CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit Kustzone Hoorn _ Amsterdam - Bijlage 3.pdf

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de kaders, uitgangspunten & randvoorwaarden m.b.t. de uitwerking van de meekoppelkansen.24.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

APRK

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

2

1 oktober 2020 Programmamanager: Chris Lansink, Provincie Noord-Holland Team: Peter Bergmans, Hans Eikelenboom, Mark Eker, Martin Hoorweg, Caroline Piet en Bina Makhan Provincie Noord-Holland Auteurs: Peter Bergmans, Marc Schepers, Chris Lansink

Provincie Noord-Holland

3

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

INHOUD

4

|

1

8

|

Provincie Noord-Holland

Inleiding: een vitaal en wenkend perspectief voor dijk, water en ommeland

2 Beleidskaders en randvoorwaarden

9

2.1

Provincie Noord-Holland

15

2.2

Het Rijk

21

2.3

De gemeenten

23

2.4 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

26

2.5

33

|

Overige organisaties

3 Kansen, thema’s en doelen

34 3.1

Kansen

35

Thema’s, doelstellingen en principemaatregelen

41

|

3.2

4 Resultaten verkenning ambities

42

4.1 Overzicht ambities

43

4.2 Gehele kustzone Hoorn-Amsterdam

48

4.3 Hoorn / Koggenland

50 4.4 Zeevang 53 4.5 Gouwzee 55

61

|

4.6 Waterland - IJmeer

5 Proces, prioritering en planning

62 5.1

Proces

62 5.2 Fasering 62 5.3 62

64 |

Planning

5.4 Mate van meekoppelen met de dijkversterking

6 Organisatie en financiering

65 6.1

Organisatie

66 6.2 Financiering

67

|

7 Geraadpleegde Bronnen APRK-rapport

1

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

4

Provincie Noord-Holland

INLEIDING: EEN VITAAL EN WENKEND PERSPECTIEF VOOR DIJK, WATER EN OMMELAND

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

5

Provincie Noord-Holland

Langs de Markermeerkust tussen Amsterdam en Hoorn bevinden zich oude dorpen, stadjes en steden met een rijke historie en eigen identiteit. De natuur is er bijzonder, bijvoorbeeld bij Zeevang en in Waterland. Hollandse meesters lieten zich langs deze kust inspireren voor grote kunstwerken en gedichten. Karakteristiek en waardevol is ook het uitgestrekte water van het Markermeer, als onderdeel van het IJsselmeergebied, het Blauwe Hart van Nederland. Het water in het gebied is de grootste ‘openbare ruimte’ van de Metropool Regio Amsterdam. Bewoners en bedrijven zijn zich bewust van deze kwaliteiten en koesteren het typische oerHollandse landschap.

Aanleiding: de dijkversterkingen Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) versterkt in het kader van het Hoogwater­ beschermings­programma (HWBP) de Markermeerdijken tussen Hoorn en Amsterdam, om zo het achterliggende gebied waar 1,2 miljoen mensen wonen en werken voor de komende 50 jaar veilig te houden tegen overstromingen. De versterking vindt plaats over 33 kilometer lengte en zal langs een aantal kustvakken veel impact hebben op het landschap, en daarmee op de leefomgeving van bewoners. Naast de dijkversterking onderzoekt de overheid de mogelijkheden om de bereikbaarheid van het gebied tussen Hoorn en Amsterdam beter te maken en economisch te verstevigen: een sterke regio tussen Hoorn en Amsterdam waar het aantrekkelijk wonen, werken en leven is. En dan is er nog de ontwikkeling van het noordelijk deel van het metropolitane landschap, de Metropool Regio Amsterdam (MRA), waar het gaat om de kwaliteit van het vestigingsklimaat en de rol van het MarkermeerIJmeer hierin. Vanuit de MRA komt een groeiende vraag van zowel eigen inwoners als toeristen naar recreatiemogelijkheden in onder meer de landelijke gebieden rondom Amsterdam. De MRA wil in regionaal samenwerkingsverband deze stromen in tijd en ruimte spreiden.

Tegelijkertijd zien we op locaties in de MRA ook dat de leefbaarheid door toerisme onder druk komt te staan, bijvoorbeeld op de Zaanse Schans, in EdamVolendam en op enkele locaties in Waterland. Het is een belangrijke opgave om bezoekersstromen in goede banen te leiden op zo’n manier dat de kwaliteiten van het gebied behouden blijven en waar mogelijk ontwikkeld worden.

Doel: het benutten van kansen en het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit Provincie Noord-Holland (PNH), Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), Rijkswaterstaat (RWS), gemeenten maar ook recreatieschappen en natuurorganisaties zien in de dijkversterking een momentum dat kansen biedt om te werken aan een toekomstbestendig landschap, leefomgeving en natuur met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Om het benutten van deze kansen een impuls te geven heeft de PNH hiervoor geld gereserveerd en is dit de aanleiding geweest om bij belanghebbenden in het gebied te inventariseren welke ambities zij voor het gebied hebben. Ambities voor de ruimtelijke kwaliteit van dijk, water en ommeland zijn al in beleid van verschillende overheden geformuleerd, zoals: •

Behoud, door ontwikkeling én het meer beleefbaar maken van het cultuurhistorisch erfgoed;

•

Een verbreding en vergroting van het toeristisch en recreatief gebruik vanuit Amsterdam (aantrekkelijkheid en bekendheid van alternatieve bestemmingen, optimaliseren van bereikbaarheid en capaciteit en verhogen van ruimtelijke kwaliteit op strategische plaatsen);

•

Het versterken van de recreatieve mogelijkheden op en langs de dijk en het verbeteren van de recreatieve verbindingen;

•

De dijkversterkingen en de te ontwikkelen ruimtelijke projecten laten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteitswaarden van het gebied en laten passen binnen de kaders die zijn meegegeven in het Kader Ruimtelijke Ontwikkeling Kustzone Hoorn-Amsterdam;

•

Vergroting van de waternatuurwaarden, vooral door brede ondiepe oeverzones voor waterplanten, vissen, schelpdieren en vogels en overstroombare gras-oeverlanden en door verbindingen te maken tussen het Markermeer en de achterlanden (voor vismigratie);

•

Innovaties op het gebied van waterveiligheid en klimaatbestendigheid volgens building-with-natureprincipes;

•

Verbreding van het assortiment duurzaam geteelde streekproducten in de landbouw.

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

6

Provincie Noord-Holland

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

7

Provincie Noord-Holland

Om deze ambities te realiseren is de afgelopen jaren, gezamenlijk met de partijen in het gebied, onderzocht en geïnventariseerd met welke projecten deze ambities en doelen verwezenlijkt kunnen worden. Deze projecten zijn opgenomen in het onderhavige Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit Kustzone Hoorn-Amsterdam (APRK). Als gezamenlijke overheden hebben we daarbij gezorgd voor het creëren van randvoorwaarden waaronder deze ambities kunnen uitgroeien tot uitvoerbare projecten. Het resultaat is een reeks van projecten die inmiddels voor een deel richting planfase gaan of al in de planfase zijn beland. Betrokken partijen werken continu aan de verdere voorbereiding van de projecten, dit kan als gevolg hebben dat niet altijd de meest actuele uitwerking in het projectenoverzicht is opgenomen.

De opbouw van het APRK De opbouw van het APRK is als volgt: •

H2: Inzicht in de belangrijkste beleidslijnen van rijk, provincie, gemeenten en andere partijen die de ambities ondersteunen;

•

H3: Naar aanleiding van beleidslijnen en rondgang in het gebied zijn kansen, thema’s en doelen voor de kustontwikkeling genoemd;

•

H4: De projecten waarmee de genoemde doelen verwezenlijkt kunnen worden;

•

H5: In dit hoofdstuk zijn het verdere werkproces, prioritering en planning aangegeven;

•

H6: Tot slot wordt er ingegaan op de organisatie en de financiering.

Naast het ambitieprogramma is een Kader Ruimtelijke Ontwikkeling Kustzone Hoorn-Amsterdam (KROK) ontwikkeld. Dit kader vormt een handleiding voor het beoordelen van de initiatieven in het ambitie­ programma ten aanzien van landschappelijke inpassing en zonering. In 2014 was reeds een Kader Ruimtelijke Kwaliteit Markermeerdijken opgesteld, bedoeld voor de versterking van de Markermeerdijken zelf. Het ambitieprogramma betreft een groter gebied: dijk, water en ommeland. Daarom was het noodzakelijk een nieuw kader te ontwikkelen met een bredere scope. Dit heeft geleid tot het Kader Ruimtelijke Ontwikkeling Kustzone Hoorn-Amsterdam (KROK).

Gebiedsbegrenzing Het APRK omvat de kustzone van Hoorn tot Amsterdam met daarbij de waterzone voor de dijk, de dijkzone zelf en het achterland. Hierbij moet gedacht worden aan enkele honderden meters waterzone en circa 1 km in het achterland. Exacte begrenzing geven we hierbij niet aan. Voorwaarde is dat ambities en projecten een zekere relatie hebben met de dijk(versterking).

2

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

8

Provincie Noord-Holland

BELEIDSKADERS EN RANDVOORWAARDEN

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

9

Provincie Noord-Holland

Het provinciale beleid is richtinggevend voor de inzet van provinciale instrumenten voor het APRK . Uitgangspunt is ook het lokale beleid van de gemeenten en het Rijksbeleid. De relevante onderwerpen van de beleidsniveaus zijn onderstaand bondig toegelicht.

2.1 Provincie Noord-Holland 2.1.1 Coalitieakkoord 2019-2023 Belangrijke elementen uit het provinciaal akkoord ‘Duurzaam doorpakken’ zijn: •

Inzetten op integrale dijkversterking waarbij ook doelen zoals natuur, recreatie en landschap een plaats krijgen.

•

Met behoud van ontwikkelkansen en een eerlijk verdienmodel de agrarische sector en alle ketenpartijen stimuleren om stappen te zetten richting een kringlooplandbouw (door te werken met proeftuinen) en verbetering van de natuur-, water- en bodemkwaliteit (o.a. door de inzet van bodemcoaches), klimaat en dierenwelzijn.

•

Inzet richten op een betere spreiding van toeristen, zowel in tijd als in ruimte; vooral richten op het stimuleren van cultuurtoerisme. Noord-Holland is een provincie met – ook buiten Amsterdam – een rijke cultuur, historie en aantrekkelijke evenementen.

•

Recreatiegebieden moeten toegankelijk en gemakkelijk bereikbaar blijven en er moet ruimte zijn voor recreatieve elementen en ondernemerschap. Tegelijkertijd dient de balans tussen recreatieve activiteiten en rust, stilte en natuurbescherming geborgd te zijn. Recreatie mag niet leiden tot schade aan de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden.

De provincie Noord-Holland wil de kracht van het landelijk gebied versterken. Daarvoor worden nu drie visies opgesteld: Voedsel, Biodiversiteit en Recreatie & Toerisme. Besluitvorming vindt waarschijnlijk plaats eind 2020. In vogelvlucht de opgave van de drie visies: •

Recreatie en toerisme: tot voor kort was spreiding van de vele toeristen die Noord-Holland jaarlijks aandoen één van de grote opgaven voor de komende jaren en was er sprake van een grote en groeiende druk op (toeristische en culturele) bestemmingen. De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de recreatie- en toerismesector. De omvang en structurele aard zijn nog moeilijk te bepalen. De behoefte aan uitbreiding van recreatiemogelijkheden dicht bij huis was al groot, maar lijkt door de coronacrisis nog urgenter geworden.

•

Voedsel: ons huidig voedselsysteem heeft ons tot nu toe veel gebracht. Toch leidt de manier van voedsel produceren, distribueren, verwerken en consumeren steeds vaker tot maatschappelijke discussie. Het milieu, de bodem, de omgeving, onze gezondheid en het verdienmodel van de agrarisch ondernemer staan onder druk. Een verandering van ons voedselsysteem is noodzakelijk. Een verandering die zorgt voor een beter evenwicht tussen ecologische, economische, ruimtelijke en sociale belangen. In de Voedselvisie geeft de provincie aan hoe zij deze verandering in samenwerking met anderen stimuleert en ondersteunt.

•

Biodiversiteit: Voor het evenwicht in de natuur is variatie van verschillende soorten belangrijk. Biodiversiteit is een belangrijke randvoorwaarde voor ons leven maar loopt wereldwijd achteruit. De belangrijkste redenen voor deze achteruitgang zijn verlies en versnippering van leefgebied door verstedelijking en intensieve landbouw, vervuiling door pesticiden en meststoffen, bedreiging door soorten die niet tot het leefgebied behoren (invasieve exoten) en klimaatverandering. De provincie Noord-Holland spreekt de ambitie uit dat de biodiversiteit moet worden hersteld en dat bij plannen zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de natuur (natuurinclusief ontwikkelen). Onderdeel van deze ambitie is het opstellen van een Masterplan Biodiversiteit.

Naast de bovenstaande visies werkt de provincie aan een gebiedsgerichte aanpak voor stikstof, ontwikkeling van regionale energiestrategieën, doet zij onderzoek naar bodemdaling en werkt aan projecten om agrariërs ervaring te laten opdoen met het remmen en stoppen van bodemdaling. Zodra dit is uitgewerkt, moet dit worden meegenomen bij de bepaling van de ambities en uitwerking van projecten van onderhavige ambitieprogramma.

2.1.2 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De visie ‘Balans tussen economische groei en leefbaarheid’ benoemt acht urgente ontwikkelingen in de leefomgeving: klimaatverandering, economische transitie, bodem-, water- en luchtkwaliteit, biodiversiteit, energietransitie, mobiliteit, verstedelijking en landschap. De omgevingsvisie geeft aan hoe met deze ontwikkelingen wordt omgegaan. In de visie wordt Noord-Holland boven Noordzeekanaal en IJ gezien als

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

10

Provincie Noord-Holland

dynamisch schiereiland. De Kustzone Hoorn – Amsterdam maakt daar onderdeel van uit. De essentie is waterveiligheid en waterkwaliteit borgen en een robuust ecosysteem ontwikkelen. Dit vormt de basis voor een zorgvuldige afwisseling van recreatieve en op natuurontwikkeling gerichte activiteiten en van drukte en rust. Uitgangspunt is dat bij nieuwe ontwikkelingen in de kustzone wordt aangesloten bij de verscheidenheid van cultuurhistorische kwaliteiten en ruimtelijke karakteristieken van het landschap en aanliggende grote wateren. Voor de kust biedt een zonering voor rust en reuring met betrekking tot recreatieve bebouwing en activiteiten uitkomst, op basis van de kwaliteiten en karakteristieken van het landschap. Zonering geeft ruimte aan openheid/ geen ontwikkeling, seizoensgebonden ontwikkeling en jaar-rondontwikkeling. Verblijfsrecreatieve voorzieningen kunnen daar waar mogelijk bijdragen aan versterking van de economie en de leefbaarheid van kleine kernen. Niet alleen vanwege de dag- en verblijfsrecreanten en het geld dat zij besteden, maar ook door het economisch draagvlak voor commerciële voorzieningen. Ander uitgangspunt is het behouden en aanvullen van de ecologische verbindingen, met het oog op het robuuster maken van het ecologisch systeem in de kustgebieden, inclusief de grote wateren.

Het is wenselijk om hierbij verder te kijken dan de grenzen van natuurregimes die nu gelden. Ook de (natte) kustlandschappen aan de randen kunnen bijdragen aan het realiseren van deze opgave. Ecologische verbindingen in de kustgebieden van de grote wateren (land- en waterzijde) worden behouden en aangevuld. Door PS is 22 oktober 2020 de omgevingsverordening vastgesteld. Onderdeel van de verordening is het Bijzonder Provinciaal Landschap. Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogel­ leefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten.

2.1.3 Watervisie Noord-Holland Door mogelijkheden voor natuur en recreatie te benutten, wordt de status als watersportprovincie versterkt: •

Watervisie – Markermeerkusten: de kusten langs het Markermeer krijgen een ruimtelijke impuls via de geplande dijkversterkingen;

•

Watervisie - Lange termijn doelen (2040/ 2050): Versterkte primaire keringen worden goed ruimtelijk ingepast in de omgeving en waar wenselijk en mogelijk gecombineerd met extra ruimtelijke kwaliteit, mede door gebruik te maken van innovatieve oplossingen (zandig versterken, aanleg van voor- en achteroevers, realisatie van multifunctionele of klimaatdijken, benutting van meegroeiconcepten).

Proefproject Koopmanspolder Mede naar aanleiding van de Watervisie is in de Koopmanspolder een proefproject uitgevoerd dat gaat over de relatie tussen waterpeilbeheer enerzijds en visstand, vegetatieontwikkeling en vogels anderzijds. Hoewel er onderzoek voor de langere termijn noodzakelijk is, kunnen de eerste ervaringen prima worden gebruikt voor oeverlanden en binnendijkse gebieden grenzend aan de Markermeerdijken. De eerste ervaringen zijn dat op een relatief klein gebied (16 ha) een sterke verbetering mogelijk is van de visstand, evenals van de plantengroei en het voedselaanbod voor foeragerende vogels. Dit is mogelijk door een natuurlijk waterpeilverloop te realiseren: het waterpeil hoog opzetten tot ruim boven maaiveld in februari en dit langzaamaan uit laten zakken in voorjaar en zomer tot ruim onder het maaiveld. Door het plaatsen van een vispassage tussen de Polder en het Markermeer treedt bovendien een sterke migratie van vissen op, zo is uit monitoring gebleken. Omdat het Markermeer nog lange tijd een onnatuurlijk peilregiem zal kennen, is het realiseren van vispaaiplaatsen in de vooroeverzones van beperkte betekenis. Nieuwe gebieden als de Koopmanspolder maar dan langs het Markermeer zijn dus belangrijke achteroevers voor het Markermeer. Er zijn veel meer van dit soort gebieden nodig om de visstand (en daarmee vogelstand) in en langs het Markermeer te verbeteren.

Onderdeel van het achtoeverconcept is ook om te bezien of in waterrijke zones langs de binnenrand van de dijk duurzame aquacultures kunnen worden gerealiseerd. Bij de proeftuin Achteroever

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

11

Provincie Noord-Holland

Wieringermeer worden experimenten gedaan met aquacultures, drijvende teelten in combinatie met visteelt met onder meer als doel een economisch rendabele en ecologisch duurzame benutting van het schaarse zoete water. In de verziltende delen van de Wieringermeer kunnen dit goede alternatieven zijn voor de gangbare landbouw. Aquacultures zijn ook denkbaar langs de binnendijkrand langs de Markermeerdijken gebruik makend van het Markermeer als bron.

2.1.4 Visie Waterrecreatie Noord-Holland 2030 De ambitie van de provincie voor 2030 is een vitale waterrecreatieprovincie, waarbij kansen zijn benut en gebruikers, ondernemers en overheden met elkaar zijn gekomen tot slimme, aantrekkelijke en duurzame mogelijkheden voor waterrecreatie. Uiteraard afgestemd op de kwaliteiten, kenmerken en draagkracht van de omgeving.

Streefbeeld voor de kustzone In de zomer bevolken diverse waterrecreanten het grote water. Dit is ook vanaf de kust te beleven. De kusten zijn luw, bij stadjes is reuring passend bij het karakter van de plaatsen. Door het toenemend toerisme is vooral aan de zuidkant van het IJsselmeergebied veel te beleven. Deze kust is een aan­ trekkelijke en economisch vitale bestemming voor veel gebruikers. Het IJmeer en Markermeer vormen samen met Gooi- en Eemmeer een aantrekkelijk samenhangend waterrecreatiegebied voor de verschillende doelgroepen zoals de riviercruisevaart, grote boten (staande mastroute), de chartervaart en de kleine pleziervaart. Er zijn rondjes te varen, arrangementen en veerverbindingen naar de overkant. Durfspots zijn ontwikkeld bij Hoorn (Schellinkhout) en IJburg. Door promotie en marketing van de sector wordt deze samenhang beter voor het voetlicht gebracht. De kusten zijn luw, de kust­ veiligheid is op orde, bij plaatsen is ontwikkeling mogelijk gemaakt. Behoud van de kleinschaligheid van het gebied is een aandachtspunt, randvoorwaarde en ook de charme. De kustplaatsen van het Markermeer hebben elk een eigen identiteit. De kernen zijn met het gezicht op het water gericht, zoals het stadsstrand bij Hoorn. Om de stadjes ligt mooie stille natuur, waar mensen op de dijk fietsend en wandelend van het uitzicht genieten en op sommige plekken kunnen zwemmen of vissen.

Na afronding van de dijkversterking zijn er bij de oeverdijk volop waterrecreatie-mogelijkheden voor vissen, kleine recreatievaart en zwemmen. Door realisatie van de Marker Wadden en de luwte­ maatregelen Hoornse Hop zijn er meer aantrekkelijke vaardoelen gekomen met aanlegmogelijkheden en ankerplekken voor waterrecreanten in het Blauwe Hart. Het gebied met groot open water is hierdoor ook aantrekkelijk geworden voor kleinere motorboten. Voor deze motorboten is er de wens om een nieuwe verbinding te realiseren tussen het Markermeer en het bestaande sloepennetwerk in het binnenwater. De overzet van de sloepen over de dijk gaat een attractie op zich worden. De jachthavens in het gebied zijn vitaal en duurzaam ingericht. Ze vormen een aantrekkelijke verblijfs­ plaats en zijn een goede uitvalsbasis voor tochtjes. Er zijn rondjes met verbindingen van binnen- en buitenwater mogelijk. De basisvoorzieningen zijn op orde ten aanzien van bereikbaarheid, ontsluiting, voorzieningen, vaardoelen en passantenplaatsen onderweg. Er zijn meerdere Toeristische Overstap­ punten (TOP’s) aan de kust gerealiseerd. Durfsporten hebben een eigen legale plek die bekend is en waarvan het gebruik past in de omgeving. Deze locaties in Natura 2000 gebied zijn duidelijk aan­ gegeven aan de kant en gemarkeerd in het water. Duidelijk is ook waar kitesurfen niet kan en waarom.

2.1.5 Agenda Groen (2013) Relevant voor het voorliggende APRK zijn onder meer: •

Wij vinden een groen, aantrekkelijk en toegankelijk Noord-Holland van groot belang voor onze bewoners en voor het economisch vestigingsklimaat in onze provincie. Wij werken daarom aan een provinciale groenstructuur die het behoud hiervan garandeert, met de biodiversiteit die daarbij hoort.

•

Wij verbinden onze ambities voor een groen, aantrekkelijk en toegankelijk Noord-Holland aan onze ambities voor ruimtelijke ontwikkeling, water, milieukwaliteit, landbouw, cultuurhistorie en toerisme.

•

Wij willen bewoners, private partijen, maatschappelijke organisaties en andere overheden verleiden om samen met ons tot nieuwe allianties, nieuwe financiële constructies en gebiedsgerichte oplossingen te komen.

Agrarisch natuurbeheer en weidevogels

Agrariërs geven soms de natuur ruimte op hun landbouwgrond. Daarvoor worden zesjarige beheerafspraken

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

12

Provincie Noord-Holland

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

13

Provincie Noord-Holland

gemaakt via een agrarische natuurvereniging. Vaak gaat het in Noord-Holland om weidevogelbeheer. NoordHolland is nationaal en internationaal een belangrijk broedgebied voor weidevogels, zoals de grutto en de tureluur. 15% van de Europese populatie grutto’s broedt zelfs hier. De provincie is internationaal verplicht een bijdrage te leveren aan de instandhouding van de leefomgeving van weidevogels. Dat doet de provincie bijvoorbeeld door weidevogelleefgebieden aan te wijzen en de inrichting van gebieden te subsidiëren. Ook ondersteunt de provincie het vrijwillige weidevogelbeheer.

IBP Vitaal Platteland Laag-Holland

Een groot deel van de kustzone maakt onderdeel uit van het IBP Vitaal Platteland Laag-Holland. Voor dit gebied als totaal gelden verschillende opgaves: natuurdoelstellingen, voorzien in energiebehoeften, bodemdaling, klimaatadaptatie, duurzame landbouw, groeiende behoefte aan recreatie, bereikbaar landschap en gezonde leefomgeving. Dat vergt een nieuwe kijk op de wateropgave, met voldoende water van goede kwaliteit voor alle functies, zonering in het gebied van alle functies, transitie van de landbouw naar onder andere natuur­ inclusief en kringloop, en vernatting om bodemdaling tegen te gaan en de biodiversiteit te vergroten. Een integrale aanpak van de opgaves moet leiden tot een vitaal platteland. De provincie werkt daarin samen met diverse gebiedspartners. Gebiedsgericht gaan zij aan de slag met klimaatdoelstellingen, vitale kringloopland­ bouw en biodiversiteitsherstel. Voor de kustzone zijn Waterland-Oost en Landelijk Noord twee relevante deelgebieden waar in eerste instantie op wordt ingezet.

Doelen Waterland-Oost: 1

Het vergroten van de biodiversiteit door het realiseren van topnatuur, de realisatie van één aaneengesloten weidevogelparadijs met op termijn ook terugkeer van de kritische weidevogels als de kemphaan en watersnip door grondaankopen en vernatting binnen natuurkernen, en daarmee tevens het tegengaan van verdere bodemdaling en CO2-uitstoot in de veenweiden.

2

Het vergroten van peileenheden en verbeteren van de waterhuishouding en de waterkwaliteit in de natuurkernen door het vasthouden van gebiedseigen water, door het zoveel mogelijk opheffen van onderbemalingen via inrichtingsmaatregelen als stuwen, dammen, ecomolens, greppels, soms oeverbeschoeiing (tegen verdere afkalving), maar ook door ander beheer.

3

Het inrichten van de buitendijkse polders voor stapelvoedsel en optimale vismigratie voor soorten van IJsselmeergebied en het realiseren van ondiepe vooroeverzones in aansluiting op Deltaplan/ IJsselmeeragenda en dit ambitieplan.

4

Het vergroten van de samenwerking met agrariërs/natuurinclusieve landbouw rondom de natuurkernen met aanvullende inrichtingsmaatregelen voor maatwerk in agrarisch beheer.

5

Het vereenvoudigen en optimaliseren van waterbeheer door geautomatiseerde systemen.

6

Het vergroten van de recreatieve beleving van de bijzondere natuurwaarden zo dicht bij de stad door het realiseren van natuurroutes en uitzichtspunten zonder de natuurwaarden te verstoren.

7

Het realiseren van natuurinrichtingsplannen en daarbinnen het herstel en weer zichtbaar maken van historisch landschap met kavelpatronen, terpen en huiskavels.

8

Het vergroten van het verdienvermogen van het gebied door het binden van sponsors (bedrijven die CO2 willen compenseren), en vermogende particulieren (die gronden aankopen, die Staatsbosbeheer inricht en duurzaam in beheer neemt).

Doelen Landelijk Noord: 1

Beperken en tegengaan van bodemdaling in het gebeid van Landelijk Noord door een palet aan maatregelen.

2

Behoud van een rendabele veehouderij binnen Landelijk Noord.

3

Versterken van de weidevogelpopulatie en ander veenweidenatuur.

4

Behoud van het karakteristieke veenweidelandschap van Landelijk Noord.

2.1.6 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De waterstaatkundige geschiedenis van Noord-Holland wordt in belangrijke mate bepaald door de herkenbaar­heid van het stelsel van oude zeedijken. Voor het behoud van de identiteit en leesbaarheid van het landschap, streeft de provincie naar de herkenbare waterstaatkundige geschiedenis. De Leidraad Landschap en Cultuur­historie is een belangrijk instrument voor waardenstelling en ontwikkelprincipes. Specifiek relevant voor het APRK zijn de hierin opgenomen waardestelling en ontwikkelprincipes voor de provinciale structuurdragers Westfriese Omringdijk en de Noorder IJ- en Zeedijken. Vervolgens ook voor stolpstructuren, militaire verdedigingswerken, historische windmolens en historische kerktorens die fungeren als bakens in het landschap.

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

14

Provincie Noord-Holland

De Stelling van Amsterdam (militair verdedigingswerk) heeft een speciale beschermingsstatus als UNESCOwerelderfgoed. Om de kernkwaliteiten van deze provinciale structuurdrager te beschermen, behouden en te kunnen versterken zijn verschillende zoneringen benoemd, te onderscheiden in 1) Stellingzone, 2) Kernzone en 3) Monumentenzone.

2.1.7 Kadernota Cultuurbeleid 2017-2020 Noord-Holland kent een grote variatie aan landschappen met daarin veel monumenten. Dit cultuurlandschap vertegenwoordigt een belangrijke economische, maatschappelijke en culturele waarde. Grote ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke groei en krimp, mobiliteit, klimaatadaptatie, energieafspraken en veranderende productie- en consumptiepatronen leiden tot een transformatie van het cultuurlandschap. Hierin zijn grote regionale verschillen zichtbaar in de opgaven voor de Metropoolregio Amsterdam (bijvoorbeeld de woning­ opgave en het dijkversterkingsprogramma) en die voor Noord-Holland Noord (bijvoorbeeld de agrarische schaalvergroting en het dijkversterkingsprogramma). De transformatie van het cultuurlandschap dient zorgvuldig te worden uitgevoerd. De provincie ziet het als haar opgave om sturing te geven aan ruimtelijke ontwikkelingen zodat ze op een kwalitatieve wijze bijdragen aan het versterken en benutten van het cultuur­ landschap en de bijbehorende cultuurhistorische structuurdragers, zoals benoemd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (Leidraad). De provincie doet dit door te beschermen wat moet en te inspireren waar kan en zet zich in op de volgende activiteiten:

Vanuit cultuurhistorische waarden sturing geven aan ruimtelijke ontwikkelingen

In de nota is vastgelegd welke landschappelijke en cultuurhistorische waarden van provinciaal belang zijn. Die zijn beschreven in de Leidraad als onderdeel van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Om beter sturing te kunnen geven aan ruimtelijke ontwikkelingen is de Leidraad omgevormd van een waardestellend kader naar een meer gebieds- en ontwikkelingsgericht kader met ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes beschrijven per gebied op een inspirerende, ontwikkelingsgerichte wijze de (gewenste) ruimtelijke kwaliteit van het gebied en die van de daarbinnen gelegen cultuurhistorische structuurdragers. Hiermee worden de structuurdragers in de context van het omliggende landschap geplaatst en kan de provincie meer richting geven aan mogelijke ontwikkelingen in het gebied.

Investeren in provinciale cultuurhistorische structuurdragers (waaronder de monumentale dijken)

De provincie wil ontwikkelingsgericht investeren in de cultuurhistorische structuurdragers uit de Leidraad; gericht op behoud, maatschappelijk en economisch rendement. Het koppelen van de cultuurhistorische structuurdragers aan (provinciale) gebiedsopgaven biedt kansen, bijvoorbeeld in het vergroten van de toegankelijkheid van een monument door middel van de aanleg van een fiets- of wandelpad langs monumentale dijken. Hiermee koppelt de provincie de (economische) kansen voor erfgoed aan een gebiedsopgave, zoals de versterking van de Markermeerdijken, één van de structuurdragers uit de Leidraad. De provincie zet haar middelen gericht in op structuurdragers waar de grootste (beheers)opgaven spelen, namelijk industrieel, agrarisch en religieus erfgoed. Ook wil de provincie deze middelen meer proactief koppelen aan gebiedsopgaven, door bijvoorbeeld te prioriteren op restauratie- en onderhoudsopgaven van monumenten die vallen binnen het APRK.

In stand houden en benutten publiekstoegankelijk archeologisch depot

Archeologie is als ondergrond een belangrijk onderdeel van het waardevolle cultuurlandschap. De provincie heeft een wettelijke taak voor de instandhouding van een provinciaal archeologisch depot. Archeologische vondsten die worden gedaan in de provincie worden in beginsel eigendom van de provincie en na de werkzaamheden in het depot opgenomen (met uitzondering van vondsten van enkele grotere steden). De provincie verbreedt haar wettelijke taak door de vondsten voor een breed publiek te ontsluiten. Hiervoor is in 2015 archeologiecentrum Huis van Hilde geopend, waarbij samenwerking met lokale initiatieven ook mogelijk is. Met een reeks publieksvriendelijke publicaties ontsluit Huis van Hilde archeologische kennis. Daarin is ook plaats voor publieksboeken die een gebied of thema belichten bijvoorbeeld naar aanleiding van (grote) ruimtelijke projecten.

2.1.8 Strategisch beleidskader Economie en Uitvoeringsagenda (2016) De provincie Noord-Holland behoort tot de sterkste en vitaalste economische regio’s van Nederland. De provincie Noord-Holland heeft bovendien een prima uitgangspositie om een krachtige economische regio te blijven, maar niets is gegarandeerd. Zo heeft de recessie ook in Noord-Holland zijn sporen achtergelaten.

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

15

Provincie Noord-Holland

Veranderingen als de verschuiving van het mondiaal economisch zwaartepunt naar Azië, de transitie naar een duurzame, circulaire economie, de toenemende dominantie van de stad als economisch ecosysteem kunnen de goede uitgangspositie eroderen. Noord-Holland ziet het als een belangrijke uitdaging om de effecten van die veranderingen op de Noord-Hollandse economie te duiden en daar de juiste antwoorden op te hebben. De drie richtinggevende principes zijn:

Ontwikkeling van een duurzame economie

Hier ligt een relatie met klimaatverandering, milieuverontreiniging, verlies van biodiversiteit en grondstoffenschaarste. Wij zetten in op duurzame groei en de transitie naar een duurzame economie, landbouw en energievoorziening. Innovaties zijn daarbij belangrijk. Een duurzame ontwikkeling gaat dan om de juiste balans tussen de dimensies ‘people’ (het menselijk kapitaal), ‘planet’ (het natuurlijk kapitaal) en ‘profit’ (het economisch kapitaal).

Vernieuwend

Het versterken van het innoverend vermogen van de economie. Vernieuwing of innovatie is nodig als antwoord op de voortdurende veranderingen in de maatschappij en de economie, zoals verschuivingen in de economische machtsverhoudingen in de wereld, de opkomst van nieuwe markten, nieuwe bedrijfsmodellen, toenemende schaarste van grondstoffen, en de sterke opkomst van de digitale economie. Het bedrijfsleven kan door te innoveren, zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Met stilstaan verliest het bedrijfsleven uiteindelijk zijn concurrerend vermogen.

Ondernemend

Dit betreft ook professionaliteit. Ondernemerschap is een belangrijke randvoorwaarde voor economisch succes. De provincie ziet het als opgave om de juiste randvoorwaarden te scheppen voor ondernemerschap. Dat betekent in eerste instantie zorgdragen voor een uitstekend vestigingsklimaat. Met andere woorden: voldoende ruimte, de juiste kwaliteiten, goede bereikbaarheid, een uitstekende onderwijs- en arbeidsmarkt, een sterk innovatieklimaat en uitstekende digitale bereikbaarheid. Bij ondernemerschap denken we ook aan dynamiek. Zoals jonge startups die kunnen uitgroeien tot toekomstige leidende bedrijven. Of incubators waar nieuwe ideeën kunnen uitgroeien tot nieuwe bedrijvigheid. Of crossovers die ontstaan uit de samenwerking tussen sectoren. Verduurzaming en behouden van de concurrentiepositie door vernieuwing vormen de hoofdopgaven voor de agribusiness. De provincie zet in op natuurinclusieve landbouw. De melkveehouderijsector oriënteert zich door de afschaffing van de melkquota op de vrije markt. Tegelijkertijd wordt de ontwikkeling van de sector uitgedaagd door bijvoorbeeld de regelgeving voor nutriënten. Dit vraagt bij ondernemers aanpassing van hun bedrijfsstrategie, waarbij schaalvergroting en verduurzaming belangrijke uitdagingen zijn.

De heroriëntatie van de bedrijfsstrategie biedt kansen voor maatschappelijke opgaven gericht op een duurzame en klimaatneutrale ontwikkeling (nieuwe stalsystemen, opschaling), behoud weidegang, dierenwelzijn en volksgezondheid, biodiversiteit en milieu.

2.2 Het Rijk 2.2.1 Deltaprogramma en Deltawet Voor het Deltaprogramma IJsselmeer (waaronder Markermeer en IJmeer) zijn onder meer de volgende projecten en maatregelen van belang:

Het Peilbesluit

Hierin wordt een flexibilisering ten opzichte van het huidige strakke peilbeheer nagestreefd om beter te kunnen voldoen aan behoeften van watervoorziening, waterveiligheid, recreatie, natuur etc. Het Peilbesluit is inmiddels vastgesteld. Bij de dijkversterking is rekening gehouden met wijzigingen in het peilbeheer. Bij het realiseren van natuur- en recreatieprojecten binnen het APRK moet hier op worden ingespeeld.

Het project Robuuste natuurlijke oevers

Het Rijk wil investeren in robuuste, klimaatbestendige, natuurlijke oevers waarmee natuurwaarden die bij toekomstige peilveranderingen verloren gaan, vooraf worden gecompenseerd en oevers op zo’n wijze worden aangelegd dat ze niet kwetsbaar zijn voor nieuwe peilwijzigingen. Verkend zal worden in hoeverre hier met het APRK op ingespeeld kan worden.

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

16

Provincie Noord-Holland

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

17

Provincie Noord-Holland

Gebiedsagenda IJsselmeergebied

Deze agenda is geïnitieerd door I&M vanuit het Delta Programma IJsselmeer, om gebiedsprocessen in werking te zetten. Dit helpt bij het realiseren van samenwerkingen voor projecten maar levert ook draagvlak aan het APRK vanuit het Rijk. Een goed bruikbaar principe dat aan de orde is gekomen in de gebiedsagenda is de zogenaamde drie-lagenbenadering, om onder meer Markermeer en IJmeer verder te ontwikkelen. 1

Systeem-/onderlaag: perspectief op een gezond watersysteem (bodemkwaliteit, waterkwaliteit en ecologische vitaliteit). Dit is in feite hetzelfde als wordt nagestreefd bij het Toekomst Bestendig Eco Systeem Markermeer-IJmeer (TBES).

2

Netwerk-laag: perspectief op energietransitie: energetische backbone van Noord-NL. Ook netwerkhavens, vaarroutes etc.

3

Occupatie-laag: ontwikkeling van een internationaal toeristisch vaar- en verblijfsklimaat

Vanuit de gebiedsagenda maar ook vanuit RRAAM en TBES wordt onderkend dat laag 3 grote prioriteit op de korte termijn heeft. Immers een al te kwetsbaar ecosysteem levert tal van kwalitatieve en juridische beperkingen op voor ontwikkeling van de netwerklaag en de occupatielaag. Dat neemt niet weg dat er tegelijkertijd voortvarend moet worden gewerkt aan de lagen 1 en 2. Er is afgesproken dat er wordt samengewerkt om tot goede keuze van maatregelen te komen voor zowel APRK als Gebiedsagenda. Voordeel van samenwerken is ook dat het voor de provincie gemakkelijker is dan voor het Rijk en RWS om met maatregelen aan de slag te gaan op de kustlijn en aangrenzende binnendijkse gronden, wetende dat deze een belangrijk onderdeel moeten worden van het robuuste ecosysteem.

Evaluatie Deltawet waterveiligheid en watervoorziening

Van de Minister van I&M aan de 1e Kamer van 1 juli 2016. Relevante citaten uit de evaluatie (onderdeel ‘Kansen voor samenhang benutten’) zijn onderstaand opgenomen: •

De Evaluatiecommissie constateert dat de onderlinge samenhang tussen de wateropgaven, alsook de integratie van de wateropgaven met andere ruimtelijke opgaven, veel aandacht heeft gekregen in het deltaprogramma. Tegelijk zijn de resultaten op dit punt volgens de commissie achtergebleven bij de hoge ambities van het wetsvoorstel. Er liggen dus nog kansen voor de toekomst. Het kabinet is voorstander van een integrale aanpak in het ruimtelijk domein.

•

Ook de door het deltaprogramma ontwikkelde aanpak van “meekoppelen” dient daarom met kracht te worden voortgezet, door alle partijen in alle fasen van programma’s en projecten. Randvoorwaarde vanuit het kabinet voor het “meekoppelen” van belangen blijft daarbij dat met de beschikbare rijksmiddelen in het deltafonds de voorgenomen doelen ten aanzien van waterveiligheid, zoetwatervoorzieningen en water­ kwaliteit worden gehaald. Indien het realiseren van andere maatschappelijke doelen of ruimtelijke opgaven leidt tot aanvullende kosten, bovenop de beschikbare middelen voor mitigatie en compensatie van natuur, dienen deze uit andere budgetten te worden gefinancierd.

•

De commissie ziet daarnaast dat slimme ruimtelijke keuzes op lange termijn ook aanscherping van de waterveiligheidsnorm en daaruit voortvloeiende extra dijkversterking voorkomen. Deze manier van integraal werken sluit volledig aan bij de filosofie van de Omgevingswet en moet in de ogen van het kabinet en de partners van het deltaprogramma veel aandacht krijgen bij het opstellen van Omgevingsvisie op alle schaalniveaus.

2.2.2 Kaderrichtlijn Water Het Markermeer-IJmeer is voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) een formeel begrensd waterlichaam van het type M21: grote diepe gebufferde meren. De status is ‘sterk veranderd’ omdat hydro-morfologische herstelingrepen niet uitgevoerd kunnen worden zonder negatieve effecten voor een aantal gebruiksfuncties, waaronder scheepvaart, peilbeheer, drinkwatervoorziening en waterhuishouding. Een KRW-waterlichaam kent doelen voor de ecologische toestand en de chemische toestand: •

Ecologische doelen: gegeven het watertype en de status van sterk veranderd waterlichaam, zijn ecologische doelen vastgesteld voor het Markermeer-IJmeer.

•

Chemische doelen: door de Europese Commissie is een lijst van prioritaire stoffen benoemd waarvoor generieke, EU-brede milieukwaliteitsnormen gelden. Deze vormen de chemische toestand. Feitelijk is alleen som 2PAK een prioritaire stof die nog een probleem vormt in het Markermeer, maar omdat dit voornamelijk uit voorbelasting en atmosferische depositie komt, zijn hier geen specifieke maatregelen voor

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

18

Provincie Noord-Holland

te nemen. Een aantal andere chemische stoffen (die onder de ecologische toestand vallen) vormen nu nog een probleem, maar naar verwachting worden deze door het beleid rond gewasbeschermingsmiddelen opgelost. Ook hiervoor zijn geen specifieke maatregelen nodig. Voor het realiseren van de KRW-doelen zijn vooral herstelmaatregelen nodig op het vlak van de ecologische toestand. De huidige kwaliteit voor waterflora en vissen is een belangrijk knelpunt. Waterflora en vissen zijn gebaat bij versterking van de volgende systeemcondities: •

Ondiepe zones met helder water (vooral voor waterplanten);

•

Geleidelijke land-waterovergangen (oevervegetatie);

•

Ecologische verbindingen (vismigratie met aanliggende watersystemen).

2.2.3 Natura 2000 Het basale doel van Natura 2000 is om een goede staat en instandhouding van habitats en soorten te realiseren. Om activiteiten die dit doel frustreren mogelijk te maken, moet er eerst worden geïnvesteerd in actief natuurherstel. Daarvoor zijn in heel Europa beschermde natuurgebieden aangewezen. Voor de Markermeerkust zijn de volgende door het Ministerie van Economische Zaken aangewezen Natura 2000-gebieden relevant: Zeevang (provincie heeft beheerplan opgesteld) en Markermeer en IJmeer (Rijk heeft beheerplan opgesteld). Het laatste plan geeft de verstoringsgevoelige gebieden aan voor vogels vanwege belangrijke rust-, rui- en foerageergebieden van beschermde soorten. Hierin zijn onder meer locaties aangegeven waar kitesurfen is toegestaan (Warder, Edam en Hemmeland) en de gedragscode voor de waterrecreatie (relevant voor de zuidelijke Gouwzee). Specifiek voor het Markermeer ontstaan knelpunten door het niet op orde zijn van de ecologische vereisten van habitattypen en soorten. De knelpunten voor de soorten in het Markermeer en IJmeer hebben te maken met voedselbeschikbaarheid, aanwezigheid van broedgebieden en rust. De opgave is om deze knelpunten op te lossen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken en te behouden.

Verbetering van de voedselbeschikbaarheid voor watervogels

De slechte spieringstand en afname van driehoeksmosselen hebben gezorgd voor een afname van visetende en driehoeksmossel-etende watervogels. Daarnaast zijn het gebrek aan natuurlijke oeverzones, het onnatuurlijke waterpeilverloop en het gebrek aan vispasseerbare verbindingen tussen Markermeer en achterland een belangrijke oorzaak van de slechte toestand van vispopulaties in het Markermeer. De opgave is daarom om de voedselbeschikbaarheid te verbeteren. Verbetering van deze voedselvoorziening wordt nagestreefd door middel van KRW-maatregelen en in het N2000-beheerplan.

Kaal houden rust- en broedgebieden

Voor het blijvend realiseren van de doelstelling voor kale grondbroeders zoals de visdief is het nodig om meer geschikte broedgebieden te creëren en deze ook actief geschikt te houden. Op dit moment is alleen de zandplaat bij de Hoeckelingsdam geschikt. Dit is tevens een geschikte slaapplaats voor de zwarte stern. De grotere kolonies visdieven in het IJsselmeergebied hebben de laatste jaren steeds zeer slechte broedresultaten behaald, wat wordt toegeschreven aan de slechte beschikbaarheid van spieringen van de juiste grootte in voorjaar en zomer. Om deze reden lijkt het verstandig om voorlopig alleen naar het weer kaal maken van geschikt broedgebied te streven wanneer er concrete aanwijzingen zijn dat het spieringbestand weer hersteld is. Dit betekent concreet dat voor Markermeer en IJmeer voorlopig alleen ingezet wordt op het kaal houden van bestaande broedgebieden (Hoeckelingsdam) en pas wordt overgegaan tot het kaal maken en in stand houden van nieuw, potentieel broedgebied nabij het naviduct wanneer er sprake is van aantoonbaar herstel van de spieringstand.

Behoud van rust en ruimte

In de gebieden Warder en Hemmeland liggen belangrijke rui-, rust- en foerageergebieden voor de brilduiker, kuifeend, meerkoet en nonnetje. In deze gebieden is er momenteel onvoldoende rust waardoor de gebieden van onvoldoende kwaliteit zijn. De gebieden Gouwzee, kustzone van Muiden en Pampushaven Noord zijn eveneens van belang als rustgebieden voor vogels (onder meer krooneend, tafeleend, kuifeend en meerkoet). Momenteel is in deze gebieden nog voldoende rust aanwezig, maar als gevolg van verwachte autonome ontwikkelingen kan deze rust niet voor de gehele eerste beheerplanperiode worden geborgd. Waar het Natura 2000-waarden betreft is dit echter wel een verplichting.

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

19

Provincie Noord-Holland

2.2.4 Programmatische Aanpak Grote Wateren (Min. I&W en Min. LNV) Nederland investeert al jaren in ecologie en natuur van de grote wateren met maatregelen voor de Kader­ichtlijn Water (KRW) en Natura 2000. Deze maatregelen zijn nuttig en nodig. Echter door een toenemend maat­ schappelijk gebruik neemt de druk op de grote wateren toe. Zonder een aanvullende inspanning dreigen natuur en ecologische kwaliteit – ondanks de voorgenomen verbetermaatregelen - alsnog te verslechteren.

Grote wateren ecologisch gezond en toekomstbestendig

In 2017 verkende Rijkswaterstaat wat nodig is om de grote wateren ecologisch gezond en toekomstbestendig te maken. De ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit willen die maatregelen treffen die nodig zijn voor toekomstbestendige grote wateren waar hoogwaardige natuur goed samengaat met krachtige economie. Met 33 projecten willen ze ontbrekende leefgebieden aanleggen, het estuariën karakter van de Delta versterken, natuurlijke dynamiek terugbrengen en zorgen voor meer geleidelijke overgangen tussen land en water en zoet en zout en/of betere verbindingen tussen zee, estuaria en rivieren. Dit is in lijn met de streefbeelden uit de Natuurambitie Grote Wateren en de Rijksnatuurvisie. Tegelijkertijd is het van belang Nederland veilig en welvarend te houden. De projecten draaien de waterstaat­ kundige ingrepen van vroeger niet terug, maar verkleinen wel de ‘voetafdruk’ van waterbeheer en water­ veiligheid. Als natuur en ecologische waterkwaliteit op orde zijn, zijn opgaven uit de gebiedsagenda als verstedelijking, recreatie, transport en bedrijvigheid beter in te passen. Met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) verbetert ook de kwaliteit van de leefomgeving en dat is weer goed voor het vestigings­ klimaat in de regio.

Alle maatregelen worden klimaatrobuust ontworpen: ze houden rekening met zeespiegel­ tijging, opwarmend water, droogte en extreme rivierafvoeren.

Een programmatische aanpak die regie geeft

Alle projecten tegelijk uitvoeren is onhaalbaar, onbetaalbaar en vanuit ecologisch oogpunt niet zinvol. De PAGW heeft als doel de voorbereiding, besluitvorming, realisatie en monitoring van de projecten in hun onderlinge samenhang te regisseren. Zo krijgt de vereiste ecologische impuls effectief gestalte. Rijks­ waterstaat, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) realiseren de projecten in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Samen met regionale overheden, marktpartijen en natuurorganisaties onderzoeken we in de lopende gebiedsprocessen de mogelijkheden voor samenwerking en cofinanciering. Voor de Noordhollandse Markermeerkust wordt een (voor)verkenning gestart. Vanuit PAGW is een budget van 20 miljoen euro gereserveerd voor PAGW-projecten in de kustzone.

2.2.5 Rijksstructuurvisie Regio Amsterdam-Almere-Markermeer De Rijksstructuurvisie Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM) schetst de ambitie van het Rijk voor dit deel van de Noordelijke Randstad. Het gebied moet een internationaal concurrerende Europese topregio worden. Ook maatschappelijke organisaties, bewoners en bedrijven worden bij de ontwikkeling betrokken. De plannen voor het gebied staan beschreven in de: •

Structuurvisie Amsterdam-Almere-Markeermeer (RRAAM),

•

Bestuursovereenkomst RRAAM en Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0.

Het doel is onder meer 60.000 nieuwe woningen en 100.000 extra arbeidsplaatsen. Naast extra woningen en arbeidsplaatsen heeft het programma de volgende doelen: •

Betere bereikbaarheid regio Amsterdam-Almere;

•

Ontwikkeling van het Markermeer en het IJmeer tot een groot natuur- en recreatiegebied.

Toekomst Bestendig Eco Systeem Markermeer-IJmeer (TBES)

Onderdeel van de Structuurvisie RRAAM is een visie over de natuurkwaliteit van het Markermeer-IJmeer. De natuurkwaliteit in het Markermeer-IJmeer is namelijk onvoldoende om de N2000-doelen te halen. Overheid, regionale en maatschappelijke partijen werken samen en willen van het Markermeer-IJmeer een Toekomst Bestendig Eco Systeem (TBES) maken. Om het huidige, kwetsbare systeem om te vormen naar een toekomstbestendig systeem, moeten er vier ecologische condities worden versterkt: •

Een heldere waterplantrijke zone langs de Noord-Hollandse kust.

•

Gradiënten van helder water naar slibrijk troebel water.

•

Een vergroting van land-waterzones, bijvoorbeeld de aanleg van geleidelijke water-landovergangen.

•

Het verbinden met andere gebieden, inclusief IJsselmeer en andere delen van de Nederlandse delta.

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

20

Provincie Noord-Holland

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

21

Provincie Noord-Holland

Ten behoeve van TBES is een aantal projecten benoemd, onder meer Luwtemaatregelen en Marker Wadden: •

Met Marker Wadden is op initiatief van de provincie eerder verkend wat de samenwerkingsmogelijkheden zijn. Op het gebied van gronduitwisseling zijn de mogelijkheden klein. Transportkosten zijn gewoonweg te groot. Op grond van kennisuitwisseling zijn er kansen wanneer projecten langs de Markermeerkust moeten worden ontworpen (onder meer omgaan met slib, stabiliteit, immobiliseren etc.). Zowel Marker Wadden als het Programma hebben een grondvraag (vooral deklaag). Mogelijk kan er samen worden ingekocht bij leveranciers (zandwinners, bijvoorbeeld Markerzand).

•

Het project Luwtemaatregelen Hoornse Hop is stopgezet. Er is door RWS een verkenning gedaan naar alternatieve inzet van de vrijgekomen middelen voor TBES-bevorderende maatregelen. Resultaat is dat drie van de ambities in het APRK worden ondersteund met deze middelen: IJdoorn, De Nes en Oosterkoog.

Een Panorama voor het Markermeer-IJmeer

In de Stuurgroep Markermeer-IJmeer (SMIJ) werken verschillende overheden samen met regionale en maatschappelijke partijen aan boven genoemd RRAAM en TBES. De Stuurgroep bestaat uit de provincies Flevoland en Noord-Holland, de Rijksoverheid, de gemeente Hoorn (namens de Noord-Hollandse gemeenten rondom Markermeer-IJmeer), de gemeente Lelystad (namens de Flevolandse gemeenten rondom MarkermeerIJmeer) en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (namens de waterschappen rondom Markermeer-IJmeer). De Stuurgroep ziet dus toe op de realisatie van TBES. De Ambtelijke Werkgroep Markermeer-IJmeer (AMIJ) bereidt allerlei besluitvorming door de SMIJ voor. In 2017 en 2018 is door ontwerpend onderzoek gewerkt aan het Panorama Markermeer-IJmeer, parallel aan en in samenwerking met het proces rond de Agenda IJsselmeergebied 2050. Op 16 mei 2018 is het Panorama door SMIJ vastgesteld. Het Panorama Markermeer-IJmeer biedt een tiental ontwikkelprincipes voor de verdere ontwikkeling van het TBES: 1

Panorama Markermeer-IJmeer verbindt

2

Robuust ecosysteem als basis voor een metropolitaan waterpark

3

Zet in op gecontroleerde ontwikkeling van water- en oeverplanten om voedingsstoffen uit de bodem in het systeem te brengen

4

Zet in op 3500-7000 ha areaalvergroting van de ondiepe water- en oevermilieus

5

Ontwikkel voor het gebied een kwaliteitsondersteunend zandwinbeleid

6

Vergroot de diversiteit en samenhang binnen het onderwaterlandschap

7

Koester en versterk de verschillen tussen de vier kustlandschappen

8

Intensiveer de samenhang tussen binnen- en buitendijks gebied

9

Koester en verdedig de grote schaal van het gebied

10 Ontwikkel een kwaliteitsondersteunend beleid voor toepassing van duurzame energie

2.3 De gemeenten 2.3.1 Gemeente Hoorn In het in 2013 vastgestelde Programma Waterfront wordt beschreven hoe de gemeente Hoorn het Hoornse Waterfront aan het Markermeer verder wil ontwikkelen. De gemeente Hoorn ziet kansen om met de komende dijkversterking van de Westerdijk een economisch en toeristisch aantrekkelijke locatie te maken. De gemeente benut kansen die zich voordoen bij de dijkversterking voor het aantrekkelijk maken en verlevendigen van de Westerdijk nabij de binnenstad. De gemeente realiseert met het aanleggen van het stadsstrand bij de Grote Waal een langgekoesterde wens en een voorziening voor inwoners en bezoekers. Samen met de partners wil de gemeente Hoorn nog meer promoten als historische kunst- en cultuurstad aan het water. Onderdeel hiervan kan zijn het ‘beleefbaar’ maken van ons erfgoed en kunst- en cultuuraanbod, bijvoorbeeld via laagdrempelige, toeristische en educatieve kunst-, cultuur- en erfgoedroutes.

2.3.2 Gemeente Koggenland In de Structuurvisie Koggenland 2009 is Scharwoude al aangeduid als ‘recreatief kansrijk’ vanwege de ligging aan het Markermeer. De gemeente richt zich hierbij op de mogelijkheden aan te haken bij: •

de gezamenlijke (met buurgemeenten, provincie en Recreatieschap) aanleg van een fietspad op het dijk tracé Hoorn-Edam;

•

plannen van hoogheemraadschap voor natuurontwikkeling in het Markermeer en dijkversterking van het dijktracé Hoorn-Edam;

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

•

22

Provincie Noord-Holland

het Recreatieschap Westfriesland om de vooroevers recreatief toegankelijk te maken (wandelpaden en bankjes). Verder zal de gemeente waar mogelijk planologisch meewerken aan plannen van eventuele recreatieve initiatiefnemers.

2.3.3 Gemeente Edam-Volendam De gemeente Edam-Volendam werkt aan het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie. Dit betekent onder meer een heroriëntatie op de vigerende structuurvisies van Edam-Volendam en Zeevang. Aandachtspunten zijn: •

Edam-Volendam: Ontwikkelen (recreatieve) groenstructuur, behoud openheid en agrarisch karakter gebied Purmer, in achtnemen van een beschermingszone vanaf de dijk, benutten potentie waterfront als onderdeel van de IJsselmeerkust en bevorderen van een meer continue route.

•

Zeevang: behoud kwaliteiten van agrarisch landschap en veenweidegebied (en behoud cultuurhistorische patronen en elementen), bieden van voldoende faciliteiten voor agrariërs en ruimte voor verbrede landbouw voor nieuw, economisch draagkracht buitengebied, meer benutten van kwaliteiten van het gebied voor recreatie, behoud en ontwikkeling natuur en optimale waterhuishouding, terughoudend beleid voor het Markermeer gezien de waardevolle kwaliteiten (openheid, ruimtelijke beleving, ecologie). Recreatie moet recht doen aan het karakter van het Markermeer en is in principe kleinschalig.

Een groot deel van het economische beleid wordt op dit moment opnieuw tegen het licht gehouden met het maken van een nieuwe economische visie “Onze Economische Toekomst 2040”. Doel van de visie is het economisch sterker maken van de gemeente. De gemeente nodigt alle ondernemers uit voor deelname aan dit traject, de visie wordt in samenhang met andere beleidsterreinen opgesteld. Agrariërs hebben hierbij gesteld dat zij in 2040 de belangrijkste en groenste voedselproducent van de regio willen zijn. Voor toerisme en recreatie is de ambitie uitgesproken (inter)nationaal bekend te staan om gastheerschap, de bezoekers een onvergetelijke beleving te bieden, ze langer vast te houden en het aantal verblijfstoeristen te verhogen.

Toeristische visie

De gemeente heeft in 2015 na de fusie een toeristische visie opgesteld. Binnen deze visie wordt de ambitie uitgesproken om een kwaliteitsslag in het toeristische product te maken. De focus ligt op de kernen Edam en Volendam. Het buitengebied heeft een rol in het ontdekken van Zeevang en de verbinding met interessante dorpen in de omgeving. Voor de drie zones geldt een eigen ontwikkelperspectief: •

Edam: rust dichtbij Amsterdam, versterken van de beleving, onder andere door het tot leven brengen van de

historie. •

Kom Volendam en waterfront: gezelligheid en reuring -

Benutten van de potentie van het waterfront als onderdeel van de Markermeerkust

-

Waterfront aan het Kleiperk opwaarderen (onder andere verbeteren van de buitenruimte; de voorlanden meer op het water en op de dijk betrekken);

-

Het Noordeinde, de Haven en het Zuideinde gedurende in ieder geval het toeristenseizoen (steeds) autoen busvrij(er) maken.

•

Zeevang: rust van het platteland tussen Amsterdam en Hoorn. Ambities voor versterking van de kleinschalige infrastructuur (fietsen, wandelen en varen). De realisatie van een steiger ter hoogte van Molen de Breek zou een welkome verbinding met het achterland in de betrekkelijk gesloten kustlijn creëren, waardoor het kleinschalige toerisme een kwalitatieve impuls krijgt.

In de Programmabegroting 2019 is opgenomen om meer aanlegplaatsen te realiseren, vooral voor de recreatie­ vaart zoals de steiger in Etersheim. De gemeente zet in op behoud van het weidse, karakteristieke aanzicht van de huidige dijk en op het benutten van de dijkversterking om recreatieve fiets- en voetpaden aan te leggen.

2.3.4 Gemeente Waterland •

Water: op het gebied van water zijn essentieel: -

Het tegengaan van “verstening”, dijkversterkingen zoveel mogelijk in lijn met de wensen van de inwoners en de uitvoering van zogenaamde meekoppelprojecten.

-

Waterbewustzijn ontwikkelen bij bewoners: bedreigingen, kansen, noodzakelijkheden.

-

Waterbeleving speelt een belangrijke rol in Waterland. Of het nu zwemwater, vaarwater of genieten langs de waterkant is.

•

Toeristische visie: de gemeente heeft een toeristische visie 2015 - 2025 opgesteld. Binnen deze visie wordt gericht op de volgende speerpunten:

Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit kustzone Hoorn-Amsterdam

•

23

-

Verbeteren van recreatieve/toeristische infrastructuur.

-

Citymarketing (ook de zogenoemde “warme” marketing; gericht op de eigen bewoners).

-

Productontwikkeling en kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod stimuleren.

-

Watersport en waterrecreatie.

-

Stimuleren van verblijfsaccommodaties die voldoen aan de behoeften van Waterland.

Provincie Noord-Holland

Economische vitaliteit: De gemeente richt zich op het behoud en de versterking van het landschappelijk gebied, versterkt de positie van Waterland op het gebied van toerisme en recreatie en werkt aan een bruisende stad en vitale dorpen in Waterland, waar het wonen, werken en recreëren aantrekkelijk is en blijft. De visie leidt tot een praktische vertaling in concrete projecten.

•

De Omgevingsvisie Waterland 2030 beschrijft (samengevat): -

Het Nieuw Waterland Peil

-

De proceswijzer, met uitleg hoe een goed plan goed kan worden voorbereid

-

De vijf kernprincipes, waarden en kwaliteit van Waterland en de deelgebieden; de onderlegger voor ontwikkelingen

-

De Energiekansenkaart

-

De Uitvoeringsparagraaf

2.3.5 Gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam heeft de nota Duurzaam Landschap vastgesteld. Dit is een inzet voor het metro­ politaanse landschap en bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Verschillende waarden van het landschap worden gedetecteerd, te weten: het verhaal van onze geschiedenis, versterken van de economie, herbergen bijzondere flora en fauna, zorgen voor een fijne leefomgeving, zorgen voor waterveiligheid en drinkwater en leveren van voedsel. Grote opgaven vormen een bedreiging en kans voor het landschap. Amsterdam formuleert als hoofddoel het streven naar een duurzaam en met de stad verbonden landschap van hoge kwaliteit: •

Duurzaam landschap: houdbaar en niet onomkeerbaar aantasten of gebruiken;

•

Met de stad verbonden landschap: gemakkelijk bereikbaar en beleefbaar;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=60cb0bc6-dbe4-47f8-9eb1-7e360a4f75fd