Bijlage 1 Uitgangspunten begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030
Tekst van het document
Bijlage 1 Uitgangspunten begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030. Voor de begroting 2027 en de meerjarenramingen 2028-2030 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ramingen 2027 Uitgangspunt voor het begrotingsjaar 2027 is dat alle ramingen zo reëel mogelijk geraamd worden. Hier is dus sprake van maatwerk. Ook bij ramingen met een autonoom (veelal niet beïnvloedbaar) karakter is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in 2027 een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2026 was dit percentage voor het jaar 2027 ook vastgesteld op 2%. Dit percentage is gebaseerd op de meest recente middellange termijnverkenning (MLT) van het Centraal Planbureau (CPB). Hier wordt een inflatie verwacht (consumentenprijsindex, CPI) voor Nederland in de periode 2027 tot en met 2030 van 2,3%. Ramingen 2028 en verder Bij het samenstellen van de begroting 2027 is geïnventariseerd in hoeverre meerjarige ramingen moeten worden bijgesteld. Ook hierbij is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in de jaren 2028 en verder een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2026 was dit percentage voor de jaren 2027 en verder ook vastgesteld op 2%. Dit percentage is gebaseerd op de meest recente middellange termijnverkenning (MLT) van het Centraal Planbureau (CPB).
Hier wordt een inflatie verwacht (consumentenprijsindex, CPI) voor Nederland in de periode 2027 tot en met 2030 van 2,3%. Nieuw beleid en nieuwe investeringen Bij het opstellen van de begroting worden ook nieuwe beleidsinitiatieven en investeringen in beeld gebracht. Deze worden afzonderlijk weergegeven en daar waar nodig toegelicht. Saldo onvoorzien Het BBV schrijft voor dat de begroting een saldo onvoorzien bevat, maar schrijft geen berekeningswijze of verplichte omvang voor. Evenals in 2026 wordt bij het opstellen van de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 een saldo onvoorzien van € 50.000 gehanteerd.
Belastingen, rechten, heffingen en tarieven Gemiddelde woonlasten In onderstaand overzicht zijn de bedragen van de gemiddelde woonlasten van het jaar 2026 voor een woningeigenaar met een meerpersoonshuishouden van onze en omliggende gemeenten in beeld gebracht. Ook is het bedrag van de gemiddelde woonlasten van Nederland en de Provincie Noord-Holland in het overzicht opgenomen. (Bron COELO atlas bijlage 3 en interactieve kaart 28). De gemeentelijke woonlasten bestaan voor bewoners die ook eigenaar zijn uit de afvalstoffenheffing, rioolheffing en ozb. Bij de berekening van de hoogte van de OZB aanslag is uitgegaan van een voor elke gemeente geldende gemiddelde woningwaarde. In de Atlas is ook een rangnummer woonlasten per gemeente opgenomen. De gemeente met de laagste woonlasten heeft rangnummer 1. De gemeente met de hoogste woonlasten heeft rangnummer 342. Onze gemeente heeft in 2026 rangnummer 110.
1
Jaar
2026
Nederland
1.095
Provincie Noord-Holland
1.122
Gemeenten in regio Landsmeer (ZW) Oostzaan (ZW) Wormerland (ZW) Waterland (ZW) Medemblik Edam-Volendam (ZW) Purmerend (ZW) Amsterdam Zaanstad (ZW) Hoorn Koggenland Gemiddelde van gemeenten in regio Rangnummer EV t.o.v. landelijk
1.579 1.409 1.332 1.215 1.172 1.146 1.089 1.063 1.059 1.044 1.020 1.193 110
Onroerendezaakbelastingen (OZB) In onderstaand overzicht zijn de bedragen van de gemiddelde OZB aanslagen van onze en omliggende gemeenten voor de 2026 in beeld gebracht. Ook is het bedrag van de gemiddelde aanslagen van Nederland in het overzicht opgenomen. (Bron COELO atlas interactieve kaart 7). Vanuit het standpunt van de belastingbetaler is de gemiddelde aanslag een nuttige indicator. Dit is de hoogte van de aanslag bij een voor de gemeente geldende gemiddelde woningwaarde. Vergeleken met het gemiddelde van de omliggende gemeenten is de gemiddelde aanslag OZB van onze gemeente € 44 lager. Daarbij moet nog de kanttekening gemaakt worden dat de gemeente Purmerend en Waterland de wegen nog niet heeft overgenomen van het HHNK. De gemiddelde OZB aanslag van deze gemeenten zal na overname aanzienlijk stijgen.
2
Overzicht gemiddelde OZB aanslag op basis van gemiddelde woningwaarde Jaar Nederland
2026 470
Gemeenten in regio
Landsmeer (ZW)
809
Wormerland (ZW)
620
Oostzaan (ZW)
559
Medemblik
558
Waterland (ZW)
531
Edam-Volendam (ZW)
471
Koggenland
467
Hoorn
448
Purmerend (ZW)
430
Amsterdam
402
Zaanstad (ZW)
367
Gemiddelde gemeenten in regio
515
OZB tarief Het tarief OZB stijgt in 2027 met 5%. Ook meerjarig is uitgegaan van een stijging van het tarief van 5%. Om de stijgende lasten te dekken en meer inkomsten te genereren is er in de begroting 2026 (vorig jaar) voor gekozen om het tarief OZB met ingang van 2027 structureel te verhogen met 5%. Ook in de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 wordt uitgegaan van deze 5% structurele stijging. Afvalstoffenheffingen Het tarief afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden stijgt in 2027 met € 22 naar € 459. Dit is een stijging van 5%. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Ook meerjarig wordt het tarief met 5% verhoogd (indexatie en toegroeien naar 100% kostendekking). Uiteraard voor zover de kostendekkendheid dit toelaat. Reinigingsrechten Voor de reinigingsrechten wordt in 2027 een stijging toegepast van 5%. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Ook meerjarig wordt het tarief met 5% verhoogd (indexatie en toegroeien naar 100% kostendekking). Uiteraard voor zover de kostendekkendheid dit toelaat. Rioolheffingen Het tarief rioolheffing stijgt in 2027 met € 12 naar € 250. Dit is een stijging van 5%. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Ook meerjarig wordt het tarief met 5% verhoogd (indexatie en toegroeien naar 100% kostendekking). Uiteraard voor zover de kostendekkendheid dit toelaat.
Toeristenbelastingen Het tarief toeristenbelasting (anders dan een kampeerterrein) stijgt in 2027 met € 0,25 naar € 4,85. Dit is een stijging van 5%
3
Het tarief voor 2028 stijgt eveneens met 5% (naar € 5,10). In 2029 en verder zal het tarief met jaarlijks 2% stijgen. Dit in overeenstemming met de ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in de Kadernota van 2025. In omliggende gemeenten zijn de tarieven 2026: Amsterdam Landsmeer Zaanstad Oostzaan Edam-Volendam Wormerland Waterland Hoorn Alkmaar Enkhuizen Purmerend Medemblik
€ 19,04 € 10,66 € 7,87 € 5,00 € 4,60 € 4,10 € 3,65 € 3,60 € 3,24 € 3,00 € 2,85 € 2,40
Het landelijke gemiddelde tarief toeristenbelasting 2026 voor een hotelovernachting is € 4,70. Toeristenbelasting kampeerterrein Het tarief toeristenbelasting kampeerterrein voor 2027 is vastgesteld op € 2,50. Bij het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 en verder is besloten om de tarieven toeristenbelasting voor kampeerterrein in 2026, 2027 en 2028 te verhogen met 20%. Dit leidt in 2026 tot en met 2028 tot tarieven van respectievelijk € 2,10, € 2,50 en € 3.00. Dit in overeenstemming met de ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in de Kadernota van 2025. Bij het opstellen van de begroting 2027 en verder wordt er van dezelfde tariefstijgingen uitgegaan. Voor 2027 en 2028 betekent dat dus een stijging van jaarlijks 20%. In 2029 zal het tarief met 2% stijgen. In omliggende gemeenten zijn de tarieven 2026: Amsterdam Oostzaan Landsmeer Wormerland Waterland Enkhuizen Purmerend Hoorn Medemblik Edam-Volendam Alkmaar
€ 7,34 € 5,00 € 4,11 € 4,10 € 3,65 € 3,00 € 2,85 € 2,50 € 2,40 € 2,10 € 1,62
Het landelijke gemiddelde tarief toeristenbelasting 2026 kampeerterrein is € 2,44. Watertoeristenbelasting Het tarief watertoeristenbelasting is voor de jaren 2027 tot en met 2030 vastgesteld op € 3,40. Reden hiervoor is dat het tarief voor watertoeristenbelasting in Edam-Volendam hoger is dan omliggende Markermeer/IJsselmeer gemeenten. Zie onderstaand overzicht. Om het verschil met de tarieven van omliggende gemeenten te verkleinen/niet te laten toenemen is ervoor gekozen om het tarief voor de watertoeristenbelasting niet verder te laten stijgen.
4
In omliggende Markermeer/IJsselmeer gemeenten zijn de tarieven voor de watertoeristenbelasting 2026: Edam-Volendam Gooise Meren Enkhuizen Hoorn Waterland Medemblik
€ 3,40 € 3,10 € 3,00 € 2,50 € 2,40 € 1,35
Leges Voor alle leges wordt voor 2026 en verder over het algemeen een indexatie toegepast van 2%. Uiteraard voor zover de kostendekkendheid en/of maximaal toelaatbaarheid van het tarief dit toelaat. Het betreft hier bijvoorbeeld de leges omgevingsvergunningen, reisdocumenten, rijbewijzen, parkeerontheffingen en burgerlijke stand. Als er op een onderdeel afgeweken wordt van dit uitgangspunt dan wordt dit apart toegelicht en ter besluitvorming voorgelegd. Overige belastingen en rechten Voor de precariobelasting, havengelden, marktgelden, grafrechten wordt voor 2026 en verder voor zover de kostendekkendheid dit toelaat, een indexatie toegepast van 2%. Voor het havengeld wordt, gelet op het afwijkende karakter, anders dan bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing, een 100% dekking niet nagestreefd. CAI De Centrale Antenne Installatie (CAI) is vervangen door het nieuwe glasvezelnetwerk. De ramingen in de begroting 2027 en verder zijn hierop aangepast. Tarieven verhuur/gebruik sport lokaliteiten Bij het opstellen van de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 en verder wordt uitgegaan van een stijging van de tarieven verhuur/gebruik sport lokaliteiten van jaarlijks 2%.
Renteomslag percentage Uitgangspunt is dat de (verwachte) werkelijke rentelasten opgenomen worden in de begroting. In de begroting 2027 wordt evenals in 2026 uitgegaan van een rente omslagpercentage van 1%.
Investeringen Investeringen kunnen onderverdeeld worden in: 1. 2. 3.
Investeringen voortvloeiende uit beheers- en onderhoudsplannen (nieuwe, uitbreidings- en vervangingsinvesteringen) Investeringen vastgesteld in eerdere begrotingen en aparte raadsbesluiten Investeringen voortvloeiend uit nieuw beleid 2027-2030
De investeringen vallend onder 1 en 2 zijn integraal opgenomen in de programma's. Nieuwe investeringen zijn afzonderlijk benoemd per programma.
Salariskosten Voor indexatie van de salarislasten wordt uitgegaan van onderstaande percentages. Uitgangspunten bij de bepaling van deze percentages is de verwachte loonkostenontwikkeling binnen de cao's Rijk en Gemeenten vanaf 2026 en de verwachte loon- en koopkrachtpolitiek, zoals die wordt afgestemd op de dan geldende actualiteit. De Nederlandsche Bank gaat voor het jaar 2027 uit van een verwacht inflatiecijfer van 2,3% met daarbij de (optimistisch ingestelde) verwachting, dat de hiernavolgende jaren het inflatiecijfer zich zal settelen op om en 5
nabij de 2% op jaarbasis. Een uitgangspunt bij die verwachting is o.a. een matiging in de loonontwikkeling binnen de BV Nederland om de lopende inflatie juist af te remmen. Het is dan ook reëel te veronderstellen, dat binnen de zgn. loonpolitiek (en daarmee ook binnen nieuwe cao-onderhandelingen), de hiervoor genoemde inflatieontwikkeling een ondergrens zal blijven voor de loonparagraaf binnen nieuw te sluiten cao’s voor de overheid, en daarmee ook de cao-gemeenten. Vanuit die invalshoek worden voor de begrotingsjaren 2027 en meerjarenraming 2028-2030 de hieronder genoemde percentages gehanteerd.
Indexatie 2027 2,50% personele uitgaven ambtelijk personeel; 2,50% raadsleden, burgemeester en wethouders; 3,25% (onkostenvergoeding) raadsleden, burgemeester en wethouders; 2,50% uitgaven voormalig personeel; 2,00% pensioenen gewezen wethouders en overige betrekkingen.
Indexatie 2028-2030 2,5% personele uitgaven ambtelijk personeel; 2,50% raadsleden, burgemeester en wethouders; 2,50% (onkostenvergoeding) raadsleden, burgemeester en wethouders; 2,50% uitgaven voormalig personeel; 2,0% pensioenen gewezen wethouders en overige betrekkingen.
Huurcontracten De ramingen van huren worden verhoogd conform gemaakte afspraken in de contracten.
Sociale uitkeringen Voor sociale uitkeringen wordt het rijksbeleid gevolgd, aangevuld met financiële gevolgen uit eigen gemeentelijke verordeningen.
Bijstand en WMO / Jeugdzorg De ramingen voor bijzondere bijstand en WMO/Jeugdzorg worden zoveel mogelijk realistisch begroot.
Subsidies Met de vaststelling van de begroting is duidelijk hoeveel geld er definitief per beleidsveld beschikbaar is. De uitvoering van het subsidiebeleid gebeurt binnen de financiële kaders per sectoraal beleidsveld. Aan de ramingen van deze budgetten liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag: • De indexatie van de beschikbaar gestelde budgetten ter uitvoering van het subsidiebeleid is gebaseerd op de landelijke normen en richtlijnen. • De verdeling van de subsidiebudgetten per beleidsveld gebeurt conform de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening en de diverse subsidieregelingen. • Om open bekostiging te voorkomen werken wij voor zover mogelijk met subsidieplafonds. De subsidieplafonds en de bijhorende verdeelcriteria worden conform de bepalingen in de desbetreffende subsidieregelingen vastgesteld en besteed.
Uitkering Gemeentefonds 6
De raming wordt gebaseerd op de mei-circulaire van het Rijk.
Aantal inwoners Bij het opstellen van de ramingen is bij alle relevante inkomsten- en uitgavenramingen, uitgegaan van het onderstaande geschatte aantal inwoners. Aantal inwoners 1-1-2026 37.137 1-1-2027 37.387 1-1-2028 37.580 1-1-2029 37.766 1-1-2030 37.924
Aantal woningen (verblijfsobjecten met woonfunctie) Het aantal woningen waarmee in de begroting en meerjarenraming wordt gerekend is gebaseerd op het aantal verblijfsobjecten met woonfunctie. De gegevens worden gebaseerd op de aantallen uit de BAG-administratie. Deze gegevens worden vervolgens verhoogd/verlaagd op basis van de woningbouwplanning voor toekomstige jaren. Deze aantallen worden, daar waar dit van toepassing is, gebruikt voor de berekening van de belastingopbrengsten, legesopbrengsten en de berekening van diverse uitgaven- en inkomstenramingen. Bij het opstellen van de ramingen en de aanlevering van informatie voor de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 wordt uitgegaan van de onderstaande aantallen.
Aantal woningen 1-1-2026 16.123 1-1-2027 16.284 1-1-2028 16.410 1-1-2029 16.590 1-1-2030 16.600
Informatieplicht Conform de vastgestelde financiële verordening Edam-Volendam (artikel 8) zijn de volgende zaken opgenomen in de uitgangspunten van de begroting: Burgemeester en wethouders beslissen niet over: • • •
•
De aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 250.000 per onderdeel met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar voor alle onderdelen bij elkaar, tenzij de raad al een exploitatie- of investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld voor de hier genoemde onderdelen. Het verstrekken van leningen groter dan € 250.000 per te verstrekken lening met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, tenzij de raad al een investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld. Het verstrekken van waarborgen of garanties met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, met uitzondering van waarborgen of garanties in het kader van de sociale woningbouw, vallende onder de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarvoor geldt een maximumbedrag van € 15.000.000 per aanvraag Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, tenzij de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen. 7