde concessie Zaanstreek – Waterland verleend, die zal EBS vanaf 10 december 2023 gaan uitvoeren. Financieel perspectief en personele inzet De opgave voor de Vervoerregio blijft in de komende jaren om de ambities te realiseren binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. Die voortgang daarop monitoren we continu. Door gedegen financieel beleid, integrale afwegingen, een goede agendering en programmering en openheid naar de partners, zorgt de Vervoerregio ervoor dat de beschikbare middelen op een efficiënte en effectieve manier worden ingezet. Daar waar nodig door tijdig en op een juiste manier te prioriteren. Het bestuursakkoord ‘Stap Vooruit’, dat het dagelijks bestuur op 11 oktober 2022 presenteerde, geeft invulling aan onze ambities, ideeën en plannen om samen naar een duurzame bereikbare regio te groeien. Met het vervullen van onze ambities en uitvoeren van onze opgaven groeit de organisatie.
Een groeiende organisatie heeft naast meer inzet voor onze primaire taken ook behoefte ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 8 van 51
aan een verdere professionalisering van de ondersteunende functies en er is een aantal wettelijke taken dat vraagt om inzet, zoals bestrijding van cybercriminaliteit. Ook onze gemeenten hebben behoefte aan ondersteuning om mobiliteitsbeleid te ontwikkelen en uit te voeren. En daar kan ook de Vervoerregio in ondersteunen. In deze begroting hebben we daarom rekening gehouden met extra personele capaciteit. Daarmee kunnen we onze kwaliteit borgen, zorgen we voor meer continuïteit en versterken we onze mogelijkheden.
SAMENVATTEND FINANCIEEL BEELD De Kaderbrief 2024 vormt het uitgangspunt voor deze ontwerpbegroting. Het aflopen van de Transitie Vergoeding Openbaar Vervoer (TVOV) per ultimo 2023, de prijsstijgingen die niet altijd worden gecompenseerd door de indexatie die wij op de BDU ontvangen en de toegenomen omvang van de mobiliteitsvraagstukken vanuit de woningbouwopgaven stellen de Vervoerregio, de deelnemende gemeenten en de vervoerders voor forse uitdagingen. De voorliggende begroting biedt niet veel vrije ruimte, maar heeft wel de ontwikkelingen van afgelopen jaren in een sluitende en realistische begroting om weten te zetten. Daarmee vormt deze begroting, inclusief de doorwerking voor de latere jaren, een sobere maar stevige basis. Met als basis het prijspeil 2023 gaan we uit van een structurele bijdrage van € 461 miljoen per jaar. We verwachten dat de middelen die voor het werk en de taken van de Vervoerregio beschikbaar zijn, in de toekomst niet substantieel wijzigen. Er is wel sprake van een jaarlijkse indexatie van de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer (BDU V&V of kortweg BDU). In de meerjarenbegroting op de volgende pagina (zie tabel 1) zijn enkele nieuwe belangrijke ontwikkelingen na de Kaderbrief 2024 verwerkt: 1.
2.
3. 4. 5. 6. 7.
Binnen het subprogramma Concessies is het herstelbudget beschikbaar. Dit budget wordt verdeeld zodat de vervoerders hun vervoerplannen volgens de doelstellingen van 2024 en verder kunnen uitvoeren. Daarmee kunnen we een acceptabel peil van openbaar vervoer in stand houden. Per 1 mei 2023 is vanuit de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur als systeemverantwoordelijke volgens de Wet Lokaalspoor ook het metrosysteem Signalling & Control (S&C) van gemeente Amsterdam overgenomen en aan de scope van het AMRI(Assetmanagement Railinfrastructuur)-contract toegevoegd. Dit vergt zowel eenmalige budgetoverdrachten als de structurele ophoging voor beheer en onderhoud. Deze structurele ophoging is € 2 mln jaarlijks vanaf 2024. De herijking van de budgettaire gevolgen voor de ingebruikname van de Uithoornlijn. De ophoging van de budgetten naar prijspeil 2023 op basis van de verwachte BDU-indexatie van 4% over 2023. Het opnemen van budgetten die uit 2022 zijn doorgeschoven naar 2024 om de verplichtingen voor lopende projecten te kunnen voldoen (dit betreft het AMRI-contract). Het naar voren halen van budget voor de MIRT-verkenning van de OV-verbinding Amsterdam - Haarlemmermeer (doortrekken van de Noord/Zuidlijn) in 2023 en 2024.
Het opnemen van extra budget voor uitbreiding van de personeelscapaciteit om de ambities waar te kunnen maken, te voldoen aan wettelijke taken en gemeenten te kunnen ondersteunen bij hun mobiliteitsbeleid.
Overige wijzigingen hebben betrekking op budgetneutrale wijzigingen tussen de subprogramma’s of over de jaren heen (kasritmewijzigingen). De al eerder in de Kaderbrief 2024 genoemde onzekerheden kunnen de uiteindelijke uitvoering van de begroting beïnvloeden: • • • • • •
Uitwerking en uitvoering van de herstelplannen van de vervoerders. Ontwikkeling van de reizigersaantallen en -opbrengsten. Overige prijsontwikkelingen. Voortgang bouw en aanleg van infraprojecten als gevolg van stikstofruimte. Besluiten van het Rijk inzake de woningbouwontwikkelingen. Ontwikkelingen en krapte op de arbeidsmarkt.
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 9 van 51
Tabel 1 Meerjarenbegroting 2023-2027 (bedragen in x € 1.000) (Sub-)Programma
Jaarrekening 2022
Gewijzigde begroting 2023 (na 1e Bestuursrapportage 2023)
Ontwerp Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0
280
137
24
0
0
11.475
13.558
13.249
13.306
13.261
13.261
132.680
155.477
108.559
118.919
118.865
118.865
0
20.950
1.750
15.500
35.000
40.000
Amsteltram
45.060
42.967
31.718
0
0
0
Concessies
218.111
166.838
125.472
110.926
101.420
95.420
Asset Management Rail Infrastructuur (AMRI) Acitva GVB
88.817
166.220
141.320
134.675
134.475
132.575
17.705
55.252
42.905
37.684
43.550
33.834
Onderzoek, Studie en Samenwerking
7.896
8.363
8.368
8.368
8.368
8.368
Apparaatskosten
8.975
12.594
11.826
12.376
12.376
12.376
Totaal Verkeer & Vervoer
519.244
628.661
471.918
438.449
454.054
441.438
TOTAAL LASTEN
530.719
642.499
485.303
451.778
467.315
454.699
BDU jaarbijdrage
443.265
461.198
461.198
461.198
461.198
461.198
BDU saldo voorgaande jaren
-63.952
130.632
8.430
-22.638
-4.834
-15.427
Rentebaten
2.991
1.750
1.607
1.494
1.381
1.258
Overige baten
-20
0
0
0
0
0
382.284
593.580
471.235
440.054
457.745
447.029
314
202
202
202
202
202
Investeringsagenda Mobiliteit
2.081
5.609
0
0
0
0
Amsteltram
28.660
1.692
0
0
0
0
Concessies
115.334
38.952
8.297
8.254
6.100
6.100
AMRI
94
1.100
3.000
1.900
1.900
0
Acitva GVB
31
0
1.200
0
0
0
1.634
1.363
1.368
1.368
1.368
1.368
LASTEN Algemende dekkingsmiddelen Overhead Verkeer & Vervoer: Investeringsagenda Mobiliteit Grote projecten schaalsprong OV
BATEN Algemene dekkingsmiddelen:
Totaal Algemene dekkingsmiddelen Overhead Verkeer & Vervoer:
Onderzoek, Studie en Samenwerking Apparaatskosten
65
0
0
0
0
0
Totaal Verkeer & Vervoer
147.899
48.717
13.865
11.522
9.368
7.468
TOTAAL BATEN
530.497
642.499
485.303
451.778
467.315
454.699
-222
0
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekking van reserves
222
0
0
0
0
0
TOTAAL MUTATIES RESERVES
222
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
RESULTAAT VOOR BESTEMMING
MUTATIES RESERVES
RESULTAAT
•
De daling van de kosten voor de Investeringsagenda Mobiliteit in 2024 ten opzichte van 2023 is het gevolg van het doorschuiven van ongebruikte fondsen van voorgaande jaren naar het volgende begrotingsjaar. Er is structureel € 119 miljoen beschikbaar. Voor meer uitleg wordt verwezen naar het subprogramma.
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 10 van 51
•
De daling van de begrotingspost concessies in 2024 ten opzichte van 2023 wordt veroorzaakt door het wegvallen van de Rijkssubsidie voor TVOV, die in 2023 voor het laatst wordt vergoed (€ 32 miljoen). Daarnaast wordt er ongeveer € 12 miljoen minder ingezet vanuit het herstelplan budget.
•
In 2023 vindt de afrekening plaats van het oude BORI/MVP-contract. Vanaf 2023 wordt het nieuwe AMRI-contract gehanteerd op basis van de meerjarenreeks voor het Beheer & Onderhoud van de railinfrastructuur en het Meerjaren Vervangingsprogramma (BORI/MVP).
•
De afrekening van enkele AMSYS en S&C subsidies in 2023 zorgt voor een aanzienlijk verschil tussen 2023 en 2024 in de Activa GVB reeks.
Tot en met 2023 werd het "BDU-saldo voorgaande jaren" ingezet om de begrote kosten te dekken. Dit werd onder andere gebruikt voor mobiliteitsprojecten, extra maatregelen voor projectversnelling die eind 2020 waren vastgesteld, en het project Amsteltram. Voor 2024 wordt een kleine aanvulling van € 8,4 miljoen vanuit het BDU-saldo opgenomen om de begrote kosten te dekken. Er is momenteel geen inzet vanuit het BDU-saldo voorgaande jaren gepland om de lasten te dekken vanaf 2025. Hierdoor ontstaat er een vrije ruimte van ongeveer 3% van de begroting voor de jaren 2025 tot en met 2027. Deze financiële ruimte wordt toegevoegd aan het BDU-saldo voorgaande jaren. De toename van het BDU-saldo vanaf 2025 (zie tabel 2) wordt veroorzaakt door deze toevoeging. Beklemd en niet beklemd deel van het saldo BDU Het "beklemd" deel van de BDU verwijst naar het resterende saldo van de BDU dat nog beschikbaar is en dient voor de volgende doeleinden: 1. 2. 3.
Dekking voor reeds aangegane verplichtingen die in voorgaande jaren waren begroot, maar vanwege vertraging in de uitvoering niet in dat jaar zijn uitgegeven en daarom doorgeschoven zijn naar latere jaren. Inzet in toekomstige begrotingsjaren bovenop de jaarlijkse BDU-ontvangsten. Buffer om eventuele risico's op te vangen. De kwantificering van deze risico's bedraagt gemiddeld € 42 miljoen per jaar tot en met 2026.
Vanaf 2025 neemt het saldo van de BDU gestaag toe. Deze toename is noodzakelijk om als voorzorgmaatregel een zekere buffer te creëren voor de genoemde verplichtingen en risico's, oftewel het weerstandsvermogen. Het saldo van de BDU is namelijk de belangrijkste bron hiervoor. In de paragraaf "Risicobeheersing en weerstandvermogen " wordt hier uitgebreider op ingegaan. Tabel 2 Ontwikkeling saldo BDU 2023-2027 (bedragen in x € 1.000)
Ontwikkeling saldo BDU
Begroting 2023 (na 1e BestuursBegroting 2024 rapportage 2023)
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Beginstand saldo BDU Beschikte jaarbijdrage Totaal Beschikbare BDU begin van het jaar
250.892 461.198
120.260 461.198
111.830 461.198
134.469 461.198
139.303 461.198
712.091
581.458
573.028
595.667
600.501
Inzet BDU in begrotingsjaar
-591.830
-469.628
-438.560
-456.364
-445.771
Stand saldo BDU ultimo jaar Hiervan beklemd:
120.260
111.830
134.469
139.303
154.730
18.800
0
0
0
0
42.000 60.800
84.000 84.000
123.000 123.000
168.000 168.000
168.000 168.000
198%
133%
109%
83%
92%
Beklemd als gevolg van overheveling van budgetten naar latere jaren Benodigde buffer voor risico's Deel BDU beklemd Dekkingspercentage weerstandsvermogen versus risico's
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 11 van 51
PROGRAMMABEGROTING De begroting van de Vervoerregio bestaat uit drie programma’s. Deze programma’s zijn Verkeer & Vervoer, Overhead en Algemene Dekkingsmiddelen. Binnen het programma Verkeer & Vervoer kent de Vervoerregio diverse subprogramma’s. Deze dragen allen bij aan de strategische doelstellingen van het Beleidskader Mobiliteit.
PROGRAMMA VERKEER & VERVOER Het programma Verkeer & Vervoer bestaat uit meerdere subprogramma’s en de daarbij horende kosten van personele inzet (de apparaatskosten). De begroting geeft op hoofdlijnen aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Een gedetailleerde opgave van projecten komen aan bod in het uitvoeringsprogramma Mobiliteit.
INVESTERINGSAGENDA MOBILITEIT Wat willen we bereiken in 2024? Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UPM) van de Vervoerregio Amsterdam is het programma waarin al onze voorgenomen mobiliteitsmaatregelen in samenhang staan beschreven. Het is de nadere uitwerking van het nieuwe Beleidskader Mobiliteit (dat in oktober aan de regioraad zal worden voorgelegd). We laten zien waarin de Vervoerregio investeert, wanneer dat gebeurt en wat dat oplevert. Belangrijke thema’s in dit Uitvoeringsprogramma zijn onder andere schaalsprongprojecten, verkeersveiligheid, doorfietsroutes, inclusieve mobiliteit en mobiliteit gekoppeld aan de woningbouwopgaven. Met het investeren in duurzaam busvervoer, spitsmijden en doorstromingsmaatregelen kunnen we een aantal problemen aanpakken; We verhogen de kostendekkingsgraad van het openbaar vervoer, kunnen deelmobiliteit een impuls geven en reduceren het aantal bussen dat nu nog vervuilend rondrijdt. Met de afspraken uit het BO MIRT van eind 2022 komt de OVverbinding Amsterdam - Haarlemmermeer een stuk dichterbij. En met hulp van de rijksbijdrage uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid versnellen we intussen de investeringen in fiets en verkeersveiligheid. Zo zorgen we voor een duurzame bereikbaarheid. Op 8 februari 2023 heeft de regioraad het Uitvoeringsprogramma MRA (Metropoolregio Amsterdam) Doorfietsroutes vastgesteld.
De ambitie is het volledige netwerk van doorfietsroutes binnen het vervoerregiogebied, zoveel als mogelijk is, vóór 2035 gerealiseerd te hebben. De bereikbaarheidsmaatregelen worden in samenhang afgewogen om niet de modaliteit, maar de mobiliteit (de reis van deur tot deur) centraal te stellen. Bij het beoordelen van de juiste oplossingen kijken we nadrukkelijk naar de CO2- balans, de aangename beleving van de reis en hoe een vervoerwijze passend is bij de omgeving. Binnen het Uitvoeringsprogramma verzorgt de Vervoerregio het programmamanagement en start samen met de partners nieuwe projecten. De Vervoerregio voert ook zelf verkenningen en planstudies uit. Wat gaan we daarvoor doen? Alle mobiliteitsprojecten waarvan de Vervoerregio het voornemen heeft om bij te dragen, staan in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Dit programma presenteert daarmee de totale ambitie, waarbij het subprogramma ‘Investeringsagenda Mobiliteit’ vooral de beschikbare budgetten presenteert. Veel van de belangrijke projecten die nu en in de komende tijd in uitvoer gaan zijn mobiliteitsprojecten die zowel de doorstroming van het OV en/of de weg verbeteren, verbeteringen voor de fiets (zoals tunnels en fietsparkeervoorzieningen) en verkeersveiligheidsmaatregelen bevatten en het vervoerssysteem voor meer mensen goed toegankelijk maken.
Al deze elementen komen bijvoorbeeld terug bij projecten als de aanleg van het project Guisweg in Zaandijk waar een fiets- en voetgangerstunnel onder de bestaande spoorwegovergang bij de Guisweg, een extra op- en afrit bij A8-aansluiting en een nieuwe verbindingsweg tussen de Guisweg en de provinciale weg wordt gerealiseerd. Maar ook op knooppunten zoals Amsterdam Lelylaan of Hoofddorp. Het vergroten van de verkeersveiligheid kan onder meer door het verbeteren van de infrastructuur (Duurzaam Veilig), en dat doen we door het financieren van projecten in de regio. Denk daarbij aan schoolzones, drempels en verkeerslichten, 30km zones en veilige oversteekplekken. Hiervoor was in 2021 en 2022 bovendien een extra verkregen rijksimpuls Verkeersveiligheid uit het SPV van € 8 miljoen beschikbaar. Een nieuwe tranche van het SPV heeft nog eens € 3 miljoen extra rijksbudget opgeleverd tot 2027. De Vervoerregio werkt aan het verduurzamen van alle onderdelen van ons
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 12 van 51
mobiliteitssysteem, onder meer met de inzet op schonere energie, schonere voertuigen, infrastructuur & productie en door duurzame inkoop en opdrachtgeverschap. Met ons inclusiviteitsbeleid wil de Vervoerregio ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen zelfstandig kunnen reizen en daarmee meer vrijheid hebben in hun mobiliteit. Voorbeelden van acties die hieruit voorkomen en in het Uitvoeringsprogramma hun plek krijgen, zijn het realiseren van toegankelijke haltes, het aanbrengen van liften op knooppunten, duidelijke reisinformatie en de inzet van de OV-coach, die mensen helpt bij het zelfstandig reizen met het OV. De Vervoerregio neemt ten aanzien van de MRA doorfietsroutes een meer initiërende en pro-actieve rol, in aanvulling op de bestaande nauwe samenwerking bij gemeentelijke initiatieven. De eerste projecten en initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma MRA Doorfietsroutes zijn dan ook integraal en herkenbaar in dit Uitvoeringsprogramma Mobiliteit opgenomen Ieder jaar wordt verslag uitgebracht en verantwoording afgelegd over de realisatie van alle projecten en maatregelen van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en tot welke effecten dit heeft geleid. In het UPM, dat ieder jaar tegelijk met de begroting wordt opgesteld en ter besluitvorming wordt voorgelegd, staan al onze projecten en maatregelen opgesomd.
Onderstaande kaarten zijn afkomstig uit die UPM en geven per deelregio de belangrijkste projecten weer. Wat mag dat kosten? Tabel 2 IA Mobiliteit | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)
Investeringsagenda Mobiliteit
Jaarrekening 2022
Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Investeringsagenda mobiliteit Uitvoeringsbudgetten en studies
132.680
155.477
108.559
118.919
118.865
118.865
Totaal lasten
132.680
155.477
108.559
118.919
118.865
118.865
Bijdragen derden BDU Absoluut
1.755 326
5.609 -
-
-
-
-
Totaal baten Saldo Investeringsagenda Mobiliteit
2.081
5.609
-
-
-
-
-130.599
-149.868
-108.559
-118.919
-118.865
-118.865
Voor kleine projecten en mutaties (< € 5 miljoen) fluctueert het jaarbudget rond de € 30 miljoen. Voor projectenstudies in verkenningen en planstudiefase wordt een stelpost gehanteerd van € 5 miljoen. Net zoals vorige jaren zijn deze bedragen gebaseerd op een inschatting van het programma en de ervaringscijfers van de vorige jaren. In de raming van de begroting is het jaarlijkse bedrag stabiel begroot. Dit betekent niet dat er een subsidieplafond wordt gehanteerd, maar de meeste projecten leiden voor de Vervoerregio pas tot uitgaven na het afgeven van een subsidiebeschikking of het verlenen van een opdracht. We weten dat niet alle projecten binnen de vooraf gestelde planning en budgetten ten uitvoer komen. Het is daarmee het saldo van projecten die sneller worden uitgevoerd dan verwacht en projecten die tussentijds sneuvelen of vertragen, waardoor eerder gereserveerde middelen vrijkomen. De Vervoerregio monitort dit beeld continue en stuurt actief op programmering en hanteert, indien nodig, een overprogrammering van 15%, een percentage dat niet ongebruikelijk is bij overheden. De realisatiegraad van de Vervoerregio lag afgelopen jaren tussen de 80% en 90%. De totale omvang van de ambitie en daarbij horende investeringen de komende jaren, waarvan het overzicht te vinden is in het UPM, laat zien dat er keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van het beschikbare budget.
Samen met de partners kijken we ook naar het vergroten van de rijksbijdragen en andere inkomstenbronnen, zoals de eerdergenoemde Verkeersveiligheidsimpuls, de klimaatgelden en Europese Fondsen. Om ervoor te zorgen dat er op een adequate manier wordt omgegaan met de beschikbare middelen treedt de Vervoerregio, waar nodig, in gesprek met de deelnemende gemeenten en andere regionale partijen, waaronder de provincie Noord-Holland. In 2024 is € 10 miljoen minder beschikbaar dan het structurele niveau van € 119 miljoen omdat bij de bestuursopdracht uit 2020 budget van de jaren 2022 tot en met 2024 naar 2021 was overgeheveld om daarmee ‘investerend de crisis uit te komen’.
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 13 van 51
AMSTELTRAM Wat willen we bereiken in 2024? De Vervoerregio is bestuurlijk en ambtelijke opdrachtgever voor (de realisatiefasen van) de Amsteltram: de Ombouw Amstelveenlijn en de verlenging naar Uithoorn (Uithoornlijn). De Amsteltram zorgt voor kortere reistijden van deur tot deur en een verbetering van de kwaliteit en veiligheid van het OV. Het versterken van het OV-netwerk levert een bijdrage aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Aandacht is er voor beleving en inpassing in de omgeving. De Amsteltram vergroot de nabijheid van het zuiden van de regio en zorgt voor een kosten efficiënter mobiliteitssysteem. Wat gaan we daarvoor doen? Ombouw Amstelveenlijn - De laatste restwerkzaamheden uit de aanleg van de tijdelijke eindhalte op de Strawinskylaan (light variant) zijn afgerond in 2023. In 2024 worden geen kosten meer verwacht. Uithoornlijn - Het komend jaar staat in het teken van het indienststellingsproces, de start van de exploitatie in juli 2024, de decharge van de projectorganisatie en de financiële afsluiting van het project Amsteltram.
Zoals het er nu naar uitziet, kunnen wij trots zijn op tijdige oplevering binnen budget! Op het succesvol afronden van de uitvoering en de integrale testfase waaruit blijkt dat er sprake is van een integraal werkende traminfrastructuur (met aansluitende weginfrastructuur), volgt de vervroegde ingebruikname door GVB en wordt de indienststellingsvergunning aangevraagd. Zodra deze is verkregen, stelt GVB de infrastructuur in bedrijf en start de fase voor Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). Deze fase focust op de operationele en organisatorische gereedheid; een betrouwbare dienstregeling conform de concessieafspraken en een robuust beheer van de Uithoornlijn. Hieronder valt ook het gebruik en beheer van de hal op het opstelterrein in de Legmeerpolder, wat leidt tot een significante daling van het aantal remiseritten door de stad. Na een succesvolle OTO-periode start in juli 2024 de daadwerkelijke exploitatie met reizigers. Na start exploitatie volgt een periode van definitieve oplevering, overdracht, decharge van de projectorganisatie op basis van het eindverantwoordingsdocument en financiële afsluiting van de Amsteltram. Wat mag dat kosten? Tabel 3 Amsteltram | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)
Amstelveenlijn Uithoornlijn
1.359 43.701
Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp 1.053 41.914
Totaal lasten
45.060
42.967
31.718
-
-
-
Bijdragen derden BDU Absoluut
28.660 -
1.692 -
-
-
-
-
Amsteltram
Jaarrekening 2022
begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
31.718
-
-
-
Totaal baten
28.660
1.692
-
-
-
-
Saldo Amsteltram
-16.400
-41.275
-31.718
-
-
-
GROTE PROJECTEN SCHAALSPRONG OV Wat willen we bereiken in 2024? Een nationale alliantie van zeven partijen hadden oorspronkelijk het voornemen om een substantiële gezamenlijke bijdrage van € 1,025 miljard te doen voor het realiseren van twee nieuwe metrolijnen: het doortrekken van de Noord/Zuidlijn richting Schiphol en Hoofddorp én het sluiten van de Ringlijn. Na overleg met het Rijk, dat als eis stelde dat er een sluitende dekking voor de totale investering van € 5,4 mrd voor de vier genoemde projecten (doortrekken Noord/Zuidlijn, sluiten ringlijn, Zuidasdok en aanleg 3e perron station Zuid). Bij het voldoen aan die eis zou het Rijk 75% bijdragen. Daarom heeft de alliantie de regionale bijdrage aangevuld tot € 1,366 mrd. De eerdere bijdrage vanuit de Vervoerregio van € 225 miljoen is daarom met € 145 miljoen opgehoogd tot € 370 miljoen, die in de begrotingsjaren 2023 tot en met 2034 is opgenomen.
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 14 van 51
Daarnaast garandeert de Vervoerregio dat bij aanleg een bedrag van € 300 miljoen beschikbaar is voor de aanschaf van het benodigde metromaterieel. Met dit bedrag neemt de Vervoerregio het exploitatierisico voor de dekking van deze lasten en onderstreept de Vervoerregio haar lange termijn commitment aan de metrolijnen. In 2023 en 2024 wordt de MIRT-verkenning uitgevoerd wat in 2025 moet leiden tot een definitief besluit van de minister van IenW (Infrastructuur en Waterschap) over de realisatie van de beoogde OV-verbinding Amsterdam - Haarlemmermeer (het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp).
Wat gaan we daarvoor doen? De Vervoerregio gaat samen het Ministerie van IenW de rol van gedelegeerde opdrachtgever vervullen namens de acht betalende partijen zijnde de opdrachtgevers van deze MIRT-Verkenning. In deze fase worden diverse alternatieven, waaronder de doortrekking Noord-Zuidlijn naar Schiphol, nader uitgewerkt en vindt participatie plaats met de omgeving. Er wordt ook een milieueffectrapportage-(MER)-onderzoek uitgevoerd. Met al deze informatie wordt de definitieve keuze voor het voorkeursalternatief nader onderbouwd. De rol van de Vervoerregio in het opdrachtgeverschap is tweeledig namelijk de ambtelijk opdrachtgever als eerste contactpersoon voor de aansturing van de Projectorganisatie en tevens de rol van kasbeheerder namens alle opdrachtgevers. Wat mag dat kosten? Tabel 5 Grote projecten schaalsprong OV| Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)
Grote projecten schaalsprong OV
Jaarrekening 2022
Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Bijdrage doortrekken Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp, sluiten metroring, Zuidasdok en 3e perron en terminal Station Zuid Exploitatiekosten
-
20.950 -
1.750 -
15.500 -
35.000 -
40.000 -
Totaal lasten
-
20.950
1.750
15.500
35.000
40.000
Bijdragen derden BDU Absoluut
-
-
-
-
-
-
Totaal baten
-
-
-
-
-
-
Saldo Grote projecten schaalsprong OV
-
-20.950
-1.750
-15.500
-35.000
-40.000
De bovenstaande verdeling naar jaren is op basis van eerdere besluitvorming opgenomen. Hierin kunnen wijzigingen optreden als gevolg van nadere afspraken die de partners maken voor de vier onderliggende projecten. De eerste stap daarvan is de MIRTverkenning voor de OV-verbinding Amsterdam - Haarlemmermeer, waarvoor een globale raming is opgesteld met een omvang van circa € 30 miljoen, inclusief de kosten van de ambtelijk opdrachtgeversorganisatie van de Vervoerregio. Volgens de MIRTspelregels worden de kosten van een Verkenning voor 50% door het Rijk vergoed. De overige 50% zal door de regionale partijen moeten worden gedekt. In onderstaand overzicht is de bijdrage van partijen naar rato van hun inbreng in de totale opgave berekend. In de begroting 2024 wordt een bedrag van € 1,75 miljoen opgenomen. Tabel 6 Bijdrage partners bedragen x €1.000.000
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 15 van 51
CONCESSIES Wat willen we bereiken in 2024? Ons doel is het openbaar vervoer sterk uit de crisis te laten komen en klaar te zijn voor de toekomstige OV vraag terwijl de middelen beperkt zijn. Om toch zo dicht mogelijk bij onze ambities aan te sluiten en omdat we nog niet weten hoe snel het OVgebruik en daarmee de opbrengsten zich zullen herstellen hebben we onze ambities en activiteiten gebaseerd op de prognoses van de vervoerders die in Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) verband zijn gemaakt, die aangeven dat in 2025 de reizigers-opbrengsten zich weer op het niveau van 2019 bevinden. De jaren 2023 en 2024 zijn overbruggingsjaren daarom is het noodzakelijk de kwaliteit van het openbaar vervoer hoog te houden en geen maatregelen te nemen die het reizigersherstel vertragen. Toch moeten voor de periode 2024 en 2025 (en verder) afspraken gemaakt worden, hoe om te gaan met de huidige contractafspraken. Het behoud van de hoogwaardigheid van het netwerk is van belang. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) is het fundament van het openbaar vervoersysteem. Door hoge frequenties te behouden zorg je dat het ov aantrekkelijk blijft, faciliteer je de groei en dit leidt tot eerder herstel van opbrengsten.
Naast het hoogwaardige netwerk is het logisch goed te kijken naar de aansluitingen van het onderliggende openbaar vervoer netwerk waarbij, wanneer er keuzes gemaakt moeten worden om verder dan nu af te schalen, deze gegarandeerd moeten worden. Toch zien we door de tekorten nu, we wel degelijk maatregelen moeten nemen die pijn doen. Ook het personeelstekort dat naar verwachting in 2024 aanhoudt, zorgt er mogelijk voor dat we ondanks reizigersgroei het netwerk niet uit kunnen breiden. Vervoerders doen er alles aan om dit zo snel mogelijk op orde te brengen. De Vervoerregio zal afspraken maken over hoe hiermee om te gaan. Als regio willen wij aansluiten op toekomstige ontwikkelingen dat betekent ook dat wij in onze keuzes voor iedereen aantrekkelijk te zijn geen onherstelbare schade aan het totale netwerk moeten aanrichten waardoor wij in de nabije toekomst niet aan de vraag kunnen voldoen. Zoeken naar alternatieven voor het reisgedrag geeft ons als regio de springplank onze ambities als regio schoon, efficiënt en kosteneffectief OV aan te bieden een zetje in de goede richting. Onze grootste concurrent is niet de auto maar onaantrekkelijk openbaar vervoer. Waarbij de reiziger snel en comfortabel als belangrijkste argument noemen om van de auto naar het OV over te stappen.
De begroting gaat uit van een gelijkblijvende inzet van middelen voor de exploitatie ten opzichte van de begroting van 2023. Waarbij incidentele middelen uit het herstelbudget OV worden ingezet om het OV op peil te houden.
Wat gaan we daarvoor doen? De vervoerregio gaat na wat coulance in de covid jaren in 2024 weer sturen op de contractafspraken. Er spelen nog steeds grote personeelsproblemen die waarschijnlijk geheel 2024 zullen aanhouden. Ook is de verwachting dat in 2024 nog niet alle reizigers terug zullen zijn op het niveau voor 2019. En tegelijkertijd wordt een hoge indexatie verwacht voor de OV-tarieven wat het OV niet aantrekkelijker maakt voor de reiziger om weer vaker met het OV te reizen. We staan voor grote uitdagingen in 2024, waar we oplossingen voor zoeken. Het contact met de vervoerder is nog steeds zeer goed en de gesprekken over herijking en herstelplannen 2024 lopen dan ook constructief en professioneel met beide partijen hebben de juiste intentie om hieruit te komen. Tot op heden zijn er nog geen concrete afspraken gemaakt voor 2024. Met het uitvoeren van het concessie beheer willen we: • • • • • • •
Een partnership met duidelijke taak en rol verantwoordelijkheid waardoor uitdagingen vernieuwing de ruimte geeft. Een hoogwaardig en efficiënt openbaar vervoer (metro, tram en bus) dat het gehele jaar onze reizigers vraag kan vervoeren. Beperkte rituitval van max 1%. Een hoge score van klanttevredenheid (minimaal een 7,5). Dat het strategische materieel van de vervoerders (railinfra en voertuigen) een bijdrage levert aan een betrouwbare en efficiënte dienstuitvoering. Samen met onze regiogemeenten ervoor zorgen dat het wegennet bij onderhoud en verbetering het Openbaar Vervoer zo goed mogelijke doorstroming garandeert en hier al in het project extra middelen voor reserveert. Openbaar vervoer dat 100% Zero emissie is.
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 16 van 51
Concessie Amstelland-Meerlanden •
• •
Voor de concessie Amstelland-Meerlanden geldt dat de Uithoornlijn in dienst wordt genomen. De reiziger reist nu via een rechtstreekse, hoogfrequente R-net buslijn naar Amstelveen busstation. Als de Uithoornlijn gaat rijden vervallen er enkel hoogfrequente lijnen, deze worden dan overgenomen door de Uithoornlijn. Die verbindt Uithoorn met Amstelveen en Amsterdam. Vervoerkundig betekent dit een aantal veranderingen voor de reiziger. Connexxion rijdt straks niet meer naar Amsterdam Centrum vanuit Uithoorn. Ook veranderen een aantal ontsluitende lijnen. De invoering van 30km/h in de gemeente Amsterdam heeft impact op de dienstregeling met als gevolg langere reistijd. In 2023 maakt de Vervoerregio afspraken met Connexxion over 2024 en verder, waarbij het uitgangspunt is dat de maximaal begrote exploitatiesubsidie beschikbaar is. Tegelijkertijd zet Connexxion zich volledig in om het personeelstekort op te lossen en het vervoeraanbod te laten groeien wanneer het aantal reizigers verder hersteldt.
Concessie Zaanstreek en Waterland •
•
De nieuwe samengevoegde concessie Zaanstreek-Waterland start 10 december 2023. De implementatie is in volle gang de nieuwe bussen zijn besteld en de stallingen zijn in aanbouw en dat loopt voorspoedig. De grote opgave is ook in deze concessie het personeelsprobleem. Hierover is de Vervoerregio in gesprek met EBS om een plan te maken om het personeelstekort op te lossen. Voor de nieuwe gecombineerde concessie Zaanstreek-Waterland is in 2024 een budget beschikbaar van ongeveer € 43 miljoen, dit bestaat uit eenmalige subsidies, de exploitatiesubsidie en overige kosten voor de concessie.
Amsterdam •
• •
•
Naast de aangepaste frequenties in 2023 worden ook routes aangepast. Daar waar een alternatief is worden routes gebundeld. Hiermee wordt een robuust basisnetwerk gecreëerd om de groei van de komende jaren en uitbreidingen in het netwerk te kunnen faciliteren. De ambitie is om te sturen op herstel van reizigersaantallen tegen een marktconform kostenniveau. Waarbij we de juiste balans willen vinden tussen snelheid, nabijheid en directheid. De invoering van 30km/h in de gemeente Amsterdam heeft impact op de dienstregeling met als gevolg langere reistijden. Aan de andere kant worden de reizigersopbrengsten hoger omdat verwacht wordt dat meer reizigers de overstap zullen maken van de auto naar het openbaar vervoer. De productie in 2024 zal afnemen naar maximaal 82,5% t.o.v. 84% in 2023, dit zijn frequentiewijzigingen en routewijzigingen, met als referentie pre-covid 100% in 2019.
Wat mag dat kosten? Door achterblijvende reizigersopbrengsten en kostenstijgingen blijven de financiële tekorten groot in 2024. De wens is er weer terug te gaan naar de contractafspraken waarbij de vervoerder opbrengstverantwoordelijk is en verantwoordelijk voor uitvoering en de kwaliteit daarvan. De lijn die gehanteerd wordt, is de volgende. Terug naar de economische verhoudingen van het contractuitgangspunt: een zo goed mogelijk ov-product voor de reiziger (kwantiteit en kwaliteit). Prikkel in de afspraken om kwaliteit te verbeteren. Sturen op kwaliteit en afspraken over groei en herstel meenemen. Plannen moeten nog worden uitgewerkt ook afhankelijk vanaf de start van de Uithoornlijn. In het overzicht Concessies (zie tabel 7) zijn de volgende elementen verwerkt: • De bedragen voor de concessies zijn aangepast aan voorlopig prijspeil 2023, dit is een verhoging van € 3,6 miljoen conform de concessieafspraken, • Bij de business case van de aanleg Uithoornlijn is uitgegaan van een besparing van € 6,0 miljoen per jaar. De uitgangspunten zijn nu getoetst aan de huidige situatie en concessies dit lijdt tot een bijstelling van € 3,5 miljoen per jaar die nog niet in de begroting was opgenomen. In 2024 is dit incidenteel hoger, € 4,8 miljoen, omdat de besparing pas vanaf 1 juli ingaat, • Het Covid-OV herstelbudget is geactualiseerd op basis van de uitgaven in 2022 en 2023.
Hierdoor is € 4,6 miljoen verschoven van 2024 naar 2023, • In 2024 is een bijdrage van € 20,0 miljoen aan de concessie Amsterdam toegevoegd vanuit het OV herstelbudget zodat in het laatste jaar van de huidige concessie een realistisch vervoersplan opgesteld kan worden. Dit bedrag is de maximale bijdrage voor
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 17 van 51
de helft van het eventuele verlies van GVB exploitatie in 2024. Voor de concessie Amstelland-Meerlanden worden in de loop van 2023 afspraken gemaakt over 2024 en verder. • Voor de nieuwe concessie Zaanstreek-Waterland zijn een aantal incidentele posten verschoven. Dit betreft een budget neutrale verplaatsing over de jaren 2023, 2024 en 2025. In 2024 is daardoor sprake van een verlaging van € 2,5 miljoen. Tabel 7 Concessies | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)
Amstelland Meerlanden Amsterdam (Exploitatie) Waterland Zaanstreek CVV en buurtbussen Covid-OV-herstelbudget Voorfinanciering laadinfrastructuur concessie Zanstreek-Waterland R-net Uitvoeringskosten Zaansteek/Waterland (vanaf 2024)
66.388 103.725 29.954 14.606 69 2677
Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp 61.796 50.658 29.402 13.745 150 5.000
424 2 266
725 156 5.205
42.981
42.394
38.887
38.887
Totaal lasten
218.111
166.838
125.472
110.926
101.420
95.420
Bijdragen derden BDU Absoluut Beschikbaarheidsvergoeding OV
6.758 108.576
6.143 32.809
8.297 -
8.254 -
6.100 -
6.100 -
Totaal baten
115.334
38.952
8.297
8.254
6.100
6.100
Saldo Concessies
-102.777
-127.886
-117.174
-102.672
-95.320
-89.320
Concessies
Jaarrekening 2022
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
51.801 20.902 67 9.720
50.703 5.763 67 12.000
50.703 2.763 67 9.000
50.703 -237 67 6.000
Toelichting op de concessie Amsterdam: Met de inbesteding voor de nieuwe concessie aan het GVB voor 15 jaar vanaf 2025 is een jaarlijkse groei van 1% voorzien voor uitbreiding van de lijnvoering of door andere maatregelen die nog meer comfort aan de reiziger bieden. Met deze groei wordt een jaarlijkse toename in de opbrengsten van 2% verwacht, die als target in de afspraken is opgenomen. De bijdrage van de Vervoerregio kan daardoor elk jaar afnemen. Elke 4 jaar worden de kosten- en opbrengstenontwikkeling getoetst aan de werkelijke cijfers, wat kan leiden tot een herijking van de begrotingsreeks.
ASSETMANAGEMENT RAILINFRASTRUCTUUR (AMRI) Wat willen we bereiken in 2024? De beschikbaarheid van een goede functionele en veilige infrastructuur voor metro en tram is essentieel voor het vervoer van reizigers. Over het algemeen zijn de prestaties van het tram- en metronetwerk goed waardoor dit subprogramma bijdraagt aan de beleidsdoelen zoals opgenomen in het beleidskader van de Vervoerregio. Goed beheer en onderhoud van de railinfrastructuur draagt met name bij aan de strategische doelen, van modaliteit naar mobiliteit en een prettige en veilige reis. De Vervoerregio is sinds 1 januari 2022 opdrachtgever van GVB Infra B.V. voor de activiteiten voor het beheer en onderhoud van het railinfrabedrijf (RIB). De Vervoerregio verricht als opdrachtgever een aantal activiteiten om deze nieuwe samenwerking te laten slagen. Kern van de nieuwe afspraken met GVB RIB is: assetmanagement in overeenstemming met de internationaal erkende ISO 55.000 norm. Dit is een professionele manier van assetmanagement gebaseerd op goede asset informatie waarbij kosten, risico’s en prestaties zo goed mogelijk worden afgewogen Om deze rol als opdrachtgever goed in te vullen is een verdere professionalisering nodig van de organisatie. Zowel de Vervoerregio als GVB RIB zullen de komende jaren samen investeren in de nieuwe rolverdeling. Daarvoor is de transitieperiode van 2022 – 2024 afgesproken.
Vanuit het transitieprogramma wordt gestuurd op de verdere ontwikkeling van beide organisaties en de samenhang.
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 18 van 51
Zowel in 2022 zijn en ook voor dit jaar worden er in deze transitie stappen gezet. In 2024 zal dit moeten resulteren in dat beide partijen conform de assetmanagementsystematiek werken. Voor GVB RIB houdt dat is dat zij zich conform de ISO 55.000 norm laten certificeren. De verwachting is wel dat dit ook na 2024 nog verdere doorontwikkeling en daarmee aandacht vraagt. De Vervoerregio stuurt samen met GVB RIB op prestaties (KPI’s) als betrouwbaarheid, beschikbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, betaalbaarheid, toekomstvastheid, compliance en beleving. Meer grip krijgen op deze prestaties, in combinatie met de bijbehorende kosten en risico’s is het speerpunt voor 2023 en zal dat ook voor 2024 blijven. De verwachting is dat eind 2023 nieuwe KPI’s worden geïntroduceerd, waardoor een aanzienlijke slag wordt gemaakt in het beheersen van de prestaties. Zowel binnen de Vervoerregio als binnen GVB wordt actiever gestuurd op het nemen van integrale besluiten waarbij belangen van exploitatie, strategische activa en asset management expliciet gewogen worden. Hierbij blijft de wettelijke taak van beheerder door het GVB Infra B.V. wel steeds goed zichtbaar.
Wat gaan we daarvoor doen? Het beheer en onderhoud wordt sinds 1 januari 2022 voor rekening en risico van de Vervoerregio uitgevoerd. Het beheer en onderhoud in 2024 zal worden uitgevoerd conform het Beheerplan 2024. Dit beheerplan wordt door GVB RIB elk jaar tussen maart en mei opgesteld en aansluitend tussen partijen besproken. Het definitieve Beheerplan 2024 zal rond eind september 2023 voor instemming aan het dagelijks bestuur worden aangeboden (conform de Wet Lokaalspoor). Voor het Beheerplan 2024 is nadrukkelijk de vraag gesteld om mede op basis van het Vervoerplan 2023-2024 te bepalen wat de impact is op het beheer en onderhoud. Ook de uitbreiding van het areaal in 2024 met de Uithoornlijn zal worden opgenomen in het Beheerplan 2024 en daarmee aan de scope van het beheer en onderhoud worden toegevoegd. Daarnaast is het beheer en de doorontwikkeling van S&C toegevoegd aan de AMRI overeenkomst. Hiervoor gaan we op portfolioniveau sturing geven aan GVB RIB om de efficiënte keuzes te maken binnen het beheer van S&C. Vanuit GVB RIB en de Vervoerregio gaan we in 2024 ook extra inzetten op de duurzaamheidskansen die er binnen het areaal en de werkzaamheden van AMRI liggen. Omdat het om beheer en onderhoud gaat, zal de scope van de werkzaamheden jaarlijks niet wezenlijk wijzigen, met uitzondering van genoemde wijzigingen.
Wat mag dat kosten? Tabel 8 AMRI| Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)
Assetmanagement Railinfrastructuur (AMRI)
Jaarrekening 2022
Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp 40.599 18.678 20.813 20.818 12.929 40.608 715 180 10.880
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 18.277 850 180 7.200
39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 15.182 180 4.500
39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 15.582 180 3.900
39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 15.582 180 2.000
Dagelijks Onderhoud Metro Dagelijks Onderhoud Tram MVP Tram MVP Metro Strategisch Beheer AMRI Overige kosten AMRI OV-Governance Bijdrage WLS S&C
88.817
Totaal lasten
88.817
166.220
141.320
134.675
134.475
132.575
94
1.100 -
3.000 -
1.900 -
1.900 -
-
Bijdragen derden BDU Absoluut
Totaal baten Saldo AMRI
94
1.100
3.000
1.900
1.900
-
-88.723
-165.120
-138.320
-132.775
-132.575
-132.575
In dze tabel zijn de volgende elementen verwerkt: •
Het sub-programma bestaat financieel voornamelijk uit de kosten gemoeid met de opdracht die de Vervoerregio verstrekt aan GVB RIB voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud aan de railinfra, conform het door GVB RIB ingediende Beheerplan 2024. Op basis van de kaderbrief AMRI, die de Vervoerregio jaarlijks eind april aan GVB RIB
ONTWERPBEGROTING 2024-2027
pagina 19 van 51
verstrekt, worden ook de financiële kaders meegedeeld. De bedragen uit de financiële meerjarenreeks van de overeenkomst worden daarbij jaarlijks geïndexeerd. Deze mutaties zijn verwerkt in bovenstaande begroting. •
De bedragen in de begroting 2024 en verder zijn aangepast met een voorlopige indexatie 2023 van 4%, dit is een bedrag van € 5,1 miljoen.
•
Vervoerregio en GVB RIB hebben contractueel afgesproken dat er, mits voorwaarden, geschoven kan worden binnen het totaal van de meerjarenreeks. Daardoor leidt een over – of onderschrijding niet meteen tot een noodzaak tot meer middelen, of het vrijvallen van middelen. Hierdoor zijn er vanuit 2022 middelen herverdeeld over latere begrotingsjaren. Dit zorgt voor € 8,3 miljoen hogere uitgaven.
•
De toevoeging van onderhoud en doorontwikkeling S&C aan AMRI is met een bedrag van € 7,2 miljoen per jaar in deze begroting verwerkt. Dit gaat om projectbudgetten die gefinancierd worden vanuit externe bijdragen of incidentele middelen en structurele kosten die een toevoeging zijn op de begroting. Hiervan is € 4,1 miljoen gefinancierd vanuit bestaande middelen, € 1,1 miljoen vanuit andere begrotingsposten en € 3 miljoen uit een bijdrage derde. Daarnaast is € 3,1 miljoen een toevoeging die nog niet in de begroting was opgenomen. De uiteindelijk benodigde jaarlijkse bedragen worden de komende jaren gemonitord en herijkt indien nodig.
•
Voor de OV-governance is vanuit de jaarrekening 2022 € 0,3 miljoen doorgeschoven naar 2024. Dit aangezien de activiteiten van dit onderdeel langer doorlopen.
Omdat vanaf 2022 de Vervoerregio opdrachtgever is en niet alleen maar een subsidiërende rol heeft, kan vanaf 2022 een lagere productie bij GVB RIB leiden tot een onderbesteding op deze post bij de Vervoerregio. Vooralsnog is dit voor de Vervoerregio geen aanleiding om de afgesproken jaarbedragen vanaf 2024 te wijzigen.
ACTIVA GVB Wat willen we bereiken in 2024? De Vervoerregio blijft inzetten op de transitie naar elektrisch vervoer die grote impact heeft op het busvervoer: voor elektrische bussen zijn extra investeringen in materieel en laadinfrastructuur nodig. Binnen de concessie Amsterdam hebben GVB, gemeente Amsterdam en Vervoerregio afspraken gemaakt over de strategische activa die GVB gebruikt om de concessie uit te voeren. De strategische activa zijn nodig voor de uitvoering van de concessie Amsterdam en dus voor het openbaar vervoer. In dit kader lopen twee grote materieelbestellingen door GVB, die de Vervoerregio (grotendeels) subsidieert. Dit betreft zowel metro’s als elektrische bussen (en de daarbij behorende laadinfrastructuur). Nieuw materieel draagt bij aan de opgave om te komen tot een CO2 neutraal mobiliteitssysteem en het verbeteren van de OV-reis. De reizigersaantallen in het Amsterdamse OV zijn de laatste jaren gestaag gegroeid, waardoor het OV-systeem op steeds meer plekken tegen capaciteitsgrenzen aan dreigde te lopen. Door COVID-19 is daarin een trendbreuk ontstaan. Er is sprake van krimp en het zal een flinke tijd duren voordat het aantal reizigers weer op het niveau van 2019 is. Desondanks zet de Vervoerregio de in gang gezette investeringen zoals die in de nieuwe M7-metro en de elektrische bussen voort.