Bijlage 1 - bestemmingsplan Noorderstraat 1 - 39, Edam
Tekst van het document
4.13
Conclusie milieu- en omgevingsaspecten
De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de voorgenomen afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van het bouwplan.
DNS Planvorming BV
23/50
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
5.2
Planopzet en systematiek
Er is gekozen voor gedetailleerde bestemmingen in verband met de ligging in een beschermd stadsgezicht. Er wordt op deze wijze voldoende rechtszekerheid geboden voor een zorgvuldige inpassing en voor de omgeving.
5.3
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
5.4
Planregels
In dit bestemmingsplan komt de volgende bestemming voor: Tuin Verkeer – Verblijfsgebied Wonen Waarde – Archeologie 2 (dubbelbestemming) Waarde – Beschermd Stadsgezicht (dubbelbestemming) De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen
DNS Planvorming BV
24/50
geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a. een beschrijving van de bestemming; b. de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. De bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. c. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de bouwregels; d. (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; e. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen:
Artikel 3: Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden gesteld. Artikel 4: Verkeer – Verblijfsgebied De toekomstige parkeerkoffer en doorgang voor langzaamverkeer zijn bestemd als Verkeer Verblijfsgebied. Binnen deze bestemming zijn verkeers- en verblijfsgerelateerde functies (inclusief parkeren) toegestaan. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming is bouwen niet toegestaan. Artikel 5: Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen. De woningen worden binnen de bouwvlakken gebouwd. Binnen de bouwvlakken is een maximum aantal woningen en de maximum goot- en bouwhoogte aangeduid. De maximum goot- en bouwhoogte bedraagt 5,9 meter respectievelijk 7,6 meter. Ten aanzien van het bouwen van de woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels geformuleerd. Een aan huis verbonden beroep of bedrijf is onder voorwaarden bij recht mogelijk.
Artikel 6: Waarde – Archeologie 2 (dubbelbestemming) Met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 zijn de mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond beschermd. Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,40 m geldt een vergunningsplicht. Bij ditzelfde oppervlakte geldt ook voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een vergunningplicht. Artikel 7: Waarde – Beschermd Stadsgezicht De historische kern van Edam is op 23 augustus 1977 aangewezen als van rijkswege beschermd stadsgezicht. De juridisch-planologische bescherming van het beschermd Stadsgezicht vindt plaats langs twee wegen. In de eerste plaats zijn gedetailleerde bestemmingen opgenomen. In de tweede plaats is voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht' opgenomen. Centraal staat de regel dat slechts mag worden gebouwd met inachtneming van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden. Deze waarden zijn beschreven in het als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen aanwijzingsbesluit van 23 augustus 1977.
DNS Planvorming BV
25/50
Tenslotte kent de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht' een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Dergelijke werkzaamheden zijn alleen toegestaan als ze geen afbreuk doen aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden die in deze toelichting zijn beschreven. Hieronder vallen bijvoorbeeld het (nieuw) aanbrengen van straatwerk of het herbestraten van de openbare ruimte, het herinrichten of wijzigen van de oevers en het aanbrengen of wijzigen van niveauverschillen. Hoofdstuk 2 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.
Artikel 8: Anti-dubbeltelregel Op grond van de anti-dubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 9: Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is bepaald dat plaatselijke verhogingen of overschrijdingen in bepaalde gevallen en onder voorwaarden mogelijk zijn. Tevens zijn regels opgenomen over ondergronds bouwen, dakkapellen en zonnecollectoren. Artikel 10: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is opgenomen welk gebruik in ieder geval in strijd is met het onderhavige bestemmingsplan. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen op basis waarvan moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Artikel 11: Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels zijn diverse flexibiliteitsbepalingen opgenomen, onder meer ten aanzien van collectoren voor warmteopwekking, dakkapellen en het samenvoegen van woningen. Artikel 12: Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor kleine overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.
Artikel 13: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan. Artikel 14: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.5
Handhaafbaarheid
Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan ‘Noorderstraat 1-39, Edam’, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels.
DNS Planvorming BV
26/50
Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: voldoende kenbaarheid geven aan het plan; voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; inzichtelijke en realistische regeling; handhavingsbeleid.
DNS Planvorming BV
27/50
6
Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de initiatiefnemer (Wooncompagnie) en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeenkomst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
DNS Planvorming BV
28/50
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
De omwonenden zijn door Wooncompagnie over het plan geïnformeerd tijdens twee inloopmiddagen op 17 oktober 2022 en 27 maart 2023. Hierin is ook de Vereniging Oud-Edam meegenomen, waar een positieve reactie van is ontvangen. Huidige bewoners zijn al eerder over plannen geïnformeerd. Hier is door Wooncompagnie een sociaal plan voor opgesteld. Verder zijn er nieuwsbrieven verstuurd aan de bewoners en omwonenden. Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is op 21 september 2023 een advies van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ontvangen. Dit advies is verwerkt in paragraaf 4.1. Zowel de provincie Noord-Holland als de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan.
7.2
Procedure bestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 22 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Omdat de coördinatieregeling is toegepast heeft tegelijkertijd ook de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zowel mondeling als schriftelijk een zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning naar voren te brengen. Er is één zienswijze ingediend. In de Nota van beantwoording, die als bijlage bij dit bestemmingsplan is opgenomen, is de zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Na een beroepstermijn van zes weken na publicatie van het vastgestelde plan treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij conform artikel 8.4 Wro een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
DNS Planvorming BV
29/50
REGELS
DNS Planvorming BV
30/50
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan ‘Noorderstraat 1-39, Edam’ met identificatienummer NL.IMRO.0385.BPNOORDERSTR1TOT39-vg01 van de gemeente Edam-Volendam. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan-huis-verbonden bedrijf
het verlenen van diensten of het op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende bouwwerken past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate blijft behouden. Hieronder mede begrepen consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten; 1.6
aan-huis-verbonden beroep
de uitoefening van een (vrij) beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend, waaronder niet begrepen de uitoefening van horeca en detailhandel of consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten; 1.7
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8
balkon
open uitbouw met balustrade aan een verdieping van een gebouw; 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10
bedrijf
een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen;
DNS Planvorming BV
31/50
1.11
bed & breakfast
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, welke ondergeschikt is aan de hoofdbestemming. 1.12
bestaand
a. ten aanzien van bouwwerken, een bouwwerk dat: 1. ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bestaat of in uitvoering is; 2. na het in lid 1 genoemde tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend. b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15
bijbehorend bouwwerk
een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel. 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.21
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.22
consumentenverzorgende bedrijfsactiviteiten
het bedrijfsmatig verrichten van diensten gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang in de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend;
DNS Planvorming BV
32/50
1.23
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied; 1.24
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan voor consumptie ter plaatse en anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voorzover de bestemming deze die inrichting niet verbiedt; 1.26
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27
hoofdgebouw
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.28
maaiveld
de hoogte van het bouwperceel ter plaatse, dan wel; de hoogte van het afgewerkte bouwperceel ter plaatse na het verlenen van een omgevingsvergunning; 1.29
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.30
ondergronds bouwen
bouwen onder het maaiveld met minimaal 0,5 m; 1.31
peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; 1.32
prostitutiebedrijf
Een bedrijf, waarin het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding als beroep wordt uitgeoefend. 1.33
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen is een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
DNS Planvorming BV
33/50
1.34
woning
een gebouw bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
DNS Planvorming BV
34/50
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen (waaronder trapgevels en andere topgevelelementen), gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, erkers en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen: a. voor gevelversieringen niet meer dan 0,75 m bedraagt; b. voor balkons en erkers niet meer dan 1,5 m bedraagt; c. voor overige ondergeschikte bouwdelen niet meer dan 0,5 m bedraagt.
DNS Planvorming BV
35/50
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende bestemming gelegen hoofdgebouwen; met de daarbij behorende, b. erven en terreinen; c. parkeervoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan: a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen; b. 5 m voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van nutsvoorzieningen; c. 5 m voor antenne-installaties op bouwwerken, niet zijnde schotelantennes; d. 6 m voor vlaggenmasten; e. 1,2 m voor balkon- en dakterrashekken; f. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
DNS Planvorming BV
36/50
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf en verplaatsing; b. wegen, (fiets)paden en straten met een functie voor zowel het verkeer met een doorgaand karakter als voor de ontsluiting van aanliggende gronden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. water, bruggen/brugconstructies en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. kunstwerken; i. reclame-uitingen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan: a. 4 m voor speelvoorzieningen; b. 2,5 m voor fietsenstallingen; c. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
DNS Planvorming BV
37/50
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep en/of uitoefening van een bed & breakfast; met de daarbij behorende, b. wegen en paden; c. tuinen, erven en terreinen; d. groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2
Hoofdgebouwen
a. hoofdgebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; b. hoofdgebouwen worden gebouwd in de naar de weg gekeerde bouwgrens; c. per bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; d. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. ondergronds bouwen is niet toegestaan. 5.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het achtererfgebied; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 50% van het achtererfgebied met een maximum van 40 m²; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 m; e. de breedte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 50% van de gevelbreedte van het hoofdgebouw. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels ten aanzien van de bouwhoogten, die niet meer mag bedragen dan: a. 1 m voor erfafscheidingen, voor zover gelegen buiten het achtererfgebied; b. 2 m voor erfafscheidingen, voor zover gelegen in het achtererfgebied; c. 5 m voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van nutsvoorzieningen; d. 5 m voor antenne-installaties op bouwwerken, niet zijnde schotelantennes; e. 6 m voor vlaggenmasten; f. 1,2 m voor balkon- en dakterrashekken; g. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
DNS Planvorming BV
38/50
5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde onder 5.2.3 onder b voor een gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak van maximaal 50 m², mits het percentage van 50% niet wordt overschreden; b. het bepaalde onder 5.2.3 onder e voor het bouwen tot over de volle gevelbreedte van het hoofdgebouw, mits: 1. de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende, ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast; 2. de Welstands- en Monumentencommissie vooraf om advies is gevraagd. 5.4
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 5.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven is niet toegestaan; b. de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: 1. de vloeroppervlak voor aan-huis-verbonden beroepen in de woning en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20 m²; 2. horeca-activiteiten zijn niet toegestaan; 3. detailhandelsactiviteiten zijn niet toegestaan, met uitzondering van een beperkte verkoop van aan het beroep gerelateerde producten en ondergeschikt aan de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep; 4. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat diegene die de activiteiten in de woning of in een bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens een in de Gemeentelijke Basisadministratie ingeschreven bewoner van de woning is; 5. reclame-uitingen zijn niet toegestaan. c. de uitoefening van een bed & breakfast is uitsluitend binnen het hoofdgebouw toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: 1. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; 2. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is en geen personeel in dienst heeft; 3. de kamers mogen niet als zelfstandige wooneenheid functioneren; 4.
maximaal 45% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw mag ten behoeve van een bed and breakfast in gebruik zijn; 5. bed & breakfast mag aan maximaal 10 personen worden aangeboden; 6. er mogen geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon-en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan; 7. het gebruik is recreatief, met dien verstande dat permanente bewoning, en het huisvesten van arbeiders voor tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid niet is toegestaan; 8. er mogen geen andere horeca-activiteiten plaatsvinden dan het verstrekken van logies en ontbijt. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.4 voor: a. de uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf, met inachtneming van de volgende regels: 1. de vloeroppervlak van een aan-huis-verbonden bedrijf in de woning en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20 m²; 2. de woonfunctie als hoofddoel en primaire functie gehandhaafd blijft; 3. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; 4. horeca-activiteiten zijn niet toegestaan; 5. detailhandelsactiviteiten zijn niet toegestaan, met uitzondering van een beperkte verkoop van aan het bedrijf gerelateerde producten en ondergeschikt aan de uitoefening van het aan-huis-verbonden bedrijf;
DNS Planvorming BV
39/50
6. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat diegene die de activiteit in de woning of in een bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens een in de Gemeentelijke Basisadministratie ingeschreven bewoner van de woning is en geen personeel in dienst heeft; 7. het gebruik mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige toename van de parkeerdruk op de openbare ruimte. 8. bedrijfsactiviteiten die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van de Wabo of andere milieuwetgeving zijn niet toegestaan; 9. er vindt slechts een beperkt cliëntenbezoek aan huis plaats; 10. reclame-uitingen zijn niet toegestaan. b. de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen tot een maximale vloeroppervlak van 35 m², met inachtneming van de volgende regels: 1. de woonfunctie als hoofddoel en primaire functie gehandhaafd blijft; 2. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; 3. horeca-activiteiten zijn niet toegestaan; 4. detailhandelsactiviteiten zijn niet toegestaan, met uitzondering van een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep; 5.
het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat de hoofdbeoefenaar die de activiteit in de woning of in een bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens een in de Gemeentelijke Basisadministratie ingeschreven bewoner van de woning is; 6. het gebruik mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige toename van de parkeerdruk op de openbare ruimte. 7. het gebruik dient vanuit milieuhygiënisch oogpunt inpasbaar te zijn; 8. er vindt slechts een beperkt cliëntenbezoek aan huis plaats; 9. reclame-uitingen zijn niet toegestaan.
DNS Planvorming BV
40/50
Artikel 6
6.1
Waarde – Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) – mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1 mag ten behoeve van de andere bestemmingen, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien de bouwactiviteit betreft: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder het peil niet wordt vergroot; b. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,40 meter onder peil; c. een bouwwerk met een oppervlakte van maximaal 50 m² en een niet grotere diepte dan 0,40 meter onder peil; d. een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m² en met graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,40 meter onder peil, mits: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en 2.
de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden geschaad, met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade, aan de vergunning de volgende verplichtingen kunnen worden gebonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.2.2
Bouwverbod
Indien uit het onder lid 6.2.1 onder d onder 1 bedoelde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 6.2.1 onder d onder 2 genoemde verplichtingen veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 6.3.1
Verboden werken en werkzaamheden
Het is verboden, behoudens het bepaalde in lid 6.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 50 m² of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,40 meter onder peil, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,40 meter onder peil; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,40 meter onder peil; d. het verlagen van het waterpeil;
DNS Planvorming BV
41/50
e. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; g. het ophogen en egaliseren van gronden. 6.3.2
Toegestane werken en werkzaamheden
Het in lid 6.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.2; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; d. gelegen binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van de vaststelling van het plan. 6.3.3
Toetsingscriterium bij vergunningverlening
De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in lid 6.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a. die werken of werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan, niet zullen leiden tot een verstoring van één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en; b. vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 6.3.4
Voorwaarden vergunning
Voor zover de in lid 6.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende verplichtingen wordt verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de bestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van de archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
DNS Planvorming BV
42/50
Artikel 7 7.1
Waarde - Beschermd Stadsgezicht
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde – Beschermd Stadsgezicht' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud, herstel en de uitbouw van de in de toelichting en het daarbij behorende aanwijzingsbesluit aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 7.2.1
Verboden werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 7.1 bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem met meer dan 30 cm; b. het aanleggen, verbreden, herprofileren, verleggen en verharden van wegen en paden; c. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 7.2.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 7.2.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. voor zover ze betrekking hebben op het slopen van gebouwen: ze dienen ter uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend. 7.2.3
Adviesprocedure
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 7.2.1 wordt uitsluitend verleend indien: a. de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende, ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast; b. de Welstands- en Monumentencommissie vooraf om advies is gevraagd.
DNS Planvorming BV
43/50
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
44/50
Artikel 9
Algemene bouwregels
a. De bouwhoogte van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, luchtbehandelingkasten, liftkokers, lichtkappen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen bedraagt ten hoogste 2 m ten opzichte van de voor het betreffende perceel geldende maatvoering. b. De grenzen van het bouw- c.q. bestemmingsvlak mogen naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, mits de bouwgrens met niet meer dan 0,50 m wordt overschreden. 3. kozijnen, mits de bouwgrens met niet meer dan 0,25 m wordt overschreden. c. Ondergronds bouwen is niet toegestaan. d. Dakkapellen zijn uitsluitend toegestaan op hoofdgebouwen tot een maximale gezamenlijke breedte van 40% van het dakvlak. e. Collectoren voor warmteopwekking en/of panelen voor elektriciteitsopwekking zijn niet toegestaan.
DNS Planvorming BV
45/50
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; b. de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen; c. het storten van puin en afvalstoffen; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen, escortbedrijf en sekswinkel; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van smart- en growshops of als groothandel in smart- en growproducten. 10.2
Parkeren
10.2.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of wijzigen van het gebruik voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de minimale parkeerkencijfers van de bandbreedte voor matig stedelijke gebieden als bedoeld in CROW-publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren – Parkeerkencijfers 2018’ of diens opvolger. b. Bij een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde onder a indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, er een bijzonder gemeentelijk belang mee is gemoeid of op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 10.2.2 Verboden werken en werkzaamheden a. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; b. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde sub a: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2.
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 10.2.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd lid 10.2 te wijzigen indien de gemeenteraad een eigen gemeentelijke parkeernormering vaststelt.
DNS Planvorming BV
46/50
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
In afwijking van de desbetreffende regels van het plan kan het bevoegd gezag omgevingsvergunning verlenen voor: a. afwijkingen van maten met ten hoogste 10%, voor zover zulks van belang is voor de technische realisering van bouwwerken in aansluiting op bestaande bouwwerken; b. afwijkingen van de maximale goothoogte, waarbij de maximale goothoogte niet meer mag bedragen dan de ter plaatse geldende maximale bouwhoogte; c. het toestaan van horecaterrassen, mits: 1. geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden plaatsvindt, en; 2. op basis van de APV een terrasvergunning kan worden verleend. d. de bouw van een vluchttrap ter voldoening aan de minimale eisen met betrekking tot brandveiligheid, veiligheid en bruikbaarheid; e. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; f. de bouw van voorzieningen voor telecommunicatie, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 40 m; g. de bouw van collectoren en/of panelen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
de collector en/of het paneel wordt uitsluitend in of direct binnen het dakvlak geplaatst; 2. de collector en/of het paneel mag niet minder dan 0,5 meter uit de nok komen; 3. de collector en/of het paneel mag niet minder dan 0,5 meter van een zijkant van het dak komen; 4. bij meerdere exemplaren op een doorgaand dakvlak dienen de collectoren en/of de panelen volgens een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn te worden geplaatst; 5. in geval van een schuin dakvlak dient de hellingshoek van de collector en/of het paneel gelijk te zijn aan de hellingshoek van het dakvlak; 6. in geval van een plat dak mag de hoogte van de collector en/of het paneel niet meer bedragen dan de korte afstand van die collector en/of dat paneel tot een zijkant van het dak; h. het samenvoegen van maximaal twee woningen tot één woning mits: 1. de woonfunctie als hoofddoel en primaire functie gehandhaafd blijft; 2. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; 3. de bestaande verschijningsvorm en daarmee de kleinschaligheid blijft behouden; 4. het is niet toegestaan af te wijken van de bouwregels ingevolge het bepaalde onder a t/m g, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
DNS Planvorming BV
47/50
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
DNS Planvorming BV
48/50
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 13 13.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.1
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV
49/50
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Noorderstraat 1-39, Edam’.
DNS Planvorming BV
50/50
35
Bijlagen toelichting
"Noorderstraat 1-39, Edam" (vastgesteld)
36
Bijlage 1 Watertoets
"Noorderstraat 1-39, Edam" (vastgesteld)
Aanvraagformulier
Korte procedure in Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Algemene informatie Aanvraag gestart Aanvraag ingediend Aanvraagnummer Bevoegd gezag E-mailadres Naam aanvraag
05-06-2023 15:17 05-06-2023 15:22 00013736 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier info@dnsplanvorming.nl Korte procedure
Op basis van onderstaande locatie
05-06-2023 15:22
1
Aanvraagformulier
Vragen en antwoorden uit de aanvraag Wat is de naam van het plan waarvoor u een advies aanvraagt?
Noorderstraat 1-39 Edam
Gaat u de aanvraag voor u zelf of namens een ander doen?
namens mijzelf
Wat is de bedrijfsnaam?
DNS Planvorming
Wie is de contactpersoon?
R. Dekker
Wat is het telefoonnummer van de contactpersoon?
0624925791
Wat is het e-mailadres van de contactpersoon?
dekker@dnsplanvorming.nl
Omschrijving van het plan
Sloop 20 rijwoningen. Nieuwbouw 24 benedenbovenwoningen + 4 eensgezinswoningen.
Wij verzoeken u zoveel mogelijk informatie over het plan toe te voegen (bijvoorbeeld een situatietekening). Wilt u een bestand uploaden?
Ja
Upload hier extra gegevens van uw plan, bijvoorbeeld een tekening of uitgebreide planbeschrijving
bestandsnaam: 20HB0026-WT-002-XX-230515NIEUWE SITUATIE WATERTOETS.pdf
Wilt u nog een document toevoegen?
Ja
Upload hier extra gegevens van uw plan
bestandsnaam: 20HB0026-WATERTOETS-230515.pdf
Wilt u nog een document toevoegen?
Ja
Upload hier extra gegevens van uw plan
bestandsnaam: 20HB0026-WT-001-XX-230515BESTAANDE SITUATIE WATERTOETS.pdf
Wilt u nog een document toevoegen?
Nee
Adres plangebied
huisnummer: 1, huisletter: , huisnummertoevoeging: , postcode: 1135TN, straatnaam: Noorderstraat, woonplaats: Edam
05-06-2023 15:22
2
Aanvraagformulier
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. korte procedure Wat moet ik doen? Uw plan heeft een beperkte invloed op het watersysteem en/of afvalwaterketen welke ondervangen kan worden met standaard maatregelen. Deze maatregelen vindt u in de gegeven deeladviezen die u in de ruimtelijke onderbouwing van het plan kunt verwerken. U hoeft dan verder geen contact met ons op te nemen met betrekking tot de watertoets. Mochten er desondanks vragen zijn dan kunt u op onze watertoetspagina een link vinden naar de gebiedsindeling van onze regioadviseurs en rechtstreeks contact opnemen met één van hen. (https://www.hhnk.nl/watertoets/) U kunt ook met ons algemene nummer bellen (072-582 8282) en vragen naar de regioadviseur voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt.
Gebruik alstublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om uw aanvraag voor een digitale watertoets daadwerkelijk naar het hoogheemraadschap te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd.
05-06-2023 15:22
3
Aanvraagformulier 2. Advies verharding en compenserende maatregelen 0-800 Wat moet ik doen? Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen getroffen te worden
05-06-2023 15:22
4
Aanvraagformulier 3. Waterkwaliteit en riolering (niet gemengd stelsel zd opw) Wat moet ik doen? In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage.
05-06-2023 15:22
5
Aanvraagformulier 4. Geen verontreininging Wat moet ik doen? U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen.
05-06-2023 15:22
6
43
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
"Noorderstraat 1-39, Edam" (vastgesteld)
PROJECT 37534 VERKENNEND BODEMONDERZOEK NOORDERSTRAAT 1 T/M 39 TE EDAM
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 37534
Titel
Verkennend bodemonderzoek Noorderstraat 1 t/m 39 te Edam
Projectleider
Dhr. ing. M.J. Hoedjes
Adviseur
Mevr. M.G.H. Bonnie, MSc.
Datum rapport
7 februari 2023 – versie 1 24 februari 2023 – versie 2 29 augustus 2023 – versie 3
Opdrachtgever
Wooncompagnie Geldelozeweg 41 1625 NW Hoorn
Contactpersoon
Dhr. J. Berghout
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 37534
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet
1 1 1 1 2 3
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
3 3 4 4 4
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater
5 5 7
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
7
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 37534
INLEIDING EN DOEL Door Wooncompagnie is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de percelen aan de Noorderstraat 1 t/m 39 te Edam. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw). Men is voornemens om de bestaande woningen te slopen en nieuwe woningen te realiseren. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming (wonen met tuin). Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de vigerende versie van de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).
2
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend onder kadastrale gemeente Edam, sectie A, nummers: 4184 en 4046. De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 132,5 en 503,0. De percelen hebben een oppervlakte van 3.050 m². De onderzoekslocatie bestaat uit een twintigtal woningen en de omringende tuinen. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Huidige situatie Op de locatie zijn twintig woningen met een voor- en achtertuin aanwezig. De woningen zijn gelegen in een woonwijk buiten het centrum van Edam. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2.3
Historie tot op heden Voor de gegevens zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - omgevingsdienst IJmond - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl - Intern archief Grondslag - terreininspectie (plaatsgevonden ten tijde van het veldwerk op 18 januari 2023)
Project 37534
2
Voorheen had de locatie een agrarische bestemming (weiland). De huidige woningen dateren uit eind jaren ’50 en begin jaren ’60. Tijdens de ontwikkeling van het plangebied zijn enkele sloten gedempt. Het uitgangspunt is dat dit met gebiedseigen grond is gebeurd. Bij de omgevingsdienst IJmond zijn geen historische vergunningen in het kader van de Hinderwet of de Wet Milieubeheer aanwezig. Ook in het register van de KvK zijn geen vermeldingen bekend van potentiële bodemverontreinigende bedrijven. Er zijn bij de omgevingsdienst geen boven- of ondergrondse brandstoftanks bekend. Volgens informatie van de opdrachtgever zijn ter plaatse van of nabij de onderzoekslocatie geen vloeibare brandstoffen toegepast of opgeslagen. Er zijn geen motorvoertuigen onderhouden en/of gerepareerd. Er zijn op het perceel, voor ontsmettingsmiddelen gebruikt.
zover
bekend,
geen
bestrijdingsmiddelen en/of
Voor zover bekend zijn er op de locatie in het verleden geen bedrijven aanwezig geweest die asbesthoudende producten, apparaten of voorwerpen vervaardigden en/of verwerkten. Op de locatie zijn in de gebouwen mogelijk asbesthoudend materiaal verwerkt. Omdat de asbesthoudende toepassingen inpandig zijn verwerkt en er geen aanleiding is te verwachten dat de asbesthoudende materialen op de locatie zijn verzaagd, geldt er geen verdenking voor een asbestverontreiniging van de bodem. Zover bekend is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de omgeving zijn wel enkele onderzoeken bekend. Bij deze onderzoeken worden lichte tot sterke verhogingen aan enkele zware metalen aangetoond in zowel de boven- als ondergrond. In het grondwater worden hoofdzakelijk lichte verhogingen aangetoond. Bodemkwaliteitskaart De locatie bevindt zich binnen zone B2 (bovengrond) en O1 (ondergrond) van de Bodemkwaliteitskaart van de Regio Waterland.
In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor barium, cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, nikkel, minerale olie en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. Voor PAK wordt de tussenwaarde overschreden. Voor koper, lood en zink wordt de interventiewaarde overschreden. In de ondergrond (0,50-2,00 m-mv) overschrijdt de 95-percentielwaarde voor barium, cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, nikkel, PAK en minerale olie de (generieke) achtergrondwaarde. Voor koper, lood en zink wordt de interventiewaarde overschreden. 2.4
Toekomstige situatie De huidige woningen worden gesloopt ten behoeve van een nieuw te bouwen woningen. De bestemming blijft ‘wonen met tuin’.
3
2.5
Project 37534
Hypothese en onderzoeksopzet Gezien de gegevens van de bodemkwaliteitskaart kunnen matige tot sterke verhogingen aan zware metalen en/of PAK worden verwacht. De locatie wordt derhalve aangemerkt als verdacht voor het voorkomen van deze parameters. Voor het voorkomen van andere verontreinigingen wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als onverdacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige heterogeen verdachte locatie (VEDHE-NL)" van de NEN 5740. De boringen worden in de voor- en achtertuinen van de woningen verricht. Om te verifiëren of de slootdempingen zijn gedempt met gebiedseigen grond wordt in een slootdemping een boorraai verricht door middel van drie boringen tot 2,0 m-mv. De meest verdachte boring wordt bemonsterd. Asbest Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen verdenking op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest. Er wordt geen asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. Tijdens het veldwerk wordt visueel wel gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse.
Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering Het verrichten van de boringen en het plaatsen van de peilbuis heeft plaatsgevonden op 18 januari 2023 onder leiding van boormeester dhr. J.N.M. Manshanden. Het grondwater is op 30 januari 2023 bemonsterd door eveneens dhr. J.N.M. Manshanden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn 18 boringen verricht (nrs. 01 t/m 04, 04.1, 04.2 en 05 t/m 16). De boringen zijn verspreid in de voor- of achtertuinen verricht. Boring 01 is voorzien van een peilbuis. De boringen 04, 04.1 en 04.2 zijn ter plaatse van de slootdemping verricht. De ligging van de boringen en de peilbuis is weergegeven in bijlage I. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. De boringen 02 t/m 04, 04.1 en 04.2 zijn doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m-mv. Peilbuis 01 is verricht tot een diepte van circa 3,0 m-mv.