CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke zienswijze ZaWa OmgevingsverordeningNH2022 def.pdf

Raadsvergadering 9 september 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Terugkoppeling Regionale Zaken.1.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Metropool Regio Amsterdam Deelregio Zaanstreek-Waterland

Aan:

Provinciale Staten van Noord-Holland

Van:

Portefeuillehouders overleg Ruimte en Landschap, MRA-deelregio ZaanstreekWaterland

Betreft:

Bestuurlijke zienswijze Zaanstreek-Waterland op OmgevingsverordeningNH2022.

Datum: 16 juni 2021 Geachte collega’s Provinciale Staten van Noord-Holland, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de Concept-Omgevingsverordening NH2022. Wij hebben inmiddels begrepen dat de omzetting naar de Omgevingsverordening 2022 een beleidsarm karakter heeft. Ook hebben wij begrepen dat de Omgevingsverordening doorontwikkeld zal blijven worden waarbij ook de grenzen van de beschermingsregimes kunnen worden aangepast. Hierbij benadrukken wij het belang van een voorspelbare actualisatiecyclus. Wij dringen erop aan dat de Omgevingsverordening om de 2 jaar wordt geactualiseerd en daarbij ook opnieuw wordt vastgesteld een aantal maanden na de verkiezingen van Provinciale Staten. Onderstaand treft u onze zienswijzen aan op de Concept-Omgevingsverordening NH2022. Vanwege de beleidsarme omzetting wordt er waarschijnlijk aan veel van onze zienswijzen pas tegemoet gekomen bij de volgende actualisatieronde. Dit vinden wij bijzonder teleurstellend aangezien wij onvolkomenheden in de Omgevingsverordening NH2020 al een jaar geleden onder uw aandacht hebben gebracht en daar dus niets mee is gedaan. Wij dringen er dan ook op aan dat de Omgevingsverordening 2022 nu toch wordt aangepast in lijn met onze zienswijzen.

Algemeen In de eerdere zienswijze op de Omgevingsverordening NH2020 hebben wij al laten weten dat de Omgevingsverordening onvoldoende aansluit bij de uitgangspunten van de Omgevingswet: minder regels, meer ruimte voor initiatieven en het subsidiariteitsbeginsel (decentraal, tenzij). Een voornaam voorbeeld hiervan vormt de kaart ‘Landelijk gebied’ die éénzijdig provinciaal is opgesteld en vastgelegd. De provincie gaat zodoende - te vaak en onnodig - op de stoel van de gemeentelijke overheid zitten. Wij vinden het daarom onbegrijpelijk dat de concept Omgevingsverordening NH2022 nog steeds de mogelijkheden tot het maken van zorgvuldig en met aandacht voor de landschappelijke inpassing gemaakte lokale keuzes, ten aanzien van stedelijke en ruimtelijke ontwikkelingen, inperkt. Zo sluit bijvoorbeeld artikel 6.22 nieuwe detailhandelsbedrijven in het werkingsgebied ‘MRA Landelijk gebied’ uit, waardoor in de kleine(re) kernen ook geen kleine dorpswinkeltjes (meer) mogelijk zijn terwijl die voor de leefbaarheid vaak van groot belang zijn. Decentrale overheden kunnen hierin betere afwegingen maken. Wij willen derhalve dat u de beschermingsregimes aanpast in de Omgevingsverordening 2020 zodat wij wel weer die lokale afwegingen kunnen maken. Ter toelichting het volgende, hieronder verwoord.

De notitie Lintbebouwing In de eerdere zienswijze hebben wij eveneens aangegeven dat het bewaken en verbeteren van de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap niet wordt bereikt door er een volledige restrictie op te leggen in het gebied van de MRA. Mede op basis van de 1

Leidraad Landschap & Cultuurhistorie kunnen cultuurhistorische waarden immers ook worden hersteld of versterkt met ruimtelijke ingrepen. Tijdens deze discussie hierover in de Staten heeft de gedeputeerde een notitie Lintbebouwing toegezegd waardoor gemeenten met lintbebouwing meer ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zouden moeten krijgen. Inmiddels zijn vele potentiële ruimtelijke ontwikkellocaties Zaanstreek-Waterland bij de provincie bekend, die wij na de vaststelling van de notitie Lintbebouwing in ieder geval gerealiseerd zouden willen zien. Deze notitie is toegezegd voor het eerste kwartaal, maar wij wachten nog altijd op duidelijkheid voor wat betreft deze ontwikkellocaties. Wij vinden het ongewenst dat toezeggingen niet worden nagekomen. De notitie Lintbebouwing moet ook leiden tot richtlijnen die al in de Omgevingsverordening NH2022 worden opgenomen en zo leiden tot meer afwegingsmogelijkheden voor gemeenten en/of beleidsuitgangspunten op basis waarvan Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van de stringente regelgeving uit de Omgevingsverordening. Rechtszekerheid Wij hebben ook al eerder gewezen op het belang van heldere en eenduidige definities in de Omgevingsverordening vanwege de rechtszekerheid. Het is echter nog altijd niet eenvoudig te achterhalen wat wordt bedoeld met bepaalde begrippen.

Zo is bijvoorbeeld (door verwijzingen) niet duidelijk omschreven wat een kleinschalige (woningbouw)ontwikkeling is? Aanvullend willen wij aangeven dat het begrip “groot openbaar belang” ook te onduidelijk is en daardoor te weinig rechtszekerheid biedt. Wat geldt voor “groot openbaar belang” geldt ook voor het criterium “geen reële alternatieven” en (zij het in mindere mate omdat afdeling 3 van Bijlage 11 van de Omgevingsverordening NH2022 daarop in gaat) voor het compensatiecriterium. Een concreter voorbeeld van een onduidelijke definitie betreft het begrip ‘gebruiksgerichte paardenhouderij’ (artikel 6.15) waarbij geen paardrijbak mag worden gerealiseerd terwijl een gebruiksgerichte paardenhouderij zonder paardrijbak tot gevolg heeft dat het rijden of mennen van paarden door de ruiter, amazone, of menner niet mogelijk is. Het aanpassen van deze definitie ligt dan ook voor de hand waardoor een paardrijbak bij een gebruiksgerichte paardenhouderij binnen het bouwperceel/bouwvlak is toegestaan c.q. gerealiseerd kan worden. Tot slot benadrukken wij eveneens vanwege de rechtszekerheid het belang van het opstellen van beleidsregels ten aanzien van artikel 13.3 van de Omgevingsverordening NH2022 op grond waarvan Gedeputeerde Staten de begrenzing van een werkingsgebied kunnen aanpassen.

Dit geldt ook voor artikel 6.10 van de Omgevingsverordening NH2022 dat Gedeputeerde Staten de mogelijkheid biedt om op aanvraag van burgemeester en wethouders een ontheffing te verlenen van de regels in Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening NH2022 als het onverkort toepassen van de provinciale regels leidt tot een onevenredig nadeel bij de verwezenlijking van gemeentelijk ruimtelijk beleid. Zonder dergelijke beleidsregels is de rechtszekerheid in het geding omdat willekeur op de loer ligt. Wij verwachten dat bovenstaande omissies t.a.v. de rechtszekerheid worden rechtgezet in de Omgevingsverordening NH2022. Binnenstedelijk bouwen en het landschap behouden en beschermen De regels in Omgevingsverordening NH2022 zijn er nog altijd op gericht om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten en het landschap te behouden en te beschermen. Hoewel wij dit uitgangspunt onderschrijven, lopen wij aan tegen de algemene en uniform geldende regel dat in de hele MRA binnenstedelijk voldoende mogelijkheden voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen te vinden zijn. In combinatie met het criterium “geen reële alternatieven” maakt dit kleinschalige woningbouw in het hele MRA-landelijk 2

gebied in de praktijk immers onmogelijk waardoor uiteindelijk ook de leefbaarheid, de ruimtelijke kwaliteit en bijvoorbeeld de wooncarrièremogelijkheden binnen plattelandskernen onder druk komt te staan. Daar hebben wij hele grote moeite mee. Gelet op het voorgaande willen wij dat in de Omgevingsverordening NH2022 de hele MRA niet meer over één kam wordt geschoren. In specifieke delen van de MRA zullen er inderdaad binnenstedelijk voldoende mogelijkheden zijn. Toch zijn er ook veel gebieden in de MRA waar die mogelijkheden heel beperkt of zelfs afwezig zijn. Daarom verwachten wij in de Omgevingsverordening NH2022 een nuancering van dit te algemeen geformuleerde uitgangspunt zodat kleinschalige woningbouwontwikkelingen in specifieke situaties ook mogelijk zijn in het werkingsgebied ‘MRA Landelijk gebied’. Ook het realiseren van meer woningen in een karakteristieke woonstolp (zie ook art. 6.15 lid 2), het vervangen van één grote woning voor twee kleinere woningen en zelfs splitsing van bestaande woningen moet in specifieke situaties mogelijk moeten zijn in het werkingsgebied ‘MRA Landelijke gebied’. Concluderend verlangen wij in de Omgevingsverordening NH2022 meer mogelijkheden tot maatwerk. Wij zien dat conserveren ook uitgangspunt is geweest bij het uitwerken van de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap.

Wat ons betreft betekent deze uitwerking in de praktijk dat het behoud en de bescherming van het landschap soms juist wordt tegengewerkt. Wij vinden derhalve dat de kernkwaliteiten nog eens tegen het licht moeten worden gehouden vanuit deze bril. Zo mogen bijvoorbeeld de grillige strookverkaveling en de grillige veenwaterlopen in het veenweidegebied niet worden aangetast terwijl dit vanuit goed beheer en behoud van het totale landschap soms wel noodzakelijk wordt geacht. Aangenomen moties Provinciale Staten namen bij de vaststelling van de Omgevingsverordening NH2020 6 moties aan waaronder de motie die Gedeputeerde Staten opdraagt om artikel 6.7 van de Omgevingsverordening NH2020 aan te passen zodat er meer mogelijkheden ontstaan om storende bebouwing op agrarische percelen op te ruimen door een versoepeling van de restricties om extra woningen toe te voegen. Ook is bij motie aan Gedeputeerde Staten verzocht om in het kader van de experimenteerruimte zoals beschreven in artikel 13.3 van de Omgevingsverordening NH2020 Tiny Houses in bepaalde gevallen als innovatieve ontwikkeling te zien en dergelijke initiatieven met een positieve grondhouding tegemoet te treden. Wij onderschrijven beide moties en willen erop aandringen dat in de Omgevingsverordening NH2022 beide moties zijn uitgewerkt.

Zo is recent één van de gemeenten binnen Zaanstreek-Waterland nog gestuit op een situatie waarbij het opruimen van storende bebouwing op een agrarisch perceel en het terugbouwen van één woning niet mogelijk was omdat op het betreffende perceel een bedrijfswoning ontbrak. Bij de uitwerking van de motie m.b.t. artikel 6.7 van de Omgevingsverordening dringen wij erop aan om niet alleen een extra burgerwoning toe te staan maar tevens nogmaals te kijken naar de kwantitatieve vierkante meter-eis. Het karakter van vele gebieden in ZaanstreekWaterland is namelijk vaak dusdanig dat niet aan de sloopeis kan worden voldaan omdat potentiële transformatielocaties in deze gebieden een veel kleinere omvang en veel minder bedrijfsbebouwing hebben. Daarnaast leidt de toegevoegde eis voor een vereveningsfonds tot een onevenredige toename van de bestuurlijke en administratieve lasten voor gemeenten. Gelet op de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, dringen wij erop aan deze regeling meer in verhouding te brengen tot het maximumaantal te realiseren woningen. Reeds vorig jaar hebben wij erop aangedrongen veel van de voornoemde verbeteringen aan te brengen in de Omgevingsverordening 2020. Wij waren erg ontevreden over het resultaat. Met deze zienswijzen op de concept Omgevingsverordening NH2022 brengen wij onze 3

verbeterpunten nogmaals onder uw aandacht en verwachten dat de punten nu wel worden meegenomen in de Omgevingsverordening NH 2022. Wij gaan ervan uit met deze zienswijzen op de concept Omgevingsverordening NH2022 een bijdrage te hebben geleverd aan het verder verbeteren van de huidige Omgevingsverordening NH2020. Wij zien uit naar uw reactie, Namens de portefeuillehouders Ruimte en Landschap Zaanstreek-Waterland, Met vriendelijke groet,

Thijs Kroese Voorzitter Ruimte, deelregio Zaanstreek-Waterland

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=8efa39a7-76d9-4981-bd2d-90a8aa5e9645