Besluit financiële verordening.pdf
Tekst van het document
Gemeente EDAM VOLENDAM Voorstelnummer: 107-2021 Agendanummer: 14 Verordening van de raad van de gemeente Edam-Volendam houdende de vaststelling van uitgangspunten voor het financieel beleid, de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Edam-Volendam (Financiële verordening Edam-Volendam) De raad van de gemeente Edam-Volendam; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2021, D-RVS21162565; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Planning, Control Audit en Risk; BESLUIT: vast te stellen de Financiële verordening Edam-Volendam.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: • administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en het beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; • afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; • college: college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam; • doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; • doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald; • inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van de reserves; • nettoschuld per inwoner: brutoschuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder brutoschuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva.
Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; • onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting;
Ondernemend en bettokker:
PAGINA lVAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM •
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
•
programma: een samenhangend geheel van activiteiten, als zodanig door de raad bepaald.
•
product: eenheid waarin programma's in zijn onderverdeeld, als zodanig door het college bepaald;
•
rechtmatigheid: het overeenstemmen van het tot stand komen van de (financiële) beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de door de raad in het normenkader c.q. toetsingskader vastgestelde wetgeving en (externe en interne) regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO);
•
taakveld: eenheid waarin programma's in zijn onderverdeeld, als zodanig voorgeschreven door de rijksoverheid;
•
uiteenzetting financiële positie: het deel van de begroting dat samen met het overzicht van de hatan Pn lrlc;ten de basis vormt voor de controle van de rechtmatigheid en het getrouwe beeld van de jaarrekening door de accountant. De financiële positie bestaat uit de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling 1. LJe raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode 2. 3.
4.
vast. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de producten per programma vast. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 2S, twP.P.de lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma's, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per product 2.
3.
4.
weergeven. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in een meerjarig investeringsplan van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten het geautoriseerde investeringskrediet, de uitputting tot en met het lopende boekjaar, en het restant van het beschikbaar gestelde investeringskrediet weergegeven.
Ondernemend en betrekker:
PAGINA 2VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM 5.
6.
7.
Het college legt in het jaarverslag en de jaarrekening verantwoording af aan de raad over de uitvoering van de programma's. Afwijkingen groter dan€ 50.000 én 5% op productniveau worden toegelicht. Het college legt in het jaarrekening deel van de Jaarstukken verantwoording af over de mate waarin de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. De jaarstukken zijn ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven indeling in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten.
Artikel 4. Kaders begroting
1.
2.
Het college biedt voor 1 augustus aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 1 augustus vast. In de begroting wordt een post onvoorzien in de totale lasten opgenomen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
1. 2. 3.
4.
5.
6.
7.
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per product. [Gereserveerd] Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. Het college informeert de raad in de eerstvolgende tussentijdse rapportage of via een afzonderlijk voorstel als ze verwacht, dat de lasten van een product of prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de baten van een product de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden of de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het product of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde i nveste ri ngskred iete n. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Indien noodzakelijk voor het inzicht, informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. Het college is bevoegd om vervangingsinvesteringen eerder te doen binnen de periode van de actuele meerjarenraming als deze vervangingsinvestering is opgenomen in het meerjaren beheerplan van die investeringen.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage
1.
Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 4 maanden en de eerste 9 maanden van het lopende boekjaar. Het betreft een zomer- en een winternota.
Ondernemend en betiokxen.
PAGINA 3VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM 2.
3. 4.
De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde ramingen van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar producten; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar producten; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, ben c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van producten, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting toegelicht. De inrichting van de tussenrapportagels] sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.
Artikel 7. lnformatlepûcht
Het college besluit niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan het bedrag dat in de jaarlijks vast te stellen uitgangspunten bij de programmabegroting wordt vermeld; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan het bedrag dat in de jaarlijks vast te stellen uitgangspunten bij de programmabegroting wordt vermeld; en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Artikel 8. EMU-saldo
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3. Financieel beleid Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa
Immateriële en materiële vaste activa worden lineair afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage 1 afschrijvingsbeleid vaste activa bij deze verordening. 2. De kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen worden rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht. 3. Een saldo voor agio of disagio wordt lineair in vijf jaar afgeschreven. 4. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan€ 10.000 of een gebruiksduur van maximaal een jaar worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. 5. De afschrijvingslasten starten op 1 januari van het jaar nadat (T+l) het actief in gebruik genomen is, dan wel verworven. 6. De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden niet geactiveerd, tenzij deze kosten kunnen worden beschouwd als onderdeel van de verkrijgingprijs van materiële activa, de zogenaamde voorbereidingskosten. 7. Bijdragen van de gemeente aan activa van derden kunnen worden geactiveerd. 1.
Ondernemend en betrokken.
PAGINA 4VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM 8. 9.
Bij het afschrijven van vaste activa kan rekening worden gehouden met een eventuele restwaarde. Een boekwinst of boekverlies bij het afstoten van activa wordt rechtstreeks ten laste of bate van de exploitatie gebracht.
Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen
1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op oninbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelastingen; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. parkeerbelasting; e. rioolheffing; f. afvalstoffenheffing; en g. bijstandsvertrekking, wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan€ 10.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Artikel 11. Reserves en voorzieningen
1. 2.
3.
4.
In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het verslagjaar en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de producten/taakvelden plaats. Het college biedt de raad periodiek, minimaal eens per vier jaar, een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; en d. de maximale looptijd. Kapitaallastenreserves voor openstaande kredieten worden minimaal eens per jaar geëvalueerd ten opzichte van het meerjaren investeringsplan. Indien investeringen geen doorgang vinden of voor een lager bedrag, valt het aan de investering gerelateerde deel van de kapitaallastenreserve voor openstaande kredieten (deels) vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
Artikel 12. Kostprijsberekening
1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen aan voorzieningen en bestemmingsreserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee
Ondernemend en betrol<l<en.
PAGINA SVAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totaie overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. 6. In afwijking van het vijfde lid wordt voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing uitgegaan van het aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten die met de rioolheffing maximaal in rekening kunnen worden gebracht, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de producten/taakvelden. 7. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de [inanciering van de In gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het achtste en negende lid. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond. 8. Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het zevende lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt op een half procent afgerond. 9. [gereserveerd] 10. In afwijking van het zevende lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van een vergelijkbare lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken of zou kunnen worden aangetrokken bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. 11. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen kan worden uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen, afgerond naar beneden.
Ondernemend en betrol<l<en.
PAGINA 6VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM Artikel 13. Prijzen economische activiteiten
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. De integrale kosten van leningen zijn minimaal gelijk aan het rentepercentage van een vergelijkbare lening die de gemeente zou aanvragen bij behoefte aan financiële middelen bij de BNG. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4.
Raad besluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. 1.
Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
1. 2. 3.
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, heffingen en de leges, tenzij er zich geen wijzigingen voordoen. [gereserveerd] [gereserveerd]
Artikel 15. Financieringsfunctie
1.
2. 3.
Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is
Ondernemend en betrokken.
PAGINA 7VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM voorzien in budget voor deze voorziening dan doet het college vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.
Hoofdstuk 4. Paragrafen Artikel 16. Lokale heffingen
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op. Artikel 17. Financiering
In de paragraaf financier irig bij de begroting en de Jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder gevai op. Artikel 18. Weerstandsvermogen & risicobeheersing
1.
2.
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op. [gereserveerd]
Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen
1.
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. 4. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast. Artikel 20. Bedrijfsvoering 1. In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de
verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op. 2. In de paragraaf Bedrijfsvoering bij de Jaarstukken wordt de toelichting op de Rechtmatigheidsverantwoording als genoemd in artikel 3 lid 6 opgenomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de door commissie BBV beschikbaar gestelde model tekst. 3. Het grensbedrag voor de afgifte van een goedkeurende verklaring voor de rechtmatigheid wordt jaarlijks vastgesteld in het controleprotocol en normenkader. 4. De rapportagetolerantie wordt jaarlijks vastgesteld in het controleprotocol en normenkader. Alle rechtmatigheidsbevindingen boven de rapportagetolerantie worden toegelicht.
Ondernemend en betrokken.
PAGINA BVAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM 5.
6.
Naast de verantwoordingsgrens kan de raad jaarlijks in het controleprotocol en normenkader aangeven welke specifieke aspecten over de rechtmatigheid in de bedrijfsvoering paragraaf aan bod dienen te komen: a. De minimale onderdelen dienen te worden toegelicht; b. De oorzaken toelichten voor evt. geconstateerde onrechtmatigheden (wat is het precies); c. Een verklaring geven voor de geconstateerde onrechtmatigheden (achterliggende reden); d. Acties die zijn ondernomen om onrechtmatigheden in de toekomst te voorkomen (actie) Bij de verantwoording worden de bevindingen ingedeeld naar de rechtmatigheidscriteria: a. Het begrotingscriterium; b. Het voorwaardencriterium, en c. Het Misbruik en Oneigenlijk gebruik-criterium
Artikel 21. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op. Artikel 22. Grondbeleid l. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt minimaal aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; 3. Het voeren van grondexploitaties brengt risico's met zich mee. De gemeente onderscheidt twee soorten risico, namelijk: a. Programmarisico. Dit zijn conjuncturele risico's als gevolg van macro economische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben hun weerslag op bijvoorbeeld de grondopbrengsten (hoogte grondprijzen en uitgiftetempo), de kosten voor bouw- en woonrijp maken en de rente. Minimaal eenmaal per jaar (bij de Begroting) wordt een reëel negatief scenario bepaald en doorgerekend. b.
Projectrisico's. Tweemaal per jaar wordt op projectniveau een risicoanalyse uitgevoerd, namelijk bij de Begroting en de Jaarrekening. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt wat risico is (Wat is de oorzaak? Wat is het gevolg? Hoe kunnen risico's worden beheerst of voorkomen?). Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact als het risico zich voordoet en een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet. Daarna kan berekend worden welk deel van het financiële risico afgedekt dient te worden. 4. Om de risico's te beperken die samenhangen met zeer langlopende projecten, hebben grondexploitaties in beginsel een maximale looptijd van maximaal 10 jaar. Hiervan kan op basis van voortschrijdend inzicht gemotiveerd worden afgeweken. De langere looptijd en motivatie dienen expliciet te zijn geautoriseerd door de raad en verantwoord in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet tevens zijn voorzien van risico beperkende beheersmaatregelen die zijn genomen om de onzekerheden en risico's die gepaard gaan met de langere looptijd te mitigeren.
Ondernemend en betrol<l<en.
PAGINA 9VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM 5.
De bestemmingsreserve grondexploitaties dient om risico's van de grondexploitaties op te vangen. Het beleid omtrent de vorming en de aanwending van de reserve is vastgelegd in een nota reserves en voorzieningen. De gewenste omvang van de reserve wordt jaarlijks bepaald in de paragraaf grondbeleid van de begrotingen en jaarrekening op basis van de uitgevoerde risicoanalyses. 6. De voorziening voor verlieslatende grondexploitaties dient om de verliezen van de negatieve grondexploitaties op te vangen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. Het beleid omtrent de vorming en de aanwending van de voorziening is vastgelegd in een nota reserves en voorzieningen. 7. Als een grondexploitatie naar verwachting winstgevend is dan dekt de gemeente de risico's af binnen de grondexploitatie. Als een grondexploitatie naar verwachting onvoldoende winstgevend is om de risico's af te dekken of geen winstverwachting heeft, dan dekt de gemeente de risico's af met de bestemde reserve grondexploitaties. 8. De winst voor grondexploitaties mei een winstpotentie dient (tussentijds) te worden verantwoord, volgens de 'Percentage of Completion' methode (POC). Hierbij gelden drie voorwaarden: a. het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én b. de opbrengsten (gronduitgifte) zijn (deels) gerealiseerd; én c. de kosten zijn (deels) gerealiseerd. 9.
Jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening wordt berekend of (tussentijdse) winstneming aan de orde is. Tussentijdse winstneming wordt niet geprognosticeerd in de grondexploitaties en de reserve grondexploitaties. De prognoses gaan uit van winstneming bij het afsluiten van de grondexploitatie. De grondexploitaties dragen de (tussentijdse] winstneming af aan de reserve grondexploitaties. 10. In de jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën grondexploitaties: a. Faciliterend grondbedrijf: Hiervan is sprake wanneer bouwplannen worden gerealiseerd op grond van private partijen en de gemeente kostenverhaal pleegt. b. Bouwgrond in exploitatie: Hiervan is sprake als de gemeente een actief grondbeleid voert. Dit betekent dat de gemeente grond koopt, die bouw- en woonrijp maakt en weer verkoopt aan ontwikkelaars, aannemers en particulieren of in erfpacht uitgeeft. c. (Nog) niet in exploitatie genomen gronden: Overige grondposities die niet voldoen aan de definities in lid 10 sub a of lid 10 sub b. 11. Posities inzake faciliterend grondbedrijf conform lid 10 sub a, worden verantwoord onder de nog te ontvangen bedragen of vooruit ontvangen bedragen, als zijnde het verschil tussen de gemaakte kosten en de ontvangen vergoedingen uit hoofde van anterieure overeenkomsten. 12.
Bouwgronden in exploitatie conform lid 10 sub b worden afzonderlijk verantwoord onder de voorraden en gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) alsmede de rentekosten berekend zoals voorschreven in de BBV als ook administratie- en beheerskosten. 13. Bij winstneming wordt de in lid 8 van dit artikel beschreven methode van Percentage of Completion (POC) gevolgd: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst genomen. De berekening van de tussentijds te nemen winst gaat via de formule"(% realisatie kosten x % realisatie opbrengsten) x geraamde winst in euro". Hierbij wordt rekening gehouden met eventuele onzekerheden in de bepaling van de geraamde winst. Deze onzekerheden worden gekwantificeerd op basis van "kans x impact".
Ondernemend en betrokken.
PAGINA lOVAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM 14. De (nog) niet in exploitatie genomen gronden conform lid 10 sub c worden verantwoord onder de vaste activa en gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde. 15. Bij gemengde projecten dient de administratieve kostenverdeling gesplitst te worden tussen de in lid 10 van dit artikel genoemde categorieën. 16. Indien sprake is van een lagere marktwaarde dan de boekwaarde, wordt een bijzondere waardevermindering verantwoord voor het verschil waarmee de boekwaarde de realiseerbare waarde overschrijdt. 17. Bij het bepalen van de marktwaarde voor nog niet in exploitatie genomen gronden, is het uitgangspunt het huidige bestemmingsplan. 18. Bijzondere waardeverminderingen worden jaarlijks herzien.
Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 23. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en binnen de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten. c. het verschaffen van informatie over het gebruik van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid. e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 24. Financiële organisatie
Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten/taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
Ondernemend en betrokker:
PAGINA llVAN 14
Cemeente EDAM VOLENDAM h. i.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel 25. Interne controle
Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van Je Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het co!!ege zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeiing van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen. de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 3. Het college draagt zorg voor de interne controlewerkzaamheden ten behoeve van het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording als genoemd in artikel 3 lid 6 en de toelichting daarop als genoemd in artikel 20 lid 2. 4. Het college borgt de onafhankelijkheid en deskundigheid van de met de interne controle en auditfunctie belaste functionarissen.
Hiertoe stelt zij een controlstatuut op, waarin de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de control- en auditfunctie wordt vastgelegd, alsmede de informatieplicht van de ambtelijke organisatie aan deze functionarissen. 1.
Hoofdstuk 6. Overige artikelen Artikel 26. Incidentele baten en lasten
1.
2.
3.
4. 5. 6.
De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. Structurele baten en lasten zijn baten en lasten die in beginsel jaarlijks in de begroting, meerjarenraming en jaarrekening zijn opgenomen en zijn tot nadere besluitvorming voor onbepaalde tijd opgenomen. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben. In de jaarrekening wordt een overzicht met incidentele baten en lasten opgenomen. In het overzicht van incidentele baten en lasten worden bedragen die groter zijn dan €50.000 afzonderlijk gespecificeerd. In de jaarrekening wordt een meerjarenoverzicht opgenomen van het structureel begrotingssaldo in overeenstemming met de notitie structurele en incidentele baten d.d. 30 augustus 2018 van de commissie BBV.
Ondernemend en betrokken.
PAGINA 12VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 27. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht
1.
2.
De Financiële verordening gemeente Edam-Volendam, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 april 2018, wordt ingetrokken met dien verstande dat zij van toepassing blijft op het begrotingsjaar 2021. [gereserveerd]
Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel
1. 2.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Edam-Volendam 2022.
Aldus besloten door de gemeenteraad van Edam-Volendam in zijn openbare vergadering d.d. 16 december 2021. De griffier, mr. M. van Essen
Ondernemend en betrokken.
PAGINA 13VAN 14
Gemeente EDAM VOLENDAM
Ondernemend en betrokken,
PAGINA 14VAN 14