Bijlage 3 BP Bungalows Krommert 18 Oosthuizen incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Pagina 26 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er risico’s Externe Veiligheidsrisico’s zijn, is de risicokaart van de provincie geraadpleegd. De risicokaart toont dat er geen Bevi-inrichtingen, transportroutes gevaarlijke stoffen en buisleidingen aanwezig zijn nabij het plangebied. Het plan ligt niet binnen plaatsgebonden risicocontouren van risicobronnen. Over de provinciale weg N247 worden echter wel gevaarlijke stoffen vervoerd (niet aangeduid op de risicokaart). Over de weg vindt vervoer plaats van LPG en propaan. Het invloedsgebied van de weg is 355 meter.
De afstand tussen het plangebied en de N247 bedraagt circa 220 meter waardoor het plangebied zich binnen het invloedsgebied van brandbaar gas bevindt. Navolgend wordt verder ingegaan op het brandbare scenario.
Figuur 8. Uitsnede risicokaart. Plangebied binnen rode ovaal.
Maatgevend scenario Bij een LPG of propaan wagen is heet maatgevend scenario een fakkelbrand. Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing met de tankwagen de losslang van de tank afbreekt. Hierdoor stroomt het brandbare gas uit en ontsteekt het direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is. Het effect van een fakkelbrand is warmtestraling. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid gaat in op het vermogen van de mensen in het plangebied om een veilig heenkomen te zoeken en ook of er voldoende schuilmogelijkheden daarvoor zijn. Om in te schatten of er voldoende mogelijkheid is om aan de gewenste veiligheid te voldoen wordt naar verschillende factoren gekeken. In de eerste plaats wat de mogelijke calamiteitenscenario’s op de planlocatie zijn. In voorliggend geval gaat het om een calamiteit met een fakkelbrand. Pagina 27 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
De personen in het plangebied zijn senioren en worden daarom gezien als beperkt zelfredzaam. Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren). Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de N247 is vluchten van de bron af ten alle tijden mogelijk. Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden) is het handelingsperspectief binnenblijven. Het plangebied is beschermd tegen hittestraling door omliggende bebouwing. In dit geval kan er van worden uitgegaan dat, gezien de ligging van het plangebied en de opbouw van de omgeving, er voldoende mogelijkheden zijn om binnen te blijven en te schuilen tegen hittestraling. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Door een calamiteit met een tankwagen met LPG of propaan kunnen deze stoffen tot ontbranding komen. Een fakkelbrand van dit scenario is van korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse wanneer de fakkelbrand uitdooft. Daardoor ligt de inzet de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden. Als onderdeel van het uitwerken van het plan is overleg gevoerd met de Veiligheidsregio.
De veiligheidsregio heeft geadviseerd om de K&L langs één zijde van de weg aan te leggen om zo de bereikbaarheid voor redvoertuigen, tijdens eventuele graafwerkzaamheden, zo goed mogelijk te kunnen garanderen. Tevens wordt geadviseerd om ondergrondse waterleidingen aan te leggen met voldoende debiet voor brandkranen. Bij de nadere uitwerking van de plannen zal met deze adviezen van de veiligheidsregio rekening gehouden worden. Gezien bovenstaande conclusies zijn van uit het aspect Externe veiligheid geen aanvullende randvoorwaarden van toepassing op het plan. Het aspect Externe Veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.
Archeologie en cultuurhistorie Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Monumentenwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed grotendeels bij de gemeente. Sinds 1 september 2007 kent Nederland de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz). Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Als instrument om een goed onderbouwde belangenafweging te kunnen maken heeft de gemeente Stichtse Vecht een archeologische beleidskaart laten ontwikkelen. Op de archeologische beleidskaart staan archeologische waarden- en verwachtingszones aangegeven waaraan beleidsregels zijn gekoppeld die in de bestemmingsplannen kunnen worden opgenomen. In de beleidsregels zijn vrijstellingsgrenzen opgenomen voor de oppervlakte en diepte van de voorgenomen ingreep. Indien een plangebied groter is dan de gestelde oppervlakteondergrens en de ingreep dieper gaat dan de diepte-ondergrens dient archeologisch onderzoek conform de Archeologische MonumentenZorg-Cyclus (AMZ-cyclus) te worden uitgevoerd. Planspecifiek Om te bepalen of er archeologische waarden in het gebied te verwachten zijn is de archeologische beleidskaart geraadpleegd, zie de afbeelding op de volgende pagina.
De beleidskaart geeft aan dat het gebied geen groot archeologisch belang kent. Dit beleid is tevens verwerkt in het geldende bestemmingsplan. Het perceel heeft de dubbelbestemming: Waarde – Archeologie-5. Dit betekent dat archeologische onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en meer dan 40 cm diep. Vanwege de archeologische verwachting is een vooronderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7. De conclusie van het onderzoek luidt: Pagina 28 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Voor Oosthuizen-De Krommert 1/18/25 geldt slechts een lage archeologische verwachting. Bovendien wordt de vrijstellingsgrens voor wat betreft het oppervlak van de voorgenomen werkzaamheden niet overschreden. Op basis van deze bevindingen wordt archeologisch vervolgonderzoek voor deze locatie niet zinvol of noodzakelijk geacht. En wordt vrijgave geadviseerd met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Edam-Volendam, om op basis van dit advies een besluit te nemen ten aanzien van het vervolgtraject. De archeologische meldingsplicht blijft te allen tijde van kracht. Wanneer tijdens graafwerkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen, dan dient dit, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, direct te worden gemeld bij de bevoegde overheid.
Figuur 9. Archeologische gebiedenkaart, plangebied nabij pijl.
Op basis van voorgaande conclusie vormt het aspect archeologie geen belemmering voor voorliggend plan.
Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. 4.9.1 Nationaal waterbeleid Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met
Pagina 29 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. • schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer.
Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. 4.9.2 Regionaal waterbeleid Waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het beleid van Waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is vastgelegd in het Waterprogramma 2016-2021. In dit plan zijn beleid en wetgeving van hogere overheden en van HHNK zelf nader uitgewerkt.
Hoofddoel van het plan is om het beheergebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Planspecifiek Bestaand watersysteem Uit de interactieve legger van het waterschap blijkt dat de watergang aan de westzijde van het plangebied een primaire watergang is. Deze watergang wordt onderhouden door het waterschap. De aanliggende eigenaren zijn verplicht tot gewoon droog onderhoud. De watergang aan de noordzijde van het plangebied is een secundaire watergang. De gemeente is verplicht tot buitengewoon onderhoud en baggeren. De aanliggende eigenaren hebben een onderhoudsplicht voor gewoon nat en droog onderhoud. De nieuwe woningen aan de slootkant worden voorzien van een beschoeiing. Deze beschoeiing is privébezit en moet worden onderhouden door de desbetreffende eigenaar.
Pagina 30 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Daarnaast is er een duiker gelegen onder de Gijsbrecht van Vianenstraat. De duiker is niet doorvaarbaar waardoor er rondom het plangebied op de watergang De Watering geen vaarverkeer kan plaatsvinden.
Figuur 10. Uitsnede Legger waterschap.
Tabel 3. Tabel 3a primaire en 3b secundaire watergang. Onderhoudsplicht watergangen Algemeen Code OAF-QJ-3168 Categorie primair Onderhoudsplicht Buitengewoon onderhoud Waterschap Baggeren Waterschap Gewoon nat onderhoud Waterschap Gewoon droog onderhoud Aanliggend eigenaar Algemeen Code OAF-C-2129 Categorie secundair Onderhoudsplicht Buitengewoon onderhoud Gemeente Baggeren Gemeente Gewoon nat onderhoud Aanliggend eigenaar Gewoon droog onderhoud Aanliggend eigenaar
Verhard oppervlak In de bestaande situatie is het oppervlak grotendeels bedekt door de gebouwen, pleinen en parkeervoorzieningen. In de toekomstige situatie zal er meer ruimte zijn voor tuin en groen, waardoor het totale verharde oppervlak afneemt. De privétuinen bijbehorende de nieuwe woningen worden opgeleverd met hagen en een boom per woning en een inrichtingsplan, dit om verstening te voorkomen. Zie voor de uitwerking van de openbare ruimte en de tuinen bijlage 8. In het plan zijn 22 openbare parkeerplaatsen opgenomen. In de openbare ruimte wordt een halfopen bestrating toegepast. Deze vorm van bestrating maakt het mogelijk dat regenwater infiltreert in de grond en niet direct wordt afgevoerd naar het oppervlakte water. Het waterbeleid van het waterschap schrijft een watercompensatie in stedelijk gebied voor wanneer verhard oppervlakte toeneemt. In onderstaande tabel is te zien dat het totaal verhard oppervlakte zal
Pagina 31 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
afnemen in de toekomstige situatie. Er is derhalve geen compensatie in de vorm van bijvoorbeeld open water noodzakelijk.
Onderdeel Bebouwing Weg deels verhard (50%) Weg verhard Parkeerplaatsen deels verhard (50%) Parkeerplaatsen verhard Totaal verhard oppervlakte
Huidige situatie (m2) 1960 835 150 2944
Toekomstige situatie (m2) 1.893 72 (36) 737 300 (150) 2.816
Hemelwater en vuilwater afvoer Het hemelwater wordt naar de nabijgelegen watergang afgevoerd. Het vuilwater zal aangesloten worden op het bestaande riool van het perceel. Materialen Bij het de nieuwbouw van de woning zullen geen uitloogbare materialen worden toegepast. Kunststof en EPDM zijn daarin de oplossingen voor zink en lood. Gezien bovenstaande vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavig plan.
Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek Berekening parkeerbehoefte Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de 22 woningen in het plan is gebruik gemaakt van de CROW-parkeercijfers. In deze is gebruikgemaakt van de CROWpublicatie 381. Voor het bepalen van de parkeernormen is uitgegaan van een matig stedelijk gebied, schil centrum. Het is echter niet altijd noodzakelijk om de parkeernormen voor 100 % mee te tellen. In de CROW worden richtlijnen aangegeven dat de parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers niet altijd voor 100% bezet zijn. Volgens het CROW is de maximale parkeervraag voor woningen op een doordeweekse avond. De bezettingsgraad voor bewoners is dan 90% en voor bezoekers 80%. Dit is de voor deze ruimtelijke ontwikkeling de maatgevende parkeervraag. Dit resulteert in de volgende parkeervraag:
Pagina 32 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Parkeerbehoefte norm aantal kencijfer behoefte aanwezigheid % behoefte Koop, huis, vrijstaand 4 Bewoners 1,6 6,4 0,90 5,8 Bezoekers 0,3 1,2 0,80 1,0 Koop, huis, twee-onder-een-kap 8 Bewoners 1,5 12 0,90 10,8 Bezoekers 0,3 2,4 0,80 1,9 Koop, huis, tussen/hoek 10 Bewoners 1,4 14 0,90 12,6 Bezoekers 0,3 3 0,80 2,4 totaal
39
34,5
De totale parkeervraag voor de ruimtelijke ontwikkeling bedraagt 35 parkeerplaatsen waarvan 6 in de openbare ruimte aanwezig moeten zijn ten behoeve van bezoekers. Realisatie parkeercapaciteit In voorliggend plan worden bij het merendeel van de woningen één parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd, één woning heeft twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Bij drie woningen wordt geen parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd. Daarnaast worden er éénentwintig parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. Volgens de CROW richtlijnen is het aan te bevelen om voor de benodigde parkeercapaciteit 1 parkeerplaats op eigen terrein als 0,8 parkeerplaatsen mee te tellen omdat deze parkeerplaatsen niet openbaar gebruikt kunnen worden. Wanneer de bewoner weg is kan een andere auto niet op deze parkeerplaats geparkeerd worden, dan alleen een mogelijke bezoeker van de betreffende woning. De ontwikkeling voorziet in het volgende parkeeraanbod: • •
20 parkeerplaatsen op eigen terrein x 0,8 = 16 pp 21 openbare parkeerplaatsen x 1,0 = 21 pp
Het aantal parkeerplaatsen wat aangelegd wordt bedraagt 37 waarvan voldoende (totaal 21) in de openbare ruimte die ook door bezoekers gebruikt kunnen worden. Het plan ziet met 37 parkeerplaatsen dan ook in voldoende parkeerplaatsen om aan de CROW-richtlijn van tenminste 35 parkeerplaatsen voor dit project te kunnen voldoen. Parkeren naast De Krommert 26 Naast De Krommert 26 worden de 8 bestaande openbare parkeerplaatsen gehandhaafd. In de bestaande situatie is er met de rijbaan en het trottoir samen minimaal 5,0 m. beschikbaar om deze parkeervakken in en uit te rijden. Deze breedte is voldoende om de parkeerplaatsen te bereiken. Conclusie Uit de parkeerberekening blijkt dat de gerealiseerde parkeercapaciteit voldoende is voor de parkeervraag. Het parkeren voldoet hierdoor aan de gestelde eisen. Op basis van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat er voldoende parkeergelegenheid is in het plangebied. Het aspect Verkeer en Parkeren vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
Pagina 33 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Energietransitie en Duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Duurzaamheid en energietransitie zijn continue processen; concrete afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2 uitstoot realiseren dan in 1990. Met de plannen kan het kabinet een belangrijk startschot geven voor opschaling van de energietransitie. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken. Per 1 januari 2021 is BENG (Bijna Energieneutrale Gebouw eisen) van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energieverbruik te verlagen. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen, zowel woningen als uitiliteitsbouw, voldoen aan de BENG eisen. De eisen zijn onafhankelijk van de energiedrager; wel is een minimum aandeel hernieuwbare energie vereist.
Stikstofvrije woningbouw De provincie heeft een handreiking stikstofvrije woningbouw van de Provincie Noord-Holland gepubliceerd. De handreiking is bedoeld voor woningbouwprojecten met een stikstofprobleem waardoor het verkrijgen van een vergunning Wet natuurbescherming lastig is. De handreiking omvat mogelijke stikstof beperkende maatregelen in de bouw- en gebruiksfase van het project. Uit de verkenning blijkt dat de stikstofuitspraak extra aanleiding geeft tot het verduurzamen van de bouwsector. Als duurzaam bouwen het uitgangspunt is, dan is stikstofuitstoot vaak geen belemmerende factor voor de vergunningverlening. Hulpmiddelen om te voldoen aan deze regelgeving Voor het stimuleren van duurzaam bouwen zal de gemeente Edam/Volendam aanhaken bij MRA ‘slopen en bouwen’. Meer informatie is ook te vinden op de website van de OD IJmond. GPR Gebouw (meetinstrument voor ontwikkelaars) Een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR Gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit, toekomstwaarde en circulariteit. Een licentie kan aangevraagd worden via de Omgevingsdienst IJmond (info@odijmond.nl) of u kunt zelf een licentie aanvragen via W-E Adviseurs. Planspecifiek De woningen worden energiezuinig gebouwd, waarbij elke woning zonnepanelen op het dak heeft.
De zonnepanelen worden achter de opstaande rand van het platte dak verborgen vanwege esthetische redenen. Tevens krijgen de woningen, conform de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) geen aardgasaansluiting.
Pagina 34 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Herontwikkeling De Watering aan De Krommert te Oosthuizen’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van woningen. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het vigerende bestemmingsplan ter plaatse ‘Dorpskernen 2016” en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).
De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.
Pagina 35 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
De bestemmingen In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Artikel 3 Groen De openbare groenstroken die op basis van het plan gerealiseerd zullen worden zijn bestemd als Groen. De regels voor Groen zijn overeenkomstig de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2016’. Artikel 4 Tuin. In het bestemmingsplan zijn de voortuinen bestemt als Tuin. Deze bestemming heeft als doel om de beoogde kwalitatieve uitstraling te behouden door de voortuinen groen te houden en vrij van bebouwing. De regels voor Tuin zijn overeenkomstig de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2016’. Artikel 5 Verkeer In het plangebied is de doorgaande openbare verbinding door het plangebied aangeduid als ’Verkeer’. De regels voor Verkeer zijn overeenkomstig de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2016’. Artikel 6 Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen-' zijn bestemd om de nieuw beoogde woningen planologisch mogelijk te maken. De regels voor Wonen zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2016’. De planregels zijn echter aangepast om de bouwmogelijkheden van het plan en de beoogde uitstraling van het plan mogelijk te maken.
Artikel 7 Waarde – Archeologie Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn de gronden waar mogelijk archeologische waarden in de grond zitten aangeduid met archeologische waarde. Door middel van deze dubbelbestemming blijven de eventueel aanwezige waarden in de ondergrond afdoende beschermd.
Pagina 36 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
6 Maatschappelijk uitvoerbaarheid
en
economische
Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens is een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1
Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg
Participatie In het kader van een goede maatschappelijke uitvoerbaarheid is er een uitgebreid participatieproces doorlopen. Dit proces is gekoppeld aan de verschillende fasen van het plan. In totaal zijn er verschillende participatierondes gehouden volgens het Edam-Volendam Ruimtelijke Planproces (EVRPP). Er zijn tijdens de inspraakfase meerdere reacties binnengekomen op het plan. In het Verslag Participatie Traject (bijlage 9) is een samenvatting gegeven van het participatietraject en is aangegeven hoe de reacties zijn meegenomen in de uitwerking van het ontwerp. Wettelijk vooroverleg Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden worden aan organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In voorliggend geval is dat de provincie Noord-Holland, de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De provincie heeft per mail aangegeven geen opmerkingen op het plan te hebben wanneer het plan regionaal is afgestemd. De regionale afstemming heeft plaatsgevonden zoals ook beschreven in paragraaf 3.3.1. De veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland heeft aangegeven dat het van belang is dat elk perceel via minimaal twee toegangswegen te bereiken is voor de brandweer.
Daarom is een tweede ontsluiting/ calamiteitenroute gewenst. Vanuit participatie en vanuit de gemeente is echter gebleken dat een doorgaande weg ongewenst is. Door een doorgaande weg zal de hofjesstructuur van de wijk namelijk verdwijnen en ontstaat er mogelijk doorgaand verkeer door de achterliggende woonstraten. De woningen in het plan worden allemaal ontsloten via de nieuw aan te leggen weg. De bestaande woningen van de Krommert worden ontsloten via de bestaande toegangsweg. Deze toegangswegen zullen ook gebruikt worden door de hulpdiensten. Pagina 37 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Tevens geeft de veiligheidsregio aan dat er bij de inrichting van het plangebied en de omgevingsvergunning voor de woningen zorg moet worden gedragen voor een primaire bluswatervoorziening en centraal afschakelbare mechanische ventilatie. Ten behoeve van het plan zal een bluswatervoorziening gerealiseerd worden. Tevens zal de nieuwbouw worden uitgevoerd met afschakelbare ventilatie om te voorkomen dat toxisch gas naar binnen kan worden gezogen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft per mail aangegeven dat door de realisatie van de 22 woningen de watergang rondom het plangebied slechts varend kan worden onderhouden. Het Hoogheemraadschap verzoekt daarom om de duiker onder de Wijzend doorvaarbaar te maken. Dit is technisch echter niet mogelijk en daarnaast maakt de duiker geen deel uit van onderhavig plangebied. Tevens uit het Hoogheemraadschap zorgen wat betreft de zeer beperkte hoeveelheid opgenomen openbaar groen in het plan en vraagt het zich af hoe hittestress en wateroverlast in de toekomst wordt voorkomen. Allereerst laat voorliggend plan het totaal aandeel verhard oppervlak afnemen waardoor de compensatieplicht vanuit het waterschap vervalt. Mogelijke hittestress en wateroverlast worden zoveel mogelijk tegengegaan door het opleveren van de privétuinen bijbehorende de nieuwe woningen met hagen en een boom per woning en een inrichtingsplan.
6.2.2 (Verslag zienswijzen) Het ontwerp bestemmingsplan is gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd. Het ontwerp heeft met ingang van 4 februari t/m 17 maart ter inzage gelegen. Tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan hebben ook de concept welstandscriteria voor het project ter inzage gelegen voor inspraak. Het ontwerpbestemmingsplan is tevens op www.ruimtelijkeplannen.nl elektronisch beschikbaar gesteld. Hiermee is aan de wettelijke kennisgevings- en terinzageleggingsvereisten voldaan. Gedurende de ter inzage termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld (schriftelijk of mondeling) zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen dan wel een inspraakreactie op de concept welstandscriteria. Binnen deze termijn zijn 5 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de nota van zienswijzen, zie bijlage 11. In die bijlage is bij de beantwoording ook aangegeven of de zienswijze en zo ja hoe die tot aanpassing van het bestemmingsplan hebben geleid. Na de termijn zijn 2 zienswijzen ontvangen, in aanvulling op eerder ingediende zienswijzen. Deze zijn samengevat en beantwoording in een Aanvulling zienswijzennota, zie bijlage 12.
Pagina 38 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
7 Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Wijziging Welstandscriteria Gebied N6 De Watering 1, 15-11-2021 Akoestisch onderzoek, Weel geluidadvies, rapportnummer: PLA 20.04.03, 21-12-2021 Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, Groot Eco Advies, 2020-026, 17-12-2021 Inventarisatie beschermde soorten 2020, Groot Eco Advies, 2020-076, 12-10-2020 Rapportage Aeriusberekening, kenmerk RgjCZt3px7Pb, 1 maart 2021 Bodemonderzoek De Krommert, Landview bodemonderzoek, Rapportnummer 2019261, 19 december 2019 7. Archeologisch onderzoek, VUhbs archeologie, Projectcode: EV-OWB-20, januari 2020 8. Groenplan Watering Oosthuizen, Engberts Hoveniersbedrijf 9. Verslag participatie traject, Augustus 2021 10. Schaduwstudie Watering, Oosthuizen, Architectenbureau Ruben Wennekers, 15 april 2022 11. Nota van zienswijzen 12. Aanvulling Zienswijzenota bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Pagina 39 Bestemmingsplan Herontwikkeling Watering
Bijlage 1
Voorstel Wijziging Welstandscriteria Gebied N6 De Watering 1 Herontwikkeling Watering aan de Krommert te Oosthuizen
Herontwikkeling
Luchtfoto
Het project omvat de herontwikkeling en herbestemming van het cultureel centrum naar duurzame woningen voor senioren. Het (plan)gebied van de herontwikkeling wordt omsloten door de Krommert en het water van de lintsloot. De oriëntatie, de bebouwingsdichtheid en de bouwmassa respecteert de bebouwde en onbebouwde omgeving maar het gebied kan enige vorm en ontwerpvrijheid verdragen. De situering van de woningen sluit aan op de structuur van de wijk. Het ruimtelijk beleid van de gemeente is vastgelegd in het bestemmingsplan.
Stedenbouwkundige situatie (nieuw)
Door lagere en hogere volumes, verspringende rooilijnen en de variatie in woning typologieën ontstaat een dynamisch beeld. Bergingen zijn geïntegreerd in het bouwvolume ten behoeve van een rustig straatbeeld. Gevels welke grenzen aan de openbare ruimte zijn zorgvuldig vormgegeven en hebben een open karakter. Het project vormt een verbijzondering ten opzichte van de bestaande karakteristiek in het gebied de Watering. De verbijzondering moet worden gezocht in een platte afdekking en een afwijkend kleur en materiaalgebruik. Daar waar privé-tuinen grenzen aan het openbaar toegankelijk gebied worden groene erfafscheidingen meeontworpen in het plan. De groene erfafscheidingen worden uitgevoerd als begroeide hekwerken. Het plan is voorzien van groene oevers. De oeverbeschoeiing wordt meeontworpen in het plan. Langs privé-oevers wordt een lage beschoeiing gerealiseerd. De taluds langs het water zijn 1:3. Maximaal 50% van de breedte van het perceel aan aan de waterlijn kan als terras worden ingericht. Het terras wordt meeontworpen ten behoeve van een eenduidig beeld. Uitbreidingen en toevoegingen als aanbouwen, serres, specifieke deuren-ramen en overige optionele keuzes zijn door de ontwerper van de woningen ontworpen en meegeleverd als trendsetters.
Referenties
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder De Krommert te Oosthuizen
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai op basis van de Wet geluidhinder voor de bouw van woningen aan De Krommert te Oosthuizen.
Rapportnummer:
PLA 20.04.03
Datum:
13-5-2020, wijziging 23-7-2021 en 21-12-2021
Opdrachtgever:
Plannen-makers, Utrecht Europalaan 500 3526 KS Utrecht
Contactpersoon:
drs. ing. C.M. Vaartjes
Weel geluidadvies Ing. C.M. Weel Van Noordtkade 18 B 1013 BZ Amsterdam 020-6880214 06-44574783 cmweel@yahoo.com
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 2 Weel geluidadvies
1.
Inleiding. In opdracht van Plannen-makers te Utrecht is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de gevels van nieuw te realiseren woningen aan De Krommert te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam. De berekende geluidbelasting wordt getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Indien nodig wordt getoetst aan het Hogere waardenbeleid van de gemeente Edam-Volendam. Zonodig wordt ingegaan op maatregelen om de geluidbelasting te verlagen.
2.
Situatiebeschrijving. De te realiseren woningen liggen binnen de kern van Oosthuizen, omsloten door andere woningen meestal bestaand uit twee woonlagen en een kap. De te realiseren woningen zullen uit twee woonlagen bestaan; de waarneempunten op de gevel liggen dan op 1,5 en 4,5 meter ten opzichte van het maaiveld. Langs Oosthuizen lopen twee provinciale wegen; de N247 oostelijk van het dorp en de N509 (de Oostdijk) noordelijk van het dorp. Ter plaatse van Oosthuizen is de N247 binnenstedelijk met een maximum snelheid van 50 km/uur. De N509 ligt aan de overzijde van de ringvaart vanuit het dorp bezien, deze weg ligt buiten de bebouwde kom en heeft een maximum snelheid van 60 km/uur. De te realiseren woningen ligt op circa 212 meter afstand van de N247 en 242 meter van de N509. De woning ligt daarmee buiten de zone van de N247, deze heeft een planologische aandachtzone van 200 meter en binnen de aandachtszone van de N509, deze zone bedraagt 250 meter. Omdat de woningen binnen de zone van de N509 liggen is een akoestisch onderzoek verplicht op basis van de Wet geluidhinder. Tevens wordt ingegaan op de spoorlijn Purmerend – Hoorn. Deze is mogelijk van invloed op het plan. Een verkeersmedewerker van de gemeente Edam-Volendam heeft aangegeven dat de hoeveelheid verkeer op de wegen in de dorpskern te verwaarlozen is. Deze wegen zijn dus akoestisch niet relevant.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 3 Weel geluidadvies
Figuur 1: situering van het project aan De Krommert in Oosthuizen.
3.
Wettelijk kader. Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de Wet geluidhinder. Dit plan ligt binnen een door de Wet geluidhinder vastgestelde geluidzone. Deze geluidzone meet, voor dit plan, 250 meter, aan weerszijden van de weg. Het betreft hier een weg buiten de bebouwde kom. Aangezien de woningen binnen een zone van 250 meter van de N509 liggen, is een akoestisch onderzoek verplicht. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming bedraagt 48 dB (art. 82 lid 1 van de Wet geluidhinder). Van de berekende geluidbelasting op die gevel mag, alvorens getoetst wordt aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder nog 5 dB worden afgetrokken wegens het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst (artikel 110g van de Wet geluidhinder). Deze aftrek geldt voor gezoneerde wegen met een maximum snelheid tot 70 km/uur. De maximale ontheffingswaarde bedraagt voor dit plan bedraagt 63 dB, ook weer na aftrek van de bovengenoemde 5 dB. De waarde van 63 dB geldt voor nog te bouwen woningen binnen de bebouwde kom die nog niet zijn geprojecteerd (art. 83 lid 2 van de Wet geluidhinder). De geluidbelasting wordt berekend met de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 4 Weel geluidadvies
Bijlage 1 licht de belangrijkste begrippen met betrekking tot de wetgeving op het gebied van geluidhinder kort toe. 4.
Verkeersgegevens. De Provincie Noord-Holland heeft verkeersgegevens verstrekt van de N509. Het betreft een prognose voor het jaar 2032. Men heeft aangegeven dat er twee prognoses zijn; een laag scenario (3800) en een hoog scenario (4800). Uitgegaan is van het hoge scenario. Tabel 1: verkeersgegevens 2032, etmaalintensiteit en percentages. Weg N509
% per uur waarvan licht (%) waarvan middelzwaar (%) waarvan zwaar (%) wegdek etmaalintensiteit 2032
dag % 6.42 93.27 4.58 2.15
avond % 3.87 93.27 4.58 2.15 Fijn asfalt 4800
nacht % 0.93 93.27 4.58 2.15
De omschrijving van de in de tabel genoemde categorieën luidt: §
categorie lv (lichte motorvoertuigen): motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie mv en categorie zv bedoelde motorvoertuigen;
§
categorie mv (middelzware motorvoertuigen): gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd;
§
categorie zv (zware motorvoertuigen): gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 5 Weel geluidadvies
5.
Railverkeerslawaai. Het plan ligt op 350 meter van de spoorlijn Purmerend – Hoorn. Het geluidproductieplafond is uitgerekend voor het deel van de spoorlijn langs Oosthuizen. De GPP bedraagt Lden=64 dB, zie onderstaand. Deze punten liggen op een vaste afstand van het traject, op gelijke afstand ten opzichte van elkaar.
Figuur 2: GPP-waarden spoorlijn.
De zonebreedte, zoals aangegeven in het Besluit geluidhinder, meet 300 meter (GPP tussen 61 en 66 dB). Aangezien het plan op 350 meter van de spoorlijn ligt is een berekening railverkeerslawaai niet nodig.
6.
Overige gegevens. Voor deze verslaglegging en de modellering van het rekenmodel zijn de volgende bronnen geraadpleegd · Luchtfoto’s van het NLR; · Tekeningen Plannen-Makers; · Plantekening architectenbureau Ruben Wennekers; · De eerder genoemde verkeersgegevens van de gemeente en provincie.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 6 Weel geluidadvies
7.
Modellering. Op basis van de luchtfoto’s is een model gemaakt van de omgeving; het plan zelf, de omliggende gebouwen, de weg en de bodem. Standaard is een harde bodem ingevoerd. Het gehele dorpsgebied bestaat voornamelijk uit harde bodemgebieden en wat tuinen. Dit is ingevoerd als 10% absorberende bodem. Met dit model wordt de geluidbelasting berekend op de gevels van de woning op verschillende waarneemhoogten. Voor dit plan zijn dat 1,5 en 4,5 meter ten opzichte van het plaatselijke maaiveld. Conform het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012 wordt er gerekend met één geluidreflectie en een zichthoek van 2 graden.
Figuur 3: ligging woningen op het perceel (bron: archtitectenbureau Ruben Wennekers).
8.
Rekenresultaten. Met het programma “Winhavik” versie 9.1.1 is op basis van de Standaard Rekenmethode II de geluidbelasting berekend op de gevels van de woningen. In de berekening zijn alle voor geluid relevante omgevingskenmerken betrokken zoals afscherming van het geluid door objecten en verhoging van het geluidniveau als gevolg van een geluidreflectie. Een uitdraai van de berekening is weergegeven in bijlage 3, een grafische afdruk in bijlage 2. Onderstaande figuur toont de geluidbelasting inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder en geldt voor het peiljaar 2031.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 7 Weel geluidadvies
Figuur 3: geluidbelasting in dB, incl. aftrek, hoogste waarde per waarneempunt.
De geluidbelasting vanwege het verkeer op de N509 bedraagt op waarneemhoogte 4,5 meter maximaal Lden=34 dB. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden. 9.
Bespreking van de rekenresultaten, toetsing aan het Hogere waardebeleid. Een bespreking ten aanzien van het Hogere waardebeleid is niet nodig; de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden.
10.
Conclusie. De geluidbelasting op de gevels van nieuw te realiseren woningen aan De Krommert te Oosthuizen bedraagt ten gevolge van het wegverkeer op de N509 maximaal Lden=34 dB. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai, deze is 48 dB, wordt niet overschreden. Het plan voldoet aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Amsterdam, ing. C.M. Weel Bijlagen: 1. 2. 3. 4.
Toelichting bij enkele definities Wet geluidhinder Afdruk van het model. Geluidbelasting per waarneempunt. Uitdraai van de invoergegevens.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 8 Weel geluidadvies
Bijlage 1: Wegverkeerslawaai - de belangrijkste begrippen toegelicht. Voorkeursgrenswaarde De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt sinds 1 januari 2007 48 dB. Dat betekent dat elke berekende geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai tot en met 48 dB toelaatbaar is. Indien de geluidbelasting meer bedraagt dan 48 dB, maar minder dan de maximale ontheffingswaarde, dan kan onder voorwaarden ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden aangevraagd. Daarbij speelt het Hogere Waardenbeleid dat de gemeente kan opstellen een belangrijke rol. Maximale ontheffingswaarde In de gevallen waarin de berekende geluidbelasting meer bedraagt dan maximale ontheffingswaarde is ontheffing niet mogelijk. Dat betekent dat er doorgaans, maar niet in alle gevallen, niet gebouwd mag worden. Aanvullend onderzoek is dan noodzakelijk. De hoogte van de maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van de situatie. Men onderscheidt: · stedelijk gebied · buitenstedelijk gebied · bestaande situaties · nieuwe situaties · bestaande weg · nieuwe weg Verder kunnen er allerlei specifieke uitzonderingen bestaan die van invloed zijn op de maximale ontheffingswaarde, bijvoorbeeld bedrijfswoningen. Buitenstedelijk gebied.
De definitie van een buitenstedelijk gebied luidt: Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstekken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het “Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990“, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 9 Weel geluidadvies
Zone. In onderstaande tabel staat de omvang van een zone van een verkeersweg, gerekend vanaf de wegas, vermeld. De zone ligt aan elke zijde van de weg. Weg in stedelijk gebied buitenstedelijk gebied
Aantal rijstroken Een of twee Drie of meer Een of twee Drie of vier Vijf of meer
Zonebreedte [m] 200 350 250 400 600
Langs een weg waar een maximum rijsnelheid geldt van 30 km/uur ligt geen zone. Dit geldt ook voor wegen op een woonerf. Geluidbelasting in dB. De geluidbelasting in dB wordt berekend aan de hand van de bijdragen van de bron in de dagperiode van 7:00 tot 19:00, de avondperiode van 19:00 tot 23:00 en de nachtperiode van 23:00 tot 7:00. Deze rekenwijze geldt voor wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai, niet voor industrielawaai.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 10 Weel geluidadvies
Bijlage 2: Afdruk invoermodel, ligging waarneempunten
Afdruk zonder achtergrond
Afdruk met achtergrond, luchtfoto Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 11 Weel geluidadvies
Afdruk met luchtfoto, ingezoomd.
Nummering waarneempunten.
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 12 Weel geluidadvies
Bijlage 3: tabel met rekenresultaten. waarneempunt 1 1 2 2 3 3 4 4 5 5 6 6 7 7 8 8 9 9 10 10 11 11 12 12
hoogte 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50 4.50
Lden ex 30.60 32.17 30.46 31.87 30.87 31.98 32.62 33.55 31.95 32.14 -99.90 -99.90 -99.90 -99.90 39.37 39.12 38.94 38.74 36.19 36.38 30.31 32.10 35.69 36.65
aftrak 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Lden incl 26 27 25 27 26 27 28 29 27 27 -105 -105 -105 -105 34 34 34 34 31 31 25 27 31 32
Bijlage 4: invoergegevens (volgende pagina’s)
Akoestisch onderzoek De Krommert, Oosthuizen projectnr. PLA 20.04.03
Pagina 13 Weel geluidadvies
1
Weel Geluidadvies
Projectgegevens projectnaam: opdrachtgever: adviseur: databaseversie: situatie: uitsnede:
Krommert Oosthuizen Chris Cor 911 eerste situatie basismodel
omschrijving rekenhart:
verkeerslawaai 16.5.2 (build5) srmii16;rekenhart16;rmg2012
þ þ
aut. berekening gemiddeld maaiveld: alleen absorptiegebieden( geen hz-lijnen): standaard bodemabsorptie: rekenresultaat binnengelezen (datum): rekenresultaat binnengelezen (tijd):
16:46
maximum aantal reflecties: minimum zichthoek reflecties: maximum sectorhoek: vaste sectorhoek: methode aftrek110g:
%
23-07-2021 1 graden 2 graden 5 graden 2 per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
23-07-2021 18:41
2
Weel Geluidadvies
Gebouwen noklijn nr adres 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
z,gem m,gem 8.0 8.0 8.0 8.0 8.0 8.0 8.0 8.0 7.0 7.0 8.0 8.0 8.0 7.0 7.0 7.0 9.0 9.0 9.0 8.0 8.0 8.0 8.0 7.0 8.0 8.0 8.0 8.0 8.0 7.0 8.5 8.5 8.5 7.0 8.5 8.5 8.5 8.0 8.0 8.0 7.0 8.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0
0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0
noksoort 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn
reflectie gevel gekoppeld nokhoogte 1 nokhoogte 2
1
2
3
4 vl/rl
il
------------------------------------------------
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨
¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨
------------------------------------------------
soort geb.
kenmerk
23-07-2021 18:41
3
Weel Geluidadvies noklijn nr adres 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
z,gem m,gem 8.0 8.0 8.0 8.0 7.0 8.0 8.0 8.0 8.0 8.5 8.5 8.5 8.5 8.5
0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0
noksoort 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn
reflectie gevel gekoppeld nokhoogte 1 nokhoogte 2
1
2
3
4 vl/rl
il
---------------
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨
¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨
---------------
soort geb.
kenmerk
23-07-2021 18:41
4
Weel Geluidadvies
Waarneempunten met rekenresultaten (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag
nr
z1
m1 adres
1
0.0
0.0
gevel
2
0.0
0.0
gevel
3
0.0
0.0
gevel
4
0.0
0.0
gevel
5
0.0
0.0
gevel
6
0.0
0.0
gevel
7
0.0
0.0
gevel
8
0.0
0.0
gevel
9
0.0
0.0
gevel
10
0.0
0.0
gevel
11
0.0
0.0
gevel
12
0.0
0.0
gevel
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
huisnr type afw.toets refl kenmerk
rhart groep VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL
totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0)
sh
wnh
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5
dag avond nacht 29.54 31.12 32.34 29.32 30.73 31.99 29.73 30.84 32.87 31.48 32.41 33.65 30.81 31.00 31.62 ------38.23 37.98 37.81 37.80 37.60 37.74 35.05 35.24 37.36 29.17 30.96 35.39 34.54 35.50 37.51
27.35 28.92 30.14 27.12 28.53 29.79 27.53 28.64 30.67 29.28 30.21 31.45 28.61 28.80 29.42 ------36.03 35.78 35.61 35.60 35.40 35.54 32.85 33.04 35.16 26.97 28.76 33.19 32.34 33.30 35.31
21.15 22.73 23.94 20.93 22.34 23.60 21.34 22.45 24.47 23.09 24.02 25.26 22.42 22.61 23.23 ------29.84 29.59 29.42 29.41 29.21 29.35 26.66 26.85 28.97 20.77 22.57 27.00 26.15 27.11 29.12
Lden 30.68 32.26 33.48 30.46 31.87 33.13 30.87 31.98 34.01 32.62 33.55 34.79 31.95 32.14 32.76 -99.00 -99.00 -99.00 -99.00 -99.00 -99.00 39.37 39.12 38.95 38.94 38.74 38.88 36.19 36.38 38.50 30.31 32.10 36.53 35.68 36.64 38.65
(^) VL: ex. optrektoeslag
af Lden(*) Letm
af Letm(*)
dag(^) avond(^) nacht(^)
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
29.54 31.12 32.34 29.32 30.73 31.99 29.73 30.84 32.87 31.48 32.41 33.65 30.81 31.00 31.62 ------38.23 37.98 37.81 37.80 37.60 37.74 35.05 35.24 37.36 29.17 30.96 35.39 34.54 35.50 37.51
26 27 28 25 27 28 26 27 29 28 29 30 27 27 28 -104 -104 -104 -104 -104 -104 34 34 34 34 34 34 31 31 34 25 27 32 31 32 34
31.15 32.73 33.94 30.93 32.34 33.60 31.34 32.45 34.47 33.09 34.02 35.26 32.42 32.61 33.23 -89.90 -89.90 -89.90 -89.90 -89.90 -89.90 39.84 39.59 39.42 39.41 39.21 39.35 36.66 36.85 38.97 30.77 32.57 37.00 36.15 37.11 39.12
26 28 29 26 27 29 26 27 29 28 29 30 27 28 28 -95 -95 -95 -95 -95 -95 35 35 34 34 34 34 32 32 34 26 28 32 31 32 34
27.35 28.92 30.14 27.12 28.53 29.79 27.53 28.64 30.67 29.28 30.21 31.45 28.61 28.80 29.42 ------36.03 35.78 35.61 35.60 35.40 35.54 32.85 33.04 35.16 26.97 28.76 33.19 32.34 33.30 35.31
21.15 22.73 23.94 20.93 22.34 23.60 21.34 22.45 24.47 23.09 24.02 25.26 22.42 22.61 23.23 ------29.84 29.59 29.42 29.41 29.21 29.35 26.66 26.85 28.97 20.77 22.57 27.00 26.15 27.11 29.12
23-07-2021 18:41
5
Weel Geluidadvies
Rijlijnen snelheden
Intensiteiten nr z,gem 1
0.0
lengte wegdek 558 01 glad asfalt/DAB
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
hellingcor. groep (1)
omschrijving N509
kenmerk
art 110g vlicht
etm.intens. % periode
%
4800.0 þ dag 6.42 avond 3.87 nacht .93
licht middel 93.27 93.27 93.27
4.58 4.58 4.58
zwaar 2.15 2.15 2.15
motor
licht middel zwaar motor 60 60 60
60 60 60
60 60 60
23-07-2021 18:41
6
Weel Geluidadvies
Bodemabsorptie nr
lengte
absorptie [%]
kenmerk
1
1715
10.0
gras, tuin
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
23-07-2021 18:41
Weel Geluidadvies
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
7
23-07-2021 18:41
Bijlage 3
Sloop en nieuwbouw aan de Krommert 18 in Oosthuizen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming
Opdrachtgever: Bart de Jong Projectontwikkeling
Groot Eco Advies 2020-026
Concept
27-04-2020
Definitief
17-12-2021
2
Inhoudsopgave 1 2 3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5 6
Inleiding Natuurwetgeving en -beleid Werkwijze Beschermde soorten en effectbeoordeling Flora Vogels Amfibieën, reptielen en vissen Zoogdieren Ongewervelden Gebiedsbescherming Conclusies
Literatuurlijst
4 6 9 10 10 10 11 12 13 14 16 17
3
1 Inleiding Aan de Krommert 18 in Oosthuizen wordt een voormalig kinderopvang/schoolgebouw gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. In dit kader dienen eventuele effecten van de werkzaamheden getoetst te worden aan de natuurwetgeving.
Luchtfoto met daarop de ligging van de locatie Groot Eco Advies heeft in opdracht van Bart de Jong Projectontwikkeling op 11 april 2020 een veldbezoek afgelegd om de situatie ter plaatse te beoordelen. In deze rapportage worden de resultaten van het veldbezoek weergegeven en de eventuele effecten van de ruimtelijke ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving.
Toetsing Wet natuurbescherming De toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming heeft concreet de volgende twee oogmerken: • Aannemelijk maken dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Het begrip ‘natuurlijke kenmerken’ moet worden gerelateerd aan de instandhoudings-doelstellingen voor het gebied: ze hebben te maken met de ecologische functies. • Aannemelijk maken dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten, niet optreedt.
4
De Wet natuurbescherming beschermt ook een aantal aangewezen dier- en plantensoorten. Bij ruimtelijke ingrepen dient te worden beoordeeld of er sprake is van negatieve effecten op beschermde dier- en plantensoorten.
Toetsing NNN en weidevogelleefgebied De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van (inter-) nationaal belangrijke, duurzaam te behouden ecosystemen. Voormalig staatssecretaris Dijksma introduceerde in 2014 de term NatuurNetwerk Nederland (NNN) om de term 'Ecologische Hoofdstructuur' (EHS) te vervangen. De NNN-toetsing dient om vast te stellen of de plannen het ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS’ in de weg staan. De toetsing heeft als oogmerk: • Aannemelijk te maken dat geen significant negatief effect optreedt op deze kenmerken. Belangrijke criteria waar deze toetsing op toespitst zijn ‘kwaliteit’, ‘areaal’ en ‘samenhang’ van het NNN-gebied.
5
2 Natuurwetgeving en -beleid Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming). Gebiedsbescherming Ligt een locatie waar een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit plaats vindt in of in de buurt van een Natura 2000 gebied dan is een toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Afhankelijk van de aard van de activiteit en de te beschermen waarden van (het) betreffende Natura 2000-gebied(en) dient beoordeeld te worden of en welke effecten er (mogelijk) aanwezig zijn. Soortbescherming Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling wordt het stappenschema op pagina 7 doorlopen. Met de Wet natuurbescherming is de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen in principe bij de provincie komen te liggen.
Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming. Is er sprake van een locatie gebonden activiteit met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan de activiteit apart een ontheffing aangevraagd. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager apart ontheffing heeft aangevraagd. De provincie geeft op grond van de inhoudelijke toetsing al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn; 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het verdrag van Bonn; 3. Andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels zijn beschermd. Daarnaast zijn ongeveer 230 andere soorten beschermd.