ARCHIEF ter info: Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Tekst van het document
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
1
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Colofon Project
2
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Opdrachtgever
Gemeente Edam-Volendam
Opgesteld i.s.m.
Frank Pouw (projectleider)
Opdrachtnemer
De Jonge Milieu Advies Utrechtseweg 9 3704 HA Zeist T: 030 – 699 15 99 www.jma.nl info@jma.nl
Auteur
Wim Nooijen
Datum
26-10-2016
Versie
1.0 definitief
Inhoudsopgave
3
1
Inleiding
5
2
Beleidskaders
6
2.1
Nederlands afvalbeleid
6
2.2
Van Afval Naar Grondstof
6
2.3
Raamovereenkomst Verpakkingen
7
2.4
Gemeentelijk beleid
7
3
Vertrekpunt
8
3.1
Planet
9
3.2
People
11
3.3
Profit
12
3.4
Conclusies
12
4
Beleidskeuzes
14
4.1
Bron en nascheiding (AEB)
14
4.2
Bronscheiding (alternatief)
16
4.3
Benodigde infrastructuur
16
4.4
Afwegingen en beleidskeuze
17
5
Investeringen, kosten en baten
18
5.1
Het afvalaanbod
18
5.2
Restafvalinzameling
19
5.3
Gft-afval
20
5.4
PMD
20
5.5
Papier
20
5.6
Glas
21
5.7
Textiel
22
5.8
Investeringskosten
22
5.9
Exploitatiekosten
23
6
Harmonisatie
25
6.1
AEB en HVC
25
6.2
De inzamelcontracten
26
6.3
Inzameling van textiel
26
6.4
Afvalbrengstations
27
Bijlage 1: Afvalstromen voormalig Edam-Volendam & Zeevang 2015
28
Bijlage 2: Inzamelsysteem voormalig Edam-Volendam & Zeevang
29
Bijlage 3: Uitgangspunten berekening
31
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
4
1 Inleiding Per 1 januari 2016 zijn de voormalige gemeenten Edam-Volendam en Zeevang gefuseerd tot de nieuwe gemeente Edam-Volendam. Een van de werkzaamheden binnen het fusieproces is het maken van een nieuw afvalbeleid voor de periode 2017-2022. Dit beleid staat niet op zichzelf maar maakt onderdeel uit van het Programmaplan 4, onderdeel versneld aanleg ondergrondse containers, de samenwerking met buurgemeenten in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), en het landelijke beleid op het gebied van de Circulaire Economie. De twee speerpunten van het nieuwe afvalbeleid in de gemeente Edam-Volendam zijn: Het afvalbeleid van de twee voormalige gemeenten te harmoniseren. Dit beleid dient in 2018 geharmoniseerd te zijn; Het afvalbeleid aan te laten sluiten bij de landelijk doelstelling van het VANG-beleid. VANG staat voor het overheidsbeleid onder de naam Van Afval Naar Grondstof. Het VANG-beleid heeft de doelstelling om de circulaire economie te bevorderen. Gemeenten dienen daartoe in 2020 75% van het huishoudelijk afval her te gebruiken. Dit komt neer op gemiddeld nog maar 100 kilo restafval, inclusief grof restafval, per inwoner per jaar als doelstelling. Voor de huidige gemeente Edam-Volendam, met een aanbod van gemiddeld 267 kilogram restafval per inwoner per jaar in 2015, houdt dit een te realiseren restafvaldaling in van 167 kilo per inwoner per jaar (meer dan de helft!).
Om dit mogelijk te maken, is een trendbreuk noodzakelijk. Het alleen doorvoeren van enkele optimalisaties in het afval inzamelsysteem is daarvoor onvoldoende. Om de afvalscheiding te verbeteren zijn nieuwe prikkels nodig. Met andere woorden, het huidige inzamelsysteem moet worden aangepast. In het voorliggende beleidsplan wordt invulling gegeven aan de benodigde en gewenste maatregelen, zodat de landelijke doelstellingen in 2020 kunnen worden behaald.
Leeswijzer In het Afvalinzamelingsplan zal eerst het kader van het landelijk en gemeentelijk beleid worden gegeven (hoofdstuk 2) en de startsituatie van de huidige gemeente Edam-Volendam worden gepresenteerd (hoofdstuk3).
5
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
2 Beleidskaders Het Nederlandse afvalbeleid wordt in belangrijke mate bepaald door het Europese afvalbeleid. De belangrijkste Europese richtlijn op het gebied van afval is de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG). In deze richtlijn, maar ook aanvullende richtlijnen, wordt het Europese raamwerk weergegeven voor het beheer van afvalstoffen en wordt meer dan in het verleden aandacht besteed aan preventie en hergebruik. De richtlijnen vanuit Europa worden overgenomen in het Nederlandse afval- en Afvalbeleid.
2.1
Nederlands afvalbeleid
Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Zij hebben de plicht het huishoudelijk afval bij of nabij elk perceel in te zamelen. Daarnaast zijn zij verplicht een aantal afvalstromen, zoals papier en karton, glas, textiel, klein chemisch afval, elektr(on)ische
apparaten en asbesthoudend
afval, gescheiden in te zamelen. Kunststof
verpakkingsafval is enkele jaren geleden toegevoegd aan deze lijst van apart in te zamelen afvalstromen. Voor grof huishoudelijk afval geldt een plicht tot inzameling bij elk perceel zonder minimale frequentie (op afroep) en de plicht om een brengvoorziening (milieustraat) beschikbaar te stellen. Al deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Een belangrijk nationaal beleidskader is het Landelijk Afvalbeleidsplan (LAP).
2.2
Van Afval Naar Grondstof
Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Nederlandse Vereniging van Gemeentelijk Reinigingsdiensten (NVRD) hebben het Publiek Kader voor het afvalbeheer en het uitvoeringsprogramma Huishoudelijk Afval opgesteld. Belangrijk hierbij is het VANG (Van Afval Naar Grondstof)-principe1. Hiermee wordt gewerkt aan de overgang naar een circulaire economie, een economie waarin zo min mogelijk wordt verspild en zo veel mogelijk wordt hergebruikt. Het programma bevat diverse acties om verspilling van potentiele grondstoffen tegen te gaan. Het landelijke streven is om 75% van het huishoudelijk afval te scheiden in 2020, oftewel het terugbrengen van de restafvalhoeveelheid (inclusief grof restafval) van huishoudens naar gemiddeld 100 kilo per persoon per jaar. Van gemeenten wordt verwacht dat zij op vrijwillige basis bijdragen aan het realiseren van deze doelstelling, die vooralsnog niet verplicht is.
1
6
Zie voor het volledige programma en de doelstellingen www.vang-hha.nl
2.3
Raamovereenkomst Verpakkingen
In de Raamovereenkomst 2013-2022 is afgesproken dat gemeenten vanaf 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid voor de inzameling, verwerking en afzet voor hergebruik over het kunststofverpakkingsafval afkomstig van huishoudens hebben gekregen. De vergoeding die gemeenten hiervoor ontvangen zal volgens de gemaakte afspraken kostendekkend voor de gemeenten zijn en blijven. Ook voor drankenkartons is een vergoeding vastgesteld. De vergoedingen vanuit het verpakkingenakkoord maken de aparte inzameling van kunststoffen en drankenkartons aantrekkelijk voor gemeenten. Dit speelt bij de keuzes voor mogelijke maatregelen om de doelstelling te behalen een belangrijke rol.
2.4
Gemeentelijk beleid
Op dit moment heeft de gemeente geen vastgesteld beleid of doelstelling op het gebied van huishoudelijk afval. Wel wordt met het huidige afvalbeheer ingespeeld op de landelijke trends.
7
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
3
Vertrekpunt
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de situatie omtrent de afvalinzameling in de gemeente Edam-Volendam. De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op cijfers van de voormalige gemeenten Edam-Volendam en Zeevang uit 2015. Achtereenvolgens komen aan de orde het milieurendement, het serviceniveau en de kosten van het gemeentelijk afvalbeleid. Aan het slot van dit hoofdstuk worden conclusies getrokken voor het nieuwe Afvalbeleid. De drie P’s vormen de belangrijkste aspecten van het gemeentelijk afvalbeleid: Planet, gaat over de gevolgen van het afvalbeleid voor het milieu en afvalscheiding; People, beslaat de service aspecten van het afvalbeleid en Profit, gaat over de kosten en baten van het afvalbeleid. De gemeente voert op al die aspecten de regie. Hoe, dat is de uitkomst van de politieke keuzen die de gemeenteraad maakt in het afvalbeleidsplan. Zo ontstaat een evenwicht tussen wensen van burgers, financiële middelen en milieurendement. De gemeenteraad moet ook kiezen of de gemeente het gemeentelijk afvalbeheer zelf uitvoert, de uitvoering samen met andere gemeenten doet of de uitvoering uitbesteedt.
Figuur 3.1: De afvaldriehoek
Door te inventariseren hoe het huidige afvalbeleid van de fusiegemeente presteert op de drie P’s, wordt inzichtelijk gemaakt, welke stappen de gemeente nog moet maken om de doelstellingen van het nieuwe afvalbeleid te realiseren. 8
3.1
Planet
De milieuprestaties op het gebied van afval worden bepaald door de volgende aspecten: De hoeveelheid huishoudelijk restafval geproduceerd per inwoner; De samenstellen van het ongescheiden afval; Het scheidingspercentage van recyclebaar afval, grondstoffen.
Productie restafval per inwoner Inwoners van de gemeente Edam-Volendam produceerden gemiddeld 673 kg afval per persoon in 2015. In de gemeente Zeevang was dit gemiddeld 515 kg afval per persoon per jaar. In onderstaande tabel is weergegeven per voormalige gemeente welk aandeel daarvan fijn huishoudelijk afval is, als ook het aandeel grof huishoudelijk afval. Ter vergelijking zijn ook de gegevens van vergelijkbare gemeenten, met een gelijke stedelijkheidsklasse en tariefsysteem, er bij gepresenteerd. Tabel 3-1: Scheidingspercentages van voormalige gemeenten Edam-Volendam en Zeevang en de gemiddelden van vergelijkbare gemeenten. EdamVolendam 2015 kg/inw Totaal fijn huishoudelijk afval
435
gelijk tarieven systeem: sted 3 kg/inw2 408
gelijk tarieven systeem: sted 5 kg/inw3
Zeevang 2015 kg/inw 429
505
Fijn restafval
256
207
214
242
Gescheiden fijne grondstoffen
179
201
215
263
Scheidingspercentage fijn huishoudelijk afval
41%
49%
50%
52%
Totaal grof huishoudelijk afval
238
143
86
229
Grof restafval
21
29
5
48
Gescheiden grove grondstoffen
217
114
81
181
Scheidingspercentage grof huishoudelijk afval
91%
80%
94%
79%
Totaal afval
673
551
515
733
Restafval
277
236
219
290
Gescheiden
396
315
296
443
Scheidingspercentage totaal
Gewogen gemiddelde scheidingspercentage (Nieuw Volendam-Edam) 2
9
Benchmark Huishoudelijk afval 2014
59%
57%
57%
60%
𝒊𝒏𝒘 𝑬𝒅 − 𝑽𝒅 ∗ 𝟓𝟗% + 𝒊𝒏𝒘 𝒁𝒆𝒆𝒗𝒂𝒏𝒈 ∗ 𝟓𝟕% = 𝟓𝟖. 𝟔% 𝒊𝒏𝒘 𝑬𝒅 − 𝑽𝒅 + 𝒊𝒏𝒘 𝒁𝒆𝒆𝒗𝒂𝒏𝒈
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Geconcludeerd kan worden dat: De totale hoeveelheid fijn huishoudelijk afval per inwoner in Edam-Volendam boven het gemiddelde van de vergelijkbare gemeenten ligt. Het scheidingspercentage van het fijn huishoudelijk afval t.o.v. de benchmark gemeenten ligt echter erg laag; De totale hoeveelheid fijn huishoudelijk afval per inwoner ligt in Zeevang flink onder het gemiddelde. Daarentegen is het scheidingspercentage van fijn huishoudelijk afval in lijn met het gemiddelde scheidingspercentage van de vergelijkbare gemeenten; De totale hoeveelheid grof huishoudelijk afval ligt in Edam-Volendam flink boven het gemiddelde van de vergelijkbare gemeenten. Er wordt echter t.o.v. de vergelijkbare een grotere fractie van het grof huishoudelijk afval gescheiden ingeleverd; De totale hoeveelheid grof huishoudelijk afval ligt in Zeevang ver onder het gemiddelde van de vergelijkbare gemeenten. Bovendien is de fractie van grof huishoudelijk afval dat niet wordt gescheiden erg klein t.o.v. vergelijkbare gemeenten; Zowel de (voormalige) gemeenten Zeevang als Edam-Volendam presteren erg goed als het gaat om de scheiding van grof huishoudelijk afval. Daarentegen is de scheiding van fijn huishoudelijk afval in Zeevang gemiddeld en in Edam-Volendam zelfs flink onder gemiddeld, zodat in het totaal beeld beide gemeenten niet boven gemiddeld scoren.
Samenstelling huishoudelijk restafval Voor beide gemeenten (Edam-Volendam in 2015 & Zeevang in 2013) is op het restafval voor zowel het afvalaanbod van de laagbouw als dat van de hoogbouw een sorteeranalyse uitgevoerd. De resultaten zijn weergegeven in de Figuur 3.2.
Figuur 3.2: Sorteeranalyse restafval o.b.v. gewicht
10
Dit zijn de opvallende punten: In de voormalige gemeente Edam-Volendam bestond ongeveer 80% van het restafval uit eenvoudig te scheiden grondstoffen, waarvoor ten tijden van de analyse een aparte inzamelstructuur bestond. In de voormalige gemeente Zeevang was dit circa 50%; Maar liefst 30%-36% van de aangeleverde hoeveelheid restafval per inwoner bestaat uit gft-afval. Hiervan is het grootste deel groente- en fruitafval. Circa 20% van het restafval bestaat uit PMD afvalstoffen. Ten tijde van de analyse bestond in de gemeente Zeevang nog geen inzamelstructuur voor deze grondstofstroom. In de voormalige gemeente Edam-Volendam werd de broninzameling van PMD ten tijde van de analyse net ingevoerd.
Het scheidingspercentage van recyclebaar afval De combinatie van de resultaten van de gescheiden afvalinzameling en de sorteeranalyse, leveren per grondstof het volgende beeld op (Figuur 3.3).
Figuur 3.3: Scheiding van grondstoffen Hieruit is op te maken dat: Voor de gemeente is er veel winst te behalen bij een verbeterde scheiding van GFT, textiel en kunststof verpakkingen; De scheiding van papier en glas is redelijk hoog; De scheiding van grof huishoudelijk afval is boven gemiddeld hoog (zeer goed).
3.2
People
Bijlage 2 laat het inzamelsysteem voor hoog- en laagbouw voor beide voormalige gemeenten zien. Het inzamelsysteem bestaat voornamelijk uit ‘haalvoorzieningen’: de meeste soorten afval worden bij de laagbouw aan huis ingezameld. In bijlage 2 is ook aangegeven hoe vaak de afvalstromen worden opgehaald. Er zijn enkele verschillen tussen de twee voormalige gemeenten. Deze kunnen met een nieuw inzamelcontract te zijner tijd gelijk worden getrokken (geharmoniseerd). 11
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Inwoners van de nieuwe gemeente Edam-Volendam kunnen gratis hun afval brengen naar een van de twee milieustraten. De openingstijden van de milieustraten kunnen beter op elkaar worden afgestemd.
3.3
Profit
Met de afvalstoffenheffing die aan een huishouden wordt opgelegd, worden de kosten van inzameling, afvoer en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen bekostigd. Beide gemeenten hanteerden voor de fusie een tariefsysteem op basis van de grootte van een huishouden. In Edam-Volendam was de gemiddelde afvalstoffenheffing per huishouden in 2015 € 236,-. Hiermee zat Edam-Volendam 2,5% onder het landelijk gemiddelde van € 242,- per huishouden. In Zeevang was de gemiddelde afvalstoffenheffing per huishouden € 263,- in 2015. Dit is 8,7% boven het landelijke gemiddelde van 2015. Per 1 januari 2016, de datum van fusie, is de afvalstoffenheffing gelijk getrokken voor beide voormalige gemeenten. Het tariefsysteem is nog steeds op basis van de grootte van een huishouden en bedraagt voor een: een éénpersoonshuishouden € 193,-; een tweepersoonshuishouden € 250,-; een meerpersoonshuishouden € 260,-. Op basis van dit tariefsysteem en de gezinssamenstelling van de fusiegemeente, zal de gemiddelde afvalstoffenheffing over 2016 per huishouden circa € 241,- bedragen.
3.4
Conclusies
In onderstaande Figuur is de prestatie van het afvalbeleid op ‘kosten’ (afvalstoffenheffing) en ‘milieu’ (Bronscheidingspercentage) weergegeven voor de fusiegemeente Edam-Volendam.
Figuur 4: Presentatie van algehele prestatie in vergelijking met benchmark stedelijkheidsklasse 3
12
De grijze bollen geven vergelijkbare gemeenten (stedelijkheidsklasse 3) uit de benchmark van 2014 weer. De verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing over 2016 is uitgezet tegen het gemiddelde bronscheidingspercentage van de twee voormalige gemeenten, waaruit de fusiegemeente bestaat. Het figuur laat zien dat de gemeente zowel een gemiddelde afvalstoffenheffing hanteert en gemiddeld scoort op het gebied van bronscheiding ten opzichte van de benchmark. Daarnaast zijn uit het vorengaande ook de volgende conclusies te trekken: De grootste winst op het gebied van ‘milieuprestatie’ kan de gemeente behalen door een betere scheiding van de grondstoffen (met name gft, textiel, oud papier, kunststofverpakkingen/PMD). Gescheiden inzameling van gft-afval uit de keuken (etensresten) kan het scheidingspercentage van gft-afval aanzienlijk verbeteren. Dit kan door het scheiden van het afval in de keuken middels het verstrekken van inzamelmiddelen en extra communicatie te stimuleren. Om in 2020 de VANG doelstelling te behalen van 100 kg/inwoner restafval en 75% afvalscheiding zal het restafvalaanbod meer dan gehalveerd moeten worden door een betere scheiding aan de bron (in huis). Een alternatief hiervoor is nascheiding van het restafval. Ook is een combinatie van bron- en nascheiding denkbaar.
13
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
4
Beleidskeuzes
Duidelijk is dat het huidige afvalbeleid zal moeten worden gewijzigd om aan de opgestelde doelen te gaan voldoen. Voor het behalen van de VANG-doelstelling is een grote verandering in de mate van afvalscheiding nodig. Op dit moment produceert de gemeente Edam-Volendam gemiddeld 267 kg restafval per inwoner. Dit betekent dat er een reductie van ruim 167 kg restafval per inwoner nodig is om aan de VANG-doelstelling te gaan voldoen per 2020. Hiervoor zal de gemeente dus een compleet nieuw afvalbeleid moeten gaan voeren. Aangezien het huidige afval beleid al goed scoort op de bronscheiding van grof huishoudelijk afval, zullen de wijzigingen in het uit te voeren beleid zich vooral moeten richten op de scheiding van fijn huishoudelijk afval. Aan te bevelen is om bij de harmonisatie van het afvalbeleid de VANG-doelstellingen leidend te laten zijn. Er zijn echter ook praktische zaken als het aanpassen van de huidige verwerkings- en inzamelcontracten die meespelen in de harmonisatie van het afvalbeleid. Om de beoogde doelstellingen van het nieuwe afvalbeleid te verwezenlijken, zijn er in hoofdzaak twee scenario’s denkbaar. Het betreft een keuze voor de combinatie bron- en nascheiding (aanbod van AEB), of een alternatief waarbij niet gekozen wordt voor het nascheiden van verpakkingsmaterialen.
4.1
Bron en nascheiding (AEB)
In dit scenario zal er worden ingespeeld op de komst van een nascheidingsinstallatie van afvalverwerker AEB vanaf de zomer van 2017. Deze beleidslijn is gebaseerd op het motto “bronscheiden als het moet, nascheiden als het kan”, en zal zich voornamelijk inzetten op het optimaliseren en intensiveren van de bronscheiding van GFT, OPK (oud papier/karton), glas en textiel en de nascheiding van verpakkingsmaterialen (kunststoffen, drankenkartons en metalen).
14
De volgende maatregelen worden in dit scenario ingevoerd om de VANG-doelstelling te behalen: Het invoering van een toegangscontrole bij het inwerpen van restafval. De ervaring heeft geleerd dat de invoering van een dergelijke maatregel kan leiden tot een reductie van maar liefst 10% van het restafval. Dit volgt voornamelijk uit het feit dat bedrijven op deze manier niet meer hun restafval als huishoudelijk afval kunnen aanbieden. Tegen betaling van reinigingsrechten kan dat wel, als de gemeente dit wil blijven faciliteren. Het optimaliseren en intensiveren van het scheiden aan de bron (door de inwoners) van GFT, OPK, glas en textiel. Uit hoofdstuk 3 blijkt dat op dit moment een aanzienlijk deel van deze grondstoffen bij het restafval terecht komt. Door een verbetering van de inzamelinfrastructuur is hier een optimalisatie van circa 50% van het ongescheiden deel te behalen. Dit houdt dus wel in dat de service rondom de inzameling van deze grondstoffen verbeterd zal moeten worden (meer brengvoorzieningen en/of de inzameling aan huis verbeteren). Het overige restafval zal worden afgevoerd naar de nascheidingsinstallatie waar nog een aanzienlijke fractie van het restafval kan worden nagescheiden. De nascheiding zal zich voornamelijk richten op het terugwinnen van kunststoffen, drankenkartons, metalen, OPK, mineralen en de vergisting van organisch materiaal.
Deze maatregelen samen moeten leiden tot een flinke reductie van het huishoudelijk fijn restafval. Dit scenario is uitgewerkt in onderstaande tabel.
Uitwerking scenario: nascheiding (AEB) Nieuwe gemeente Edam-Volendam Fijn restafval Grof restaval Totaal restafval Doelstellingen VANG-doelstelling te verminderen restafval Maatregelen 1. toegangscontrole 2.1 optimalisatie gft (keukenafval) 2.2 optimalisatie glas 2.3 optimalisatie Textiel 3. nascheiden geen broninzameling kunststof
kg/inw 249 18 267 100 167 kg/inw 27 35 5 12 91 -3
Totaal reductie restafval
167
Totaal restafval scenario 1
100
Gezien de beperkte PMD inzamelstructuur, die op dit moment aanwezig is in de gemeente, is deze optie zeer aan te bevelen. De gemeente hoeft dus niet te investeren in een nieuwe inzamelstructuur voor PMD. Echter, vereist dit scenario wel een uitbreiding van de huidige 15
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
inzamelstructuur van GFT, glas en textiel. Ook zullen er ondergrondse containers moeten worden aangelegd voor de inzameling van restafval om zo de toegangscontrole te kunnen waarborgen.
4.2
Bronscheiding (alternatief)
Dit scenario richt zich vooral op het intensiveren van de bronscheiding (scheiding aan huis) van grondstoffen binnen de gemeente. De filosofie achter dit scenario is om de service rondom de inzameling van grondstoffen hoger te maken en de service rondom de inzameling van restafval te verlagen, zodat inwoners worden gestimuleerd om meer afval te gaan scheiden. De gemeente zal bij een keuze voor dit scenario moeten investeren in de aanleg van veel meer inzamelpunten voor de grondstoffen OPK, glas, PMD en textiel. Dit houdt op zijn minst in dat voor de inzameling van PMD een compleet nieuwe logistiek zal moeten worden geïntroduceerd. Om de service rondom restafval te verlagen, zou bijvoorbeeld een diftar3-systeem als “de dure zak”, of betaling voor de inworp van een restafvalzak in een ondergrondse container, kunnen worden ingevoerd. De inzameling van restafval middels zakken en grotendeels ook ondergronds blijft dan bestaan. Inzameling van PMD zal huis aan huis moeten plaatsvinden om een grote opbrengst ervan te krijgen. Dat kan middels PMD-zakken, minicontainers of ondergrondse containers. Het is niet logisch dat de gemeente Edam-Volendam, als partner van AEB en deelnemer in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) kiest voor bronscheiding. Dit vooral ook omdat er nog niet veel is geïnvesteerd in een inzamelstructuur voor PMD.
Om deze reden wordt het scenario bronscheiding verder niet uitgewerkt.
4.3
Benodigde infrastructuur
Ongeacht de keuze voor het scenario zal de gemeente in alle gevallen ook de inzamelsystematiek moeten aanpassen. Het is logisch dat daarbij dan gekozen wordt voor een meer duurzame wijze van inzamelen middels ondergrondse brengvoorzieningen. De voordelen hiervan zijn:
Minder beslag op de openbare ruimte; 24 uur beschikbaarheid voor inwoners voor het brengen van afval of grondstoffen; Zo mogelijk kunnen brengeilandjes worden gecreëerd met meerdere fracties naast elkaar; Geen afvalzak inzameling meer, en bijgevolg ook minder last van (zwerf)afval op straat; Minder inzamelvoertuig bewegingen in de bebouwde kom en lagere inzamelkosten. Een locatieplan kan rekening houden met de meest gunstige plaatsing van de brengvoorzieningen, zodat de loopafstanden beperkt blijven en er rekening gehouden wordt met senioren. Ook dient er rekening mee te worden gehouden dat brengvoorzieningen niet op alle locaties mogelijk zijn of het aangewezen inzamelmiddel zijn. Zo zal het inzamelvoertuig er goed bij moeten kunnen zonder dat het verkeer gehinderd wordt tijdens het ledigen van de containers. Er dienen geen ondergrondse kabels en leidingen in de weg te liggen. Buiten de bebouwde kom zal de inwonersdichtheid zodanig zijn dat loopafstanden te groot worden. Hiervoor blijft een inzameling aan huis middels minicontainers het aangewezen alternatief.
3
16
Diftar staat voor gedifferentieerde tarieven. Hierbij is het gebruikelijk dat inwoners gaan betalen voor het aanbieden van restafval. Dat kan op gewichtsbasis of op volumebasis. Het systeem staat ook wel bekend onder de naam “afval scheiden loont” of “de vervuiler betaalt”.
4.4
Afwegingen en beleidskeuze
Samenvattend worden de volgende beleidskeuzes voor het afvalbeheer 2017-2022 voorgesteld met de bijbehorende afwegingen: De gemeente Edam-Volendam kiest voor aansluiting bij het voorstel van AEB. De gemeente wordt B-partner en gaat PMD volledig nascheiden. Samen met het optimaliseren en intensiveren van de bronscheiding van GFT, OPK (oud papier/karton), glas en Textiel kan de gemeente daarmee voldoen aan de VANG doelstelling van 100 kg/inwoner restafval (niet her te gebruiken afval) in 2020; Voor de aanleg van de (ondergrondse) inzamelstructuur voor restafval is de keuze van een maximale loopafstand van belang. Een korte loopafstand (bijvoorbeeld 75 meter maximaal) betekent een grotere investering. Als de loopafstand groter wordt gekozen (bijvoorbeeld 150 m maximaal) verschuiven de kosten van investeringen naar een frequenter inzamelen en dus meer voertuigbewegingen. Het laatste kan weer beperkt worden door de inzameling te baseren op volmelding van de containers. Er wordt voorgesteld aansluiting te zoeken bij landelijke ervaringen en ontwikkelingen. Een loopafstand van maximaal 150 m en “dynamisch inzamelen” (inzamelen op basis van volmelding) wordt dan het uitgangspunt.
In het volgende hoofdstuk zal deze keuze verder worden onderbouwd en doorgerekend; Een inzamelstructuur op basis van ondergrondse containers past prima in de dichtbevolkte woonkernen, maar is geen goede optie voor het buitengebied en de lintbebouwing. Het voorstel is om hiervoor de inzameling van restafval middels minicontainers aan huis te gaan of te blijven verzorgen; Om een goed en gedragen inzamelplan te ontwikkelen zal de gemeente buurtsgewijs in overleg met de bewoners op basis van de vastgestelde beleidsuitgangspunten een plan gaan vaststellen. Bewoners gaan daarmee participeren in het vaststellen van een optimaal inzamelplan voor alle fracties.
17
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
5
Investeringen, kosten en baten
De keuze voor nascheiding van het restafval brengt vervolgkeuzes met zich mee die in dit hoofdstuk verder uitgewerkt worden. Achtereenvolgens zal besproken worden wat het afvalaanbod is en hoe de gemeente, middels de keuze voor nascheiding, gaat voldoen aan de VANGdoelstelling van 100 kg/inwoner restafval in 2020, wat de aanpassingen zijn aan de infrastructuur, wat de investeringen en exploitatiekosten zullen worden en wat dat betekent voor de afvalstoffenheffing.
5.1
Het afvalaanbod
In Tabel 5.1. is het huidige afvalaanbod van de gemeente Edam-Volendam gegeven. Tevens is gegeven wat de te verwachten wijzigingen zijn van het afvalaanbod door nascheiding en een verbeterde bronscheiding voor de grondstoffen die niet via nascheiding afgescheiden kunnen worden. Tabel 5.1. Huidige afvalaanbod en doelstelling voor 2020 Fractie
2015 [kg/inw]
2020 [kg/inw]
Verschil [kg/inw]
Restafval
267
100
-167
Opmerking 27 kg/inw afname door toegangscontrole, overige door nascheiding en verbeterde bronscheiding.
Nascheiding
0
55
+55
KVA, drankenkartons, OPK en kunststoffen (opgave AEB)
Nascheiding
0
33
+33
Biogas uit organisch natte fractie en mineralen4
Bronscheiding
100
117
+17
OPK, glas, textiel, milieu-straat en nascheiding GHA.
Gft-afval
86
121
+35
Keukenafval bij gft
De doelstelling van 100 kg/inwoner restafval (fijn en grof) is in 2020 haalbaar door de combinatie van nascheiding en een verbeterde bronscheiding. De nascheiding zoals deze door AEB wordt voorgesteld richt zich met name op kunststof verpakkingsafval, drankenkartons, metalen, en overige kunststoffen. In een 2e fase zal AEB ook de organische natte fractie afscheiden en vergisten, waardoor biogas aan het restafval wordt onttrokken. De ervaring van OMRIN met nascheiding laat zien dat er ook mineralen (zand) bij vrijkomt. Dit alles telt mee als zijnde grondstoffen, en dus een reductie van het restafval (dat verbrand moet worden). Voor de grondstoffen die niet met nascheiding worden afgescheiden zal de gemeente de mogelijkheden voor
bronscheiding
kunnen
verbeteren,
bijvoorbeeld
door
meer
brengvoorzieningen
of
ophaalservice te bieden. De grote winst zit hier bij het gft-afval, met name keukenafval, en textiel.
4
18
Dit is gebaseerd op de ervaringen van OMRIN in Friesland met nascheiding. AEB overweegt de vergisting van de organische natte fractie als 2e fase in de bouw van een nascheidingsinstallatie. De 1e fase zal medio 2017 operationeel zijn. De 2e fase is nog niet gepland, maar gaat er zeer waarschijnlijk komen.
5.2
Restafvalinzameling
Verschillende gemeenten in Nederland hebben projecten lopen met het ondergronds brengen van de restafval inzameling als duurzaam alternatief voor de klassieke afvalinzameling huis aan huis. Deze gemeenten hanteren verschillende criteria waaraan inzamelpunten moeten voldoen (zie tabel 5.2). Tabel 5.2 Overzicht plaatsingscriteria ondergrondse containers voor restafval Referentie
Aantal aansl./container
Maximale loopafstand
Arnhem; 3 proefwijken
100 voor restafval
100-150 m. (max. 250 m.)
Utrecht; Lunetten
gem. 80 voor restafval
Streefafstand 125 m.
Zwolle; Stadshagen
100-125 voor restafval
Max. 300 m.
Alphen aan den Rijn
50 voor restafval
Geen
Uit het overzicht blijkt het praktijk om uit te gaan van 100 aansluitingen of meer per ondergrondse container voor restafval. Dit zijn echter allemaal bronscheidende gemeenten die uitgaan van een sterk afnemend (halverend) restafvalaanbod. Hoe meer aansluitingen hoe minder containers. Echter minder containers zijn weer sneller vol en vragen dan om frequenter inzamelen waardoor de inzamelkosten weer zullen stijgen. Een tweede limiet ligt in de maximale loopafstand. Als de gemeente de loopafstand wil beperken zullen er meer containers nodig zijn. Een meest optimale situatie is op grond hiervan lastig te bepalen, immers de inwonersdichtheid varieert per wijk, het afvalaanbod en de loopafstanden dus ook. Een optimale situatie dient dus uitgelegd te worden op de verwachting van het afvalaanbod als gevolg van het toekomstige aanbod bij de keuze voor nascheiding. Dit is als volgt: Huidig aanbod:
250 kg/inw/jr restafval
Aanbod bij keuze voor nascheiding:
188 kg/inw/jr (zie tabel 1.1)
Aanbod per ondergrondse container:
180 kg/week (bij 50 aansl./oc)
Gem./max. vulling met volmelding:
350-450 kg/container (ervaring)
Aantal ledigingen:
2*/week
Op basis van beschikbare ervaringsgegevens uit andere gemeenten (Arnhem), richt EdamVolendam zicht op een maximale loopafstand van 150 meter. Op basis van dit uitgangspunt heeft de gemeente geïnventariseerd dat er 130 extra restafvalcontainers, naast de 90 bestaande, nodig zijn om volledig over te gaan op volledig ondergrondse restafvalinzameling (Inventarisatie toekomstige containers oktober 2016). Voor een aantal locaties binnen de gemeente is het uitgangspunt van een maximale loopafstand van 150 meter niet realistisch gezien de opbouw van de wijk. Het gaat om de volgende locaties: De Oude Kom in Volendam: Hier zijn weinig mogelijkheden om de containers te plaatsen en indien geplaatst zijn de locaties moeilijk te bereiken met een ledigingsvoertuig. De Oude Kom in Edam: hier zijn weinig mogelijkheden om een container te plaatsen. Bovendien kunnen de ledigingsvoertuigen maar in een beperkt gebied komen door een gehanteerde gewichtsbeperking met een totaalgewicht van maximaal 7,5 ton van een voertuig.
19
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Donata Steurhof, Wethouder Koningslaan en de omgeving van de Dick Tolstraat: Hier zijn opnieuw weinig mogelijkheden om containers te plaatsen en bovendien is de locaties deels moeilijk te bereiken voor een ledigingsvoertuig. De gemeente is vrij om de maximale loopafstand voor haar inwoners zelf te bepalen. Het ligt dan voor de hand om voor de genoemde gebieden grotere maximale loopafstanden te gaan hanteren. Het is niet mogelijk om met vergelijkbare uitgangspunten het buitengebied te voorzien van ondergrondse containers. Daarom zal voor het buitengebied de inzameling met rolcontainers aan huis worden uitgevoerd.
5.3
Gft-afval
Om het gft-afval inzamelen te bevorderen kunnen inwoners gestimuleerd worden keukenafval (etensresten) te verzamelen in keukenemmers met biologisch afbreekbare zakjes. Deze zakjes kunnen met het gft-tuinafval worden ingezameld en verwerkt. De zakjes faciliteren het inzamelen, en voorkomen stank in de groene minicontainer. Er zijn al goede ervaringen met deze nieuwe wijze van inzamelen. De gemeenten kan op vrijwillige basis de inwoners stimuleren hieraan mee te gaan doen door de zakjes (de eerste jaren) en/of een inzamelemmer gratis te gaan verstrekken. Dit is vergelijkbaar met de reeds bestaande inzamelwijze bij de hoogbouw.
5.4
PMD
PMD staat voor plastic, metalen en drankenkartons. Deze fracties worden volledig middels nascheiding uit het restafval gehaald. Dat betekent dat de bestaande bovengrondse containers voor kunststof verpakkingsafval (14 stuks) komen te vervallen. Op deze locaties kunnen andere fracties worden ingezameld (bijvoorbeeld textiel).
5.5
Papier
In totaal staan er in Edam-Volendam 28 ondergrondse containers voor papier. Gemiddeld genomen betekent dit dat er 530 aansluitingen per container zijn. In Edam-Volendam wordt 74,6 kg OPK per inwoner per jaar ingezameld met de combinatie van inzameling aan huis en ondergrondse containers. Uit de Cyclus benchmark van 2010 en 2012 kan het volgende beeld worden afgeleid:
Afb. 5.1 Het aantal brengvoorzieningen en het inzamelresultaat voor papier.
20
Opmerking: punt voor Ed-Vd 2015 berekend op totaalstroom OPK afval (gehaald en gebracht).
De conclusie uit deze beschouwing is: Het resultaat van OPK inzameling neemt sterk toe met meer brengpunten; Edam-Volendam heeft, gemiddeld gezien over de gehele gemeente, een goede dichtheid brengpunten in vergelijking met andere gemeenten. In enkele wijken binnen de gemeente Edam-Volendam zijn geen ondergrondse containers voor papier. Om een de scheiding van papier in alle wijken te optimaliseren is het plan van de gemeente is om er nog 20 te plaatsen, zodat het voorzieningen niveau ruim voldoende en gelijk is tussen de verschillende wijken.
5.6
Glas
In totaal staan er in Edam-Volendam 13 ondergrondse en 36 bovengrondse containers voor glas. Gemiddeld genomen betekent dit dat er ca. 300 aansluitingen per container zijn. Uit de Cyclus benchmark van 2010 en 2012 kan het volgende beeld worden afgeleid:
Afb. 5.2 Het aantal brengvoorzieningen en het inzamelresultaat voor glas. De conclusie uit deze beschouwing is: Edam-Volendam beschikt in vergelijking met andere gemeenten over een relatief hoge dichtheid van brengpunten voor glas. Voor wat betreft het aantal brengpunten. Het aantal brengpunten is evenals bij papier en textiel een vrije keuze van de gemeente; De inzameling van glas, anders dan papier, lijkt nauwelijks gevoelig te zijn voor het aantal brengpunten. Er staan dus relatief veel glascontainers in Edam-Volendam. Een deel daarvan is bovengronds. Deze wil de gemeente ondergronds gaan brengen. Omdat het aantal brengvoorzieningen geen invloed heeft op de opbrengst, is een optimalisatie van het huidige glascontainerbestand daarbij aan te raden. Hierbij zal het van belang zijn de containers op de juiste plaats te hebben. Dit is in ieder geval (voor zover mogelijk) bij alle supermarkten, en aanvullend in de woonwijken, bij voorkeur naast een papier en textielcontainer, zodat mensen weten waar ze de in huis verzamelde grondstoffen kunnen afleveren.
21
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
5.7
Textiel
Er zijn geen textielcontainers door de gemeente geplaatst in Edam-Volendam. De opbrengst van textiel door de inzamelende partijen is onbekend. Uit de Cyclus benchmark van 2010 en 2012 kan het volgende beeld worden afgeleid:
Afb. 3.2 Het aantal brengvoorzieningen en het inzamelresultaat voor textiel. De conclusie uit deze beschouwing is: Edam-Volendam heeft geen eigen brengpunten en een onbekende opbrengst. Er is geen norm of richtlijn voor het aantal brengpunten; Er is een positieve relatie tussen aantal brengpunten en inzamelresultaat. Op grond hiervan wordt aanbevolen het aantal brengpunten voor textiel op een niveau van 1 container
per
1.000-2.000
aansluitingen
te
gaan
brengen.
Dit
vereist
dan
ca.
10-15
textielcontainers, maar het mogen er ook meer zijn. De vrijkomende plaatsen voor de kunststofinzameling zouden hiervoor gebruikt kunnen worden. Middels een aanbesteding kan de gemeente de textielinzameling in de markt zetten. De winnende partij mag de eigen containers plaatsen en moet de opbrengst delen met de gemeente. De gemeente kan hier haar voordeel mee doen.
5.8
Investeringskosten
Samenvattend vereist een keuze voor nascheiding de volgende investeringen: 130 nieuwe ondergrondse restafvalcontainers; Te voorzien van toegangscontrole en (optioneel) volmeldingsystemen; 90 bestaande ondergrondse containers te voorzien van toegangscontrole; 20 nieuwe ondergrondse containers voor papier Ca. 30 nieuwe ondergrondse containers voor andere fracties (ca. 10 voor textiel) en restafval op moeilijk te bereiken locaties (ca. 20); Toegangspassen; Rolcontainers voor het buitengebied; Bijkomende kosten.
22
In tabel 2.2 zijn de investeringskosten samengevat. De uitgangspunten voor de berekening zijn opgenomen in bijlage 3.
Tabel 2.2 Investeringskosten Investeringsraming Aantal Betreft Eenheidsprijs Investering Jaren Rente Kapitaalslasten/j [€/hh./j.] Leveren en plaatsen: Nieuwe restafvalcontainers 130 oc's € 7.900,00 € 1.027.000 10 0,5% € 105.545 € 7,10 IRDC/VM systemen voor bestaand 90 oc's € 1.050,00 € 94.500 10 0,5% € 9.712 € 0,65 Toegangspassen restafvalcont. 14.858 aansl. € 1,50 € 22.287 10 0,5% € 2.290 € 0,15 Ondergrondse papiercont. 20 oc's € 7.100,00 € 142.000 10 0,5% € 14.593 € 0,98 Overige ondergrondse cont. 30 oc's € 7.900,00 € 237.000 10 0,5% € 24.357 € 1,64 Aangepaste inzamemethoden rolcont. € 5.000 10 0,5% € 514 € 0,03 Kabels en leidingen e.d. 15% van investering nw. € 210.900 10 0,5% € 21.674 € 1,46 Bijkomende kosten: Projectleidingskosten 1 Extern € 100.000,00 € 100.000 10 0,5% € 10.277 € 0,69 Locatieplan en inspraak 1 Extern € 50.000,00 € 50.000 10 0,5% € 5.139 € 0,35 Aanbesteding (oc's en textiel) 2 Extern € 30.000,00 € 60.000 10 0,5% € 6.166 € 0,42 Communicatiekosten 14.858 aansl. € 3,50 € 52.003 10 0,5% € 5.344 € 0,36 Onvoorzien 10% van totaal invest. € 200.069 10 0,5% € 20.561 € 1,38 Totaal € 2.200.759 € 226.173 € 15,22
De investering wordt geraamd op totaal ca. € 2,2 mln. Dit past binnen het totaal van de meerjarenbegroting voor de geplande investeringen in de jaren 2017-2021, van het Programma Schoon & Veilig. De investeringen kunnen gefaseerd over de jaren worden gedaan.
5.9
Exploitatiekosten
De exploitatiekosten worden geraamd als kosten die komen te vervallen en nieuwe kosten. Op deze wijze wordt een toe- of afname van de kosten voor het afvalbeheer berekend, hetgeen direct omgezet kan worden in een te verwachten toe- of afname van de afvalstoffenheffing. De kostenwijzigingen betreffen: Een toename van de kapitaalslasten als gevolg van de investeringen (tabel 2.2); Inzamelkosten die wijzigen als gevolg van verschuivende afvalhoeveelheden (minder restafval, meer grondstoffen) en als gevolg van een andere wijze van inzamelen (ondergronds restafvalcontainers, glascontainers); Verwerkingskosten die wijzigen als gevolg van verschuivende afvalhoeveelheden (tabel 1.1) en een andere werkwijze (nascheiding). In tabel 2.3 is een overzicht gegeven van de verwachte exploitatiekosten toe- en afname.
23
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Tabel 2.3 Exploitatiekosten (toe- en afname) voor het scenario nascheiding Jaarlijkse kosten raming Aantal Betreft Eenheidsprijs Expl.kosten/jaar [€/hh./j.] Kapitaalslasten en onderhoudskosten: Kapitaalslasten als gevolg van investeringen € 226.173 € 15,22 Onderhoudskosten restafval cont. 130 oc's/IRDC/VM € 175 € 22.750 € 1,53 Onderhoudskosten IRDC's op bestaand 90 IRDC's/VM € 75 € 6.750 € 0,45 Datacommunicatiekosten 220 IRDC's/VM € 75 € 16.500 € 1,11 Pasbeheer 14.858 aansl. € 0,75 € 11.144 € 0,75 Onderhoudskosten overige oc's 50 oc's nieuw € 100 € 5.000 € 0,34 Inzamelkosten: Huidige inzamelkosten restafval vervalt 9.231 zak € 16 -€ 146.219 -€ 9,84 Huidige inzamelkosten restafval vervalt 5.891 ondergronds € 20 -€ 120.412 -€ 8,10 Huidige inzamelkosten restafval vervalt Zeevang € 74.937 -€ 74.937 -€ 5,04 Nieuwe inzamelkosten restafval oc's 394 voertuigdag € 491 € 193.336 € 13,01 Nieuwe inzamelkosten buitengebied 26 inzameldagen € 491 € 12.757 € 0,86 Nieuwe inzamelkosten gft (gratis zakjes) 4.903 33% deeln.
€5 € 24.516 € 1,65 Totaal inzamelkosten € 177.356 € 11,94 Vervallen kosten op restafvalverwerking 9.444 ton/j € 80 -€ 755.503 -€ 50,85 Vervallen extra kosten HVC op restafval 1.184 ton/j Zeevang € 30 -€ 35.532 -€ 2,39 Nieuwe kosten restafvalverwerking AEB 6.650 ton/j € 67 € 445.521 € 29,99 Teruggave recycling PMD door AEB 849 ton/j € 66 -€ 56.026 -€ 3,77 Verbrandingsbelasting op residu rest 3.537 ton/j € 14 € 49.518 € 3,33 Netto opbrengsten grondstoffen bronsch. 601 ton/j € 20 -€ 12.026 -€ 0,81 Gft verwerking (extra gf-keukenafval) 1.238 ton/j € 47 € 58.184 € 3,92 Transportkosten restafval naar AEB -2.794 ton/j €6 -€ 16.765 -€ 1,13 Totaal mutatie op de afvalstoffenheffing -€ 145.274 -€ 9,78 In totaal zal de gemeente met het scenario nascheiding ca. € 10 per aansluiting op de afvalstoffenheffing gaan besparen, als zij ook overstapt op het volledig ondergronds en dynamisch5 inzamelen van het restafval. Daarmee is dan het afval inzamelsysteem volledig gemoderniseerd, ondergronds gebracht, en worden de VANG doelstellingen gerealiseerd.
5
Zie voor de voordelen van het dynamisch inzamelen: https://www.gmt.nl/nl/Referenties/testimonials/ROVA De investeringen en exploitatiekosten in tabel 2.2. en 2.3 zijn gebaseerd op het dynamisch inzamelen voor de restafval containers. 24
6
Harmonisatie
Op 1 januari 2016 is de gemeente Edam-Volendam gefuseerd met de voormalige gemeente Zeevang. Het afvalbeheer van beide voormalige gemeenten verschilt op een aantal punten. In dit hoofdstuk wordt besproken welke maatregelen geharmoniseerd dienen te worden. Daarbij zal nieuw beleid moeten passen bij het voorkeursscenario nascheiding. Harmonisatie maatregelen gaan over het integreren van beleid, verordeningen en financiën. De Wet Arhi (Wet algemene regels herindeling) stelt met betrekking tot harmonisatie onder meer de volgende eisen: 1. Alle rechten en plichten van de oude gemeenten gaan over naar de nieuw te vormen gemeente (art. 44-51). 2. Gemeentelijke voorschriften, in de breedst mogelijk zin, van de voormalige gemeenten dienen binnen twee jaar na de ingang van herindeling te zijn bekrachtigd dan wel aangepast. Zo niet, dan vervallen ze van rechtswege (art. 28-31). 3. Voor belastingverordeningen geldt in principe hetzelfde. Complicatie is dat, de situatie op 1 januari vaak bepalend is voor het hele jaar. Met name bij tijdvakbelastingen zoals de afvalstoffenheffing. De gemeente heeft dus 2 jaar de tijd om het beleid voor wat betreft afvalbeheer te harmoniseren. Vooruitlopend daarop heeft zij bij start van de nieuwe gemeente de belastingverordening aangepast en de afvalstoffenheffing voor alle inwoners op gelijke basis gebracht.
Met de vaststelling en invoering van een nieuw afvalbeleid zoals voorgesteld in dit plan voldoet de gemeente aan punt 2. De aandachtspunten die daarbij resteren voor de gemeente zijn de volgende: Partner van AEB en aandeelhouderschap van HVC; De inzamelcontracten voor restafval; De inzameling van textiel; De afvalbrengstations.
6.1
AEB en HVC
Het partnerschap van AEB past in het voorgestelde beleid vanwege de plannen voor de bouw van een nascheidingsinstallatie voor restafval door AEB. De gemeente Edam-Volendam heeft nog niet noemenswaardig geïnvesteerd in de inzameling van kunststoffen en drankenkartons, en kan dus veel winnen door aan te sluiten op deze plannen van AEB. Het aandeelhouderschap van de voormalige gemeente Zeevang in HVC is echter ook overgegaan op de nieuwe gemeente. Dit vereist dat de gemeente al haar brandbaar (rest)afval (en mogelijk ook het gft-afval) uit de voormalige gemeente Zeevang aan HVC levert. Dit past niet bij het nieuwe en gewenste beleid voor nascheiding door AEB. Er zijn enkele opties die onderzocht kunnen worden om een oplossing te vinden voor het dilemma: Aan de verplichtingen blijven voldoen. Alle restafval wordt nagescheiden door AEB. Maar een deel van het brandbaar afval dat resteert wordt alsnog door HVC verwerkt. Het zal duidelijk zijn dat deze optie minder duurzaam is en veel extra logistiek vraagt; Onderhandelen met HVC en AEB over zinvolle alternatieven. Gedacht kan worden aan het aanbieden van alle grof restafval en gft-afval van de voormalige gemeente Edam25
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Volendam aan HVC, die dat dan mag verwerken (grof afval al of niet via nascheiding). Ook kan gedacht worden aan inzameldiensten in plaats van verwerking van afvalstromen, of combinaties van inzameldiensten en verwerking. Er worden dus diensten uitgewisseld, zodanig dat dit voor alle partijen een goede oplossing is; Opzeggen van het aandeelhouderschap van HVC. De verplichting tot levering van afval kan volgens Artikel 12 van de overeenkomst worden opgezegd indien er een voldoende zwaarwegende reden voor opzegging bestaat of indien een redelijke opzegtermijn in acht wordt genomen. Dit op basis van het uitgangspunt in de Nederlandse rechtspraak dat in de meerderheid der gevallen overeenkomsten met een onbeperkte tijdsduur geacht worden opzegbaar te zijn. De lengte van de opzegtermijn is daarbij afhankelijk van de redenen voor opzegging. Op voorhand kan hier geen uitspraak over worden gedaan. Tevens kan daarbij sprake zijn van een schadevergoeding. Het verdient aanbeveling de mogelijke opties te bestuderen en een keuze te maken.
6.2
De inzamelcontracten
De huidige inzamelcontracten waaraan de gemeente gebonden is zijn: De dienstverleningsovereenkomst (DVO) met HVC voor de inzameling in de voormalige gemeente Zeevang. Deze eindigt op 31 december 2017; De inzamelaar voor de voormalige gemeente Edam-Volendam is Tol Milieu. Deze overeenkomst loopt met een verlenging van twee jaar door tot 31 december 2017. De gemeente kan per 1 januari 2018 een nieuwe inzamelaar voor alle afvalstromen contracteren. Zij dient daartoe tijdig de lopende contracten op te zeggen (indien dat vereist is) en een nieuwe aanbesteding te organiseren. Ook kan met HVC onderhandeld worden over een dienstverleningsovereenkomst voor inzameldiensten, bijvoorbeeld in ruil voor leveringsplicht van brandbaar afval.
6.3
Inzameling van textiel
Met de inzameling van textiel kan de gemeente nog veel terrein winnen. In potentie zit er 24 kg/inw in het restafval. Met een beetje moeite kan de gemeente daarvan 5-10 kg/inw jaarlijks inzamelen. De waarde van textiel is groot en de winst aan herbruikbaar textiel uit restafval bedraagt omgerekend 7,5-15 €/aansluiting/jaar. Het verdient dus aanbeveling de regie voor de inzameling van textiel in de gemeente ter hand te nemen. Wettelijk gezien ligt dit voorrecht bij de gemeente, omdat textiel als afvalstof wordt aangemerkt zodra inwoners zich daarvan willen ontdoen. De gemeente mag inzamelaars aanwijzen die bevoegd zijn dit in te zamelen, of daar voorschriften aan verbinden, ook als de inzameling op prive terrein plaats vindt. Veel gemeenten hebben dan ook een beleid ontwikkeld voor de inzameling van textiel door derden, in eigen beheer, of in samenwerking met de lokale kringloopbedrijven. In alle gevallen levert dat dan baten op voor de afvalstoffenheffing. De gemeente kan daarbij kiezen om zich te gaan richten op het textiel van minder kwaliteit dat zich nog in het restafval bevindt. Bestaande charitatieve inzamelinitiatieven kunnen dan een vergunning of aanwijzing als inzamelaar krijgen, wat het voordeel heeft dat deze bestaande en vaak goed werkende inzamelkanalen in stand blijven.
26
6.4
Afvalbrengstations
De gemeente beschikt over twee afvalbrengstations en zou kunnen overwegen die op termijn samen te voegen tot een, hetgeen dan kostenbesparingen met zich mee kan brengen. Twee afvalbrengstations betekent echter ook een hoger serviceniveau. Inwoners kunnen gebruik maken van beide stations om hun grof restafval gescheiden in te leveren. Dit past goed in het voorliggende beleidsplan. De vraag bij het in stand houden van twee afvalbrengstations zal zijn hoe de inrichting van het afvalbrengstation in Oosthuizen optimaal kan aansluiten bij het brengstation in Volendam. Gebruikelijk in soortgelijke gemeenten is een kleine en beperkt toegankelijke milieustraat op eigen terrein van de gemeente met weinig moeite open te houden naast een zeer uitgebreide milieustraat met ruime openingstijden. Daarmee wordt de drempel voor inwoners om (grof)afval gescheiden in te leveren laag gehouden.
27
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
Bijlage 1: Afvalstromen voormalig Edam-Volendam & Zeevang 2015
afvalstromen Edam-Volendam & Zeevang 2015
26 eural code 20 03 01 20 03 07
in ton gebruikelijke benaming van de afvalstoffen op begeleidingsbrief en/of factuur gemengd stedelijk afval gemengd stedelijk afval grof
gemengd stedelijk afval TOTAAL 20 01 08 20 02 01 20 01 02 20 01 01 20 01 39 15 01 02 17 09 04 c 17 01 07 17 08 02 17 02 01 c 17 02 04* 17 02 04* 17 03 01*c 17 06 05* 17 02 03
GFT-afval
16 01 00 20 01 36 16 06 01* 16 01 03 20 01 11 20 01 25 20 03 03 20 03 XX 13 xx xx
metalen
groen / tuinafval glas verpakking
NEDVANGstroom
papier (los/bont)
NEDVANGstroom
kunststof verpakkingen NEDVANGstroom E.P.S.(piepschuim)
NEDVANGstroom
Bouw- en sloopafval A-kwaliteit (vuil puin) schoon puin Gips afvalhout B-kwaliteit afvalhout C-kwaliteit gemengd glas Dakafval (koolteerhoudend) selectief verwijderd asbest Kunststof (harde)
Bouw- en sloopafval (BSA) TOTAAL Electronica producten (wecycle) Accu's met zuur auto,brommer en fietsbanden bedrijfsafval G-kwaliteit (tapijt) oud frituurvet veegvuil kadavers KGA (v.a. 1-1-2009 incl olie)
versie1 28-9-2016 TOTALEN
28
EdamVolendam
Zeevang
7.451,1 609,6 8.060,7 2.294,5 1.423,2 666,8 2.167,1 86,0 4,4 309,5 4.322,0 105,8 1.257,9 28,7 61,4 30,7 8,5 0,0 6.124,6 164,5 85,9 3,2 1,7 80,3 5,9 448,9 0,1 33,5
1.351,2 30,4 1.381,6 752,8 460,7 118,9 470,1 14,6 n.v.t. n.v.t. 192,7 17,1 185,3 14,6 10,5 5,9 3,9 29,6 459,6 30,1 13,5 0 1,1 12,0 0 32,4 n.v.t. 4,2
in KG E-V & Zeev. Totaal 8.802,3 640,0 9.442,3 3.047,4 1.883,9 785,7 2.637,2 100,6 4,4 309,5 4.514,6 122,9 1.443,2 43,3 72,0 36,7 12,3 29,6 6.584,1 194,6 99,4 3,2 2,8 92,3 5,9 481,3 0,1 37,6
21.651,2 3.751,6 25.402,8
kg/inw 248,9 18,1 267,0 86,2 53,3 22,2 74,6 2,8 0,1 8,8 127,6 3,5 40,8 1,2 2,0 1,0 0,3 0,8 186,2 5,5 2,8 0,1 0,1 2,6 0,2 13,6 0,0 1,1 718,2
Bijlage 2: Inzamelsysteem voormalig Edam-Volendam & Zeevang
Restafval
Laagbouw:
Hoogbouw/ appartementen:
Edam-Volendam Voorzieningen Ledigingsfreq. 89 ondergrondse verzamelcontainers + huisvuilzakken ondergrondse verzamelcontainers, met de laagbouw
1 x per week
Zeevang Voorzieningen Ledigingsfreq. 2.686 minicontainers (240 liter) 1 x per 2 weken 3 ondergrondse containers
N.v.t.
2 ondergrondse containers
-
Laagbouw:
9.354 minicontainers (140 liter)
1 x per 2 weken (dec-mrt); 1 x per week (aprnov)
2.566 minicontainers (140 liter)
1 x per 2 weken
Hoogbouw/ appartementen:
25 liter emmer inpandig 118 verzamelcontainers
Emmers legen in verzamelcontainers
-
-
14 bovengrondse verzamelcontainers
N.v.t.
2 bovengrondse verzamelcontainers
-
Ingebonden huis aan huis 28 ondergrondse containers
1 x per week
Huis aan huis + verenigingen
1 x per maand
28 ondergrondse containers
N.v.t.
-
-
N.v.t.
9 bovengrondse verzamelcontainers 1 ondergrondse verzamelcontainer
N.v.t.
Huis aan huis
4 x per jaar
Gft-afval
PMD Laagbouw en hoogbouw Papier Laagbouw
Hoogbouw/ appartementen: Glas Laagbouw en hoogbouw
27 bovengrondse verzamelcontainers 12 ondergrondse verzamelcontainers
Textiel huis aan huis
29
Niet
Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022
brengvoorzieningen
Stichting het werkende missieteam
Niet
Niet
Openingstijden milieustraat Ma t/m vrij: (7.30-11.45 & 13.00-16.15); Ma, Wo & Vr: Avond: (18.00-19.15) Za: ochtend: (8.00-11.45)
30
Ma-, wo- , vrijdagochtend: (10.1512.00) e en 1 zaterdagochtend van de maand van 10.15-12.00 uur
Bijlage 3: Uitgangspunten berekening
Edam-Volendam Algemeen:
Kentallen Opmerkingen Inwoners Aansluitingen inwoners/aansluiting Aansluitingen laagbouw Aansluitingen hoogbouw
35.370 Opgave gemeente 14.858 Opgave gemeente 2,4 13.318 1.540
Kostprijs leveringen: Levering buitenbak Levering restafvalcontainer incl. IRDC Levering overige containers excl. IRDC Plaatsing van de ondergrondse container Leveren en monteren van IRDC op oc's Leveren van toegangspassen Vullingsgraadmeetsystemen
€ 1.000 levering op locatie € 4.000 levering op locatie € 3.500 levering op locatie € 2.600 plaatsing en in bedrijfstelling € 750 per bestaande ondergrondse container € 1,50 gepersonaliseerd en gedistribueerd € 300 per stuk, geleverd, geplaatst en in bedrijf gesteld
Jaarlijkse kosten: Datacommunicatiekosten Vullingsgraadmeetsystemen Service en onderhoud containers Service en onderhoud IRDC systemen Beheer toegangspassen Inzamelkosten: lediging ondergrondse containers inzamelwagen incl. chauffeur totaal restafvalcontainers papier glas Vullingsgraad Vullingsgraad max. vulling restafval max. vulling papier max. vulling glas max. vulling textiel
€ 75 Per IRDC systeem per jaar € 15 Per meetsysteem per jaar, onderhoud en kosten € 100 Per container per jaar € 60 Per IRDC systeem per jaar € 0,75 Per aansluiting per jaar
€ 20 per lediging (huidige kosten) € 61 per uur (huidige kosten kpw) € 491 per dag 50 ledigingen per dag per voertuig (benchmark) 50 ledigingen per dag per voertuig (benchmark) 25 ledigingen per dag per voertuig (benchmark) 50% zonder volmelding 75% met volmelding 450 kg per oc 400 kg per oc 1.000 kg per oc kg per oc
Afvalaanbod: restafval 6.649.560 kg/jaar op basis van 188 kg/inwoner
31