Bijlage 2 Handreiking kleine windturbines Zaanstr_1848496736
Tekst van het document
Handreiking kleine windturbines Zaanstreek-Waterland 5 september 2024
Inleiding Beleidskader kleine windturbines In 2023 en 2024 hebben de gemeenten binnen regio Zaanstreek - Waterland samen gewerkt aan het opstellen van het Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek-Waterland. Aanvragen van initiatiefnemers kunnen hieraan getoetst worden. Het beleidskader is van toepassing voor de gemeenten binnen de regio, te weten: Edam-Volendam, Zaanstad, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en Purmerend met uitzondering van de Beemster. Waarom deze handreiking De gemeenten willen bijdragen aan duurzame energie. Om dat te faciliteren en het proces voor aanvragen voor kleine windturbines binnen de gemeenten overzichtelijker te maken is deze handreiking opgesteld. Hierin wordt voor initiatiefnemers van kleine windturbines (KWT’s) omschreven via welke stappen een aanvraag voor een windturbine verloopt en waaraan deze getoetst zal worden. Tevens bevat deze handreiking de kaart uit het Beleidskader met een korte toelichting daarop. Omgevingsverordening In artikel 6.37 van de provinciale Omgevingsverordening NH2022 is omschreven onder welke randvoorwaarden kleine windturbines in het buitengebied mogen worden geplaatst.
Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het werkingsgebied Landelijk gebied kan ook buiten de zoekgebieden zoals opgenomen in de Regionale energiestrategieën NoordHolland Noord en Zuid 1.0 worden voorzien in de bouw van één windturbine per bouwperceel, als: 1. de windturbine wordt gebouwd op een agrarisch bouwperceel of op een bouwperceel van ten minste 1 hectare waar een stedelijke functie is toegestaan (functies die verband houden met wonen, bedrijven, voorzieningen, stedelijk water en groen);
Plangebied regio Zaanstreek - Waterland
2. 3. 4.
de ashoogte niet meer bedraagt dan 15 meter vanaf het maaiveld; de windturbine in landschappelijk opzicht aansluit op de bijbehorende bebouwing; de windturbine zorgvuldig ruimtelijk wordt ingepast.
Energienetwerk Bij de netwerkbeheerder zal geïnformeerd moeten worden of er voldoende capaciteit is op het energienetwerk waarop aangesloten wordt. In de toekomst zullen ook elektriciteitshuisjes en infrastructurele werkzaamheden nodig zijn. 2/7
Stappenplan voor initiatiefnemer kleine windturbine 1
2
Eerste check aan Omgevingsverordening NH2022 - Voldoet u aan de voorwaarden die zijn opgenomen voor een kleine windturbine in de Omgevingsverordening NH2022 of opvolger. - Er wordt in beginsel uitgegaan van opwek die niet meer bedraagt dan een jaar rond eigen verbruik.
4
Locatiebepaling - Houd rekening met plaatsingscriteria uit de Ruimtelijke Handreiking Wind op Land van de provincie. - Let op technische criteria en overige voorwaarden.
5
Participatie en overleg met uw gemeente - Stem uw plan af met uw buren en andere belanghebbenden. - Maak een afspraak voor een informele voorbespreking met de gemeentelijk adviseur of gemeentelijke adviescommissie.
Check beleidskader kleine windturbine - Check of op uw locatie een kleine windturbine volgens het Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek-Waterland mogelijk is, zie de Visiekaart en de toelichting.
6 3
Check of de locatie in beschermde gebieden ligt en / of nabij waardevolle elementen of structuren - Check hiervoor provinciale en gemeentelijke regels voor het plaatsen van bouwwerken, zie het Omgevingsloket met de Omgevingsvisie. - Check de vigerende provinciale Omgevingsverordening (OVNH2022) bijvoorbeeld via de viewer op onder andere Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland, Bijzonder Provinciaal Landschap, UNESCO werelderfgoed. U kunt kijken naar de overlap met uw locatie. In beschermd gebied dient u rekening te houden met aanwezige kwaliteiten. - Onderzoek of uw locatie dicht bij een waardevol cultuurhistorisch of landschappelijk element of structuur ligt. Zo ja, dan dient u daar voldoende afstand van te houden. - Voor nadere toelichting op de verschillende beschermingsregimes zie het Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek - Waterland. - Volg de stappen voor het aanvragen van een kleine turbine in het omgevingsloket.
Indienen documentatie omgevingsvergunning - Ga na wat nodig is voor een omgevingsvergunning, kijk hiervoor op de gemeentelijke websites of neem contact op met de gemeente. - Denk aan algemene informatie over constructie en technische tekening microturbine. Dit kunt u vragen aan de fabrikant. - Plattegrond en overzichtskaart. - Quick scan geluid, externe veiligheid en slagschaduw. - Ecologische quick scan (Wet natuurbescherming). - Motivatie landschappelijk inpassingsplan volgens gestelde plaatsingscriteria en uitgangspunten.
7
Beoordelen door gemeente - De gemeente beoordeelt uw vergunningaanvraag. Bij een positieve beoordeling komt deze ter visie te liggen. Indien er geen bezwaren zijn wordt de vergunning verleend.
8
Realisatie kleine windturbine
3/7
Visiekaart beleidskader kleine windturbines
Visiekaart uit het Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek-Waterland. Deze laat zien waar kleine windturbines wel of niet mogelijk zijn.
4/7
Verspreide erven langs natuurgebieden met mogelijkheden voor KWT Rondom en tussen de veenweide – natuurgebieden liggen ontginningsassen met bebouwing. Kleine windturbines zijn hier een mogelijkheid voor duurzame toekomstbestendige bedrijven en voor bedrijven die agrarisch natuurbeheer uitvoeren. Lintbebouwing met dichte woonbebouwing; KWT niet wenselijk Langs en tussen de veenweide natuurgebieden ligt een groot aantal verdichte linten. Deze liggen binnen de bebouwde kom. Vanwege de dichte woonbebouwing zijn kleine windturbines hier niet gewenst. Lintbebouwing met diverse functies; beperkte mogelijkheden KWT Deze linten met diverse functies hebben een iets
Kleine droogmakerijen met mogelijkheden KWT Ook in de kleine droogmakerijen zoals de Enge Wormer hebben de gronden en erven een agrarisch karakter en liggen de erven op enige afstand van elkaar. KWT’s zijn inpasbaar op de erven in deze agrarische landschappen. Gebieden met verspreide bebouwing met mogelijkheden voor KWT In Zeevang, polder Assendelft en Waterland is sprake van een kleinschalige afwisseling van agrarisch- en natuurgebied. Indien geclusterd bij de erven, met voldoende beplanting ter verzachting van harde lijnen, zijn kleine windturbines inpasbaar in de open ruimten. Aandachtsgebieden ruimtelijke relatie KWT en grote windturbines Binnen dit beleidskader zijn aandachtsgebieden aangegeven tot op 1 km van bestaande grote
opener karakter. In deze linten met diverse functies mag een KWT volgens dit beleidskader alleen op een bouwvlak met agrarische bestemming en moet
windturbines en tot op 1 km van zoekgebieden voor grote windturbines. Hierbinnen dient de ruimtelijke relatie tussen kleine en grote windturbines nader
de afstand van de te plaatsen KWT minimaal 100m tot de meest nabije woonbestemming bedragen.
onderzocht te worden. Stelling van Amsterdam – UNESCO extra toetsing
Grote droogmakerijen met mogelijkheden KWT De Wijdewormer en het oostelijk deel van de Purmer zijn herkenbare droogmakerijen met een agrarisch karakter. De plaatsing van kleine windturbines bij agrarische erven of erven met een stedelijke functie groter dan 1ha is mogelijk.
Binnen de Stelling van Amsterdam is het Linielandschap nog goed herkenbaar en beleefbaar vanwege vele attributen en onderlinge samenhang. Binnen de stelling van Amsterdam is een extra toetsing nodig of kleine windturbines de kernkwaliteiten van de stelling aantasten.
5/7
Handreiking Wind op land
schuur of silo. Ook dient bij de locatiekeuze rekening gehouden te worden
In de provinciale Handreiking Wind op Land zijn aanvullend op de Omgevingsverordening regels voor kleine windturbines opgenomen qua
met de natuurwaarden op en rond het erf. Op lokaal niveau kan de vergunning gekoppeld worden aan het versterken van erfbeplanting op het erf. Dit is met name van belang in de open gebieden met verspreide erven,
vormgeving en qua plaatsing op het erf. Deze zijn terug te vinden in hoofdstuk 4 van de Ruimtelijke Handreiking Wind op Land. Een aanvraag voor kleine windturbines dient zo goed mogelijk aan deze regels te voldoen.
waar bebouwing niet of nauwelijks is ingepast met erfbeplanting. Daarbij dient wel rekening te worden gehouden dat deze beplanting niet leidt tot meer vliegbewegingen van vogels of vleermuizen rond de kleine windturbine.
Zorgvuldig doorlopen participatietraject Bij een aanvraag voor een KWT dient het participatietraject zorgvuldig doorlopen te worden, conform de eisen van de Omgevingswet die per 1 januari 2024 van kracht is. Overleg in een vroegtijdig stadium levert vaak in een later stadium tijdwinst op en het zorgt voor draagvlak vanuit de omgeving. Dit betekent dat de initiatiefnemer voor het indienen van een vergunningaanvraag zijn initiatief overlegt met buren en andere belanghebbenden. Figuren uit de Handreiking Wind op Land met betrekking tot de vormgeving van de turbine en de plaatsing op het erf
Aansluiten kleine windturbine bij het erf Het is belangrijk dat met de KWT aansluiting wordt gezocht bij de schaal en maat van het erf en dat er sprake is van een acceptabele verhouding in relatie tot de grootte van de boerderij, schuren en beplanting. Met die benadering kan de kleine windturbine beschouwd worden als een onderdeel van een agrarisch bedrijf (of bedrijf met stedelijke functie), net als een grote 6/7
Technische plaatsingscritera en randvoorwaarden wet- en regelgeving Naast de ruimtelijke plaatsingscriteria dient u tevens rekening te houden met technische plaatsingscriteria en overige randvoorwaarden vanuit wet- en regelgeving, zoals hieronder vermeld. Technische plaatsingscriteria De afstand van een kleine windturbine tot: a. b. c.
d. e.
een andere kleine windturbine bedraagt niet minder dan drie keer de rotordiameter; gasinfrastructuur bedraagt niet minder dan 25 m, tenzij de leidingbeheerder instemt met een kortere afstand; hoogspanningsinfrastructuur bedraagt niet minder dan de maximale werpafstand bij twee keer het nominaal toerental van de kleine windturbine (HAT-type), tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; de meest nabijgelegen gevoelige bestemming bedraagt niet minder dan vier maal de ashoogte van de windturbine; openbaar gebied is zodanig dat de wieken of de constructie van de kleine windturbine niet overhangt boven openbaar gebied.
Randvoorwaarden wet- en regelgeving Voor het natuuronderdeel van de Omgevingswet is een ecologische quick scan verplicht. Als hieruit blijkt dat het risico op aanvaringsslachtoffers groot is, dan is aanvullend ecologisch onderzoek nodig en mogelijk een aanvullende Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit bij de provincie Noord-Holland. Zie voor actuele informatie hierover Kleine windturbines en natuur - Provincie Noord-Holland.
Voor ontwikkelingen in gebieden die vallen onder UNESCO (Stelling van Amsterdam) zal per geval moeten worden onderzocht of het wel of niet kan. Zie hiervoor het afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies die een indicatie geeft ten aanzien van de risico’s en de mogelijkheden op locatieniveau. Onder de Omgevingswet stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving inhoudelijke normen en regels. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving zijn de belangrijkste instructieregels voor windturbines: • • •
paragraaf 5.1.2.2 Veiligheid over opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines art. 5.11 paragraaf 5.1.4.2.3 Geluid door specifieke activiteiten art. 5.74 paragraaf 5.1.4.4a Slagschaduw van windturbines art. 5.89
De gemeente is bevoegd gezag bij het toelaten van windturbines met een vermogen van minder dan 5 MW. Zij kan nadere eisen stellen aan de plaats, omvang en het gebruik van de kleine windturbine ten behoeve van: a. b. c.
de bezonningsituatie; lichttoetreding in nabijgelegen bebouwing; zichtlijnen of visuele hinder;
d. e. f.
het voorkomen van slagschaduw; risico's voor gevoelige of kwetsbare objecten; geluidshinder;
g.
de mogelijkheid tot voortzetting dan wel uitbreiding van een bestaand bedrijf. 7/7