CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 GOFLO BOPA Bokkingstraat

Raadsvergadering 25 september 2025, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: BOPA procedure Bokkingstraat 11 (adviesrecht gemeenteraad)12.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende

1

referentie 08708-61030-01, 9 mei 2025, Cauberg Huygen. 31

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de ruimtelijke onderbouwing worden vermeld. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Besluit kwaliteit leefomgeving is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben zij de Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 opgesteld (zie paragraaf 4.2.2).

Op basis daarvan hebben acht gemeenten, waaronder Edam-Volendam, besloten een woonakkoord te maken (paragraaf 4.2.4). Edam-Volendam heeft in de periode 2020-2050 een woningbouwopgave van ruim 2.000 woningen.

Afbeelding: plancapaciteit woningen 2020-2050 Zaanstreek Waterland (per november 2020)

32

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

Afbeelding: plancapaciteit naar woningtype 2020-2050 Zaanstreek Waterland (per november 2020)

De 12 woningen die zijn voorzien passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het Woonakkoord aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld. Een van de opgaven in het Woonakkoord is om zoveel mogelijk binnenstedelijk te bouwen. De locatie is gelegen binnen stedelijk gebied. De projectlocatie wordt ontsloten via de Zeestraat Bokkingstraat, die uitkomt op de Julianaweg, een wijkontsluitingsweg en is daarmee goed bereikbaar. De laddertoets is hiermee succesvol doorlopen. 5.5. Milieuzonering Het project wordt gerealiseerd in een gemengd stedelijk gebied en ligt in een buurt waarin sprake is van functiemenging. Dat betekent dat naast wonen ook verschillende andere functies worden toegelaten. Dat kunnen, naast functies als detailhandel, kantoren en horeca, ook bedrijfsfuncties zijn. Bedrijven zijn milieubelastende functies die hinder ten opzichte van milieugevoelige functies (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze mogelijke overlast zo veel mogelijk te beperken, is door de Vereniging van Nederlandse Om te bepalen welke functies binnen een gebied met functiemenging toelaatbaar zijn, hanteert de VNG 3 milieucategorieën, aan de hand waarvan de toelaatbaarheid wordt beoordeeld.

bedrijven van categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen bedrijven van categorie B: toelaatbaar als ze bouwkundig zijn afgescheiden van woningen bedrijven van categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg

33

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

Het uitgangspunt is dat zich in een gemengd gebied, waar naast wonen ook andere functies toegestaan zijn, zich alleen bedrijven zullen vestigen, die naar aard en invloed op de omgeving geschikt zijn voor ligging in een gebied waar tevens wonen is toegestaan. Onderhavig project betreft de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing ten behoeve van de bouw van 12 woningen. Nabij het plangebied (aan de Bokkingstraat, o.a. 2 en 4) is een bedrijfsbestemming gelegen waar bedrijven tot en met categorie B zijn toegestaan. Dit zijn bedrijven die toelaatbaar zijn indien ze zijn afgescheiden van woningen. Dat is hier het geval. 5.6. Kabels en leidingen Ter plaatse van de projectlocatie is geen sprake van relevante kabels en leidingen die een belemmering zouden vormen voor de haalbaarheid van de ontwikkeling. 5.7. Omgevingsveiligheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. De Omgevingswet vult het groepsrisico anders in dan onder de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Bij risicovolle activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) aandachtsgebieden aan.

De gemeente moet binnen de aandachtsgebieden bij de vergunningverlening rekening houden met het groepsrisico, oftewel rekening houden met het risico van brand, explosies of gifwolken. Er gelden dan aanvullende bouwkundige eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). De norm van het plaatsgebonden risico (PR) blijft gelijk en daarmee ook het basisbeschermingsniveau. Het Bkl geeft in de bijlagen ook aan wat de PR-contouren en aandachtsgebieden zijn. Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bal. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bkl. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Het werken met aandachtsgebieden voor omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15a Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege.

Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden 34

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl) Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl) Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl) Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl) Projectlocatie Volgens de Atlas leefomgeving ligt de projectlocatie niet binnen een aandachtsgebied voor externe Besluit activiteit leefomgeving. Onderzoek externe veiligheid is niet nodig. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit project.

Afbeelding: uitsnede Atlas leefomgeving, projectlocatie t.h.v. rode stip

5.8. Bodem Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in paragraaf 5.1.4.5 Bkl opgenomen. In par. 5.1.4.5 Bkl wordt bepaald voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.

35

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage Va van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. voor bodemgevoelige gebouwen kan met de risicotoolbox bodem met de module Beoordelen van de bodemkwaliteit voor een bodemgevoelig gebouw. Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeenten moeten: Op grond van artikel 5.89i en artikel 5.89j Bkl de waarde vaststellen waarboven er bij de realisatie van gebouwen op bodemgevoelige locaties maatregelen nodig zijn Op grond van artikel 5.89k Bkl aangeven welke sanerende of andere beschermende maatregelen nodig zijn bij overschrijding van de waarde Op grond van artikel 5.89l Bkl een meldingsplicht instellen voor locaties die op grond van het omgevingsplan niet vergunningplichtig zijn Op grond van artikel 5.89m Bkl een bepaling opnemen over de ingebruikname. Deze regels zorgen voor zowel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van de bodemkwaliteit.

Aangetoond dient te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogde nieuwe gebruik. In 2022 is op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd2. Met dit onderzoek is in de oosthoek van het pand een sterke verontreiniging aan zink en lood aangetoond. Ter plaatse van Bokkingstraat 13 is in de noordwestelijke hoek van het pand tevens een matige verontreiniging aan minerale olie aangetoond. De overige locaties zijn hooguit beoordeeld als klasse industrie. In 2022 is ter plaatse van de sterke verontreiniging aan zink en lood een nader bodemonderzoek uitgevoerd3. Hierbij zijn een aantal boringen rondom de sterke verontreiniging aan zink en lood. Rondom een viertal boringen zijn nog sterke verontreinigingen aan zink aangetoond. Ook is ter plaatse van één boring een sterke verontreiniging aan PAK aangetoond, deze is binnen de locatie volledig afgeperkt. Omdat voor een boring de sterke verontreiniging aan zink nog niet was afgeperkt is op 16 mei 2025 door Grondslag nogmaals nader onderzoek verricht4. Advies In verband met de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en het realiseren van woningen met tuin wordt geadviseerd om de verontreiniging met zink te saneren. De verontreiniging is aangetoond tot maximaal 1,2 m-mv.

2

Verkennend bodemonderzoek, kenmerk 2022239, Landview, 13-07-2022 Nader bodemonderzoek, kenmerk 20022292, Landview, 25-08-2022 4 Aanvullend bodemonderzoek Bokkingstraat 11 13, project 14002, Grondslag, 16 mei 2025 3

36

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

Saneren is mogelijk door middel van afdekken door het aanbrengen van een duurzaam aaneengesloten afdeklaag (zoals appartementen en de toekomstige bestrating rondom de bebouwing) of een leeflaag. De verhardingen of de leeflaag nemen eventuele afdekken, de kabels en leidingen en eventuele fundering in een schone sleuf aan te leggen. Saneren is ook mogelijk door middel van verwijdering (ontgraven). Om de bodem geschikt te maken voor de functie wonen, is bodemsanering noodzakelijk. 5.9. Water De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Daarnaast kan de weging van het waterbelang ook nodig zijn bij andere instrumenten, zoals bij een BOPA. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld watercompensatie in verband met toenemende verharding of om bebouwing, die niet wenselijk is in verband met waterwinning. Voorheen stonden alle regels van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier nog in de Keur en het Keurbesluit. Deze is vervangen door 1 nieuw document: de Waterschapschapsverordening. Daarin staan alle regels over wat men wel of niet mag doen bij water, dijken en gemalen.

In de Waterschapsverordening staan ook de taken van het waterschap: het beheren van de watersystemen in de regio, het schoonmaken van afvalwater en het onderhouden van wegen die het waterschap beheert. In de Waterschapsverordening staan ook regels over wanneer men bijvoorbeeld vergunning moet aanvragen of wanneer men iets moet melden. Ook staan er regels in voor het oppompen van grondwater en het lozen van bepaalde stoffen in oppervlaktewater. Waterberging en compensatie De locatie is in de huidige situatie volledig verhard. Er is geen sprake van een toename aan verharding als gevolg van het bouwplan. De hoeveelheid verharding zal zelfs afnemen. Watercompensatie op grond van de Keur van het Hoogheemraadschap is niet aan de orde. Grondwater Er wordt niet voorzien in ondergrondse bebouwing (kelder), zodat er ook geen negatief effect is op ondergrondse waterstromen. Waterkering Er is geen sprake van bouwen in een waterkering. Riolering In de Bokkingstraat ligt een gescheiden rioolstelsel met voldoende capaciteit om de nieuwbouw op aan te sluiten. De VWA als de HWA afvoer kunnen aangesloten worden op het bestaande rioolstelsel.

37

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

Conclusie Er zijn voor wat betreft de waterhuishouding geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 5.10.

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In 2013 is door IDDS Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Europaplein e.o. in Volendam, waarvan de projectlocatie onderdeel is. Hieruit blijkt dat het gebied pas is bebouwd vanaf de 19e en 20e eeuw en een lage archeologische verwachtingswaarde heeft. Volgens de beleidsnota archeologie (paragraaf 4.3.4) is alleen voor plannen groter dan 25002 en dieper dan 40 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling heeft een oppervlak van circa 1.855 m2 en er worden geen ondergrondse bouwwerken (kelders, souterrains) gerealiseerd, zodat in principe geen bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden. De locatie is blijkens het geldende bestemmingsplan bovendien niet belast met een archeologische verwachting. Onderzoek is niet noodzakelijk. Archeologie vormt geen belemmering voor dit project. Wel geldt volgens de Erfgoedwet een vondstmeldingsplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Cultuurhistorie De projectlocatie heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde, zoals ook blijkt uit het feit dat de bedrijfsbebouwing gekregen in het geldende bestemmingsplan. Het plan dient wel te voldoen aan de welstandsnota, dat wordt beoordeeld door de Welstand- en Monumentencommissie Edam-Volendam. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor dit project. 5.11.

Ecologie en stikstofdepositie

Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten. Deze bescherming is geregeld in de Omgevingswet. De voormalige Wet natuurbescherming is hierin per 1 januari 2024 opgegaan. De regels uit de Wet natuurbescherming zijn beleidsneutraal overgeheveld naar de Omgevingswet. Dat betekent dat het normenkader en de instrumenten ongewijzigd blijven. Indien uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling. Door ecologisch adviesbureau ByNature advies is daarom een quickscan flora en fauna5 uitgevoerd, waarin het volgende werd geconstateerd:

5

Quickscan flora en fauna, 29-06-2022, projectnummer 2213-01, By Nature advies 38

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

Gebiedsbescherming Negatieve effecten door de geplande werkzaamheden op Natura 2000, het NNN en gemeentelijk beschermde groenstructuren zijn uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Soortbescherming Door de geplande werkzaamheden aan het complex kunnen verblijfplaatsen van de vleermuizen verstoord, beschadigd of vernield worden. Daarom is in navolging van de Quickscan ecologie door ByNature nader onderzoek verricht naar vleermuizen op de projectlocatie6. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of andere beschermde functies van vleermuizen aangetroffen. Over het gehele onderzoek zijn in en in de omgeving van het plangebied zeer weinig waarnemingen gedaan van vleermuizen. Eén individu gewone dwergvleermuis heeft een baltsteritorium bij de Schoolstraat (buiten plangebied) en er is op één avond kort een baltsend individu waargenomen bij de Industriestraat. Tijdens het onderzoek is niet vastgesteld of dit een vast territorium betreft. In het voorjaar zijn geen functies van vleermuizen in of rond het plangebied aangetroffen. Belangrijke functies voor vleermuizen zijn in en in de omgeving van het plangebied niet aanwezig. De gepande werkzaamheden hebben geen effect op vaste verblijfplaatsen of andere functies van vleermuizen. Voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden is geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

Wel moet te allen tijde rekening gehouden worden met de zorgplicht en de aanwezigheid van algemene broedvogels in tuinen of op het dak van het complex. De projectlocatie ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied of het NNN of weidevogelleefgebied. Negatieve effecten op NNN en BPL kunnen bij voorbaat worden uitgesloten. Het is echter niet uitgesloten dat de werkzaamheden zorgen voor een verhoogde stikstofdepositie in Natura 2000gebied. Om de effecten van stikstof uit te sluiten is een stikstofonderzoek uitgevoerd7. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet is voor het project niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het project. Ecologie en stikstof vormen geen belemmering voor dit project. 5.12.

Bezonning en windklimaat

Windklimaat is gezien de beperkte bouwhoogte niet relevant voor dit project en wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten.

6 7

Vleermuisonderzoek, 07-07-2023, projectnummer 2213-02, By Nature advies Onderzoek stikstofdepositie, 8 april 2025, MBH Consult BV 39

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

Omdat de nieuwbouw 1,5 2 meter hoger zal zijn dan de bestaande bedrijfsbebouwing kunnen er mogelijk gevolgen optreden voor de bezonning van de omliggende woningen. Om eventuele gevolgen in beeld te brengen is een bezonningsstudie gemaakt8. De verschillen in zonuren op gevels van omliggende woningen zullen niet merkbaar zijn. De verschillen zijn voornamelijk waar te nemen op de (dichte)bebouwing in achtertuinen of op daken van de omliggende bebouwing. Een aanvullend TNO onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Bezonning en windklimaat vormen geen belemmering voor dit project. 5.13.

Milieu effect rapportage

Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag voor een BOPA volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is nog maar één merbeoordelingsprocedure. Project-mer-beoordeling luit -mer-beoordeling.

8

40

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in artikel 16.43, tweede lid, van de wet, met de bijbehorende motivering op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). Een m -merwordt nog opgesteld. De herontwikkeling van een voormalige bedrijfslocatie naar 12 woningen is vanwege de beperkte ruimtelijke effecten -in de context van een woonwijk in een stedelijk gebied- niet aan te merken als een (nieuw) stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Een MER-beoordeling of MER is niet nodig. Ook worden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht.

41

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

6. Economische uitvoerbaarheid 6.1. Financieel economische haalbaarheid In juni 2022 is een intentieoverkomst gesloten tussen Bokkingstraat BV en gemeente gesloten. De kosten voor het project worden gedragen door Initiatiefnemer Bokkingstraat BV. 6.2. Nadeelcompensatie De verlening van de omgevingsvergunning kan leiden tot een waardevermindering van bestaand onroerend goed in de omgeving. Overeenkomstig artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht jo. Afdeling 15.1 Omgevingswet kan dit leiden tot een tegemoetkoming in de schade. De verwachting is dat het risico op nadeelcompensatie beperkt zal zijn, aangezien de locatie volledig bebouwd is met bedrijfsbebouwing. De hoeveelheid bebouwing neemt door de bouw van 12 woningen af, de leefomgeving verbetert en de gevolgen zijn naar aard en omvang gering.

42

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

7. Communicatie en participatie 7.1. Participatie Op basis de Regeling adviesrecht, delegatie en participatie Edam-Volendam blijkt uit artikel 3 dat er sprake is van een participatieplicht indien het een geval betreft waarover de gemeenteraad in gelegenheid dient te worden gesteld om een advies uit te brengen. De participatieplicht dient te worden uitgevoerd aan de hand van de Leidraad Participatie. Op 2 november 2022 heeft er een informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor Bokkingstraat 11 13 (fase 1 en fase 2), waarbij de plannen zijn gepresenteerd aan de buurt. Tijdens deze bijeenkomst is met behulp van mentimeter en stellingen gekeken naar de mening van de omwonenden en geïnteresseerden op diverse onderdelen van het ontwerp. De opkomst was hoog en de plannen zijn goed ontvangen. Wel bestonden er zorgen over parkeren, daar is naar gekeken. Naar aanleiding van de reacties van omwonenden is meer variatie in het programma gebracht en meer inpassing van parkeerplekken. Voorafgaand aan de informatieavond, in juli 2022, heeft de initiatiefnemer directe winkeliers uitgenodigd voor persoonlijke gespreken over het initiatief. Geen van de winkeliers heeft naar aanleiding van deze uitnodiging aangegeven een dergelijk gesprek te willen voeren. Wel is contact geweest met de eigenaar van de objecten aan de Julianaweg 88 t/m 92.

Deze heeft aangegeven de herontwikkeling/transformatie aan te moedigen en zeker niet tegen te werken. Nadien zijn er geen informatiebijeenkomsten meer geweest, ook omdat de basis opzet van grondgebonden woningen niet is gewijzigd, anders dan dat 3 woningen zijn gedraaid en nu haaks op de Bokkingstraat staan. Met de bewoners van Dirklandsstraat 4 is hierover persoonlijk contact geweest en deze hebben geen bezwaar. 7.2. Vooroverleg/ afstemming met bestuursorganen In de Omgevingswet komt het vooroverleg als zodanig niet terug, maar is er een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow).

43

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

8. Conclusie 8.1.

Algemeen

Initiatiefnemer Bokkingstraat B.V. is voornemens om het perceel Bokkingstraat 11 in Volendam te herontwikkelen. De bestaande loods wordt gesloopt en vervangen door 12 grondgebonden eengezinswoningen met parkeergelegenheid. 8.2.

Afwijkingen van het Omgevingsplan gemeente Edam-Volendam

Het nieuwbouwplan past niet binnen de kaders van het Omgevingsplan. Het wijkt op de volgende punten af: De maximum goot- en nokhoogte in het geldende bestemmingsplan bedragen 5,5 en 8,5 meter. De nieuwbouw krijgt een goothoogte van circa 6,5 en een nokhoogte van 9,9 meter. Voor vergunningverlening moet worden uitgegaan van een Buitenplanse OmgevingsPlan Activiteit (BOPA) op grond van de Omgevingswet. 8.3.

Milieu- en omgevingsaspecten

De afwijking is getoetst aan alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Geconcludeerd wordt dat er geen negatieve effecten optreden en er geen belemmeringen zijn om de omgevingsvergunning te verlenen. 8.4.

Beleid

Het voornemen past binnen het relevante beleid van alle overheden, zoals is beschreven in hoofdstuk 4. 8.5. Procedure Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure. In sommige gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure: a. als dit is aangewezen in artikel 10.24 van het omgevingsbesluit b. op verzoek van de aanvrager c. als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart Ad a. De onderhavige omgevingsvergunning behoort niet tot de aangewezen gevallen. Ad b. Er is geen sprake van een activiteit waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. 44

Motivering 12 nieuwbouw woningen, Bokkingstraat te Volendam

10 juni 2025

De gevolgen van onderhavig project voor de omgeving zijn beperkt en uit de rustig verlopen informatieavond kan worden opgemaakt dat omwonenden met name geïnteresseerd zijn in een naar behoren opgeloste parkeerbehoefte voor het plan, maar verder geen (grote) bezwaren hebben tegen het programma zelf. Een uitgebreide procedure wordt niet nodig geacht. Ad c. Het bevoegd gezag mag per aanvraag beslissen om voor dat geval afdeling 3.4 Awb van toepassing te verklaren. Ze kan daartoe beleidsregels opstellen over hoe zij de wettelijke criteria van artikel 16.65 lid 4, onder a en b, Omgevingswet uitlegt. In de beleidsregel kan het bevoegd gezag activiteiten benoemen die in ieder geval aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving én waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. De bedoelde beleidsregels zijn (nog) niet vastgesteld. Uit hoofdstuk 5 van deze Motivering blijkt dat de verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Er is daarom geen aanleiding om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. 8.6. Conclusie De afwijkingen ten opzichte van het geldende Omgevingsplan zijn ruimtelijk onderbouwd en aanvaardbaar.

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=22a832fe-45a7-4c3a-bfa5-dd69c083c0f2