Achtergrond Documenten 9. NRD omgevingsvisie Edam-Volendam 07-12-2022.pdf
Tekst van het document
NRD Omgevingsvisie Edam-Volendam 7 december 2022
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
Verantwoording Titel
NRD Omgevingsvisie Edam-Volendam
Opdrachtgever
Gemeente Edam-Volendam
Projectleider
Martijn Gerritsen
Auteur(s)
Marieke van der Linde
Tweede lezer
Martijn Gerritsen
Projectnummer
1288873
Aantal pagina’s
15
Datum
7 december 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
Inhoud Inhoud ............................................................................................................................................... 3 1
2
3
4
5
6
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................... 4
1.2
Doel Notitie Reikwijdte en Detailniveau ............................................................................. 4
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................... 4
Omgevingsvisie Edam-Volendam ............................................................................................. 4 2.1
Waarom een Omgevingsvisie? .......................................................................................... 4
2.2
Proces Omgevingsvisie tot nu toe ...................................................................................... 5
2.3
Inhoud Omgevingsvisie ...................................................................................................... 6
MER Omgevingsvisie Edam-Volendam .................................................................................... 8 3.1
Wat is een MER? ............................................................................................................... 8
3.2
Een samenhangende benadering: Omgevingseffectrapportage (OER) ............................ 9
3.3
Wisselwerking Omgevingsvisie en het MER ...................................................................... 9
Wat onderzoekt het MER? ...................................................................................................... 10 4.1
Het vertrekpunt van het MER ........................................................................................... 10
4.2
Stappen MER ................................................................................................................... 10
Hoe gaan we dat onderzoeken?.............................................................................................. 13 5.1
Beoordelingskader ........................................................................................................... 13
5.2
Effectbepalingen en doelbereik ........................................................................................ 14
5.3
Scope onderzoeken De Purmer en Julianaweg ............................................................... 14
De vervolgstappen op hoofdlijnen ........................................................................................... 15 6.1
Kennisgeving en raadpleging ........................................................................................... 15
6.2
Opstellen MER en Nota van beantwoording .................................................................... 15
6.3
Terinzagelegging MER ..................................................................................................... 15
6.4
Besluit en vervolg ............................................................................................................. 15
3/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is iedere gemeente verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen waarin de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn worden vastgesteld. De gemeente Edam-Volendam werkt aan het opstellen van een Omgevingsvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het concept van deze Omgevingsvisie is opgesteld en heeft begin januari 2022 ter inzage gelegen. De concept Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen aan hoe de gemeente Edam-Volendam zich gaat ontwikkelen tot aan 2050. Om de wensen met betrekking tot het abstractieniveau van de Omgevingsvisie, vanuit de raad en de samenleving, tegemoet te komen vult de gemeente de Omgevingsvisie aan met een uitvoeringsstrategie. Onderdeel van dit proces is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en een milieueffectrapportage (MER).
1.2
Doel Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is de eerste stap in het proces om tot een MER te komen. De NRD heeft als doel om inzicht te geven in de stappen die ten behoeve van het MER doorlopen worden. De NRD beschrijft welke omgevingsaspecten en effecten in de m.e.r.procedure onderzocht gaan worden. Dat wordt de reikwijdte genoemd. Daarnaast geeft de NRD informatie over de manier waarop de effecten van de Omgevingsvisie onderzocht zullen worden en met welke diepgang. Dat heet het detailniveau.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 licht nader toe waarom er een Omgevingsvisie wordt opgesteld door de gemeente Edam-Volendam, hoe het proces is verlopen en wat deze Omgevingsvisie inhoudt. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens in op het bijbehorende MER. Het instrument MER wordt toegelicht en de samenhang tussen de visie en het MER wordt beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft wat het MER onderzoekt. Hoofdstuk 5 zet uiteen hoe het onderzoek in het MER plaast vindt. Daarbij wordt ook ingegaan op de scope en het detailniveau van de onderzoeken. In hoofdstuk 6 wordt vooruit gekeken naar het vervolg van het proces.
2 Omgevingsvisie Edam-Volendam Dit hoofdstuk gaat in op de vraag waarom de gemeente Edam-Volendam een Omgevingsvisie opstelt. Hoe het proces tot nu toe verlopen is en welke ambities zij in het document stelt.
2.1
Waarom een Omgevingsvisie?
De gemeente Edam-Volendam staat de komende jaren voor een aantal belangrijke opgaven gesteld, die een beroep doen op de ruimte. Om de gemeente in samenhang te ontwikkelen, keuzes te maken in ruimtegebruik en balans te houden tussen allerlei functies en doelen, is een integrale visie nodig voor de leefomgeving; een koers richting 2050. De Omgevingsvisie gaat niet alleen over traditionele ruimtelijke onderwerpen zoals bouwen, verkeer en water, maar ook over
4/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
ecologie, gezondheid en duurzaamheid. De kracht van de Omgevingsvisie is om deze onderwerpen niet apart, maar in onderlinge samenhang te bekijken. De visie dient daarmee als vertrekpunt om stap voor stap het huidige beleid indien nodig bij te stellen in samenhangende programma’s om de voor de gemeente Edam-Volendam opgestelde ambities te bereiken. De Omgevingsvisie geeft richting aan de belangrijke en dringende opgaven voor de gemeente. In de Omgevingsvisie worden de ambities en richting vooral op hoofdlijnen genoemd. Het beleid van de Omgevingsvisie vindt uiteindelijk zijn verdere uitwerking in verschillende omgevingsprogramma’s en gebiedsvisies.
Figuur 2.1 Proces Omgevingsvisie Edam-Volendam
2.2
Proces Omgevingsvisie tot nu toe
In 2019 is de gemeente Edam-Volendam gestart met het proces om te komen tot een Omgevingsvisie. Daarbij richtte de gemeente zich op het opstellen van een algemene Omgevingsvisie die flexibiliteit bood voor verschillende ontwikkelingen. De gemeente onderscheidt vijf stappen in het doorlopen proces voor de Omgevingsvisie (figuur 2.1). In het proces om te komen tot een Omgevingsvisie is sprake geweest van een nauwe wisselwerking tussen de gemeente, bewoners, ondernemers en regiopartners. Daarnaast was er tijdens de stappen 2 ‘In gesprek over ambitie’ en 4 ‘In gesprek over de visie’ de ruimte voor bewoners om te participeren en in gesprek te gaan met de gemeente.
5/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
Gedurende dit proces heeft Antea Group op basis van vigerend beleid van de gemeente en openbaar beschikbare informatie een Leefomgevingsfoto opgesteld. De Leefomgevingsfoto beschrijft aan de hand van indicatoren de fysieke leefomgeving. Hiervoor is open data gebruikt, aangevuld met gericht uitgevraagde informatie vanuit de gemeente. De concept Omgevingsvisie is in januari 2022 ter inzage gelegd. Tijdens de inzageperiode hebben 24 verschillende partijen zienswijzen ingediend. Aanvulling uitvoeringsstrategie De mogelijkheid om de Omgevingsvisie als grondslag te hanteren voor de verlenging van de Wet voorkeursrecht gemeenten voor het voorkeursrecht in de Purmer en de ontvangen zienswijzen op de concept Omgevingsvisie zijn redenen geweest voor het college van burgemeester en wethouders om te besluiten om de Omgevingsvisie te concretiseren en aan te vullen met een uitvoeringsstrategie. Tijdens het opstellen van de voorliggende NRD wordt er door de gemeente gewerkt aan deze uitvoeringsstrategie. Tijdens de raadsbijeenkomst op 15 december 2022 wordt de concept uitvoeringsstrategie voorgelegd om vrij te geven voor een onderzoek naar de milieueffecten van de ambities en de hoofdlijnen van het beleid.
2.3
Inhoud Omgevingsvisie
De gemeente Edam-Volendam stelt een Omgevingsvisie op waarin de verschillende onderdelen van leefomgeving in samenhang worden bekeken. Met het opstellen van de Omgevingsvisie wil de gemeente drie dingen bereiken: •
•
•
Een goede leefomgeving in Edam-Volendam: De gemeente streeft naar een goede leefomgeving voor bewoners, ondernemers en bezoekers. In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente daarom hoe de leefomgeving op een goede manier beheerd, beschermd, gebruikt en ontwikkeld kan worden Een duidelijke visie voor de toekomst van Edam-Volendam: Om in samenhang antwoord te kunnen geven op de diverse vraagstukken die spelen binnen de gemeente is er behoefte aan een duidelijke visie voor de toekomst. De gemeente stelt daarom één visie op waarin alle onderwerpen in samenhang met elkaar worden bekeken Ruimte voor initiatief: De Omgevingsvisie beschrijft de gewenste ontwikkelingsrichting van de leefomgeving. Op deze manier wordt ruimte geboden aan initiatieven als de plannen bijdragen aan de beschreven koers
Zes opgaven uitvoeringsstrategie Om deze drie doelen te bereiken hanteert de gemeente Edam-Volendam zes opgaven in de uitvoeringsstrategie van de Omgevingsvisie die de hoofdlijnen vormen van het beleid voor de leefomgeving. Het gaat om de volgende zes opgaven: 1. Wonen: Zorg voor een evenwichtige woningvoorraad en het bereiken en in stand houden van een kwalitatieve, gezonde en veilige leefomgeving 2. Warmte, Energie en Klimaat: Voor het bereiken van een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving door verantwoordelijk om te gaan met het klimaat
6/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
3. Mobiliteit: Voor een mobiliteitstransitie en goede bereikbaarheid die meegroeit met de ontwikkeling van onze gemeente 4. Werklocaties: De realisatie van nieuwe ontwikkelmogelijkheden voor onze bedrijven en het behoud van voldoende werkgelegenheid dichtbij huis 5. Landelijk gebied en landschap: Voor vitale dorpslinten en een gezonde en veilige leefomgeving met behoud en de ontwikkeling van ons karakteristieke cultuurlandschap en bescherming van onze natuurgebieden 6. Waterfront: Voor het bereiken en bewaken van een gebalanceerd en leefbaar waterfront en de borging van de cultuur, identiteit en het aangezicht van het waterfront Afwegingskader Belangen binnen de leefomgeving kunnen goed samen gaan, maar in sommige gevallen kunnen er ook knelpunten optreden. De gemeente Edam-Volendam heeft daarom een afwegingskader opgesteld om een zorgvuldige afweging te kunnen maken. De drie principes die opgenomen zijn in de Omgevingsvisie zijn: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. 3.
Identiteit en kenmerken staan centraal Afwentelen wordt voorkomen
Kaderstellende Omgevingsvisie (ontwikkeling De Purmer) De Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam is kaderstellend voor de ontwikkeling van De Purmer en de Julianaweg. De Purmer is een ontwikkellocatie van ongeveer 160 hectare waarvan circa 40 hectare bedrijventerrein wordt en het overige deel een gemengde bestemming krijgt (circa 120 hectare). Het gebied is gelegen ten westen van de Purmerringvaart, ten noordwesten van de N247, ten noorden van de N244 en ten oosten van het gebied BaansteeNoord. Het voornemen is dat op de locatie van het bedrijventerrein onder andere categorie 4.2 bedrijven gevestigd kunnen worden. De ontwikkeling van de Purmer is daarmee ook van toegevoegde waarde voor de regio. Door categorie 4 bedrijven aan de Julianaweg te laten verhuizen naar de Purmer kunnen deze bedrijven groeien en verduurzamen, en komt er daarnaast binnenstedelijk ruimte voor inbreidingslocaties ten behoeve van woon-werkmilieus. De Julianaweg is een bestaand bedrijventerrein in de kern Volendam. Het bedrijventerrein bevindt zich in het noordoosten van de bebouwde kom van Volendam en is gelegen tussen de waterkering langs het Markermeer (noord- en oostkant), de Oude Kom (oost- en zuidkant) en een woongebied (zuid- en westkant). Centraal door het bedrijventerrein loopt de Julianaweg.
Deze weg is een belangrijke verkeerscorridor voor zowel het bedrijventerrein als de rest van de bebouwde kom van Volendam. In het noorden is de Julianaweg via de Dijkgraaf de Ruijterlaan verbonden met de bebouwde kom van Edam. Naast dat categorie 4 bedrijven worden toegelaten tot het westelijk deel van de Purmer, kan een deel van het gebied in beslag worden genomen voor gemengde voorzieningen, zoals sport/ maatschappelijk en eventueel in de toekomst een stadion.
7/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
De Lange Weeren De Lange Weeren is een veenweidegebied aan de westkant van de kern Volendam en grenst aan de woonwijk Blokgouw. Het gebied wordt ontwikkeld voor woningbouw. In totaal worden er 1160 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling van de Lange Weeren wordt in het MER opgenomen als autonome ontwikkeling aangezien de plannen voor deze ontwikkelingen al in diverse documenten zijn opgenomen. De eventuele (cumulatieve) milieueffecten van de ontwikkeling maken op deze manier onderdeel uit van het milieuonderzoek.
3 MER Omgevingsvisie Edam-Volendam Dit hoofdstuk licht verder toe wat een MER inhoudt, hoe deze MER samenhangt met de Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam en op welke manier er een wisselwerking optreedt tussen deze documenten.
3.1
Wat is een MER?
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de(milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’ (PlanMER) wil zeggen dat het om een MER voor een strategisch beleidsplan gaat, zoals een Omgevingsvisie. In deze NRD hanteren we kortweg de term MER. Met milieueffectrapportage (m.e.r) krijgt het milieu een plaats in de besluitvorming over een plan of project, dit kan gaan om concrete projecten maar ook om plannen en visies zoals de Omgevingsvisie voor Edam-Volendam. Het m.e.r helpt bij het proces van wikken en wegen van wat waar de ruimte krijgt binnen de Omgevingsvisie. Het eindproduct is een verslaglegging van dit proces. Dit product gaat samen met de ontwerp Omgevingsvisie ter inzage. In onderstaand kader is meer achtergrond opgenomen over de “m.e.r. plicht”. Oftewel de wettelijke aanleiding voor het opstellen van het MER.
8/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
Toelichting m.e.r plicht De Omgevingsvisie biedt mogelijk het kader voor zogenaamde m.e.r.-plichtige activiteiten. Dat betekent dat het verplicht is voor zulke activiteiten een milieueffectrapportage op te stellen (hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer). Het gaat hierbij om bedrijven en activiteiten die op de C of D lijst staan van het besluit m.e.r. Ook kan op voorhand niet worden uitgesloten dat ontwikkelingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie significante gevolgen hebben voor Natura-2000 gebieden. Voorbeelden van Natura 2000 gebieden zijn Polder Zeevang en Markermeer & IJmeer. Daarom is ook een Passende Beoordeling nodig. Volgens de Wet milieubeheer zijn plannen waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig. De Passende Beoordeling is een document waarin dieper wordt ingegaan op de gevolgen voor Natura-2000 gebieden. Het detailniveau van de Passende beoordeling moet passen bij het detailniveau van het plan. Omdat het in dit geval om een Omgevingsvisie gaat, zal een Passende Beoordeling ook een meer abstract karakter hebben. De passende beoordeling zal integraal onderdeel uitmaken van het MER.
3.2
Een samenhangende benadering: Omgevingseffectrapportage (OER)
Hoewel in de Omgevingsvisie wordt gestreefd naar samenhang in functies en ambities, kunnen bepaalde ambities ook strijdig zijn met elkaar. De bedoeling van de m.e.r.-procedure is om de onderlinge strijdigheid tussen de ambities te onderzoeken en in beeld te brengen. De gemeente Edam-Volendam wil in de geest van de Omgevingswet met een integrale bril naar de leefomgeving kijken. Met een dergelijke kijk moeten de fysieke en sociale opgaven waar de gemeente voor staat in samenhang worden opgepakt. Een voorbeeld van deze samenhang is het werken aan klimaatadaptatie door meer groen in de gemeente toe te voegen. Met een integrale blik zie je dat groen niet alleen een oplossing biedt tegen hittestress, maar dat een groene omgeving ook positief is voor bewoners en beweging en recreatie onder die inwoners kan stimuleren. Het meenemen van thema’s zoals duurzaamheid, veiligheid, werkgelegenheid en inclusiviteit zorgt voor een vernieuwende m.e.r. aanpak waardoor je het MER ook wel Omgevingseffectrapportage (OER) kunt noemen, omdat het uitgangspunt niet alleen is om de milieueffecten in beeld te brengen, maar om de omgeving integraal te benaderen.
3.3
Wisselwerking Omgevingsvisie en het MER
Binnen het proces wordt het opstellen van de nieuwe versie van de Omgevingsvisie gelijktijdig en in samenhang opgepakt met het opstellen van het MER. Deze milieueffectrapportage is het instrument om afgewogen keuzes te maken voor de Omgevingsvisie. In het proces vormen de concept Omgevingsvisie van januari 2022 en de aanvullend opgestelde uitvoeringsstrategie het startpunt voor het MER. Door het MER en de Omgevingsvisie in samenhang op te stellen kunnen gedurende het proces beide documenten elkaar aanvullen en versterken.
9/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
4 Wat onderzoekt het MER? Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste punten die dienen als vertrekpunt van het MER en gaat verder in op ‘wat’ het MER onderzoekt.
4.1
Het vertrekpunt van het MER
De concept Omgevingsvisie en de aanvullend opgestelde uitvoeringsstrategie vormen het uitgangspunt voor het MER. De processen om te komen tot een Omgevingsvisie en MER hangen, zoals in hoofdstuk 3 beschreven, nauw met elkaar samen. Het MER geeft inzicht in onderstaande punten: • De effecten van het nieuwe beleid op de leefomgeving voor de onderwerpen waar het MER over gaat • •
De locaties en mogelijke effecten van de ontwikkellocaties de Purmer en de Julianaweg In welke mate het nieuwe beleid bijdraagt aan de zes opgaven (zie paragraaf 2.3) van de gemeente Edam-Volendam
• •
In welke mate de opgaven en ambities elkaar kunnen versterken en waar ze met elkaar zullen botsen. Kortom: waar keuzes gemaakt moeten worden Welke alternatieven zijn beschouwd en hoe milieu informatie is meegewogen in de
•
besluitvorming van de Omgevingsvisie Aanbevelingen en randvoorwaarden voor vervolgstappen
Het MER gaat over nieuw beleid, maar ook over de effectiviteit van bestaand beleid. De gemeente zet een deel van het beleid zoals opgenomen in de huidige strategische beleidsplannen ongewijzigd door voor de looptijd van deze plannen. Beoordeeld wordt wat de invloed van dit huidige beleid is op de leefomgeving, daarbij wordt gekeken naar de huidige situatie (HS) en de autonome ontwikkeling (AO). Daarnaast wordt beoordeeld of er mogelijk aanleiding is om het beleid alsnog te herzien.
4.2
Stappen MER
In deze paragraaf worden de stappen binnen het MER beschreven. Figuur 4.1 toont een weergave van het proces en de verschillende stappen. Termen zoals de huidige situatie en autonome ontwikkeling, effectbeoordeling en synergie en strijdigheden worden daarna in een aantal alinea’s verder toegelicht. Stap 1: In beeld brengen huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) De eerste stap is het in beeld brengen van de huidige situatie en de verwachte autonome ontwikkelingen (HSAO). Autonome ontwikkeling betekent de te verwachten voortgang van de huidige situatie zonder dat er nieuw beleid van kracht is. De huidige situatie en autonome ontwikkeling tezamen wordt de referentiesituatie genoemd. In deze fase wordt het kwaliteitsniveau voor verschillende vooraf bepaalde thema’s beschreven. Hierbij wordt ook het beleid betrokken dat al geldt en eventueel al bestaande monitoringsgegevens. Vervolgens wordt beoordeeld, hoe een bepaald thema er voor staat: bijvoorbeeld goed, redelijk of slecht.
10/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
Figuur 4.1 De stappen van de m.e.r-procedure
Stap 2: Uitvoeren effectbeoordeling en in beeld brengen doelbereik In stap 2 wordt de effectbeoordeling uitgevoerd en wordt het doelbereik in beeld gebracht. De gestelde doelen en opgaven in de Omgevingsvisie worden in het MER zo concreet mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt gekeken naar de zogenaamde beïnvloedingsruimte van de gemeente: oftewel waar is en kan de gemeente zelf aan zet zijn en waar is zij afhankelijk van anderen partijen. Dit tezamen wordt getoetst aan de referentiesituatie. Waarbij een uitspraak wordt gedaan over het feitelijk effect (effectbeoordeling) en hoe dit zich verhoudt tot de gestelde doelen (doelbereik). Uiteindelijk leidt dit tot een overzicht van mogelijke milieueffecten en vervolgens tot een vertaling in hoeverre doelen worden bereikt met de Omgevingsvisie. Dit kan aanleiding geven om ambities aan te passen. Het opstellen van een passende beoordeling op hoofdlijnen is eveneens onderdeel van het uitvoeren van de effectbeoordeling. Uitwerkingen op gebiedsniveau Een deel van de uitspraken in de Omgevingsvisie zal van toepassing zijn op de hele gemeente en is daarmee abstract. Een ander deel van de uitspraken wordt op gebiedsniveau verder uitgewerkt. Het MER moet aansluiten op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Voor de concrete ontwikkellocaties zoals de Purmer en de Julianaweg wordt gewerkt met indicatieve invullingen.
Bij de verdere uitwerking van het MER wordt het detailniveau scherper gedefinieerd. Stap 3: In beeld brengen synergie en strijdigheden (afwegen alternatieven) De kern van het proces is de vraag hoe en met welke voorwaarden de gemeente Edam-Volendam de balans kan behouden in het ruimtegebruik en de kwaliteiten van diverse kernen. Hoewel het uitgangspunt van de Omgevingsvisie is om de samenhang tussen ambities te zoeken, kunnen deze ook strijdig zijn met elkaar. Daarom brengt het MER bij het doelbereik ook de kans op
11/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
onderlinge strijdigheden tussen de gestelde ambities in beeld. Dit betekent dat er in sommige gevallen keuzes gemaakt moeten worden. Deze keuzes worden bekeken aan de hand van het afwegingskader, zoals opgenomen in de concept Omgevingsvisie. Stap 4: Toetsen alternatieven De keuzes, benoemd onder stap 3, kunnen betekenen dat bepaalde ambities bijgesteld moeten worden of dat er randvoorwaarden voor toekomstige ontwikkelingen gesteld moeten worden. Wordt er in een gebied bijvoorbeeld gekozen om vooral in te zetten op energietransitie of juist op natuur en landschap? Wordt ingezet op het bouwen van woningen of het opwaarderen van bestaande bedrijventerreinen en zijn hierbij juist slimme combinaties mogelijk? Op basis van dit soort keuzes wordt een aantal onderscheidende alternatieven ontwikkeld. Deze alternatieven worden vervolgens op effecten en doelbereik beoordeeld. Gezien deze meer procesmatige aanpak zal pas in de loop van het project duidelijk worden welke relevante alternatieven ontstaan en op welk abstractieniveau de alternatieven beoordeeld worden. Stap 5: Beschrijven mitigerende maatregelen Aan de hand van de effectbeoordeling en de alternatievenafweging worden aanbevelingen opgenomen voor mitigerende maatregelen waarmee problemen of knelpunten verminderd of weggenomen kunnen worden. Mitigeren betekent dan ook verzachten of verminderen.
Indien uit de beoordeling blijkt dat er geen verschil is of juist een verbetering optreedt dan wordt aangegeven hoe (positieve) effecten versterkt kunnen worden. De aanbevelingen zijn het startpunt voor verdere uitwerking van het beleid in omgevingsprogramma’s en gebiedsvisies. Stap 6: Monitoring (aanzet monitoringsprogramma) Het is nodig om het kwaliteitsniveau van de fysieke leefomgeving op gezette tijden en geordend bij te houden. In het MER volgt daarom ook een eerste aanzet van een systeem voor monitoring en evaluatie. Een dergelijk systeem is nodig om te kunnen bepalen of gewenste doelen en voorspelde effecten ook daadwerkelijk uitkomen. Als dit niet het geval is, kan worden bijgestuurd door maatregelen in te zetten of door het beleid aan te passen. Het ontwikkelen van dit systeem begint al bij de beschrijving van de referentiesituatie waarbij is nagedacht over hoe de verschillende ambities en effecten gemeten en getoetst kunnen worden. Door de monitoring blijft het MER actueel. Bij wijzigingen in het beleid kijkt de gemeente of de uitgangspunten overeenkomen met wat in het MER staat. Wanneer er kleine wijzigingen in het plan en of de referentiesituatie zijn, is een inhoudelijke wijziging in het MER een logische keuze. Aan het einde van het proces wordt bekeken of een aanvullende beoordeling nodig is.
Er wordt dan gekeken of de wijzigingen leiden tot andere of meer nadelige milieugevolgen, dan wel andere keuzes, spelregels of maatregelen. Een volledig nieuwe m.e.r.-procedure, is alleen aan de orde als het plan zo wezenlijk wijzigt dat er eigenlijk sprake is van een nieuwe visie met andere milieugevolgen.
12/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
5 Hoe gaan we dat onderzoeken? In dit hoofdstuk staat de vraag centraal hoe de effecten van de Omgevingsvisie onderzocht worden. Kortgezegd gebeurt dit met het beoordelingskader, de beoordeling van de effecten en het doelbereik. Tenslotte gaat het hoofdstuk ook in op de scope van de onderzoeken voor de concrete locatie De Purmer en de Julianaweg.
5.1
Beoordelingskader
Het beoordelingskader is een vast onderdeel van het MER op basis waarvan de effecten op de leefomgeving in beeld worden gebracht. De zes opgaven voor de fysieke leefomgeving vanuit de uitvoeringsstrategie vormen het uitgangspunt voor het beoordelingskader (tabel 5.1). Per hoofdthema zijn verschillende indicatoren opgenomen waarvoor het kwaliteitsniveau van de referentiesituatie wordt bepaald. Dit wordt gedaan aan de hand van beoordelingscriteria. Deze criteria worden bij de start van het opstellen van het MER geformuleerd mede op basis van de beschikbare informatie. Om aan te sluiten bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie worden de beoordelingen met name op basis van kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Het beoordelingskader wordt zowel gebruikt om de kwaliteit van de huidige situatie en autonome ontwikkeling, alsmede de effecten en het doelbereik van de Omgevingsvisie in beeld te brengen. Tabel 5.1: Beoordelingskader Indicator
Opgaven
Woningvoorraad (kwantitatief en kwalitatief)
Wonen
Voorzieningenniveau (inclusief
Wonen, Mobiliteit, Werklocaties, Landelijk gebied en
sportvoorzieningen)
landschap, Waterfront
Gezondheidsbevordering
Wonen, Waterfront
Luchtkwaliteit
Wonen
Geluid
Wonen, Warmte, Energie en Klimaat
Geur
Wonen, Warmte, Energie en Klimaat
Omgevingsveiligheid
Wonen
Opwek duurzame energie
Wonen, Warmte, Energie en Klimaat, Werklocaties
Circulaire economie
Wonen, Warmte, Energie en Klimaat, Werklocaties
Drukte in de ondergrond
Warmte, Energie en Klimaat
Waterveiligheid
Warmte, Energie en Klimaat
Hittestress
Wonen, Warmte, Energie en Klimaat
Wateroverlast
Warmte, Energie en Klimaat
Droogte
Warmte, Energie en Klimaat
Verkeersveiligheid
Wonen, Mobiliteit, Landelijk gebied en landschap, Waterfront
Bereikbaarheid
Mobiliteit, Landelijk gebied en landschap, Waterfront
Vraag en aanbod werklocaties
Werklocaties
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden
Wonen, Landelijk gebied en landschap, Waterfront
Natura 2000
Landelijk gebied en landschap, Energie en Klimaat
Natuurnetwerk Nederland
Landelijk gebied en landschap, Energie en Klimaat
13/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
Indicator
Opgaven
Waterkwantiteit en -kwaliteit
Landelijk gebied en landschap, Energie en Klimaat
Bodemkwaliteit
Wonen, Warmte, Energie en Klimaat, Landelijk gebied en landschap
Recreatie
Wonen, Warmte, Energie en Klimaat, Mobiliteit, Landelijk gebied en landschap, Waterfront
5.2
Effectbepalingen en doelbereik
Op basis van het beoordelingskader wordt voor het nieuwe beleid beoordeeld of er sprake is van een mogelijk positief effect, waarschijnlijk geen effect of mogelijk een negatief effect. Vervolgens wordt een totaalbeeld van de effecten gemaakt door de positieve en negatieve scores van het beleid in samenhang te bekijken. Zo wordt een eerste beeld gecreëerd van de mate waarin het relevante nieuwe beleid tot effecten kan leiden op de betreffende indicator. Daarbij wordt meegewogen hoe concreet het nieuwe beleid is, op welke wijze de indicator gereguleerd/ beschermd wordt, of er uitwerking wordt gegeven in een gebiedsvisie of programma en/of er sprake is van participeren of zelf realiseren. Kortom, op welke wijze wordt er navolging gegeven aan het nieuwe beleid op de betreffende indicator en wat is de invloed van de gemeente EdamVolendam daarop. Dit leidt tot de volgende drie categorieën beoordelingen per indicator: •
Er treedt mogelijk een verslechtering op ten opzichte van de huidige situatie en autonome
•
ontwikkeling (HSAO) indien er met name negatieve effecten optreden als gevolg van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie Er treedt geen verschil op ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO) indien er geen of
•
5.3
beperkt effecten zijn van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie Er treedt mogelijk een verbetering op ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO) indien er met name positieve effecten optreden als gevolg van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie
Scope onderzoeken De Purmer en Julianaweg
De Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam is kaderstellend voor de ontwikkeling van De Purmer en de Julianaweg (zie paragraaf 2.3). Aangezien het gaat om concrete locaties die worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie worden deze op een vergelijkbaar detailniveau meegenomen in het MER. Dit betekent dat er in plaats van enkel kwalitatieve onderzoeken ook kwantitatieve onderzoeken worden uitgevoerd. Door middel van een GIS analyse wordt, met behulp van vooraf vastgestelde kansen en belemmeringen, een scan gedaan naar geschikte bedrijfslocaties, ook wel zoeklocaties genoemd. Deze zoeklocaties worden op kaart gezet, waarna onderzoek wordt gedaan naar de mogelijke effecten van deze locaties op de omgeving. Daarbij wordt gebruik gemaakt van standaardcontouren voor onder andere de thema’s geluid en externe veiligheid. Aanvullend wordt gekeken naar de resultaten van de verkeersonderzoeken die de gemeente Edam-Volendam heeft uitgevoerd. Aan de hand van de verkeersintensiteiten wordt op basis van expert judgement een inschatting gemaakt van de effecten op de thema’s geluid, geur, stikstof en luchtkwaliteit.
14/15
Kenmerk
R001-1288873EMG-V02
6 De vervolgstappen op hoofdlijnen 6.1
Kennisgeving en raadpleging
Het is belangrijk dat iedereen mee kan denken over de manier waarop de gemeente Edam Volendam het m.e.r. traject gaat inrichten. De procedure start daarom met de openbare kennisgeving van het voornemen om een MER op te stellen en de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD ligt daarom zes weken ter inzage. Tijdens deze periode kan iedereen reageren op de aanpak van de milieueffectrapportage voor de Omgevingsvisie zoals beschreven in deze NRD. Reacties kunnen in de vorm van zienswijzen bij de gemeente ingediend worden, zowel schriftelijk als digitaal. De reacties worden gebruikt bij de verdere uitwerking van de milieueffectrapportage.
6.2
Opstellen MER en Nota van beantwoording
De reacties worden van antwoord voorzien in de Nota van Beantwoording NRD en de uitkomsten worden betrokken in de op te stellen MER. Dit vindt gelijktijdig plaats met het opstellen van de ontwerp Omgevingsvisie.
6.3
Terinzagelegging MER
De procedure van het MER is gekoppeld aan de Omgevingsvisie. Dit houdt in dat de ontwerpOmgevingsvisie en het MER gelijktijdig zes weken ter inzage worden gelegd. Het MER wordt als bijlage bij de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage gelegd. Opnieuw worden de relevante bestuursorganen geraadpleegd en mag een ieder een zienswijze indienen op het MER en op de ontwerp-Omgevingsvisie. Parallel aan de ter inzage legging en besluitvorming toetst de Commissie voor de m.e.r1, de kwaliteit van het MER en beoordeelt de Commissie of de juiste (milieu) informatie aanwezig is om een besluit over de Omgevingsvisie te kunnen nemen.
6.4
Besluit en vervolg
De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de Gemeenteraad. De gemeente motiveert in de uiteindelijke Omgevingsvisie hoe met de uitkomsten van Het MER en de inspraakreacties is omgegaan.
1
De Commissie voor de m.e.r. is een onafhankelijke organisatie die adviseert over de inhoud en kwaliteit van milieueffectrapporten.
15/15