BIJLAGE_1_Ambitiedocument_Omgevingswet_20180703.pdf
Tekst van het document
Ambitiedocument Omgevingswet
Versie juni 2018
Implementatie Omgevingswet •
Foto voorzijde van Molen De Breek Bron met expliciete toestemming: facebook.com/edamdroned – van ‘EDAM Droned en zo’
Opgesteld door kernteam Omgevingswet: Sandra Vink, Marjolein Smit, Gerhard Benjamins, Niels Jonk, In samenwerking met MasterMeester. Stuurgroep: Wethouder Runderkamp Wethouder Koning Loco-gemeentesecretaris Marijke Bekkenkamp Afdelingshoofd RO Stefan Steur Afdelingshoofd Samenleving Freek Clabbers Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders Vastgesteld door de gemeenteraad van Edam-Volendam
1
d.d. 03-07-18 d.d. XX-XX-XX
Implementatie Omgevingswet Inhoudsopgave 0. Bestuurlijke samenvatting 1. Inleiding 2. Landelijke ambities en Omgevingswet op hoofdlijnen 3. Provincie Noord-Holland en regio Zaanstreek-Waterland 4. Regionale ambities en samenwerking 5. De lokale ambities – wat zijn onze opgaven? 6. Vier mogelijke ambitieniveaus 7. Impact van invoering van de Omgevingswet voor de gemeente, de lokale opgave 8. Rol van de Raad 9. Procesaanpak op hoofdlijnen 10. Risico’s
2
Implementatie Omgevingswet 0. Bestuurlijke Samenvatting De stip op de horizon De dienstverlening van gemeente Edam-Volendam wordt naar een hoger plan getild. Deze doelstelling is opgenomen in het coalitieakkoord en is uitgewerkt in het programmaplan en programma ‘Gewoon Goed’. De Rijksoverheid voert de Omgevingswet in en heeft daarmee hetzelfde doel, een eenvoudig betere dienstverlening. Om het implementatieproces van de Omgevingswet goed te laten verlopen worden in de eerste fase ambities vastgesteld die passend zijn bij de organisatie. De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2021 in werking, er ligt een opgave op gebied van dienstverlening, die doorwerkt in het instrumentarium van het fysieke domein, de interne werkprocessen en de samenwerking met bewoners, ondernemers, gezondheids- en omgevingsdiensten en partneroverheden als buurgemeenten en de provincie. De ambities hangen samen met alle lopende organisatieontwikkelingen, reikend van het sociaal domein tot digitalisering. Vastgestelde strategische uitgangspunten van onze organisatie zijn gebruikt om passende ambities voor te stellen voor dit implementatieproces. De kernwaarden van de organisatie liggen in nauw verband met de doelstellingen die het ministerie heeft met de Omgevingswet.
Lokale opgaven worden uitgewerkt om de ambities van EdamVolendam met deze doelstellingen te bereiken: Kernwaarden Verbinden Leiderschap Wendbaar Vertrouwen
Verbeterdoelen Omgevingswet Integrale besluitvorming Snellere en betere besluitvorming Bestuurlijke afwegingsruimte Transparant en voorspelbaar
Lokale Opgave Participatie Uitnodigingsplanologie & kaderstelling Maatwerk Processen en communicatie
Ambities Edam-Volendam Dienstverlening met deze doelstellingen vergt een ingrijpende verandering. Wij stellen het perspectief van de burger centraal. Deze opgaven zijn op veel onderdelen meer dan alleen een aanpassing op de huidige organisatie. Er wordt gesproken van een cultuurverandering, een digitaliseringstraject, en er wordt gewerkt aan een omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan. Met een interne participatieronde (ambtelijk, management, college en gemeenteraad) zijn de ambities gepeild en vertaald naar de lokale opgave (zie voor de uitwerking hiervan de bijlage). In dit ambitiedocument worden de opgehaalde ambities teruggekoppeld en vindt hierover besluitvorming plaats. Kwadrantenmodel implementatiestrategieën VNG De ambities voor Edam-Volendam worden vertaald in het kwadrantenmodel van de VNG, dit biedt een instrument om het verdere proces mee te doorlopen, en biedt een gespreksmodel voor gemeenten, provincies en ketenpartners. De kwadranten stellen implementatiestrategieën voor, variërend op de mate van externe focus, en de mate van verandering in werkproces: consoliderend, calculerend, onderscheidend of vernieuwend. De voorgestelde ambities zijn volgens het model van de VNG de meest passende keuzes, gelet op de hiervoor genoemde doelstellingen van onze organisatie.
Voor verschillende opgaven passen verschillende strategieën in Edam-Volendam het beste, hoewel de ambitie voor een vernieuwde, moderne en hoogwaardige dienstverlening voor iedere opgave hetzelfde is.
3
Implementatie Omgevingswet Voorgesteld wordt de volgende ambities vast te stellen, en daarmee de koers te bepalen voor de implementatie van de Omgevingswet voor Edam-Volendam: - Participatie: Vernieuwend, wij richten ons op de buitenwereld, op wat er leeft in en buiten de gemeente en ontwikkelen nieuw beleid en werkprocessen om daarmee een zo goed mogelijke service te kunnen verlenen op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het doel is het vertrouwen van de burger te krijgen, en samen te denken, doen en werken bij initiatieven. - Maatwerk: Vernieuwend, het leveren van maatwerk gericht op het gebied waar een bepaalde ontwikkeling zich voordoet heeft een zeer sterke externe focus en is een grote verandering voor de gemeente Edam-Volendam. We richten ons daarbij op het afwegen van belangen, zowel in specifieke gevallen, als in de context van het gebied, in plaats van te toetsen aan universeel beleid en regelgeving. Ongelijke gevallen worden ook ongelijk behandeld. We zijn wendbaar en vooruitstrevend zonder zeer grootschalige experimenten, dus passen we onze instrumenten aan en bieden handvatten om de bestuurlijke afwegingsruimte in te vullen. - Uitnodigingsplanologie en kaderstelling: Vernieuwend, het werken met uitnodigingsplanologie betekent een veranderende rol van de gemeente.
De gemeente zal werken vanuit een heldere visie en vooraf duidelijke kaders stellen, vanuit het algemeen belang. De uitwerking wordt overgelaten aan de inwoners en ontwikkelaars. Dit is een grote verandering ten aanzien van onze lokale cultuur. De organisatie werkt steeds meer volgens dit principe en zal dit per gebied/locatie verder toepassen. - Processen en communicatie: Calculerend, het verbeteren van de werkprocessen is voornamelijk een interne klus, met als doel de transparantie en het vertrouwen van de buitenwereld te vergroten. Betrokkenen als inwoners, ondernemers, ketenpartners en gemeente zijn en worden onderdeel van een goed proces waarbij helder gecommuniceerd wordt. Processen worden ontworpen vanuit een ander paradigma. Het gaat niet om hoe de overheid het wil (systeemdenken), maar om het optimaliseren vanuit het perspectief van inwoners en ondernemers. Hun beleving moet centraal staan, willen we er in slagen de transparantie en het vertrouwen te vergroten. Rol van de gemeenteraad Dienstverlening staat voorop bij het implementatieproces. Dat leidt tot een opgave ten aanzien van organisatieontwikkeling. De gemeenteraad stelt de doelstellingen en ambities vast en heeft een rol waar het gaat om het vaststellen van beleid (op basis van belangen en criteria) en regelgeving, welke ruimte biedt voor maatwerk en onderscheid.
In samenwerking met de gemeenteraad wordt invulling gegeven aan het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie. Dit zijn zaken die zich in de jaren tot in werking treden van de wet gaan voordoen, en ook in de overgangstermijn tot uiterlijk 2029 relevant blijven. De gemeenteraad krijgt een inhoudelijke rol bij de kaderstelling van de omgevingsvisie. Het gaat daarbij om de identiteit van de gemeente. Wat zijn onze waarden, wat vinden we belangrijk en vooral: wat zien wij graag in de toekomst? Een latere stap in het proces is het omgevingsplan. In dit instrument wordt de regelgeving vastgelegd voor de fysieke leefomgeving met het doel de omgevingsvisie te realiseren. De raad stelt ook hier de kaders en stelt het uiteindelijke omgevingsplan vast. Financiën Volgens het door de VNG ontwikkelde rekenmodel zou het traject van invoering van de Omgevingswet in onze organisatie grofweg 3,2 miljoen euro kosten (inclusief ambtelijke inzet). Na verwerking en het analyseren van de parallel lopende zaken met vergelijkbare doelstellingen zoals dienstverlening, ICT en organisatieontwikkeling, is de verwachting dat een bedrag van 1 miljoen euro verdeeld over de invoeringsperiode van drie jaar volstaat. 4
Implementatie Omgevingswet 1. Inleiding Voor u ligt het ambitiedocument, de ambitie van de gemeente Edam-Volendam, als het gaat om de Omgevingswet en dan – meer specifiek - de implementatie van de nieuwe wetgeving. In dit document gaat het nog niet over de inhoudelijke vertaling van de nieuwe wetgeving in het gemeentelijk instrumentarium (zoals Omgevingsplan en Omgevingsvisie), maar om de koers die we willen ‘varen’ met de gemeente met de veranderingsopgave in het fysieke domein. Doel van dit document is dat een ambitieniveau wordt vastgesteld en daarmee een koers wordt bepaald, waarmee de organisatie verder kan met het implementatieproces. Een koers, een ambitie die goed aansluit bij de organisatieontwikkeling van de gemeente, de missie en de kernwaarden en die ook past bij het karakter van de gemeente en haar inwoners. Een ambitie, die medebepalend is voor het verdere proces en keuzes, die daarin verder nog moeten worden gemaakt. Hiermee begint het bouwen van de Omgevingswet-kathedraal, waarvan we nog niet weten hoe het er precies uit gaat zien. We weten wel dat het een lang en intensief proces wordt, met stappen die goed en minder goed gaan, en waarop we ooit trots terug zullen kijken. Dit ambitiedocument is een beknopt verhaal, geen blauwdruk, maar een eerste aanzet hoe we om willen gaan met de nieuwe mogelijkheden en kansen die de wet biedt.
Dat kan zijn calculerend, consoliderend, vernieuwend of onderscheidend. De voorgestelde ambitiekeuzes worden nader toegelicht, zodat u zich een beter beeld kunt vormen, wat daaronder wordt verstaan. Uiteindelijk draait het niet alleen om de keuze(s) zelf, maar vooral om de weg daarnaar toe. Zoals voor de implementatie van de Omgevingswet zelf ook geldt: het proces van implementatie is belangrijker dan het resultaat in de vorm van een instrumentarium. Immers de Omgevingswet draait hoofdzakelijk om cultuur en verandering. Zodra de nieuwe Omgevingswet in werking treedt (nu verwacht januari 2021) moeten we daar goed op voorbereid zijn. De stelselherziening van het omgevingsrecht heeft een enorme omvang. 26 wetten worden samengevoegd tot één nieuwe Omgevingswet, 120 Algemene Maatregelen van Bestuur worden teruggebracht tot vier, van 5000 wetsartikelen naar 350. Een enorme wetstechnische operatie, die zijn vertaling moet krijgen in het gemeentelijk instrumentarium en een digitaal stelsel, maar ook vooral een stelselherziening die een cultuuromslag beoogt. Geschat wordt dat de aanpak van de cultuuraspecten van de stelselherziening 80% van de benodigde aandacht en aanpak vraagt. Het centraal stellen van de burger vraagt een andere houding van gemeentelijke organisatie en bestuur, een andere manier van werken en benadering.
Een positieve en pro-actieve benadering, “ja, mits” en niet meer: “nee, tenzij”. Een manier van werken die overigens goed aansluit bij de visie van de gemeente op het gebied van dienstverlening en past bij de huidige tijdgeest. Dit kan wel betekenen dat de gemeente niet meer alles regelt en bij sommige zaken vertrouwt op de zelfredzaamheid van bewoners en ondernemers. De gemeente heeft hoge ambities voor wat betreft de ontwikkeling van de dienstverlening en is inmiddels hard bezig de dienstverlening te moderniseren en te verbeteren onder de titel: ‘gewoon goed’. De aanpak richt zich op de klantprocessen, de aanpassingen in de publieks- en werkruimten, verbetering van applicaties en systemen en training en coaching van medewerkers. Geredeneerd vanuit de ambitie voor dienstverlening wordt betekenis gegeven aan de kernwaarden. Verbinden is de ambitie voor het maken van integrale afwegingen, het samenbrengen van verschillende beleidsvelden om het fysieke domein met de Omgevingswet niet meer sectoraal te reguleren, maar samenhangend te benaderen. Leiderschap wordt getoond door te werken met visie 5
Implementatie Omgevingswet en kaders vooraf, en daarbinnen ruimte te laten voor initiatiefnemers en ontwikkelaars. Wendbaarheid om de bestuurlijke afwegingsruimte die met de Omgevingswet ontstaat te kunnen benutten om zo maatwerk te kunnen leveren en zo gericht over initiatieven te kunnen besluiten. Vertrouwen is nodig om ruimte te geven en ruimte te nemen, sterke dienstverlening vergt een organisatie die is ingericht naar deze waarden en de ambitie van de Omgevingswet is daarop afgestemd. Dat vraagt om eerlijke, kenbare, snelle processen, vanuit het perspectief van de inwoners en ondernemers, als basis van vertrouwen. In de programmabegroting 2018 is te lezen dat de dienstverlening de komende jaren naar een hoger plan wordt getild. Digitaal is de basis, maar persoonlijke dienstverlening blijft ook bestaan en dat vanuit één loket. Het perspectief van de burger of ondernemer staat centraal. De vraag aan de gemeente is niet of iets mag, maar of we iets willen (toestaan). Samen zoeken naar mogelijkheden en coproductie wordt gaandeweg de regel. Waar ruimte ontbreekt wordt dat goed uitgelegd. Deze nieuwe manier van werken vraagt andere competenties van medewerkers en de organisatie. De ambities, die zo goed passen bij de intenties van de Omgevingswet, zijn hiermee eigenlijk al deels geformuleerd.
In dit ambitiedocument wordt ook inzichtelijk gemaakt op welke onderwerpen al uitspraken gedaan zijn over de ambities en op welke onderwerpen nog richting moet worden gegeven. De projectorganisatie Omgevingswet is volgend als het gaat om de gemeente brede organisatieontwikkeling, sluit aan op de ontwikkelingen in dit brede kader en stuurt hierin waar nodig bij. Mede de aandacht voor de cultuur maakt van dit implementatieproject Omgevingswet meer een proces of een programma, dan één project. Een project heeft een duidelijk begin en een einde, met een aanwijsbaar resultaat. Het implementatieproces van deze nieuwe wetgeving zal zich nog lang verder door ontwikkelen. Daarom herkennen we ons in de mentaliteit van de bouw van kathedralen, niemand kon in die tijd het project plannen, men wist alleen dat het megalomaan en indrukwekkend moest worden. Men wist hoe het begin eruit moest komen te zien en bouwde van daaruit verder met de logische volgende stap. In dit document geven we richting aan het implementatieproces (met nadruk op proces en nog niet de inhoud) en kunnen gezamenlijk doelen worden bepaald en bereikt. Niet met de bedoeling een blauwdruk te maken. Maar juist om ruimte te creëren na te kunnen denken over de wijze van functioneren en werken van de gemeente, de gemeentelijke organisatie, als het gaat om de fysieke leefomgeving.
Ons daarbij open te stellen voor nieuwe inzichten, nieuwe methoden en de koers en ambities waar nodig onderweg bij te stellen. En ook vooral om hiermee enthousiast aan de slag te gaan, nieuwe methoden uit te proberen (pilots) en al doende te leren en te ervaren. Context en samenhang Het ambitiedocument van de Omgevingswet moet worden gezien als document dat meerdere ambities integreert. De hierin gestelde ambities zijn een samenvatting van strategische uitgangspunten die in andere recente stukken zijn vastgesteld. Deze strategische uitgangspunten zijn vertaald naar ambities volgens het model van de VNG, dit model standaardiseert de keuzemogelijkheden voor gemeenten. De implementatie van de Omgevingswet is een organisatieontwikkeling, dat betekent dat er een grote afdeling overschrijdende opgave ligt. Dit document vertaalt uitgangspunten uit onder andere het programmaplan 2018-2022, informatiestrategie 2017-2022, het aankomende koepeldocument Sociaal Domein, de Sportnota en de Duurzaamheidsagenda. Beleid en regelgeving dat in de toekomst wordt vastgesteld zal het doel hebben de ambities in dit stuk te realiseren.
6
Implementatie Omgevingswet 2. Landelijke ambities en Omgevingswet op hoofdlijnen De uitgangspunten van de Omgevingswet zijn: Minder en overzichtelijke regels. Meer ruimte voor initiatieven. Lokaal maatwerk. Vertrouwen. Doordat er minder regels zijn en doordat deze regels overzichtelijker worden, is het wettelijke kader inzichtelijker voor burgers, ondernemers en overheden. Bovendien maakt de Omgevingswet het beheer van en de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving eenvoudiger. Om de maatschappelijke doelen te halen zijn er vier verbeterdoelen geformuleerd. De vier verbeterdoelen van de Omgevingswet zijn: De fysieke leefomgeving samenhangend benaderen. De bestuurlijke afwegingsruimte voor de fysieke leefomgeving vergroten. De inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht vergroten. De besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving versnellen en verbeteren.
Het stelsel van de Omgevingswet stelt de gebruikers centraal. Er is meer ruimte om te ondernemen en de procedures zijn korter. Dat is onder andere te zien aan: Eén vergunning, één bevoegd gezag. 'Ja, mits'-principe. Regels op één plek. Participatiemogelijkheid voor burgers aan de voorkant bij beleidsontwikkeling. Ruimte om te anticiperen. De Omgevingswet is een omvangrijke stelselherziening van het omgevingsrecht. Hieronder vallen onderwerpen als: bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur. De oude wetten zijn veelal sectoraal opgebouwd. In samenhang gezien en toegepast sluiten deze wetten niet meer goed aan bij de behoefte van deze tijd. De wetswijziging wordt wel vergeleken met de grootste wetgevingsoperatie sinds de invoering van de Grondwet in 1848. Ook wordt de 7
Implementatie Omgevingswet vergelijking gemaakt met de meer recente transitie in het sociaal domein. Het digitaal stelsel Omgevingswet is dan ook nog een uitdaging van belang. De Omgevingswet bundelt de wetgeving voor bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, water en natuur, en integreert ook de beleidsvelden van samenleving en veiligheid in het fysieke domein. De slogan van de wet is ‘eenvoudig, beter’ en dat zegt ook meteen veel over het doel van deze wetgevingsoperatie. De bedoeling is dat het omgevingsrecht makkelijker en inzichtelijker wordt, dat meer samenhang ontstaat tussen beleid, besluitvorming en regelgeving en dat besluitvorming versnelt en verbetert. Procedures worden korter, regels flexibeler en er is minder vaak een vergunning nodig. Opschuiven van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’ is iets wat in onze gemeente al langer wordt nagestreefd en wat ook in het Programmaplan 2018-2022 opnieuw nadrukkelijk naar voren komt. Het bestuur krijgt meer afwegingsruimte als het gaat om de fysieke leefomgeving. De wet introduceert een aantal nieuwe instrumenten, waarvan de eerste vier (omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en omgevingsvergunning) voor de gemeente het meest relevant zijn. De Omgevingsvisie. Dit is een integrale strategische visie op de gehele fysieke leefomgeving, het Rijk, de provincies en alle gemeenten stellen omgevingsvisies vast. Het programma.
Dit is een pakket van beleidsvoornemens en maatregelen om omgevingswaarden of doelen in de fysieke leefomgeving te bereiken en te behouden. Programma's maken de doelen van de Omgevingsvisie duidelijk en concreet. Omgevingswaarden zijn streefwaarden waarmee de strategische doelen meetbaar worden gemaakt. Het (gemeentelijk) Omgevingsplan; de decentrale regelgeving. Elk decentraal bestuursorgaan heeft een instrument waarmee het regels voor de fysieke leefomgeving kan vaststellen. Hieronder vallen: de provinciale omgevingsverordening; het gemeentelijk omgevingsplan; de waterschap verordening. De omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning is een toestemming om één of meer activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren. Algemene rijksregels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Algemene rijksregels beschermen de fysieke leefomgeving. Iedereen die een bepaalde activiteit wil uitvoeren weet dankzij deze regels vooraf wat op landelijk niveau mogelijk is en wat niet. Het (provinciaal en rijks) projectbesluit. Dit is een algemene regeling voor besluitvorming over projecten. Een projectbesluit is nodig voor ingrijpende en ingewikkelde projecten waarbij een publiek belang speelt en dat meerdere bestuursorganen overstijgt. Het gemeentelijk projectbesluit vervalt.
8
Implementatie Omgevingswet 3. Provincie Noord-Holland en regio Zaanstreek-Waterland De huidige provinciale plannen (Structuurvisie, Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, Milieubeleidsplan, Watervisie en Agenda Groen) komen te vervallen en gaan op in een integrale Omgevingsvisie voor de fysieke leefomgeving. Hiermee kan de provincie een antwoord bieden op de groeiende samenhang tussen de opgaven in de leefomgeving, nu en in de toekomst. De vastgestelde koers voor de Omgevingsvisie Noord-Holland is: balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Koers NH2050 formuleert de lange termijn ambities die in de Omgevingsvisie NH2050 verder worden uitgewerkt. Om de ambities waar te maken, hanteert de provincie het uitgangspunt 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Daarbij staat de opgave centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en het tijdspad. Altijd vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Vanuit een groot vertrouwen naar de lokale initiatiefnemers is de provincie terughoudend met het opstellen van regels. Maar als het nodig is om de balans te bewaken en te bewaren pakt de provincie haar rol. In de praktijk blijkt dat de provincie op veel onderwerpen beleid te voeren.
In de provinciale omgevingsvisie zijn uitgangspunten genoemd die de vrijheid van gemeenten beperken, naar verwachting worden deze uitgangspunten in regelgeving vertaald in de omgevingsverordening. In regio Zaanstreek-Waterland wordt gezamenlijk op verschillende niveaus de Omgevingswet verkend. Gemeenten kunnen verschillende ambities hebben op het gebied van organisatieontwikkeling, maar onze regio lijkt een bepaalde identiteit te hebben waarin veel gemeenschappelijke waarden zitten. Voor deze fase is het van belang de afstemming te zoeken en met andere gemeenten en ketenpartners te verkennen welke uitdagingen er liggen. In latere fases zullen concretere procesafspraken worden gemaakt en zal de afstemming meer inhoudelijk gestalte krijgen als het gaat over regelgeving en visie op de grensgebieden of gemeente overstijgende opgaven. 4. De lokale ambities – wat zijn onze opgaven? In het programmaplan vindt u de identiteit van de gemeente beschreven, die hier deels wordt herhaald: Edam-Volendam maakt deel uit van de metropoolregio Amsterdam. De indrukwekkende geschiedenis, de verhalen, de cultuur, de beelden, de diversiteit (eigen(w)aardigheid) op kleinschalig niveau en tegelijkertijd de gemeenschappelijkheid op een hoger niveau, bieden een prachtige schakering in kwaliteiten. Onze inwoners zijn betrokken en ondernemend. We helpen elkaar en weten van aanpakken.
Daarin schuilt de gezamenlijke kracht. Samen met inwoners, bedrijven, verenigingen, instellingen en partners bouwen we aan een gemeenschap en gemeente die bijdraagt aan ons welzijn en geluk. Verder, sportiviteit is een vanzelfsprekendheid. De basis voor alles. Sportief van het laagste tot hoogste niveau. Maar ook sportief als in het respecteren en accepteren van elkaars mening. De basis voor het tot stand laten komen van al onze ambities. Betrokkenheid en ondernemerschap zijn de belangrijkste ingrediënten voor onze ambities. De identiteit van de gemeente, de vier kernwaarden en de missie, zoals hierna beschreven, vormen de basis voor het bepalen van onze voornemens en doelstellingen. De missie van de gemeente luidt: ondernemend en betrokken. De fusie heeft een aantal zaken in gang gezet, die goed aansluiten bij de doelen van de Omgevingswet en de gewenste aandacht voor gedrag en cultuur om de dienstverlening te 9
Implementatie Omgevingswet verbeteren. In het Programmaplan 2017 – 2022 is beschreven wat de trends zijn voor de toekomst van onze gemeente en welke besturingsfilosofie daarbij hoort. De kernwaarden: verbinden, leiderschap, wendbaar en vertrouwen, vormen de basis voor het traject ‘Gewoon Goed’, dat inmiddels al in gang is gezet. Deze kernwaarden passen uitstekend bij de doelstellingen in de nieuwe Omgevingswet: integrale besluitvorming, bestuurlijke afwegingsruimte, snellere en betere besluitvorming en transparant en voorspelbaar. De gemeentelijke missie en het waardenhuis vormen de solide basis voor dit ambitiedocument, het vertrekpunt voor het bepalen van de ambities als het gaat om de implementatie van de nieuwe wetgeving met haar nieuwe instrumentarium en beoogde werkwijze. Om na het in werking treden van de Omgevingswet een dienstverlening te kunnen bieden die past bij deze doelstellingen en kernwaarden wordt een implementatieproces uitgevoerd met daaraan gekoppelde lokale opgaven. Om deze opgaven te definiëren is gesproken met de collega’s op verschillende afdelingen, met het DMO en het college van B&W en met de gemeenteraad. Alle input is beschreven in bijlage 1: de resultaten van de interactieve sessies.
Hieruit zijn de volgende lokale opgaven gekomen: Het zijn opgaven die bekend zijn, waar ook een ambitie voor bestaat die losstaat van de Omgevingswet: Participatie, Uitnodigingsplanologie en kaderstelling, en Maatwerk en Integrale processen en communicatie. Deze lokale opgaven hebben veel overlap met elkaar, en dragen bij aan alle doelstellingen en kernwaarden. Voor de structuur zijn ze ieder gekoppeld aan een doelstelling.
Kernwaarden Verbinden Leiderschap Wendbaar Vertrouwen
Verbeterdoelen Omgevingswet Integrale besluitvorming Snellere en betere besluitvorming Bestuurlijke afwegingsruimte Transparant en voorspelbaar
Lokale Opgave Participatie Uitnodigingsplanologie & kaderstelling Maatwerk Integrale processen en communicatie
In de paragrafen hierna worden de vier mogelijke invoeringsstrategieën beschreven en de voorgestelde invoeringsstrategie of ambitie voor de veranderopgaven van de wet voor onze gemeente.
5. Vier mogelijke strategieën Door de VNG worden de vier onderstaande mogelijke implementatiestrategieën beschreven, namelijk consoliderend, calculerend, onderscheidend en vernieuwend. Het ligt niet voor de hand dat een absolute keuze wordt gemaakt voor één van deze strategieën. In werkelijkheid is de ambitie voor iedere opgave om een moderne, hoogwaardige dienstverlening te kunnen realiseren, per opgave zou wel de strategie kunnen verschillen. Ook is de nuance hierbij belangrijk, wat bedoelt iemand als hij/zij vernieuwend, calculerend wil of denkt te zijn, een calculerende strategie betekent bijvoorbeeld geen lager ambitieniveau. In de paragrafen hierna wordt per opgave een korte beschrijving gegeven. Consoliderende strategie: aanpassen en interne focus Gaat uit van de huidige situatie en inventariseert welke beleidskaders aangepast moeten worden vanuit een vakinhoudelijke benadering. De huidige situatie wordt aangepast waar dat nodig is om aan de wetsvereisten te voldoen. Veranderen is geen doel op zich, wat goed werkt en past in de wet kan behouden worden.
10
Implementatie Omgevingswet Calculerende strategie: veranderen en interne focus Gaat uit van de nieuwe situatie en analyseert wat daar voor nodig is. De focus ligt op de kosten en baten die gemoeid zijn met een nieuwe manier van werken. Vervolgens kunnen keuzes gemaakt worden op basis van efficiëntie en effectiviteit. De huidige werkprocessen en instrumenten zijn er met reden en we gaan geen zaken veranderen die goed lopen. We onderzoeken wat wij intern moeten en kunnen veranderen om een goede externe dienstverlening neer te zetten en te werken naar de verbeterdoelen van de wet. Onderscheidende strategie: aanpassen en externe focus Gaat uit van de huidige situatie en kiest vervolgens voor een bepaalde gebiedsopgave. Opgave- en gebiedsgericht werken hoort bij deze strategie. Het is aan te raden een specifiek gebied te kiezen waar uw gemeente kan experimenteren (met bijvoorbeeld een Omgevingsplan) om hier vervolgens van te leren en de aanpak door te ontwikkelen. Waar een bepaald gebied om een nieuwe aanpak vraagt, worden werkwijzen aangepast. Vernieuwende strategie: veranderen en externe focus Gaat uit van een hele nieuwe situatie. Proces- en mensgericht werken hoort bij de vernieuwende strategie. Er worden geheel nieuwe processen ontwikkeld, zonder belemmeringen van bestaande werkwijzen.
Het is daarom zinvol om een proces (bijvoorbeeld en pilot) te starten om samen met externe betrokkenen te bepalen hoe de nieuwe werkwijze eruit moet komen te zien. Verken de veranderopgave gezamenlijk, focus op de mensen in het gebied en organiseer het proces om samen te werken. Bij elke opgave stellen wij ons de vraag, waarom doen we dit, kan het ook anders?
11
Implementatie Omgevingswet 6. Impact van invoering van de omgevingswet voor de gemeente, de lokale opgave. De lokale opgave bestaat dus uit de volgende elementen: • Participatie • Uitnodigingsplanologie en kaderstelling • Maatwerk • Integrale processen en communicatie Hierna zijn deze opgaven uitgewerkt en is hieraan de voor de hand liggende strategie gekoppeld. Participatie: Vernieuwend Bij participatie in het kader van de Omgevingswet is het van belang om onderscheid te maken tussen de volgende drie processen. Dit zijn verschillende participatieprocessen met elk een eigen doel, deelnemers en aanpak: Het proces van participatie bij de totstandkoming van kerninstrumenten als de Omgevingsvisie en het omgevingsplan of andere beleidsstukken: hierbij gaat het om het betrekken van bewoners en ondernemers bij een beleidsproces van de gemeente waarin een visie of plan wordt gemaakt; om ideeën op te halen of om in co-creatie de visie of het plan te ontwikkelen. Het proces van participatie om als gemeente aangesloten te zijn op initiatieven in “de energieke samenleving”: hierbij gaat het om “overheidsparticipatie”, waarbij de gemeente weet wat er leeft in de samenleving en ideeën voor initiatieven in een vroegtijdig stadium kent, zodat de gemeente kan bepalen welke rol zij daarbij wil spelen. Participatie als onderdeel van het werkproces bij de uitvoering van het Omgevingsplan c.q.
het initiatief: hierbij gaat het om het horen en zorgvuldig afwegen van de belangen van de direct betrokkenen bij het initiatief, waarbij de initiatiefnemer in eerste instantie verantwoordelijk is voor een zorgvuldig proces. Het gemeentebestuur heeft zich in het Programmaplan 2017 al uitvoerig uitgesproken over de participatievisie, waarbij de ambitie is samengevat als meedoen & samenwerken. De gemeente wil de samenleving beter betrekken bij het maken en uitvoeren van beleid dan (vergelijking met de status quo anno 2016) het geval is. Het is de wens van het gemeentebestuur dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties meedenken of reageren op voorstellen van de gemeente, maar de gemeente wil meer dan dat. Een actieve rol van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in het realiseren van voorstellen: meedoen. Het streven is uiteindelijk gericht op coproduceren, wat inhoudt dat ambities samen met partners worden ontwikkeld en gerealiseerd. Een ambitie die zich alleen maar laat samenvatten als vernieuwend. Daarbij wil de gemeente samenwerken vanuit vertrouwen. Vertrouwen geven betekent loslaten en duidelijk zijn over verwachtingen, doelen en rollen. Duidelijk zijn, vooraf en ook aangeven wanneer samenwerking of betrekken niet aan de orde zijn, bijvoorbeeld als de wet geen ruimte laat voor lokale invulling.
De gemeente heeft met participatie het doel om het algemeen belang te behartigen, met het bewustzijn dat daarmee niet altijd alle wensen kunnen worden waargemaakt. Het streven is om initiatieven en ontwikkelingen mogelijk te maken die doelen dienen die in de omgevingsvisie worden geformuleerd, of anderzijds helder te communiceren waarom iets niet mogelijk is. 12
Implementatie Omgevingswet De ambitie voor deze vernieuwende vorm van participatie wordt inmiddels geïntroduceerd, lerend van de eigen ervaringen en die van onze maatschappelijke partners. De gemeente heeft een open houding naar initiatiefnemers en gaat hiermee serieus en waarderend om (bron: programmaplan 2018-2022). De keuze voor vernieuwend is in het programmaplan 2017 eigenlijk al gemaakt. De keuze voor een groeimodel met als doel co-creatie. Aangenomen wordt dat deze vorm van participatie meer inzet vraagt aan de voorkant en minder aan de achterkant, waar de gemeente meer ruimte geeft binnen vastgestelde kaders. De winst hiervan is niet uit te drukken in geld, maar in gelijkwaardigheid en wederzijds respect, in aanvaarding van beter doordachte plannen. Bovendien beantwoordt de keuze voor dit ambitieniveau aan trends in de samenleving: de overheid op hoofdlijnen en de ondernemende burger. Een keuze voor een calculerende of consoliderende strategie, als het gaat om participatie, zou een stap terug betekenen ten opzichte van de reeds geformuleerde ambitie. Bijvoorbeeld een keuze om niet meer te doen dan wettelijk vereist of juist voldoende om de wensen en behoeften in de gemeenschap af te tasten. Ook intern is participatie van belang, namelijk om integraal te kunnen werken.
Integraal werken in het licht van de Omgevingswet, gaat om het bijeen brengen van allerlei verschillende onderwerpen, perspectieven en belangen om daar vervolgens in samenhang een afweging in te maken. Dit betekent integraal binnen en buiten de eigen organisatie (met ketenpartners en collega overheden, in MRA-verband, Zaanstreek-Waterland en de Vervoerregio), bestuurlijk en ambtelijk. Allesomvattend denken en samenwerken aan een beoogd resultaat moet hand-in-hand gaan en is het doel. Ondersteund door de lopende ontwikkelingstrajecten voor de interne organisatie en het concept Gewoon Goed (werken) (ontleend aan Programmaplan). Integraal werken maakt ook onderdeel uit van de nieuwe organisatievisie. Uitnodigingsplanologie en kaderstelling: Vernieuwend Het sturen vanuit een visie en door middel van kaders heet uitnodigingsplanologie. Het betekent een veranderende rol voor de gemeente. Door als gemeente goed integraal na te denken over het grotere geheel, de samenhang en waarom we dingen willen en de uitkomsten in een visie vast te leggen, kan vanuit die visie worden gekozen voor beleidskaders voor specifieke gebieden en percelen. Binnen die kaders laten we de ruimte en geven we het vertrouwen aan inwoners, ondernemers en andere organisaties en beperken we ons als overheid tot de hoofdlijnen.
Een visie is de basis voor de kaders, waarbij de gemeente meer op hoofdlijnen (be)stuurt en de ruimte geeft om de uitwerking en uitvoering snel en adequaat ter hand te nemen. De bewustwording en ontwikkeling in kennis en competenties is nodig op alle niveaus: bestuur, management, medewerkers en gemeenteraad. Voor deze opgave wordt de strategie Vernieuwend gekozen. De ambitie ligt hoog, de gemeente werkt in de geest van de Omgevingswet met deze doelstelling en vernieuwt de processen met een sterke externe focus. Uitnodigingsplanologie is een werkwijze die nadrukkelijk het algemeen belang moet dienen. Het doel is hiermee de processen te versnellen door de samenleving de ruimte te geven. Besluitvorming wordt sneller en beter door te werken met een visie en kaders. De gemeenteraad besluit over visie 13
Implementatie Omgevingswet en kaders, het college vervolgens binnen die kaders over de initiatieven. Daarbij is het belangrijk dat de kaders niet alleen aangeven wat er (niet) mogelijk is voor initiatiefnemers, maar ook waar de belanghebbenden op kunnen rekenen. Het moet houvast bieden, zodat de gemeente consequent kan handelen. Het werken met pilotprojecten valt onder deze strategie, maar de aanpak geldt in de volle breedte. Maatwerk (bestuurlijke afwegingsruimte): Vernieuwend De Omgevingswet biedt verdergaande mogelijkheden voor maatwerk. In het Omgevingsplan kunnen gemeenten gebieden aanwijzen, waarvoor bepaalde regels gelden, passend bij de aard en opgave van het gebied. Zo kunnen er bijvoorbeeld meer specifieke regels gelden voor bouwen in het historisch stadscentrum en meer algemene regels in het buitengebied. Deze mogelijkheid tot differentiatie bestond eerder niet in deze mate. Het bestaande beleid wordt aangepast naar belangenafwegingen, gebieds- en opgave gerichte oplossingen op drie niveaus: 1. Op regionaal niveau wordt samenhangende visie gevormd voor gebieden die op hoofdlijnen gelijke doelen kennen. 2. Op wijk- en buurtniveau wordt beleid en regelgeving ingericht op maatwerk. 3. Op perceelsniveau worden initiatieven afgewogen en wordt gekeken naar de belangen en de bedoeling van het geldende beleid.
Bestuurlijke afwegingsruimte komt tot uiting in het instrumentarium. Voor de gemeente de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, eventuele Programma’s en beleid. Naast de reeds bestaande beleidsruimte ontstaat meer afwegingsruimte dan voorheen voor de gemeente inzake regelgeving op terrein van lucht, externe veiligheid, geluid, trillingen, geur en bodem en ontstaat nieuwe regelruimte voor de gemeente voor bijvoorbeeld licht. Gebieds- en wijkgericht werken is een thema in het sociaal domein, evenals bij het thema Veiligheid. De opgedane ervaringen worden te zijner tijd geëvalueerd en afhankelijk van de resultaten vertaald naar andere domeinen. Binnen het fysieke domein is op de beleidsterreinen bouwen en milieu al enige jaren ervaring opgedaan met een gebiedsgerichte benadering, bijvoorbeeld als het gaat om bodemsanering, grondwaterbeheer, welstand en toezicht. Het gemeentebestuur heeft zich in het coalitieprogramma en programmaplan al uitgesproken voor flexibilisering en deregulering. “In bestemmingsplannen gaat meer rekening worden gehouden met wenselijke toekomstige ontwikkelingen (gebruik en bebouwing). Er gaat meer ruimte komen voor maatwerk, zodat afwijkingen en lange procedures minder nodig zullen zijn”.
In de nadere toelichting hierop in het Programmaplan: de ambities op het gebied van dienstverlening (Gewoon Goed) en organisatieontwikkeling zullen mede worden vormgegeven in het kader van de implementatie van de toekomstige Omgevingswet. In een aantal pilots zal uitvoering worden gegeven aan deze bestuurlijke uitgangspunten en de nieuwe mogelijkheden die de wet geeft voor het Omgevingsplan. Hieruit mag de conclusie worden getrokken dat het gemeentebestuur de ambitie heeft vernieuwend te zijn als het gaat om de bestuurlijke afwegingsruimte. Het betreft een ingrijpende aanpassing in houding en denken, waarbij mens en belang centraal staan (met een meer externe focus). De doelstellingen zijn in het Programmaplan 2018 als volgt geformuleerd: Zorgvuldigheid in het bestemmingsplanproces. flexibilisering door zaken niet te regelen. Actueel en werkbare bestemmingsplannen.
14
Implementatie Omgevingswet Meer gedragen ruimtelijke ontwikkelingen, het is mogelijk om lokale vraagstukken ook lokaal op te lossen, meer ruimte om ons omgevingsbeleid af te stemmen op onze eigen visie. De verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur worden beter op elkaar afgestemd. Een vernieuwende strategie waarin flexibilisering en deregulering een plek krijgen en waarbij ruimte wordt gegeven om te experimenteren om ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren, past bij de bestuurlijke opvattingen daarover. De ambitie is om deze ontwikkeling aan te grijpen om voor de hele gemeente te werk te gaan met een vernieuwde mentaliteit ten opzichte van regelgeving en beleid. Integrale processen en communicatie: Calculerend De noodzaak om in zeer korte tijd een beslissing te kunnen nemen op een initiatief maakt het belangrijk om de organisatie zo in te richten dat een integrale afweging vanzelfsprekend is. Integrale besluitvorming is een voorwaarde om de hogere doelstelling ten aanzien van dienstverlening te bereiken. Een snellere en betere integrale besluitvorming, vraagt meer van de organisatie dan nu gebruikelijk en dus zal onderzocht moeten worden wat de organisatie nodig heeft om deze doelstelling in het kader van de Omgevingswet te bereiken.
Daarbij gaan we niet uit van wat we als gemeente willen (systeemdenken), maar zetten we de ondernemers/inwoners centraal. We richten processen in op een manier die de klantbeleving optimaliseert. Een rechtvaardig, kenbaar proces in combinatie met heldere communicatie over de integrale belangenafweging bijvoorbeeld, draagt bij aan vertrouwen. In de dienstverleningsvisie 2017 t/m 2019: ‘Edam-Volendam: Gewoon Goed!’ is de ambitie voor de klanten van de gemeente geformuleerd. De ambitie is heel duidelijk en meetbaar geformuleerd: Uiterlijk eind 2019 geven klanten ons minimaal een 8+ gemiddeld voor onze dienstverlening. Deze 8+ heeft betrekking op de waardering voor al onze afdeling en diensten. De Informatiestrategie 2017-2022 formuleert de volgende missie voor de gemeente EdamVolendam: Informatievoorziening ondersteunt de gemeentelijke organisatie door een innovatief en kwalitatief hoogwaardige, veilige en betrouwbare ICT-dienstverlening waardoor de gemeentelijke organisatie plaats onafhankelijke dienstverlening kan leveren en een betrouwbare partner is voor onze klanten, gebruikers, ketenpartners, burgers, inwoners, ondernemingen en instellingen.
Strategische doelstellingen zijn: De basis op orde Informatie toegankelijk Ontwikkeling informatiesystemen Het nieuwe samenwerken Uitgangspunten hierbij: de gemeente werkt digitaal en proces- en zaakgericht; de dienstverlening willen we verbeteren door innovatieve oplossingen. Met de Omgevingswet wordt beoogd dat samenwerking en afstemming plaatsvindt tussen meer partijen dan nu het geval is. Zo moeten bewoners en ondernemers een rol krijgen, maar ook ketenpartners: buurgemeenten, omgevingsdienst, veiligheidsdiensten, GGD, provincie, etc. Het proces moet daarop worden ingericht en goede communicatieafspraken moeten worden gemaakt. Aansluiting op het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet en een interne digitale omgeving moet deze processen faciliteren en tevens borgen dat aan de privacywetgeving wordt voldaan.
15
Implementatie Omgevingswet Het keuzevoorstel ten aanzien van het inrichten van processen en communiceren is calculerend. Dit is voor Edam-Volendam een vernieuwde manier van werken, het vergt een verandering van de interne cultuur en organisatie. Een nieuwe manier van werken moet stapsgewijs worden geïntroduceerd, dit vraagt leren en ervaren, uitproberen en fouten (mogen) maken om uiteindelijk de meest efficiënte en effectieve werkwijzen te ontdekken. Een organisatieontwikkeling is ingezet en aanpassingen van de organisatie moeten met beleid worden doorgevoerd.
Op de afbeelding hierna ziet u de verschillende onderwerpen van de lokale opgave gepositioneerd in het kwadrant met de vier mogelijke ambitieniveaus.
16
Implementatie Omgevingswet 7. Rol gemeenteraad Het afgelopen jaar is gebruikt om bewustwording in de organisatie, bij college en raad te creëren rond de invoering van de Omgevingswet. Tevens is veel aandacht besteed aan kennisverwerving en informatie uitwisseling. Met de keuzes in dit ambitiedocument wordt mede richting gegeven aan de eindbestemming in 2021: waar willen we naartoe? Op basis van deze richting werken we de route daar naartoe nader uit in de vorm van een implementatieplan. Bij de kaderstelling, ontwikkeling en vaststelling van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan is de raad aan zet wat betreft besluitvorming. Vooruitlopend op de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan is de ambtelijke organisatie aan de slag met pilots Omgevingsplan, om op de verschillende aspecten waarop ontwikkeling nodig is, ervaringen op te doen. De ambitie is om in de volle breedte te anticiperen op de Omgevingswet, en onszelf de bijpassende werkwijze eigen te maken door het bij elk proces te doen. In formele zin heeft de gemeenteraad bij de invoering van de Omgevingswet twee documenten vast te stellen, te weten: de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. 8. Procesplanning op hoofdlijnen Ambitiedocument Kaderstelling Omgevingsvisie Pilots Omgevingsplan Omgevingsplan
3e kwartaal 2018 4e kwartaal 2018 vanaf 2018 2020 - 2025
9. Risico’s
In het Programmaplan wordt al een aanzet gegeven tot een veranderopgave voor de gemeente en de gemeentelijke organisatie, die aansluit bij de cultuur veranderopgave van de Omgevingswet en deze ontwikkelingen versterken elkaar. De ontwikkeling die hiermee wordt beoogd is zelfs als de Omgevingswet er niet zou komen, waardevol en van groot nut. De lokale opgaven die zijn beschreven worden hoe dan ook aangepakt, de Omgevingswet biedt de kans om dit te doen met geïntegreerde, vernieuwde regelgeving als basis en als vliegwiel. Een reëel risico is dat de nieuwe wetgeving niet in werking treedt per de aangekondigde datum. In oktober 2017 is bekend gemaakt dat de datum van inwerkingtreding is uitgesteld (was 2019) tot januari 2021. Dit is vooral een risico voor het wetstechnische deel, waarmee rekening moet worden gehouden in de voorbereiding van bijvoorbeeld de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De mogelijke consequenties van uitstel van de nieuwe wetgeving worden continue gemonitord. De koepels VNG, IPO, UvW en het Rijk hebben in 2016 een onderhandelingsakkoord gesloten. In dit akkoord is een principe-afspraak gemaakt over de kostenverdeling in verband met de nieuwe wetgeving. De Rijksoverheid draagt de investeringskosten die samenhangen met de invoering van de wet.
Hierbij moet gedacht worden aan eenmalige kosten die samenhangen met de centrale digitale voorzieningen, het inrichten van informatiepunt(en) en het maken van opleidingen. Iedere partij draagt echter zelf de transitiekosten van de wet. Dit zijn kosten voor de transitie naar het werken met deze nieuwe wetgeving. Het gaat bijvoorbeeld om de kosten voor het volgen van opleidingen, organisatie- en cultuurveranderingstrajecten, aanpassingen van digitale voorzieningen en de productie van het nieuwe wettelijk verplichte instrumentarium (Omgevingsvisie en Omgevingsplan). 17
Implementatie Omgevingswet De uitvoeringskosten worden via een verdeelsleutel gedeeld. Dit zijn de terugkerende kosten die bijvoorbeeld samenhangen met het gebruik van het digitale stelsel en de kosten van de bevoegde gezagen bij het werken conform de wet. Om de financiële risico’s beheersbaar te houden wordt het digitale stelsel dat ondersteunend is voor de wet stap voor stap ontwikkeld. Aan de zijde van de gemeente zullen echter ook de nodige maatregelen getroffen moeten worden om aan te sluiten op het digitaal stelsel zoals dat zal worden aangeboden. Gelet op de onzekerheden ten aanzien van het DSO, moet ook op dit onderwerp rekening worden gehouden met een financieel risico. Een goed onderbouwde inschatting van de kosten van de digitaliseringsopgave is in deze fase nog niet te maken.
18
Implementatie Omgevingswet Bijlage: Betrokkenheid in het proces Om het ambitiedocument tot stand te laten komen is het gesprek gevoerd over wat wij willen bereiken met de implementatie van de Omgevingswet, welke uitdagingen we voor ons zien en hoe we dat gaan aanpakken. Die interactie is cruciaal in de besluitvorming, het vormt namelijk de bouwstenen voor het proces. Niet alleen het resultaat is belangrijk, ook de betrokkenheid, het enthousiasme en de energie van alle betrokken collega’s en bestuurders. Door het gesprek te voeren en op te halen wat er leeft kan de input worden vertaald naar een goed document en een goed implementatieproces.
Bijeenkomst projectorganisatie in Warder – 15-2-18 De projectorganisatie is bijeengekomen met als doel aan het enthousiasme, de kennis en integraliteit te werken. Het was een inspirerende samenwerking tussen veel verschillende collega’s van alle afdelingen en er werd ook gesproken over de ambities met de Omgevingswet. Bewust en onbewust wordt veel gezegd over wat wel en niet bij het proces hoort en waar we extra energie in moeten steken. Werkgroep Organisatieprofiel: Het inrichten van het vergunningenproces aan de hand van klantreizen en serviceformules is een belangrijk speerpunt dat meerdere ambities dient. In het kader van betrouwbare en snelle dienstverlening is het van belang maatwerk te kunnen leveren en verschillende passende werkwijzen te hebben om onderscheid te kunnen maken tussen eenvoudige en complexere aanvragen. Een goed passende digitale werkomgeving is het fundament voor een organisatie die haar dienstverlening op orde heeft. Werkgroep Omgevingsprofiel: Gesprekken over een concrete casus van een ruimtelijke ontwikkeling leidde tot de conclusie dat de gemeente op visieniveau moet uitspreken wat het doel is van een bepaald gebied zodat gewerkt kan worden met belangen in plaats van regeltjes. Het bestemmingsplan bleek in deze casus een instrument waarmee onze gemeente teveel op detailniveau heeft geregeld.
Werkgroep Persoonsprofiel: Een cultuuromslag in onze organisatie is een grote verandering, een verandering met veel energie en dynamiek. Een omslag naar een betrokken organisatie die het gesprek met de bewoner voert voordat een probleem zich voordoet, die actief is en vooruitloopt op ontwikkeling met visievorming en samenwerking, en die vertrouwen heeft in de samenleving en eigen organisatie. De bereidheid om het gesprek te voeren over een nieuwe bedrijfscultuur met veranderingen voor ambtenaren, bestuurders, raadsleden en bewoners getuigt van veel lef en een hoog ambitieniveau. Kernteam: Een kort interactief kwadrantenspel om te peilen wat er leeft onder onze collega’s aan de hand van een aantal stellingen liet zien hoeveel energie er zit om de organisatie naar buiten te keren en te richten op de maatschappij. Het ontwikkelen van de nieuwe instrumenten is voor Edam-Volendam een kans om gebiedsgericht te experimenteren met een nieuwe aanpak en goed te onderzoeken of we het anders en beter kunnen doen.
19
Implementatie Omgevingswet Workshop met College & Management – 20-2-18 Het gesprek met de burgemeester, wethouders en afdelingshoofden heeft plaatsgevonden op 20 februari 2018, tijdens een interactieve workshopsessie onder begeleiding van het kernteam. Tijdens deze workshop was het doel de verwachtingen, doelstellingen en inzet van de collegeleden en afdelingshoofden op te halen en het gesprek te voeren over wat onze organisatie wil en kan bereiken met het implementatieproces. Na een korte introductie om het onderwerp in context te zetten werd de groep verdeeld in twee gemengde groepen. Iedere groep had twee discussieonderwerpen, namelijk een combinatie van een kernwaarde en een bijpassend verbeterdoel van de Omgevingswet. Het kernteam verzorgde gespreksleiding en de notities. Terugkijkend kan gesteld worden dat er heel veel energie zit op dit onderwerp. Het gaat iedereen aan en iedereen was dan ook goed betrokken in de discussie. Er is veel eensgezindheid, de uitkomsten die zijn opgeschreven laten zien dat er hoge ambities zijn, dat men niet bang is om vooruit te kijken en de lat hoog te leggen. Natuurlijk worden er ook nuances geplaatst, niet alles kan tegelijk en we moeten veranderingen stap voor stap teweeg brengen.
Het wordt breder gezien dan alleen het implementeren van nieuwe wetgeving, het gaat om organisatieontwikkeling, om het ontwikkelen van de organisatie gemeente Edam-Volendam in de breedste zin, met een betere dienstverlening als doel voor ogen. De rode draad 1. Verbinden
Integrale Besluitvorming
Samenwerking levert voor iedereen voordelen op, het zorgt dat besluitvorming een proces wordt, dat er integraliteit is tussen overheid en bewoner, tussen het verleden en de toekomst en tussen alle beleidsvelden. -
-
-
Verbinding en integrale besluitvorming begint bij het samenbrengen van de afdelingen in onze organisatie. Zorg dat ontwikkelingen door een integrale teams worden besproken. Integraliteit is ook integraal met de toekomst, werk met een goede visie zodat je niet over iedere incidentele ontwikkeling ad-hoc een besluit hoeft te nemen. Werk met verbinding met de maatschappij, redeneer bottom-up vanuit ontwikkelingen in de samenleving. Laat de gemeente volgend zijn, vorm de gemeente als een samenwerkingspartner in plaats van een regelaar.
Ambitie: Edam-Volendam heeft een heldere, samenhangende visie voor de fysieke leefomgeving en realiseert die bottom-up in de rol van samenwerkingspartner. De gemeente werkt integraal door ervoor te waken dat alle beleidsvelden en alle betrokken partijen vanaf het eerste gesprek aan de besluitvorming deelnemen.
20
Implementatie Omgevingswet 2. Leiderschap
Snellere en betere besluitvorming
Leiderschap tonen met een snellere en betere besluitvorming begint bij het werken naar een werkproces dat daarop is ingesteld, bij het stellen van minder regels en algemenere regels, bij het afwegen van belangen en het lef om knopen door te hakken. -
-
Om snel te kunnen besluiten hebben we een ‘ja, mits’ instelling, maar we moeten beseffen dat nee ook een antwoord is. Snellere besluitvorming is alleen mogelijk bij goede en transparante communicatie aan de voorkant, op die manier schep je de juiste verwachtingen. Processtappen zullen waar mogelijk parallel worden ingericht in plaats van chronologisch. Maatwerk moet mogelijk zijn om onderscheid te maken tussen complexe en eenvoudige zaken. Leiderschap wordt getoond door het hele proces te durven heroverwegen en opnieuw uit te proberen wat werkt. Waar mogelijk moet meer vrijheid geboden worden door regels algemener te maken en overdaad aan regels te schrappen. Lef en ‘nee zeggen’ zijn fundamenteel. Vertrouwen voor mandatering zijn direct gekoppeld aan verantwoording en rapportage.
Ambitie: Edam-Volendam realiseert een snel en eenvoudig proces voor simpele aanvragen, en levert maatwerk op complexe zaken. Communicatie en het scheppen van de juiste verwachtingen (kaderstelling) aan de voorkant heeft prioriteit. 3. Wendbaarheid
Bestuurlijke afwegingsruimte
Het benutten van bestuurlijke afwegingsruimte in de Omgevingswet is het werken met visie, beleidskaders, open normen en belangenafweging, maatwerk is mogelijk en wij vragen ons aan de voorkant af waar het echt om gaat en wat onze rol is. -
-
Om de ruimte te creëren in besluitvorming moet een verschuiving plaatsvinden van regelgeving naar visie en kaderstelling. Besluiten binnen de visie en kaders moeten met vertrouwen gemandateerd worden. Vooruitlopend moeten verantwoording en rapportage op orde zijn. Beleid- en besluitvorming moet op basis van een belangenafweging gedaan worden. Niet ieder gebied is gelijk, bij beleid- en visievorming kunnen verschillende gebieden en dossiers een verschillende aanpak vragen. Bepaal de hoofdlijnen, stuur niet op details. Durf los te laten waar de gemeente geen standpunt over hoeft te hebben.
Ambitie: Edam-Volendam benut de bestuurlijke afwegingsruimte die de Omgevingswet biedt om maatwerk te leveren en belangenafweging te maken binnen open normen en kaders op hoofdlijnen. 21
Implementatie Omgevingswet
4. Vertrouwen
Transparant en voorspelbaar
Werken met vertrouwen betekent de leefomgeving teruggeven aan de samenleving en sturen waar sturing nodig is. Een transparant, rechtvaardig en eerlijk proces en een betrouwbare rol als gemeente is belangrijker dan de inhoudelijke uitkomst. - Heb vertrouwen in de bedoeling van regelgeving, de regel is alleen belangrijk bij excessen. - Richt handhaving op situaties waar de behoefte aan handhaving het grootst is, laat andere ontwikkelingen in vertrouwen doorgaan. - Gebiedsgericht werken met vertrouwen kan worden gedaan door wijkraden een budget te bieden om zelf zaken te regelen en eenvoudige lokale problemen op te lossen. - Wees bereikbaar, zorg voor een duidelijke en complete informatievoorziening. - Doe wat je zegt en zeg wat je doet. Ambitie: Edam-Volendam werkt toe naar een rol in de samenleving waar vertrouwen het uitgangspunt is, de maatschappij werkt op eigen kracht en de gemeente neemt meer de rol van samenwerkingspartner. Bewoners, ondernemers en organisaties weten wat zij in de toekomst kunnen verwachten van de gemeente en hebben daarbij zelf ook een verantwoordelijkheid. Conclusie De rode draad van deze workshop is dat de collegeleden en afdelingshoofden de ambitie hebben om de rol van de gemeente als regelaar van de fysieke leefomgeving te heroverwegen en vernieuwend te werk te gaan nu de kans er ligt.
Het is van belang de overgang zo snel mogelijk te laten plaatsvinden en te experimenteren om uit te vinden wat werkt. Enthousiasme is er om nu al aan de slag te gaan met zaken die aangepakt kunnen worden en niet te wachten tot de Omgevingswet er is. Hiervoor moet intern samen worden gewerkt met alle lopende organisatieontwikkelingen. Met deze stip op de horizon kunnen we bouwen aan een organisatie die is ingericht op het werken met visie, vertrouwen en maatwerk.
Themaraad 25 april 2018 De gemeenteraad is tijdens een workshopsessie (d.d. 25 april 2018) op dezelfde manier betrokken als het management en het college. Het doel was ophalen wat de raad verwacht van dit proces, wat de raad belangrijk vindt en te werken aan het bewustzijn van het belang van de implementatie van de Omgevingswet. Als kanttekening moet gemaakt worden dat de raad incompleet was bij deze informele raadsbijeenkomst. De helft van de gemeenteraad was present, alle partijen waren wel vertegenwoordigd. De rol van de raad staat voor een verandering, er wordt wel gevoeld dat er een beweging gemaakt wordt en dat er op onderdelen al zaken verbeterd zijn. Er moet nog wel aandacht besteed worden aan het proces om de raad daarin te begeleiden. De raad geeft aan zich graag in de rol van kadersteller te manoeuvreren, maar dat ook ingewikkeld te vinden. 22
Implementatie Omgevingswet
Resultaat: 1. Verbinden
Integrale Besluitvorming
De raad merkt op dat er stappen gezet zijn op het gebied van integraal werken. Steeds vaker zijn raadsvoorstellen intern integraal benaderd en toegelicht en dat wordt goed gewaardeerd. Het belangrijkste onderwerp voor dit doel was participatie. Vanuit het oogpunt van de burger is integraal werken het samenwerken met en voor bewoners. De gemeente is er als lokale overheid als hoeder voor het algemeen belang. Bewoners hebben allen hun eigen belangen. Zelden komt een situatie voor waar iedereen 100 % kan krijgen wat gewenst is, maar het doel is om te streven naar tevredenheid en helderheid bij alle partijen. Ambitie: Deze beweging vergt tijd en intensieve communicatie, het is ook voor bewoners wennen aan deze vernieuwde houding van de gemeente. Uit de brainstorm wordt de volgende ambitie gedefinieerd: De gemeente werkt samen met de maatschappij aan het algemeen belang. Dat betekent dat niet altijd aan alle wensen kan worden voldaan, maar dat met zorgvuldige communicatie wel iedereen tevreden kan zijn met het resultaat. 2. Leiderschap
Snellere en betere besluitvorming
Voor snellere en betere besluitvorming moet het proces worden aangepast. De raad is daarvan een belangrijk onderdeel en kan daarom met een verandering in rol een versnelling van het proces vormen. Het belangrijkste besproken onderwerp is de kaderstelling. Gemeenteraden hebben als rol te sturen op hoofdlijnen en kaders te stellen voor het college en de samenleving. Het is daarom zaak dat de raad een heldere visie vaststelt en zich goed blijft richten op kaders waarbinnen de raad vertrouwen heeft dat het resultaat die visie dient. Kaders bieden zekerheid en houvast voor inwoners, zodat zij weten wat zij zelf kunnen en mogen, en erop kunnen vertrouwen dat ook de buurtbewoners zich daaraan conformeren. Verschillende gebieden kunnen verschillende kaders hebben, zo kan een centrumgebied meer bescherming vragen dan een industriegebied. Ambitie: De raad stuurt op hoofdlijnen met een visie en kaders, het doel is de bewoners daarmee zekerheid en duidelijkheid te bieden.
23
Implementatie Omgevingswet
3.
Wendbaarheid
Bestuurlijke afwegingsruimte
De bestuurlijke afwegingsruimte zou volgens de raad benut moeten worden om te kijken naar het doel en te differentiëren. Maatwerk is hiervoor nodig waarbij de bestuurlijke afwegingsruimte wordt benut om verder te kijken dan de regels en de bedoeling en dienstverlening centraal te stellen. Dienen de regels voor het gebied inderdaad het maatschappelijk belang? Daarbij is het belangrijk om maatschappelijk belang niet te verwarren met individueel belang, daar is maatwerk niet voor bedoeld. Ambitie: De gemeente gebruikt haar bestuurlijke afwegingsruimte. Als het maatschappelijk belang niet in het geding is, wordt meer ruimte gegeven. Waar dat belang wel in het geding is, vindt maatwerk plaats. 4. Vertrouwen